Van het Strafwetboek van 1867 naar dat van 2026
Twee hulpmiddelen om oud en nieuw naast elkaar te leggen: de wettelijke omzettingstabel voor straffen, en een mapping artikel per artikel. Die mapping is deels een juridische beoordeling en wordt daarom met een zekerheidsgraad getoond. Alles onder de drempel staat als "te controleren".
Omzetting van oude straffen naar strafniveaus
Strafwetboek boek I, art. 78, § 1 (numac 2024002052). Omzetting van straffen uit bijzondere strafwetten en uit het oude stelsel naar de acht strafniveaus. Bepalend is het maximum van de hoofdstraf. Let op: 15 tot 20 jaar opsluiting wordt niveau 5 (niet 6) en 5 tot 10 jaar opsluiting wordt niveau 3 (niet 4); dat is een bewuste keuze van de wetgever.
| Maximum van de oude hoofdstraf | Wordt | |
|---|---|---|
| 1° | levenslange opsluiting of levenslange hechtenis | niveau 8 |
| 2° | opsluiting of hechtenis van meer dan 20 tot ten hoogste 30 jaar | niveau 7 |
| 3° | opsluiting of hechtenis van meer dan 15 tot ten hoogste 20 jaar | niveau 5 |
| 4° | opsluiting of hechtenis van meer dan 10 tot ten hoogste 15 jaar | niveau 4 |
| 5° | opsluiting of hechtenis van 5 tot ten hoogste 10 jaar | niveau 3 |
| 6° | gevangenisstraf van meer dan 3 tot ten hoogste 5 jaar | niveau 3 |
| 7° | gevangenisstraf van 1 tot ten hoogste 3 jaar | niveau 2 |
| 8° | gevangenisstraf van 8 dagen tot ten hoogste 12 maanden | niveau 1 |
| 9° | geldboete van meer dan 25 euro | niveau 1 |
| slot | gevangenisstraf van ten hoogste 7 dagen of geldboete van ten hoogste 25 euro | de strafbaarstelling wordt als opgeheven beschouwd |
Geldboeten: Het bedrag uit de bijzondere wet wordt vermenigvuldigd met 8 (in plaats van de opdeciemen), behalve voor feiten van vóór 1 september 2026: daar gelden de opdeciemen van het moment van de feiten.
- "misdaden"misdrijven waarop een straf van niveau 4, 5, 6, 7 of 8 is gesteld
- "wanbedrijven"misdrijven waarop een straf van niveau 1, 2 of 3 is gesteld
- "strafdrempel gevangenisstraf van minimum een jaar"gevangenisstraf van niveau 2 (art. 36)
Mapping artikel per artikel
TF-IDF- en structuurkandidaten, beoordeeld door Claude in Claude Code; in ronde 5 kreeg de beoordelaar de volledige inhoudsopgave van het nieuwe wetboek, model claude-sonnet-5 (rondes 1-2), claude-opus-5 (rondes 3-5). Oude tekst volgens Justel, stand 2026-03-10. Drempels: zeker vanaf 0.8, waarschijnlijk vanaf 0.5.
zeker · 371
- Art. 2. Toepassing van de strafwet in de tijd
oud art. 2
Geen misdrijf kan worden gestraft met straffen die bij de wet niet waren gesteld voordat het misdrijf werd gepleegd.
Indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, wordt de minst zware straf toegepast.
Het legaliteitsbeginsel inzake straf en de regel van de gunstigste wet (lex mitior) keren nagenoeg woordelijk terug in artikel 2 van het nieuwe boek I.zeker · 90% - Art. 3. Toepassing van de strafwet in de ruimte
oud art. 3
Het misdrijf, op het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt gestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten.
Het territorialiteitsbeginsel (misdrijf op Belgisch grondgebied gepleegd wordt naar Belgisch recht bestraft) is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 3, eerste lid.zeker · 95% - Art. 3. Toepassing van de strafwet in de ruimte
oud art. 4
Het misdrijf, buiten het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt in België niet gestraft dan in de gevallen bij de wet bepaald.
De regel dat een buiten het Rijk gepleegd misdrijf in België niet wordt bestraft behoudens wettelijke uitzondering, is overgenomen in artikel 3, tweede lid.zeker · 95% - Art. 18. Verantwoordelijkheid van rechtspersonen
oud art. 5
Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor de misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of die, zoals blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd.
Met rechtspersonen worden gelijkgesteld:
1° maatschappen;
2° vennootschappen in oprichting.
De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersonen sluit die van de natuurlijke personen, die daders zijn van dezelfde feiten of eraan hebben deelgenomen, niet uit.
De regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen (inclusief gelijkstelling met maatschappen en vennootschappen in oprichting) is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 18.zeker · 97% - Art. 41. Gevangenisstraf , Art. 63. Toerekening van de hechtenis voor de einduitspraak
oud art. 30
Elke hechtenis, vóór het onherroepelijk worden van de veroordeling ondergaan ten gevolge van het misdrijf , met uitzondering van de veroordeling tot een eenvoudige schuldigverklaring, wordt toegerekend op de duur van de nog lopende vrijheidsstraffen.
(Iedere voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling als bedoeld in artikel 52quater van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade of in de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, wordt onder dezelfde voorwaarde toegerekend op de duur van de vrijheidsstraffen waartoe de persoon, verwezen overeenkomstig artikel 57bis van de voornoemde wet van 8 april 1965, is veroordeeld.)
De toerekening van voorlopige hechtenis op de uit te voeren vrijheidsstraf is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 41, § 3; artikel 63 vult dit aan voor het geval een andere straf dan een gevangenisstraf wordt uitgesproken.zeker · 85% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 30bis
De tot een vrijheidsstraf veroordeelden ondergaan hun straf in de inrichtingen, door de Koning aangewezen.
De regel dat veroordeelden tot een vrijheidsstraf hun straf ondergaan in door de Koning aangewezen inrichtingen, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 41, § 4.zeker · 90% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 31
Bij alle vonnissen of arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting van tien jaar of meer of tot gevangenisstraf van twintig jaar of meer wordt tegen de veroordeelden levenslange ontzetting uitgesproken van het recht om :
1° Openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen;
2° (...), verkozen te worden;
3° Enig ereteken te dragen of enige adellijke titel te voeren;
4° Gezworene of deskundige te zijn, als instrumentair of attesterend getuige bij akten op te treden; in rechte te getuigen, anders dan om enkel inlichtingen te geven;
(5° Geroepen te worden tot het ambt van voogd, toeziend voogd of curator, behalve over hun eigen kinderen, of om het ambt van ... (gerechtelijk bewindvoerder over de goederen van een vermoedelijk afwezige) of bewindvoerder van een persoon die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek is beschermd uit te oefenen.)
6° (een wapen of munitie te vervaardigen, te wijzigen, te herstellen, over te dragen, voorhanden te hebben, te dragen, te vervoeren, in, uit, of door te voeren, of te dienen in de Krijgsmacht.)
De arresten of vonnissen van veroordeling bedoeld in het vorige lid kunnen bovendien tegen de veroordeelden de ontzetting van het kiesrecht uitspreken, voor hun leven of voor twintig jaar tot dertig jaar.
Artikel 47 herneemt dezelfde lijst van ontzegde rechten, inclusief het kiesrecht als facultatieve bijkomende ontzetting. Het aanknopingspunt verschuift van levenslange opsluiting of opsluiting van tien jaar of meer naar een veroordeling tot een straf van niveau 8.zeker · 85% - Art. 71. Ontbinding van de rechtspersoon
oud art. 35
Ontbinding kan door de rechter worden uitgesproken, wanneer de rechtspersoon opzettelijk is opgericht om de strafbare werkzaamheden te verrichten waarvoor hij wordt veroordeeld of wanneer hij opzettelijk van zijn doel is afgewend om dergelijke werkzaamheden te verrichten.
Wanneer de rechter de ontbinding uitspreekt, verwijst hij de zaak naar het gerecht dat bevoegd is kennis te nemen van de vereffening van de rechtspersoon.
De ontbinding van een rechtspersoon die opzettelijk is opgericht of afgewend voor strafbare werkzaamheden, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 71.zeker · 95% - Art. 59. Sluiting van de inrichting
oud art. 37
Tijdelijke of definitieve sluiting van een of meer inrichtingen van de rechtspersoon kan door de rechter worden uitgesproken in de gevallen door de wet bepaald.
Artikel 59 neemt de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting over als bijkomende straf in de bij wet bepaalde gevallen. Nieuw is dat de sluiting niet meer alleen voor rechtspersonen geldt, dat inrichtingen met een opdracht van openbare dienstverlening zijn uitgesloten en dat de sluiting ingaat vanaf het in kracht van gewijsde treden.zeker · 80% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 37bis
Bekendmaking of verspreiding van de beslissing op kosten van de veroordeelde kan door de rechter worden uitgesproken in de gevallen bepaald door de wet.
De bekendmaking of verspreiding van de veroordelende beslissing op kosten van de veroordeelde is overgenomen in artikel 58, dat dezelfde bijkomende straf regelt met concrete uitvoeringsmodaliteiten.zeker · 85% - Art. 43. Straf onder elektronisch toezicht
oud art. 37ter
§ 1. Indien een feit van die aard is om gestraft te worden met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, kan de rechter als hoofdstraf een straf onder elektronisch toezicht opleggen van dezelfde duur als de gevangenisstraf die hij anders zou opleggen en die van toepassing kan worden ingeval de straf onder elektronisch toezicht niet wordt uitgevoerd. Voor de bepaling van de duur van deze vervangende gevangenisstraf staat een dag van de opgelegde straf onder elektronisch toezicht gelijk aan een dag gevangenisstraf.
Een straf onder elektronisch toezicht bestaat uit de verplichting om gedurende een door de rechter overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde termijn aanwezig te zijn op een bepaald adres, behoudens toegestane verplaatsingen of afwezigheden, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van elektronische middelen om dit te controleren, en waaraan overeenkomstig paragraaf 5 voorwaarden worden gekoppeld.
De straf onder elektronisch toezicht mag niet worden uitgesproken voor de feiten die :
1° bedoeld zijn in de artikelen 417/12 tot 417/22,
2° bedoeld zijn in de artikelen 417/25 tot 417/41, 417/44 tot 417/47, 417/52 en 417/54, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;
3° bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.
§ 2. De duur van de straf onder elektronisch toezicht bedraagt minstens een maand en ten hoogste een jaar. De strafrechter kan overeenkomstig artikel 85 rekening houden met verzachtende omstandigheden, zonder evenwel de duur van het elektronisch toezicht als autonome straf te bepalen op minder dan één maand.
De straf onder elektronisch toezicht moet een aanvang nemen binnen zes maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de overschrijding van deze termijn te wijten is aan de veroordeelde, beslist het openbaar ministerie ofwel tot verder uitstel van de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht ofwel tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Indien de overschrijding van deze termijn niet te wijten is aan de veroordeelde, moet de straf een aanvang nemen binnen zes maanden na de afloop van de eerste termijn, bij gebreke daarvan is de straf verjaard.
§ 3. Met het oog op het opleggen van een straf onder elektronisch toezicht, kunnen respectievelijk het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, de onderzoeksgerechten of de vonnisgerechten aan de bevoegde dienst voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht, hierna "de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht" genoemd, van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de veroordeelde de opdracht geven een beknopt voorlichtingsrapport en/of een maatschappelijke enquête uit te voeren.
Dit rapport of dit onderzoek bevat alleen de pertinente elementen die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht richtte in te lichten over de opportuniteit van de overwogen straf.
Iedere meerderjarige waarmee de beklaagde samenwoont wordt in het kader van deze maatschappelijke enquête gehoord in zijn opmerkingen. Het beknopt voorlichtingsrapport of het verslag van de maatschappelijke enquête wordt binnen de maand na de aanvraag aan het dossier toegevoegd.
§ 4. Indien een straf onder elektronisch toezicht door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste vóór de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf, de eventuele aanwijzingen over de concrete invulling die hij kan geven en de geïndividualiseerde voorwaarden die hij overeenkomstig paragraaf 5 kan opleggen en hoort hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de straf onder elektronisch toezicht slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig is of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven. Iedere meerderjarige samenwonende van de beklaagde die in het kader van de maatschappelijke enquête niet is gehoord, of in het geval geen maatschappelijke enquête is verricht, kan door de rechter worden gehoord in zijn opmerkingen.
De rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door de beklaagde gevraagde straf onder elektronisch toezicht uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden.
§ 5. De rechter bepaalt de duur van de straf onder elektronisch toezicht en kan aanwijzingen geven omtrent de concrete invulling ervan.
Aan de straf onder elektronisch toezicht worden steeds de volgende algemene voorwaarden verbonden :
1° geen strafbare feiten plegen;
2° een vast adres hebben en, bij wijziging ervan, de nieuwe verblijfplaats onmiddellijk meedelen aan het openbaar ministerie en de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht;
3° gevolg geven aan de oproepingen van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht en de concrete invulling bepaald door deze dienst naleven.
De rechter kan de veroordeelde bovendien aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden onderwerpen in het belang van het slachtoffer. Deze voorwaarden hebben betrekking op het verbod om op bepaalde plaatsen te komen of met het slachtoffer contact op te nemen en/of op diens vergoeding.
Dezelfde autonome straf onder elektronisch toezicht, met dezelfde duur van minstens een maand en ten hoogste een jaar en met een vervangende gevangenisstraf van gelijke duur. Het toepassingsgebied is anders geformuleerd, namelijk wanneer de rechter een straf van niveau 2 gepast acht in plaats van feiten met ten hoogste een jaar gevangenis, en de instemming van de beklaagde wordt uitdrukkelijk vereist.zeker · 88% - Art. 45. Werkstraf
oud art. 37quinquies
( oud art. 37ter vernummerd tot nieuw art. 37quinquies) § 1. Indien een feit van die aard is om door een politiestraf of een correctionele straf gestraft te worden, kan de rechter als hoofdstraf een werkstraf opleggen. Binnen de perken van de op het misdrijf gestelde straffen, alsook van de wet op grond waarvan de zaak voor hem werd gebracht, voorziet de rechter in een gevangenisstraf of in een geldboete die van toepassing kan worden ingeval de werkstraf niet wordt uitgevoerd.
De werkstraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten :
1° die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;
2° die bedoeld zijn in de artikelen 417/12 tot 417/22;
3° die bedoeld zijn in de artikelen 417/25 tot 417/41, 417/44 tot 417/47, 417/52 en 417/54, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;
4° die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.
§ 2. De duur van een werkstraf bedraagt minstens twintig uren en ten hoogste driehonderd uren. Een werkstraf van vijfenveertig uren of minder is een politiestraf. Een werkstraf van meer dan vijfenveertig uren is een correctionele straf.
De werkstraf moet worden uitgevoerd binnen twaalf maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. De probatiecommissie kan die termijn ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde verlengen.
§ 3. Indien een werkstraf door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste vóór de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf en hoort hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de werkstraf slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven.
De rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door de beklaagde gevraagde werkstraf uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden.
§ 4. De rechter bepaalt de duur van de werkstraf en kan aanwijzingen geven omtrent de concrete invulling van de werkstraf.
Bij veroordeling op grond van de strafrechtelijke bepalingen van de wetten van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden, van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen en van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen teneinde de daad van discriminatie te bestraffen, kan de rechter aanwijzingen geven opdat de invulling van de werkstraf in verband zou staan met, respectievelijk, de strijd tegen het racisme of de xenofobie, de discriminatie, het seksisme en het negationisme, ter inperking van het risico op herhaling van dergelijke misdrijven.
De werkstraf als hoofdstraf keert terug in artikel 45, met dezelfde maximumduur van driehonderd uren, dezelfde instemmingsvereiste en een vervangende gevangenisstraf of geldboete. Het onderscheid politiestraf of correctionele straf wordt vervangen door de niveaus 1 en 2, en de lijst van uitgesloten feiten verdwijnt omdat het strafniveau die rol overneemt.zeker · 85% - Art. 44. Probatiestraf
oud art. 37octies
§ 1. Indien een feit van die aard is om door een politiestraf of een correctionele straf gestraft te worden, kan de rechter als hoofdstraf een autonome probatiestraf opleggen.
Een autonome probatiestraf bestaat uit de verplichting om:
1° algemene voorwaarden na te leven van zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, gedurende de termijn die door de rechter wordt bepaald overeenkomstig paragraaf 2. Deze algemene voorwaarden zijn:
a) geen strafbaar feit plegen;
b) een vast adres hebben en elke adreswijziging meedelen aan de probatiecommissie en aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen;
c) gevolg geven aan de oproepingen van de probatiecommissie en van de bevoegde dienst van de gemeenschappen;
d) samenwerken met de bevoegde dienst van de gemeenschappen bij het uitwerken en opvolgen van de bijzondere voorwaarden;
2° bijzondere voorwaarden na te leven waarvan de concrete invulling door de probatiecommissie bepaald wordt. De veroordeelde leeft de bijzondere voorwaarden na voor de resterende duur van de overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde termijn, van zodra deze hem door de probatiecommissie ter kennis gebracht zijn.
De rechter voorziet, binnen de perken van de op het misdrijf gestelde straffen, alsook van de wet op grond waarvan de zaak voor hem werd gebracht, in een gevangenisstraf of in een geldboete die van toepassing kan worden ingeval de autonome probatiestraf niet wordt uitgevoerd.
De autonome probatiestraf mag niet worden uitgesproken voor de feiten :
1° die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;
2° die bedoeld zijn in de artikelen 417/12 tot 417/22;
3° die bedoeld zijn in de artikelen 417/25 tot 417/41, 417/44 tot 417/47, 417/52 en 417/54, indien de feiten zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;
4° die bedoeld zijn in de artikelen 393 tot 397.
§ 2. De duur van de autonome probatiestraf bedraagt minstens zes maanden en ten hoogste twee jaar. Een autonome probatiestraf van twaalf maanden of minder is een politiestraf. Een autonome probatiestraf van een jaar of meer is een correctionele straf.
§ 3. Indien een autonome probatiestraf door de rechter wordt overwogen, door het openbaar ministerie wordt gevorderd of door de beklaagde wordt gevraagd, licht de rechter deze laatste voor de sluiting van de debatten in over de draagwijdte van een dergelijke straf en hoort hij hem in zijn opmerkingen. De rechter kan hierbij eveneens rekening houden met de belangen van de eventuele slachtoffers. De rechter kan de autonome probatiestraf slechts uitspreken als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig of vertegenwoordigd is en nadat hij, hetzij in persoon, hetzij via zijn raadsman, zijn instemming heeft gegeven.
De rechter die weigert een door het openbaar ministerie gevorderde of door de beklaagde gevraagde autonome probatiestraf uit te spreken, moet zijn beslissing met redenen omkleden.
§ 4. De rechter bepaalt de duur van de autonome probatiestraf en geeft aanwijzingen omtrent de invulling van de autonome probatiestraf.
Bij veroordeling op grond van de strafrechtelijke bepalingen van de wetten van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden, van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen en van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen teneinde de daad van discriminatie te bestraffen, kan de rechter aanwijzingen geven opdat de invulling van de autonome probatiestraf in verband zou staan met, respectievelijk, de strijd tegen het racisme of de xenofobie, de discriminatie, het seksisme en het negationisme, ter inperking van het risico op herhaling van dergelijke misdrijven.
§ 5. De overlegstructuren op federaal en lokaal niveau inzake de toepassing van de werkstraf en de autonome probatiestraf functioneren overeenkomstig de bepalingen van artikel 37sexies, § 4.
De autonome probatiestraf keert terug als probatiestraf in artikel 44, met dezelfde algemene en bijzondere voorwaarden, een duur van zes maanden tot twee jaar en een vervangende gevangenisstraf of geldboete. Het toepassingsgebied wordt nu bepaald door de strafniveaus 1 en 2 en de instemming van de beklaagde is uitdrukkelijk vereist.zeker · 85% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 42
Bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast :
1° Op de zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken, en op die welke gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, wanneer zij eigendom van de veroordeelde zijn;
2° Op de zaken die uit het misdrijf voortkomen.
(3° Op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen.)
Artikel 53, § 2, herneemt punt voor punt de voorwerpen van de bijzondere verbeurdverklaring: het voorwerp van het misdrijf, de instrumenten, de zaken die uit het misdrijf ontstaan en de vermogensvoordelen met hun vervangingswaarden. Nieuw is de uitdrukkelijke waardevervanging in geld wanneer de zaken niet meer in het vermogen van de veroordeelde zitten.zeker · 90% - Art. 54. Verruimde verbeurdverklaring
oud art. 43quater
§ 1. Onverminderd artikel 43bis, derde en vierde lid, kunnen op vordering van de procureur des Konings de in paragraaf 2 bedoelde vermogensvoordelen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, en de inkomsten uit de belegde voordelen, die worden gevonden in het vermogen of in het bezit van een persoon worden verbeurdverklaard, of kan die persoon worden veroordeeld tot de betaling van een bedrag dat door de rechter wordt geraamd als zijnde overeenstemmend met de waarde van deze zaken indien de betrokkene schuldig werd bevonden :
1° ofwel aan een of meer misdrijven bedoeld :
a) in de artikelen 136sexies en 136septies, 1° ;
b) in artikel 137, voor zover deze misdrijven worden bestraft met een van de straffen bedoeld in artikel 138, § 1, 4° tot 10°, en van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in artikel 140, voor zover deze misdaad of dit wanbedrijf van dien aard is dat het financieel gewin kan opleveren, in de artikelen 140bis tot 140sexies, voor zover deze misdrijven van die aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in artikel 140septies, voor zover dit misdrijf wordt bestraft met een van de straffen bedoeld in artikel 140septies, § 1, derde en vierde streepje, en van die aard is dat het financieel gewin kan opleveren, en in artikel 141;
c) in de artikelen 162, 163, 173, 180 en 186;
d) in de artikelen 246 tot 250;
e) in de artikelen 417/25 tot 417/36, 417/38, 433quater/1 en 433quater/4;
f) in de artikelen 433quinquies tot 433octies, 433undecies en 433duodecies;
g) in de artikelen 504bis en 504ter;
h) in artikel 505, met uitzondering van de zaken die gedekt zijn door artikel 42, 1° ;
i) in artikel 2bis, § 1, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, voor zover de feiten betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, de verkoop of het te koop stellen van de in dat artikel bedoelde middelen en stoffen, of in artikel 2bis, § 3, b), of § 4, b);
j) in artikel 2quater, 4°, van dezelfde wet;
k) in de artikelen 77bis tot 77quinquies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
l) in artikel 10, § 1, 2°, van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productie-stimulerende werking;
2° ofwel aan de misdrijven bedoeld in artikel 324ter;
3° ofwel aan een of meer van de hieronder bedoelde misdrijven wanneer die zijn gepleegd in het kader van een criminele organisatie zoals gedefinieerd in artikel 324bis :
a) in de artikelen 468, 469, 470, 471 of 472;
b) in artikel 475;
c) in artikel 477 tot 477sexies of artikel 488bis;
d) in artikel 8 van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie;
e) in de artikelen 1 en 8 van het koninklijk besluit van 12 april 1974 betreffende sommige verrichtingen in verband met stoffen met hormonale, anti-hormonale, anabole, beta-adrenergische, anti-infectieuze, anti-parasitaire, en anti-inflammatoire werking, voor de misdrijven waarop overeenkomstig de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, straffen worden gesteld;
4° ofwel aan meerdere strafbare feiten die gezamenlijk worden vervolgd, en waarvan de ernst, de finaliteit en de onderlinge afstemming, de rechtbank toelaat zeker en noodzakelijk te besluiten dat deze feiten werden gepleegd in het kader van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd.
§ 2. De verbeurdverklaring zoals bedoeld in § 1 kan worden uitgesproken tegen de daders, mededaders en medeplichtigen die werden veroordeeld wegens één of meerdere van de in dit artikel opgesomde misdrijven en onder de in § 1 bepaalde voorwaarden, wanneer de veroordeelde over een relevante periode verdere vermogensvoordelen heeft ontvangen terwijl er ernstige en concrete aanwijzingen zijn dat deze voordelen voortspruiten, uit het misdrijf waarvoor hij werd veroordeeld, of uit misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel voor zover zij voorkomen in dezelfde rubriek, bepaald in paragraaf 1, als het misdrijf waarvoor de betrokkene is veroordeeld en de veroordeelde het tegendeel niet geloofwaardig maakt.
Dit tegendeel kan tevens geloofwaardig gemaakt worden door elke derde die beweert recht te hebben op deze voordelen.
§ 3. Als relevante periode in de zin van dit artikel wordt aanzien de periode van vijf jaar voorafgaand aan de inverdenkingstelling van de persoon tot de datum van de uitspraak.
De ernstige en concrete aanwijzingen bedoeld in § 2 kunnen worden geput uit alle geloofwaardige elementen die op regelmatige wijze aan de rechtbank worden overlegd, en die wijzen op een onevenwicht van enig belang tussen enerzijds de tijdelijke of blijvende aangroei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde in de relevante periode die door het openbaar ministerie wordt aangetoond, en anderzijds de tijdelijke of blijvende aangroei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde in deze periode, waarvan hij kan geloofwaardig maken dat ze niet voortspruiten uit de feiten waarvoor hij werd veroordeeld of uit misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel voor zover zij voorkomen in dezelfde rubriek, bepaald in § 1, als het misdrijf waarvoor de betrokkene is veroordeeld.
...
Wanneer de rechtbank de bijzondere verbeurdverklaring in de zin van dit artikel oplegt, kan zijn beslissen geen rekening te houden met een door haar te bepalen deel van de relevante periode of met door haar te bepalen inkomsten, goederen en waarden, indien zij zulks gepast acht om de veroordeelde niet te onderwerpen aan een onredelijk zware straf.
§ 4. Het vermogen dat ter beschikking staat van een criminele organisatie moet verbeurd verklaard worden, onder voorbehoud van de rechten van derden te goeder trouw.
Artikel 54 herneemt de verruimde verbeurdverklaring met dezelfde techniek van een limitatieve lijst van misdrijven, aangepast aan de nieuwe nummering. Nieuw is dat de vordering schriftelijk uitgaat van het openbaar ministerie en dat ook vermogensvoordelen buiten het Belgische grondgebied uitdrukkelijk worden geviseerd.zeker · 90% - Art. 67. Teruggave en de schadevergoeding
oud art. 44
De veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen wordt altijd uitgesproken, onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen mochten zijn verschuldigd.
Het eerste lid van artikel 67 herneemt de oude regel vrijwel woordelijk: de veroordeling tot de wettelijke straffen geldt onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen verschuldigd is. Inhoudelijk verandert er niets.zeker · 95% - Art. 67. Teruggave en de schadevergoeding
oud art. 45
Wanneer de wet de schadevergoeding niet regelt, bepaalt het hof of de rechtbank het bedrag ervan, zonder nochtans te mogen beslissen, zelfs met toestemming van de benadeelde partij, dat zij aan enig werk zal worden toegewezen.
Artikel 67, derde lid, bepaalt nog steeds dat de rechter het bedrag van de schadevergoeding vaststelt wanneer de wet dat niet doet, maar het artikel is ruimer en regelt ook de teruggave en de toewijzing van verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij. Het verbod om de schadevergoeding aan enig werk toe te wijzen is niet overgenomen.zeker · 80% - Art. 72. Onwaardigheid om te erven , Art. 150/1. Bijkomende straf
oud art. 46
Wanneer het hof of de rechtbank een persoon die in aanmerking zou kunnen komen om als wettelijke erfgenaam tot de nalatenschap van het slachtoffer te worden geroepen, schuldig bevindt aan een in de artikelen 417/11, 417/16 en 417/17, 398 tot 400, 402, 403, 405, 409, §§ 1 tot 3 en 5, en 422bis bedoeld misdrijf, kan het hof of de rechtbank ook de onwaardigheid om te erven uitspreken, waardoor de dader, de mededader of de medeplichtige van de nalatenschap van het slachtoffer wordt uitgesloten.
De onwaardigheid om te erven bij bepaalde misdrijven tegen het latere slachtoffer is als algemeen principe overgenomen in art. 72, waarbij de concrete lijst van misdrijven nu bij wet elders wordt bepaald. Oud art. 46 regelde de onwaardigheid voor zowel seksuele misdrijven als levensdelicten; het seksuele luik keert terug in art. 150/1.zeker · 80% - Art. 69. Voorrangsregeling
oud art. 49
Wanneer de goederen van de veroordeelde ontoereikend zijn om de veroordelingen tot geldboete, teruggave en schadevergoeding te dekken, hebben de twee laatstgenoemde veroordelingen de voorrang.
Bij samentreffen van geldboete en aan de Staat verschuldigde gerechtskosten, worden de betalingen, door de veroordeelden gedaan, het eerst op die gerechtskosten toegerekend. (Deze betalingen stuiten de verjaringstermijn van zowel de geldboete als van de gerechtskosten.)
De voorrangsregeling bij ontoereikend vermogen van de veroordeelde (teruggave/schadevergoeding vóór geldboete en kosten) is nagenoeg letterlijk overgenomen in art. 69, uitgebreid met de geldstraf op basis van het wederrechtelijk verkregen voordeel.zeker · 85% - Art. 68. Hoofdelijkheid
oud art. 50
Alle wegens eenzelfde misdrijf veroordeelde personen zijn hoofdelijk gehouden tot de gerechtskosten, wanneer zij door eenzelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld.
Nochtans kan de rechter alle veroordeelden of enige van hen vrijstellen van de hoofdelijkheid, mits hij de redenen van die vrijstelling opgeeft en het door ieder persoonlijk te dragen aandeel in de kosten bepaalt.
Personen, door onderscheidene vonnissen of arresten veroordeeld, zijn alleen wegens daden van vervolging, die hun gemeen zijn, hoofdelijk gehouden tot de kosten.
Vrijwel woordelijk overgenomen bepaling over de hoofdelijkheid van mededaders voor de gerechtskosten.zeker · 95% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 51
Strafbare poging bestaat, wanneer het voornemen om een misdaad of een wanbedrijf te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad of van dat wanbedrijf uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist.
De definitie van strafbare poging (begin van uitvoering dat staakt of mislukt door omstandigheden onafhankelijk van de wil van de dader) is inhoudelijk overgenomen in art. 9 §1.zeker · 85% - Art. 25. Geestesstoornis , Art. 22. Onweerstaanbare dwang
oud art. 71
Er is geen misdrijf wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan ... of wanneer hij gedwongen werd door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan.
De twee schulduitsluitingsgronden zijn elk in een apart artikel ondergebracht met vrijwel identieke inhoud: geestesstoornis in art. 25 en onweerstaanbare dwang in art. 22.zeker · 90% - Art. 28. Verzwarende factoren
oud art. 78bis
Indien de wet voorziet in verzwarende factoren, moet de rechter deze factoren in overweging nemen wanneer hij de straf of de maatregel en de zwaarte ervan kiest, zonder dat hij een straf kan opleggen die hoger is dan de maximumstraf op dit misdrijf gesteld.
Nagenoeg woordelijk overgenomen: verzwarende factoren die de rechter in overweging moet nemen, zonder een straf van hoger niveau te mogen opleggen.zeker · 93% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 78ter
De discriminerende drijfveer van de dader is een verzwarende factor bij alle misdrijven, behoudens in die gevallen waarin de wet van de discriminerende drijfveer een verzwarende omstandigheid maakt.
Een misdrijf wordt geacht te zijn gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het tweede lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De discriminerende drijfveer als verzwarende factor is overgenomen, met een geactualiseerde en uitgebreide lijst van beschermde kenmerken, maar inhoudelijk dezelfde regel.zeker · 93% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden
oud art. 79
Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, worden de criminele straffen verminderd of gewijzigd overeenkomstig de volgende bepalingen.
Het algemene beginsel dat verzachtende omstandigheden leiden tot vermindering of wijziging van de straf is behouden, nu ingebed in het strafniveausysteem.zeker · 82% - Art. 73. Dood van de veroordeelde
oud art. 86
Straffen, uitgesproken bij onherroepelijk geworden arresten of vonnissen, gaan teniet door de dood van de veroordeelde. (Het verlies van rechtspersoonlijkheid van de veroordeelde rechtspersoon doet de straf niet vervallen.)
Vrijwel woordelijk gelijk: straffen gaan teniet door de dood van de veroordeelde, en het verlies van rechtspersoonlijkheid van de veroordeelde rechtspersoon doet de straf niet vervallen.zeker · 95% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 91
(Behoudens straffen met betrekking tot misdrijven, zoals bepaald in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater, verjaren criminele straffen) door verloop van twintig jaren, te rekenen van de dagtekening van de arresten of vonnissen waarbij zij zijn uitgesproken.
Artikel 74 bundelt alle verjaringstermijnen en behoudt de termijn van twintig jaar voor de zwaarste straffen, nu uitgedrukt als straffen van niveau 7 en 8. De onverjaarbaarheid geldt nog steeds voor genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, en de termijn loopt voortaan vanaf het in kracht van gewijsde treden in plaats van vanaf de dagtekening van de uitspraak.zeker · 80% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 92
Behoudens straffen met betrekking tot misdrijven zoals bepaald in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater, die onverjaarbaar zijn, verjaren correctionele straffen door verloop van vijf jaren, te rekenen van de dagtekening van het arrest of van het in laatste aanleg gewezen vonnis, of te rekenen van de dag waarop het in eerste aanleg gewezen vonnis niet meer kan worden bestreden bij wege van hoger beroep.
Indien de uitgesproken straf drie jaar te boven gaat, is de verjaringstermijn tien jaren.
Indien de uitgesproken gevangenisstraf twintig jaar te boven gaat, is de verjaringstermijn twintig jaren.
De getrapte verjaring van correctionele straffen is in artikel 74 omgezet naar strafniveaus: tien jaar voor straffen van niveau 4, 5 en 6 en vijf jaar voor straffen van niveau 1, 2 en 3. Nieuw is de regel dat de verjaringstermijn nooit korter is dan de duur van de opgelegde straf.zeker · 80% - Art. 75. Verjaring van burgerrechtelijke veroordelingen
oud art. 99
Burgerlijke veroordelingen, uitgesproken bij arresten of vonnissen gewezen in criminele, correctionele of politiezaken, verjaren naar de regels van het burgerlijk recht, te rekenen van de dag waarop zij onherroepelijk zijn geworden.
De onwaardigheid om te erven, door de rechter uitgesproken op grond van artikel 46, verjaart niet. Ze kan opgeheven worden door vergiffenis, door het slachtoffer geschonken overeenkomstig artikel 4.7 van het Burgerlijk Wetboek.
Nagenoeg woordelijk overgenomen: burgerrechtelijke veroordelingen verjaren volgens de regels van het burgerlijk recht, en de onwaardigheid om te erven verjaart niet.zeker · 93% - Art. 76. Gevolgen van de veroordelingen uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie
oud art. 99bis
De veroordelingen uitgesproken door de strafgerechten van een andere lidstaat van de Europese Unie worden in aanmerking genomen onder dezelfde voorwaarden als de veroordelingen uitgesproken door de Belgische strafgerechten en hebben dezelfde rechtsgevolgen als deze veroordelingen.
De in het eerste lid vermelde regel is niet van toepassing op het geval bedoeld in artikel 65, tweede lid.
Nagenoeg woordelijk overgenomen: veroordelingen van een andere EU-lidstaat worden op dezelfde voet in aanmerking genomen, met toevoeging dat elke gelijkwaardige straf meetelt.zeker · 90% - Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten
oud art. 100
(Bij gebreke van andersluidende bepalingen in bijzondere wetten en verordeningen, worden de bepalingen van het eerste boek van dit wetboek toegepast op de misdrijven die bij die wetten en verordeningen strafbaar zijn gesteld, met uitzondering van hoofdstuk VII (...) en van artikel 85.)
(Lid 2 opgeheven)
De kernregel (subsidiaire toepassing van boek I op bijzondere wetten en boek II) is identiek overgenomen; de vroegere uitzondering voor hoofdstuk VII en artikel 85 vervalt omdat die bepalingen niet meer bestaan.zeker · 85% - Art. 551. Aanslag op het leven van de Koning of de vermoedelijke troonopvolger niveau 8, Art. 552. Aanslag op de persoon van de Koning niveau 6, Art. 553. Zware aanslag op de persoon van de Koning niveau 7
oud art. 101
De aanslag op het leven of op de persoon van de Koning wordt gestraft met (levenslange opsluiting).
De aanslag op de persoon van de Koning wordt gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar), indien hij geen schending van zijn vrijheid ten gevolge heeft en hem noch bloedstorting, noch verwonding, noch ziekte veroorzaakt.
De aanslag op het leven van de Koning komt overeen met art. 551 (niveau 8), de aanslag op zijn persoon zonder ernstig gevolg met art. 552 (niveau 6) en de aanslag met verwondings-, vrijheids- of ziektegevolg met de zware aanslag van art. 553 (niveau 7); de strafmaat ligt iets lager dan de oude levenslange opsluiting/20-30 jaar.zeker · 80% - Art. 551. Aanslag op het leven van de Koning of de vermoedelijke troonopvolger niveau 8, Art. 554. Aanslag op de persoon van de vermoedelijke troonopvolger niveau 5, Art. 555. Zware aanslag op de persoon van de vermoedelijke troonopvolger niveau 6
oud art. 102
De aanslag op het leven van de vermoedelijke troonopvolger wordt gestraft met levenslange opsluiting.
De aanslag op zijn persoon wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
De aanslag op zijn persoon wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar indien hij geen schending van zijn vrijheid tot gevolg heeft en bij hem noch bloedstorting, noch verwonding, noch ziekte veroorzaakt.
Analoge opbouw als art. 101 maar voor de vermoedelijke troonopvolger: aanslag op het leven -> art. 551, gewone aanslag op de persoon -> art. 554 (niveau 5), aanslag met ernstig gevolg -> zware aanslag art. 555 (niveau 6).zeker · 80% - Art. 542. Aanslag op de staatsordening niveau 7
oud art. 104
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De aanslag ondernomen met het oogmerk om hetzij de regeringsvorm of de orde van troonopvolging te vernietigen of te veranderen, hetzij de burgers of de inwoners de wapens te doen opnemen tegen het koninklijk gezag, de Wetgevende Kamers of een daarvan, wordt gestraft met (hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar).
Vrijwel woordelijke overname: aanslag met het oogmerk de staatsordening of troonopvolging te vernietigen/wijzigen of wapens te doen opnemen tegen de wetgevende macht/het grondwettelijk gezag, nu bestraft met niveau 7 in plaats van hechtenis van 20 tot 30 jaar.zeker · 90% - Art. 558. Samenspanning tegen de monarchie , Art. 559. Voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie
oud art. 107
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Samenspanning tegen het leven of tegen de persoon van de vermoedelijke troonopvolger wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien er een daad op gevolgd is om de uitvoering ervan voor te bereiden, en met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar in het tegenovergestelde geval.
Zowel de loutere samenspanning (art. 558) als de samenspanning gevolgd door een voorbereidingsdaad (art. 559) tegen de vermoedelijke troonopvolger zijn terug te vinden, met een lagere strafmaat dan de oude 5 tot 15 jaar opsluiting.zeker · 85% - Art. 543. Samenspanning tegen de staatsordening niveau 3, Art. 544. Voorbereiding van een aanslag op de staatsordening niveau 4
oud art. 109
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De samenspanning gesmeed met het oogmerk om een der in artikel 104 vermelde doeleinden te bereiken, wordt gestraft met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar, indien enige daad is gepleegd om de uitvoering ervan voor te bereiden, en met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar in het tegenovergestelde geval.
De loutere samenspanning tegen de staatsordening (art. 543) en de samenspanning gevolgd door voorbereidingshandelingen (art. 544) dekken beide scenario's uit het oude artikel, met een lagere strafmaat dan de oude 5 tot 15 jaar hechtenis.zeker · 85% - Art. 80. Bijzondere definities
oud art. 110
Samenspanning bestaat zodra verscheidene personen samen het besluit hebben genomen om te handelen.
De definitie van samenspanning in art. 80 ('elk opzettelijk gezamenlijk genomen besluit... om een aanslag te plegen') zet de oude regel vrijwel woordelijk voort.zeker · 90% - Art. 564. Definities
oud art. 112/1
Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet onder het begrip "staatsgeheim" worden begrepen voorwerpen, plannen, documenten of inlichtingen die geheim moeten worden gehouden aangezien hun bekendmaking van aard is dat het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, de veiligheid van de Staat, de verdediging van het grondgebied, de internationale betrekkingen, het economisch of wetenschappelijk potentieel van het land, de veiligheid van Belgen in het buitenland of de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat aan te tasten.
De definitie van 'staatsgeheim' is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 564, 3°.zeker · 95% - Art. 569. Opnemen van de wapens tegen België of een bondgenoot niveau 8
oud art. 113
(Iedere Belg die de wapens tegen België opneemt, wordt gestraft met (levenslange hechtenis).) <B 11-10-1916, art. 1>
(Voor de toepassing van deze bepaling geldt als het opnemen van de wapens tegen België het feit dat men voor de vijand wetens een taak vervult van strijd, vervoer, arbeid of bewaking, die normaal op de vijandelijke legers of hun diensten rust.) <B 17-12-1942, art. 1>
Het opnemen van de wapens tegen België ten voordele van de vijand is overgenomen in art. 569, met dezelfde zware strafmaat (niveau 8), nu ook uitgebreid tot personen met een verblijfstitel in plaats van enkel Belgen.zeker · 85% - Art. 565. Oorlogsuitlokking niveau 7
oud art. 114
Hij die met een vreemde mogendheid of met enige persoon die in het belang van een vreemde mogendheid handelt, kuiperijen pleegt of in verstandhouding treedt met het oogmerk of die mogendheid tot het voeren van oorlog tegen België te bewegen of om haar daartoe middelen te verschaffen, wordt gestraft met hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar. Indien daaruit vijandelijkheden zijn gevolgd, wordt hij gestraft met levenslange hechtenis.
Oorlogsuitlokking via kuiperij met een vreemde mogendheid is overgenomen in art. 565, al is de strafmaat (niveau 7) lager dan de oude mogelijke levenslange hechtenis wanneer daadwerkelijk vijandelijkheden volgden.zeker · 80% - Art. 570. Vergemakkelijken van de opmars van de vijand niveau 8, Art. 571. Verschaffen van mankracht of goederen aan de vijand niveau 8, Art. 574. Aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat niveau 6
oud art. 115
§ 1. (Met (levenslange hechtenis) wordt gestraft :
Hij die het betreden van het grondgebied van het Rijk voor de vijanden van de Staat vergemakkelijkt;
Hij die hun steden, vestingen, plaatsen, posten, havens, magazijnen, arsenalen, schepen of vaartuigen, die aan België toebehoren, overlevert;
Hij die hen helpt door het verschaffen van soldaten, manschappen, geld, levensmiddelen, wapens of munitie;
Hij die de voortgang van hun wapens op het grondgebied van het Rijk of tegen de Belgische strijdkrachten te land of ter zee bevordert, door officieren, soldaten, matrozen of andere burgers in hun trouw aan de Koning en de Staat te doen wankelen.
In de voormelde gevallen wordt de strafbare poging gelijkgesteld met de misdaad zelf.
De samenspanning die een van deze misdaden ten doel heeft, wordt gestraft met (hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar), indien er een daad op gevolgd is om de uitvoering ervan voor te bereiden, en met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar in het tegenovergestelde geval.)
§ 2. (De bepaling van § 1, vierde lid, is op hem die in het door de vijand bezette grondgebied verblijft, alleen dan toepasselijk :
1° Indien hij, hetzij rechtstreeks, hetzij door een tussenpersoon of als tussenpersoon, de vijanden van de Staat helpt door het verschaffen van soldaten, manschappen, geld, levensmiddelen bestemd voor de ravitaillering van de vijand, oorlogsmateriaal voor aanval of verdediging, eigenlijke oorlogsmunitie, onderdelen bestemd voor de vervaardiging van dat materiaal of van die munitie, kleding- of uitrustingsstukken waarvan hij weet dat zij voor militair gebruik bestemd zijn, of indien hij te hunnen behoeve een onderneming van werken tot het aanleggen, inrichten of camoufleren van versterkingen, vliegvelden of alle andere voor militaire doeleinden bestemde bouwwerken of installaties opricht of leidt;
2° Indien hij hun, hetzij rechtstreeks, hetzij door een tussenpersoon of als tussenpersoon, grondstoffen, materialen of produkten verschaft, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn voor de vervaardiging van dat oorlogsmateriaal, van die munitie of van die kleding- of uitrustingsstukken of voor de uitvoering van die werken, tenzij hij bij deze leveringen alle te zijner beschikking staande middelen heeft aangewend om zich tegen het uitvoeren van de bestellingen van de vijanden van de Staat te verzetten;
3° Indien hij hun, hetzij rechtstreeks, hetzij door een tussenpersoon of als tussenpersoon, grondstoffen of bewerkte stoffen, produkten, levensmiddelen of dieren verschaft, wanneer die levering is geschied ingevolge aanzoeken of stappen gedaan bij hen of bij tussenpersonen die voor hun rekening handelen, of wanneer zij de oprichting, de verbouwing of de vergroting van de onderneming of de wijziging van de aard of van de bedrijfsmethoden daarvan heeft nodig gemaakt, of wanneer de produktie op een abnormaal peil is gehouden of tot dat peil is opgevoerd om hun bestellingen te kunnen uitvoeren, of wanneer de leverancier hun hulp heeft ingeroepen om sociale geschillen te beslechten of diensten van tegensabotage heeft ingericht;
4° Indien hij zijn werkzaamheid te hunnen dienste stelt om voor hun rekening de grondstoffen, bewerkte stoffen, produkten, levensmiddelen of dieren, onder 1°, 2° en 3° hierboven bedoeld, te verzamelen.) <B 25-05-1945, art. 1>
De verschillende gedragingen (opmars van de vijand vergemakkelijken, mankracht/goederen verschaffen, trouw aan de Staat doen wankelen) zijn elk in een apart artikel (570, 571, 574) overgenomen, met niveau 8/8/6 in plaats van de oude levenslange hechtenis.zeker · 80% - Art. 581. Reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim aan de vijand niveau 7
oud art. 116
Met (levenslange hechtenis) wordt gestraft hij die voorwerpen, plans, geschriften, bescheiden of inlichtingen die voor de vijand geheim moeten worden gehouden in het belang van de verdediging van het grondgebied of van de veiligheid van de Staat, geheel of ten dele, in origineel of in reproduktie wetens overlevert of meedeelt aan een vijandelijke mogendheid of aan enige persoon die in het belang van een vijandelijke mogendheid handelt.
Het overleveren of meedelen van staatsgeheimen aan de vijand is overgenomen in art. 581, met niveau 7 in plaats van de oude levenslange hechtenis.zeker · 85% - Art. 576. Reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep niveau 4, Art. 577. Reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep door bijzondere personen niveau 5
oud art. 118
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar wordt gestraft, hij die geheel of ten dele, in origineel of reproductie, wetens een staatsgeheim reproduceert, bekendmaakt of overdraagt aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep of een persoon die in het belang van een vreemde Staat of dergelijke buitenlandse gewapende groep handelt, alsook het wetens onderhoudt van contacten met het oog op het plegen van dergelijke reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim.
Indien de schuldige met een openbaar ambt of mandaat bekleed was, of een opdracht vervulde of een werk verrichtte die hem door een Belgische regering of een lid daarvan waren toevertrouwd, wordt hij gestraft met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).
De basisvorm (overdracht van staatsgeheim aan vreemde staat/gewapende groep) komt overeen met art. 576 (niveau 4), de verzwarende omstandigheid voor ambts- of mandaatdragers met art. 577 (niveau 5).zeker · 85% - Art. 582. Reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim niveau 4
oud art. 119
Met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro wordt gestraft hij die met het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een Staat waarmee België met het oog op een gemeenschappelijke verdediging door een internationale overeenkomst is verbonden, een staatsgeheim, geheel of ten dele, in origineel of in reproductie, overlevert of meedeelt aan een persoon die onbevoegd is om die in ontvangst te nemen of er kennis van te nemen.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, zonder toelating van de bevoegde overheid, een staatsgeheim reproduceert, openbaar maakt of bekend maakt met het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een Staat waarmee België met het oog op een gemeenschappelijke verdediging door een internationale overeenkomst is verbonden.
Vrijwel woordelijke overname in art. 582 (niveau 4) van het overleveren/reproduceren van een staatsgeheim met het oogmerk de essentiële belangen van België of een verbonden Staat te schaden.zeker · 90% - Art. 583. Reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat niveau 4
oud art. 119/1
Met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met een geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro wordt gestraft hij die wetens een staatsgeheim dat geheim moeten worden gehouden in het belang van de verdediging van het grondgebied of van de uitwendige veiligheid van de Staat, geheel of ten dele, in origineel of in reproductie, overlevert of meedeelt aan een persoon die onbevoegd is om die in ontvangst te nemen of er kennis van te nemen.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, wetens, zonder toelating van de bevoegde overheid, een staatsgeheim dat geheim moet worden gehouden in het belang van de verdediging van het grondgebied of van de uitwendige veiligheid van de Staat, reproduceert, openbaar maakt of bekend maakt.
De bestanddelen komen vrijwel woordelijk overeen: het overleveren of meedelen aan een onbevoegde en het reproduceren of bekendmaken zonder toelating van een staatsgeheim inzake de landsverdediging of de uitwendige veiligheid. De straf gaat van zes maanden tot vijf jaar gevangenis met geldboete naar een straf van niveau 4, en de poging is nu uitdrukkelijk strafbaar.zeker · 92% - Art. 584. Verzwaarde reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat niveau 5
oud art. 119/2
Indien de reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat wordt gepleegd met het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een Staat waarmee België met het oog op een gemeenschappelijke verdediging door een regionale regeling is verbonden, wordt dit misdrijf bestraft met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar.
Nagenoeg woordelijke overname van de verzwarende variant in art. 584 (niveau 5).zeker · 95% - Art. 586. Onbevoegd ontvangen van een staatsgeheim niveau 3
oud art. 120
Hij die willens een staatsgeheim, geheel of ten dele, in origineel of reproductie aanschaft of ontvangt zonder bevoegd te zijn dit in ontvangst te nemen of er kennis van te nemen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie tot vijf jaar en een geldboete van drieduizend tot vijfduizend euro.
Artikel 586 herneemt het onbevoegd aanschaffen of ontvangen van een staatsgeheim, maar voegt een bijzonder opzet toe, namelijk het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een bondgenoot, en stelt de poging uitdrukkelijk strafbaar. De oude straf van drie tot vijf jaar gevangenis en drieduizend tot vijfduizend euro geldboete wordt een straf van niveau 3.zeker · 85% - Art. 588. Vergaren of overmaken van militaire inlichtingen niveau 3
oud art. 120bis
Met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro wordt gestraft :
1° Hij die, onder een vermomming of met verheling van zijn identiteit, beroep, hoedanigheid of nationaliteit, of door een handeling die ten doel heeft de voor de bewaking aangestelde personen te misleiden of hun waakzaamheid te verschalken, zich toegang verschaft hetzij tot een fort of enig verdedigingswerk, een post, een schip van de Staat of een schip door de Staat opgeëist of bevracht, een militaire, zeevaart- of luchtvaartinrichting, een militair depot, magazijn of park, hetzij tot een werkhuis, een werkplaats of een laboratorium waar werken in verband met de verdediging van het grondgebied voor de Staat worden uitgevoerd;
2° Hij die door een van de middelen, vermeld in het vorige lid, een plan opneemt, verkeerswegen, middelen van verbinding of van overseining verkent of inlichtingen inwint die van belang zijn voor de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat;
3° Hij die enig middel van verbinding of van overseining inricht of aanwendt met het oogmerk om inlichtingen die van belang zijn voor de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat, in te winnen of over te zenden, zonder dat hij daartoe bevoegd is.
De drie gedragingen (toegang onder vermomming, verkenning/inlichtingen inwinnen, communicatiemiddelen organiseren) zijn samengebracht in het ene art. 588 (niveau 3).zeker · 90% - Art. 591. Opnames of opmetingen maken van militaire installaties, militaire domeinen of militaire communicatie of de verspreiding hiervan niveau 2, Art. 592. Betreden van een militaire installatie of een militair domein niveau 2
oud art. 120ter
Met gevangenisstraf van acht dagen tot (een jaar) en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro wordt gestraft :
1° Hij die, zonder verlof van de militaire of luchtvaartoverheid, binnen een afstand van een myriameter of binnen enige andere door de minister van Landsverdediging later te bepalen afstand van een versterkte plaats, van een verdedigingswerk, van een post, van een militaire inrichting, van een luchtvaartinrichting, die niet een vliegveld of luchtvaartstation is, van een militair depot, magazijn of park, welke afstand gerekend wordt vanaf de buitenwerken, door enig procédé topografische opmetingen of verrichtingen doet of fotografische opnamen maakt van een van die plaatsen, werken of inrichtingen, of reprodukties van die opnamen uitgeeft, tentoonstelt, verkoopt of verspreidt;
2° Hij die, zonder verlof, hetzij de bekledingen of de glooiingen van de versterkingen, hetzij de muren, afsluitingen, hekken, omheiningen, hagen of andere omschuttingen die zich bevinden op militaire terreinen, beklimt of overschrijdt, of een fort of een van de andere in artikel 120bis, 1°, bedoelde inrichtingen betreedt.
Het maken en verspreiden van opnames/opmetingen van militaire installaties is overgenomen in art. 591, het betreden/beklimmen van militair domein in art. 592, beide bestraft met niveau 2.zeker · 85% - Art. 594. Foute omgang met een staatsgeheim niveau 2
oud art. 120quinquies
Wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro hij die, door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid en in strijd met de geldende regelgeving, een staatsgeheim hetzij verplaatst of in zijn bezit houdt, hetzij geheel of ten dele laat vernietigen, ontvreemden of wegnemen, zelfs tijdelijk, of er geheel of ten dele kennis, afschrift of reproductie van laat nemen.
Vrijwel woordelijke overname van de schuldvariant (ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bij omgang met een staatsgeheim) in art. 594 (niveau 2).zeker · 90% - Art. 596. Verstrekken van foute essentiële informatie niveau 3
oud art. 120quinquies/1
Hij die met bedrieglijk opzet foute informatie verstrekt of vervalste of gewijzigde documenten overhandigt aan een Belgische overheid, dan wel correcte informatie verbergt, die van aard is het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, de veiligheid van de Staat, de verdediging van het grondgebied, de internationale betrekkingen, het economisch of wetenschappelijk potentieel van het land, de veiligheid van Belgen in het buitenland of de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat aan te tasten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en een geldboete van drieduizend tot vijfduizend euro.
Vrijwel woordelijke overname in art. 596 (niveau 3) van het met bedrieglijk opzet verstrekken van foute essentiële informatie aan de overheid.zeker · 92% - Art. 590. Hulp verschaffen aan daders van bepaalde misdrijven met betrekking tot een staatsgeheim niveau 1
oud art. 120septies
Hij die wetens een onderdak, schuilplaats of vergaderruimte verschaft aan personen die de in de artikelen 120 of 120bis bedoelde strafbare feiten hebben gepleegd of hebben gepoogd dit te doen, hulp biedt aan deze personen bij hun communicatie of zaken verbergt die gediend hebben of moesten dienen voor het plegen van die misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikelen 66 en 67.
Het verschaffen van onderdak of hulp aan daders van staatsgeheim-misdrijven is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 590 (niveau 1).zeker · 88% - Art. 579. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 580. Strafverminderende verschoningsgrond
oud art. 120octies/1
De persoon die vóór dat enig staatsgeheim wordt overgedragen aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep of aan een derde met het oog op de latere verdere overdracht aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep, zijn contacten met het oog op het plegen van dergelijke overdracht aan de overheid ter kennis brengt, wordt niet gestraft.
Indien de persoon de essentiële elementen van de door hem gepleegde overdracht van staatsgeheim aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep, dan wel aan een derde met het oog op de latere verdere overdracht aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep, ter kennis brengt van de overheid wordt de straf vervangen overeenkomstig artikel 80.
Beide verschoningsgronden (strafuitsluitend bij melding vóór de overdracht, strafverminderend bij melding erna) zijn woordelijk overgenomen in art. 579 en 580.zeker · 95% - Art. 597. Aangifte aan de vijand niveau 3, Art. 598. Aangifte aan de vijand met langdurige vrijheidsberoving tot gevolg niveau 4, Art. 599. Aangifte aan de vijand met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 5, Art. 600. Aangifte aan de vijand met de dood tot gevolg niveau 6
oud art. 121bis
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft hij die wetens, door aangifte van een werkelijk of denkbeeldig feit, enige persoon aan opsporingen, vervolgingen of gestrengheden van de vijand blootstelt.
Hij wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, indien de aangifte voor enige persoon vrijheidsberoving van meer dan een maand ten gevolge heeft, en zulks niet veroorzaakt is door een andere aangifte.
Hij wordt gestraft met levenslange opsluiting, indien de aangifte voor enige persoon ter oorzake van de ondergane hechtenis of behandeling ten gevolge heeft hetzij de dood, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking en zulks niet veroorzaakt is door een ander aangifte.
Alle vier verzwaringstrappen (basisvorm, langdurige vrijheidsberoving, ernstige integriteitsaantasting, dood) van aangifte aan de vijand zijn teruggevonden in art. 597 tot en met 600.zeker · 90% - Art. 607. Vernieling of brandstichting ter bevoordeling van de vijand
oud art. 122
Wanneer zaken in brand gestoken of door enigerlei middel vernield worden met het oogmerk de vijand te begunstigen, worden de straffen die bij Titel IX, Hoofdstuk III, op deze feiten gesteld zijn, vervangen als volgt :
gevangenisstraf door opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
opsluiting van vijf jaar tot tien jaar door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar door opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar;
opsluiting van vijftien jaar en meer door levenslange opsluiting;
poging tot brandstichting of vernieling wordt beschouwd als zijnde de misdaad zelf.
De verzwaring van brandstichting/vernieling ter bevoordeling van de vijand, inclusief de gelijkstelling van poging met voltooid misdrijf, is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 607.zeker · 92% - Art. 567. Blootstelling aan oorlogsdreiging niveau 4, Art. 568. Blootstelling aan oorlogsdreiging met vijandelijkheden tot gevolg niveau 5
oud art. 123
Hij die door vijandelijke handelingen, door de Regering niet goedgekeurd, de Staat aan vijandelijkheden van een vreemde mogendheid blootstelt, wordt gestraft met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar, en, indien daaruit vijandelijkheden zijn gevolgd, met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar.
De basisvorm en de verzwaarde vorm (met daadwerkelijk gevolgde vijandelijkheden) van blootstelling aan oorlogsdreiging zijn overgenomen in art. 567 en 568.zeker · 90% - Art. 610. Samenspanning met het oog op een misdrijf dat de landsverdediging kan belemmeren niveau 2, Art. 611. Samenspanning met het oog op een misdrijf dat de landsverdediging kan belemmeren in oorlogstijd niveau 3
oud art. 123quater
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De samenspanning om een misdaad of een wanbedrijf tegen personen of eigendommen te plegen, gesmeed met het oogmerk om in oorlogstijd hetzij de verdediging van het grondgebied, hetzij de mobilisatie, hetzij de wapen-, munitie- of levensmiddelenvoorziening van het leger te belemmeren, wordt, onverminderd de toepassing van strengere bepalingen, gestraft met de straffen, in artikel 123bis bepaald.
Wordt de samenspanning in oorlogstijd gesmeed, dan wordt zij met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) gestraft.
Zowel de basisvorm als de oorlogstijdvariant van samenspanning met het oog op het belemmeren van de landsverdediging zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 610 en 611.zeker · 88% - Art. 393. Onwettige lichting van gewapende krijgsbenden niveau 3
oud art. 126
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met hechtenis van vijf tot tien jaar worden gestraft zij die gewapende krijgsbenden lichten of doen lichten, krijgslieden aanwerven of ronselen, doen aanwerven of doen ronselen, of hun hetzij wapens, hetzij munitie leveren of verschaffen, zonder bevel of verlof van de Regering.
Het onwettig lichten van gewapende krijgsbenden, ronselen van krijgslieden of leveren van wapens/munitie is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 393 (niveau 3).zeker · 90% - Art. 398. Onwettige militaire bevelvoering niveau 4
oud art. 127
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar worden gestraft :
Zij die, zonder recht of wettige reden, het bevel nemen over een legerkorps, over troepen, over een oorlogsschip, een versterkte plaats, een post, een haven, een stad;
Zij die tegen het bevel van de Regering enig militair bevel behouden;
Bevelhebbers die hun leger of hun troep bijeenhouden nadat de afdanking of de ontbinding ervan is gelast.
Bijna woordelijke overname van het onwettig bevel nemen over legerkorps, schip, vesting, post, haven of stad en het niet ontbinden van troepen; straf daalt van hechtenis vijf tot tien jaar naar niveau 4.zeker · 95% - Art. 401. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 134
Geen straf wordt uit hoofde van oproer uitgesproken tegen hen die van die benden deel uitmaken zonder daarin enig bevel te voeren en zonder daarin enige bediening of enige functie te vervullen en die zich verwijderen op de eerste waarschuwing van de burgerlijke of de militaire overheid, of zelfs naderhand, wanneer zij buiten de plaats van de oproerige bijeenkomst worden gevat zonder tegenstand te bieden en zonder wapens.
Zij worden echter gestraft wegens de andere misdaden of wanbedrijven die zij persoonlijk hebben gepleegd.
De straffeloosheid voor gewone leden die zich bij de eerste waarschuwing terugtrekken of zonder verzet en wapens gevat worden, is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 401.zeker · 90% - Art. 546. Aanvaarding van buitenlandse steun aan ondermijning van de essentiële nationale belangen niveau 3
oud art. 135bis
Hij die een democratisch beslissingsproces beïnvloedt of tracht te beïnvloeden, met het oogmerk om de democratische en grondwettelijke orde, de soevereiniteit of onafhankelijkheid van het Rijk, de veiligheid van de Staat, de verdediging van het Rijk, de internationale betrekkingen, het economisch of wetenschappelijk potentieel van het land of de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat aan te tasten, ten dienste van een vreemde Staat of een persoon, onderneming of organisatie, uit het buitenland of onder controle van een vreemde Staat of van een persoon, onderneming of organisatie uit het buitenland, door hetzij onwettige of frauduleuze middelen hetzij het ontvangen van giften of enig ander voordeel van een buitenlandse persoon of organisatie dat geheel of gedeeltelijk bestemd is om in het Rijk activiteiten die de voormelde belangen kunnen aantasten, te ontplooien, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met een geldboete van duizend euro tot twintigduizend euro.
In alle gevallen van overtreding van deze bepaling worden de ontvangen zaken verbeurd verklaard ....
De ontzetting van de uitoefening van de rechten, genoemd in artikel 31, eerste lid, of van sommige van die rechten kan worden uitgesproken voor een termijn van vijf jaar tot tien jaar.
De strafbaarstelling van buitenlandse inmenging in een democratisch beslissingsproces ten dienste van een vreemde staat of organisatie is nagenoeg letterlijk overgenomen in artikel 546; straf daalt van gevangenisstraf drie tot vijf jaar naar niveau 3.zeker · 90% - Art. 624. Werven van een minderjarige voor een vreemd leger niveau 3
oud art. 135quater
Met gevangenisstraf (van drie maanden tot 2 jaar), wordt gestraft hij die van een minderjarige verkrijgt dat deze zonder toestemming van zijn ouders, zijn voogd of zijn curator dienst neemt in een vreemd leger of een vreemde troep.
Het verkrijgen dat een minderjarige zonder toestemming van de ouders dienst neemt in een vreemd leger, is nagenoeg identiek overgenomen in artikel 624; straf daalt van gevangenisstraf drie maanden-twee jaar naar niveau 3.zeker · 90% - Art. 82. Misdaad van genocide niveau 8
oud art. 136bis
De misdaad van genocide, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, is een internationaal-rechtelijke misdaad en wordt gestraft volgens de bepalingen van deze titel. In overeenstemming met het Verdrag van 9 december 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, en onverminderd de strafrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op misdrijven door nalatigheid, wordt onder de misdaad van genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om, geheel of gedeeltelijk, een nationale, etnische of godsdienstige groep of rassengroep uit te roeien, en wel :
1° doden van leden van de groep;
2° toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
3° opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden bedoeld om de lichamelijke vernietiging van de gehele groep of van een gedeelte ervan te veroorzaken;
4° opleggen van maatregelen bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
5° gewelddadig overbrengen van kinderen van een groep naar een andere groep.
De misdaad van genocide is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 82, met dezelfde vijf gedragingen; bestraft met niveau 8.zeker · 97% - Art. 83. Misdaad tegen de mensheid niveau 8
oud art. 136ter
De misdaad tegen de mensheid, zoals hierna omschreven, gepleegd zowel in vredes- als in oorlogstijd, is een internationaal-rechtelijke misdaad en wordt gestraft volgens de bepalingen van deze titel. In overeenstemming met het Statuut van het Internationaal Strafhof wordt onder misdaad tegen de mensheid verstaan een van de volgende handelingen gepleegd in het kader van een veralgemeende of stelselmatige aanval op burgerbevolking en met kennis van bedoelde aanval :
1° doodslag;
2° uitroeiing;
3° verlaging tot slavernij;
4° gedwongen deportatie of overbrenging van bevolking;
5° gevangenneming of elke andere vorm van ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid met schending van de fundamentele bepalingen van het internationaal recht;
6° martelen;
7° verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie en elke andere vorm van seksueel geweld met een vergelijkbare ernst;
8° vervolging van enige groep of van enige identificeerbare collectiviteit wegens politieke, raciale, nationale, etnische, culturele, godsdienstige of seksistische redenen of wegens andere in het internationaal recht als universeel onaanvaardbaar erkende criteria, in samenhang met iedere handeling bedoeld in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater;
9° gedwongen verdwijningen van personen;
10° apartheid;
11° andere onmenselijke handelingen van vergelijkbare aard waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt.
De misdaad tegen de mensheid is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 83, met dezelfde opsomming van gedragingen; bestraft met niveau 8.zeker · 97% - Art. 90. Voorbereidende handelingen
oud art. 136sexies
Zij die een werktuig, een toestel of enig voorwerp voortbrengen, onder zich houden of vervoeren, een bouwwerk oprichten of een bestaand bouwwerk veranderen, in de wetenschap dat het werktuig, het toestel, het voorwerp, het bouwwerk of de verandering bestemd is om een van de in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater genoemde misdrijven te plegen of het plegen ervan te vergemakkelijken, worden gestraft met de straf bepaald voor het misdrijf waarvan zij het plegen hebben mogelijk gemaakt of vergemakkelijkt.
De strafbaarstelling van voorbereidende handelingen (werktuigen, toestellen, bouwwerken) voor internationale misdaden is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 90.zeker · 90% - Art. 92. Strafbare deelneming en aansprakelijkheid van de meerdere
oud art. 136septies
Met de op het voltooide misdrijf gestelde straf worden gestraft :
1° het bevel, zelfs zonder dat dit gevolgen heeft gehad, om een van de in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater omschreven misdrijven te plegen;
2° het voorstel of het aanbod om een zodanig misdrijf te plegen en het aanvaarden van een zodanig voorstel of aanbod;
3° het aanzetten tot het plegen van een zodanig misdrijf, zelfs zonder dat dit gevolgen heeft gehad;
4° de deelneming, in de zin van de artikelen 66 en 67, aan het plegen van een zodanig misdrijf zelfs zonder dat dit gevolgen heeft gehad;
5° het verzuim gebruik te maken van de mogelijkheid tot handelen vanwege zij die kennis hebben van bevelen, gegeven met het oog op de uitvoering van een dergelijk misdrijf of van feiten die een begin van uitvoering hiervan vormen, ofschoon zij de voltooiing ervan konden verhinderen of konden doen ophouden;
6° de poging, in de zin van de artikelen 51 tot 53, om een zodanig misdrijf te plegen.
Bevel, voorstel/aanbod, aanzetten, deelneming en verzuim om op te treden tegen internationale misdaden zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 92; de poging wordt afzonderlijk geregeld in het algemene artikel 91.zeker · 85% - Art. 93. Uitsluiting van de rechtvaardiging en verschoning
oud art. 136octies
§ 1. Onverminderd de in artikel 136quater, § 1, 18°, 22° en 23° genoemde uitzonderingen kan geen enkel belang, geen enkele noodzaak van politieke, militaire of nationale aard de in de artikelen 136bis, 136ter, 136quater, 136sexies en 136septies omschreven misdrijven, zelfs bij wijze van represaille gepleegd, rechtvaardigen.
§ 2. Dat de beschuldigde op bevel van zijn regering of van een meerdere heeft gehandeld, ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid indien, in de gegeven omstandigheden, het bevel duidelijk het plegen van een van de misdrijven bedoeld in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater ten gevolge kon hebben.
De uitsluiting van rechtvaardigingsgronden en de regel dat een bevel van een meerdere niet ontslaat van verantwoordelijkheid, zijn vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 93.zeker · 90% - Art. 371. Terroristisch misdrijf niveau 8
oud art. 137
§ 1. Als terroristisch misdrijf wordt aangemerkt het misdrijf bepaald in de §§ 2 en 3 dat door zijn aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.
§ 2. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in § 1, aangemerkt :
1° het opzettelijk doden of opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen bedoeld in de artikelen 393 tot 404, 405bis, 405ter voor zover er naar de bovengenoemde artikelen wordt verwezen, 409, § 1, eerste lid, en §§ 2 tot 5, 410 voorzover er naar de bovengenoemde artikelen wordt verwezen, 417/2 en 417/3;
2° de gijzelneming bedoeld in artikel 347bis;
3° de ontvoering bedoeld in de artikelen 428 tot 430 en 434 tot 437;
4° de grootschalige vernieling of beschadiging bedoeld in de artikelen 521, eerste en derde lid, 522, 523, 525, 526, 550bis, § 3, 3°, in artikel 2.4.5.6 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, en in artikel 114, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;
4°/1 de onrechtmatige verstoring van een informaticasysteem en de onrechtmatige verstoring van de gegevens in een informaticasysteem, zoals bepaald in artikel 550ter, §§ 1 tot 3;
5° het kapen van vliegtuigen bedoeld in artikel 30, § 1, 2°, van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart;
6° de misdrijven van piraterij en daarmee gelijkgestelde daden bedoeld in artikel 4.5.2.2 en 4.5.2.3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
7° de strafbare feiten bedoeld in het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2000, en die strafbaar zijn gesteld door de artikelen 5 tot 7 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen;
8° de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 510 tot 513, 516 tot 518, 520, 547 tot 549, en in artikel 2.4.5.5 van het Belgisch Scheepvaartwetboek in de omstandigheden bedoeld in artikel 4.1.2.17, § 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;
9° de strafbare feiten bedoeld in de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;
10° de strafbare feiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 10 juli 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, opgemaakt te Londen, Moskou en Washington op 10 april 1972;
11° de poging, in de zin van de artikelen 51 tot 53, tot het plegen van de in deze paragraaf bedoelde wanbedrijven.
§ 3. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in § 1 eveneens aangemerkt :
1° andere dan in § 2 bedoelde grootschalige vernieling of beschadiging, of het veroorzaken van een overstroming van een infrastructurele voorziening, een vervoerssysteem, een publiek of privaat eigendom, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;
2° het kapen van andere transportmiddelen dan bedoeld in het 5° en 6° van § 2;
3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van kernwapens of radiologische of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, biologische, radiologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek in en het ontwikkelen van radiologische of chemische wapens;
4° het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;
5° het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, elektriciteit of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;
6° de bedreiging met het plegen van één van de strafbare feiten bedoeld in § 2 of in deze paragraaf.
De algemene definitie van het terroristisch misdrijf (oogmerk van vrees, dwang of ontwrichting) en de gekoppelde lijst van onderliggende misdrijven zijn overgenomen in artikel 371, met verwijzing naar de nieuwe artikelnummering.zeker · 90% - Art. 372. Definitie van terroristische groep
oud art. 139
Met terroristische groep wordt bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die sinds enige tijd bestaat en die in onderling overleg optreedt om terroristische misdrijven te plegen, als bedoeld in artikel 137.
Een organisatie waarvan het feitelijk oogmerk uitsluitend politiek, vakorganisatorisch, menslievend, levensbeschouwelijk of godsdienstig is of die uitsluitend enig ander rechtmatig oogmerk nastreeft, kan als zodanig niet beschouwd worden als een terroristische groep in de zin van het eerste lid.
De definitie van de terroristische groep, met de uitsluiting van organisaties met een louter politiek, syndicaal, humanitair of levensbeschouwelijk doel, is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 372.zeker · 97% - Art. 373. Deelname aan een terroristische groep niveau 4, Art. 374. Deelname aan het nemen van een beslissing binnen een terroristische groep niveau 5, Art. 375. Verzwaarde deelname aan een terroristische groep niveau 6
oud art. 140
§ 1. Iedere persoon die deelneemt aan enige activiteit van een terroristische groep, zij het ook door het verstrekken van gegevens of materiële middelen aan een terroristische groep of door het in enigerlei vorm financieren van enige activiteit van een terroristische groep, terwijl hij wist of moest weten dat zijn deelname zou kunnen bijdragen tot het plegen van een misdaad of wanbedrijf door de terroristische groep, wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro.
§ 1/1. Iedere persoon die deelneemt aan het nemen van welke beslissing dan ook in het raam van de activiteiten van de terroristische groep, terwijl hij wist of moest weten dat zijn deelname zou kunnen bijdragen tot het plegen van een misdaad of een wanbedrijf door deze terroristische groep, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met een geldboete van duizend euro tot tweehonderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 2. Iedere leidende persoon van een terroristische groep wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot tweehonderdduizend euro.
De drie gradaties (gewone deelname, deelname aan de besluitvorming, leidende rol in een terroristische groep) komen overeen met de nieuwe artikelen 373 tot 375; de straffen dalen van opsluiting vijf tot twintig jaar naar niveaus 4 tot 6.zeker · 85% - Art. 376. Aanzetten tot terrorisme en verheerlijken van terrorisme niveau 3
oud art. 140bis
Onverminderd de toepassing van artikel 140 wordt iedere persoon die een boodschap verspreidt of anderszins publiekelijk ter beschikking stelt met het oogmerk ... aan te zetten tot het plegen van één van de in de artikelen 137 of 140sexies bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 137, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro , wanneer dergelijk gedrag, ongeacht of het al dan niet rechtstreeks aanstuurt op het plegen van terroristische misdrijven, het risico oplevert dat één of meer van deze misdrijven mogelijk wordt gepleegd.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien de verspreiding of de publiekelijke terbeschikkingstelling bedoeld in het eerste lid specifiek gericht is op minderjarigen.
Dezelfde strafbaarstelling van het verspreiden of publiekelijk ter beschikking stellen van een boodschap die aanzet tot terrorisme en die het risico oplevert dat zulke misdrijven worden gepleegd, nu samengevoegd met het verheerlijken van terrorisme. De straf gaat van opsluiting van vijf tot tien jaar naar een straf van niveau 3 of 4 naargelang de zwaarte van het beoogde misdrijf, en de bijzondere verzwaring voor boodschappen gericht op minderjarigen verdwijnt.zeker · 85% - Art. 378. Aanwerven met terroristisch oogmerk niveau 4, Art. 379. Aanwerven met terroristisch oogmerk gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 140ter
Onverminderd de toepassing van artikel 140 wordt iedere persoon die een andere persoon werft voor het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in de artikelen 137, 140 of 140sexies bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 137, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien het werven specifiek gericht is op minderjarigen
Het aanwerven van een persoon om een terroristisch misdrijf te plegen blijft strafbaar, met een straf van niveau 4, en de verzwaarde vorm wanneer de werving zich op minderjarigen richt staat in een apart artikel met niveau 5, nu uitgebreid tot personen in een kwetsbare toestand. De oude straffen waren opsluiting van vijf tot tien jaar en van tien tot vijftien jaar.zeker · 85% - Art. 380. Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf niveau 4, Art. 381. Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 140quater
Onverminderd de toepassing van artikel 140 wordt iedere persoon die onderrichtingen geeft of een opleiding verschaft voor de vervaardiging of het gebruik van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, dan wel voor andere specifieke methoden en technieken met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in artikel 137 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 137, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien de onderrichtingen of de opleiding bedoeld in het eerste lid specifiek gericht is op minderjarigen.
Het onderrichten of opleiden met het oog op een terroristisch misdrijf en de verzwaring bij minderjarigen komen overeen met de artikelen 380 en 381; straf daalt naar niveau 4-5.zeker · 85% - Art. 380. Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf niveau 4
oud art. 140quinquies
Onverminderd de toepassing van artikel 140 wordt iedere persoon die zich in België of in het buitenland onderrichtingen doet geven of aldaar een opleiding volgt die worden bedoeld in artikel 140quater met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in artikel 137 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 137, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro.
Met dezelfde straffen wordt gestraft iedere persoon die, in België of in het buitenland, zelf kennis verwerft of zichzelf vormt in de materies bedoeld in artikel 140quater, met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in artikel 137 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 137, § 3, 6°, bedoelde misdrijf.
Het zelf onderrichtingen doen geven, een opleiding volgen of zelf kennis verwerven met terroristisch oogmerk is opgenomen in artikel 380, 2° en 3°.zeker · 80% - Art. 382. Binnenkomen of verlaten van het nationaal grondgebied met terroristisch oogmerk en het organiseren of op enige andere wijze faciliteren van reizen met terroristisch oogmerk niveau 4
oud art. 140sexies
Onverminderd de toepassing van artikel 140, wordt gestraft met opsluiting van 5 jaar tot 10 jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro :
1° iedere persoon die het nationaal grondgebied verlaat met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen, in België of in het buitenland, van een misdrijf bedoeld in de artikelen 137, 140 tot 140quinquies en 141, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 137, § 3, 6° ;
2° iedere persoon die in het nationaal grondgebied binnenkomt met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen, in België of in het buitenland, van een misdrijf bedoeld in de artikelen 137, 140 tot 140quinquies en 141, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 137, § 3, 6°.
Artikel 382 herneemt woordelijk het verlaten en het binnenkomen van het nationaal grondgebied met terroristisch oogmerk, met dezelfde uitzondering voor het misdrijf van artikel 371, § 3, 6°. De opsluiting van vijf tot tien jaar met geldboete wordt een straf van niveau 4 en het artikel voegt het organiseren of faciliteren van dergelijke reizen toe.zeker · 90% - Art. 383. Voorbereiden van het plegen van een terroristisch misdrijf niveau 7
oud art. 140septies
§ 1. Iedere persoon die het plegen van een terroristisch misdrijf bedoeld in artikel 137, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 137, § 3, 6°, voorbereidt, wordt gestraft met :
- gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar;
- gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
- gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar of de levenslange opsluiting.
De bijkomende straffen die gesteld zijn op het voorbereiden zijn dezelfde als die welke gesteld zijn op het voorbereide misdrijf.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder "voorbereiden" onder meer verstaan :
1° het verzamelen van inlichtingen over locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen waardoor het mogelijk is een actie te plegen op die locaties of gedurende deze gebeurtenissen of evenementen of schade toe te brengen aan die personen, en het observeren van die locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen;
2° het voorhanden hebben, het zoeken, het aanschaffen, het vervoeren of het vervaardigen van voorwerpen of stoffen die van aard zijn dat zij een gevaar kunnen uitmaken voor een ander of aanzienlijke economische schade kunnen aanrichten;
3° het voorhanden hebben, het zoeken, het aanschaffen, het vervoeren of het vervaardigen van financiële of materiële middelen, valse of illegaal verkregen documenten, informaticadragers, communicatiemiddelen, transportmiddelen;
4° het voorhanden hebben, het zoeken, het aanschaffen van ruimten die een schuilplaats, vergaderplaats, ontmoetingsplaats of onderdak kunnen bieden;
5° het voorafgaandelijk opeisen van het plegen van een terroristisch misdrijf, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 137, § 3, 6°, om het even in welke vorm en via welk middel deze opeising plaatsvindt.
De strafbaarstelling van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf, met dezelfde voorbeelden van voorbereidingshandelingen, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 383; de straf wordt gekoppeld aan niveaus in plaats van aan vaste strafmaten.zeker · 95% - Art. 384. Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met terroristisch oogmerk niveau 3, Art. 385. Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen aan een terroristische persoon niveau 4, Art. 386. Verzwaard ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met terroristisch oogmerk of aan een terroristische persoon niveau 4
oud art. 141
Wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro, iedere persoon die, op enigerlei wijze, direct of indirect, materiële middelen verstrekt of inzamelt, daaronder begrepen financiële hulp, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt,
1° om een misdrijf als bedoeld in de artikelen 137 en 140 tot 140septies te plegen of eraan bij te dragen;
of
2° door een andere persoon wanneer de persoon die de materiële middelen verstrekt of inzamelt weet dat die andere persoon een misdrijf als bedoeld in artikel 137 pleegt of zal plegen.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien het verstrekken of het inzamelen van de materiële middelen plaatsvindt met het oogmerk dat ze geheel of gedeeltelijk gebruikt zouden worden door een minderjarige met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 137.
De financiering van terrorisme is gesplitst in het ter beschikking stellen van middelen met terroristisch oogmerk, het ter beschikking stellen aan een terroristische persoon en de verzwaarde vorm. De straf hangt nu af van het gelinkte misdrijf, namelijk niveau 3 of 4 en verzwaard niveau 4 of 5, in plaats van opsluiting van vijf tot tien respectievelijk tien tot vijftien jaar, en de verzwaring geldt voortaan ook wanneer een persoon in een kwetsbare toestand wordt ingeschakeld.zeker · 90% - Art. 387. Toepassingsgebied
oud art. 141bis
§ 1. Deze titel is niet van toepassing op daden gepleegd in het kader van een internationaal gewapend conflict of een gewapend conflict van niet-internationale aard, door strijdkrachten van een partij bij het conflict wanneer deze daden vallen onder de toepasselijke regels van het internationaal humanitair recht en ermee overeenstemmen.
§ 2. Deze titel is evenmin van toepassing op handelingen, buiten een gewapend conflict, van de strijdkrachten van een Staat in het kader van de uitoefening van hun officiële taken.
De uitsluiting van het toepassingsgebied voor handelingen van strijdkrachten in een gewapend conflict conform het internationaal humanitair recht, is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 387.zeker · 95% - Art. 388. Vrijwaringsclausule van de fundamentele rechten en vrijheden
oud art. 141ter
Geen enkele bepaling uit deze titel kan worden gelezen in die zin dat zij een ... beperking of belemmering beoogt van rechten of fundamentele vrijheden, zoals het stakingsrecht, de vrijheid van vergadering en vereniging, waaronder het recht om, voor de verdediging van de eigen belangen, samen met anderen vakbonden op te richten dan wel zich erbij aan te sluiten, evenals het daarmee samenhangende recht van betoging, de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder de vrijheid van drukpers en de vrijheid van meningsuiting in andere media, en zoals onder meer verankerd in de artikelen 8 tot 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
De vrijwaringsclausule voor fundamentele rechten en vrijheden (stakingsrecht, vergaderingsvrijheid, persvrijheid) is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 388.zeker · 97% - Art. 386/1. De vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit
oud art. 141quater
quater. Bij een veroordeling, als dader, mededader of medeplichtige, tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel, voor een misdrijf als bedoeld in deze titel, spreekt de rechter zich ambtshalve uit over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit van de belanghebbende, met inachtneming van de voorwaarden die vermeld zijn in artikel 23/2 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
De rechter kan, bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, beslissen de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit niet uit te spreken indien de gevolgen daarvan kennelijk onredelijk en onevenredig zouden zijn.
De bepaling is een vrijwel letterlijke overname van oud artikel 141quater over de ambtshalve uitspraak over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit na een veroordeling van ten minste vijf jaar zonder uitstel voor een terroristisch misdrijf. Enkel de terminologie is aangepast, met deelnemer in plaats van mededader of medeplichtige en met een verwijzing naar het hoofdstuk in plaats van de titel.zeker · 90% - Art. 354. Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst niveau 1, Art. 355. Verzwarende factor bij de aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst
oud art. 142
Hij die een of meer personen door geweld of bedreiging dwingt of verhindert een eredienst uit te oefenen, de uitoefening van die eredienst bij te wonen, bepaalde godsdienstige feesten te vieren, bepaalde rustdagen te onderhouden en dientengevolge hun werkhuizen, winkels of magazijnen te openen of te sluiten en een bepaalde arbeid te verrichten of te staken, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
Indien het misdrijf is gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Het door geweld of bedreiging dwingen of verhinderen van de uitoefening van een eredienst is overgenomen in artikel 354, 1°; de verzwaring bij een kwetsbaar slachtoffer komt overeen met artikel 355.zeker · 85% - Art. 354. Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst niveau 1
oud art. 143
Zij die de oefeningen van een eredienst, gehouden in een plaats welke bestemd is of gewoonlijk dient voor de eredienst of bij openbare plechtigheden van die eredienst, door het verwekken van stoornis of wanorde verhinderen, belemmeren of onderbreken, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Het door stoornis of wanorde verhinderen, belemmeren of onderbreken van een eredienst is overgenomen in artikel 354, 2°.zeker · 85% - Art. 354. Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst niveau 1
oud art. 144
Hij die de voorwerpen van een eredienst door daden, woorden, gebaren of bedreigingen beschimpt, hetzij in plaatsen welke bestemd zijn of gewoonlijk dienen voor de uitoefening ervan, hetzij bij openbare plechtigheden van die eredienst, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Het beschimpen van voorwerpen van een eredienst door daden, woorden, gebaren of bedreigingen is overgenomen in artikel 354, 3°.zeker · 85% - Art. 626. De willekeurige inbreuk op de grondrechten niveau 2
oud art. 151
Elke andere daad van willekeur die inbreuk maakt op door de Grondwet gewaarborgde vrijheden en rechten en die bevolen of uitgevoerd wordt door een openbaar officier of ambtenaar, door een drager of agent van het openbaar gezag of van de openbare macht, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar.
De restcategorie van willekeurige daden die grondwettelijke vrijheden schenden, gepleegd door een ambtenaar, is overgenomen in het algemene artikel 626 over de willekeurige inbreuk op de grondrechten.zeker · 85% - Art. 625. Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 155
Openbare officieren of ambtenaren die met de administratieve of de gerechtelijke politie belast zijn en die, bevoegd zijnde om een te hunner kennis gebrachte wederrechtelijke vrijheidsberoving te doen ophouden, nalaten of weigeren zulks te doen, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
Het nalaten of weigeren door een bevoegde ambtenaar om een wederrechtelijke vrijheidsberoving te doen ophouden, is overgenomen in artikel 625.zeker · 85% - Art. 625. Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 156
Openbare officieren of ambtenaren die met de administratieve of de gerechtelijke politie belast zijn en die, niet bevoegd zijnde om een wederrechtelijke vrijheidsberoving te doen ophouden, nalaten of weigeren de te hunner kennis gebrachte wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen en bij de bevoegde overheid aan te geven, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Het nalaten of weigeren door een niet-bevoegde ambtenaar om een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen en aan te geven, is eveneens overgenomen in het algemene artikel 625.zeker · 85% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 160
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die gouden of zilveren munten, in België of in het buitenland wettelijk gangbaar, namaakt, wordt gestraft met (opsluiting) van tien tot vijftien jaar.
Artikel 427 vervangt de aparte strafbaarstellingen per muntsoort door één omschrijving van namaking en vervalsing van de munt, ongeacht het metaal. De straf zakt van opsluiting van tien tot vijftien jaar naar een straf van niveau 4, en bedrieglijk opzet wordt uitdrukkelijk vereist.zeker · 80% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 162
Hij die munten van een ander metaal, in België of in het buitenland wettelijk gangbaar, namaakt of die munten uitgedrukt in euro namaakt, wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten, overeenkomstig artikel 33.
De namaking van munten van een ander metaal en van euromunten valt samen met de andere muntnamaking onder artikel 427, met een straf van niveau 4 in plaats van opsluiting van vijf tot tien jaar. De facultatieve ontzetting uit rechten verloopt voortaan via de algemene regeling van artikel 47.zeker · 80% - Art. 431. Weer in omloop brengen van de valse munten of valse effecten die te goeder trouw ontvangen zijn niveau 1
oud art. 170
Hij die nagemaakte of geschonden muntstukken, die hij voor goede ontvangen heeft, weer in omloop brengt, na de ondeugdelijkheid ervan te hebben vastgesteld of doen vaststellen, wordt gestraft met een boete van zesentwintig euro tot duizend euro.
(Poging tot het wanbedrijf omschreven in het vorige lid wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.)
Het weer in omloop brengen van te goeder trouw ontvangen valse munten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt exact overeen met art. 431; de geldboete wordt vervangen door een straf van niveau 1.zeker · 90% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 170bis
De artikelen 160, 161, 162, 163, 168 en 169 zijn zonder onderscheid van toepassing op de munten die reeds zijn uitgegeven en in omloop zijn gebracht als wettig betaalmiddel en op de munten die, hoewel zij bestemd zijn om in omloop te worden gebracht als wettig betaalmiddel, nog niet zijn uitgegeven.
De regel dat de bepalingen zonder onderscheid gelden voor reeds uitgegeven en nog niet uitgegeven munten is vrijwel woordelijk overgenomen in art. 426.zeker · 90% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4, Art. 425. Definities
oud art. 175
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De namakers of vervalsers hetzij van aandelen, schuldbrieven of andere effecten die wettig zijn uitgegeven door provincies, gemeenten, openbare besturen of instellingen, onder welke benaming ook, door vennootschappen of bijzondere personen, hetzij van rente of dividendbewijzen behorende tot die verschillende effecten, worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien de uitgifte in België heeft plaatsgehad, en met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar indien de uitgifte heeft plaatsgehad in het buitenland.
De namaking of vervalsing van aandelen, schuldbrieven en rente- of dividendbewijzen is opgegaan in de algemene namaking en vervalsing van effecten (niveau 4), waarbij artikel 425 de opsomming van de beschermde effecten overneemt. Het oude onderscheid tussen een Belgische uitgifte (tien tot vijftien jaar) en een buitenlandse uitgifte (vijf tot tien jaar) verdwijnt.zeker · 80% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 177bis
De artikelen 173, 176 en 177 zijn zonder onderscheid van toepassing op de biljetten die reeds zijn uitgegeven en in omloop zijn gebracht als wettig betaalmiddel en op de biljetten die, hoewel zij bestemd zijn om in omloop te worden gebracht als wettig betaalmiddel, nog niet zijn uitgegeven.
De bepaling dat de valsheidsregels zonder onderscheid gelden voor reeds uitgegeven en nog niet uitgegeven betaalmiddelen is vrijwel woordelijk overgenomen in de gemeenschappelijke bepaling van art. 426.zeker · 85% - Art. 431. Weer in omloop brengen van de valse munten of valse effecten die te goeder trouw ontvangen zijn niveau 1
oud art. 178
Hij die nagemaakte of vervalste aandelen, schuldbrieven, rente- of dividendbewijzen of biljetten die hij voor goede ontvangen heeft, weer in omloop brengt, na de ondeugdelijkheid ervan te hebben vastgesteld of doen vaststellen, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen.
(Poging tot het wanbedrijf omschreven in het vorige lid wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.)
Het weer in omloop brengen van te goeder trouw ontvangen nagemaakte effecten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt overeen met art. 431, dat zowel munt als effecten omvat.zeker · 85% - Art. 432. Illegaal in omloop brengen van een geldteken niveau 1
oud art. 178bis
Hij die een geldteken uitgeeft bestemd om in het publiek te circuleren als betaalmiddel zonder hiertoe gemachtigd te zijn door de bevoegde overheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van 50 tot 10 000 EUR of met één van die straffen alleen. ".
De onbevoegde uitgifte van een geldteken bestemd voor circulatie als betaalmiddel komt woordelijk overeen met art. 432.zeker · 95% - Art. 434. Namaking en vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
oud art. 178quinquies
Hij die een niet-contant betaalinstrument namaakt of vervalst, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot honderdduizend euro.
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met dezelfde straf.
De bestanddelen vallen samen: het namaken of vervalsen van een niet-contant betaalinstrument, nu met een uitdrukkelijke omschrijving en met vereist bedrieglijk opzet. Enkel de uitdrukkelijke gelijkstelling van de poging met het voltooide misdrijf is niet overgenomen en valt terug op de algemene pogingsregeling.zeker · 90% - Art. 435. Gebruik van valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
oud art. 178sexies
Hij die nagemaakte of vervalste niet-contante betaalinstrumenten gebruikt of poogt te gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro.
Artikel 435 straft het gebruiken of pogen te gebruiken van valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten met een straf van niveau 2 in plaats van zes maanden tot drie jaar gevangenis met geldboete tot vijftigduizend euro. Nieuw is dat bedrieglijk opzet uitdrukkelijk als bestanddeel wordt vermeld.zeker · 90% - Art. 436. Overdracht van onrechtmatig verkregen, valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten. niveau 2
oud art. 178septies
Hij die onrechtmatig verkregen, nagemaakte of vervalste niet-contante betaalinstrumenten bezit, voorhanden heeft, aanschaft voor zichzelf of voor een ander, invoert, uitvoert, vervoert, verkoopt of verspreidt met het oogmerk om deze te gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro of met een van die straffen alleen.
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen.
Artikel 436 herneemt het bezitten, voorhanden hebben, aanschaffen, in- en uitvoeren, vervoeren, verkopen of verspreiden van onrechtmatig verkregen, valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten met het oogmerk ze te gebruiken, met een straf van niveau 2. De afzonderlijke lagere straf voor de poging verdwijnt, zodat de algemene pogingregel geldt.zeker · 85% - Art. 437. Hergebruik van nagemaakte, vervalste of beschadigde niet-contante betaalinstrumenten niveau 1
oud art. 178octies
Hij die nagemaakte of vervalste niet-contante betaalinstrumenten die hij te goeder trouw ontvangen heeft, opnieuw gebruikt of poogt te gebruiken, terwijl hij de ondeugdelijkheid ervan na ontvangst heeft vastgesteld, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen.
Het opnieuw gebruiken van te goeder trouw ontvangen nagemaakte betaalinstrumenten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt exact overeen met art. 437 (hergebruik).zeker · 90% - Art. 438. Overdracht van materiaal bestemd tot het vervaardigen van niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
oud art. 178nonies
Hij die, onrechtmatig, enig instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om die in dit hoofdstuk bedoelde misdrijven mogelijk te maken, vervaardigt, aanschaft voor zichzelf of voor een ander, invoert, uitvoert, verkoopt, vervoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro of met een van die straffen alleen.
Het vervaardigen, aanschaffen, invoeren of verspreiden van instrumenten bestemd om de misdrijven van dit hoofdstuk mogelijk te maken komt woordelijk overeen met art. 438.zeker · 90% - Art. 439. Namaking, vervalsing of gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 3
oud art. 179
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft zij die 's Lands zegel namaken of van het nagemaakte zegel gebruik maken.
Namaking en gebruik van 's Lands zegel keren terug in artikel 439, dat daarnaast ook de rijksstempels en de keurstempels omvat. De opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt teruggebracht tot een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 441. Handel in papier of goud, zilver of platina, gemerkt met een nagemaakte of vervalste zegel of keurstempel niveau 3
oud art. 181
Met dezelfde straf worden gestraft zij die wetens papier ofwel goud of zilver, gemerkt met een nagemaakt of vervalst zegel of keurstempel, te koop stellen.
De handel in papier of edelmetaal gemerkt met een nagemaakt of vervalst zegel of keurstempel komt vrijwel woordelijk overeen met art. 441.zeker · 95% - Art. 443. Bedrieglijk aanbrengen van de door het waarborgkantoor geplaatste keurmerken niveau 2, Art. 444. Namaking van de door het waarborgkantoor geplaatste keurmerken of van de zegelafdruk niveau 2
oud art. 182
Indien de door het waarborgkantoor geplaatste keurmerken bedrieglijk op andere voorwerpen worden aangebracht, of indien deze keurmerken of de zegelafdruk worden nagemaakt zonder van een nagemaakt keurstempel of zegel gebruik te maken, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Het oude artikel is gesplitst in het bedrieglijk aanbrengen van keurmerken van het waarborgkantoor op andere voorwerpen (artikel 443) en het namaken van die keurmerken of van de zegelafdruk zonder nagemaakte keurstempel (artikel 444). De gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt in beide gevallen een straf van niveau 2.zeker · 95% - Art. 442. Gebruik van het papier, gemerkt met een nagemaakte of vervalste zegel niveau 1
oud art. 183
Hij die zich met zijn weten papier aanschaft dat met een nagemaakt of vervalst zegel gemerkt is, en daarvan gebruik maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Dezelfde gedraging keert vrijwel woordelijk terug in artikel 442, waarbij het oude 'met zijn weten' is vervangen door bedrieglijk opzet. De gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden wordt een straf van niveau 1.zeker · 90% - Art. 440. Nadelig gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 1
oud art. 185
Met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar wordt gestraft hij die zich echte zegels, stempels en merken, bestemd voor een van de doeleinden in de artikelen 179 en 180 aangegeven, wederrechtelijk aanschaft en ze aanwendt of gebruikt met benadeling van de rechten en belangen van de Staat, van enige overheid of zelfs van een bijzondere persoon.
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar.
Het wederrechtelijk zich aanschaffen van echte zegels, stempels en keurstempels en het nadelig gebruiken ervan keert terug in artikel 440, met een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar. De aparte strafbaarstelling van de poging verdwijnt en valt voortaan onder de algemene regeling van de strafbare poging.zeker · 85% - Art. 440. Nadelig gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 1
oud art. 187
(Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar wordt gestraft hij die zich echte zegels, stempels of merken, bestemd voor een van de doeleinden in de artikelen 179 en 180 aangegeven en toebehorende aan vreemde landen, wederrechtelijk aanschaft en ze aanwendt of gebruikt met benadeling van de rechten en belangen van die landen, van enige overheid of zelfs van een bijzondere persoon.)
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Artikel 440, § 2 breidt het nadelig gebruik van echte zegels, stempels en keurstempels uitdrukkelijk uit tot die welke aan andere Staten toebehoren, met een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van een maand tot twee jaar. De afzonderlijke strafbaarstelling van de poging verdwijnt.zeker · 85% - Art. 446. Namaking of gebruik van plakpostzegels of andere zegels niveau 2, Art. 447. In omloop brengen van nagemaakte plakpostzegels of andere nagemaakte zegels niveau 1
oud art. 188
Met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar worden gestraft en tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 kunnen worden veroordeeld zij die nationale of vreemde postzegels of andere plakzegels namaken of de nagemaakte zegels te koop stellen of in omloop brengen.
Poging tot namaking wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
De namaking van postzegels (art. 446) en het te koop stellen/in omloop brengen van de nagemaakte zegels (art. 447) dekken samen het oude artikel.zeker · 80% - Art. 446. Namaking of gebruik van plakpostzegels of andere zegels niveau 2
oud art. 189
Zij die zich nagemaakte postzegels of andere postzegels aanschaffen en daarvan gebruik maken, worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand.
Art. 446 §2 regelt exact het gebruik van nagemaakte postzegels die de dader zich heeft verschaft.zeker · 85% - Art. 425. Definities
oud art. 190bis
De bepalingen van de artikelen 188 tot 190 zijn niet alleen van toepassing op de plakpostzegels, maar eveneens op die welke gedrukt worden op documenten die bpost uitgeeft, evenals op de euroeerwaarden die vertegenwoordigd worden door afdrukken van machines of door symbolen die door bpost erkend zijn.
De uitbreiding van het zegelbegrip tot documenten van bpost en frankeerwaarden is nu opgenomen in de definitiebepaling van art. 425.zeker · 85% - Art. 448. Plaatsen van een niet-authentieke naam van een fabrikant of van een niet-authentieke handelsnaam van een fabriek niveau 1, Art. 449. In omloop brengen van met een valse naam of een valse handelsnaam gemerkte goederen niveau 1
oud art. 191
Hij die op fabrikaten de naam van een andere fabrikant dan de voortbrenger, of de handelsnaam van een andere fabriek dan die, welke de goederen gemaakt heeft, plaatst of door bijvoeging, wegneming of om het even welke verandering doet voorkomen, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden.
Dezelfde straf wordt uitgesproken tegen elke koopman, commissionair of kleinhandelaar die wetens goederen, met verdichte of vervalste namen gemerkt, te koop stelt of in de handel brengt.
Het plaatsen van een valse fabrikantsnaam (art. 448) en het in omloop brengen van aldus gemerkte goederen door handelaars (art. 449) dekken samen het oude artikel.zeker · 90% - Art. 450. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 192
Personen die schuldig zijn aan een der misdrijven, omschreven in de artikelen 160 tot 168, 169, tweede lid, 171 tot 176, 177, tweede lid, 178quinquies tot 178septies, 178nonies, 180, laatste en voorlaatste lid, 185bis, 186, tweede tot vierde lid, 187bis, 497, tweede lid, en 497bis, eerste lid, blijven vrij van straf, indien zij, vóór enige uitgifte van nagemaakte of geschonden munten , of van andere vervalste of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten, of van nagemaakt of vervalst papier en vóór enige vervolging, die misdrijven en hun daders aan de overheid kenbaar maken.
De strafuitsluitende verschoningsgrond voor wie vóór uitgifte en vervolging de feiten en daders aan de overheid meldt, is overgenomen in art. 450.zeker · 85% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 192bis
De feiten gekwalificeerd als misdrijf betreffende de euro, zoals omschreven in de hoofdstukken I, II en III van deze titel, worden gestraft met de straffen voorzien in dezelfde bepalingen wanneer zij gepleegd zijn ten overstaan van de Belgische muntstukken of bankbiljetten of deze van een lidstaat van de Europese Unie, die niet wettelijk gangbaar meer zijn of waarvan de uitgifte niet meer toegelaten is ingevolge de introductie of de aanneming van de chartale euro.
De toepasselijkheid van de eurostraffen op munten/bankbiljetten die niet langer wettig betaalmiddel zijn wegens de invoering van de euro is woordelijk overgenomen in art. 426.zeker · 90% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 196
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) worden gestraft de andere personen die in authentieke en openbare geschriften valsheid plegen en alle personen die in handels- of bankgeschriften of in private geschriften valsheid plegen,
Hetzij door valse handtekeningen,
Hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen,
Hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in de akten in te voegen,
Hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten ten doel hadden op te nemen of vast te stellen.
De valsheid in authentieke, openbare, handels-, bank- of private geschriften door particulieren komt overeen met de algemene bepaling art. 451.zeker · 85% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 197
In alle gevallen in deze afdeling vermeld, wordt hij die gebruik maakt van de valse akte of van het valse stuk, gestraft alsof hij de dader van de valsheid was.
Art. 451 §2 regelt exact het gebruik van valse stukken, bestraft als de valsheid zelf.zeker · 90% - Art. 453. Overdracht van een reis- of identiteitsdocument niveau 1, Art. 454. Niet-eerbiediging van een beslissing tot intrekking van een paspoort, een identiteitskaart of een als zodanig geldend document niveau 1
oud art. 199bis
Wordt gestraft met gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden en met geldboete van 26 euro tot 500 euro of met één van die straffen alleen :
1° hij die, met een bedrieglijk opzet, een paspoort, reisdocument, identiteitskaart of een als zodanig geldend bescheid alsmede de formulieren die voor de afgifte ervan dienen, gebruikt, afstaat aan of aanneemt van derden of de daarin opgelegde verbodsbepalingen en beperkende voorwaarden niet eerbiedigt;
2° hij die, binnen de gestelde termijn, geen gevolg geeft aan een beslissing tot intrekking van een paspoort of een als dusdanig geldend bescheid, uitgaande van de bevoegde overheid.
Het gebruik of overdragen van reisdocumenten in strijd met opgelegde voorwaarden wordt nu apart strafbaar gesteld in art. 453, en het niet naleven van een intrekkingsbeslissing in art. 454; samen dekken zij de oude bepaling.zeker · 85% - Art. 648. Valse verklaring niveau 2
oud art. 217
De bij de twee vorige artikelen bepaalde straffen worden met een graad verminderd overeenkomstig artikel 80, wanneer personen die in rechte opgeroepen worden om er enkel inlichtingen te geven, zich schuldig maken aan valse verklaringen ten nadele of ten voordele van de beschuldigde.
De valse verklaring van wie enkel opgeroepen wordt om inlichtingen te geven is in het nieuwe wetboek een zelfstandig misdrijf geworden, artikel 648 Valse verklaring, dat meteen na de valse getuigenis van artikel 647 staat en een niveau lager ligt. De oude techniek van de vermindering met een graad is dus vervangen door een eigen strafniveau voor dezelfde gedraging.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 218
Hij die schuldig is aan vals getuigenis in correctionele zaken, hetzij ten nadele, hetzij ten voordele van de beklaagde, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Vals getuigenis in correctionele zaken is opgegaan in het uniforme misdrijf valse getuigenis (art. 647, niveau 3); de straf daalt van 6 maanden-5 jaar naar niveau 3 en het onderscheid naar rechtscollege vervalt.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 219
Hij die schuldig is aan vals getuigenis in politiezaken, hetzij ten nadele, hetzij ten voordele van de beklaagde, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar.
Vals getuigenis in politiezaken is opgegaan in het uniforme misdrijf valse getuigenis (art. 647); het onderscheid naar rechtscollege en het lagere strafmaximum (3 maanden-1 jaar) verdwijnen.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 220
Vals getuigenis in burgerlijke zaken wordt gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar.
Vals getuigenis in burgerlijke zaken is opgegaan in het uniforme misdrijf valse getuigenis (art. 647, niveau 3), zonder nog onderscheid te maken met andere procedures.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 221
De tolk en de deskundige, schuldig aan valse verklaringen, hetzij in criminele zaken ten nadele of ten voordele van de beschuldigde, hetzij in correctionele zaken of in politiezaken ten nadele of ten voordele van de beklaagde, hetzij in burgerlijke zaken, worden als valse getuige gestraft overeenkomstig de artikelen 215, 216, 218, 219 en 220.
De deskundige in criminele zaken die buiten ede mocht zijn gehoord, wordt gestraft overeenkomstig artikel 217.
De gelijkstelling van tolken en deskundigen met valse getuigen is nu rechtstreeks in de definitie van valse getuigenis (art. 647) opgenomen ('of optreden als tolk of deskundige'), zodat een aparte verwijzingsbepaling overbodig is.zeker · 80% - Art. 649. Verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring
oud art. 223
Hij die schuldig is aan verleiding van getuigen, deskundigen, tolken of personen bedoeld in artikel 221bis, is strafbaar met dezelfde straffen als de valse getuigen, naar de onderscheidingen in de artikelen 215 tot 222 gemaakt.
Verleiding van getuigen, deskundigen of tolken komt overeen met verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring (art. 649), bestraft met de straf van het uitgelokte misdrijf.zeker · 90% - Art. 651. Meineed niveau 2, Art. 652. Valse eed bij verzegeling of boedel-beschrijving niveau 2
oud art. 226
Hij aan wie de eed in burgerlijke zaken wordt opgedragen of teruggewezen en die een valse eed aflegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tienduizend euro; hij kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
(Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die bij een verzegeling of een boedelbeschrijving een valse eed aflegt.)
De valse eed in burgerlijke zaken is nu meineed (art. 651, niveau 2) en de valse eed bij verzegeling of boedelbeschrijving is apart geregeld in art. 652 (niveau 2); samen dekken zij de oude bepaling, met een lagere straf dan de vroegere 6 maanden tot 3 jaar.zeker · 90% - Art. 455. Aanmatiging van openbare functies niveau 2
oud art. 227
Hij die zich inmengt in openbare ambten, hetzij burgerlijke of militaire, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar.
Inmenging in burgerlijke of militaire openbare ambten is nu aanmatiging van openbare functies (art. 455, niveau 2), met toevoeging van het vereiste bedrieglijk opzet.zeker · 90% - Art. 457. Aanmatiging van de titel van advocaat niveau 1
oud art. 227ter
Hij die in het openbaar de titel van advocaat aanneemt, zonder ingeschreven te zijn op het tableau van de Orde of op een lijst van stagiairs, of de titel van ereadvocaat zonder in het bezit te zijn van de in artikel 436 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde machtiging, wordt gestraft met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
Het onbevoegd voeren van de titel van advocaat of ereadvocaat is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 457 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 459. Aanmatiging van de titel van gerechtsdeurwaarder niveau 1
oud art. 227quinquies
Hij die in het openbaar de titel van gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder voert of het beroep van gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder uitoefent indien hij niet voorkomt op de lijst bedoeld in artikel 555/1, § 1, 15° van het Gerechtelijk Wetboek, wordt gestraft met een geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
Het onbevoegd voeren van de titel van gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder is nagenoeg letterlijk overgenomen in art. 459 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 460. Aanmatiging van kleding of tekens van een orde niveau 1
oud art. 228
Hij die in het openbaar een kledij, een uniform, een ereteken, een lint of andere onderscheidingstekens van een orde draagt, die hem niet toekomen, wordt gestraft met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
Het onrechtmatig dragen van kledij, uniform, ereteken of onderscheidingstekens van een orde is overgenomen in art. 460 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 461. Aanmatiging van adellijke titels niveau 1
oud art. 230
Met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro wordt gestraft hij die in het openbaar een adellijke titel aanneemt die hem niet toekomt.
Het in het openbaar aannemen van een niet-toekomende adellijke titel is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 461 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 462. Aanmatiging van een naam niveau 1
oud art. 231
Hij die in het openbaar een naam aanneemt, die hem niet toekomt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van vijfentwintig euro tot driehonderd euro, of met een van die straffen alleen.
Het in het openbaar aannemen van een niet-toekomende naam is overgenomen in art. 462 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 627. Beramen van maatregelen in strijd met de geldende normen niveau 2
oud art. 233
Wanneer personen of lichamen die met enig gedeelte van het openbaar gezag bekleed zijn, maatregelen die in strijd zijn met de wetten of met koninklijke besluiten, beramen, hetzij op een bijeenkomst van die personen of die lichamen, hetzij door het zenden van afgevaardigden of van mededelingen aan elkaar, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden.
Het beramen door ambtenaren van met de wet strijdige maatregelen is overgenomen in art. 627 (niveau 2); de straf stijgt ten opzichte van de oude 1 tot 6 maanden gevangenisstraf.zeker · 85% - Art. 628. Verhinderen van de uitvoering van de geldende normen niveau 2
oud art. 234
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien maatregelen tegen de uitvoering van een wet of van een koninklijk besluit beraamd worden door een van de middelen, in het vorige artikel vermeld, is de straf gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
De schuldigen kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid.
Indien de beraming plaatsheeft tussen de burgerlijke overheden en militaire korpsen of hun hoofden, worden degenen die ze hebben uitgelokt, gestraft met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar; de anderen, met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar.
Het nieuwe artikel 628 stelt precies het beramen van maatregelen tegen de uitvoering van een wet of een uitvoeringsbesluit door personen met een openbare functie strafbaar, maar vereist kwaad opzet of het oogmerk de openbare dienst te ontwrichten en bestraft met niveau 2 in plaats van gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar. De verzwaarde variant van de beraming tussen burgerlijke overheden en militaire korpsen, met hechtenis tot vijftien jaar, keert niet terug.zeker · 85% - Art. 629. Aanmatiging van macht door magistraten of leden van de politiediensten niveau 2
oud art. 237
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft, en tot ontzetting, voor een duur van vijf jaar tot tien jaar, van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid kunnen worden veroordeeld :
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die zich in de uitoefening van de wetgevende macht inmengen, hetzij door verordeningen te maken die wetgevende bepalingen inhouden, hetzij door de uitvoering van een of meer wetten te stuiten of te schorsen, hetzij door te beraadslagen over de vraag of die wetten zullen worden uitgevoerd;
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die hun macht overschrijden door zich in te mengen in zaken welke tot de bevoegdheid van de administratieve overheid behoren, hetzij door verordeningen betreffende die zaken te maken, hetzij door de uitvoering te verbieden van de bevelen die van het bestuur uitgaan.
De inmenging van magistraten of leden van de gerechtelijke politie in de wetgevende of uitvoerende macht is overgenomen in art. 629 (niveau 2).zeker · 85% - Art. 630. Aanmatiging van macht door leden van de lokale uitvoerende macht of van bestuurslichamen niveau 2
oud art. 239
Provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen, burgemeesters en leden van bestuurslichamen, die zich inmengen in de uitoefening van de wetgevende macht, zoals in artikel 237, tweede lid, is omschreven, of die zich aanmatigen besluiten te nemen, strekkende tot het uitvaardigen van enig bevel of verbod aan hoven of rechtbanken, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.
Zij kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting, voor vijf jaar tot tien jaar, van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid.
De inmenging van provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen, burgemeesters en bestuursleden in de wetgevende macht of hun aanmatiging van bevoegdheid tegenover hoven en rechtbanken is overgenomen in art. 630 (niveau 2).zeker · 85% - Art. 634. Verduistering door een persoon met een openbare functie niveau 3
oud art. 240
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van 500 euro tot 100 000 euro wordt gestraft iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die openbare of private gelden, geldswaardige papieren, stukken, effecten, akten, roerende zaken verduistert, welke hij uit kracht of uit hoofde van zijn ambt onder zich heeft.
Verduistering door een openbaar ambtenaar van gelden of goederen die hem uit hoofde van zijn ambt zijn toevertrouwd, is overgenomen in art. 634 (niveau 3); de straf daalt van opsluiting van 5 tot 10 jaar naar niveau 3.zeker · 85% - Art. 635. Vernietigen of wegmaken van officiële akten, stukken of voorwerpen niveau 3
oud art. 241
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van 500 euro tot 100 000 euro wordt gestraft iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die akten of titels waarvan hij in die hoedanigheid de bewaarder is, die hem zijn bezorgd of waartoe hij uit hoofde van zijn ambt toegang heeft gehad, kwaadwillig of bedrieglijk vernietigt of wegmaakt.
Zelfde delict: kwaadwillige of bedrieglijke vernietiging of wegmaking van akten door de bewarende ambtenaar zelf; de straf daalt sterk van opsluiting 5-10 jaar naar niveau 3.zeker · 85% - Art. 636. Knevelarij niveau 3
oud art. 243
Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die zich schuldig maakt aan knevelarij, door bevel te geven om rechten, taksen, belastingen, gelden, inkomsten of interesten, lonen of wedden te innen, of door die te vorderen of te ontvangen, wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van 100 euro tot 50 000 euro of met één van die straffen, en hij kan bovendien, overeenkomstig artikel 33, worden veroordeeld tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen.
De straf is opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro, indien de knevelarij met behulp van geweld of van bedreiging is gepleegd.
Knevelarij is nagenoeg letterlijk overgenomen; de straf daalt naar een uniform niveau 3 zonder de aparte verzwaring bij geweld of bedreiging uit het oude artikel.zeker · 90% - Art. 637. Belangenneming niveau 3
oud art. 245
Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenpersonen of door schijnhandelingen, enig belang, welk het ook zij, neemt of aanvaardt in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of ten dele het beheer of het toezicht had, of die, belast met de ordonnancering van de betaling of de vereffening van een zaak, daarin enig belang neemt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar, en met geldboete van 100 euro tot 50 000 euro of met één van die straffen en hij kan bovendien, overeenkomstig artikel 33, worden veroordeeld tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen.
De voorafgaande bepaling is niet toepasselijk op hem die in de gegeven omstandigheden zijn private belangen door zijn betrekking niet kon bevorderen en openlijk heeft gehandeld.
Belangenneming en de uitzondering voor wie zijn private belangen openlijk heeft bevorderd, zijn vrijwel woordelijk overgenomen, met een straf van niveau 3 in plaats van 1 tot 5 jaar gevangenisstraf.zeker · 92% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3
oud art. 246
§ 1. Passieve omkoping bestaat in het feit dat een persoon die een openbaar ambt uitoefent, rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook vraagt, aanneemt of ontvangt om een van de in artikel 247 bedoelde gedragingen aan te nemen.
§ 2. Actieve omkoping bestaat in het rechtstreeks of door tussenpersonen voorstellen aan een persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde om een van de in artikel 247 bedoelde gedragingen aan te nemen.
§ 3. Met een persoon die een openbaar ambt uitoefent in de zin van dit artikel wordt gelijkgesteld elke persoon die zich kandidaat heeft gesteld voor een dergelijk ambt, die doet geloven een dergelijk ambt te zullen uitoefenen of die, door gebruik te maken van valse hoedanigheden, doet geloven een dergelijk ambt uit te oefenen.
Actieve en passieve omkoping van een persoon met een openbare functie zijn in dezelfde bewoordingen samengebracht in één artikel.zeker · 85% - Art. 631. Onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht niveau 2
oud art. 254
Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar wordt gestraft ieder openbaar ambtenaar, ieder agent of aangestelde van de Regering, van welke staat of rang ook, die het optreden of het aanwenden van de openbare macht vordert of beveelt, doet vorderen of bevelen tegen de uitvoering van een wet of van een koninklijk besluit, tegen de inning van een wettelijk ingevoerde belasting, of tegen de uitvoering hetzij van een rechterlijke beschikking of van een rechterlijk bevel, hetzij van enig ander bevel uitgaande van de overheid.
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid.
Het onwettig vorderen of bevelen van optreden van de openbare macht tegen de uitvoering van wetten of rechterlijke beslissingen is nagenoeg identiek overgenomen, met straf niveau 2 in plaats van 1 tot 5 jaar gevangenisstraf.zeker · 90% - Art. 631. Onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht niveau 2, Art. 632. Gevolg geven aan een onwettige vordering of bevel niveau 2
oud art. 256
Indien de bevelen of vorderingen de rechtstreekse oorzaak zijn van andere misdaden, strafbaar met zwaardere straffen dan in de artikelen 254 en 255 bepaald, worden die zwaardere straffen toegepast op de ambtenaren, agenten of aangestelden die zich schuldig hebben gemaakt aan het geven van bedoelde bevelen of aan het doen van bedoelde vorderingen.
(In dat geval echter wordt de levenslange opsluiting vervangen door opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.)
De regel dat het zwaardere strafniveau van het veroorzaakte misdrijf wordt toegepast wanneer de onwettige vordering of het bevel de rechtstreekse oorzaak is van andere misdrijven, is letterlijk terug te vinden in §2 van beide kandidaatartikelen.zeker · 85% - Art. 633. Rechtsweigering niveau 1
oud art. 258
Ieder rechter, ieder bestuurder of lid van een bestuurslichaam die onder enig voorwendsel, zelfs van het stilzwijgen of de duisterheid van de wet, weigert het aan partijen verschuldigde recht te spreken, wordt gestraft met geldboete van tweehonderd euro tot vijfhonderd euro en kan worden veroordeeld tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen.
Rechtsweigering door een rechter is nagenoeg woordelijk overgenomen, met de geldboete vervangen door een straf van niveau 1.zeker · 90% - Art. 643. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 260
Wanneer een openbaar officier of ambtenaar, een drager of agent van de openbare macht enige handeling strijdig met een wet of met een koninklijk besluit heeft bevolen of verricht, blijft hij vrij van straf indien hij bewijst dat hij heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij hun als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was, in welk geval de straf alleen wordt toegepast op de meerderen die het bevel hebben gegeven.
De strafuitsluiting voor de ambtenaar die een niet-manifest onrechtmatig bevel van een meerdere uitvoert, is vrijwel woordelijk overgenomen.zeker · 88% - Art. 640. Inbreuk op de formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand niveau 1
oud art. 263
Met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro wordt gestraft de ambtenaar van de burgerlijke stand die een van de bepalingen van titel 2 van boek I van het Burgerlijk Wetboek overtreedt.
De overtreding door de ambtenaar van de burgerlijke stand van titel 2 boek I van het Burgerlijk Wetboek is vrijwel letterlijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 641. Voltrekking van een huwelijk zonder voorafgaande toestemming niveau 1
oud art. 265
Met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft de ambtenaar van de burgerlijke stand, die een huwelijk voltrekt zonder zich van het bestaan van de vereiste toestemmingen te vergewissen.
De voltrekking van een huwelijk zonder zich van de vereiste toestemmingen te vergewissen is vrijwel woordelijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 642. Voltrekking van het religieuze huwelijk of van het niet-confessionele huwelijk vóór de voltrekking van het burgerlijk huwelijk niveau 1
oud art. 267
(Ieder bedienaar van een eredienst die een huwelijk inzegent vóór de voltrekking van het burgerlijk huwelijk, wordt gestraft met geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro.)
(Deze bepaling is niet van toepassing wanneer een van de personen die de huwelijksinzegening ontvangen hebben, in levensgevaar verkeerde, en elk uitstel die plechtigheid onmogelijk had kunnen maken.)
Pleegt de bedienaar opnieuw een misdrijf van dezelfde soort, dan kan hij bovendien worden veroordeeld tot gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.
De inzegening van een religieus huwelijk vóór het burgerlijk huwelijk door een bedienaar van de eredienst is vrijwel letterlijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 2
oud art. 269
Weerspannigheid wordt genoemd elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging tegen ministeriële ambtenaren, veld- of boswachters, dragers of agenten van de openbare macht, personen aangesteld om taksen en belastingen te innen, brengers van dwangbevelen, aangestelden van de douane, gerechtelijke bewaarders, officieren of agenten van de administratieve of de gerechtelijke politie, wanneer zij handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen.
De omschrijving van weerspannigheid keert terug in artikel 644, waarbij de lange opsomming van beschermde ambtenaren is vervangen door de ruimere categorie persoon met een openbare functie, uitgebreid tot wie bijstand levert bij die functie. De strafmaat staat nu in hetzelfde artikel, met niveau 1 zonder wapens en niveau 2 met wapens.zeker · 90% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 2
oud art. 271
Weerspannigheid, gepleegd door een enkel persoon voorzien van wapens, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar; zonder wapens gepleegd, wordt zij gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Artikel 644 neemt het onderscheid tussen gewapende en ongewapende weerspannigheid door één persoon over, met een straf van niveau 2 respectievelijk niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en van acht dagen tot zes maanden. Nieuw is de verzwaring wanneer de weerspannigheid een integriteitsaantasting van de tweede of derde graad tot gevolg heeft.zeker · 85% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 2
oud art. 271bis
Indien het feit een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg heeft, wordt weerspannigheid, gepleegd door een enkele persoon met wapen, gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar, indien het zonder wapen is gepleegd, wordt het gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
De verzwaarde weerspannigheid door één persoon met lichamelijke gevolgen is opgenomen in het laatste lid van het basisartikel weerspannigheid: niveau 2 zonder wapens en niveau 3 met wapens. Het oude gevolgcriterium ziekte of ongeschiktheid tot werken is vervangen door een integriteitsaantasting van de tweede of de derde graad, tegenover de oude straffen van zes maanden tot drie jaar zonder wapen en drie tot vijf jaar met wapen.zeker · 85% - Art. 645. Collectieve weerspannigheid niveau 3
oud art. 272
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Wordt de weerspannigheid gepleegd door verscheidene personen en ten gevolge van een voorafgaande afspraak, dan worden de weerspannigen die wapens dragen, veroordeeld tot (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) en de andere tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar.
Is de weerspannigheid niet het gevolg van een voorafgaande afspraak, dan worden de gewapende schuldigen gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar, en de andere met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
De collectieve weerspannigheid keert terug in artikel 645, maar het viervoudige onderscheid naargelang voorafgaande afspraak en wapendracht verdwijnt. In de plaats komt één straf van niveau 3, tegenover de oude opsluiting van vijf tot tien jaar voor de gewapende samenspannende weerspannigen.zeker · 85% - Art. 645. Collectieve weerspannigheid niveau 3
oud art. 272bis
Indien het feit een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg heeft, is weerspannigheid gepleegd door verscheidende personen, met of zonder voorafgaande afspraak en met of zonder wapens, een verzwarende factor.
De collectieve weerspannigheid wordt bestraft met een straf van niveau 3 en het lichamelijke gevolg is uitdrukkelijk een verzwarende factor die de rechter in overweging neemt, net zoals in de oude bepaling. Het gevolgcriterium is wel geherformuleerd als een integriteitsaantasting van de tweede of de derde graad.zeker · 80% - Art. 646. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 273
In geval van weerspannigheid in bende of samenscholing gepleegd, is artikel 134 van dit wetboek toepasselijk op de weerspannigen zonder functie of bediening in de bende, die zich verwijderen op de eerste waarschuwing van het openbaar gezag, of zelfs naderhand, indien zij, zonder nieuw verzet en zonder wapens, worden gevat buiten de plaats waar de weerspannigheid is gepleegd.
De strafuitsluitingsgrond voor deelnemers zonder leidende functie die zich bij een eerste verzoek terugtrekken, is vrijwel woordelijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 247. Smaad niveau 1, Art. 248
oud art. 275
(Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro wordt gestraft hij die een lid van de Wetgevende Kamers in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn mandaat, een minister (, een lid van het Grondwettelijk Hof) of een (magistraat van de administratieve orde of een lid van de rechterlijke orde) of een officier van de openbare macht in actieve dienst, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening, smaadt door daden, woorden, gebaren of bedreigingen.)
Indien de smaad gepleegd wordt in de vergadering van een der Kamers of op de terechtzitting van een hof of een rechtbank, is de gevangenisstraf twee maanden tot twee jaar en de geldboete tweehonderd euro tot duizend euro.
Smaad tegen een lid van de Kamers gepleegd kan, behalve bij ontdekking op heterdaad, niet worden vervolgd dan op klacht van de gesmade persoon of op aangifte van de Kamer waarvan hij deel uitmaakt.
De smaad door daden, woorden, gebaren of bedreigingen keert terug in artikel 247, met een ruimere lijst van beschermde functiedragers en een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden. Het plegen in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting is geen zwaardere strafmaat meer maar een verzwarende factor (artikel 248), en de klachtvereiste voor smaad aan een parlementslid verdwijnt.zeker · 85% - Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 276
Smaad door woorden, daden, gebaren of bedreigingen gepleegd tegen een ministerieel ambtenaar, een agent die drager is van het openbaar gezag of van de openbare macht of tegen enig ander persoon met een openbare hoedanigheid bekleed, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
Smaad tegen een ministerieel ambtenaar of drager van het openbaar gezag valt onder de algemene smaadbepaling voor personen met een openbare functie.zeker · 85% - Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 287
Indien de zegelverbreking geschiedt met geweld tegen personen, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar.
Poging tot zodanige zegelverbreking wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Zegelverbreking met geweld tegen personen is letterlijk als verzwarende omstandigheid opgenomen in art. 667, 1°.zeker · 80% - Art. 689. Belemmering van openbare werken niveau 1
oud art. 289
Hij die zich door feitelijkheden verzet tegen de uitvoering van werken waartoe de bevoegde overheid bevel of machtiging heeft gegeven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.
Verzet door feitelijkheden tegen door de overheid bevolen werken is nagenoeg letterlijk overgenomen.zeker · 85% - Art. 689. Belemmering van openbare werken niveau 1, Art. 690. Belemmering van openbare werken door geweld of bedreiging niveau 2
oud art. 290
Zij die zich door samenscholing en geweld, feitelijkheden of bedreigingen, tegen de uitvoering van die werken verzetten, worden gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
De hoofden of aanstokers worden gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Belemmering door samenscholing en geweld of bedreiging is overgenomen, met een apart, zwaarder gestraft artikel voor de geweldvariant.zeker · 80% - Art. 671. Uitgeven of verspreiden van geschriften zonder vermelding van de oorsprong niveau 1
oud art. 299
Hij die wetens meehelpt tot het uitgeven of verspreiden van enigerlei drukwerk, zonder dat daarin de ware naam en woonplaats van de schrijver of van de drukker zijn vermeld, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen.
De gevangenisstraf kan echter niet worden uitgesproken, wanneer het drukwerk dat zonder de vereiste vermeldingen is uitgegeven, deel uitmaakt van een uitgave waarvan de herkomst bekend is door hetgeen daarvan vroeger verschenen is.
Boek2-art-671 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafbaarstelling, met een vergelijkbaar laag strafniveau (niveau 1).zeker · 93% - Art. 672. Strafuitsluitende verschoningsgronden
oud art. 300
Van de straf, in het vorige artikel bepaald, blijven vrij :
Zij die de drukker doen kennen;
De omroepers, aanplakkers, verkopers of verspreiders, die de persoon doen kennen, van wie zij het gedrukte stuk gekregen hebben.
Boek2-art-672 bevat vrijwel dezelfde strafuitsluitingsgrond voor wie de drukker of de leverancier van het geschrift bekendmaakt.zeker · 93% - Art. 534. Definitie van illegale loterij
oud art. 301
Als loterijen worden beschouwd alle verrichtingen die het publiek aangeboden worden en die bestemd zijn om winst te verschaffen door middel van het lot.
Artikel 534 neemt de definitie letterlijk over, maar voegt als bestanddeel toe dat de verrichting niet door of krachtens de wet is toegelaten, zodat de definitie meteen de illegale loterij afbakent.zeker · 90% - Art. 536. Verspreiding van briefjes van een illegale loterij niveau 1, Art. 537. Reclame maken voor een illegale loterij niveau 1
oud art. 303
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft :
Zij die briefjes van niet wettelijk toegelaten loterijen plaatsen, venten of verspreiden;
Zij die door berichten, aankondigingen, aanplakbiljetten of door enig ander publiciteitsmiddel het bestaan van die loterijen doen kennen of de uitgifte van de loterijbriefjes bevorderen.
In alle gevallen worden de briefjes, alsook de berichten, aankondigingen of aanplakbiljetten, in beslag genomen en vernietigd.
Het oude artikel is gesplitst in de verspreiding of verkoop van briefjes (artikel 536) en het maken van reclame (artikel 537), beide met een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en geldboete. De verplichte inbeslagname en vernietiging van briefjes en aanplakbiljetten is niet overgenomen.zeker · 85% - Art. 672. Strafuitsluitende verschoningsgronden
oud art. 304
Van de straffen, in het vorige artikel bepaald, blijven vrij de omroepers en de aanplakkers die de persoon doen kennen van wie zij de voormelde briefjes of geschriften gekregen hebben.
De vrijstelling van straf voor omroepers en aanplakkers die hun bron bekendmaken, is vrijwel woordelijk overgenomen in de strafuitsluitende verschoningsgrond van art. 672, al is deze nu gekoppeld aan drukpersmisdrijven in het algemeen in plaats van specifiek aan illegale loterijbriefjes.zeker · 80% - Art. 538. Illegale exploitatie van een pandhuis niveau 1
oud art. 306
Zij die zonder wettelijke vergunning een pandhuis houden, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.
Boek2-art-538 herneemt vrijwel woordelijk het misdrijf van het houden van een pandhuis zonder vergunning.zeker · 92% - Art. 539. Onthulling van fabricatie- geheimen niveau 2
oud art. 309
Hij die geheimen van de fabriek waarin hij werkzaam geweest is of nog is, kwaadwillig of bedrieglijk aan anderen meedeelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro.
Art. 539 (onthulling van fabricatiegeheimen) beschrijft dezelfde kern van kwaadwillige of bedrieglijke onthulling van bedrijfsgeheimen aan derden, ondanks de lage tekstuele gelijkenis.zeker · 85% - Art. 541. Belemmering of verstoring van de vrijheid van opbod of van inschrijving niveau 2
oud art. 314
Zij die bij toewijzingen van de eigendom, van het vruchtgebruik of van de huur van roerende of onroerende zaken, van een aanneming, van een levering, van een bedrijf of van enige dienst, de vrijheid van opbod of van inschrijving door geweld of bedreiging of door schenkingen of beloften of door gelijk welk ander frauduleus middel belemmeren of storen, worden gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van honderd euro tot drieduizend euro.
Zij zijn vrijgesteld van straffen indien zij, voor elke vervolging, alle informatie waarover zij beschikken met betrekking tot de omstandigheden en de daders van deze inbreuken ter kennis brengen aan het openbaar ministerie en indien zij hiervoor een verzoek tot immuniteit van vervolging hebben ingediend bij de Belgische Mededingingsautoriteit overeenkomstig artikel IV.54/4 van het Wetboek van economisch recht met betrekking tot dezelfde feiten.
In geval van toepassing van het tweede lid, stelt het openbaar ministerie de Belgische Mededingingsautoriteit onverwijld in kennis van de zaak en verzekert zij de nodige contacten met de Belgische mededingingsautoriteit.
Art. 541 herneemt vrijwel woordelijk het misdrijf en de immuniteitsregeling voor wie eerst aangifte doet bij de Mededingingsautoriteit.zeker · 95% - Art. 342. Schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 344. Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 346. Onwettig bezit of onwettige terbeschikkingstelling van afluistermateriaal niveau 2
oud art. 314bis
§ 1. Met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die :
1° ofwel, opzettelijk, met behulp van enig toestel niet voor publiek toegankelijke communicatie, waaraan hij niet deelneemt, onderschept of doet onderscheppen, er kennis van neemt of doet van nemen, opneemt of doet opnemen, zonder de toestemming van alle deelnemers aan die communicatie;
2° ofwel, met het opzet een van de hierboven omschreven misdrijven te plegen, enig toestel opstelt of doet opstellen.
§ 2. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot twintigduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij, die wetens de inhoud van niet voor publiek toegankelijke communicatie of gegevens van een informaticasysteem die onwettig onderschept of opgenomen zijn of waarvan onwettig kennis genomen is, onder zich houdt, aan een andere persoon onthult of verspreidt, of wetens enig gebruik maakt van een op die manier verkregen inlichting.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, gebruik maakt van een wettig gemaakte opname van niet voor publiek toegankelijke communicatie of gegevens van een informaticasysteem.
(§ 2bis. Met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro of met één van die straffen alleen wordt gestraft hij die, onrechtmatig, een instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om het in § 1 bedoelde misdrijf mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt, verkrijgt met het oog op het gebruik ervan, invoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt.)
§ 3. Poging tot het plegen van een der misdrijven bedoeld (in de §§ 1, 2 of 2bis) wordt gestraft zoals het misdrijf zelf.
§ 4. De straffen gesteld (in de §§ 1 tot 3) worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak van een vonnis of een arrest houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten beoogd (in artikel 259bis, §§ 1 tot 3), dat in kracht van gewijsde is gegaan.
De kern van het misdrijf (afluisteren, opnemen, verspreiden en bedrieglijk gebruik van niet-publieke communicatie, en het bezit van afluisterapparatuur) is overgenomen in de artikelen 342, 344 en 346, met een verlaagd strafniveau (niveau 2 in plaats van tot 3 jaar gevangenisstraf).zeker · 80% - Art. 673. Belemmering van de samenstelling van de lijst van juryleden niveau 1
oud art. 316
Hij die nagelaten heeft te antwoorden op de onderzoekingen gelast door de overheden met het oog op de samenstelling van de lijsten van gezworenen, of die om vrijgesteld te worden van de vervulling van het ambt van gezworene een valse verklaring doet, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Art. 673 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafbaarstelling met een vergelijkbaar strafniveau.zeker · 92% - Art. 674. Onttrekking aan het ambt van jurylid niveau 1
oud art. 316bis
Wordt gestraft met een geldboete van vijftig euro tot duizend euro :
1° de niet vrijgestelde gezworene die zich niet aanmeldt bij het hof van assisen op de dag en het uur die voor de opening van de debatten zijn gesteld, op de dagvaarding die hem is betekend of op de oproeping die hij heeft ontvangen;
2° de gezworene die de dagvaarding of de oproeping heeft beantwoord en zich terugtrekt zonder verlof van de voorzitter, voordat zijn ambt voleindigd is.
Art. 674 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafbaarstelling.zeker · 92% - Art. 403. Definitie van vereniging van misdadigers
oud art. 322
Elke vereniging met het oogmerk om een aanslag te plegen op personen of op eigendommen, is een misdaad of een wanbedrijf, bestaande door het enkel feit van het inrichten der bende.
Art. 403 herneemt vrijwel woordelijk de definitie, met de precisering 'meer dan twee personen'.zeker · 92% - Art. 405. Deelneming aan een vereniging van misdadigers als leidend persoon niveau 4
oud art. 323
(Indien de vereniging tot doel heeft gehad misdaden te plegen waarop levenslange opsluiting staat of opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of een langere termijn, worden de aanstokers tot die vereniging, de hoofden van die bende en degenen die daarin enig bevel hebben gevoerd, gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.)
Zij worden gestraft met gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar, indien de vereniging is opgericht om andere misdaden te plegen, en met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, indien de vereniging is opgericht om wanbedrijven te plegen.
Art. 405 bestraft leidende personen van een vereniging van misdadigers op basis van de ernst van de beoogde misdrijven, net als het oude artikel, zij het met een sterk verlaagd strafniveau (niveau 3-4 in plaats van opsluiting tot 10 jaar).zeker · 85% - Art. 404. Deelneming aan een vereniging van misdadigers niveau 3
oud art. 324
Alle andere personen die van de vereniging deel uitmaken en zij die wetens en willens aan de bende of aan haar afdelingen wapens, munitie, werktuigen tot het plegen van misdaden, een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats verschaffen, worden gestraft :
In het eerste geval van het vorige artikel, met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar;
In het tweede geval, met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar;
En in het derde, met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar.
Art. 404 dekt zowel het loutere lidmaatschap als het verschaffen van wapens, materiaal of onderdak aan de vereniging, net als het oude artikel, met een verlaagd strafniveau.zeker · 88% - Art. 406. Definitie van criminele organisatie
oud art. 324bis
(ingevoegd bij ) Met criminele organisatie wordt bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrijven die strafbaar zijn met gevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen, (...).
Een organisatie waarvan het feitelijke oogmerk uitsluitend politiek, vakorganisatorisch, menslievend, levensbeschouwelijk of godsdienstig is of die uitsluitend elk ander rechtmatig oogmerk nastreeft, kan alszodanig niet beschouwd worden als een criminale organisatie zoals omschreven in het eerste lid.
Art. 406 herneemt vrijwel woordelijk de definitie van criminele organisatie, inclusief de uitzondering voor politieke, vakbonds-, levensbeschouwelijke of andere rechtmatige doelen.zeker · 90% - Art. 407. Deelneming aan een criminele organisatie niveau 3, Art. 408. Deelneming aan een criminele organisatie als beslissingsnemer niveau 4, Art. 409. Deelneming aan een criminele organisatie als leidend persoon niveau 5
oud art. 324ter
(ingevoegd bij ) § 1. (Wanneer de criminele organisatie gebruik maakt van intimidatie, bedreiging, geweld, listige kunstgrepen of corruptie, of commerciële of andere structuren aanwendt om het plegen van de misdrijven te verbergen of te vergemakkelijken, wordt iedere persoon die wetens en willens daarbij betrokken is, gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro of met een van die straffen alleen, ook al heeft hij niet de bedoeling een misdrijf in het raam van die organisatie te plegen of daaraan deel te nemen op één van de in de artikelen 66 tot 69 bedoelde wijzen.)
§ 2. Ieder persoon die deelneemt aan de voorbereiding of de uitvoering van enige geoorloofde activiteit van die criminele organisatie, terwijl hij weet dat zijn deelneming bijdraagt tot de oogmerken van deze criminele organisatie, zoals bedoeld in artikel 324bis, wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 3. Iedere persoon die deelneemt aan het nemen van welke beslissing dan ook in het raam van de activiteiten van de criminele organisatie, terwijl hij weet dat zijn deelneming bijdraagt tot de oogmerken van deze criminele organisatie, zoals bedoeld in artikel 324bis, wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van vijfhonderd euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 4. Iedere leidend persoon van de criminele organisatie wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend euro tot tweehonderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
De vier paragrafen zijn opgesplitst in drie misdrijven: de gewone deelneming en de deelneming aan geoorloofde activiteiten worden samen bestraft met een straf van niveau 3, de deelneming aan de besluitvorming met niveau 4 en de leidende persoon met niveau 5. Dat stemt overeen met de oude straffen van een tot drie jaar, opsluiting van vijf tot tien jaar en opsluiting van tien tot vijftien jaar.zeker · 90% - Art. 410. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 326
Van de in dit hoofdstuk bepaalde straffen blijven vrij de schuldigen die, vóór enige poging tot misdaden of wanbedrijven welke het doel van de vereniging zijn, en vóór enig begin van vervolging, het bestaan van die benden en de namen van hun hoofdbevelvoerders of ondergeschikte bevelvoerders aan de overheid kenbaar maken.
(Lid 2 opgeheven)
Art. 410 herneemt vrijwel dezelfde strafuitsluitingsgrond voor wie het bestaan van de vereniging en haar leiders bekendmaakt vóór enige poging of vervolging.zeker · 90% - Art. 232. Verzwaarde bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen , Art. 231. Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 2
oud art. 327
Hij die, hetzij mondeling, hetzij bij een naamloos of ondertekend geschrift, iemand onder een bevel of onder een voorwaarde, bedreigt met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.
De bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen waarop een criminele straf gesteld is, bij naamloos of ondertekend geschrift, zonder bevel of voorwaarde, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.
De verzwaarde vorm (bedreiging onder bevel of voorwaarde) komt overeen met art. 232, de gewone bedreiging met art. 231; het strafniveau is sterk verlaagd (niveau 1-3 in plaats van gevangenisstraf tot 5 jaar).zeker · 88% - Art. 234. Het geven van een vals bericht niveau 2
oud art. 328
Hij die, hetzij mondeling, hetzij bij een naamloos of ondertekend geschrift, (hetzij door welke gedraging ook,) wetens en willens een vals bericht geeft over het bestaan van gevaar voor een aanslag op personen of eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig tot driehonderd euro.
Art. 234 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 92% - Art. 235. Het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen niveau 2
oud art. 328bis
Hij die op om het even welke wijze stoffen verspreidt die, zonder op zichzelf gevaar in te houden, de indruk geven gevaarlijk te zijn en waarvan hij weet of moet weten dat hierdoor ernstige gevoelens van vrees kunnen worden teweeg gebracht voor een aanslag op personen of op eigendommen, waarop gevangenisstraf van ten minste twee jaar is gesteld, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.
Art. 235 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 92% - Art. 233. Bedreiging met behulp van radioactief materiaal, kernmateriaal en biologische of chemische wapens niveau 3
oud art. 331bis
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) wordt gestraft :
1° hij die, met het oogmerk de dood van of ernstige letsels aan een persoon, dan wel aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu te veroorzaken, dreigt radioactief materiaal of radioactieve instrumenten te gebruiken of die, met hetzelfde oogmerk, dreigt een tegen een nucleaire installatie gerichte handeling te begaan of de werking van zo'n installatie te verstoren;
2° hij die dreigt diefstal van kernmateriaal te zullen plegen ten einde een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, een internationale organisatie of een Staat te dwingen iets te doen of na te lat
(3° hij die dreigt biologische of chemische wapens of producten te zullen gebruiken voor een aanslag op personen, op eigendommen, op rechtspersonen, op internationale organisaties of op een Staat.) en.
De drie gevallen van bedreiging met radioactief materiaal, met diefstal van kernmateriaal en met biologische of chemische wapens zijn vrijwel woordelijk overgenomen. De straf daalt van opsluiting van vijf tot tien jaar naar een straf van niveau 3.zeker · 92% - Art. 684. Ontsnapping van gevangenen niveau 2
oud art. 332
§ 1. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar wordt gestraft hij die zich opzettelijk onttrekt:
1° aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging;
2° aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°.
Poging tot het wanbedrijf, in het eerste lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twaalf maanden.
§ 2. Indien het feit wordt gepleegd met geweld of bedreigingen, wordt het gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar.
Poging tot het wanbedrijf, in het eerste lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
De basisvorm van ontsnapping is overgenomen in art. 684; de verzwaarde vorm met geweld of bedreiging (§2 van het oude artikel) wordt geregeld in een apart artikel dat niet tot de kandidaten van dit item behoort.zeker · 80% - Art. 685/1. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 334
Personen die schuldig zijn aan de misdrijven bedoeld in de artikelen 332 en 333, blijven vrij van straf indien de ontsnapping gebeurde zonder geweld of bedreiging en de ontsnapte persoon zich binnen een periode van achtenveertig uren na de ontsnapping spontaan aanbiedt bij de gevangenis of de inrichting waar hij verbleef, dan wel bij een politiedienst.
Art. 685/1 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafuitsluitingsgrond.zeker · 93% - Art. 685/2. Beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal niveau 2
oud art. 335
Het opzettelijk beschadigen of verduisteren van het elektronisch toezichtsmateriaal wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van tweehonderd euro tot vierduizend euro, of met een van die straffen alleen.
Onder elektronisch toezichtsmateriaal moet worden verstaan het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten.
Art. 685/2 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 92% - Art. 687. Het overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij niveau 1
oud art. 337bis
Hij die opzettelijk voorwerpen op directe of indirecte wijze over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij overgooit, wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.
Art. 687 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 95% - Art. 657. Verberging van een vervolgde persoon niveau 2
oud art. 339
Hij die personen verbergt of doet verbergen, van wie hij weet dat zij wegens een misdaad vervolgd worden of veroordeeld zijn, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Art. 657 herneemt de algemene strafbaarstelling van het verbergen van een vervolgde of veroordeelde persoon, beperkt tot misdrijven van niveau 4 tot 8, met een verlaagd strafniveau.zeker · 85% - Art. 658. Lijkverberging niveau 2
oud art. 340
Hij die het lijk van iemand die gedood is of tengevolge van slagen of verwondingen gestorven is, verbergt of doet verbergen, wegmaakt of doet wegmaken, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot zeshonderd euro.
Art. 658 (lijkverberging) beschrijft dezelfde kern van het verbergen of wegmaken van het lijk van een misdrijfslachtoffer.zeker · 88% - Art. 660. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 341
De twee vorige bepalingen zijn niet van toepassing op de bloedverwanten in de opgaande of de nederdalende lijn, de echtgenoten, zelfs na echtscheiding, de broeders of zusters, en de aanverwanten in dezelfde graden, van de verborgen misdadigers, van de daders van of de medeplichtigen aan de doodslag, de slagen of de verwondingen.
Art. 660 herneemt dezelfde strafuitsluitingsgrond voor bloed- en aanverwanten van de verborgen persoon of van de dader.zeker · 90% - Art. 226. Gijzeling niveau 5, Art. 227. Verzwaarde gijzeling niveau 6, Art. 228. Gijzeling met de dood tot gevolg niveau 7, Art. 229. Strafverminderende verschoningsgrond
oud art. 347bis
§ 1. Gijzeling is de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van personen om deze borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwaarde, onder meer een misdaad of een wanbedrijf voor te bereiden of te vergemakkelijken, de vlucht, de ontvluchting van de daders van een misdaad of wanbedrijf of hun medeplichtigen in de hand te werken, hun vrijlating te verkrijgen of ze hun straf te doen ontgaan.
§ 2. Gijzeling wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
De straf is levenslange opsluiting indien de gijzelaar een minderjarige is of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.
§ 3. Behalve in de in § 4 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar tot twintig jaar indien binnen vijf dagen na de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering, de gijzelaar vrijwillig wordt vrijgelaten zonder dat aan het bevel of aan de voorwaarde is voldaan.
§ 4. De straf is levenslange opsluiting in de volgende gevallen :
1° indien de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van de gijzelaar, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij zware verminking, hetzij de dood ten gevolge heeft;
2° (indien de gijzelaars zijn onderworpen aan de handelingen bedoeld in artikel 417/2, eerste lid.)
De gijzeling zelf, de verzwarende omstandigheden (kwetsbaar slachtoffer, foltering), het gevolg van de dood en de vrijwillige-vrijlatingsgrond zijn overgenomen in de artikelen 226-229, maar met een sterk verlaagd strafniveau (niveau 5-7 in plaats van opsluiting van 20 jaar tot levenslang).zeker · 85% - Art. 358. Niet-aangifte van de geboorte van een kind niveau 1, Art. 359. Niet-kennisgeving van een bevalling niveau 1
oud art. 361
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 26 euro tot 200 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft :
1° hij die gehouden is krachtens artikel 43, § 1 van het Burgerlijk Wetboek, de geboorte van een kind aan te geven en die aangifte niet doet zoals voorzien in dat artikel;
2° hij die gehouden is krachtens artikel 42, van het Burgerlijk Wetboek kennis te geven van een bevalling aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en die kennisgeving niet doet overeenkomstig die bepalingen.
Het oude artikel bundelt niet-aangifte van geboorte en niet-kennisgeving van bevalling; deze zijn in het nieuwe wetboek opgesplitst in twee afzonderlijke artikelen die samen dezelfde inhoud dekken, telkens bestraft met niveau 1.zeker · 90% - Art. 360. Niet-kennisgeving van een vondeling niveau 1, Art. 361. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 362
Met de straffen, bij het vorige artikel bedoeld, wordt gestraft hij die een pasgeboren kind heeft gevonden en hier niet onmiddellijk kennis van heeft gegeven aan de openbare hulpdiensten, zoals bij artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek is voorgeschreven.
Deze bepaling is niet toepasselijk op hem die erin heeft toegestemd het kind te zijnen laste te nemen en dienaangaande een verklaring heeft afgelegd bij de gemeenteoverheid van de plaats waar het kind gevonden is.
De verplichting om een gevonden pasgeboren kind onmiddellijk aan te geven staat nu in artikel 360 met een straf van niveau 1, en de uitzondering voor wie het kind ten laste neemt en dat bij de gemeente verklaart, is verzelfstandigd als strafuitsluitende verschoningsgrond in artikel 361.zeker · 90% - Art. 362. Onderschuiving van een kind niveau 2, Art. 363. Obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind niveau 2
oud art. 363
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft hij die een kind met een ander kind verwisselt of aan een vrouw een kind toeschrijft waarvan zij niet is bevallen.
Met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt gestraft hij die het bewijs van de burgerlijke staat van een kind vernietigt of het opmaken ervan verhindert.
Dezelfde straf wordt toegepast op hen die opdracht geven om de in de vorige leden vermelde feiten te plegen, indien die opdracht is uitgevoerd.
Onderschuiving van een kind en obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat blijven strafbaar, maar de straf is sterk verminderd (van opsluiting 5-10 jaar/gevangenisstraf naar niveau 2); de bepaling over het geven van opdracht tot deze feiten is niet expliciet teruggevonden.zeker · 85% - Art. 366. Bigamie niveau 1
oud art. 391
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die, door de banden van het huwelijk verbonden, een ander huwelijk aangaat vóór de ontbinding van het voorgaande, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
Bigamie blijft strafbaar met dezelfde bestanddelen (aangaan van een huwelijk vóór ontbinding van het vorige), maar de straf daalt sterk van opsluiting 5-10 jaar (misdaad) naar niveau 1 (wanbedrijf).zeker · 85% - Art. 364. Onwettige adoptie voor eigen rekening niveau 2
oud art. 391quater
Met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die voor zichzelf, met bedrieglijk inzicht, een adoptie heeft verkregen of proberen te verkrijgen die strijdig is met de bepalingen van de wet.
Bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van veroordeling wegens overtreding van het bepaalde in het eerste lid kunnen deze straffen worden verdubbeld.
Onwettige adoptie voor eigen rekening blijft strafbaar met dezelfde bestanddelen; de straf daalt van gevangenisstraf 1 maand-1 jaar naar niveau 2 en de verdubbeling bij herhaling is niet teruggevonden.zeker · 85% - Art. 365. Onwettige adoptie door tussenkomst van derden niveau 3
oud art. 391quinquies
Met een gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bij een adoptie als tussenpersoon is opgetreden en voor een derde een adoptie heeft verkregen of proberen te verkrijgen zonder lid te zijn van een daartoe vooraf door de bevoegde gemeenschap erkende adoptiedienst of die als lid van een erkende adoptiedienst voor een derde een adoptie heeft verkregen of proberen te verkrijgen die strijdig is met de bepalingen van de wet.
Onwettige adoptie door tussenkomst van derden komt vrijwel woordelijk terug in artikel 365, met een aanzienlijk lagere straf (niveau 3 in plaats van gevangenisstraf 1-5 jaar).zeker · 90% - Art. 293. Gedwongen huwelijk niveau 3
oud art. 391sexies
Hij die iemand door geweld of bedreiging dwingt een huwelijk aan te gaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderdvijftig euro tot vijfduizend euro.
De poging wordt gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar en met geldboete van honderdvijfentwintig euro tot tweeduizend vijfhonderd euro.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
De strafbaarstelling van het door geweld of bedreiging dwingen tot een huwelijk komt nagenoeg woordelijk terug in artikel 293 (niveau 3); de bijzondere verzwarende omstandigheid 'in het bijzijn van een minderjarige' uit het oude artikel is niet als afzonderlijke kandidaat voorgelegd.zeker · 85% - Art. 294. Gedwongen wettelijke samenwoning niveau 3, Art. 295. Verzwarende factor
oud art. 391septies
Hij die iemand door geweld of bedreiging dwingt een wettelijke samenwoning aan te gaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderdvijftig euro tot vijfduizend euro.
De poging wordt gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar en met geldboete van honderdvijfentwintig euro tot tweeduizend vijfhonderd euro.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
Gedwongen wettelijke samenwoning en de verzwarende factor bij aanwezigheid van een minderjarige komen overeen met de artikelen 294 en 295; de straf daalt van gevangenisstraf 3 maanden-5 jaar naar niveau 3.zeker · 85% - Art. 296. Nietigverklaring van het huwelijk of de wettelijke samenwoning
oud art. 391octies
§ 1. De rechter die een veroordeling uitspreekt op basis van de artikelen 391sexies of 391septies of die de schuld vaststelt voor een inbreuk op deze bepalingen, kan ook de nietigheid van het huwelijk of van de wettelijke samenwoning uitspreken, op vordering van de procureur des Konings of van enige in het geding belanghebbende partij.
§ 2. Een vonnis kan aan de echtgenoten of aan de wettelijk samenwonenden slechts worden tegengeworpen, indien zij in het geding partij zijn geweest of daarin zijn geroepen.
Het openbaar ministerie kan de echtgenoot of echtgenoten of de wettelijk samenwonende of wettelijk samenwonenden, die geen partij zijn in in het geding, gedwongen laten tussenkomen.
De tussenkomst verleent hen de hoedanigheid van partij in het geding. Deze partijen kunnen de rechtsmiddelen aanwenden.
De tussenkomst wordt ingesteld vanaf het begin van het geding zodat de partijen hun rechten met betrekking tot de nietigverklaring van het huwelijk of van de wettelijke samenwoning kunnen doen gelden.
§ 3. Elk exploot van betekening van een vonnis of arrest dat een huwelijk of een wettelijke samenwoning nietig verklaart, wordt door de optredende gerechtsdeurwaarder onmiddellijk in afschrift meegedeeld aan de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken.
§ 4. Wanneer de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, stuurt de griffier onmiddellijk de gegevens van het vonnis of arrest naar de DABS, met vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden.
Indien de huwelijksakte in België werd opgemaakt of in België werd overgeschreven voor 31 maart 2019, verzoekt de griffier de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte heeft opgemaakt of ingeschreven tot opname van de akte in de DABS. Indien de huwelijksakte in het buitenland werd opgemaakt, verzoekt hij de verzoekende partij om een akte van huwelijk te laten opmaken op basis van de buitenlandse akte naar analogie met afdeling 15 van boek I, titel II, hoofdstuk 2, van het oud Burgerlijk Wetboek door de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.
De DABS maakt op basis hiervan een melding op en verbindt deze met de huwelijksakte.
De nietigverklaring, met vermelding van de datum van het in kracht van gewijsde treden van de rechterlijke beslissing, wordt on-middellijk via de DABS aan de Dienst Vreemdelingenzaken genotificeerd.
De griffier brengt de partijen hiervan onmiddellijk in kennis.
§ 5. Wanneer de nietigheid van de wettelijke samenwoning is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, stuurt de griffier, onverwijld, een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte en de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis of het arrest aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de verklaring van wettelijke samenwoning werd afgelegd en aan de Dienst Vreemdelingenzaken.
De griffier brengt de partijen hiervan in kennis.
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt onverwijld melding van de nietigverklaring van de wettelijke samenwoning in het bevolkingsregister.
De regeling over nietigverklaring van het huwelijk of de wettelijke samenwoning na veroordeling voor gedwongen huwelijk/samenwoning is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 296.zeker · 90% - Art. 96. Doodslag niveau 7
oud art. 393
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Doden met het oogmerk om te doden wordt doodslag genoemd. Het wordt gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar).
De definitie van doodslag (doden met het oogmerk om te doden) is woordelijk overgenomen in artikel 96, met een straf van niveau 7 in plaats van opsluiting 20-30 jaar.zeker · 90% - Art. 102. Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 8, Art. 79. Algemene definities
oud art. 393bis
Doodslag op een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting of binnen het veiligheidskorps, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, een VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- of ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder wordt gestraft met levenslange opsluiting indien gepleegd in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.
De doodslag op de opgesomde beroepsgroepen naar aanleiding van de uitoefening van hun functie wordt nu de doodslag op een persoon met een maatschappelijke functie, bestraft met een straf van niveau 8, wat overeenstemt met de oude levenslange opsluiting. De lange opsomming van beroepen is vervangen door het gedefinieerde begrip in de algemene definities.zeker · 85% - Art. 97 niveau 8
oud art. 394
Doodslag met voorbedachten rade wordt moord genoemd. Hij wordt gestraft met (levenslange opsluiting).
Moord (doodslag met voorbedachten rade) is woordelijk overgenomen in artikel 97, met niveau 8 in plaats van levenslange opsluiting.zeker · 90% - Art. 108. Verzwarende factor
oud art. 397bis
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling moet de rechter in overweging nemen het feit dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
De verzwarende omstandigheid dat het misdrijf tegen het leven in het bijzijn van een minderjarige werd gepleegd, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 108 voor de misdrijven bedoeld in de artikelen 106 tot 107/1.zeker · 90% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 405quater
Wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader, zijn de straffen de volgende :
1° in de in artikel 393 bedoelde gevallen is de straf levenslange opsluiting;
2° in de in de artikelen 398, 399, 405 en 405bis, 1° tot 3°, bedoelde gevallen wordt de in voornoemde artikelen bedoelde maximale gevangenisstraf verdubbeld met een maximum van vijf jaar en de maximale geldboete verdubbeld met een maximum van vijfhonderd euro;
3° in de in de artikelen 400, eerste lid, 402 en 405bis, 4°, bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
4° in de in de artikelen 400, tweede lid, 401, eerste lid, 403, 405bis, 5° en 9°, bedoelde gevallen is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
5° in de in de artikelen 401, tweede lid, 405bis, 6°, 7° en 10°, bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
6° in de in de artikelen 404, 405bis, 8° en 11°, bedoelde gevallen is de straf opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
De lange lijst van artikelspecifieke strafverzwaringen wegens een discriminerende drijfveer (racisme, haat wegens beschermd kenmerk) is vervangen door de algemene verzwarende factor van artikel 29, die voor alle misdrijven geldt in plaats van per artikel een aparte strafmaat te bepalen.zeker · 85% - Art. 317. Verkeersbelemmering niveau 1, Art. 318. Gevaarlijke verkeersbelemmering niveau 2
oud art. 406
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluitingvan vijf jaar tot tien jaar) wordt gestraft hij die kwaadwillig het verkeer op de spoorweg, de weg, de binnenwateren of op zee belemmert door enige handeling die een aanslag uitmaakt op de verkeerswegen, de kunstwerken of het materieel, of door enige andere handeling die het verkeer met of het gebruik van vervoermiddelen gevaarlijk kan maken of die ongevallen kan veroorzaken bij het gebruik van of het verkeer met die vervoermiddelen.
Buiten de gevallen van het vorige lid wordt met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden, en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro gestraft hij die kwaadwillig het verkeer op de spoorweg, de weg, de binnenwateren of op zee belemmert door enig voorwerp dat een belemmering voor het verkeer met of voor het gebruik van vervoermiddelen uitmaakt.
Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die, door enige andere handeling, kwaadwillig het verkeer dat gaande is op de spoorweg of op de weg, belet. De rechter kan bovendien het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar of levenslang overeenkomstig de artikelen 38 tot 49/1 van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Kwaadwillige verkeersbelemmering in haar gewone en gevaarlijke vorm is overgenomen in de artikelen 317 en 318, met een sterk verlaagde straf (niveau 1-2 in plaats van opsluiting tot 10 jaar).zeker · 80% - Art. 321. Verkeersbelemmering met de dood tot gevolg niveau 5
oud art. 408
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar).
De kwaadwillige verkeersbelemmering met de dood tot gevolg wordt nu bestraft met een straf van niveau 5, waar het oude artikel opsluiting van twintig tot dertig jaar oplegde; het nieuwe artikel vereist uitdrukkelijk dat de dader niet handelde met het oogmerk te doden.zeker · 80% - Art. 206. Vrouwelijke genitale verminking niveau 3, Art. 207. Vrouwelijke genitale verminking gepleegd uit winstbejag niveau 4, Art. 209. Vrouwelijke genitale verminking met de dood tot gevolg niveau 5, Art. 210. Vrouwelijke genitale verminking gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6, Art. 211. Aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking niveau 2
oud art. 409
§ 1. Hij die eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht uitvoert, vergemakkelijkt of bevordert, met of zonder haar toestemming, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar.
De poging wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die aanzet tot eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht of er, direct of indirect, schriftelijk of mondeling reclame voor maakt of doet maken, uitgeeft, verdeelt of verspreidt.
§ 2. Indien de verminking uitgevoerd wordt op een minderjarige of met een winstoogmerk, is de straf opsluiting van vijf jaar tot zeven jaar.
§ 3. Indien de verminking een ongeneeslijk lijkende ziekte of een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden heeft veroorzaakt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
§ 4. Wanneer de verminking zonder het oogmerk om te doden, toch de dood ten gevolge heeft, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
§ 5. Is de in § 1 bedoelde verminking op een minderjarige of een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, uitgevoerd door zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn, of door enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige of de onbekwame, of door een persoon die hen onder zijn bewaring heeft, of door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer, dan wordt het minimum van de bij de §§ 1 tot 4 bepaalde straffen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.
§ 6. Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
Vrouwelijke genitale verminking, inclusief de verzwaringen voor minderjarigen, winstoogmerk, aanzetten/reclame en het gevolg van de dood, is volledig terug te vinden in de artikelen 206-211, met een herstructurering van de straffen volgens het niveausysteem.zeker · 85% - Art. 103. Uitgelokte doodslag , Art. 203. Uitgelokte gewelddaden
oud art. 411
Doodslag, verwondingen en slagen zijn verschoonbaar, indien zij onmiddellijk uitgelokt worden door zware gewelddaden tegen personen.
De verschoonbaarheid van doodslag en gewelddaden bij onmiddellijke uitlokking door zware gewelddaden is nagenoeg woordelijk overgenomen in de artikelen 103 (uitgelokte doodslag) en 203 (uitgelokte gewelddaden).zeker · 90% - Art. 14. Wettige verdediging
oud art. 416
Er is noch misdaad, noch wanbedrijf, wanneer de doodslag, de verwondingen en de slagen geboden zijn door de ogenblikkelijke noodzaak van de wettige verdediging van zich zelf of van een ander.
De uitsluiting van misdrijf bij doodslag/verwondingen/slagen uit ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging is nu algemeen geregeld in artikel 14 (wettige verdediging) van Boek I, dat voor alle misdrijven geldt.zeker · 90% - Art. 112. Foltering niveau 4, Art. 120. Onmenselijke behandeling niveau 3, Art. 128. Onterende behandeling niveau 2
oud art. 417/1
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
1° foltering : elke opzettelijke onmenselijke behandeling die hevige pijn of ernstig en vreselijk lichamelijk of geestelijk lijden veroorzaakt;
2° onmenselijke behandeling : elke behandeling waardoor een persoon opzettelijk ernstig geestelijk of lichamelijk leed wordt toegebracht, onder meer om van hem inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te dwingen of om hem te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren;
3° onterende behandeling : elke behandeling die in de ogen van het slachtoffer of van derden een ernstige krenking of aantasting van de menselijke waardigheid uitmaakt.
De drie definities (foltering, onmenselijke behandeling, onterende behandeling) staan niet meer in een apart definitieartikel maar zijn woordelijk verwerkt in de openingszin van elk van de drie afzonderlijke strafbaarstellingsartikelen 112, 120 en 128.zeker · 85% - Art. 132. Definitie van toestemming met betrekking tot het seksueel zelfbeschikkingsrecht
oud art. 417/5
Definitie van toestemming met betrekking tot het seksueel zelfbeschikkingsrecht
Toestemming veronderstelt dat deze uit vrije wil is gegeven. Dit wordt beoordeeld in het licht van de omstandigheden van de zaak. De toestemming kan niet worden afgeleid uit de loutere ontstentenis van verweer van het slachtoffer. De toestemming kan worden ingetrokken op elk ogenblik voor of tijdens de seksuele handeling.
Toestemming is er niet wanneer de seksuele handeling is gepleegd door gebruik te maken van de kwetsbare toestand van het slachtoffer ten gevolge van onder meer angst, invloed van alcohol, verdovende middelen, psychotrope stoffen of enige andere substantie met een soortgelijke uitwerking, een ziekte of een handicapsituatie, waardoor de vrije wil is aangetast.
Toestemming is er in ieder geval niet indien de seksuele handeling het gevolg is van een bedreiging, fysiek of psychisch geweld, dwang, verrassing, list of van enige andere strafbare gedraging.
Toestemming is er in ieder geval niet wanneer de seksuele handeling is gepleegd ten nadele van een bewusteloos of slapend slachtoffer.
Vrijwel woordelijk identieke definitie van toestemming inzake het seksueel zelfbeschikkingsrecht.zeker · 98% - Art. 133. Beperkingen aan de mogelijkheid tot toestemming door de minderjarige
oud art. 417/6
Beperkingen aan de mogelijkheid tot toestemming door de minderjarige
§ 1. Onder voorbehoud van paragraaf 2 wordt een minderjarige die de volle leeftijd van zestien jaar niet heeft bereikt, niet geacht uit vrije wil te kunnen toestemmen.
§ 2. Een minderjarige die de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, maar niet de volle leeftijd van zestien jaar, kan uit vrije wil toestemmen indien het leeftijdsverschil met de andere persoon niet meer dan drie jaar bedraagt.
Er is geen misdrijf tussen minderjarigen die de volle leeftijd van veertien jaar hebben bereikt en die met wederzijdse toestemming handelen wanneer het onderlinge leeftijdsverschil meer dan drie jaar bedraagt.
§ 3. Een minderjarige kan nooit uit vrije wil toestemmen indien:
1° de dader een bloedverwant of aanverwant is in de rechte opgaande lijn of een adoptant of een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot en met de derde graad of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin of ongeacht welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met de minderjarige samenwoont en die over die minderjarige gezag heeft, of
2° de daad mogelijk is gemaakt doordat de dader gebruik heeft gemaakt van een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige, of
3° de daad wordt beschouwd als een daad van ontucht of prostitutie als bedoeld in onderafdeling 2 van afdeling 2, luidende "Seksuele uitbuiting van minderjarigen met het oog op prostitutie".
Vrijwel woordelijk identieke regeling van de beperkingen op de toestemmingsbekwaamheid van minderjarigen.zeker · 98% - Art. 134. Aantasting van de seksuele integriteit niveau 3
oud art. 417/7
Aantasting van de seksuele integriteit
Aantasting van de seksuele integriteit is het stellen van een seksuele handeling op een persoon die daar niet in toestemt, al dan niet met behulp van een derde persoon die daar niet in toestemt, dan wel het laten stellen van een seksuele handeling door een persoon die daar niet in toestemt. Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Wordt met aantasting van de seksuele integriteit gelijkgesteld het bewerkstelligen dat een persoon die daarmee niet instemt, getuige is van seksuele handelingen, of van seksueel misbruik, ook zonder dat deze daaraan hoeft deel te nemen.
Aantasting bestaat zodra er een begin van uitvoering is.
Zelfde strafbaarstelling van aantasting van de seksuele integriteit; de straf van gevangenisstraf zes maanden tot vijf jaar wordt vervangen door een straf van niveau 3.zeker · 95% - Art. 135. Voyeurisme niveau 3
oud art. 417/8
Voyeurisme
Voyeurisme is het observeren of doen observeren van een persoon of van deze persoon een beeld- of geluidsopname maken of doen maken,
- rechtstreeks of door middel van een technisch of ander hulpmiddel;
- zonder de toestemming van die persoon of buiten zijn medeweten;
- terwijl die persoon ontbloot is of een expliciete seksuele daad stelt; en
- terwijl die persoon zich in omstandigheden bevindt, waarin hij redelijkerwijs mag verwachten beschut te zijn voor ongewenste blikken.
Onder ontblote persoon wordt begrepen de persoon die zonder toestemming of buiten zijn medeweten een deel van zijn lichaam toont dat op grond van zijn seksuele integriteit verhuld zou zijn gebleven indien die persoon had geweten dat hij werd geobserveerd of dat er een beeld- of geluidsopname van hem werd gemaakt.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Voyeurisme bestaat, zodra er begin van uitvoering is.
Zelfde definitie en strafbaarstelling van voyeurisme, straf omgezet naar niveau 3.zeker · 95% - Art. 136. Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud niveau 3
oud art. 417/9
Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud
Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud is het tonen, toegankelijk maken of verspreiden van visuele of geluidsinhoud van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud bestaat, zodra er begin van uitvoering is.
Zelfde strafbaarstelling van niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud, straf omgezet naar niveau 3.zeker · 95% - Art. 137. Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud niveau 3
oud art. 417/10
Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud
Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud is het met kwaadwillig opzet of uit winstbejag tonen, toegankelijk maken of verspreiden van visuele of geluidsinhoud van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro.
Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud bestaat, zodra er begin van uitvoering is.
Zelfde strafbaarstelling van niet-consensuele verspreiding met kwaadwillig opzet of winstbejag; de oude specifieke straf (één tot vijf jaar plus geldboete) wordt vervangen door niveau 3.zeker · 95% - Art. 138. Verkrachting niveau 4
oud art. 417/11
Verkrachting
Verkrachting is elke gestelde daad die bestaat of mede bestaat uit een seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon of met behulp van een persoon die daar niet in toestemt.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Zelfde definitie van verkrachting; de opsluitingsstraf van tien tot vijftien jaar wordt vervangen door de generieke straf van niveau 4.zeker · 90% - Art. 139. Niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg niveau 7
oud art. 417/12
Niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg
Niet-consensuele seksuele handelingen die de dood tot gevolg hebben, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Zelfde verzwaring bij niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg; straf nu niveau 7 in plaats van opsluiting van twintig tot dertig jaar.zeker · 92% - Art. 141. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd onder bedreiging van een wapen of op een wapen gelijkend voorwerp of na toediening van weerloosmakende of remmingsverlagende stoffen niveau 5
oud art. 417/14
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd onder bedreiging van een wapen of op een wapen gelijkend voorwerp of na toediening van weerloosmakende of remmingsverlagende stoffen
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd onder bedreiging van een wapen of op een wapen gelijkend voorwerp of na toediening van weerloosmakende of remmingsverlagende stoffen worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen onder bedreiging van een wapen of na toediening van weerloosmakende stoffen, straf nu niveau 5.zeker · 93% - Art. 142. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6
oud art. 417/15
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een persoon die in een kwetsbare toestand verkeert
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek duidelijk was of de dader bekend was, worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen ten nadele van een persoon in een kwetsbare toestand; de oude gedifferentieerde opsluitingsstraffen worden vervangen door niveaus 4 tot 6 naargelang het gronddelict.zeker · 85% - Art. 143. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is niveau 6
oud art. 417/16
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is, worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- niet-consensuele verspreiding met kwaadwillig opzet of uit winstbejag van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen ten nadele van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 88% - Art. 144. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar niveau 5
oud art. 417/17
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 88% - Art. 145. Incest niveau 6
oud art. 417/18
Incest
Onder incest wordt begrepen de seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige door een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande lijn, door een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen.
Incest wordt als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijtien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- niet-consensuele verspreiding met kwaadwillig opzet of uit winstbejag van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Onder bloedverwant wordt ook de adoptant, de geadopteerde en de bloedverwanten van de adoptant begrepen.
Zelfde incestregeling met dezelfde gedifferentieerde straffen naargelang het gronddelict, nu uitgedrukt in niveaus in plaats van opsluitingstermijnen.zeker · 88% - Art. 146. Niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen niveau 5
oud art. 417/19
Niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen
Onder niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen worden begrepen de niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, door een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, door een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen.
Niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Onder partner wordt begrepen de persoon waarmee het slachtoffer is gehuwd of een duurzame affectieve en intieme lichamelijke relatie heeft, alsook de persoon waarmee het slachtoffer gehuwd is geweest of een duurzame affectieve en intieme lichamelijke relatie heeft gehad indien de strafbare feiten enigszins verband houden met dit ontbonden huwelijk of de beëindigde relatie.
Zelfde regeling van niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen; de definitie van 'partner' is verhuisd naar de algemene definities van het wetboek.zeker · 85% - Art. 147. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer niveau 5
oud art. 417/20
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer
Niet-consensuele seksuele handelingen waarvan een van de drijfveren bestaat uit de haat, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader, worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Dezelfde straffen worden opgelegd wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
Zelfde verzwaring wegens discriminerende drijfveer; de uitgebreide opsomming van beschermde kenmerken is vervangen door een verwijzing naar de algemene discriminatiedefinitie (art. 29).zeker · 85% - Art. 148. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten aanzien van het slachtoffer niveau 5
oud art. 417/21
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten aanzien van het slachtoffer
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van het slachtoffer bevindt, worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door iemand in een gezags- of vertrouwenspositie.zeker · 88% - Art. 149. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met de hulp of in aanwezigheid van een of meer personen niveau 5
oud art. 417/22
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met de hulp of in aanwezigheid van een of meer personen
Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met de hulp of in aanwezigheid van een of meer personen worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- voyeurisme wordt bestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
- niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
- niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met hulp van of in aanwezigheid van andere personen.zeker · 88% - Art. 150. Verzwarende factoren
oud art. 417/23
Verzwarende factoren
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor feiten die niet-consensuele seksuele handelingen uitmaken, houdt de rechter in het bijzonder rekening met het feit dat:
- de dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer, dan wel een aanverwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot de derde graad, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont of heeft samengewoond;
- het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie;
- het misdrijf werd gepleegd door een arts of een andere gezondheidswerker in de uitoefening van zijn functie;
- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van tien jaar;
- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk op een later tijdstip de in deze afdeling bepaalde feiten te plegen;
- het misdrijf werd gepleegd in aanwezigheid van een minderjarige;
- het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".
Dezelfde lijst van verzwarende factoren bij niet-consensuele seksuele handelingen, met dezelfde werking als factor bij de straftoemeting. De kring van verwanten is licht verruimd tot bloedverwanten in de rechte opgaande of neerdalende lijn.zeker · 93% - Art. 151. Benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden niveau 3
oud art. 417/24
Benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden
Benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden is het aan een minderjarige een voorstel tot ontmoeting doen, op welke manier dan ook, met het oogmerk om een misdrijf te plegen bedoeld in dit hoofdstuk, voor zover dit voorstel is gevolgd door materiële handelingen die tot een dergelijke ontmoeting kunnen leiden.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar.
Zelfde strafbaarstelling van grooming (benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden); straf van drie tot vijf jaar gevangenisstraf wordt niveau 3.zeker · 95% - Art. 152. Bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie niveau 4
oud art. 417/25
Bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie
Bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie is de ontucht of de prostitutie van een minderjarige opwekken, begunstigen of vergemakkelijken.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd eu ro tot vijftigduizend euro.
Zelfde strafbaarstelling van het bewegen van een minderjarige tot ontucht of prostitutie; straf van opsluiting tien tot vijftien jaar wordt niveau 4.zeker · 93% - Art. 153. Bewegen van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar tot het plegen van ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/26
Bewegen van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar tot het plegen van ontucht of prostitutie
Bewegen van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar tot het plegen van ontucht of prostitutie, wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 154. Werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie niveau 4, Art. 155. Werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/27
Werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie
Werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie is het, onverminderd de in artikel 433quinquies bedoelde gevallen, rechtstreeks of via een tussenpersoon, aanwerven, meenemen, wegbrengen of bij zich houden van een minderjarige met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
De omschrijving van het werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie is woordelijk overgenomen, met de vermenigvuldiging van de geldboete per slachtoffer. De uniforme opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt gedifferentieerd: een straf van niveau 4 voor minderjarigen en niveau 5 wanneer het slachtoffer geen volle zestien jaar is.zeker · 85% - Art. 155. Werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/28
Werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie
Onverminderd de in artikel 433quinquies bedoelde gevallen wordt het werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 156. Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt niveau 4
oud art. 417/29
Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt
Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt, is het, rechtstreeks of via een tussenpersoon, houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde strafbaarstelling van het houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt.zeker · 93% - Art. 157. Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar ontucht of prostitutie pleegt niveau 5
oud art. 417/30
Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar ontucht of prostitutie pleegt
Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar ontucht of prostitutie pleegt, wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 158. Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie niveau 4
oud art. 417/31
Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie
Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie is het verkopen, verhuren of ter beschikking stellen van een kamer of enige andere ruimte aan een minderjarige met het oogmerk de ontucht of prostitutie van een minderjarige mogelijk te maken.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde strafbaarstelling van het ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie.zeker · 93% - Art. 159. Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar met het oog op ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/32
Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar met het oog op ontucht of prostitutie
Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar met het oog op ontucht of prostitutie wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 160. Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige niveau 4
oud art. 417/33
Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige
Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige is het, onverminderd de in artikel 433quinquies bedoelde gevallen, op welke manier ook, exploiteren van de ontucht of prostitutie van een minderjarige.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde strafbaarstelling van de exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige.zeker · 93% - Art. 161. Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar niveau 5
oud art. 417/34
Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar
Onverminderd de in artikel 433quinquies bedoelde gevallen wordt exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 162. Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige niveau 4
oud art. 417/35
Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige
Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige is het verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige door de overhandiging, het aanbod of de belofte van een materieel of financieel voordeel.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde strafbaarstelling van het verkrijgen van de ontucht of prostitutie van een minderjarige door overhandiging, aanbod of belofte van een voordeel.zeker · 93% - Art. 163. Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar niveau 5
oud art. 417/36
Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar
Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 164. Organisatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige in vereniging niveau 6
oud art. 417/37
Organisatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige in vereniging
Indien een in het tweede lid bepaald misdrijf wordt gepleegd als daad van deelneming aan de hoofdbedrijvigheid of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft in deze vereniging of niet, wordt dit misdrijf bestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
Het eerste lid is van toepassing op:
- het bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie zoals bedoeld in de artikelen 417/25 en 417/26;
- het werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie zoals bedoeld in de artikelen 417/27 en 417/28;
- het houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt zoals bedoeld in de artikelen 417/29 en 417/30;
- het ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie zoals bedoeld in de artikelen 417/31 en 417/32;
- de exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige zoals bedoeld in de artikelen 417/33 en 417/34; en
- het verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige zoals bedoeld in de artikelen 417/35 en 417/36.
Zelfde verzwaring wanneer de seksuele uitbuiting van minderjarigen als daad van deelneming aan een vereniging wordt gepleegd.zeker · 93% - Art. 165. Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige niveau 3
oud art. 417/38
Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige
Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige is het rechtstreeks, inbegrepen door middel van informatie- en communicatietechnologie, bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot tienduizend euro.
De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Zelfde strafbaarstelling van het bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige; straf van drie tot vijf jaar wordt niveau 3.zeker · 94% - Art. 166. Reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige niveau 2
oud art. 417/39
Reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige
Reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige is:
- het met welk middel ook op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor een aanbod van diensten van seksuele aard, indien die reclame specifiek gericht is op een minderjarige of indien zij gewag maakt van diensten aangeboden door een minderjarige of door een persoon van wie wordt beweerd dat hij minderjarig is, zelfs indien het aanbod wordt verhuld onder bedekte bewoordingen;
- het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, kenbaar maken dat een minderjarige zich aan prostitutie overgeeft, dat men de prostitutie van een minderjarige vergemakkelijkt of dat men wenst in contact te komen met een minderjarige die zich aan ontucht overgeeft.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro.
Nagenoeg woordelijk identieke strafbaarstelling van reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige.zeker · 95% - Art. 167. Verzwaard reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige niveau 3
oud art. 417/40
Verzwaard reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige
Indien het reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige tot doel of tot gevolg heeft, direct of indirect, dat ontucht of prostitutie van een minderjarige of zijn exploitatie wordt vergemakkelijkt, wordt dit misdrijf bestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van driehonderd euro tot drieduizend euro.
Zelfde verzwaarde vorm van reclame maken wanneer dit de ontucht/prostitutie of de exploitatie ervan vergemakkelijkt.zeker · 94% - Art. 168. Aanzetten tot het plegen van ontucht of tot exploitatie van de prostitutie van een minderjarige in het openbaar of door enig reclamemiddel niveau 2
oud art. 417/41
Aanzetten tot het plegen van ontucht of tot exploitatie van de prostitutie van een minderjarige in het openbaar of door enig reclamemiddel
Aanzetten tot het plegen van ontucht of tot exploitatie van de prostitutie van een minderjarige in het openbaar of door enig reclamemiddel is:
- het met welk middel ook in het openbaar de minderjarige tot ontucht aanzetten;
- het door enig reclamemiddel, impliciet of expliciet, aanzetten tot de exploitatie van de prostitutie van een minderjarige, of gebruik maken van zulke reclame naar aanleiding van een aanbod van diensten.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Nagenoeg woordelijk identieke strafbaarstelling van het aanzetten tot ontucht of exploitatie van prostitutie van een minderjarige in het openbaar of via reclame.zeker · 95% - Art. 169. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 417/42
Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
In afwijking van artikel 42, 1°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk doet aan de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen.
De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.
Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van de in het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.
Zelfde bijzondere verbeurdverklaringsregeling voor instrumenten van seksuele uitbuiting van minderjarigen, met aangepaste interne verwijzing naar de nieuwe algemene verbeurdverklaringsbepaling.zeker · 90% - Art. 170. Definitie van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
oud art. 417/43
Definitie van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
Onder beelden van seksueel misbruik van minderjarigen moet worden begrepen:
- elk materiaal dat de visuele weergave op welke wijze dan ook behelst van een minderjarige die deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele gedragingen, of dat de weergave behelst van de geslachtsorganen van een minderjarige voor primair seksuele doeleinden;
- elk materiaal dat de visuele weergave op welke wijze dan ook behelst van een persoon die er als een minderjarige uitziet en die deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele gedragingen, of dat de weergave behelst van de geslachtsorganen van deze persoon voor primair seksuele doeleinden;
- realistische afbeeldingen die de weergave behelzen van een niet-bestaande minderjarige die deelneemt aan expliciete seksuele gedragingen, of die de weergave behelzen van de geslachtsorganen van deze minderjarige voor primair seksuele doeleinden.
Woordelijk identieke definitie van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.zeker · 97% - Art. 171. Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen niveau 3
oud art. 417/44
Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen is het tentoonstellen, aanbieden, verkopen, verhuren, uitzenden, leveren, verspreiden, ter beschikking stellen, overhandigen, vervaardigen of invoeren, met welk middel ook, van beelden van seksuele misbruik van een minderjarige.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot tienduizend euro.
Zelfde strafbaarstelling van het vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen; opsluiting vijf tot tien jaar wordt niveau 3.zeker · 94% - Art. 172. Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen in vereniging niveau 4
oud art. 417/45
Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen in vereniging
Indien het vervaardigen of het verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de dader de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet, wordt dit misdrijf bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met een geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
Zelfde verzwaring wanneer het vervaardigen of verspreiden als daad van deelneming aan een vereniging gebeurt.zeker · 93% - Art. 173. Bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen niveau 3
oud art. 417/46
Bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
Bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen is het bezitten of verwerven, al dan niet voor een derde, van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.
Dit misdrijf wordt bestraft met ... gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot tienduizend euro.
Zelfde strafbaarstelling van het bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.zeker · 95% - Art. 174. Zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen niveau 2
oud art. 417/47
Zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
Zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen is het zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen door middel van informatie- en communicatietechnologie.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot tienduizend euro.
Zelfde strafbaarstelling van het zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.zeker · 95% - Art. 175. Rechtvaardigingsgrond inzake het rechtens ontvangen, analyseren en overzenden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
oud art. 417/48
Rechtvaardigingsgrond inzake het rechtens ontvangen, analyseren en overzenden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
Een door de Koning erkende organisatie kan rechtens meldingen die beelden van seksueel misbruik van minderjarigen zouden kunnen bevatten, ontvangen, de inhoud en de herkomst ervan analyseren en ze aan de politiediensten en gerechtelijke overheden overzenden.
Met het oog daarop voert die organisatie de haar toevertrouwde opdracht uit volgens de nadere regels bepaald door de Koning inzonderheid met betrekking tot:
- de verplichting lid te zijn van een internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen;
- de overzending van de voormelde meldingen aan de politiediensten en gerechtelijke overheden;
- de overzending van de voormelde meldingen met betrekking tot de in het buitenland gehoste beelden, aan de voornoemde internationale vereniging;
- het toezicht op de personen belast met de ontvangst van de meldingen, met de analyse van de inhoud en van de herkomst ervan en met de overzending ervan, alsmede op die van de personen belast met de controle van die taken in de organisatie, via het laten voorleggen van een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering door deze personen en het inwinnen van inlichtingen omtrent de moraliteit van deze personen;
- de jaarlijkse overzending van een activiteitenverslag aan de minister van Justitie;
- het verbod een gegevensbank op te richten op grond van de beelden die haar werden gemeld.
De Koning bepaalt de procedure voor de toekenning en de intrekking van de erkenning.
Nagenoeg woordelijk identieke rechtvaardigingsgrond voor de erkende meldpuntorganisatie die beelden van seksueel misbruik van minderjarigen mag ontvangen, analyseren en doorsturen.zeker · 97% - Art. 176. Rechtvaardigingsgrond inzake het consensueel maken, bezitten en onderling delen van seksueel getinte inhoud
oud art. 417/49
Rechtvaardigingsgrond inzake het consensueel maken, bezitten en onderling delen van seksueel getinte inhoud
Er is geen misdrijf wanneer minderjarigen boven de volle leeftijd van zestien jaar met wederzijdse toestemming zelf seksueel getinte inhoud maken en deze zelf gemaakte seksueel getinte inhoud onderling delen en in bezit houden.
Wederzijdse toestemming is nodig zowel voor het maken, het bezitten en het onderling delen van deze inhoud.
Deze rechtvaardigingsgrond geldt niet indien:
- de seksueel getinte inhoud wordt getoond of verspreid aan een derde;
- een derde de seksueel getinte inhoud tracht te bekomen,
- de dader een bloedverwant of aanverwant is in de rechte opgaande lijn of een adoptant of een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin of onverschillig welke persoon die gewoonlijk of occasioneel met de minderjarige samenwoont en die over die minderjarige gezag heeft, of;
- de daad mogelijk is gemaakt doordat de dader gebruik heeft gemaakt van een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige.
Nagenoeg woordelijk identieke rechtvaardigingsgrond voor het consensueel maken, bezitten en onderling delen van seksueel getinte inhoud tussen minderjarigen boven de zestien jaar ('sexting').zeker · 96% - Art. 181. Verzwarende factoren
oud art. 417/50
Verzwarende factoren
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling houdt de rechter in het bijzonder rekening met het feit dat:
- ...
- het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie;
- het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige bevindt;
- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van tien jaar;
- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk om op een later tijdstip de in die afdeling bepaalde feiten te plegen;
- het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".
De verzwarende factoren voor de afdeling seksuele uitbuiting van minderjarigen zijn vrijwel woordelijk overgenomen, inclusief de openbare functie, de vertrouwens- of gezagspositie, de leeftijd van het slachtoffer en de zogenaamde eermotieven. Het gaat in beide teksten om factoren die de rechter bij de strafbepaling in overweging neemt.zeker · 92% - Art. 182. Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard niveau 2
oud art. 417/51
Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard
Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard is het tentoonstellen, aanbieden, verkopen, verhuren, uitzenden, leveren, verspreiden, ter beschikking stellen, overhandigen, vervaardigen of invoeren, met welk middel ook, van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard.
Onder extreem wordt begrepen elke inhoud die dermate pornografisch of gewelddadig is dat zij van aard is om bij een normaal en redelijk persoon traumatiserende of andere psychisch schadelijke gevolgen te weeg te brengen.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro.
De omschrijving is nagenoeg identiek (nu met 'opzettelijk' verduidelijkt); de straf gevangenisstraf 1 maand-2 jaar/geldboete 200-2000 euro wordt vervangen door een straf van niveau 2.zeker · 90% - Art. 183. Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 3
oud art. 417/52
Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon die in een kwetsbare toestand verkeert
Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek duidelijk was of de dader bekend was, wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van driehonderd euro tot drieduizend euro.
Zelfde misdrijf (verzwaarde vorm tegenover minderjarige of kwetsbare persoon); de straf gevangenisstraf 1-5 jaar wordt vervangen door een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 184. Exhibitionisme niveau 1
oud art. 417/53
Exhibitionisme
Exhibitionisme is het opdringen aan andermans zicht van de eigen ontblote geslachtsdelen of van een seksuele daad op een openbare plaats of op een plaats die zichtbaar is voor het publiek.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Exhibitionisme blijft ongewijzigd strafbaar (nu met uitdrukkelijk opzetvereiste); straf 8 dagen-1 jaar wordt niveau 1.zeker · 90% - Art. 185. Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 2
oud art. 417/54
Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon die in een kwetsbare toestand verkeert
Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek duidelijk was of de dader bekend was, wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro.
Verzwaarde vorm van exhibitionisme tegenover minderjarige of kwetsbare persoon blijft behouden; straf 6 maanden-3 jaar wordt niveau 2.zeker · 88% - Art. 186. Verzwarende factoren
oud art. 417/55
Verzwarende factoren
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling houdt de rechter in het bijzonder rekening met het feit dat:
- ...
- het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie;
- het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten opzichte van het slachtoffer;
- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar;
- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk om op een later tijdstip de in deze afdeling bepaalde feiten te plegen;
- het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".
Artikel 186 herneemt woordelijk dezelfde lijst verzwarende factoren voor deze afdeling. Alleen de aanhef verschilt: de rechter neemt de factoren voortaan in overweging in plaats van er in het bijzonder rekening mee te houden.zeker · 85% - Art. 187. Weigering tot verlening van technische medewerking aan de verwijdering van bepaalde seksueel getinte en extreem pornografische en gewelddadige beelden niveau 1
oud art. 417/56
Weigering tot verlening van technische medewerking aan de verwijdering van bepaalde seksueel getinte en extreem pornografische en gewelddadige beelden
Weigering tot verlening van technische medewerking aan de verwijdering van niet-consensueel verspreide seksueel getinte beelden, van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen en van extreem pornografische en gewelddadige beelden is het weigeren technische medewerking te verlenen:
- aan de mondelinge of schriftelijke bevelen die de procureur des Konings uitvaardigt overeenkomstig artikel 39bis, § 6, zesde lid, van het Wetboek van strafvordering, binnen de termijnen en volgens de voorwaarden die worden aangegeven in die vorderingen;
- aan de uitvoering van de beslissing die is vervat in de beschikking van de rechtbank van eerste aanleg, bedoeld in artikel 584, vijfde lid, 7°, van het Gerechtelijk Wetboek, binnen de termijnen en volgens de voorwaarden die in die beschikking zijn bepaald.
Dit misdrijf wordt bestraft met geldboete van tweehonderd euro tot vijftienduizend euro.
Identieke gedraging (weigering technische medewerking aan verwijdering van beelden); geldboete 200-15.000 euro wordt vervangen door niveau 1.zeker · 90% - Art. 188. Sluiting van de inrichting
oud art. 417/57
Sluiting van de inrichting
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen, ongeacht de hoedanigheid van natuurlijke- of rechtspersoon, van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, de sluiting van de inrichting bevelen waar de inbreuken werden gepleegd, voor een termijn van één maand tot drie jaar.
Wanneer de veroordeelde niet de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting slechts worden bevolen indien de ernst van de specifieke omstandigheden dit vereist, en dit voor een periode van ten hoogste twee jaar, na dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie, de eigenaar, de uitbater, de huurder of de zaakvoerder van de inrichting.
De dagvaarding voor de rechtbank wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding heeft uitgebracht, overgeschreven in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar het goed zich bevindt.
De dagvaarding bevat de gegevens van het betrokken onroerend goed bedoeld in artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 en de identificatiegegevens van de eigenaar ervan zoals bepaald in de artikelen 139 en 140 van de Hypotheekwet.
Elke beslissing wordt op de kant van de overschrijving van het proces-verbaal van de dagvaarding vermeld overeenkomstig de procedure van artikel 84 van de Hypotheekwet. De griffier van het gerecht zendt de uittreksels en de verklaring dat geen hoger beroep werd ingesteld toe aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
De sluiting van de inrichting houdt het verbod in hierin enige activiteit uit te oefenen die verband houdt met diegene die geleid heeft tot het plegen van het misdrijf. De sluiting gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde.
Artikel 188 neemt de sluiting van de inrichting voor dit hoofdstuk vrijwel letterlijk over, inclusief de termijn van een maand tot drie jaar en de overschrijving van de dagvaarding. De algemene gevolgen van de sluiting staan voortaan in de algemene strafbepaling over de sluiting van de inrichting (artikel 59).zeker · 90% - Art. 190. Specifieke verboden en ontzettingen
oud art. 417/59
Specifieke verboden en ontzettingen
§ 1. In de gevallen omschreven in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot de ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31, eerste lid.
§ 2. Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde verbieden tijdelijk of levenslang, rechtstreeks of onrechtstreeks een rusthuis, een home, een bejaardenverblijf of elke andere structuur voor gemeenschappelijk verblijf van kwetsbare personen uit te baten, of als vrijwilliger, contractueel of statutair personeelslid dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen deel uit te maken van enige instelling of vereniging waarvan de hoofdactiviteit gericht is op kwetsbare personen.
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen wegens feiten gepleegd ten nadele van een minderjarige of met zijn deelneming, de ontzetting uitspreken van het recht om, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar:
- in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;
- deel uit te maken, als vrijwilliger, lid van het statutair of contractueel personeel dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is;
- een activiteit toegewezen te krijgen die de veroordeelde in een vertrouwens- of een gezagsrelatie tegenover minderjarigen plaatst, als vrijwilliger, lid van het statutair of contractueel personeel dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging.
§ 3. De verboden en ontzettingen bedoeld in dit artikel gaan in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de gevangenisstraf of de opsluiting wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode van vervroegde invrijheidstelling.
Artikel 190 herneemt de specifieke verboden en ontzettingen bijna letterlijk. De term kwetsbare personen werd vervangen door personen in een kwetsbare toestand en de ontzetting verwijst nu naar artikel 47, eerste lid, in plaats van artikel 31.zeker · 90% - Art. 191. Overzending van een rechterlijke beslissing , Art. 263/1. Overzending van een rechterlijke beslissing in geval van veroordeling wegens mensenhandel , Art. 271/1. Overzending van een rechterlijke beslissing
oud art. 417/62
Overzending van een rechterlijke beslissing
De rechter kan in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de overzending bevelen van het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte van de rechterlijke beslissing aan de desbetreffende werkgever, rechtspersoon of tuchtrechtelijke overheid wanneer de dader wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen en er een werkgever, rechtspersoon of een overheid die over hem het tuchtrechtelijk gezag uitoefent, bekend is.
Die maatregel wordt hetzij ambtshalve genomen, hetzij op verzoek van de burgerlijke partij of van het openbaar ministerie, bij een met bijzondere redenen omklede rechterlijke beslissing wegens de ernst van de feiten, het vermogen tot reclassering of het risico op recidive.
De regeling over overzending van de rechterlijke beslissing aan werkgever of tuchtoverheid is woordelijk overgenomen. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 263/1 neemt de overzending van de beslissing over voor mensenhandel. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 271/1 neemt de overzending van de beslissing over voor misbruik van prostitutie.zeker · 92% - Art. 192. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer niveau 2, Art. 263/2. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer in geval van veroordeling wegens mensenhandel niveau 2
oud art. 417/63
Bescherming van de identiteit van het slachtoffer
§ 1. Het publiceren en verspreiden door middel van boeken, pers, film, radio, televisie of op enige andere wijze, van teksten, tekeningen, foto's, enigerlei beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van het slachtoffer van een in dit hoofdstuk bedoeld misdrijf zijn verboden, tenzij met schriftelijke toestemming van het slachtoffer of met toestemming, ten behoeve van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek, van de procureur des Konings of van de met het onderzoek belaste magistraat.
Indien het slachtoffer minderjarig is, kan deze, noch de personen aan wie het ouderlijk gezag over de betrokkene is toevertrouwd, toestemming geven.
§ 2. Het overtreden van dit artikel wordt bestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van driehonderd euro tot drieduizend euro of met een van die straffen alleen.
Artikel 192 neemt het publicatieverbod met dezelfde uitzonderingen over. De gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar met geldboete van driehonderd tot drieduizend euro wordt een straf van niveau 2 en de overtreding moet nu opzettelijk zijn. Het verbod en de strafbaarstelling zijn samengebracht en verbreed in art. 263/2.zeker · 92% - Art. 32. Advies van een deskundige of dienst gespecialiseerd in de begeleiding of behandeling van seksuele of terroristische delinquenten
oud art. 417/64
Het advies van een dienst gespecialiseerd in de begeleiding of behandeling van seksuele delinquenten
Indien de beklaagde wordt vervolgd voor een in dit hoofdstuk bedoeld misdrijf, kan het openbaar ministerie of de rechter bij wie de zaak aanhangig werd gemaakt, met het oog op het opleggen van de meest geschikte straf, het met redenen omkleed advies inwinnen van een dienst gespecialiseerd in de begeleiding of behandeling van seksuele delinquenten.
Dezelfde regel is verhuisd naar Boek I en uitgebreid tot terroristische delinquenten; het inwinnen van het gemotiveerd advies is bovendien verplicht geworden, behalve wanneer het niet strikt noodzakelijk is, terwijl het vroeger louter facultatief was.zeker · 85% - Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 420
Indien het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg alleen slagen of verwondingen ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft (met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden) en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.
(Wanneer de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf acht dagen tot een jaar en de geldboete 50 euro tot 1000 euro.)
Onopzettelijke slagen of verwondingen door een ernstig gebrek aan voorzorg komen overeen met de integriteitsaantasting van art. 217 (niveau 1); de aparte, hogere strafmaat voor verkeersletsel is niet als afzonderlijke kandidaat teruggevonden.zeker · 80% - Art. 299. Schuldig verzuim niveau 2
oud art. 422bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot (een jaar) en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die verzuimt hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert, hetzij hij zelf diens toestand heeft vastgesteld, hetzij die toestand hem is beschreven door degenen die zijn hulp inroepen.
Voor het misdrijf is vereist dat de verzuimer kon helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen. Heeft de verzuimer niet persoonlijk het gevaar vastgesteld waarin de hulpbehoevende verkeerde, dan kan hij niet worden gestraft, indien hij op grond van de omstandigheden waarin hij werd verzocht te helpen, kon geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was.
(De straf bedoeld in het eerste lid wordt op twee jaar gebracht indien de persoon die in groot gevaar verkeert, minderjarig is of een persoon is van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.)
Schuldig verzuim blijft strafbaar in vrijwel identieke bewoordingen (niveau 2); de specifieke strafverzwaring tot twee jaar bij een minderjarig of kwetsbaar slachtoffer is niet expliciet in deze kandidaat opgenomen.zeker · 80% - Art. 300. Niet-naleving van een bevel tot hulpverlening niveau 2
oud art. 422ter
Met de straffen in het vorige artikel bepaald wordt gestraft hij die, hoewel hij in staat is het te doen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen, weigert of nalaat aan iemand die in gevaar verkeert, de hulp te bieden waartoe hij wettelijk wordt opgevorderd; hij die, hoewel daartoe in staat, weigert of nalaat het werk of de dienst te doen of de hulp te verlenen waartoe hij wordt opgevorderd bij ongeval, beroering, schipbreuk, overstroming, brand of andere rampen, evenals in geval van roverij, plundering, ontdekking op heterdaad, vervolging door het openbaar geroep of van gerechtelijke tenuitvoerlegging.
Niet-naleving van een bevel tot hulpverlening is vrijwel woordelijk overgenomen (niveau 2).zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 422quater
In de gevallen bepaald in de artikelen 422bis en 422ter kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde correctionele straffen worden verdubbeld, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De verdubbeling van het strafminimum wegens discriminerende drijfveer bij schuldig verzuim is opgegaan in de algemene verzwarende factor 'discriminerende drijfveer' die nu voor alle misdrijven geldt.zeker · 85% - Art. 328. Verlating van personen niveau 2, Art. 329. Verlating van personen met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 3, Art. 330. Verlating van personen met de dood tot gevolg niveau 4
oud art. 423
§ 1. Zij die een minderjarige of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was, op om het even welke plaats verlaten of doen verlaten, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
§ 2. Indien de verlating een ernstige verminking van de in § 1 bedoelde persoon of een ongeneeslijk lijkende ziekte of het volledig verlies van het gebruik van een orgaan ten gevolge heeft, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro of met een van die straffen alleen.
§ 3. Indien de verlating de dood van de in § 1 bedoelde persoon ten gevolge heeft, worden de schuldigen gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
De basisincriminatie verlating en de verzwaarde vormen bij ernstige integriteitsaantasting en overlijden zijn opgesplitst over drie artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 85% - Art. 332. In behoeftige toestand achterlaten van personen niveau 1
oud art. 424
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot zeshonderd euro of met een van die straffen alleen, onverminderd, indien daartoe grond bestaat, de toepassing van strengere strafbepalingen, worden gestraft :
De vader of moeder of de adoptanten die hun kind in behoeftige toestand achterlaten, ook al wordt het niet alleen gelaten, die weigeren het weer bij zich te nemen en weigeren zijn onderhoud te betalen als zij het aan een derde hebben toevertrouwd of als het bij rechterlijke beslissing aan een derde is toevertrouwd.
De bloedverwanten in de rechte nederdalende lijn die hun vader, moeder, adoptant of andere bloedverwant in de opgaande lijn in een behoeftige toestand achterlaten, ook al wordt de persoon niet alleen gelaten, die weigeren hem weer bij zich te nemen en weigeren zijn onderhoud te betalen als zij hem aan een derde hebben toevertrouwd of als hij bij rechterlijke beslissing aan een derde is toevertrouwd.
In geval van een tweede veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, gepleegd binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen van de eerste, kunnen de straffen worden verdubbeld.
Het in behoeftige toestand achterlaten van een onderhoudsplichtige persoon is vrijwel woordelijk overgenomen (niveau 1); de recidiveregeling is niet expliciet teruggevonden.zeker · 85% - Art. 333. Onthouding van voedsel of verzorging niveau 2, Art. 334. Onthouding van voedsel of verzorging met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 3, Art. 335. Onthouding van voedsel of verzorging met de dood tot gevolg niveau 4
oud art. 425
§ 1. Zij die een minderjarige of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk of bekend was bij de pleger van de feiten en die niet in staat is om in zijn onderhoud te voorzien, opzettelijk voedsel of verzorging onthouden, in dusdanige mate dat zijn gezondheid in het gedrang wordt gebracht, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro of met een van die straffen alleen.
§ 2. Indien het onthouden van voedsel of verzorging een ongeneeslijk lijkende ziekte, het volledige verlies van het gebruik van een orgaan of ernstige verminking ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
§ 3. Indien het opzettelijk onthouden van voedsel of verzorging, zonder het oogmerk om te doden, toch de dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
De basisincriminatie onthouding van voedsel of verzorging en de verzwaarde vormen bij ernstig letsel en overlijden zijn opgesplitst over drie artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 85% - Art. 336. Nalaten van onderhoud niveau 1, Art. 337. Nalaten van onderhoud met de dood tot gevolg niveau 2
oud art. 426
§ 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen, onverminderd, indien daartoe grond bestaat, de toepassing van strengere strafbepalingen, worden gestraft zij die de bewaring hebben van een minderjarige of van een persoon die kwetsbaar was ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte, dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid en die niet in staat is om in zijn onderhoud te voorzien, het onderhoud van het kind of van de persoon in dusdanige mate nagelaten hebben dat zijn gezondheid in het gedrang wordt gebracht.
§ 2. Indien de nalatigheid de dood veroorzaakt van de minderjarige of van een in § 1 bedoelde persoon en die niet in staat is in zijn onderhoud te voorzien, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro.
De nalatigheidsvariant (nalaten van onderhoud) en de verzwaarde vorm met de dood tot gevolg komen overeen met art. 336 en 337.zeker · 85% - Art. 223. Ontvoering niveau 4, Art. 224. Ontvoering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 5, Art. 225. Ontvoering met de dood tot gevolg niveau 6
oud art. 428
§ 1. Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft hij die een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar niet heeft bereikt, ontvoert of doet ontvoeren, zelfs als de minderjarige zijn ontvoerder vrijwillig is gevolgd.
§ 2. Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft hij die een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, of iedere persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was ontvoert of doet ontvoeren door geweld, list of bedreiging.
§ 3. (...)
§ 4. De straf is opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar indien de ontvoering of de gevangenhouding van de ontvoerde minderjarige of van de in § 2 bedoelde persoon , hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge heeft.
§ 5. Indien de ontvoering of de gevangenhouding de dood ten gevolge heeft, is de straf opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
De basisincriminatie ontvoering en de verzwaarde vormen bij ernstig letsel en overlijden zijn opgesplitst over drie artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 80% - Art. 229. Strafverminderende verschoningsgrond
oud art. 430
In de gevallen bedoeld in de artikelen 428 en 429, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 428, §§ 4 en 5, is de straf gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en geldboete van tweehonderd euro tot vijfhonderd euro indien, binnen vijf dagen na de ontvoering, de ontvoerder of de persoon bedoeld in artikel 429 de ontvoerde minderjarige of de ontvoerde kwetsbare persoon vrijwillig heeft teruggegeven.
De strafverminderingsgrond bij vrijwillige teruggave binnen vijf dagen is inhoudelijk overgenomen (bestraffing op het onmiddellijk lagere niveau in plaats van een vaste, verlaagde strafmaat).zeker · 85% - Art. 677. Niet-afgeven van kinderen niveau 2, Art. 678. Verzwaard niet-afgeven van kinderen niveau 3
oud art. 431
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen worden gestraft zij aan wie een minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaar is toevertrouwd en hem niet afgeven aan de personen die het recht hebben hem op te eisen.
Indien de schuldige deze minderjarige meer dan vijf dagen verborgen houdt voor degenen die het recht hebben hem op te eisen of deze minderjarige onrechtmatig buiten het grondgebied van het Koninkrijk vasthoudt, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen.
De basisincriminatie niet-afgeven van kinderen en de verzwaarde vorm bij verborgen houden langer dan vijf dagen of onttrekking aan het grondgebied zijn opgesplitst over twee artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 80% - Art. 339. Gebruik van personen met het oog op het plegen van een misdrijf , Art. 341. Verzwarende factoren
oud art. 433
Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 433quinquies, wordt eenieder die een minderjarige of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was, rechtstreeks of via een tussenpersoon, aantrekt of gebruikt om, op één van de in artikel 66 bepaalde wijzen, een misdaad of een wanbedrijf te plegen, gestraft met de straffen bepaald voor die misdaad of dat wanbedrijf, waarvan het minimum van de vrijheidsstraf verhoogd wordt met één maand ingeval het maximum van de bepaalde gevangenisstraf één jaar is, met twee maanden wanneer het maximum twee jaar is, met drie maanden wanneer het maximum drie jaar is, met vijf maanden wanneer het maximum vijf jaar is en met twee jaar in het geval van tijdelijke opsluiting, en waarvan, in voorkomend geval, het minimum van de geldboete verdubbeld wordt.
Het minimum van de in het eerste lid bepaalde straffen wordt nogmaals, en in dezelfde verhouding verhoogd ingeval :
1° de minderjarige jonger is dan zestien jaar, of
2° de persoon bedoeld in het eerste lid misbruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie waarin de minderjarige verkeert, of
3° de persoon bedoeld in het eerste lid, de vader, de moeder of een andere bloedverwant in de opgaande lijn is, de adoptant, of enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige, of een persoon die hem onder zijn bewaring heeft, of
4° een gewoonte wordt gemaakt van het aantrekken of gebruiken van minderjarigen om een misdaad of een wanbedrijf te plegen.
Het gebruik van een minderjarige of kwetsbare persoon om een misdrijf te plegen en de bijkomende verzwarende factoren (leeftijd onder 16 jaar, misbruik kwetsbare positie, ouderlijk gezag, gewoonte) zijn opgesplitst over twee artikelen.zeker · 80% - Art. 356. Schending van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarigen niveau 2
oud art. 433bis
Publicatie en verspreiding van het verslag van de debatten voor de jeugdrechtbank, voor de onderzoeksrechter en voor de kamers van het hof van beroep die bevoegd zijn om over het hoger beroep tegen hun beslissingen te oordelen, door middel van boeken, pers, film, radio, televisie, of op enige andere wijze, zijn verboden.
Alleen de motieven en het beschikkend gedeelte van de in openbare terechtzitting uitgesproken rechterlijke beslissing vormen, onder voorbehoud van de toepassing van het derde lid, hierop een uitzondering.
Publicatie en verspreiding door middel van welke procédés ook van teksten, tekeningen, foto's of beelden waaruit de identiteit kan blijken van een persoon die vervolgd wordt, of ten aanzien van wie een maatregel is genomen als bedoeld in (de artikelen 37, 39, 43, 49, 52, 52quater en 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade) of in de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, zijn eveneens verboden. Hetzelfde geldt voor de persoon ten aanzien van wie een maatregel genomen is in het kader van de rechtspleging als bedoeld in artikel 63bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming.
Overtreding van dit artikel wordt gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van driehonderd euro tot drieduizend euro of met een van die straffen alleen.
De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen in jeugdrechtprocedures is vrijwel woordelijk overgenomen, nu ondergebracht bij de misdrijven tegen het privéleven (niveau 2).zeker · 88% - Art. 340. Technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf niveau 3
oud art. 433bis/1
Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar wordt gestraft de meerderjarige die door middel van informatie- en communicatietechnologieën communiceert met een kennelijk of vermoedelijk minderjarige om het plegen van een misdaad of een wanbedrijf jegens hem te vergemakkelijken :
1° indien hij zijn identiteit, leeftijd en hoedanigheid heeft verzwegen of hierover heeft gelogen;
2° indien hij de nadruk heeft gelegd op de in acht te nemen discretie over hun gesprekken;
3° indien hij enig geschenk of voordeel heeft aangeboden of voorgespiegeld;
4° indien hij enige andere list heeft aangewend.
Het technologisch lokken van minderjarigen om een misdrijf te vergemakkelijken is vrijwel woordelijk overgenomen en uitgebreid tot personen in een kwetsbare toestand (niveau 3).zeker · 90% - Art. 288. Uitbuiting van bedelarij niveau 2
oud art. 433ter
Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro wordt gestraft :
1° hij die een persoon aanwerft, meeneemt, wegbrengt, bij zich houdt teneinde hem over te leveren aan de bedelarij, hem ertoe aanzet te bedelen of door te gaan met bedelen, of hem ter beschikking van een bedelaar stelt opdat deze laatste zich van hem bedient om het openbaar medelijden op te wekken;
2° hij die, op welke manier ook, eens anders bedelarij exploiteert.
Poging tot de in het eerste lid bedoelde misdrijven wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van honderd euro tot tweeduizend euro.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Uitbuiting van bedelarij (aanwerven, aanzetten, exploiteren) is inhoudelijk identiek overgenomen (niveau 2); de afzonderlijke, lagere strafmaat voor poging is niet als zodanig teruggevonden.zeker · 88% - Art. 289. Verzwaarde uitbuiting van bedelarij niveau 3
oud art. 433quater
Het in artikel 433ter, eerste lid, bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro wanneer het wordt gepleegd :
1° ten opzichte van een minderjarige;
2° door misbruik te maken van de de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken;
3° door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige andere vorm van dwang.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
De verzwaringsgronden voor uitbuiting van bedelarij (minderjarige, misbruik kwetsbaarheid, dwang) zijn woordelijk overgenomen (niveau 3).zeker · 90% - Art. 265. Het pooierschap niveau 3
oud art. 433quater/1
Het pooierschap
Het pooierschap bestaat, onverminderd de toepassing van artikel 433quinquies, uit een van de volgende daden gepleegd tegen een meerderjarig persoon:
- het organiseren van de prostitutie van een ander met als doel het bekomen van een voordeel, behalve in de gevallen die de wet bepaalt;
- het bevorderen, ertoe aanzetten, aanmoedigen of vergemakkelijken van prostitutie met als doel het, rechtstreeks of onrechtstreeks, bekomen van een abnormaal economisch voordeel of elk ander abnormaal voordeel;
- maatregelen nemen om het verlaten van de prostitutie te verhinderen of te bemoeilijken.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro.
De poging tot het plegen van dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro.
De boete bedoeld in het tweede en derde lid wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Het pooierschap is woordelijk overgenomen; de strafmaat opsluiting 1-5 jaar wordt vervangen door niveau 3.zeker · 92% - Art. 266. Reclame maken voor prostitutie niveau 1
oud art. 433quater/2
Reclame maken voor prostitutie
§ 1. Reclame maken voor prostitutie is:
- het met welk middel ook, op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor een aanbod van diensten van seksuele aard door een meerderjarige, zelfs indien het aanbod wordt verhuld onder bedekte bewoordingen;
- het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, kenbaar maken dat een meerderjarige zich laat prostitueren;
- het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, vergemakkelijken van de prostitutie van een meerderjarige.
§ 2. Reclame maken voor prostitutie van een meerderjarige is verboden.
Het verbod is niet van toepassing:
- ten aanzien van een meerderjarige die reclame maakt voor eigen seksuele diensten achter een raam in een ruimte die specifiek voor prostitutie is bestemd;
- ten aanzien van een meerderjarige die reclame plaatst voor eigen seksuele diensten op een internetplatform of enig ander medium of een onderdeel ervan, die specifiek voor dit doel zijn bestemd;
- ten aanzien van de aanbieder van een internetplatform of enig ander medium of een onderdeel ervan, die specifiek voor dit doel zijn bestemd, die reclame voor diensten van seksuele aard of voor een plaats gewijd aan het aanbieden van diensten van seksuele aard door meerderjarigen publiceert, voor zover hij maatregelen neemt ter bescherming van de sekswerker en ter voorkoming van misbruik van prostitutie en mensenhandel, door ten minste, maar niet uitsluitend mogelijke gevallen van misbruik en uitbuiting onmiddellijk aan de politiediensten of gerechtelijke overheden te melden en door zich te houden aan de nadere regels die door de Koning zijn vastgesteld.
De in het kader van het derde streepje verwerkte categorieën persoonsgegevens hebben uitsluitend betrekking op:
- de identificatiegegevens van adverteerders en in voorkomend geval van aanbieders van seksuele diensten, en
- de gegevens met betrekking tot de plaatsing van de advertentie.
Binnen deze categorieën bepaalt de Koning welke gegevens worden verwerkt. De bewaartermijn voor gegevens mag niet langer zijn dan drie jaar.
De Koning bepaalt wat wordt begrepen onder internetplatform of enig ander medium of onderdeel ervan die specifiek voor dit doel zijn bestemd.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro.
Reclame maken voor prostitutie is nagenoeg woordelijk overgenomen (niveau 1).zeker · 92% - Art. 267. Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren niveau 1
oud art. 433quater/3
Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren
Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren is:
- het door enig reclamemiddel, impliciet of expliciet, aanzetten van een meerderjarige tot het zich prostitueren;
- het met welk middel ook, in het openbaar, een meerderjarige aanzetten tot het zich prostitueren.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro.
Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren is nagenoeg woordelijk overgenomen (niveau 1).zeker · 92% - Art. 268. Verzwaard misbruik van prostitutie niveau 4
oud art. 433quater/4
Verzwaard misbruik van prostitutie
Misbruik van prostitutie, zoals bedoeld in de artikelen 433quater/1 tot 433quater/3 is verzwaard indien het misdrijf werd gepleegd tegen een kwetsbare meerderjarige ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid.
Dit misdrijf wordt bestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.
In het geval van misbruik van prostitutie, zoals bedoeld in artikel 433quater/1, wordt de boete zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Verzwaard misbruik van prostitutie tegen een kwetsbare meerderjarige blijft inhoudelijk hetzelfde misdrijf, maar de strafmaat daalt aanzienlijk van opsluiting 10-15 jaar naar een straf van niveau 4.zeker · 80% - Art. 270. Specifieke verboden en ontzettingen
oud art. 433quater/6
Specifieke verboden
In de gevallen bedoeld in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot de ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31, eerste lid.
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde voor de duur van een jaar tot twintig jaar verbieden een drankgelegenheid, een bureau voor arbeidsbemiddeling, een onderneming van vertoningen, een zaak voor verhuur of verkoop van visuele dragers, een hotel, een bureau voor verhuur van gemeubileerde kamers of appartementen, een reisbureau, een huwelijksbureau, een adoptie-instelling, een instelling waaraan de bewaring van minderjarigen wordt toevertrouwd, een bedrijf dat leerlingen en jeugdgroepen vervoert, een gelegenheid voor ontspanning of vakantie, of elke inrichting die lichaamsverzorging of psychologische begeleiding aanbiedt, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een tussenpersoon, uit te baten of er, in welke hoedanigheid ook, werkzaam te zijn.
De in dit artikel bedoelde verboden gaan in op de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de gevangenisstraf of de opsluiting wordt uitgevoerd, met uitzondering van de termijn voor vervroegde invrijheidstelling.
Artikel 270 herneemt de ontzetting uit de rechten, nu die van artikel 47, eerste lid, en dezelfde lijst van inrichtingen die de veroordeelde gedurende een tot twintig jaar niet mag uitbaten. Nieuw is dat het verbod ook elke beroepsactiviteit of sociale activiteit verbonden aan het misdrijf kan omvatten en dat artikel 48, derde en vierde lid, de aanvang en de wijziging regelt.zeker · 85% - Art. 271. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433quater/8
Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
In afwijking van artikel 42, 1°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk doet aan de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen.
De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.
Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van de in het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.
Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf is woordelijk overgenomen binnen dezelfde afdeling misbruik van prostitutie.zeker · 85% - Art. 272. Multidisciplinaire evaluatie
oud art. 433quater/9
Multidisciplinaire evaluatie.
§ 1. De Kamer van volksvertegenwoordigers wordt ermee belast de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk te evalueren, twee jaar na de inwerkingtreding ervan en vervolgens om de vier jaar.
Die evaluatie is multidisciplinair en stoelt in het bijzonder op de expertise van vertegenwoordigers van het gerecht en van de politie, van vertegenwoordigers van openbare gespecialiseerde organen, van vertegenwoordigers van middenveldorganisaties, alsook van gespecialiseerde academici. De door de drie laatstgenoemde categorieën vertegenwoordigde expertisegebieden moeten minstens de volgende thema's omvatten: de bestrijding van mensenhandel, de steun aan mensen in de prostitutie, de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, de verdediging van de economische en sociale rechten van de werknemers en de toegang tot gezondheid.
§ 2. De wet bepaalt tegen 31 december 2022 de nadere regels van die evaluatie.
De multidisciplinaire evaluatie is nagenoeg woordelijk overgenomen, al vervalt de eenmalige evaluatie na twee jaar en blijft enkel de vierjaarlijkse evaluatie behouden.zeker · 90% - Art. 258. Mensenhandel niveau 3, Art. 264. Verschoningsgrond ten gunste van het slachtoffer van mensenhandel
oud art. 433quinquies
§ 1. Levert het misdrijf mensenhandel op, de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, het nemen of de overdracht van de controle over hem met als doel :
1° de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting;
2° de uitbuiting van bedelarij;
3° het verrichten van werk of het verlenen van diensten, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid;
4° de uitbuiting door het wegnemen van organen of van menselijk lichaamsmateriaal;
5° of deze persoon tegen zijn wil een misdaad of een wanbedrijf te doen plegen.
Behalve in het in 5 bedoelde geval is de toestemming van de in het eerste lid bedoelde persoon met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang.
§ 2. Het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro.
§ 3. Poging tot het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
§ 4. De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
§ 5. Het slachtoffer van mensenhandel dat betrokken is bij misdrijven als rechtstreeks gevolg van zijn uitbuiting loopt geen straf op voor deze misdrijven.
De definitie van mensenhandel en de verschoningsgrond voor het slachtoffer zijn overgenomen in twee afzonderlijke artikelen; de definitie is uitgebreid met illegale adoptie en gedwongen huwelijk als uitbuitingsdoelen.zeker · 85% - Art. 260. Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel niveau 5
oud art. 433septies
Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro in de volgende gevallen :
1° ingeval het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige;
2° ingeval het is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken;
3° ingeval het is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang , of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog;
3bis° ingeval het is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welke voordelen om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer;
4° ingeval het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;
5° ingeval het misdrijf een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van een orgaan of van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt;
6° in geval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;
7° ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
De uitgebreide lijst van verzwaringsgronden voor mensenhandel (minderjarige, misbruik kwetsbaarheid, dwang, levensgevaar, ernstig letsel, gewoonte, criminele organisatie) is grotendeels overgenomen in art. 260.zeker · 85% - Art. 192. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer niveau 2, Art. 263/2. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer in geval van veroordeling wegens mensenhandel niveau 2
oud art. 433novies/1
De publicatie en de verspreiding van teksten, tekeningen, foto's, enigerlei beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van het slachtoffer van het misdrijf bedoeld in artikel 433quinquies, § 1, eerste lid, 1°, of van de poging hiertoe, zijn verboden en strafbaar overeenkomstig artikel 417/63, tenzij met schriftelijke toestemming van het slachtoffer of met toestemming, ten behoeve van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek, van de procureur des Konings of van de met het onderzoek belaste magistraat.
Oud artikel 433novies/1 verbood al de publicatie en verspreiding van gegevens waaruit de identiteit van het slachtoffer van mensenhandel kan blijken en verwees voor de bestraffing naar artikel 417/63. Beide bepalingen worden nu samengebracht in één artikel met een eigen strafniveau, waarbij het verbod wordt verbreed van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting naar alle mensenhandelmisdrijven van de afdeling.zeker · 80% - Art. 276. Illegaal wegnemen van een menselijk orgaan niveau 4
oud art. 433novies/2
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zevenhonderdvijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro wordt gestraft hij die een orgaan wegneemt bij een persoon in de volgende gevallen:
1° wanneer het wegnemen bij een levende gebeurt zonder zijn vrije, geïnformeerde en specifieke toestemming, of wanneer het wegnemen bij een overledene gebeurt in strijd met de in de wet bedoelde voorwaarden inzake toestemming of verzet;
2° wanneer, in ruil voor het wegnemen van het orgaan, die persoon of een derde, rechtstreeks of onrechtstreeks, een profijt of een vergelijkbaar voordeel werd voorgesteld, aangeboden, beloofd of heeft verkregen, zulks zelfs indien de persoon heeft toegestemd in het wegnemen;
3° wanneer het wegnemen gebeurt door een persoon die daartoe niet is gemachtigd door de wet, of buiten een door de wet gemachtigde verzorgingsinrichting.
Vormen geen "profijt of vergelijkbaar voordeel" in de zin van het eerste lid, 2° :
1° de vergoeding van de rechtstreekse en onrechtstreekse kosten, bedoeld in artikel 4, § 2, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, en in artikel 6, § 2, van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek;
2° de vergoeding van de inkomstenderving die met de orgaandonatie verband houdt.
De bestanddelen (illegaal wegnemen van een orgaan zonder toestemming, tegen profijt, of door een onbevoegde) zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 276.zeker · 95% - Art. 277. Illegaal transplanteren of gebruiken van een menselijk orgaan niveau 4
oud art. 433novies/3
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zevenhonderdvijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro wordt gestraft hij die:
1° bij een persoon een orgaan transplanteert dat is weggenomen in strijd met artikel 433novies/2 of dat is weggenomen in een andere Staat onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden, of een dergelijk orgaan gebruikt voor andere doeleinden dan de transplantatie, zulks met kennis van zaken;
2° bij een persoon een orgaan transplanteert zonder daartoe te zijn gemachtigd door de wet of buiten een door de wet gemachtigde verzorgingsinrichting.
De in België of een andere lidstaat van de Europese Unie weggenomen organen worden geacht niet te zijn weggenomen in strijd met artikel 433novies/2 of onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden, tot bewijs van het tegendeel, indien zij werden toegewezen door een openbare of private non-profitorganisatie die zich bezighoudt met binnenlandse en grensoverschrijdende orgaanuitwisselingen.
Het illegaal transplanteren of gebruiken van een onwettig weggenomen orgaan, of transplanteren zonder machtiging, is inhoudelijk overgenomen in artikel 277.zeker · 90% - Art. 278. Illegaal beheren van menselijke organen niveau 4
oud art. 433novies/4
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zevenhonderdvijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro wordt gestraft hij die, met kennis van zaken:
1° een orgaan dat is weggenomen in strijd met artikel 433novies/2 of dat is weggenomen in een andere Staat onder de voorwaarden bedoeld in artikel 433novies/2, voorbereidt, preserveert, opslaat, vervoert, overbrengt, ontvangt of uitvoert;
2° een orgaan dat is weggenomen in een andere Staat onder de voorwaarden bedoeld in artikel 433novies/2 invoert of laat doorvoeren.
De in België of een andere lidstaat van de Europese Unie weggenomen organen worden geacht niet te zijn weggenomen in strijd met artikel 433novies/2 of onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden, tot bewijs van het tegendeel, indien zij werden toegewezen door een openbare of private non-profitorganisatie die zich bezighoudt met binnenlandse en grensoverschrijdende orgaanuitwisselingen.
Het voorbereiden, bewaren, vervoeren, invoeren of doorvoeren van een illegaal orgaan is nagenoeg identiek overgenomen in artikel 278.zeker · 90% - Art. 279. Ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen niveau 4
oud art. 433novies/5
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zevenhonderdvijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro wordt gestraft hij die een kandidaat orgaandonor of ontvanger benadert of werft teneinde rechtstreeks of onrechtstreeks een profijt of een vergelijkbaar voordeel voor zichzelf of voor een derde te verkrijgen.
Het benaderen of werven van een kandidaat orgaandonor of -ontvanger met winstoogmerk is woordelijk overgenomen in artikel 279.zeker · 90% - Art. 281. Faciliteren of verspreiden van illegale praktijken van handel in menselijke organen niveau 3
oud art. 433novies/6
Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro wordt gestraft hij die op enigerlei wijze:
1° de handelwijzen bedoeld in de artikelen 433novies/2 tot 433novies/4 en 433novies/7, vergemakkelijkt, bevordert of tot dergelijke handelwijzen aanzet;
2° direct of indirect, reclame maakt of doet maken, uitgeeft, verdeelt of verspreidt voor die handelwijzen;
3° de behoefte aan of de beschikbaarheid van organen direct of indirect onder de aandacht brengt teneinde rechtstreeks of onrechtstreeks een profijt of een vergelijkbaar voordeel voor zichzelf of voor een derde aan te bieden of te behalen.
Poging tot het in het eerste lid bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
Het faciliteren, bevorderen of reclame maken voor illegale orgaanhandel is overgenomen in artikel 281; de aparte, verzwaarde strafmaat voor poging uit het oude artikel is niet expliciet in de kandidaat teruggevonden.zeker · 80% - Art. 282. Aanvaarden van een illegale transplantatie van een menselijk orgaan niveau 3
oud art. 433novies/7
Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro wordt gestraft hij die, met kennis van zaken, voor zichzelf de transplantatie van een orgaan dat is weggenomen in strijd met artikel 433novies/2 of dat is weggenomen in een andere Staat onder de voorwaarden bedoeld in artikel 433novies/2, heeft aanvaard.
De in België of een andere lidstaat van de Europese Unie weggenomen organen worden geacht niet te zijn weggenomen in strijd met artikel 433novies/2 of onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden, tot bewijs van het tegendeel, indien zij werden toegewezen door een openbare of private non-profitorganisatie die zich bezighoudt met binnenlandse en grensoverschrijdende orgaanuitwisselingen.
Het voor zichzelf aanvaarden van een illegaal verkregen orgaantransplantatie is inhoudelijk identiek overgenomen in artikel 282.zeker · 90% - Art. 283. Aanbieden of aanvaarden van een voordeel in het kader van de handel in menselijke organen niveau 3
oud art. 433novies/8
Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijftigduizend euro wordt gestraft hij die, rechtstreeks of door tussenpersonen, aan een persoon een voordeel van welke aard dan ook, voor zichzelf of voor een derde, belooft, aanbiedt of overhandigt, opdat hij een orgaan wegneemt, transplanteert of gebruikt in strijd met de artikelen 433novies/2 tot 433novies/4, of het plegen van een dergelijke handeling vergemakkelijkt.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, rechtstreeks of door tussenpersonen, een voordeel van welke aard dan ook, voor zichzelf of voor een derde, vraagt, aanvaardt of ontvangt, teneinde een orgaan weg te nemen, te transplanteren of te gebruiken in strijd met de artikelen 433novies/2 tot 433novies/4, of het plegen van een dergelijke handeling te vergemakkelijken.
Artikel 283 herneemt zowel het beloven, aanbieden of overhandigen als het vragen, aanvaarden of ontvangen van een voordeel om een orgaan illegaal weg te nemen, te transplanteren of te gebruiken. De gevangenisstraf van een tot vijf jaar met geldboete tot vijftigduizend euro wordt een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 280. Verzwaard illegaal wegnemen, transplanteren, gebruiken of beheren en ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen niveau 6, Art. 284. Verzwaard faciliteren of verspreiden van illegale praktijken en aanbieden of aanvaarden van een onterecht voordeel in het kader van de handel in menselijke organen niveau 5
oud art. 433novies/9
De straffen zullen worden vastgesteld als bepaald bij het derde en vierde lid:
1° ingeval het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige of enige andere bijzonder kwetsbare persoon;
2° ingeval het is gepleegd door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen;
3° ingeval het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;
4° ingeval het misdrijf de lichamelijke of geestelijke gezondheid van het slachtoffer ernstig heeft aangetast;
5° ingeval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;
6° ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet;
7° ingeval de dader reeds werd veroordeeld voor een in dit Hoofdstuk bedoeld misdrijf, onder voorbehoud van de toepassing van Hoofdstuk V van Boek I van het Strafwetboek.
Voor de toepassing van het eerste lid, 7°, kan rekening worden gehouden met de veroordeling uitgesproken door een strafgerecht van een andere Staat die Partij is bij het Verdrag van de Raad van Europa tegen de handel in menselijke organen, voor een van de feiten die strafbaar zijn gesteld overeenkomstig dat Verdrag, voor zover de dader niet op minder gunstige wijze wordt behandeld dan indien de vroegere veroordeling was uitgesproken door een Belgisch gerecht.
In de gevallen bedoeld in de artikelen 433novies/2 tot 433novies/5 zijn de straffen opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
In de gevallen bedoeld in de artikelen 433novies/6 en 433novies/8 zijn de straffen opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en geldboete van zevenhonderdvijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro.
De lijst van verzwarende omstandigheden is gesplitst over artikel 280 voor het illegaal wegnemen, transplanteren, gebruiken, beheren en ronselen en artikel 284 voor het faciliteren en het aanbieden of aanvaarden van een voordeel. De opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt niveau 5 en die van vijf tot tien jaar niveau 4, en er komt een verzwarende omstandigheid wegens discriminerende drijfveer bij.zeker · 85% - Art. 290. Huisjesmelkerij niveau 2
oud art. 433decies
Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfentwintigduizend euro wordt gestraft hij die rechtstreeks of via een tussenpersoon misbruik maakt van de de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid door, met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren, een roerend goed, een deel ervan, een onroerend goed, een kamer of een andere in artikel 479 bedoelde ruimte, te verkopen, te verhuren of ter beschikking te stellen in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid .... De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Huisjesmelkerij (misbruik van kwetsbare toestand door verkoop, verhuur of terbeschikkingstelling van goederen met abnormaal profijt) is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 290, zij het op een lager strafniveau.zeker · 90% - Art. 291. Verzwaarde huisjesmelkerij niveau 3
oud art. 433undecies
Het in artikel 433decies bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro in de volgende gevallen :
1° ingeval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;
2° in geval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
De verzwaring van huisjesmelkerij wegens gewoonte of deelneming aan een vereniging is identiek overgenomen in artikel 291.zeker · 90% - Art. 291. Verzwaarde huisjesmelkerij niveau 3
oud art. 433duodecies
Het in artikel 433decies bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdvijftigduizend euro ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
De verzwaring van huisjesmelkerij bij deelname aan een criminele organisatie is inhoudelijk overgenomen in artikel 291, met een strafniveau in plaats van de oude opsluitingsvork van vijf tot tien jaar.zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 438bis
In de gevallen bepaald in dit hoofdstuk kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De verdubbeling van straffen wegens discriminerende drijfveer bij misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid is opgegaan in de algemene verzwarende factor van artikel 29.zeker · 85% - Art. 350. Onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats niveau 1, Art. 351. Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting niveau 1
oud art. 442/1
§ 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid hetzij zonder toestemming van een houder van een titel die of een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, op eender welke manier andermans niet bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden ervan of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed dat al dan niet als verblijf kan dienen, hetzij binnendringt, hetzij bezet, hetzij erin verblijft zonder zelf houder te zijn van voormelde titel of recht.
§ 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die binnen de vastgestelde termijn geen gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed, zoals hersteld bij de wet van 6 december 2022 om justitie menselijker, sneller en straffer te maken IIbis of aan de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Het in paragraaf 1 bedoelde misdrijf kan alleen worden vervolgd op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op het betrokken goed.
De onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats zonder toestemming (§1) komt overeen met artikel 350, en de weigering om aan een ontruimings- of uithuiszettingsbevel te voldoen (§2) met artikel 351.zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 442ter
In de gevallen bepaald in artikel 442bis kan het minimum van de bij dit artikel bepaalde correctionele straffen worden verdubbeld, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De verdubbeling van straffen wegens discriminerende drijfveer bij belaging is opgegaan in de algemene verzwarende factor van artikel 29.zeker · 85% - Art. 310. Conversiepraktijken
oud art. 442quinquies
Conversiepraktijken
Onder conversiepraktijk wordt begrepen elke praktijk die bestaat uit een fysieke interventie of het uitoefenen van psychische druk, waarvan door de dader wordt aangenomen of voorgehouden dat die erop gericht is de seksuele oriëntatie, de genderidentiteit of de genderexpressie van een persoon te onderdrukken of te wijzigen, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Worden niet als conversiepraktijken beschouwd: de hulp- en dienstverlening aangeboden in het kader van de geestelijke en fysieke gezondheidszorg in verband met de verkenning en de ontplooiing van de seksuele oriëntatie, de genderidentiteit of de genderexpressie van een persoon.
Worden evenmin als conversiepraktijk beschouwd: de behandelingen of ingrepen in het kader van een sociale of medische transitie die worden aangeboden door beroepsbeoefenaars in het kader van de gezondheidszorg, overeenkomstig de voorwaarden en binnen het kader van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.
De definitie van conversiepraktijken is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 310.zeker · 97% - Art. 311. Het uitvoeren van conversiepraktijken niveau 2, Art. 312. Verzwarende factoren
oud art. 442sexies
De bestraffing van het uitvoeren van conversiepraktijken en van de poging, en de verzwarende factoren
§ 1. Het uitvoeren van conversiepraktijken wordt bestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 100 euro tot 300 euro of met een van die straffen alleen.
§ 2. Bij de keuze van de straf en de zwaarte ervan voor het in de eerste paragraaf bedoelde misdrijf, houdt de rechter in het bijzonder rekening met volgende verzwarende factoren:
- het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van het slachtoffer bevindt;
- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige of op een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek duidelijk was of de dader bekend was.
§ 3. De poging tot het uitvoeren van conversiepraktijken wordt bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 26 euro tot 100 euro of met een van die straffen alleen.
Het uitvoeren van conversiepraktijken en de verzwarende factoren (vertrouwenspositie, minderjarig of kwetsbaar slachtoffer) zijn overgenomen in de artikelen 311 en 312; de aparte, lagere strafmaat voor poging is niet expliciet teruggevonden.zeker · 80% - Art. 313. Het aanbieden van conversiepraktijken niveau 1
oud art. 442septies
De bestraffing van het aanbieden van conversiepraktijken
Het aanbieden van conversiepraktijken, direct of indirect wordt bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 26 euro tot 100 euro of met een van die straffen alleen.
Het aanbieden van conversiepraktijken is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 313.zeker · 90% - Art. 314. Het aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan, het aanzetten van personen om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het maken van reclame voor conversiepraktijken niveau 1, Art. 315. Het verzwaard aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan of om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het verzwaard maken van reclame voor conversiepraktijken niveau 2
oud art. 442octies
De bestraffing van het aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan, het aanzetten van personen om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het maken van reclame voor conversiepraktijken.
Het aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan, het aanzetten van personen om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het met welk middel ook op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor een aanbod van conversiepraktijken, wordt bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 26 euro tot 100 euro of met een van die straffen alleen.
In het geval dit tot het plegen van het misdrijf bedoeld in artikel 442sexies, § 1, heeft geleid, wordt de inbreuk bestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 100 euro tot 300 euro of met een van die straffen alleen.
Het aanzetten tot of reclame maken voor conversiepraktijken is overgenomen in artikel 314, en de verzwaring wanneer dit tot effectieve uitvoering leidt in artikel 315.zeker · 90% - Art. 242. Lasterlijke aangifte niveau 1, Art. 243. Lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte niveau 1
oud art. 445
Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro wordt gestraft :
Hij die schriftelijk bij de overheid een lasterlijke aangifte indient;
Hij die schriftelijk aan een persoon lasterlijke aantijgingen tegen zijn ondergeschikte toestuurt.
De schriftelijke lasterlijke aangifte bij de overheid komt overeen met artikel 242, en de schriftelijke lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte met artikel 243.zeker · 90% - Art. 244. Belediging niveau 1, Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 448
Hij die hetzij door daden, hetzij door geschriften, prenten of zinnebeelden iemand beledigt in een van de omstandigheden in artikel 444 bepaald, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.
(Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, in een van de omstandigheden in artikel 444 bepaald, iemand die drager is van het openbaar gezag of van de openbare macht of die met een openbare hoedanigheid is bekleed, door woorden beledigt in zijn hoedanigheid of wegens zijn bediening.)
De belediging door daden, geschriften, prenten of zinnebeelden keert terug als de belediging van artikel 244, in het hoofdstuk over de persoonlijke rust en de morele integriteit. De belediging door woorden van een drager van het openbaar gezag is ondergebracht bij de smaad van artikel 247.zeker · 80% - Art. 246. Bijzondere grond van onschendbaarheid
oud art. 452
Vóór de rechtbank gesproken woorden of aan de rechtbank overlegde geschriften, geven geen aanleiding tot strafvervolging wanneer die woorden of die geschriften op de zaak of op de partijen betrekking hebben.
Lasterlijke, beledigende of eerrovende tenlasteleggingen die aan de zaak of aan de partijen vreemd zijn kunnen aanleiding geven hetzij tot een strafvordering hetzij tot burgerlijke rechtvordering van de partijen of van derden.
De onschendbaarheid van voor de rechtbank gesproken woorden of overgelegde geschriften is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 246.zeker · 95% - Art. 370. Grafschennis niveau 2
oud art. 453
Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro wordt gestraft hij die zich schuldig maakt aan grafschennis.
Grafschennis is overgenomen in artikel 370, dat het misdrijf verder concreet omschrijft (vernielen, neerhalen of beschadigen van graven, gedenktekens of urnen).zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 453bis
In de gevallen bepaald in dit hoofdstuk kan het minimum van de correctionele straffen worden verdubbeld, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De verdubbeling van straffen wegens discriminerende drijfveer bij aanranding van eer of goede naam is opgegaan in de algemene verzwarende factor van artikel 29.zeker · 85% - Art. 322. Aantasting van voedingsmiddelen niveau 3
oud art. 454
Hij die onder spijzen of dranken of onder voedingsmiddelen of voedingswaren, welke dan ook, bestemd om verkocht of gesleten te worden, stoffen mengt of doet mengen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro.
Het mengen van dodelijke of gezondheidsschadelijke stoffen in voedingsmiddelen of dranken bestemd voor verkoop is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 322.zeker · 92% - Art. 323. Verkoop van aangetaste voedingsmiddelen of van stoffen niveau 3
oud art. 455
Met de straffen, bij het vorige artikel bepaald, wordt gestraft :
Hij die spijzen, dranken, voedingsmiddelen of voedingswaren, welke dan ook, verkoopt, slijt of te koop stelt, wetende dat zij stoffen bevatten die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden;
Hij die deze stoffen verkoopt of verschaft, wetende dat zij tot vervalsing van voedingsmiddelen of voedingswaren moeten dienen.
Beide bestraffen het verkopen van voedingsmiddelen die gevaarlijke stoffen bevatten en het verschaffen van stoffen bestemd voor vervalsing; art. 323 herneemt dezelfde twee gedragingen onder een straf van niveau 3.zeker · 88% - Art. 324. Opslag van aangetaste voedingsmiddelen niveau 2
oud art. 456
Met gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro wordt gestraft hij die in zijn magazijn, in zijn winkel of in enige andere plaats spijzen, dranken, voedingsmiddelen of voedingswaren heeft, die bestemd zijn om verkocht of gesleten te worden, wetende dat zij stoffen bevatten die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden.
Het in voorraad houden van gevaarlijke voedingsmiddelen met het oog op verkoop komt overeen met de nieuwe 'opslag van aangetaste voedingsmiddelen', bestraft met niveau 2 in plaats van de oude gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar.zeker · 85% - Art. 352. Schending van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458
Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte (of voor een parlementaire onderzoekscommissie) getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet, het decreet of de ordonnantie hen verplicht of toelaat die geheimen bekend te maken, worden gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen.
Vrijwel woordelijk dezelfde omschrijving van schending van het beroepsgeheim; het strafniveau 2 vervangt de oude gevangenisstraf van een tot drie jaar.zeker · 95% - Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458bis
Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 417/7 tot 417/22, 417/24 tot 417/38, 417/44 tot 417/47, 417/56, 433quater/1 en 433quater/4, 392 tot 394, 396 tot 405ter, 409, 423, 425, 426, 433quinquies en 442quinquies tot 442nonies, gepleegd op een minderjarige of op een persoon die kwetsbaar is ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, partnergeweld, gebruiken van geweld, gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer", een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 422bis, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings, hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde kwetsbare persoon en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen, hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of bedoelde kwetsbare personen het slachtoffer worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen.
Paragraaf 1 van artikel 353 herneemt het spreekrecht van de geheimhouder met dezelfde twee gevallen van ernstig gevaar. De opsomming van misdrijven is aangepast aan de nieuwe nummering en de kwetsbare persoon wordt nu omschreven via de definitie in artikel 79, 2°.zeker · 80% - Art. 347. Schending van het briefgeheim niveau 1
oud art. 460
Hij die schuldig bevonden wordt aan het wegmaken van een (aan een postoperator) toevertrouwde brief of aan het openen van een zodanige brief om het geheim ervan te schenden, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen, onverminderd zwaardere straffen, indien de schuldige een ambtenaar of een agent van de Regering of (een personeelslid van een postoperator of een persoon die voor zijn rekening optreedt) is.
Het wegmaken of openen van een aan een postoperator toevertrouwde brief wordt vrijwel woordelijk hernomen in art. 347 als schending van het briefgeheim, niveau 1.zeker · 85% - Art. 347. Schending van het briefgeheim niveau 1
oud art. 460bis
(Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die het afschrift van een exploot dat hij in zijn bezit heeft ingevolge artikel 68bis van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wegmaakt of die de omslag opent waarin dit afschrift zich bevindt, om het geheim ervan te schenden, behalve, in dit laatste geval, wanneer hij een van de ouders is van een minderjarig kind, ofwel de echtgenoot, de voogd, de bewindvoerder of de curator van de betrokken persoon.)
Het wegmaken of openen van het afschrift van een exploot (gerechtsdeurwaardersbrief) is opgenomen als tweede gedraging in art. 347.zeker · 80% - Art. 668. Misbruik van het inzagerecht in een gerechtelijk dossier niveau 2
oud art. 460ter
Elk gebruik ... van door de inzage of het nemen van een afschrift van het dossier of het met eigen middelen tijdens een inzage gemaakte kopie van stukken van het dossier, verkregen inlichtingen, dat tot doel en tot gevolg heeft het verloop van het opsporingsonderzoek of van het gerechtelijk onderzoek te hinderen, inbreuk te maken op het privéleven, de fysieke of, morele integriteit of de goederen van een in het dossier genoemde persoon, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar of met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.
Vrijwel identieke omschrijving van misbruik van via inzage van een strafdossier verkregen inlichtingen om het onderzoek te hinderen of het privéleven te schaden, nu bestraft met niveau 2.zeker · 90% - Art. 463. Diefstal
oud art. 461
Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal.
(Met diefstal wordt gelijkgesteld het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik.)
De definitie van diefstal als bedrieglijk wegnemen, zelfs voor kortstondig gebruik, is nagenoeg woordelijk overgenomen.zeker · 90% - Art. 467. Diefstal met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 468
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die een diefstal pleegt door middel van geweld of bedreiging, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
Diefstal door middel van geweld of bedreiging is rechtstreeks hernomen in art. 467, nu bestraft met niveau 3 in plaats van opsluiting van vijf tot tien jaar.zeker · 90% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 474
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien het geweld of de bedreiging gepleegd wordt zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaakt, worden de schuldigen veroordeeld tot (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar).
(Lid 2 opgeheven)
De regel dat geweld of bedreiging zonder oogmerk om te doden toch de dood veroorzaakt, is woordelijk terug te vinden in art. 469 §3, 2°, al is de strafmaat (niveau 6) doorgaans lager dan de oude opsluiting van twintig tot dertig jaar.zeker · 85% - Art. 98. Doodslag gepleegd in het kader van een ander misdrijf niveau 8
oud art. 475
Doodslag, gepleegd om diefstal of afpersing te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren, wordt gestraft met (levenslange opsluiting).
Doodslag om een ander misdrijf (diefstal/afpersing) te vergemakkelijken of straffeloos te maken is nagenoeg woordelijk hernomen in art. 98, bestraft met niveau 8 in plaats van levenslange opsluiting.zeker · 85% - Art. 470. Diefstal van kernmateriaal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 477
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Diefstal van kernmateriaal wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
Diefstal van kernmateriaal zonder geweld of bedreiging is hernomen in art. 470, met een lager strafniveau (niveau 3) dan de oude opsluiting van vijf tot tien jaar.zeker · 80% - Art. 412. Behandeling zonder vergunning van kernmateriaal niveau 3, Art. 413. Verzwaarde behandeling zonder vergunning van kernmateriaal niveau 5, Art. 414. Sabotage van kernmateriaal of van nucleaire installaties niveau 5
oud art. 488bis
(Zie NOTA 1 onder TITEL) § 1. Hij die opzettelijk en zonder vergunning, verleend door het bevoegd gezag, of niet op de voorwaarden daarin gesteld, zich kernmateriaal laat afgeven, dan wel zodanig materiaal verkrijgt, in zijn bezit houdt, gebruikt, verandert, afstaat, achterlaat, vervoert of verspreidt, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
§ 2. De straf is (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar, indien het strafbaar feit voor een ander heeft veroorzaakt :
1° hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, het volledig verlies van het gebruik van een orgaan of een zware verminking;
2° de algemene of gedeeltelijke vernietiging van gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, vliegtuigen of andere kunstwerken of bouwwerken die aan een ander toebehoren.
§ 3. Indien het strafbaar feit, gepleegd zonder het oogmerk om te doden, toch de dood heeft veroorzaakt, wordt de schuldige gestraft met (opsluiting) van vijftien tot twintig jaar.
§ 4. Wordt gestraft met opsluiting van vijftien tot twintig jaar, hij die opzettelijk en zonder door het bevoegd gezag verleende vergunning, of buiten de hierin gestelde voorwaarden daarin gesteld, een handeling begaat die gericht is tegen kernmateriaal of tegen een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt, of een handeling die de werking van een dergelijke installatie verstoort, indien hij door die handelingen en ingevolge blootstelling aan stralingen of vrijlating van radioactieve stoffen :
1° de dood van of ernstige letsel aan een persoon, dan wel aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu met opzet veroorzaakt of weet dat hij dit kan veroorzaken; of
2° een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een internationale organisatie of een regering met opzet ertoe dwingt een handeling te verrichten, dan wel zich daarvan te onthouden.
Het oude artikel is gesplitst in de behandeling zonder vergunning van kernmateriaal (artikel 412, niveau 3), de verzwaarde vormen bij zwaar letsel, vernieling of de dood (artikel 413, niveau 4 en 5) en de sabotage van kernmateriaal of nucleaire installaties (artikel 414, niveau 5). De strafmaat daalt, want de opsluiting van vijftien tot twintig jaar voor sabotage wordt een straf van niveau 5.zeker · 85% - Art. 415. Illegaal bezit van radioactief materiaal of van radioactieve instrumenten niveau 4, Art. 416. Sabotage van radioactief materiaal of van radioactieve instrumenten niveau 4
oud art. 488ter
Wordt gestraft met opsluiting van tien tot vijftien jaar, hij die opzettelijk en zonder door het bevoegd gezag verleende vergunning, of buiten de hierin gestelde voorwaarden, radioactief materiaal ander dan kernmateriaal of radioactieve instrumenten op enige wijze bewaart, vervaardigt of gebruikt, of een handeling begaat gericht tegen radioactief materiaal ander dan kernmateriaal of radioactieve instrumenten, indien hij door die handelingen :
1° de dood van of ernstige letsel aan een persoon, dan wel aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu met opzet veroorzaakt of weet dat hij dit kan veroorzaken; of
2° een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een internationale organisatie of een regering met opzet ertoe dwingt een handeling te verrichten, dan wel zich daarvan te onthouden.
De twee gedragingen zijn opgesplitst in het illegaal bezit (artikel 415) en de sabotage (artikel 416) van radioactief materiaal of radioactieve instrumenten, met dezelfde bestanddelen en dezelfde twee gevolgen. De opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt in beide gevallen een straf van niveau 4.zeker · 88% - Art. 417. Gebruik van dwang met het oog op de overdracht van radioactief materiaal of radioactieve instrumenten of van nucleaire installaties niveau 3
oud art. 488quater
Met opsluiting van vijf tot tien jaar wordt gestraft, hij die opzettelijk en zonder door het bevoegd gezag verleende vergunning, of buiten de hierin gestelde voorwaarden, de overdracht van radioactief materiaal of radioactieve instrumenten of van nucleaire installaties eist door bedreiging, in omstandigheden die deze geloofwaardig maken, of door gebruik van geweld.
Vrijwel woordelijk dezelfde omschrijving van dwang tot overdracht van radioactief materiaal of nucleaire installaties door bedreiging of geweld, nu bestraft met niveau 3.zeker · 90% - Art. 418. Wederrechtelijke binnendringing in een nucleaire installatie niveau 2
oud art. 488quinquies
Met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van honderd euro tot vijftigduizend euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft, elke persoon die extern is aan een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt, die zonder een bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, binnendringt of tracht binnen te dringen in de gedeeltes van een dergelijke installatie waarvan de toegang beperkt is tot de in artikel 8bis, §§ 1 tot 4, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen bedoelde personen, hetzij zonder hiervoor de toestemming te hebben gekregen van de exploitant of zijn aangestelde, hetzij door gebruik te maken van listige kunstgrepen om de exploitant of zijn aangestelde te misleiden over zijn bevoegdheid om in deze gedeeltes van de installatie binnen te dringen.
Het wederrechtelijk binnendringen in een nucleaire installatie door een externe persoon is vrijwel woordelijk hernomen in art. 418, niveau 2.zeker · 90% - Art. 490. Eenvoudige bankbreuk niveau 1
oud art. 489
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft de ondernemingen bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 1° van het Wetboek van economisch recht, of de bestuurders, in rechte of in feite, van vennootschappen of rechtspersonen die zich in staat van faillissement bevinden, die :
1° zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan
2° zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel XX.146 van het Wetboek van economisch recht na te leven.
De twee gedragingen van artikel 489 vormen nu de punten 1° en 2° van de ruimere eenvoudige bankbreuk van artikel 490, die ook de vroegere artikelen 489bis en 489ter opslorpt; de straf is een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete tot honderdduizend euro.zeker · 85% - Art. 491. Bedrieglijke bankbreuk niveau 3
oud art. 489ter
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden :
1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;
2° de boeken of bescheiden bedoeld in boek III, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro.
Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Verduistering of verberging van activa en het doen verdwijnen van boekhoudkundige stukken door de gefailleerde vormen zowel oud als nieuw de kern van bedrieglijke bankbreuk; het nieuwe art. 491 hanteert straf van niveau 3 zonder de aparte, lagere pogingstraf die het oude artikel nog voorzag.zeker · 90% - Art. 489. Staat van faillissement
oud art. 489quater
De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de rechtbank van koophandel mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de rechtbank van koophandel of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde onderneming.
De regel dat de strafvordering wegens bankbreuk los staat van de burgerlijke procedure en dat de bewezen staat van faillissement niet meer kan worden betwist, is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 489, met vervanging van 'rechtbank van koophandel' door 'ondernemingsrechtbank'.zeker · 92% - Art. 492. Bedrieglijke aantasting van de activa of passiva van een gefailleerde persoon niveau 3
oud art. 489quinquies
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk :
1° in het belang van de failliete onderneming, zelfs zonder de medewerking van deze laatste of van de bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap of de rechtspersoon, de activa geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen;
2° verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen.
Het wegnemen, verbergen of helen van activa door een derde in het belang van de gefailleerde onderneming en het indienen van overdreven schuldvorderingen is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 492.zeker · 90% - Art. 493. Ontrouw in het beheer van het faillissement niveau 3
oud art. 489sexies
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro wordt gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer. Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Ontrouw van de curator in het beheer van het faillissement, met de verplichting tot teruggave en schadeloosstelling, is vrijwel woordelijk overgenomen in art. 493 (straf van niveau 3).zeker · 92% - Art. 496. Bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen niveau 2, Art. 497. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 490bis
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.
Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.
Artikel 496 herneemt het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen inclusief het vermoeden dat uit elke omstandigheid kan worden afgeleid, met een straf van niveau 2 in plaats van een maand tot twee jaar gevangenis en geldboete. De straffeloosheid van de derde die de hem overhandigde goederen teruggeeft staat nu in artikel 497.zeker · 88% - Art. 494. Schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door een schuldenaar niveau 2
oud art. 490ter
De schuldenaar wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijf euro tot honderdvijfentwintig duizend euro of met een van deze straffen alleen:
1° indien hij, op welke wijze ook, om een procedure van gerechtelijke reorganisatie te verkrijgen of te vergemakkelijken, opzettelijk een gedeelte van zijn actief of van zijn passief heeft verborgen of dit actief overdreven of dit passief geminimaliseerd heeft;
2° indien hij wetens en willens een of meer vermeende schuldeisers of schuldeisers waarvan de schuldvorderingen overdreven zijn, heeft doen of laten optreden bij de beraadslagingen;
3° indien hij wetens en willens een of meer schuldeisers heeft weggelaten uit de lijst van schuldeisers;
4° indien hij wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen over de staat van zijn zaken of de vooruitzichten van reorganisatie heeft gedaan of laten doen aan de rechtbank of aan een gerechtsmandataris.
Alle vier gedragingen van de schuldenaar die de procedure van gerechtelijke reorganisatie schendt, zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 494.zeker · 92% - Art. 495. Bedrieglijke schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door derden niveau 2
oud art. 490quater
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 5 euro tot 125 000 euro worden gestraft, (i) zij die, bedrieglijk, zonder schuldeiser te zijn, deelgenomen hebben aan de stemming bepaald bij artikel XX.78 van het Wetboek van economisch recht, (ii) zij die als schuldeiser hun schuldvorderingen overdreven hebben en (iii) zij die, hetzij met de schuldenaar, hetzij met enige andere persoon, bijzondere voordelen bedongen hebben om de stemming over het reorganisatieplan in een bepaalde richting te sturen of die een bijzondere overeenkomst aangegaan zijn waaruit voor hen een voordeel zou voortvloeien ten laste van het actief van de schuldenaar.
De bedrieglijke schending van de reorganisatieprocedure door derden (fictief stemrecht, overdreven schuldvorderingen, bedongen voordelen) is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 495.zeker · 92% - Art. 475. Misbruik van vertrouwen niveau 3
oud art. 491
Hij die ten nadele van een ander een roerend goed met economische waarde dat hem overhandigd is onder verplichting om het terug te geven of het voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden, bedrieglijk verduistert of verspilt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Misbruik van vertrouwen door verduistering of verspilling van een toevertrouwd roerend goed is ongewijzigd overgenomen in art. 475, nu bestraft met een straf van niveau 3 in plaats van de oude gecombineerde gevangenis-/geldboetestraf.zeker · 90% - Art. 476. Misbruik van vennootschapsgoederen niveau 3
oud art. 492bis
Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro worden gestraft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.
De schuldigen kunnen daarenboven veroordeeld worden tot ontzetting van hun rechten overeenkomstig artikel 33.
Misbruik van vennootschapsgoederen door bestuurders is overgenomen in art. 476, dat de toepassing verruimt van vennootschappen en vzw's naar elke privaatrechtelijke rechtspersoon.zeker · 88% - Art. 477. Misbruik van andermans kwetsbare toestand om een nadelige akte te doen tekenen niveau 3
oud art. 493
(Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die misbruik maakt van de behoeften, de zwakheden, (de hartstochten of de onwetendheid) van een minderjarige of van iedere andere persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was om hem, te zijnen nadele, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen, handelspapieren of enig ander verbindend papier te doen tekenen, in welke vorm deze handeling ook verricht of vermomd mag zijn.) <KB148 18-03-1935, art. 1>
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Misbruik van de kwetsbare toestand van een minderjarige of andere kwetsbare persoon om hem een nadelige akte te doen tekenen is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 477.zeker · 85% - Art. 664. Verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd niveau 1
oud art. 495
Hij die, na in een rechtsgeding enige titel, enig stuk of enige memorie te hebben overgelegd, die titel, dat stuk of die memorie, op welke wijze ook, kwaadwillig of bedrieglijk verduistert, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Deze straf wordt uitgesproken door de rechtbank waarbij het geschil aanhangig is.
De bedrieglijke verduistering van een in een rechtsgeding overgelegd stuk is woordelijk overgenomen in art. 664, met behoud van de bevoegdheid van de rechtbank waarbij het geschil aanhangig is.zeker · 90% - Art. 688. Niet-naleving van een beslissing tot overlegging van een stuk niveau 2
oud art. 495bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro, of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die een stuk dat hij onder zich heeft en waarvan de overlegging in rechte bij een vonnis wordt bevolen, bedrieglijk vernietigt, verandert of verbergt.
Het bedrieglijk vernietigen, veranderen of verbergen van een stuk waarvan de overlegging bij vonnis is bevolen, is ongewijzigd overgenomen in art. 688.zeker · 90% - Art. 481. Bedriegerij omtrent de waarde van de munt niveau 2
oud art. 497bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft zij die munten waaraan de schijn is gegeven van munten van grotere waarde, ontvangen of zich aanschaffen met het doel die in omloop te brengen.
Poging wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.
Het zich aanschaffen of ontvangen van munten met een voorgewende hogere waarde is overgenomen in art. 481 (derde streepje); de aparte, lagere pogingstraf uit het oude artikel is niet expliciet hernomen.zeker · 85% - Art. 482. Bedriegerij omtrent het verkochte goed niveau 1
oud art. 498
Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die de koper bedriegt :
Omtrent de identiteit van de verkochte zaak, door bedrieglijk een andere zaak te leveren dan het bepaalde voorwerp waarop de overeenkomst slaat;
Omtrent de aard of de oorsprong van de verkochte zaak, door een zaak te verkopen of te leveren, die in schijn gelijk is aan die welke hij heeft gekocht of heeft gemeen te kopen.
Bedrog van de koper omtrent de identiteit of de aard/oorsprong van het verkochte goed is woordelijk overgenomen in art. 482.zeker · 90% - Art. 483. Bedriegerij omtrent de huur van werk niveau 1, Art. 482. Bedriegerij omtrent het verkochte goed niveau 1
oud art. 499
Tot gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en tot geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of tot een van die straffen alleen worden veroordeeld zij die door het aanwenden van listige kunstgrepen :
1° De koper of de verkoper omtrent de hoeveelheid van de verkochte zaken bedriegen;
2° De partijen, verbonden door een contract van huur van werk, of een van die partijen, bedriegen, hetzij omtrent de hoeveelheid, hetzij omtrent de hoedanigheid van het geleverde werk, wanneer in dit tweede geval de bepaling van de hoedanigheid van het werk moet dienen om het bedrag van het loon vast te stellen.
Bedrog omtrent de hoeveelheid van verkochte zaken is opgenomen in art. 482 (derde streepje), en bedrog omtrent de huur van werk is afzonderlijk overgenomen in art. 483.zeker · 88% - Art. 484. Vervalsing van voedingsmiddelen niveau 1, Art. 485. Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen niveau 1
oud art. 500
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft :
Zij die (voedingsmiddelen) bestemd om verkocht of gesleten te worden, vervalsen of doen vervalsen;
Zij die deze zaken verkopen, slijten of te koop stellen, wetende dat zij vervalst zijn;
Zij die door aanplakbiljetten of door berichten, al dan niet gedrukt, kwaadwillig of bedrieglijk het procédé om diezelfde zaken te vervalsen, verbreiden of bekendmaken.
Het vervalsen van voor verkoop bestemde voedingsmiddelen en het verspreiden van het vervalsingsprocedé zijn overgenomen in art. 484, terwijl het verkopen van vervalste voedingsmiddelen wetens en willens overeenstemt met art. 485.zeker · 90% - Art. 485. Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen niveau 1
oud art. 501
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij bij wie (voedingsmiddelen gevonden worden) bestemd om verkocht of gesleten te worden, en die weet dat zij vervalst zijn.
Het bezit hebben van voor verkoop bestemde voedingsmiddelen met medeweten dat ze vervalst zijn, komt overeen met art. 485.zeker · 88% - Art. 487. Actieve en passieve private omkoping niveau 2
oud art. 504bis
§ 1. Passieve private omkoping bestaat in het feit dat een persoon die bestuurder of zaakvoerder van een rechtspersoon, lasthebber of aangestelde van een rechtspersoon of van een natuurlijke persoon is, rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook vraagt, aanneemt of ontvangt, om zonder medeweten en zonder machtiging van, naar gelang van het geval, de raad van bestuur of de algemene vergadering, de lastgever of de werkgever, een handeling van zijn functie of een door zijn functie vergemakkelijkte handeling te verrichten of na te laten.
§ 2. Actieve private omkoping bestaat in het rechtstreeks of door tussenpersonen voorstellen aan een persoon die bestuurder of zaakvoerder van een rechtspersoon, lasthebber of aangestelde van een rechtspersoon of van een natuurlijke persoon is, van een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde om zonder medeweten en zonder machtiging van, naar gelang van het geval, de raad van bestuur of de algemene vergadering, de lastgever of de werkgever, een handeling van zijn functie of een door zijn functie vergemakkelijkte handeling te verrichten of na te laten.
De definities van actieve en passieve private omkoping zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 487.zeker · 95% - Art. 661. Het uitrusten van een voertuig met een verborgen ruimte niveau 1, Art. 662. Het bezit van een voertuig met een verborgen ruimte niveau 2, Art. 663. Verzwaard uitrusten van een voertuig met een verborgen ruimte niveau 3
oud art. 504ter/1
§ 1. Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en een geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft hij die opzettelijk een voer-, vaar- of vliegtuig of elk ander vervoermiddel uitrust met een niet-fabriekseigen ruimte voor het heimelijk in bezit hebben of heimelijk vervoeren van illegale voorwerpen, verboden of vergunningsplichtige wapens of geld met een illegale herkomst.
§ 2. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft hij die opzettelijk een voertuig, een boot, een vliegtuig of enig ander vervoermiddel dat is uitgerust met een niet-fabriekseigen ruimte die wordt gebruikt voor heimelijk bezit of voor het heimelijk vervoeren van illegale voorwerpen, verboden of vergunningsplichtige wapens of geld met een illegale herkomst in bezit heeft.
§ 3. Met gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft hij die een voertuig, een boot, een vliegtuig of enig ander vervoermiddel uitrust met een verborgen niet fabriekseigen ruimte voor het heimelijk in bezit hebben of voor het heimelijk vervoeren van illegale voorwerpen, verboden of vergunningsplichtige wapens of geld met een illegale herkomst, wanneer de betrokken activiteit een beroep of een gewoonlijke activiteit is.
De drie paragrafen zijn opgesplitst in het uitrusten van een voertuig met een verborgen ruimte (artikel 661, niveau 1), het bezit ervan (artikel 662, niveau 2) en het uitrusten als beroep of gewoonte (artikel 663, niveau 3). De bepalingen verhuisden van het hoofdstuk bedrog naar de misdrijven tegen de rechtsbedeling.zeker · 90% - Art. 488. Informaticabedrog niveau 3
oud art. 504quater
§ 1. (Hij die, met bedrieglijk opzet, beoogt een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander te verwerven), door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in een informaticasysteem in te voeren, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel (de normale aanwending) van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 2. Poging tot het plegen van het misdrijf bedoeld in § 1 wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro, of met een van die straffen alleen.
§ 3. De straffen bepaald in de §§ 1 en 2 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 210bis, 259bis, 314bis of in titel IXbis.
Informaticabedrog is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 488; de specifieke pogingstraf en de verdubbeling bij herhaling uit het oude artikel worden niet herhaald en vallen wellicht onder de algemene regels van het nieuwe wetboek.zeker · 85% - Art. 503. Verzwaarde heling en verzwaard witwassen niveau 4
oud art. 505ter
De misdrijven bedoeld in artikel 505, eerste lid, 2° tot 4°, worden gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van tienduizend euro tot tweehonderdduizend euro of met een van die straffen alleen wanneer zij zijn gepleegd in de volgende omstandigheden:
1° de dader van het misdrijf is een meldingsplichtige entiteit bedoeld in artikel 2 van de Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, gevestigd in België, in een ander land van de Europese Economische Ruimte of een derde land dat verplichtingen oplegt die gelijkaardig zijn aan die uit de voornoemde Richtlijn, en deze het misdrijf heeft gepleegd in het kader van de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten; of
2° het strafbare feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie zoals omschreven in artikel 324bis.
Artikel 503 herneemt de verzwaring voor de meldingsplichtige entiteit die het misdrijf pleegt in het kader van haar beroepsactiviteiten en straft heling en witwassen dan met niveau 4 in plaats van drie tot vijf jaar gevangenis met geldboete tot tweehonderdduizend euro. Uit de zichtbare tekst blijkt niet of de verzwaring wegens een criminele organisatie behouden is.zeker · 80% - Art. 665. Aantasting van goederen waarop een maatregel rust niveau 2
oud art. 507
Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de beslagene en allen die voorwerpen waarop tegen hem beslag is gedaan, in zijn belang bedrieglijk vernietigen of wegmaken.
(Dezelfde bepaling is van toepassing op de echtgenoot of op hen die in zijn belang roerende goederen vernietigen, beschadigen of wegmaken, ten aanzien waarvan een maatregel is uitgevaardigd als bedoeld (in artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek)(en in de artikelen 1253septies, tweede lid, en 1280 van het Gerechtelijk Wetboek.))
Het vernietigen of wegmaken van in beslag genomen goederen door de beslagene, en van roerende goederen door de echtgenoot waarop een maatregel rust, is vrijwel woordelijk overgenomen in art. 665.zeker · 90% - Art. 683. Niet-naleving van de voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling niveau 2
oud art. 507bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die de overeenkomstig de artikelen 28sexies en 61quater van het Wetboek van Strafvordering opgelegde voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling niet naleeft.
De niet-naleving van de voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling is woordelijk overgenomen in art. 683.zeker · 90% - Art. 498. Bedrieglijke verberging niveau 2
oud art. 508
Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft :
Zij die een roerende zaak die aan een ander toebehoort en die zij hebben gevonden of die bij toeval in hun bezit is gekomen, bedrieglijk verbergen of aan derden afgeven;
Zij die zich een door hen ontdekte schat toeëigenen ten nadele van de personen aan wie de wet een deel daarvan toekent.
Het bedrieglijk verbergen of afgeven van een gevonden roerende zaak en het zich toe-eigenen van een ontdekte schat zijn ongewijzigd overgenomen in art. 498.zeker · 88% - Art. 499. Afzetterij niveau 1
oud art. 508bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van tweehonderd euro tot vijftienhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, wetende dat hij in de volstrekte onmogelijkheid verkeert om te betalen, zich in een daartoe bestemde inrichting dranken of spijzen laat opdienen, die hij daar geheel of gedeeltelijk verbruikt, zich logies doet geven in een reizigershotel of in een herberg, of een huurrijtuig huurt.
In geval van herhaling kunnen de straffen worden verdubbeld.
(Lid 3 opgeheven)
Afzetterij van dranken, spijzen en logies wetend niet te kunnen betalen, is overgenomen in art. 499; de verdubbeling van de straf bij herhaling uit het oude artikel wordt niet herhaald.zeker · 88% - Art. 499. Afzetterij niveau 1
oud art. 508ter
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van tweehonderd euro tot vijftienhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, na een voertuig van brandstof of smeerolie te hebben laten voorzien, zich bedrieglijk aan de onmiddellijke betaling onttrekt.
Bij herhaling kunnen de straffen worden verdubbeld.
Afzetterij van brandstof na het voertuig ermee te hebben laten voorzien, is overgenomen in art. 499, tweede lid.zeker · 88% - Art. 500. Uitgifte van cheques zonder dekking niveau 1
oud art. 509bis
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro wordt gestraft :
1° Hij die wetens en willens een postcheque of een postoverschrijving uitgeeft zonder toereikende, voorafgaande en beschikbare dekking;
2° Hij die een van deze titels overdraagt, wetende dat de dekking niet tevens toereikend en beschikbaar is;
3° Hij die na een van deze titels te hebben uitgegeven, wetens en willens hun dekking geheel of gedeeltelijk afhaalt binnen zes maanden na hun uitgifte;
4° Hij die, na een van deze titels te hebben uitgegeven, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de dekking geheel of ten dele onbeschikbaar maakt.
De uitgifte van een postcheque of overschrijving zonder toereikende dekking, de overdracht ervan en het achteraf onbeschikbaar maken van de dekking, zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 500.zeker · 88% - Art. 508. Brandstichting indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden niveau 5
oud art. 510
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar worden gestraft zij die in brand steken : gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, rijtuigen, wagons, vliegtuigen of andere kunstwerken, bouwwerken of motorvoertuigen, indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden.
Brandstichting van gebouwen en andere opgesomde constructies terwijl de dader moest vermoeden dat er personen aanwezig waren, is inhoudelijk overgenomen in art. 508; de strafmaat daalt evenwel van opsluiting van vijftien tot twintig jaar naar een straf van niveau 5.zeker · 90% - Art. 510. Brandstichting bij nacht
oud art. 513
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Wordt de brand bij nacht gesticht dan worden de bij de artikelen 510 tot 512 bepaalde straffen vervangen als volgt :
opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar, door opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar;
opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
de gevangenisstraf en de geldboete, bij artikel 511, tweede lid, en artikel 512, eerst lid, bepaald, door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
de gevangenisstraf en de geldboete, bij artikel 512, tweede lid, bepaald, door gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.
Het beginsel dat brandstichting bij nacht zwaarder wordt bestraft, is behouden in art. 510, al is de precieze escalatieformule van opeenvolgende opsluitingsstraffen vervangen door een verhoging met één strafniveau.zeker · 80% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 514bis
In de gevallen bepaald in de artikelen 510 tot 514 kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De vroegere bijzondere strafverzwaring voor brandstichting uit discriminatoire drijfveer is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I, die voortaan voor alle misdrijven geldt in plaats van per hoofdstuk apart geregeld te worden.zeker · 85% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 516
Hij die, met het oogmerk om een van de feiten te plegen, omschreven in de artikelen 510, 511 en 512, enige zaak in brand steekt, zodanig geplaatst dat de brand zal overslaan op de zaak die hij wil vernielen, wordt gestraft alsof hij rechtstreeks de laatstbedoelde zaak had in brand gestoken of gepoogd in brand te steken.
Art. 505, tweede lid stelt uitdrukkelijk dat het in brand steken van een zaak zodanig geplaatst dat de brand zal overslaan op het te vernielen goed, met brandstichting wordt gelijkgesteld; dit is een letterlijke overname van de oude regel.zeker · 95% - Art. 512. Veroorzaken van brand door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 519
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft het veroorzaken van brand van andermans roerende of onroerende eigendommen, hetzij door ouderdom of gebrek aan herstelling of reiniging van nabijgelegen ovens, schoorstenen, smederijen, huizen of fabrieken, hetzij door het aansteken van vuren op het veld op minder dan honderd meter afstand van huizen, gebouwen, wouden, heiden, bossen, boomgaarden, beplantingen, hagen, mijten, tassen graan, stro, hooi, voeder of van enige andere stapel brandbare stoffen, hetzij door vuur of licht te dragen of te laten staan of vuurwerk aan- of af te steken zonder voldoende voorzorg.
De oude bepaling somde specifieke situaties van cuploze brandstichting op (ovens, schoorstenen, vuur op het veld); het nieuwe art. 512 vat dit algemeen samen als brand veroorzaakt door een ernstig gebrek aan voorzorg, met straf van niveau 1, vergelijkbaar met de oude gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden.zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 525bis
In de gevallen bepaald in de artikelen 521 tot 525, kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De bijzondere verzwaring wegens discriminatoire drijfveer voor de artikelen 521-525 is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I.zeker · 85% - Art. 522. Vernietiging van authentieke akten, overeenkomsten of overheidsdocumenten
oud art. 527
Hij die registers, minuten of oorspronkelijke akten van het openbaar gezag, titels, biljetten, wisselbrieven, handels- of bankpapieren, die een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhouden of teweegbrengen, op enigerlei wijze kwaadwillig of bedrieglijk vernietigt, wordt gestraft alsof hij die stukken had weggenomen, en naar de onderscheidingen in het eerste hoofdstuk van deze titel gemaakt.
Art. 522 (vernietiging van authentieke akten, overeenkomsten of overheidsdocumenten) is een nagenoeg woordelijke overname, met verwijzing naar dezelfde strafmaatschaal als de diefstalbepalingen.zeker · 90% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 528
Elke vernieling, elke beschadiging van andermans roerende eigendommen, gepleegd met behulp van geweld of bedreiging, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.
Vernieling of beschadiging van roerend goed met geweld of bedreiging wordt nu bestraft als vandalisme met geweld of bedreiging (art. 518, niveau 2-3) in plaats van de oude gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 jaar.zeker · 85% - Art. 519. Vandalisme met geweld of bedreiging aan of in een bewoond huis of de aanhorigheden ervan niveau 4
oud art. 530
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Vernieling of beschadiging van andermans roerende eigendommen, gepleegd met behulp van geweld of bedreiging, in een bewoond huis of in de aanhorigheden ervan en met een van de omstandigheden van artikel 471, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
De straf zal niet minder zijn dan twaalf jaar indien de misdaad in vereniging of in bende gepleegd wordt.
De hoofden en de aanstokers worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Vandalisme met geweld of bedreiging aan of in een bewoond huis wordt nu rechtstreeks geregeld in art. 519, bestraft met een straf van niveau 4 in plaats van de oude opsluiting van tien tot twintig jaar.zeker · 85% - Art. 98. Doodslag gepleegd in het kader van een ander misdrijf niveau 8
oud art. 532
Doodslag gepleegd om de vernieling of de beschadiging te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren, wordt gestraft met (levenslange opsluiting).
De specifieke figuur van doodslag om vernieling te vergemakkelijken of straffeloosheid te verzekeren is opgegaan in het algemene art. 98 (doodslag om een ander misdrijf te vergemakkelijken of de straffeloosheid ervan te verzekeren), bestraft met niveau 8, vergelijkbaar met de vroegere levenslange opsluiting.zeker · 80% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 532bis
In de gevallen bepaald in de artikelen 528 tot 532 kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De bijzondere verzwaring wegens discriminatoire drijfveer voor de artikelen 528-532 is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I.zeker · 85% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 534bis
§ 1. Met gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die zonder toestemming graffiti aanbrengt op roerende of onroerende goederen.
§ 2. Het maximum van de gevangenisstraf wordt gebracht op één jaar gevangenisstraf bij herhaling van een in de eerste paragraaf bedoeld misdrijf binnen vijf jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.
Het aanbrengen van graffiti zonder toestemming is uitdrukkelijk opgenomen in de algemene definitie van vandalisme (art. 514), in plaats van een apart delict te vormen.zeker · 80% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 534ter
Met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die opzettelijk andermans onroerende eigendommen beschadigt.
De aparte strafbaarstelling van het opzettelijk beschadigen van andermans onroerende eigendommen gaat op in de ruime nieuwe definitie van vandalisme, die elk opzettelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of bekladden van andermans goed omvat. De oude straf van een maand tot zes maanden gevangenis en geldboete van 26 tot 200 euro wordt vervangen door het strafniveau dat het nieuwe wetboek aan vandalisme koppelt.zeker · 80% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 534quater
In de gevallen bepaald in de artikelen 534bis en 534ter kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van correctionele straffen en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting, wanneer een van de drijfveren van de dader bestaat uit de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheid tegen een persoon wegens diens zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, ouderschap, zogenaamde geslachtsverandering, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst en positie, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.
Hetzelfde geldt wanneer een van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band of vermeende band heeft met een persoon ten aanzien van wie hij haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens een of meer van de in het eerste lid aangehaalde werkelijke of vermeende kenmerken.
De bijzondere verzwaring wegens discriminatoire drijfveer voor de artikelen 534bis-534ter is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I.zeker · 85% - Art. 419. Binnendringing in een havengebied niveau 1
oud art. 546/1
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder daartoe gemachtigd of toegelaten te zijn, binnenkomt of binnendringt in een havenfaciliteit bedoeld in artikel 2.5.2.3, 4° en 5° van het Belgisch Scheepvaartwetboek of in een onroerend dan wel roerend goed binnen de grenzen van een haven in de zin van artikel 2.5.2.4, § 2, van het Belgisch Scheepvaartwetboek of een terminal gelegen in het binnenland zoals bedoeld in artikel 2.5.2.3, 16° van het Belgisch Scheepvaartwetboek.
Letterlijke overname van het misdrijf binnendringen in een havengebied of havenfaciliteit; straf van niveau 1, vergelijkbaar met de oude gevangenisstraf en geldboete.zeker · 95% - Art. 420. Verzwaarde binnendringing in een havengebied niveau 2
oud art. 546/2
§ 1. Het misdrijf bedoeld in art. 546/1 wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van zesentwintig tot duizend euro of met een van die straffen alleen:
1° ingeval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;
2° indien het gepleegd wordt bij nacht;
3° indien het gepleegd wordt door twee of meer personen;
4° indien het gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.
5° indien het gepleegd wordt door middel van geweld of bedreiging;
6° Indien een kritieke entiteit, in de zin van de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten werd binnengegaan of binnengedrongen
§ 2. Poging tot het plegen van het in § 1 van dit artikel bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.
Art. 420 herhaalt woordelijk dezelfde verzwarende omstandigheden (gewoonte, nacht, meerdere personen, bedrieglijk opzet, geweld, kritieke entiteit) als het oude art. 546/2, nu bestraft met een straf van niveau 2.zeker · 95% - Art. 531. Informaticasabotage niveau 2, Art. 532. Verzwaarde informaticasabotage niveau 3, Art. 533. Bezit of terbeschikkingstelling van een instrument dat informaticasabotage mogelijk moet maken niveau 2
oud art. 550ter
§ 1. (Hij die, terwijl hij weet dat hij daartoe niet gerechtigd is, rechtstreeks of onrechtstreeks, gegevens in een informaticasysteem invoert, wijzigt, wist of met enig ander technologisch middel de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem verandert, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfentwintigduizend euro of met één van die straffen alleen.
Wanneer het in het eerste lid bedoelde misdrijf gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, bedraagt de gevangenisstraf zes maanden tot vijf jaar.)
Dezelfde straf wordt toegepast wanneer het in het eerste lid bedoelde misdrijf gepleegd wordt tegen een informatiesysteem van een kritieke entiteit zoals bedoeld in artikel 3, 3°, van de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten.
§ 2. Hij die, ten gevolge van het plegen van een misdrijf bedoeld in § 1, schade berokkent aan gegevens in dit of enig ander informaticasysteem, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfenzeventigduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 3. Hij die, ten gevolge van het plegen van een van de misdrijven bedoeld in § 1, de correcte werking van dit of enig ander informaticasysteem geheel of gedeeltelijk belemmert, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig f rank tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 4. (Hij die onrechtmatig enig instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om de in §§ 1 tot 3 bedoelde misdrijven mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt, verkrijgt met het oog op gebruik ervan, invoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt terwijl hij weet dat deze gegevens aangewend kunnen worden om schade te berokkenen aan gegevens of, geheel of gedeeltelijk, de correcte werking van een informaticasysteem te belemmeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met één van die straffen alleen.)
§ 5. De straffen bepaald in de §§ 1 tot 4 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 210bis, 259bis, 314bis, 504quater of 550bis.
(§ 6. Poging tot het plegen van het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met dezelfde straffen.)
Het oude art. 550ter regelde informaticasabotage in oplopende ernst (basisfeit, schade aan gegevens, belemmering van de werking, bezit van instrumenten); dit is nu opgesplitst in art. 531 (basisfeit, niveau 2), art. 532 (verzwaarde vormen: bedrieglijk opzet, kritieke entiteit, schade, belemmering, niveau 3) en art. 533 (bezit van instrument, niveau 2), met vergelijkbare structuur en strafniveaus.zeker · 85% - Art. 423. Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte niveau 1, Art. 424. Rechtvaardigingsgrond
oud art. 563bis
Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van deze straffen alleen worden gestraft, zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.
Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.
Letterlijke overname van het verbod op gezichtsbedekking in de publieke ruimte, inclusief de uitzondering voor arbeidsreglementen en feestactiviteiten, nu vervat in art. 423 (misdrijf) en art. 424 (rechtvaardigingsgrond), straf van niveau 1.zeker · 95%
waarschijnlijk · 326
- Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten
oud art. 6
De hoven en rechtbanken zullen de bijzondere wetten en verordeningen verder toepassen in alle bij dit wetboek niet geregelde zaken.
Beide bepalingen regelen de verhouding tussen dit wetboek en bijzondere wetten, maar in omgekeerde richting: het oude artikel laat bijzondere wetten toepassen waar dit wetboek niets regelt, terwijl artikel 77 net de bepalingen van boek I laat gelden voor boek II en bijzondere wetten bij ontstentenis van andersluidende regels.waarschijnlijk · 50% - Art. 27. Doelstellingen van de straf
oud art. 7
§ 1. De straffen op de misdrijven (gepleegd door natuurlijke personen) toepasselijk, zijn :
In criminele zaken :
(1° Opsluiting;
2° Hechtenis.)
In correctionele zaken en in politiezaken :
1° gevangenisstraf;
2° straf onder elektronisch toezicht;
3° werkstraf;
4° autonome probatiestraf.
De in het 1° tot 4° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast.
In criminele zaken en in correctionele zaken :
1° Ontzetting van bepaalde politieke en burgerlijke rechten;
2° Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank;
In criminele zaken, in correctionele zaken en in politiezaken :
1° Geldboete;
2° Bijzondere verbeurdverklaring.
§ 2. Bij de keuze van de straf en het bepalen van de strafmaat, streeft de rechter de volgende doelen na:
1° het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet;
2° het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade;
3° het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader;
4° het beschermen van de maatschappij.
Binnen de grenzen van de wet moet de rechter naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf zoeken.
Alvorens een straf uit te spreken, moet de rechter deze doelstellingen in overweging nemen, maar ook de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving.
§ 3. Voor feiten strafbaar met een maximale gevangenisstraf van zes maanden en indien de rechter overweegt om een effectieve gevangenisstraf op te leggen, legt hij een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf op, indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies.
Voor feiten strafbaar met een gevangenisstraf van meer dan zes maanden tot drie jaar en indien de rechter een effectieve gevangenisstraf oplegt, omkleedt hij met redenen waarom de bestraffing niet door een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf kan worden bereikt indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies.
De doelstellingen van de straf (§2) zijn vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 27, met daaraan toegevoegd dat de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is; de opsomming van strafsoorten (§1) en de voorrangsregel voor alternatieven bij kortere straffen (§3) zijn elders in het nieuwe niveausysteem (o.a. art. 36, 41-45) uitgewerkt en niet in deze kandidaat vervat.waarschijnlijk · 55% - Art. 40. De op bepaalde publiekrechtelijke rechtspersonen toepasselijke straf
oud art. 7bis
De straffen toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen, met uitsluiting van publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in het derde lid, zijn:
in criminele zaken, in correctionele zaken en in politiezaken :
1° geldboete;
2° bijzondere verbeurdverklaring; de bijzondere verbeurdverklaring, bepaald in artikel 42, 1°, uitgesproken ten aanzien van publiekrechtelijke rechtspersonen kan enkel betrekking hebben op goederen die vatbaar zijn voor burgerlijk beslag;
in criminele en correctionele zaken :
1° ontbinding; deze kan niet worden uitgesproken ten aanzien van de publiekrechtelijke rechtspersoon;
2° verbod een werkzaamheid die deel uitmaakt van het maatschappelijk doel te verrichten, met uitzondering van werkzaamheden die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;
3° sluiting van een of meer inrichtingen, met uitzondering van de inrichtingen waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening;
4° bekendmaking of verspreiding van de beslissing.
Ten aanzien van de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse agglomeratie, de gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn kan enkel, met uitsluiting van elke andere straf, de eenvoudige schuldigverklaring worden uitgesproken.
De regel dat bepaalde publiekrechtelijke rechtspersonen alleen bij schuldigverklaring kunnen worden veroordeeld, is overgenomen in artikel 40; de algemene lijst van straffen voor rechtspersonen (geldboete, verbeurdverklaring, ontbinding, activiteitsverbod, sluiting, bekendmaking) is elders verspreid (o.a. art. 39, 57, 59, 71) en niet in één kandidaat samengebracht.waarschijnlijk · 60% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 8
Opsluiting is levenslang of tijdelijk.
De oude tweedeling opsluiting/hechtenis is samengevoegd tot één gevangenisstraf (art. 41) die van zes maanden tot levenslang kan lopen.waarschijnlijk · 50% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 9
Tijdelijke opsluiting wordt uitgesproken voor een termijn van :
1° vijf tot tien jaar;
2° tien tot vijftien jaar;
3° vijftien tot twintig jaar;
4° twintig tot dertig jaar.
5° dertig tot veertig jaar.
De termijnen 5-10, 10-15, 15-20 en 20-30 jaar corresponderen ruwweg met de niveaus 4 tot 7 van artikel 36, maar de oude schaal van 30 tot 40 jaar heeft in de getoonde niveauregeling geen exacte tegenhanger (enkel levenslang bij niveau 8).waarschijnlijk · 55% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 10
Hechtenis is levenslang of tijdelijk.
Ook "hechtenis" als aparte strafsoort is opgegaan in de eengemaakte gevangenisstraf van art. 41, die eveneens levenslang kan zijn.waarschijnlijk · 50% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 11
Tijdelijke hechtenis wordt uitgesproken voor een termijn van :
1° vijf tot tien jaar;
2° tien tot vijftien jaar;
3° vijftien tot twintig jaar;
4° twintig tot dertig jaar.
5° dertig tot veertig jaar.
De termijnen voor tijdelijke hechtenis komen inhoudelijk overeen met de duur-ranges van de niveaus in artikel 36, maar hechtenis als aparte strafsoort bestaat niet meer en de hoogste schaal (30-40 jaar) is niet exact terug te vinden.waarschijnlijk · 50% - Art. 26. Minderjarigheid
oud art. 12
Levenslange opsluiting of levenslange hechtenis wordt niet uitgesproken ten aanzien van een persoon die op het tijdstip van de misdaad de volle leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt.. 21, 018; Inwerkingtreding : 11-08-1996>
Het verbod op levenslange straffen voor wie op het ogenblik van de misdaad geen achttien jaar was, is opgegaan in de ruimere regel van artikel 26 dat minderjarigen onder de achttien jaar in beginsel niet strafrechtelijk verantwoordelijk zijn, zodat hen sowieso geen (levenslange) straf kan worden opgelegd.waarschijnlijk · 50% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 18
Het arrest houdende veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting of hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar of van dertig jaar tot veertig jaar wordt bij uittreksel gedrukt en aangeplakt in de gemeente waar de misdaad is gepleegd en in die waar het arrest is gewezen.
De verplichte aanplakking van het veroordelend arrest bij de zwaarste straffen verdwijnt en gaat op in de bijkomende straf van bekendmaking van de veroordeling, die de rechter voortaan enkel in de bij wet bepaalde gevallen kan opleggen, op kosten van de veroordeelde en via Staatsblad, dagbladen of het Centraal register.waarschijnlijk · 50% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 19
Bij alle arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot tijdelijke opsluiting of tot hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar of voor een langere termijn wordt tegen de veroordeelden de afzetting uitgesproken van de titels, graden, openbare ambten, bedieningen en betrekkingen, waarmee zij bekleed zijn.
Het hof van assisen kan die afzetting uitspreken tegen de veroordeelden tot hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar of van vijf jaar tot tien jaar.
De afzetting van titels, graden, openbare ambten en bedieningen is opgenomen in de opsomming van artikel 47, eerste lid, 1°, als onderdeel van de ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten. De koppeling aan levenslange of tijdelijke opsluiting en aan het hof van assisen is vervangen door een koppeling aan het strafniveau, met verplichte levenslange ontzetting bij niveau 8.waarschijnlijk · 75% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 25
De duur van de correctionele gevangenisstraf is, behoudens de in de wet bepaalde gevallen, ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.
Hij is ten hoogste vijf jaar voor een met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
Hij is ten hoogste tien jaar voor een met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
Hij is ten hoogste vijftien jaar voor een met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
Hij is ten hoogste achtentwintig jaar voor een met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
Hij is ten hoogste achtendertig jaar voor een met opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
Hij is ten hoogste veertig jaar voor een met levenslange opsluiting strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is.
De duur van een dag gevangenisstraf is vierentwintig uren.
De duur van een maand gevangenisstraf is dertig dagen.
De dag/maand-definities keren terug in artikel 41, maar de gedetailleerde omzettingsschaal voor gecorrectionaliseerde misdaden (tot 28 of 38 jaar) is niet als zodanig behouden en is opgegaan in het algemene niveausysteem.waarschijnlijk · 50% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 28
De gevangenisstraf wegens overtreding mag niet minder zijn dan een dag en niet meer dan zeven dagen, behoudens de bij de wet uitgezonderde gevallen.
De politiegevangenisstraf als aparte categorie verdwijnt; er blijft één gevangenisstraf over waarvan de duur in artikel 41 wordt geregeld. Voor de lichtste misdrijven bestaat daardoor geen vrijheidsstraf meer.waarschijnlijk · 60% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 32
De hoven en rechtbanken kunnen de veroordeelden tot opsluiting van vijf tot minder dan tien jaar, tot tijdelijke hechtenis of tot gevangenisstraf van tien tot minder dan twintig jaar, voor hun leven of voor tien jaar tot twintig jaar, geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de rechten bedoeld in artikel 31.
De facultatieve gehele of gedeeltelijke ontzetting bij zwaardere maar niet levenslange straffen is opgeslorpt door de algemene regeling van artikel 47, dat de gehele of gedeeltelijke ontzetting kent en de duur ervan aan het strafniveau koppelt. De oude drempels in jaren opsluiting of hechtenis zijn verdwenen.waarschijnlijk · 60% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 33
Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 31 en 32 kunnen de hoven en rechtbanken, in de gevallen bij de wet bepaald, de tot correctionele straffen veroordeelden voor een termijn van vijf jaar tot tien jaar, geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de rechten genoemd in artikel 31, eerste lid.
Zij kunnen dezelfde ontzetting voor dezelfde duur uitspreken tegen de schuldigen wier criminele straf verminderd is tot een gevangenisstraf van minder dan tien jaar.
De ontzetting voor vijf tot tien jaar bij correctionele straffen is opgegaan in de eenvormige regeling van artikel 47, waar de rechter gehele of gedeeltelijke ontzetting kan uitspreken. De afzonderlijke behandeling van gecorrectionaliseerde misdaden is niet behouden.waarschijnlijk · 55% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 33bis
Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 31 en 32 zullen de hoven en rechtbanken de tot correctionele straffen veroordeelden kunnen ontzetten van de uitoefening van het recht bedoeld in artikel 31, tweede lid, voor een termijn van vijf jaar tot tien jaar.
De mogelijkheid om bij correctionele straffen de ontzetting uit te spreken voor vijf tot tien jaar is opgeslorpt door de algemene regeling van de ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten, waarin de rechter onder meer het kiesrecht kan ontnemen. De vaste termijn van vijf tot tien jaar keert als zodanig niet terug.waarschijnlijk · 50% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 34
De tijd van de ontzetting, bij het vonnis of het arrest van veroordeling bepaald, gaat in op de dag dat de veroordeelde zijn straf heeft ondergaan of dat zijn straf verjaard is.
Bovendien heeft de ontzetting haar gevolgen met ingang van de dag waarop de op tegenspraak of bij verstek gewezen veroordeling onherroepelijk is geworden.
(De ontzetting die is uitgesproken ten aanzien van een veroordeelde die overeenkomstig de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie voor de tenuitvoerlegging van zijn straf volledig of gedeeltelijk uitstel heeft verkregen, gaat in op de dag waarop het uitstel begint te lopen zolang dat niet wordt herroepen.)
De algemene regel over het ingaan van de ontzettingstermijn wordt voortaan per straf geregeld, voor de burgerlijke en politieke rechten in artikel 47. Vergelijkbare ingangsregels staan bij het beroepsverbod, het verval van het recht tot sturen en het verblijfsverbod (artikelen 48 tot 50).waarschijnlijk · 60% - Art. 46. Verlengde opvolging
oud art. 34bis
De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank is een bijkomende straf die in de door de wet bepaalde gevallen moet of kan worden uitgesproken met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen personen die bepaalde ernstige strafbare feiten plegen die de integriteit van personen aantasten. Deze bijkomende straf gaat in na het verstrijken van de ... hoofdgevangenisstraf of van de opsluiting.
De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank als beveiligende bijkomende straf na afloop van de hoofdstraf voor daders die de integriteit van personen ernstig bedreigen, is opgegaan in de figuur van de verlengde opvolging (art. 46), met een deels gewijzigd toepassingsgebied.waarschijnlijk · 55% - Art. 46. Verlengde opvolging
oud art. 34ter
De hoven en rechtbanken spreken een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank uit voor een periode van minimum vijf en maximum vijftien jaar die ingaat na afloop van de ... hoofdstraf bij de volgende veroordelingen :
1° De veroordelingen die toepassing maken van de artikelen 54 en 57bis, behalve indien de vroegere straf voor een politieke misdaad werd opgelegd;
2° De veroordelingen die, toepassing makend van de artikelen 57 en 57bis, een herhaling van misdaad op misdaad vaststellen, behalve indien de vroegere straf voor een politieke misdaad werd opgelegd.
3° De veroordelingen tot een vrijheidsstraf van minstens vijf jaar op grond van de artikelen 137, ingeval dit de dood heeft veroorzaakt, 417/12, 417/2, derde lid, 2°, 417/16, tweede lid, vijfde streepje, 417/17, tweede lid, vijfde streepje en 417/18, tweede lid, vijfde streepje en 428, § 5.
De limitatieve gevallen waarin terbeschikkingstelling verplicht moet worden uitgesproken (o.m. bij herhaling van misdaad), zijn vervangen door de verplichte gevallen van verlengde opvolging in artikel 46, al verwijzen de precieze artikelen niet meer naar dezelfde nummering.waarschijnlijk · 55% - Art. 46. Verlengde opvolging
oud art. 34quater
De hoven en rechtbanken kunnen een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank uitspreken voor een periode van minimum vijf en maximum vijftien jaar die ingaat na afloop van de ... hoofdstraf bij de volgende gevallen :
1° De veroordelingen ten aanzien van personen die, na tot een straf van ten minste vijf jaar gevangenis of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis, te zijn veroordeeld wegens feiten waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt, binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf het ogenblik dat de veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan, opnieuw veroordeeld wordt wegens gelijkaardige feiten;
2° De veroordelingen op grond van de artikelen 136bis, 136ter, 136quater, 136quinquies, 136sexies, 136septies, 347bis, § 4, 1° in fine, 393, 394, 395, 396, 397, 417/3, derde lid, 2°, 433octies, 1°, 475, 518, lid 3, en 532;
3° De veroordelingen op grond van de artikelen 417/7, 417/10, 417/11, 417/13 tot 417/22.
4° Ingeval de artikelen 62 of 65 worden toegepast, de veroordelingen op grond van samenlopende misdrijven die niet worden vermeld in 1° tot 3°.
De facultatieve terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank van vijf tot vijftien jaar is vervangen door de verlengde opvolging als bijkomende straf, die de rechter kan opleggen bij een ernstige aantasting van leven of integriteit en moet opleggen bij herhaling van de zwaarste misdrijven. De gedetailleerde opsomming van veroordelingen uit het oude artikel keert terug als de lijst van misdrijven in artikel 46.waarschijnlijk · 75% - Art. 57. Verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen
oud art. 36
Tijdelijk of definitief verbod een werkzaamheid te verrichten die deel uitmaakt van het maatschappelijk doel van de rechtspersoon, kan door de rechter worden uitgesproken in de gevallen door de wet bepaald.
Het verbod voor een rechtspersoon om een activiteit van zijn maatschappelijk doel uit te oefenen, is overgenomen in artikel 57, zij het dat de nieuwe regeling een maximumtermijn van tien jaar oplegt waar het oude artikel ook een definitief verbod toeliet.waarschijnlijk · 70% - Art. 43. Straf onder elektronisch toezicht
oud art. 37quater
§ 1. Zodra de veroordeling tot de straf onder elektronisch toezicht in kracht van gewijsde is gegaan, licht de griffier de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht daarover in, zodat de straf kan worden uitgevoerd. De dienst neemt daartoe binnen zeven werkdagen nadat hij werd ingelicht, contact op met de veroordeelde, bepaalt, na de veroordeelde gehoord te hebben en rekening houdend met zijn opmerkingen, de concrete invulling van de straf en deelt deze onverwijld mee aan het bevoegde openbaar ministerie.
§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 20 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, is het openbaar ministerie belast met de controle op de veroordeelde. De ambtenaren van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht controleren de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht en begeleiden de veroordeelde.
§ 3. Indien de straf onder elektronisch toezicht niet of slechts gedeeltelijk in overeenstemming met de bepalingen van artikel 37ter, § 5, wordt uitgevoerd, meldt de ambtenaar van de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht dit onverwijld aan het bevoegde openbaar ministerie. Deze laatste kan dan beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met het gedeelte van de straf onder elektronisch toezicht dat reeds door de veroordeelde werd uitgevoerd In dit geval staat een dag van de straf onder elektronisch toezicht die werd uitgevoerd gelijk aan een dag gevangenisstraf. Ingeval de niet of slechts gedeeltelijke uitvoering nieuwe strafbare feiten betreffen, moet bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing vastgesteld zijn dat de veroordeelde tijdens de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis, heeft gepleegd.
Het bevoegde openbaar ministerie motiveert zijn beslissing en deelt deze via het snelst mogelijk schriftelijke communicatiemiddel mee :
- aan de veroordeelde;
- aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft;
- aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;
- aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht.
§ 4. Als de straf onder elektronisch toezicht drie maanden bedraagt of overschrijdt, wordt de veroordeelde vanaf de uitvoerlegging door de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht ingelicht over de mogelijkheid tot het aanvragen van een schorsing van de controle met elektronische middelen na een derde van de strafduur. De veroordeelde kan vanaf het moment dat hij aan de tijdsvoorwaarden voldoet een schriftelijk verzoek tot toekenning van deze schorsing indienen bij het bevoegde openbaar ministerie. Een kopie van dit schriftelijk verzoek wordt door de veroordeelde gericht aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht.
De bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht brengt binnen vijftien dagen een advies uit aan het bevoegde openbaar ministerie, dat betrekking heeft op de naleving van het programma van de concrete invulling van het elektronisch toezicht en, in voorkomend geval, van de aan de veroordeelde opgelegde geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden. Dit advies vermeldt of de veroordeelde tijdens de tenuitvoerlegging van de straf onder elektronisch toezicht nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Het omvat bovendien een met redenen omkleed voorstel tot toekenning of afwijzing van de schorsing van de controle met elektronische middelen en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht nodig acht op te leggen aan de veroordeelde.
Het bevoegde openbaar ministerie kent binnen de maand na de ontvangst van het advies de schorsing van de controle met elektronische middelen toe in geval de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en het programma van de concrete invulling van het elektronisch toezicht en, in voorkomend geval, de hem opgelegde geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden heeft nageleefd.
Wanneer de schorsing van de controle met elektronische middelen wordt toegekend, ondergaat de veroordeelde een proeftijd voor het gedeelte van de straf onder elektronisch toezicht dat hij nog moet ondergaan. In dit geval staat een dag van de proeftijd gelijk aan een dag van de straf onder elektronisch toezicht die werd opgelegd. De veroordeelde is onderworpen aan de algemene voorwaarden alsook, in voorkomend geval, aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden.
Het bevoegde openbaar ministerie deelt zijn beslissing via het snelst mogelijk schriftelijke communicatiemiddel mee :
- aan de veroordeelde;
- aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft;
- aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;
- aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht.
Indien het verzoek tot schorsing wordt verworpen, kan een nieuw verzoek slechts worden ingediend na een termijn van twee maanden na de verwerping ervan.
Bij niet-naleving van de algemene voorwaarden en, in voorkomend geval, van de hem opgelegde bijzondere voorwaarden, kan er overgegaan worden tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen.
Het bevoegde openbaar ministerie hoort de veroordeelde in zijn opmerkingen ter zake. Ingeval de veroordeelde niet ingaat op de uitnodiging om te worden gehoord, kan dit openbaar ministerie beslissen tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen of tot uitvoering van de vervangende gevangenisstraf. Ingeval de niet naleving de algemene voorwaarde van geen nieuwe strafbare feiten plegen betreft, moet bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing vastgesteld zijn dat de veroordeelde tijdens de uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht of tijdens de schorsing van de controle met elektronische middelen een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis, heeft gepleegd.
De beslissing tot herroeping van de schorsing van de controle met elektronische middelen omvat een beslissing over :
- de bijzondere voorwaarden verbonden aan de schorsing, opgelegd door het openbaar ministerie;
- het uitvoeren van het elektronisch toezicht voor de resterende proeftijd;
- het opnieuw van kracht worden van de bijzondere voorwaarden in voorkomend geval opgelegd door de vonnisrechter.
Het bevoegde openbaar ministerie deelt zijn beslissing via het snelst mogelijk schriftelijk communicatiemiddel mee :
- aan de veroordeelde;
- aan de korpschef van de lokale politie van de gemeente waar de veroordeelde verblijft;
- aan de nationale gegevensbank zoals bedoeld in artikel 44/2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt;
- aan de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht.
§ 5. Het in de paragrafen 1 tot 4 bedoelde openbaar ministerie is het openbaar ministerie bij het vonnisgerecht dat de veroordeling tot een straf onder elektronisch toezicht heeft uitgesproken.
Artikel 43 neemt de straf onder elektronisch toezicht over, met inbegrip van de vervangende gevangenisstraf van dezelfde duur wanneer de straf niet wordt uitgevoerd en van de aanwijzingen van de rechter over de concrete invulling. De uitvoeringsprocedure met de bevoegde dienst voor elektronisch toezicht en de controle door het openbaar ministerie staan niet meer in het wetboek.waarschijnlijk · 55% - Art. 45. Werkstraf , Art. 31. Voorlichtingsrapport
oud art. 37sexies
( oud art. 37quater vernummerd tot nieuw art. 37sexies) § 1. De veroordeelde verricht de werkstraf kosteloos tijdens de vrije tijd waarover hij naast zijn eventuele school- of beroepsactiviteiten beschikt.
De werkstraf mag uitsluitend worden verricht bij openbare diensten van de Staat, de gemeenten, de provincies, de gemeenschappen en de gewesten, dan wel bij verenigingen zonder winstoogmerk of bij stichtingen met een sociaal, wetenschappelijk of cultureel oogmerk.
De werkstraf mag niet bestaan uit een activiteit die, in de aangewezen overheidsdienst of vereniging, doorgaans door bezoldigde werknemers wordt verricht.
§ 2. Met het oog op de toepassing van artikel 37ter, kunnen het openbaar ministerie, de onderzoeksrechter, de onderzoeksgerechten en de vonnisgerechten aan de afdeling van de Dienst justitiehuizen van het (FOD Justitie) van het gerechtelijk arrondissement van de verblijfplaats van de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de veroordeelde de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen en/of een maatschappelijke enquête uit te voeren.
(De Koning bepaalt de nadere regels inzake het beknopt voorlichtingsrapport en de maatschappelijke enquête.
Deze rapporten en deze onderzoeken mogen alleen de pertinente elementen bevatten die van aard zijn de overheid die het verzoek tot de dienst van de justitiehuizen richtte in te lichten over de opportuniteit van de overwogen maatregel of straf.)
§ 3. (Elke arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie stelt tweemaal per jaar een verslag op van bestaande activiteiten waaruit de werkstraf kan bestaan.) De afdeling bezorgt een afschrift van dit verslag aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en aan de procureur des Konings van het betrokken arrondissement en, op eenvoudig verzoek, aan al wie van een belang kan doen blijken.
(§ 4. Op federaal en lokaal niveau worden overlegstructuren inzake de toepassing van de werkstraf en de autonome probatiestraf opgericht. Deze overlegstructuren hebben tot taak de instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van de werkstraf en de autonome probatiestraf, op regelmatige basis samen te brengen teneinde hun samenwerking te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling en de werking van deze overlegstructuren.)
De inhoudelijke regels over de kosteloze werkstraf tijdens de vrije tijd en over de toegelaten werkplaatsen zijn opgenomen in artikel 45, waarbij de lijst van instellingen ruimer is en het verbod om een reguliere arbeidsplaats in te nemen behouden blijft. Het beknopt voorlichtingsverslag staat nu in artikel 31, terwijl de halfjaarlijkse verslagen en de overlegstructuren niet zijn overgenomen.waarschijnlijk · 65% - Art. 45. Werkstraf
oud art. 37septies
( oud art. 37quinquies vernummerd tot nieuw art. 37septies)) § 1. Wie overeenkomstig artikel 37ter tot een werkstraf is veroordeeld, wordt gevolgd door een justitieassistent van de Dienst justitiehuizen van (FOD Justitie) van het gerechtelijk arrondissement van zijn verblijfplaats.
Op de tenuitvoerlegging van de werkstraf wordt toegezien door de probatiecommissie van de verblijfplaats van de veroordeelde, waaraan de justitieassistent rapporteert.
§ 2. Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de werkstraf wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, bezorgt de griffier daarvan binnen vierentwintig uur een uitgifte aan de voorzitter van de bevoegde probatiecommissie, alsook aan de (bevoegde arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie), die onverwijld de in § 1 bedoelde justitieassistent aanwijst. ...
(De territoriale bevoegdheid van de probatiecommissie wordt bepaald door de verblijfplaats van de veroordeelde op het ogenblik van het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest. Indien de betrokkene zijn verblijfplaats heeft buiten het grondgebied van het Rijk, is de territoriaal bevoegde probatiecommissie die van de plaats waar de veroordeling in eerste aanleg uitgesproken werd.
Indien de commissie het in uitzonderlijke gevallen voor een tot een werkstraf veroordeelde persoon, die daartoe een gemotiveerde aanvraag indient, aangewezen acht om de bevoegdheid over te dragen aan de probatiecommissie van zijn nieuwe verblijfplaats, neemt zij een gemotiveerde beslissing nadat die andere commissie binnen de twee maanden een eensluidend advies heeft uitgebracht. Voor een persoon zonder verblijfplaats in het Rijk kan volgens dezelfde procedure de bevoegdheid naar een andere probatiecommissie worden overgedragen, zonder dat het in dat geval de commissie van zijn nieuwe verblijfplaats moet zijn.)
§ 3. De justitieassistent bepaalt na de veroordeelde gehoord te hebben en rekening houdend met zijn opmerkingen de concrete invulling van de straf, met naleving van de aanwijzingen bedoeld in artikel 37quinquies , § 4, onder toezicht van de probatiecommissie die hierin te allen tijde, en eveneens met naleving van de aanwijzingen bedoeld in artikel 37quinquies , § 4, preciseringen of wijzigingen kan aanbrengen, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de veroordeelde.
(De concrete invulling van de werkstraf wordt vastgelegd in een door de veroordeelde te ondertekenen overeenkomst waarvan de justitieassistent hem een kopie overhandigt. De justitieassistent deelt eveneens een kopie van de ondertekende overeenkomst mee aan de probatiecommissie binnen de drie werkdagen.) eestdagen niet inbegrepen.
§ 4. Ingeval de werkstraf niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, meldt de justitieassistent dit onverwijld aan de probatiecommissie. Meer dan tien dagen vóór de datum die werd vastgesteld om de zaak te behandelen, roept de commissie de veroordeelde bij aangetekende brief of op een door de Koning te bepalen elektronische wijze op en stelt zijn raadsman ervan in kennis. Het dossier van de commissie wordt gedurende vijf dagen ter beschikking gehouden van de veroordeelde en zijn raadsman.
De commissie, die zitting houdt zonder dat het openbaar ministerie daarbij aanwezig is, stelt een met redenen omkleed verslag op, met het oog op de toepassing van de vervangende straf.
(Het verslag wordt bij gewone brief ter kennis gebracht van de veroordeelde, het openbaar ministerie en de justitieassistent.)
In dit geval kan het openbaar ministerie beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf of geldboete uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de werkstraf die reeds door de veroordeelde is uitgevoerd.
De werkstraf zelf is samengebald in artikel 45, dat de duur, de instemming van de beklaagde en de aard van het werk regelt. De opvolging door de justitieassistent, het toezicht door de probatiecommissie en de regels over de territoriale bevoegdheid zijn niet in het wetboek gebleven.waarschijnlijk · 50% - Art. 44. Probatiestraf
oud art. 37novies
§ 1. Wie overeenkomstig artikel 37octies tot een autonome probatiestraf is veroordeeld, wordt onderworpen aan een justitiële begeleiding die wordt uitgeoefend door de bevoegde dienst van de gemeenschappen van het gerechtelijk arrondissement van zijn verblijfplaats.
Op de tenuitvoerlegging van de autonome probatiestraf wordt toegezien door de probatiecommissie van de verblijfplaats van de veroordeelde waaraan de bevoegde dienst van de gemeenschappen rapporteert.
Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de autonome probatiestraf wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, bezorgt de griffier daarvan binnen vierentwintig uur een uitgifte aan de voorzitter van de bevoegde probatiecommissie, alsook aan de bevoegde arrondissementele afdeling van de bevoegde dienst van de gemeenschappen.
Binnen de maand na de aanvang van de justitiële begeleiding door de bevoegde dienst van de gemeenschappen, en verder telkens als deze dienst het nuttig acht of telkens als de commissie haar erom verzoekt, en tenminste om de zes maanden, brengt zij verslag uit aan de probatiecommissie over de naleving van de voorwaarden. Zij stelt, in voorkomend geval, de maatregelen voor die zij nodig acht.
§ 2. De territoriale bevoegdheid van de probatiecommissie wordt bepaald door de verblijfplaats van de veroordeelde op het ogenblik van het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest. Indien de betrokkene zijn verblijfplaats heeft buiten het grondgebied van het Rijk, is de territoriaal bevoegde probatiecommissie die van de plaats waar de veroordeling in eerste aanleg uitgesproken werd.
Indien de commissie het in uitzonderlijke gevallen voor een tot een autonome probatiestraf veroordeelde persoon, die daartoe een gemotiveerde aanvraag indient, aangewezen acht de bevoegdheid over te dragen aan de probatiecommissie van zijn nieuwe verblijfplaats, neemt zij een gemotiveerde beslissing nadat die andere commissie binnen twee maanden een eensluidend advies heeft uitgebracht. Voor een persoon zonder verblijfplaats in het Rijk kan volgens dezelfde procedure de bevoegdheid naar een andere probatiecommissie worden overgedragen, zonder dat het in dat geval de commissie van zijn nieuwe verblijfplaats moet zijn.
§ 3. De probatiecommissie bepaalt de concrete invulling van de autonome probatiestraf, op basis van het verslag van de bevoegde dienst van de gemeenschappen die de veroordeelde heeft gehoord en met naleving van de aanwijzingen bedoeld in artikel 37octies, § 4.
De beslissing van de commissie tot bepaling van de concrete invulling van de probatiestraf, wordt met redenen omkleed. Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de veroordeelde en van het openbaar ministerie. De kennisgeving geschiedt aan het openbaar ministerie per gewone brief en aan de veroordeelde per aangetekende zending, binnen drie dagen, waarbij zaterdagen, zon- en feestdagen niet meegerekend worden.
§ 4. Indien de concrete invulling van de autonome probatiestraf de voorwaarde om een begeleiding of behandeling te volgen omvat, nodigt de probatiecommissie de veroordeelde uit om een bevoegde dienst of persoon te kiezen. Deze keuze wordt aan de probatiecommissie ter goedkeuring voorgelegd.
Deze dienst of persoon die de opdracht aanneemt, brengt aan de probatiecommissie alsook aan de bevoegde dienst van de gemeenschappen, binnen een maand na de aanvang van die begeleiding of behandeling en telkens als de dienst of persoon het nuttig acht, of op verzoek van de commissie en ten minste om de zes maanden, verslag uit over de begeleiding of de behandeling.
Het in het tweede lid bedoelde verslag handelt over de volgende punten: de daadwerkelijke aanwezigheden van de veroordeelde op de voorgestelde raadplegingen, de ongewettigde afwezigheden, het eenzijdig stopzetten van de begeleiding of de behandeling door de veroordeelde, de moeilijkheden die bij de uitvoering daarvan zijn gerezen en de situaties die een ernstig risico inhouden voor derden.
De bevoegde dienst of persoon brengt de commissie op de hoogte van het stopzetten van de begeleiding of de behandeling.
Artikel 44 bundelt de autonome probatiestraf en behoudt de begeleiding van de veroordeelde door de bevoegde dienst van de gemeenschappen. De regels over de territoriale bevoegdheid van de probatiecommissie, de overdracht van die bevoegdheid en de rapportageplicht zijn niet mee overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 44. Probatiestraf
oud art. 37undecies
Ingeval de veroordeelde de voorwaarden van de autonome probatiestraf, bedoeld in artikel 37octies, § 1, tweede lid, niet of slechts gedeeltelijk naleeft, meldt de bevoegde dienst van de gemeenschappen dit onverwijld aan de probatiecommissie. Meer dan tien dagen voor de datum die werd vastgesteld om de zaak te behandelen, roept de commissie de veroordeelde op bij aangetekende zending ... en stelt ze zijn raadsman ervan in kennis. Het dossier van de commissie wordt gedurende vijf dagen ter beschikking gesteld van de veroordeelde en van zijn eventuele raadsman.
De commissie, die zitting houdt zonder dat het openbaar ministerie daarbij aanwezig is, stelt een met redenen omkleed verslag op met het oog op de toepassing van de vervangende straf.
Het verslag wordt bij gewone brief ter kennis gebracht van de veroordeelde, het openbaar ministerie en de bevoegde dienst van de gemeenschappen.
In dit geval kan het openbaar ministerie beslissen de in de rechterlijke beslissing voorziene gevangenisstraf of geldboete uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de autonome probatiestraf die reeds door de veroordeelde is uitgevoerd.
Artikel 44 behoudt het gevolg van de niet-uitvoering, namelijk dat de door de rechter bepaalde vervangende gevangenisstraf of geldboete kan worden toegepast. De procedure voor de probatiecommissie met oproeping, dossierinzage en gemotiveerd verslag is niet in het wetboek overgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 52. Geldboete
oud art. 38
De geldboete wegens overtreding bedraagt ten minste een euro en ten hoogste vijfentwintig euro, behoudens de bij de wet uitgezonderde gevallen.
De geldboete wegens misdaad of wanbedrijf bedraagt ten minste zesentwintig euro.
De geldboeten worden geïnd ten bate van de Staat.
De minimum- en maximumbedragen van de geldboete en de inning ten bate van de Staat staan nu in artikel 52 over de geldboete zelf, met vaste vorken per strafniveau. De oude driedeling misdaad, wanbedrijf en overtreding verdwijnt daarbij.waarschijnlijk · 75% - Art. 52. Geldboete , Art. 16. Beginsel van de individuele verantwoordelijkheid
oud art. 39
Wanneer verscheidene personen wegens een zelfde misdrijf worden veroordeeld, wordt de geldboete uitgesproken tegen ieder van hen persoonlijk.
Dat de geldboete tegen ieder van de veroordeelden persoonlijk wordt uitgesproken volgt nu uit het beginsel van de individuele verantwoordelijkheid van artikel 16 en uit de regeling van de geldboete in artikel 52. Een afzonderlijke bepaling daarover is niet behouden.waarschijnlijk · 50% - Art. 52. Geldboete
oud art. 40
Bij gebreke van betaling binnen twee maanden te rekenen van het arrest of van het vonnis, indien het op tegenspraak, of te rekenen van de betekening, indien het bij verstek is gewezen, kan de geldboete worden vervangen door gevangenisstraf, waarvan de duur bij het vonnis of het arrest van veroordeling wordt bepaald en die zes maanden niet zal te boven gaan voor hen die wegens misdaad, drie maanden voor hen die wegens wanbedrijf, en drie dagen voor hen die wegens overtreding zijn veroordeeld.
Veroordeelden die aan vervangende gevangenisstraf zijn onderworpen, kunnen in de inrichting worden gehouden waar zij de hoofdstraf hebben ondergaan.
Indien alleen geldboete is uitgesproken, wordt de gevangenisstraf, te ondergaan bij gebreke van betaling, gelijkgesteld met correctionele gevangenisstraf of met politiegevangenisstraf, al naar de aard van de veroordeling.
De vervangende gevangenisstraf bij niet-betaling van de geldboete is mee opgenomen in artikel 52, dat de geldboete integraal regelt. De aparte maxima per soort misdrijf verdwijnen met de afschaffing van de driedeling.waarschijnlijk · 65% - Art. 52. Geldboete
oud art. 41
In alle gevallen kan de veroordeelde zich van die gevangenisstraf bevrijden door de geldboete te betalen; hij kan zich niet onttrekken aan het verhaal op zijn goederen door aan te bieden de gevangenisstraf te ondergaan.
De regel dat betaling van de geldboete bevrijdt van de vervangende gevangenisstraf hoort bij die vervangende straf en gaat dus op in artikel 52. Artikel 69 regelt enkel de volgorde van kwijting bij ontoereikend vermogen.waarschijnlijk · 55% - Art. 38. Hoofdstraffen , Art. 52. Geldboete
oud art. 41bis
§ 1. De geldboeten toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen, zijn :
in criminele en correctionele zaken :
- wanneer de wet op het feit levenslange vrijheidsstraf stelt : geldboete van tweehonderdveertig duizend euro tot zevenhonderdtwintigduizend euro;
- wanneer de wet op het feit vrijheidsstraf en geldboete stelt, of een van de straffen alleen : geldboete van minimum vijfhonderd euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld; met als maximum tweeduizend euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de maximumvrijheidsstraf, doch niet lager dan het dubbele van de maximumgeldboete op het feit gesteld;
- wanneer de wet op het feit enkel geldboete stelt : geldboete met minimum en maximum als door de wet op het feit gesteld;
in politiezaken :
- geldboete van vijfentwintig euro tot tweehonderdvijftig euro.
§ 2. Voor het bepalen van de straf bedoeld in § 1 zijn de bepalingen van Boek I van toepassing.
De omrekeningstabel die de geldboete voor rechtspersonen afleidde uit de vrijheidsstraf voor natuurlijke personen is vervangen door de eigen hoofdstraffen voor rechtspersonen in artikel 38, met bedragen die rechtstreeks uit het strafniveau volgen. Artikel 52 bevat de algemene regeling van de geldboete.waarschijnlijk · 60% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 43
Bij misdaad of wanbedrijf wordt bijzondere verbeurdverklaring (toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 1° en 2°) altijd uitgesproken. De verbeurdverklaring van zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdaad of het wanbedrijf wordt uitgesproken, behoudens wanneer dit tot gevolg zou hebben dat de veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen.
Bij overtreding wordt zij slechts uitgesproken in de gevallen bij de wet bepaald.
Artikel 53, § 1, maakt van de verbeurdverklaring opnieuw een verplichte bijkomende straf die de rechter uitspreekt zodra het misdrijf bewezen is. Het onderscheid tussen misdaden en wanbedrijven enerzijds en overtredingen anderzijds vervalt, en de matigingsclausule wegens een onredelijk zware straf keert in het nieuwe wetboek terug bij specifieke verbeurdverklaringen zoals artikel 411.waarschijnlijk · 75% - Art. 53. Verbeurdverklaring , Art. 67. Teruggave en de schadevergoeding
oud art. 43bis
(Bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, kan door de rechter in elk geval worden uitgesproken, maar slechts voorzover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd.)
Indien de zaken bedoeld in het eerste lid en de zaken die gediend hebben of bestemd waren om het misdrijf te plegen niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag.
Ingeval de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zullen zij aan haar worden teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken zullen haar eveneens worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel.
Iedere andere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, zal dit recht kunnen laten gelden binnen een termijn en volgens modaliteiten bepaald door de Koning.
De bijzondere verbeurdverklaring van de onroerende goederen moet of kan, naargelang de rechtsgrond die dit bepaalt, door de rechter worden uitgesproken, maar slechts voor zover zij door het openbaar ministerie schriftelijk werd gevorderd.
De schriftelijke vordering van het openbaar ministerie strekkende tot de verbeurdverklaring van een onroerend goed, dat niet strafrechtelijk in beslag is genomen overeenkomstig de toepasselijke vormvoorschriften, wordt op straffe van onontvankelijkheid kosteloos ingeschreven op de kant van de laatst overgeschreven akte of het vonnis bedoeld in artikel 3.30, § 1, van het Burgerlijk Wetboek. Het openbaar ministerie voegt een bewijs van de kantmelding bij het strafdossier voor de sluiting van de debatten. Het openbaar ministerie vordert de kosteloze doorhaling van de kantmelding, als daartoe grond bestaat.
De rechter vermindert zo nodig het bedrag van de in artikel 42, 3°, bedoelde vermogensvoordelen of van de in het tweede lid bedoelde geldwaarde om de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.
De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen, de raming van de geldwaarde bij ontbrekende zaken en de matiging bij een onredelijk zware straf zitten nu in het algemene artikel over de verbeurdverklaring, terwijl de teruggave of toewijzing aan de burgerlijke partij naar het artikel over teruggave en schadevergoeding is verhuisd. De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen is bovendien verplicht geworden in plaats van afhankelijk van een schriftelijke vordering van het openbaar ministerie.waarschijnlijk · 70% - Art. 54. Verruimde verbeurdverklaring
oud art. 43ter
De bijzondere verbeurdverklaring die van toepassing is op de zaken bedoeld (in de artikelen 42, 43bis en 43quater), kan eveneens worden uitgesproken wanneer die zaken zich buiten het grondgebied van de Belgische Staat bevinden.
De regel dat ook zaken buiten het Belgische grondgebied verbeurd kunnen worden verklaard staat nu uitdrukkelijk in het artikel over de verruimde verbeurdverklaring; voor de gewone verbeurdverklaring van artikel 53 blijkt uit de beschikbare tekst niet dat dezelfde regel werd overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 66. Burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de betaling van een vermogensstraf
oud art. 50bis
Niemand kan burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor betaling van geldboete waartoe een ander wordt veroordeeld, indien hij wegens dezelfde feiten wordt veroordeeld.
Het verbod om een derde burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de geldboete van een ander is overgenomen in art. 66, nu algemeen geformuleerd voor de vermogensstraf.waarschijnlijk · 75% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 52
Poging tot misdaad wordt gestraft met de straf die, overeenkomstig de artikelen 80 en 81, onmiddellijk lager is dan die gesteld op de misdaad zelf.
De pogingen tot misdaden die strafbaar zijn met levenslange opsluiting of levenslange hechtenis worden echter respectievelijk gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of met twintig jaar tot dertig jaar hechtenis.
De regel dat poging met een lagere straf dan het voltooide misdrijf wordt bestraft, is behouden in art. 9 §1, nu uitgedrukt via het niveausysteem in plaats van vaste strafmaten voor levenslange misdaden.waarschijnlijk · 70% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 53
De wet bepaalt in welke gevallen en met welke straffen poging tot wanbedrijf wordt gestraft.
Het oude recht vereiste een uitdrukkelijke wetsbepaling om poging tot wanbedrijf strafbaar te maken; art. 9 §1 stelt nu dat poging voor alle opzettelijke misdrijven steeds strafbaar is, wat een inhoudelijke verruiming is ten opzichte van de oude regel.waarschijnlijk · 50% - Art. 60. Herhaling
oud art. 54
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die, na tot een criminele straf te zijn veroordeeld, een misdaad pleegt die strafbaar is met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, kan worden veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, kan de schuldige worden veroordeeld tot opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
Hij wordt veroordeeld tot ten minste zeventien jaar opsluiting indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
De gedetailleerde verhoging van de opsluitingsvorken bij herhaling van een misdaad na een criminele straf gaat op in de algemene herhalingsregel: de straf kan naar het onmiddellijk hogere strafniveau worden verhoogd, met een verzwaard minimum bij niveau 7 of 8, binnen een termijn van vijf jaar na de vorige veroordeling.waarschijnlijk · 75% - Art. 60. Herhaling
oud art. 55
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die, na tot een criminele straf te zijn veroordeeld, een misdaad pleegt die gestraft wordt met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar, kan worden veroordeeld tot hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar.
Indien de misdaad wordt gestraft met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar, kan de schuldige worden veroordeeld tot (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).
Hij wordt veroordeeld tot ten minste zeventien jaar hechtenis, indien de misdaad strafbaar is met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).
Ook de herhalingsregel voor misdaden met hechtenis gaat op in de ene algemene herhalingsbepaling; het onderscheid tussen opsluiting en hechtenis verdwijnt en wordt vervangen door verhoging naar het onmiddellijk hogere strafniveau.waarschijnlijk · 75% - Art. 60. Herhaling
oud art. 55bis
Hij die, na tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar te zijn veroordeeld en voordat vijf jaren zijn verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf verjaard is, een misdaad pleegt die strafbaar is met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar of hechtenis van vijf jaar tot tien jaar, kan worden veroordeeld tot respectievelijk opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar.
Indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar, kan de schuldige worden veroordeeld tot respectievelijk opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar of hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar.
Hij wordt veroordeeld tot respectievelijk ten minste zeventien jaar opsluiting of ten minste zeventien jaar hechtenis, indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar of hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar.
De gedetailleerde tarieven van de herhaling van misdaad na een correctionele veroordeling zijn vervangen door één algemene regel, waarbij de rechter de straf kan verhogen naar het onmiddellijk hogere strafniveau. De verhoging is facultatief geworden en de termijn van vijf jaar loopt nu vanaf het in kracht van gewijsde gaan van de vorige veroordeling.waarschijnlijk · 70% - Art. 60. Herhaling
oud art. 56
Hij die, na tot een criminele straf te zijn veroordeeld, een wanbedrijf pleegt, kan worden veroordeeld tot het dubbele van het maximum van de straf, bij de wet op het wanbedrijf gesteld.
Dezelfde straf kan worden uitgesproken in geval van een vroegere veroordeling tot gevangenisstraf van ten minste een jaar, indien de veroordeelde het nieuwe wanbedrijf pleegt voordat vijf jaren zijn verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf verjaard is.
Zelfs in de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, indien het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, mag de gevangenisstraf de maximumduur van de opsluiting waarin de wet voorziet voor die misdaad of veertig jaar indien het om levenslange opsluiting gaat, niet te boven gaan.
In geen geval mag de uitgesproken straf een jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf of twee jaar autonome probatiestraf te boven gaan.
Artikel 60 vervangt alle oude herhalingsvormen door één regeling: binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde getreden veroordeling kan de straf naar het onmiddellijk hogere niveau worden verhoogd. De oude verdubbeling van het maximum en de plafonds voor werkstraf, probatiestraf en elektronisch toezicht zijn daarmee verlaten.waarschijnlijk · 70% - Art. 76. Gevolgen van de veroordelingen uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie
oud art. 57bis
De bepalingen betreffende de herhaling, bepaald in de artikelen 54 tot 56, worden toegepast in geval van een vroegere veroordeling die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis.
De verwijzing naar de meetelling van in een andere EU-lidstaat uitgesproken veroordelingen voor de herhaling correspondeert met art. 76, dat aan buitenlandse EU-veroordelingen dezelfde rechtsgevolgen toekent als Belgische veroordelingen.waarschijnlijk · 55% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 58
Hij die schuldig bevonden wordt aan verscheidene overtredingen, wordt gestraft met de straf die op elk van die overtredingen is gesteld.
(Indien werkstraffen worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum driehonderd uren bedragen.)
Indien straffen onder elektronisch toezicht worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum een jaar bedragen.
Indien autonome probatiestraffen worden uitgesproken, kan de duur ervan maximum twee jaar bedragen.
De cumulatie van straffen bij samenloop van overtredingen keert terug in de meerdaadse samenloop: enkel binnen strafniveau 1 mogen de hoofdstraffen nog cumulatief worden opgelegd, met als bovengrens het maximale cumulatieve straftotaal. De afzonderlijke maxima voor werkstraf, elektronisch toezicht en probatiestraf staan nu bij die straffen zelf.waarschijnlijk · 65% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 59
Bij samenloop van één of meer wanbedrijven met één of meer overtredingen worden alle geldboeten, autonome probatiestraffen, werkstraffen, straffen onder elektronisch toezicht en correctionele gevangenisstraffen samen opgelegd binnen de grenzen in het volgende artikel bepaald.
De samenloop van wanbedrijven en overtredingen valt onder de nieuwe eenvormige regeling van de meerdaadse samenloop in artikel 62. De cumulatie van alle straffen binnen wettelijke grenzen wordt vervangen door een straf binnen het zwaarste strafniveau, eventueel verhoogd naar het onmiddellijk hogere niveau.waarschijnlijk · 70% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 60
Bij samenloop van verscheidene wanbedrijven worden alle straffen samen opgelegd, zonder dat zij evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste straf te boven mogen gaan. De uitgesproken straf mag niet hetzij twintig jaar gevangenisstraf, hetzij de zwaarste gevangenisstraf als deze meer dan twintig jaar gevangenis is, te boven gaan. In geen geval mag de uitgesproken straf één jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf of twee jaar autonome probatiestraf te boven gaan.
Artikel 62, § 3, vervangt de oude cumulatie met een plafond van het dubbele maximum door een straf binnen het zwaarste strafniveau met mogelijke verhoging naar het onmiddellijk hogere niveau, begrensd door het maximale cumulatieve straftotaal. De specifieke plafonds van twintig jaar gevangenisstraf, driehonderd uren werkstraf en twee jaar probatiestraf keren niet terug.waarschijnlijk · 75% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 62
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Bij samenloop van verscheidene misdaden wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken. Die straf kan zelfs tot vijf jaar boven het maximum worden verhoogd, indien zij bestaat in (tijdelijke opsluiting of hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar, respectievelijk gedurende een kortere termijn).
De absorptieregel voor samenlopende misdaden staat nu in artikel 62, § 2, waar bij misdrijven van niveau 7 of 8 alleen de zwaarste straf wordt uitgesproken en de andere hoofdstraffen worden opgeslorpt. De oude verhoging met vijf jaar boven het maximum is vervangen door de mogelijkheid tot verhoging naar het onmiddellijk hogere strafniveau in de gevallen van paragraaf 3.waarschijnlijk · 75% - Art. 61. Eendaadse samenloop , Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 64
De straffen van bijzondere verbeurdverklaring wegens verscheidene misdaden, wanbedrijven of overtredingen, worden altijd samen opgelegd.
De regel dat verbeurdverklaringen bij samenloop altijd samen worden opgelegd, keert terug als de algemene cumulatieregel voor bijkomende straffen in de artikelen 61 en 62, waarbij de verbeurdverklaring een bijkomende straf is. Het onderscheid tussen misdaden, wanbedrijven en overtredingen valt weg en de cumulatie geldt binnen de grenzen bepaald door de wet.waarschijnlijk · 65% - Art. 61. Eendaadse samenloop
oud art. 65
Wanneer een zelfde feit verscheidende misdrijven oplevert of wanneer verschillende misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, gelijktijdig worden voorgelegd aan een zelfde feitenrechter, wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken.
Wanneer de feitenrechter vaststelt dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aanhangig zijn en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houdt hij bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straffen. Indien deze hem voor een juiste bestraffing van al de misdrijven voldoende lijken, spreekt hij zich uit over de schuldvraag en verwijst hij in zijn beslissing naar de reeds uitgesproken straffen. Het geheel van de straffen uitgesproken met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste straf niet te boven gaan.
De regel over voortgezette misdrijven met eenzelfde misdadig opzet, gelijktijdig berecht, is opgegaan in de eendaadse-samenloopregeling van art. 61 (één straf binnen het zwaarste niveau).waarschijnlijk · 50% - Art. 19. Strafbare deelneming
oud art. 66
Als daders van een misdaad of een wanbedrijf worden gestraft :
Zij die de misdaad of het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt;
Zij die door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd;
Zij die, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks hebben uitgelokt;
(Zij die, het zij door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gesproken, hetzij door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld, aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld, het plegen van het feit rechtstreeks hebben uitgelokt, onverminderd de straffen die bij de wet bepaald zijn tegen daders van aanzetting tot misdaden of wanbedrijven, zelfs voor het geval dat die aanzetting zonder gevolg is gebleven.)
De categorieën van daderschap (rechtstreekse uitvoering, onmisbare hulp, rechtstreekse uitlokking) zijn opgenomen in de eengemaakte notie van strafbare deelneming in art. 19, die daders en vroegere medeplichtigen niet langer principieel onderscheidt naar strafmaat.waarschijnlijk · 55% - Art. 19. Strafbare deelneming
oud art. 67
Als medeplichtigen aan een misdaad of een wanbedrijf worden gestraft :
Zij die onderrichtingen hebben gegeven om de misdaad of het wanbedrijf te plegen;
Zij die wapens, werktuigen of enig ander middel hebben verschaft, die tot de misdaad of het wanbedrijf hebben gediend, wetende dat ze daartoe zouden dienen;
Zij die, buiten het geval van artikel 66, § 3, met hun weten de dader of de daders hebben geholpen of bijgestaan in daden die de misdaad of het wanbedrijf hebben voorbereid, vergemakkelijkt of voltooid.
De vroegere afzonderlijke categorie van medeplichtigheid (instructies geven, middelen verschaffen, hulp bij voorbereiding) is opgegaan in de algemene notie van strafbare deelneming van art. 19.waarschijnlijk · 55% - Art. 404. Deelneming aan een vereniging van misdadigers niveau 3, Art. 402. Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende niveau 3, Art. 562. Onderdak verschaffen aan samenspanners of aanslagplegers niveau 2
oud art. 68
Zij die, bekend met het misdadig gedrag van boosdoeners die roverijen plegen of gewelddaden tegen de veiligheid van de Staat, tegen de openbare rust, tegen personen of eigendommen, er een gewoonte van maken hun een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats te verschaffen, worden als hun medeplichtigen gestraft.
De algemene deelnemingsvorm van wie er een gewoonte van maakt boosdoeners onderdak te verschaffen, is vervangen door zelfstandige misdrijven per context: onderdak aan een vereniging van misdadigers, aan een oproerige gewapende bende en aan samenspanners of aanslagplegers. De dader wordt niet langer als medeplichtige gestraft maar met een eigen straf van niveau 2 of 3, en het vereiste van een gewoonte vervalt.waarschijnlijk · 50% - Art. 19. Strafbare deelneming
oud art. 69
Medeplichtigen aan een misdaad worden gestraft met de straf die, overeenkomstig de artikelen 80 en 81 van dit wetboek, onmiddellijk lager is dan die waarmee zij als daders van die misdaad zouden worden gestraft. Zij worden echter gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of twintig jaar tot dertig jaar hechtenis indien zij medeplichtig waren aan een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of met levenslange hechtenis.
De straf tegen medeplichtigen aan een wanbedrijf zal niet hoger zijn dan twee derden van die welke op hen zou worden toegepast, indien zij de daders van dat wanbedrijf waren.
Het onderscheid tussen daders en medeplichtigen verdwijnt: deelnemers kunnen als daders worden gestraft, zodat de verlaagde strafschaal van een niveau lager, of twee derden bij wanbedrijf, vervalt. De strafvermindering blijft enkel bestaan voor de poging.waarschijnlijk · 70% - Art. 12. Bevel van de overheid
oud art. 70
(Behoudens wat de misdrijven betreft, zoals bepaald in boek II, titel Ibis, is er geen misdrijf), wanneer het feit door de wet voorgeschreven en door de overheid bevolen is.
De oude, samengevoegde rechtvaardigingsgrond (feit door de wet voorgeschreven én door de overheid bevolen) is in het nieuwe wetboek gesplitst in afzonderlijke gronden; art. 12 (bevel van de overheid) dekt enkel het tweede onderdeel, terwijl het onderdeel 'door de wet voorgeschreven' (vermoedelijk art. 11, gebod of toelating bij de wet) niet in de kandidatenlijst voorkomt.waarschijnlijk · 60% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 80
Levenslange opsluiting wordt vervangen door tijdelijke opsluiting of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste veertig jaar.
Opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar door opsluiting van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtendertig jaar.
Opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar door opsluiting van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar.
Opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar door opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, respectievelijk gedurende vijf jaar tot tien jaar of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste vijftien jaar.
Opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar of door gevangenisstraf van ten minste zes maanden en van ten hoogste tien jaar.
Opsluiting van vijf jaar tot tien jaar door gevangenisstraf van ten minste één maand en van ten hoogste vijf jaar.
De gedetailleerde omzettingstabel voor opsluiting bij verzachtende omstandigheden is niet letterlijk overgenomen, maar de functie ervan is opgegaan in het niveausysteem van art. 36, dat per strafniveau bepaalt naar welke lagere niveaus wordt omgezet.waarschijnlijk · 50% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 81
Levenslange hechtenis, gesteld op misdaden tegen de uitwendige veiligheid van de Staat, wordt vervangen door tijdelijke hechtenis of door een gevangenisstraf van ten minste een jaar en van ten hoogste veertig jaar.
Hechtenis van dertig jaar tot veertig jaar door hechtenis van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtendertig jaar.
Hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar door hechtenis van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar.
Hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar door hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar of van vijf jaar tot tien jaar of door een gevangenisstraf van ten minste een jaar en van ten hoogste vijftien jaar.
Hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar door hechtenis van vijf jaar tot tien jaar of door een gevangenisstraf van ten minste zes maanden Hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar door hechtenis van vijf jaar tot tien jaar of door een gevangenisstraf van ten minste zes maanden. Hechtenis van vijf jaar tot tien jaar door gevangenisstraf van ten minste een maand. Hechtenis van vijf jaar tot tien jaar door gevangenisstraf van ten minste een maand en van ten hoogste vijf jaar.
De oude omzettingstabel van hechtenis bij verzachtende omstandigheden voor misdaden tegen de staatsveiligheid is vervangen door de algemene niveauverlaging bij verzachtende omstandigheden in art. 36.waarschijnlijk · 50% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 82
In de gevallen van samenloop bepaald bij het artikel 62 van het Strafwetboek, kan het vonnisgerecht niettemin, wanneer de criminele straffen op grond van verzachtende omstandigheden verminderd worden tot correctionele straffen, een enkele straf uitspreken.
De mogelijkheid om bij correctionalisering van samenlopende misdaden één straf uit te spreken volgt nu uit de regeling van de meerdaadse samenloop in artikel 62. De oude tweedeling tussen criminele en correctionele straffen valt weg.waarschijnlijk · 60% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden , Art. 52. Geldboete
oud art. 83
De geldboete in criminele zaken kan worden verminderd zonder dat zij ooit lager mag zijn dan zesentwintig euro.
Het absolute minimum van zesentwintig euro verdwijnt; vermindering verloopt voortaan via de verzachtende omstandigheden van artikel 30, die de straf naar een lager strafniveau brengen. De geldende boetevork volgt dan uit artikel 52.waarschijnlijk · 50% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden
oud art. 85
(Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kunnen de gevangenisstraffen, ... de werkstraffen, de autonome probatiestraffen en de geldboeten respectievelijk tot beneden acht dagen, ... vijfenveertig uren, twaalf maanden en zesentwintig euro worden verminderd, zonder dat zij lager mogen zijn dan politiestraffen.)
De rechter kan ook een van die straffen afzonderlijk toepassen.
Indien alleen gevangenisstraf bepaald is, kan de rechter die straf vervangen door geldboete van ten hoogste vijfhonderd euro.
Indien ontzetting van de in artikel 31, eerste lid genoemde rechten (...) voorgeschreven of toegelaten (is), kan de rechter die (straf) uitspreken voor een termijn van een jaar tot vijf jaar, of in het geheel niet opleggen.
Het mechanisme van verzachtende omstandigheden bestaat nog (art. 30), maar werkt nu via niveauverlaging in plaats van de vaste minimumgrenzen per strafsoort uit het oude artikel.waarschijnlijk · 50% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 93
Politiestraffen verjaren door verloop van een jaar, te rekenen van de tijdstippen, in het vorige artikel vastgesteld.
De eenjarige verjaring van politiestraffen verdwijnt samen met de categorie politiestraffen zelf. De lichtste straffen, nu die van niveau 1, verjaren onder artikel 74 pas na vijf jaar, wat een aanzienlijke verlenging is.waarschijnlijk · 70% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 94
De geldboeten verjaren door verloop van de in de vorige artikelen vastgestelde termijnen, naargelang zij zijn uitgesproken wegens misdaden, wanbedrijven of overtredingen.
De bijzondere verbeurdverklaringen verjaren door verloop van de in de vorige artikelen vastgesteld termijnen, naargelang zij zijn uitgesproken wegens overtredingen of misdaden.
De bijzondere verbeurdverklaringen die uitgesproken zijn wegens wanbedrijven verjaren door verloop van tien jaren, te rekenen vanaf de in artikel 92 vastgestelde tijdstippen.
Artikel 74, derde lid, vervangt de afzonderlijke termijnen voor geldboeten en bijzondere verbeurdverklaringen door één regel: bijkomende straffen verjaren volgens de termijn die hoort bij het niveau van de hoofdstraf waarmee zij zijn uitgesproken. De bijzondere tienjarige termijn voor verbeurdverklaringen wegens wanbedrijven keert niet terug.waarschijnlijk · 75% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 95
Indien de veroordeelde die zijn straf ondergaat, erin slaagt te ontvluchten, begint de verjaringstermijn te lopen van de dag van de ontvluchting.
Wanneer echter in dat geval een veroordeelde meer dan vijf jaar van zijn straf heeft ondergaan, indien het een tijdelijke criminele straf betreft, of meer dan twee jaar, indien het een correctionele straf betreft, wordt die meerdere tijd toegerekend op de duur van de verjaring.
De bijzondere regel voor de ontvluchte veroordeelde is opgegaan in de algemene stuitingsregel van artikel 74, waar elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf uitmaakt de verjaring stuit en een nieuwe termijn doet lopen. De aanrekening van de reeds ondergane straftijd op de verjaringstermijn lijkt niet te zijn overgenomen, al is de tekst van artikel 74 hier afgekapt.waarschijnlijk · 50% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 96
De verjaring van de straf wordt door de aanhouding van de veroordeelde gestuit.
De stuiting door de aanhouding van de veroordeelde is vervangen door de ruimere formule van artikel 74, waar elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf is de verjaring stuit. De aanhouding blijft daaronder vallen, maar is niet langer het enige stuitingsfeit.waarschijnlijk · 70% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 97
§ 1. De verjaring van de verbeurdverklaring wordt geschorst wanneer de wet dit bepaalt of wanneer er een wettelijk beletsel bestaat dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van deze straf verhindert.
§ 2. De verjaring wordt in elk geval geschorst in de volgende gevallen :
1° zolang de veroordeelde het voorwerp uitmaakt van een wettelijke collectieve insolventieprocedure;
2° tijdens de behandeling van het door de veroordeelde of derden overeenkomstig de artikelen 110 en 111 van de Grondwet ingediende genadeverzoek betreffende de opgelopen verbeurdverklaring;
3° tijdens de looptijd van een aanzuiveringsregeling die de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën, die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring, de geldboete of de gerechtskosten heeft toegestaan aan de veroordeelde.
De bijzondere schorsingsgronden voor de verjaring van de verbeurdverklaring zijn opgeslorpt door de algemene schorsingsregel van artikel 74, die geldt wanneer de wet dit bepaalt of wanneer een wettelijk beletsel de tenuitvoerlegging verhindert. De uitdrukkelijke opsomming van insolventieprocedure, genadeverzoek en aanzuiveringsregeling keert in de voorgelegde tekst niet terug.waarschijnlijk · 55% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 98
§ 1. De verjaring van de verbeurdverklaring wordt gestuit door elke daad van tenuitvoerlegging uitgaande van de wettelijk bevoegde organen.
§ 2. De verjaring wordt in elk geval gestuit in de volgende gevallen :
1° elke gedeeltelijke betaling die door of voor de veroordeelde is gedaan aan de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring en die niet kadert in een door de ontvanger toegestane aanzuiveringsregeling;
2° elk betalingsverzoek of elke ingebrekestelling gericht aan de veroordeelde, bij een aangetekende zending of ge-rechtsdeurwaardersexploot, uitgaande van de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring;
3° elk beslag gelegd door of op verzoek van de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring,
4° de beslissing van de directeur van het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring een onderzoek te voeren naar de solvabiliteit van de veroordeelde;
5° de beslissing van het openbaar ministerie om een in artikel 464/1 van het Wetboek van strafvordering bedoeld strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek te openen;
6° alle uitvoeringshandelingen die verricht worden in het raam van het in artikel 464/1 van het Wetboek van strafvordering bedoelde strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek
De gedetailleerde lijst van stuitingsgronden voor de verjaring van de verbeurdverklaring is vervangen door de algemene regel van artikel 74 dat elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf is de verjaring stuit. De invorderingshandelingen van de fiscus en het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek worden niet langer afzonderlijk opgesomd.waarschijnlijk · 55% - Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten , Art. 78. Omzetting en bepaling van de strafmaat in bijzondere wetten die geen strafniveau bepalen
oud art. 100bis
Zij worden zonder uitzondering toegepast op personen die aan de militaire strafwetten niet zijn onderworpen, maar die deelgenomen hebben aan een misdaad of een wanbedrijf omschreven in het Militair Strafwetboek. De militaire gevangenisstraf wordt evenwel vervangen door gevangenisstraf van dezelfde duur, en de afzetting, die als hoofdstraf is gesteld, door gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar.
De bijzondere regel over niet-militairen die deelnemen aan misdrijven uit het Militair Strafwetboek gaat op in artikel 77, dat boek I toepasselijk maakt op de bijzondere wetten, en in artikel 78, dat de straffen uit die wetten omzet naar strafniveaus. De eigen omzetting van de militaire gevangenisstraf en van de afzetting keert niet terug.waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 100ter
Wanneer in de bepalingen van boek II de term " minderjarige " wordt aangewend, wordt daaronder elke persoon verstaan die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt.
De definitie van minderjarige als persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is verhuisd naar de algemene definities van boek II in artikel 79. Zij geldt daar op dezelfde wijze voor het hele boek II.waarschijnlijk · 75% - Art. 556. Aanslag op de echtgenoot of echtgenote van de Koning of vermoedelijke troonopvolger of op waarnemers van de koninklijke functie niveau 4
oud art. 103
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De aanslag op het leven van de Koningin, van 's Konings bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, van 's Konings broeders die de staat van Belg hebben, op het leven van de Regent, of op het leven van de ministers die, in de gevallen bij de Grondwet bepaald, de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen, wordt altijd gestraft zoals het voltooide feit.
(De aanslag op hun persoon wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar; hij wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar indien hij geen schending van hun vrijheid ten gevolge heeft en bij hen noch bloedstorting, noch verwonding, noch ziekte veroorzaakt.)
Art. 556 dekt de aanslag op de echtgenote van de Koning, de Regent en de ministers die de koninklijke macht uitoefenen, maar beschermt niet meer de bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en de Belgische broers van de Koning die het oude artikel ook noemde.waarschijnlijk · 50% - Art. 559. Voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie
oud art. 106
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De samenspanning tegen het leven of tegen de persoon van de Koning wordt gestraft met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar, indien er een daad op gevolgd is om de uitvoering ervan voor te bereiden, en met dwangarbeid van tien jaar tot vijftien jaar in het tegenovergestelde geval.
Het scenario met een voorbereidingsdaad komt overeen met art. 559 (voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie); het scenario van loutere samenspanning zonder daad (destijds bestraft met dwangarbeid) is niet gedekt door een aangeboden kandidaat.waarschijnlijk · 55% - Art. 558. Samenspanning tegen de monarchie
oud art. 108
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De samenspanning tegen het leven of tegen de persoon, hetzij van de in artikel 103 genoemde leden van de koninklijke familie, hetzij van de Regent, hetzij van de ministers die de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
Art. 558, 4°, dekt de samenspanning tegen de echtgenote, de Regent en de ministers, maar niet meer tegen de bloed- en aanverwanten en broers van de Koning die via de verwijzing naar art. 103 ook werden beschermd.waarschijnlijk · 50% - Art. 560. Voorstel tot samenspanning tegen de monarchie niveau 2
oud art. 111
Het voorstel dat wordt gedaan, maar niet aangenomen, om een samenspanning te smeden tegen het leven of tegen de persoon van de Koning, van de vermoedelijke troonopvolger, van de in artikel 103 genoemde leden van de koninklijke familie, van de Regent of van de ministers die de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar.
De schuldige (...) kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Art. 560 dekt het niet-aanvaarde voorstel tot samenspanning tegen het leven of de persoon van de Koning of troonopvolger, maar niet meer het voorstel gericht tegen de ruimere kring van koninklijke familieleden, Regent en ministers uit art. 103.waarschijnlijk · 55% - Art. 559. Voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie
oud art. 112
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die heel alleen het besluit neemt om een aanslag te plegen op het leven of op de persoon van de Koning, van de vermoedelijke troonopvolger, van de in artikel 103 genoemde leden van de koninklijke familie, van de Regent of van de ministers die de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), indien hij een daad heeft gepleegd om de uitvoering ervan voor te bereiden.
De individuele voorbereiding van een aanslag (art. 559, 2°) dekt het besluit van de alleenhandelende dader voor Koning, troonopvolger en echtgenote, maar niet meer voor de ruimere kring van bloedverwanten en broers uit art. 103.waarschijnlijk · 55% - Art. 564. Definities
oud art. 117
(De straffen, bepaald in de artikelen 113, 115 en 116, zijn gelijk, onverschillig of de misdaden in die artikelen omschreven, tegen België zijn gepleegd dan wel tegen de bondgenoten van België die tegen de gemeenschappelijke vijand optreden.) <B 11-10-1916, art. 1>
(Voor de toepassing van deze bepaling is " bondgenoot van België " elke Staat die, zelfs zonder verdrag van bondgenootschap, oorlog voert tegen een Staat waarmee België zelf in oorlog is.) <B 17-12-1942, art. 2>
De gelijkstelling van misdrijven tegen een bondgenoot met misdrijven tegen België is nu verwerkt in de bondgenootdefinitie van art. 564 en rechtstreeks in de tekst van de afzonderlijke delicten (bv. art. 569, 565), in plaats van als apart artikel te blijven bestaan.waarschijnlijk · 60% - Art. 573. Steun aan de politiek of doelstellingen van de vijand niveau 7, Art. 574. Aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat niveau 6, Art. 575. Propaganderen tegen het verzet niveau 6
oud art. 118bis
Met (levenslange hechtenis) wordt gestraft hij die deelneemt aan het vervormen van wettelijke instellingen of organisaties door de vijand, de burgers in hun trouw aan Koning en Staat in oorlogstijd doet wankelen, of wetens de politiek of de oogmerken van de vijand dient.
Met (levenslange hechtenis) wordt eveneens gestraft hij die wetens enige propaganda leidt, door enigerlei middel voert, ze uitlokt, helpt of begunstigt, welke propaganda gericht is tegen het verzet tegen de vijand of zijn bondgenoten of ertoe strekt de feiten in het vorige lid opgenoemd te verwekken.
De verschillende gedragingen (steun aan de politiek/doelstellingen van de vijand, trouw aan de Staat doen wankelen, propaganda tegen het verzet) zijn elk apart terug te vinden in art. 573, 574 en 575, met niveau 6/7 in plaats van levenslange hechtenis.waarschijnlijk · 75% - Art. 570. Vergemakkelijken van de opmars van de vijand niveau 8, Art. 571. Verschaffen van mankracht of goederen aan de vijand niveau 8, Art. 574. Aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat niveau 6
oud art. 120quater
De poging tot een van de misdrijven in de artikelen 116, 118, 119, 119/1, 119/2, 120 tot 120ter omschreven, wordt beschouwd als zijnde het misdrijf zelf.
De algemene gelijkstelling van de poging met het voltooide misdrijf verdwijnt als aparte bepaling; het nieuwe wetboek schrijft de poging telkens in de delictsomschrijving zelf in, zoals bij het vergemakkelijken van de opmars van de vijand, het verschaffen van mankracht of goederen aan de vijand en het aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat. Waar die vermelding ontbreekt, geldt de gewone regel van artikel 9 met een straf van één niveau lager.waarschijnlijk · 60% - Art. 585. Reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim in oorlogstijd niveau 6, Art. 589. Vergaren of overmaken van militaire inlichtingen in oorlogstijd niveau 6, Art. 595. Foute omgang met een staatsgeheim in oorlogstijd niveau 3
oud art. 120sexies
Indien gepleegd in oorlogstijd :
Worden de in de artikelen 118, 119, 120 en 120bis omschreven misdrijven gestraft met (levenslange hechtenis);
Worden de in artikel 120ter omschreven misdrijven gestraft met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar);
Worden de in artikel 120quinquies omschreven misdrijven gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro.
De oude collectieve oorlogstijdverzwaring voor meerdere misdrijven tegelijk is in het nieuwe wetboek versnipperd in afzonderlijke 'in oorlogstijd'-varianten per basismisdrijf; slechts een deel daarvan (art. 585, 589, 595) staat in deze kandidatenlijst, andere relevante varianten (bv. voor de oude art. 118/120bis) ontbreken hier.waarschijnlijk · 50% - Art. 584. Verzwaarde reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat niveau 5, Art. 564. Definities
oud art. 120octies
De straffen, bepaald in de artikelen 118, 119, 120 tot 120septies, zijn gelijk, onverschillig of de misdrijven in die artikelen omschreven, tegen België zijn gepleegd dan wel tegen een Staat waarmee België met het oog op een gemeenschappelijke verdediging door een regionale regeling is verbonden.
De gelijkstelling van misdrijven tegen een bondgenoot-Staat met misdrijven tegen België is nu verwerkt in de bondgenootdefinitie (art. 564) en in specifieke verzwarende bepalingen zoals art. 584, in plaats van als algemene regel voor meerdere artikelen te bestaan.waarschijnlijk · 55% - Art. 601. Verbergen van daders van misdrijven tegen de landsverdediging niveau 2, Art. 603. Verbergen van vijandelijke agenten of soldaten niveau 5, Art. 604. Verbergen van vijandelijke agenten of soldaten bij staat van beleg niveau 6, Art. 605. Verbergen van onderdanen van de vijand niveau 3, Art. 606. Verbergen van onderdanen van de vijand bij staat van beleg niveau 4
oud art. 121
Hij die verspieders of op verkenning uitgezonden vijandelijke soldaten, die hem als zodanig bekend zijn, verbergt of doet verbergen, wordt gestraft met levenslange opsluiting.
Hij die vijandelijke agenten of soldaten, weerbaar of gewond, verbergt of doet verbergen, of die hun te hulp komt om hen in de mogelijkheid te stellen zich aan de overheid te onttrekken, wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar. Bij staat van beleg wordt het misdrijf gestraft met levenslange opsluiting.
Hij die een onderdaan van een vijandelijke of met de vijand verbonden mogendheid verbergt of doet verbergen, of die hem te hulp komt om hem in de mogelijkheid te stellen zich aan de overheid te onttrekken, wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar. Bij staat van beleg wordt het misdrijf gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Hij die personen verbergt of doet verbergen van wie hij weet dat zij vervolgd worden of veroordeeld zijn wegens een van de misdrijven bedoeld in Boek II, Titel I, Hoofdstuk II van het Strafwetboek en in de artikelen 17 en 18 van de wet van 27 mei 1870 houdende het Militair Strafwetboek, of die hun te hulp komt om hen in de mogelijkheid te stellen zich aan het gerecht te onttrekken, wordt gestraft met de op dat misdrijf gestelde straf, zonder dat evenwel de uitgesproken straf vijftien jaar opsluiting of hechtenis mag te boven gaan.
De bepaling van het vorige lid is niet van toepassing op bloedverwanten in opgaande of nederdalende lijn, echtgenoten, zelfs na echtscheiding, broers of zusters, noch op aanverwanten in dezelfde graden van de daders van of de medeplichtigen aan de bedoelde misdrijven.
De verschillende gedragingen (verbergen van vijandelijke agenten/soldaten, van onderdanen van de vijand en van daders van misdrijven tegen de landsverdediging, telkens met verzwaring bij staat van beleg) zijn overgenomen; het verbergen van spionnen/verkenners, de oude zwaarste variant, is elders geregeld (art. 602) maar zit niet in deze kandidatenlijst.waarschijnlijk · 70% - Art. 588. Vergaren of overmaken van militaire inlichtingen niveau 3
oud art. 122bis
Onverminderd de toepassing van strengere bepalingen, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro hij die een militaire inlichtingsdienst opricht of verzorgt, die op het grondgebied van het Rijk in het belang en in het nadeel van vreemde mogendheden werkt, hij die enige werkzaamheid in zodanige dienst uitoefent, onder meer hetzij door medewerkers of agenten voor die dienst aan te werven, hetzij door voorwerpen, plans, geschriften, bescheiden of inlichtingen welke niet kennelijk openbaar zijn en betrekking hebben op de militaire organisatie of het verdedigingsstelsel van een vreemde mogendheid, op de wapen-, munitie- of levensmiddelenvoorziening van haar strijdkrachten te land, ter zee of in de lucht of op het materiaal aldaar in gebruik, geheel of ten dele, in origineel of in reproduktie, wetens over te leveren aan de dienst of hem die mee te delen, hetzij door de bedoelde voorwerpen, plans, geschriften, bescheiden of inlichtingen door te geven aan een andere vreemde mogendheid of aan een persoon die in het belang van die mogendheid handelt.
Het oprichten of bemannen van een buitenlandse militaire inlichtingendienst op Belgisch grondgebied gaat op in het ruimere misdrijf van het vergaren of overmaken van militaire inlichtingen van artikel 588. Artikel 589 voorziet de zwaardere variant in oorlogstijd.waarschijnlijk · 65% - Art. 613. Aanzetten tot misdrijven tegen de landsverdediging
oud art. 123bis
Onverminderd de toepassing van artikel 1 van de wet van 7 juli 1875 en van de artikelen 66 en 67 van dit wetboek, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot (drie jaar) en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro :
1° Het aanbod of het voorstel om een van de misdrijven, omschreven in de artikelen 113 tot 120bis, 121 tot 123, te plegen;
2° De aanvaarding van dat aanbod of van dat voorstel.
Het aanbod/voorstel tot en de aanvaarding van een misdrijf tegen de landsverdediging is overgenomen in art. 613, al geldt dit nu enkel voor misdrijven met een strafniveau van 3 of hoger.waarschijnlijk · 70% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 123ter
(Indien de misdrijven, in de artikelen 115 tot 120quater, 120sexies tot 123bis omschreven, uit winstbejag zijn begaan, worden de (sommen, de goederen of de rechtstreekse of onrechtstreekse voordelen van welke aard ook, die de werkzaamheid van de schuldige heeft opgebracht,) tot eigendom van de Schatkist verklaard; (indien zij niet in beslag zijn genomen, wordt een met hun waarde overeenstemmend bedrag) tot eigendom van de Schatkist verklaard.)
(In hetzelfde geval worden de in de artikelen 119 en 120 bepaalde gevangenisstraffen vervangen door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en tijdelijke hechtenis door tijdelijke opsluiting van gelijke duur.)
(Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, wordt (levenslange opsluiting) vervangen overeenkomstig artikel 80.)
De toewijzing aan de Schatkist van wat de spionageactiviteit heeft opgebracht gaat op in de verplichte verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen, met verbeurdverklaring van een overeenstemmend geldbedrag wanneer die niet meer in het vermogen worden teruggevonden; de bijzondere strafverzwaring bij feiten uit winstbejag keert niet terug.waarschijnlijk · 60% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 123quinquies
De verbeurdverklaring van de zaken die gediend hebben of bestemd waren om het misdrijf te plegen, wordt altijd uitgesproken, evenals de verbeurdverklaring van de plans, kaarten, geschriften, bescheiden, afschriften, opmetingen, fotografische opnamen, gezichten, reprodukties en alle andere door het misdrijf verkregen zaken.
(In de gevallen van de artikelen 119, 120, 120bis, 121bis, 122bis en 123quater, kunnen de tot gevangenisstraf veroordeelden verwezen worden tot levenslange of tijdelijke ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 31, eerste lid.) <B 31-12-1939, art. 2>
De verplichte verbeurdverklaring van de zaken die tot het plegen hebben gediend en van de door het misdrijf verkregen plannen, kaarten en geschriften valt nu onder de algemene regeling van artikel 53, waar de verbeurdverklaring een verplichte bijkomende straf is zodra de rechter het misdrijf bewezen verklaart. De mogelijkheid om de veroordeelden daarnaast uit hun rechten te ontzetten wordt in dit verband niet meer herhaald.waarschijnlijk · 65% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 123sexies
§ 1. (In afwijking van de artikelen 31 en 32, wordt bij de vonnissen of arresten van veroordeling tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, respectievelijk een langere termijn of tot hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar of van vijftien jaar tot twintig jaar wegens een misdrijf of poging tot een misdrijf als omschreven in Boek II, Titel I, Hoofdstuk II van het Strafwetboek, in oorlogstijd gepleegd, tegen de veroordeelden geen ontzetting van de daarin bedoelde rechten uitgesproken, maar brengen die vonnissen of arresten van rechtswege levenslange vervallenverklaring mee van :)
1° De rechten genoemd in het vorenbedoelde artikel 31, met inbegrip van het recht om te stemmen, te kiezen en verkozen te worden;
2° Het recht om ingeschreven te zijn op een tabel van de orde van advocaten, op een lijst van ereadvocaten of op een lijst van advocaten-stagiairs;
3° Het recht om in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan enig onderwijs dat in een openbare of private inrichting wordt gegeven;
4° Het recht om als bedienaar van een eredienst door de Staat te worden bezoldigd;
5° Het recht om leider van een politieke vereniging te zijn;
6° Het recht om in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan de exploitatie, de administratie, de redactie, het drukken of verspreiden van een dagblad of van om het even welke publikatie, ingeval deze deelneming een politiek karakter heeft;
7° Het recht om deel te nemen aan het bestuur of de administratie van enige demonstratie van culturele, filantropische en sportieve aard of van enige openbare vermakelijkheid, ingeval deze deelneming een politiek karakter heeft;
8° Het recht om deel te nemen aan de exploitatie, aan het beheer of op enigerlei wijze aan de werkzaamheden van enige onderneming voor toneelvoorstellingen, cinematografie of radio-omroep, ingeval deze deelneming een politiek karakter heeft;
9° Het recht om in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan het beheer, de zaakvoering of het bestuur van een beroepsvereniging of een vereniging zonder winstgevend doel.
§ 2. In afwijking van de artikelen 32 en 33 kan bij de vonnissen of arresten van veroordeling tot andere criminele straffen of tot correctionele straffen wegens een misdrijf of poging tot een misdrijf als omschreven in boek II, titel I, hoofdstuk II van het Strafwetboek, in oorlogstijd gepleegd, geen ontzetting van rechten als omschreven in de genoemde artikelen worden uitgesproken, maar wel tijdelijke vervallenverklaring van alle rechten of van een deel van de rechten in de vorige paragraaf genoemd.
De vervallenverklaringen bepaald in de kieswetten, met inbegrip van (de artikelen 6 en 7 van het Kieswetboek), zijn in ieder geval van toepassing.
(De vervallenverklaringen kunnen worden uitgesproken voor een duur van tien jaar tot twintig jaar als de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar of hechtenis van vijf jaar tot tien jaar of van tien jaar tot vijftien jaar is en voor een duur van vijf jaar tot tien jaar als het een correctionele straf betreft.)
De van rechtswege intredende vervallenverklaring wegens in oorlogstijd gepleegde misdrijven verdwijnt; enkel de kern ervan, de ontzetting uit de burgerlijke en politieke rechten, blijft over in artikel 47, dat de rechter uitspreekt en dat bij een straf van niveau 8 levenslang geldt. De bijkomende verboden over de advocatuur, het onderwijs, de eredienst, de pers, verenigingen en vertoningen zijn niet overgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 686. Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod niveau 2
oud art. 123nonies
Hij die, in weerwil van de vervallenverklaring die voortvloeit uit de toepassing van artikel 123sexies, § 1 of § 2, rechtstreeks of door een tussenpersoon gebruik maakt van een der in dat artikel genoemde rechten, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en met geldboete van tienduizend euro tot honderdduizend euro.
De naoorlogse vervallenverklaring van artikel 123sexies keert niet terug, maar het miskennen van een opgelegd verbod valt voortaan onder de algemene strafbaarstelling van de niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod in artikel 686.waarschijnlijk · 60% - Art. 389. Aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5, Art. 391. Voorbereiding van een aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5
oud art. 124
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De aanslag met het oogmerk om burgeroorlog te verwekken door de burgers of inwoners tegen elkaar te wapenen of hen aan te zetten zich tegen elkaar te wapenen, wordt gestraft met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).
De samenspanning met hetzelfde oogmerk gesmeed, wordt gestraft met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar, indien enige daad is gepleegd om de uitvoering ervan voor te bereiden; en met hechtenis van vijf tot tien jaar, in het tegenovergestelde geval.
De aanslag zelf (burgers tegen elkaar wapenen met oogmerk burgeroorlog) komt overeen met art. 389, 1°, en de samenspanning gevolgd door een voorbereidingsdaad met art. 391; de loutere samenspanning zonder daad (de oude lichtste strafmaat) is hier niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 60% - Art. 389. Aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5, Art. 391. Voorbereiding van een aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5
oud art. 125
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De aanslag met het oogmerk om verwoesting, mensenslachting of plundering in een of meer gemeenten aan te richten, wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
De samenspanning met hetzelfde oogmerk gesmeed, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien enige daad is gepleegd om de uitvoering ervan voor te bereiden; met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar in het tegenovergestelde geval.
De aanslag met het oogmerk verwoesting, massamoord of plundering komt overeen met art. 389, 2°, en de samenspanning gevolgd door een voorbereidingsdaad met art. 391; de loutere samenspanning zonder daad is hier niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 60% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5
oud art. 128
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die zich aan het hoofd van gewapende benden stelt of daarin enige functie vervult of enig bevel voert, hetzij om zich van openbare gelden meester te maken, hetzij om domeinen, eigendommen, plaatsen, steden, vestingen, posten, magazijnen, arsenalen, havens, schepen of vaartuigen van de Staat te overweldigen, hetzij om de openbare macht bij haar optreden tegen de daders van die misdaden aan te vallen of te weerstaan, wordt gestraft met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).
Het aan het hoofd stellen van een bende om openbare gelden/eigendommen te overweldigen of de openbare macht aan te vallen, is samen met het plunderingsdoel uit het oude artikel 129 opgenomen in het bredere artikel 399, 1°; straf daalt van hechtenis vijftien tot twintig jaar naar niveau 5.waarschijnlijk · 60% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5
oud art. 129
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien die benden tot doel hebben, hetzij openbare eigendommen of eigendommen van de Staat, of eigendommen van een algemeenheid van burgers te plunderen of te verdelen, hetzij de openbare macht bij haar optreden tegen de daders van die misdaden aan te vallen of te weerstaan, worden zij die zich aan het hoofd van die benden stellen of die daarin enige functie vervullen of enig bevel voeren, gestraft met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar.
Het plunderingsdoel van de gewapende bende is samengevoegd met het doel uit het oude artikel 128 tot één breder artikel 399, 2°; straf daalt van opsluiting vijftien tot twintig jaar naar niveau 5.waarschijnlijk · 70% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5
oud art. 130
De straffen in de twee vorige artikelen onderscheidenlijk bepaald, zijn toepasselijk op hen die de vereniging leiden, de benden lichten of doen lichten, inrichten of doen inrichten.
De uitbreiding van de straf naar leiders, lichters en inrichters van de bende is verwerkt in de definitie van artikel 399 zelf ('lichten, leiden of organiseren'), zodat een apart artikel niet meer nodig is.waarschijnlijk · 55% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5, Art. 400. Deelneming aan een oproerige gewapende bende niveau 4
oud art. 131
Ingeval een van de misdaden, in de artikelen 101, 102, 103 en 104 omschreven, door een bende wordt gepleegd, worden de bij die artikelen bepaalde straffen toegepast op allen, zonder onderscheid van graad, die van de bende deel uitmaken en op de plaats van de oproerige bijeenkomst worden gevat.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, hoewel niet ter plaatse gevat, het oproer leidt of in de bende enige bediening uitoefent of enig bevel voert.
Het oude begrip "oproerige bende" en de differentiatie tussen leiders en gewone leden is overgenomen in de nieuwe artikelen over de oproerige gewapende bende (leiding: art. 399, deelneming: art. 400).waarschijnlijk · 55% - Art. 400. Deelneming aan een oproerige gewapende bende niveau 4, Art. 401. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 132
Ingeval de oproerige bijeenkomst niet een van de misdaden, in de artikelen 101, 102, 103 en 104 omschreven, tot voorwerp of tot gevolg heeft, worden de personen die van de hierboven bedoelde benden deel uitmaken, zonder daarin enig bevel te voeren of enige bediening uit te oefenen, en die ter plaatse worden gevat, gestraft met de straf onmiddellijk lager dan die welke tegen de leiders of bevelvoerders van die benden wordt uitgesproken.
De gedifferentieerde bestraffing van leiders versus gewone leden van een oproerige bende, en de strafuitsluiting voor wie zich tijdig terugtrekt, zijn terug te vinden in de artikelen 400-401.waarschijnlijk · 50% - Art. 402. Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende niveau 3
oud art. 133
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Zij die, bekend met het doel of de aard van die benden, aan deze of aan hun afdelingen, een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats verschaffen, worden gestraft, in de gevallen van de artikelen 101, 102, 103 en 128, met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), en, in de gevallen van de artikelen 104 en 127, met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar.
Het bewust verschaffen van onderdak, schuilplaats of vergaderplaats aan de bende is overgenomen in artikel 402; de koppeling aan specifieke misdaadartikelen is losgelaten en de straf daalt naar niveau 3.waarschijnlijk · 70% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 135
Onder het woord wapens worden begrepen alle toestellen, werktuigen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men heeft ter hand genomen om te doden, te wonden of te slaan, zelfs indien men geen gebruik ervan gemaakt heeft.
De omschrijving van het begrip wapens verdwijnt uit de bijzondere titel en staat nu bij de algemene definities van boek II in artikel 79, die voor het hele boek gelden.waarschijnlijk · 65% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 135quinquies
De poging tot de wanbedrijven in artikel 135quater omschreven wordt gestraft met dezelfde straffen.
Deze specifieke pogingsbepaling is opgegaan in de algemene regeling van de strafbare poging, die poging bij opzettelijke misdrijven steeds strafbaar stelt. De oude gelijkstelling met de straf van het voltooide misdrijf is daarbij niet behouden, want het nieuwe wetboek straft de poging in de regel een niveau lager.waarschijnlijk · 50% - Art. 563. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 612. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 392. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 136
Degenen onder de schuldigen die vóór enige aanslag en vóór enig begin van vervolging die samenspanningen of die misdrijven en hun daders of medeplichtigen aan de overheid kenbaar maken, blijven vrij van de straffen, gesteld op de samenspanningen omschreven in deze titel, en op de misdrijven omschreven in artikel 111.
De oude algemene verschoningsgrond voor wie vóór een aanslag en vóór vervolging samenspanningen en daders aangeeft, is in het nieuwe wetboek niet als één algemene bepaling behouden maar opgesplitst in afzonderlijke, hoofdstukgebonden verschoningsgronden (staatsordening, landsverdediging, burgerlijke vrede).waarschijnlijk · 50% - Art. 85. Oorlogsmisdaden van categorie 1 niveau 8, Art. 86. Oorlogsmisdaden van categorie 2 niveau 8, Art. 87. Oorlogsmisdaden van categorie 3 niveau 8, Art. 88. Oorlogsmisdaden van categorie 4 niveau 8
oud art. 136quater
(NOTA : De derde paragraaf van artikel 136quater treedt in werking de dag van inwerkingtreding voor België van het Tweede Protocol inzake het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, aangenomen te 's-Gravenhage op 26 maart 1999 ; zie W 2003-08-05/32, art. 29, § 2) § 1. De hierna omschreven oorlogsmisdaden bedoeld in de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en in het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, in de wetten en gebruiken die gelden in geval van gewapende conflicten, zoals omschreven in artikel 2 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, in artikel 1 van het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij die Verdragen, aangenomen te Genève op 8 juni 1977, alsook in artikel 8, § 2, f), van het Statuut van het Internationaal Strafhof, zijn internationaal-rechtelijke misdaden en worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel gestraft, onverminderd de strafbepalingen die van toepassing zijn op de uit nalatigheid gepleegde misdrijven, ingeval die handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan de personen en de goederen is gewaarborgd door voornoemde Verdragen, Protocollen, wetten en gewoonten :
1° opzettelijke doodslag;
2° martelen of andere onmenselijke behandeling, met inbegrip van biologische proefnemingen;
3° moedwillig veroorzaken van hevig lijden of toebrengen van ernstig lichamelijk letsel dan wel van ernstige schade aan de gezondheid;
4° toepassen van verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie of andere vormen van seksueel geweld, die een ernstige schending van de Verdragen van Genève of een ernstige schending van het gemeenschappelijke artikel 3 van die Verdragen opleveren;
5° andere schendingen van de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling;
6° dwingen van een krijgsgevangene, van een burger die beschermd wordt door het Verdrag betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd of van een persoon die in hetzelfde opzicht beschermd wordt door het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, om te dienen bij de strijdkrachten of bij gewapende groepen van de vijandelijke mogendheid of van de tegenpartij;
7° onder de wapenen roepen of het in militaire dienst nemen van kinderen beneden de leeftijd van vijftien jaar bij de strijdkrachten of gewapende groepen of hen gebruiken voor actieve deelname aan vijandelijkheden;
8° onthouden aan een krijgsgevangene, aan een burger die beschermd wordt door het Verdrag betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd of aan een persoon die in hetzelfde opzicht beschermd wordt door het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, van het recht op een regelmatige en onpartijdige berechting overeenkomstig de voorschriften van die bepalingen;
9° onrechtmatige deportatie, overbrenging of verplaatsing, de onrechtmatige gevangenhouding van een burger die beschermd wordt door het Verdrag betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd of van een persoon die in dezelfde opzichten beschermd wordt door het Eerste en het Tweede Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949;
10° opzettelijk gebruik maken van uithongering van burgers als methode van oorlogvoering door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun overleving, daaronder begrepen het opzettelijk belemmeren van de aanvoer van hulpgoederen waarin is voorzien in de Verdragen van Genève;
11° nemen van gijzelaars;
12° vernietigen of in beslag nemen van eigendommen van de vijand in geval van een internationaal gewapend conflict, of van een tegenstander in geval van een gewapend conflict dat niet van internationale aard is, tenzij deze vernietiging of inbeslagneming dringend vereist is als gevolg van dwingende militaire noodzaak;
13° vernieling en de toe-eigening van goederen, niet gerechtvaardigd door militaire noodzaak zoals aanvaard in het volkenrecht en uitgevoerd op grote schaal en op onrechtmatige en moedwillige wijze;
14° opzettelijk richten van aanvallen op burgerdoelen, die geen militaire doelen zijn;
15° opzettelijk richten van aanvallen op gebouwen, materieel, medische eenheden en transport, alsmede op personeel dat overeenkomstig het internationaal recht gebruik maakt van de emblemen van het internationaal humanitair recht;
16° gebruik maken van de aanwezigheid van een burger of van een andere persoon beschermd door het internationaal humanitair recht teneinde bepaalde punten, gebieden of strijdkrachten te vrijwaren van militaire operaties;
17° opzettelijk richten van aanvallen op personeel, installaties, materieel, eenheden of voertuigen betrokken bij humanitaire opdrachten of vredesmissies overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, voor zover deze recht hebben op de bescherming die aan burgers of goederen van burgerlijke aard wordt verleend krachtens het internationale recht inzake gewapende conflicten;
18° onrechtmatige handelingen en nalatigheden die de gezondheid en de lichamelijke of geestelijke integriteit van de personen beschermd door het internationaal humanitair recht in gevaar kunnen brengen, in het bijzonder alle geneeskundige handelingen die niet gerechtvaardigd zijn door de gezondheidstoestand van die personen of niet in overeenstemming zijn met de algemeen aanvaarde geneeskundige normen;
19° behalve als ze gerechtvaardigd zijn overeenkomstig de onder 18° gestelde voorwaarden, de handelingen die erin bestaan aan de onder 18° bedoelde personen, zelfs met hun toestemming, lichamelijke verminkingen toe te brengen, op hen geneeskundige of wetenschappelijke experimenten uit te voeren of bij hen weefsels of organen weg te nemen voor transplantatie, tenzij het gaat om het geven van bloed voor transfusie of het afstaan van huid voor transplantatie, mits zulks vrijwillig en zonder enige dwang of overreding en voor therapeutische doeleinden geschiedt;
20° opzettelijk aanvallen van de burgerbevolking of van individuele burgers die niet rechtstreeks deelnemen aan de vijandelijkheden;
21° opzettelijk richten van aanvallen op plaatsen waar zieken en gewonden worden samengebracht, voor zover deze plaatsen geen militaire doelen zijn;
22° opzettelijk richten van een aanval in de wetenschap dat een dergelijke aanval verliezen aan mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan goederen van burgerlijke aard zal veroorzaken of grote, langdurige en ernstige schade aan natuur en milieu zal aanrichten, die buitensporig is in verhouding tot het te verwachten tastbare en rechtstreeks militaire voordeel, onverminderd de misdadige aard van de aanval waarvan de schadelijke gevolgen, zelfs in evenredigheid tot het te verwachten militaire voordeel, onverenigbaar zouden zijn met de beginselen van het volkenrecht die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het openbare rechtsbewustzijn;
23° uitvoeren van een aanval op werken of installaties die gevaarlijke krachten bevatten, in de wetenschap dat een dergelijke aanval verliezen aan mensenlevens, verwondingen van burgers of schade aan goederen van burgerlijke aard zal veroorzaken, die buitensporig is in verhouding tot het te verwachten tastbare en rechtstreeks militaire voordeel, onverminderd de misdadige aard van de aanval waarvan de schadelijke gevolgen, zelfs in evenredigheid tot het te verwachten militaire voordeel, onverenigbaar zouden zijn met de beginselen van het volkenrecht die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het openbare rechtsbewustzijn;
24° aanvallen of bombarderen met wat voor middelen ook van gedemilitariseerde zones of van steden, dorpen, woningen of gebouwen, die niet worden verdedigd en geen militaire doelen zijn;
25° plunderen van een stad of plaats, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen;
26° aanvallen van een persoon in de wetenschap dat hij buiten gevecht verkeert op voorwaarde dat zulks de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
27° op verraderlijke wijze doden of verwonden van personen die behoren tot de vijandige natie of het vijandige leger of van een vijandelijke strijder;
28° verklaren dat geen kwartier zal worden verleend;
29° perfide gebruik van het embleem van het rode kruis of de rode halve maan of van andere beschermende emblemen erkend door het internationaal humanitair recht, op voorwaarde dat zulks de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
30° op ongepaste wijze gebruik maken van een witte vlag, een vlag of de militaire onderscheidingstekens en het uniform van de vijand of van de Verenigde Naties, op voorwaarde dat zulks de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
31° rechtstreeks of niet rechtstreeks overbrengen naar een bezet gebied van gedeelten van de burgerbevolking van de bezettende mogendheid in geval van een internationaal gewapend conflict, of van gedeelten van de burgerbevolking van de bezettende autoriteit in geval van een niet-internationaal gewapend conflict;
32° ongerechtvaardigd vertragen van de repatriëring van krijgsgevangenen of burgers;
33° aanwenden van praktijken van apartheid of van andere onmenselijke of onterende praktijken, die op rassendiscriminatie gebaseerd zijn en een aanslag op de menselijke waardigheid vormen;
34° aanvallen van duidelijk als zodanig herkenbare historische monumenten, kunstwerken of plaatsen van eredienst die het culturele of geestelijke erfdeel van de volkeren vormen en waaraan bijzondere bescherming is verleend door een speciale regeling wanneer er geen bewijs bestaat van schending door de tegenpartij van het verbod die goederen te gebruiken om het militaire optreden te ondersteunen, en wanneer die goederen niet in de onmiddellijke nabijheid van militaire doelen zijn gelegen;
35° opzettelijk richten van aanvallen op gebouwen gewijd aan godsdienst, onderwijs, kunst, wetenschap of caritatieve doeleinden, historische monumenten, ziekenhuizen, voor zover deze geen militaire doelen zijn;
36° gebruiken van gif of giftige wapens;
37° gebruiken van verstikkende, giftige of andere gassen en overige soortgelijke vloeistoffen, materialen of apparaten;
38° gebruiken van kogels die in het menselijk lichaam gemakkelijk in omvang toenemen of platter en breder worden, zoals kogels met een harde mantel die de kern gedeeltelijk onbedekt laat of die is voorzien van inkepingen;
39° gerechtelijk vervallen verklaren, schorsen of niet-ontvankelijk verklaren van de rechten en handelingen van de personen die tot de vijandige partij behoren;
40° gebruiken van wapens, projectielen, materieel en wijzen van oorlogvoering die van die aard zijn dat zij overbodig letsel of nodeloos lijden veroorzaken of dat zij zonder onderscheid treffen in strijd met het internationaal recht inzake gewapende conflicten, voor zover dergelijke wapens, projectielen, materieel en wijzen van oorlogvoering vallen onder een algeheel verbod en zijn opgenomen in een bijlage bij het Statuut van het Internationaal Strafhof.
41° gebruiken van wapens die werken met microbiologische of andere biologische agentia of toxines, ongeacht hun oorsprong of wijze van vervaardiging;
42° gebruiken van wapens waarvan de voornaamste uitwerking is dat ze een letsel toebrengen door middel van deeltjes die niet met röntgenstralen in het menselijk lichaam kunnen worden ontdekt;
43° gebruiken van laserwapens die dusdanig zijn ontworpen dat zij in de strijd worden ingezet met als enig doel of onder meer als doel blijvende blindheid te veroorzaken bij personen zonder geassisteerd zicht, met andere woorden personen die met het blote oog kijken of corrigerende lenzen dragen.
§ 2. De hierna omschreven ernstige schendingen van het gemeenschappelijk artikel 3 van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, gepleegd in geval van een gewapend conflict zoals gedefinieerd in voornoemd artikel 3, welke door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan personen is gewaarborgd door die Verdragen, zijn internationaal-rechtelijke misdaden en worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel gestraft, onverminderd de strafbepalingen die van toepassing zijn op de uit nalatigheid gepleegde misdrijven :
1° geweldpleging gericht op het leven en de lichamelijk integriteit, inzonderheid alle vormen van doodslag, verminking, wrede behandeling en marteling;
2° aantasting van de persoonlijke waardigheid, inzonderheid vernederende en onterende behandeling;
3° nemen van gijzelaars;
4° uitspreken van veroordelingen en ten uitvoer leggen van executies zonder voorafgaand vonnis uitgesproken door een op regelmatige wijze samengesteld gerecht dat alle gerechtelijke waarborgen biedt die algemeen als onmisbaar worden erkend.
§ 3. De hierna omschreven ernstige schendingen gedefinieerd in artikel 15 van het Tweede Protocol inzake het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, goedgekeurd te 's-Gravenhage op 26 maart 1999, gepleegd in geval van een gewapend conflict zoals omschreven in artikel 18, §§ 1 en 2, van het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954 en in artikel 22 van voornoemd Tweede Protocol, welke door handelingen of nalatigheden inbreuk maken op de bescherming die aan goederen is gewaarborgd door dit Verdrag en Protocol zijn internationaal-rechtelijke misdaden en worden overeenkomstig de bepalingen van deze titel gestraft, onverminderd de strafbepalingen die van toepassing zijn op de uit nalatigheid gepleegde misdrijven :
1° een aanval richten op een cultureel goed onder versterkte bescherming;
2° een cultureel goed onder versterkte bescherming of de onmiddellijke nabijheid ervan aanwenden ter ondersteuning van een militaire actie;
3° de door het Verdrag en het Tweede Protocol beschermde culturele goederen op grote schaal vernietigen of zich toe-eigenen.
De uitgebreide opsomming van oorlogsmisdaden uit het oude artikel is in het nieuwe Wetboek onderverdeeld in vier categorieën naar aard en ernst (art. 85-88), die samen dezelfde misdrijven dekken; alle bestraft met niveau 8.waarschijnlijk · 75% - Art. 82. Misdaad van genocide niveau 8, Art. 83. Misdaad tegen de mensheid niveau 8, Art. 85. Oorlogsmisdaden van categorie 1 niveau 8, Art. 86. Oorlogsmisdaden van categorie 2 niveau 8, Art. 87. Oorlogsmisdaden van categorie 3 niveau 8, Art. 88. Oorlogsmisdaden van categorie 4 niveau 8
oud art. 136quinquies
(NOTA : het laatste lid van artikel 136quinquies treedt in werking de dag van inwerkingtreding voor België van het Tweede Protocol inzake het Verdrag van 's-Gravenhage van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict, aangenomen te 's-Gravenhage op 26 maart 1999 ; zie W 2003-08-05/32, art. 29, § 2) De misdrijven bedoeld in de artikelen 136bis en 136ter worden gestraft met levenslange opsluiting.
De misdrijven bedoeld in artikel 136quater, § 1, 1°, 2°, 15°, 17°, 20° tot 24° en 26° tot 28°, worden gestraft met levenslange opsluiting.
De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 3°, 4°, 10°, 16°, 19°, 36° tot 38° en 40° tot 43°, worden gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar. Zij worden gestraft met levenslange opsluiting als zij de dood van één of meer personen ten gevolge hebben gehad.
De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 12° tot 14° en 25°, worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar. Hetzelfde misdrijf, alsmede de misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 29° en 30°, worden gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar als zij hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge hebben gehad. Zij worden gestraft met levenslange opsluiting indien zij de dood van een of meer personen tengevolge hebben gehad.
De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 6° tot 9°, 11° en 31°, worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. Wanneer de in het voorgaande lid bedoelde verzwarende omstandigheden aanwezig zijn, worden zij, naar gelang van het geval, gestraft met de daarin vastgestelde straffen.
De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 5° en 32° tot 35° worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, onder voorbehoud van de toepassing van strengere strafbepalingen houdende bestraffing van ernstige aanslagen op de menselijke waardigheid.
Het misdrijf bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 18°, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. Het wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar indien het ernstige gevolgen voor de volksgezondheid ten gevolge heeft gehad.
Het misdrijf bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 39°, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Het misdrijf bedoeld in artikel 136quater, paragraaf 2, 1°, wordt gestraft met levenslange opsluiting.
De misdrijven bedoeld in dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel, 2° en 4°, worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, onder voorbehoud van de toepassing van strengere strafbepalingen houdende bestraffing van ernstige aanslagen op de menselijke waardigheid.
Het misdrijf bedoeld in 3° van dezelfde paragraaf van hetzelfde artikel wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. Hetzelfde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar als het hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge heeft gehad. Het wordt gestraft met levenslange opsluiting indien het de dood van één of meer personen ten gevolge heeft gehad.
De misdrijven opgesomd in artikel 136quater, § 3, 1° tot 3°, worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
De afzonderlijke strafmaattabel verdwijnt omdat het nieuwe wetboek het strafniveau meteen in elke delictsomschrijving opneemt: genocide en misdaad tegen de mensheid worden bestraft met een straf van niveau 8 en de oorlogsmisdaden zijn in vier categorieën met een eigen strafniveau ondergebracht. De oude gradaties, van levenslange opsluiting tot opsluiting van tien tot vijftien jaar, zijn zo in die categorieën verwerkt.waarschijnlijk · 70% - Art. 371. Terroristisch misdrijf niveau 8
oud art. 138
§ 1. De straffen voor de misdrijven opgesomd in artikel 137, § 2, worden als volgt vervangen, indien die misdrijven worden aangemerkt als terroristische misdrijven :
1° geldboete, door gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar;
2° gevangenisstraf van niet meer dan zes maanden, door gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar;
3° gevangenisstraf van niet meer dan een jaar, door gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar;
4° gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar, door gevangenisstraf van niet meer dan vijf jaar;
5° gevangenisstraf van niet meer dan vijf jaar, door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
6° opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, door opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
7° opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
8° opsluiting van tien jaar tot twintig jaar door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
9° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar, door opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar;
10° opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar, door levenslange opsluiting.
In de in artikel 137, § 2, 11°, bedoelde gevallen wordt het maximum van de op het voltooide misdrijf gestelde straf met een jaar verminderd.
§ 2. De terroristische misdrijven bedoeld in artikel 137, § 3, worden gestraft met :
1° in het geval bedoeld in het 6°, gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar indien de bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met een correctionele straf en opsluiting van vijf tot tien jaar indien de bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met een criminele straf;
2° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar in de gevallen bedoeld in het 1°, 2° en 5°;
3° levenslange opsluiting in de gevallen bedoeld in het 3° en 4°.
De omzettingstabel die commune straffen trapsgewijs verzwaarde wanneer het feit terroristisch was, verdwijnt: artikel 371 merkt de opgesomde feiten aan als terroristisch misdrijf en koppelt er rechtstreeks eigen strafniveaus aan, tot niveau 8 voor de zwaarste gevallen.waarschijnlijk · 50% - Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 145
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die een bedienaar van een eredienst in de uitoefening van zijn bediening smaadt door daden, woorden, gebaren of bedreigingen.
Indien hij hem slaat, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.
Het smaden van een bedienaar van de eredienst tijdens zijn bediening is opgenomen in het smaadartikel 247; het afzonderlijke verzwaarde misdrijf van het slaan van die bedienaar wordt door geen enkele kandidaat gedekt en valt wellicht onder algemene slagenbepalingen.waarschijnlijk · 55% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3, Art. 230. Verzwarende factoren
oud art. 147
Ieder openbaar officier of ambtenaar, ieder drager of agent van het openbaar gezag of van de openbare macht, die wederrechtelijk en willekeurig een of meer personen aanhoudt of doet aanhouden, gevangen houdt of doet houden, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
De gevangenisstraf is zes maanden tot drie jaar, indien de wederrechtelijke en willekeurige vrijheidsberoving langer dan tien dagen duurt.
Duurt zij langer dan een maand, dan wordt de schuldige veroordeeld tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar.
Hij wordt bovendien gestraft met geldboete van vijftig euro tot duizend euro en kan worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 31, eerste lid, 1°, 2° en 3°.
De wederrechtelijke en willekeurige aanhouding of gevangenhouding door een persoon met een openbare functie valt nu onder de vrijheidsberoving van artikel 219, met de openbare hoedanigheid en de duur als verzwarende factoren volgens artikel 230. Artikel 625 straft enkel het verzuim om tegen zo'n vrijheidsberoving op te treden.waarschijnlijk · 55% - Art. 348. Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats niveau 2
oud art. 148
Ieder ambtenaar van de administratieve of de rechterlijke orde, ieder officier van justitie of van politie, ieder bevelhebber of agent van de openbare macht, die, in die hoedanigheid optredend, in de woning van een ingezetene tegen diens wil binnendringt buiten de gevallen die de wet bepaalt en zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
Het binnendringen in een woning door een ambtenaar buiten de wettelijke gevallen of zonder de voorgeschreven vormen valt onder de algemene huisvredebreuk van art. 348, die uitdrukkelijk diezelfde uitzonderingsclausule bevat; de strafmaat is verlaagd van gevangenisstraf naar niveau 2.waarschijnlijk · 75% - Art. 643. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 357. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 152
Indien de verdachte bewijst dat hij heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij hun als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was, worden de bij de vorige artikelen bepaalde straffen alleen toegepast op de meerderen die het bevel hebben gegeven.
De exoneratie voor wie op een niet-manifest onwettig bevel van een meerdere heeft gehandeld, is per betrokken hoofdstuk overgenomen in artikel 643 (ambtsmisdrijven) en artikel 357 (misdrijven tegen het privéleven).waarschijnlijk · 75% - Art. 253. Discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent of in zijn naam gepleegd door middel van een valse handtekening niveau 3
oud art. 153
Indien openbare officieren of ambtenaren ervan beticht worden een van de daden, in de artikelen 148 tot 151 vermeld, te hebben bevolen, toegelaten of vergemakkelijkt, en indien zij beweren dat hun handtekening bij verrassing is verkregen, zijn zij verplicht de daad in voorkomend geval te doen ophouden en de schuldige aan te geven; anders worden zij zelf vervolgd.
De verplichting voor een ambtenaar die van een verrassingshandtekening onder een daad van willekeur wordt beticht, om die daad te doen ophouden en de schuldige aan te geven, is nagenoeg woordelijk terug te vinden in artikel 253, § 3, al is dat artikel specifiek toegespitst op discriminatie.waarschijnlijk · 65% - Art. 253. Discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent of in zijn naam gepleegd door middel van een valse handtekening niveau 3
oud art. 154
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien een van de daden van willekeur, in de artikelen 148 tot 151 vermeld, wordt gepleegd door middel van de valse handtekening van een openbaar ambtenaar, worden de daders van de valsheid en zij die er kwaadwillig of bedrieglijk gebruik van maken, gestraft met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar.
De strafbaarstelling van valsheid via de nagemaakte handtekening van een ambtenaar bij een daad van willekeur is nagenoeg woordelijk terug te vinden in artikel 253, § 4; de straf daalt sterk, van opsluiting tien tot vijftien jaar naar niveau 3.waarschijnlijk · 70% - Art. 625. Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 157
Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro worden gestraft :
De bestuurders, bevelhebbers, bewaarders en portiers van (gevangenissen) die een gevangene opnemen zonder wettige last of wettig bevel of zonder vonnis;
Die hem vasthouden of weigeren hem voor te brengen voor de officier van politie of voor de houder van diens bevelen, zonder te bewijzen dat de procureur des Konings of de rechter dit heeft verboden;
Die weigeren hun registers aan de officier van politie te vertonen.
De gedetailleerde plichten van gevangenisbestuurders en bewaarders gaan op in een ruim omschreven ambtsmisdrijf: het opzettelijk nalaten of weigeren een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen, aan te geven of te beeindigen, bestraft met een straf van niveau 3 in plaats van de oude gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar. Het weigeren de registers te tonen kan daarnaast onder de subsidiaire willekeurbepaling vallen.waarschijnlijk · 50% - Art. 626. De willekeurige inbreuk op de grondrechten niveau 2
oud art. 159
Met dezelfde straf worden gestraft de ambtenaren van het openbare ministerie, de rechters of de openbare officieren, die iemand vasthouden of doen vasthouden buiten de plaatsen, door de Regering of door het openbaar bestuur aangewezen.
Het vasthouden van personen buiten de door de overheid aangewezen plaatsen verdwijnt als afzonderlijk misdrijf en valt nog onder de restbepaling voor willekeurige inbreuken op de grondrechten van artikel 626. Gaat het om een echte wederrechtelijke opsluiting, dan is artikel 219 van toepassing.waarschijnlijk · 50% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 161
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Schennis van zulke munten wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
De schennis van gouden of zilveren munten valt nu onder de vervalsing van de munt in artikel 427, omschreven als het met bedrieglijk opzet aantasten van de munt om er wijzigingen in aan te brengen. De oude straf van opsluiting van vijf tot tien jaar wordt een straf van niveau 4.waarschijnlijk · 60% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 163
Verandering van zulke munten wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
De verandering van munten is opgegaan in de vervalsing van de munt van artikel 427, die het aantasten van de munt om er wijzigingen in aan te brengen bestraft met een straf van niveau 4. Het onderscheid naar het metaal van de munt verdwijnt.waarschijnlijk · 70% - Art. 429. Overdracht van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 168
Met dezelfde straffen als de vervalsers of als hun medeplichtigen, naar de onderscheidingen in de vorige artikelen gemaakt, worden gestraft zij die, in overleg met hen, deelnemen hetzij aan de uitgifte of aan de poging tot uitgifte van die nagemaakte of geschonden munten, hetzij aan het invoeren ervan op Belgisch grondgebied of aan de poging tot zodanig invoeren.
Het invoeren van nagemaakte munten met het oog op verspreiding wordt gedekt door de overdracht van valse munten of effecten (art. 429); het meewerken aan de uitgifte zelf van die munten, ook strafbaar onder het oude artikel, wordt normaal gedekt door het in omloop brengen van valse munten (art. 428), dat niet bij de kandidaten zit.waarschijnlijk · 55% - Art. 428. In omloop brengen van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 169
Hij die, zonder schuldig te zijn aan de deelneming, in het vorige artikel omschreven, met zijn weten zich nagemaakte of geschonden muntstukken aanschaft en deze in omloop brengt of poogt te brengen, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar.
Hij die nagemaakte of geschonden muntstukken invoert, uitvoert, vervoert, ontvangt of zich aanschaft met het oogmerk om deze in omloop te brengen, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar.
(Poging tot het wanbedrijf, in het vorige lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.)
Het in omloop brengen van bewust verkregen valse munten wordt gedekt door art. 428; het tweede lid over invoeren, uitvoeren, vervoeren of aanschaffen met het oogmerk in omloop te brengen (overeenkomend met art. 429) staat niet in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 50% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 173
Met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar worden gestraft de namakers of vervalsers van schuldbrieven door de Staatskas uitgegeven rentebewijzen behorende tot die schuldbrieven, waardebonnen, cheques, overschrijvingen uitgegeven door de thesaurie, biljetten aan toonder door de Staatskas uitgegeven of bankbiljetten aan toonder die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte door of krachtens een wet is toegelaten of die zijn uitgedrukt in euro.
Met dezelfde straffen worden gestraft de namakers of vervalsers van biljetten aan toonder die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte is toegelaten door een wet van een vreemd land of op grond van een bepaling die aldaar kracht van wet heeft.
De lange opsomming van schuldbrieven, rentebewijzen, cheques en bankbiljetten wordt samengebald in een ruime strafbaarstelling van namaking en vervalsing van de munt en van de effecten, waarbij de effecten in het definitieartikel worden omschreven. De straf daalt van opsluiting van vijftien tot twintig jaar naar een straf van niveau 4.waarschijnlijk · 75% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 174
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft de namakers of vervalsers, hetzij van schuldbrieven aan toonder van de openbare schuld van een vreemd land, hetzij van rentebewijzen behorende tot die effecten (...)
Buitenlandse staatsschuldbrieven en de bijbehorende rentebewijzen vallen onder het ruime begrip effecten, zodat de namaking of vervalsing ervan onder dezelfde bepaling valt als die van Belgische effecten. De straf daalt van opsluiting van tien tot vijftien jaar naar een straf van niveau 4.waarschijnlijk · 70% - Art. 428. In omloop brengen van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 176
Met dezelfde straffen als de vervalsers of als hun medeplichtigen, naar de onderscheidingen in de vorige artikelen gemaakt, worden gestraft zij die, in overleg met hen, deelnemen hetzij aan de uitgifte of aan de poging tot uitgifte van die nagemaakte of vervalste aandelen, schuldbrieven, rente- of dividendbewijzen of biljetten, hetzij aan het invoeren ervan in België of aan de poging tot zodanig invoeren.
Het in overleg deelnemen aan de uitgifte of de invoer van valse effecten gaat op in het misdrijf van het in omloop brengen van valse munten of effecten, aangevuld met de algemene deelnemingsregeling. De gelijkstelling met de straf van de vervalsers verdwijnt: het in omloop brengen krijgt een eigen straf van niveau 3.waarschijnlijk · 55% - Art. 428. In omloop brengen van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 177
Hij die, zonder schuldig te zijn aan de deelneming in het vorige artikel omschreven, met zijn weten zich die nagemaakte of vervalste aandelen, schuldbrieven, rente- of dividendbewijzen, biljetten aanschaft en ze uitgeeft of poogt uit te geven, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar.
Hij die nagemaakte of vervalste biljetten invoert, uitvoert, vervoert, ontvangt of zich aanschaft met het oogmerk om ze in omloop te brengen, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
(Poging tot het wanbedrijf in het vorige lid omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar.)
Het uitgeven van nagemaakte effecten valt onder het in omloop brengen van valse munten of effecten (art. 428, niveau 3); het afzonderlijk strafbaar gestelde invoeren, uitvoeren en vervoeren van nagemaakte biljetten wordt normaal gedekt door art. 429, dat hier niet bij de kandidaten zit.waarschijnlijk · 55% - Art. 425. Definities
oud art. 178quater
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "niet-contant betaalinstrument" verstaan een immaterieel of materieel, beveiligd apparaat of voorwerp of een immateriële of materiële, beveiligde registratie, of een combinatie daarvan, waarmee de houder of gebruiker, al dan niet in combinatie met een procedure of geheel van procedures, geld of monetaire waarde kan overmaken, waaronder door middel van digitale betaalmiddelen, en dat niet wordt beoogd in de hoofdstukken I, II en IIbis van deze titel.
De omschrijving van het begrip niet-contant betaalinstrument is overgenomen in de definitiebepaling van het nieuwe hoofdstuk over bescherming van munt en betaalinstrumenten (art. 425), al toont het getoonde fragment de exacte definitie niet volledig.waarschijnlijk · 60% - Art. 439. Namaking, vervalsing of gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 3
oud art. 180
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar worden gestraft :
Zij die hetzij rijksstempels, hetzij keurstempels die dienen voor het merken van goud of zilver, namaken of vervalsen.
Zij die van die nagemaakte of vervalste stempels of keurstempels gebruik maken.
Zij die muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van de munten, namaken of vervalsen.
De namakers of vervalsers van stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen die dienen voor het vervaardigen hetzij van zegels, hetzij van aandelen, schuldbrieven, rente- of dividendbewijzen, hetzij van biljetten aan toonder door de Staatskas uitgegeven of van bankbiljetten die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte door of krachtens een wet is toegelaten of in euro zijn uitgedrukt.
Enkel het onderdeel over het namaken, vervalsen en gebruiken van rijksstempels en keurstempels voor goud en zilver vindt een tegenhanger in artikel 439, met niveau 3 in plaats van opsluiting van vijf tot tien jaar. Het namaken van muntstempels, matrijzen, clichés en platen voor munten, effecten of biljetten hoort nu bij de namaking van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van munt of effecten, dat niet bij de kandidaten staat.waarschijnlijk · 70% - Art. 445. Namaking of gebruik van het zegel, de stempel of het merk van enige overheid, van een private inrichting of van een particulier niveau 2
oud art. 184
Met gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar wordt gestraft en tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 kan worden veroordeeld :
Hij die biljetten voor personen- of goederenvervoer namaakt of van een nagemaakt biljet gebruik maakt;
Hij die het zegel, het stempel of het merk, hetzij van enige overheid, hetzij van een private bank-, nijverheids- of handelsinrichting, hetzij van een bijzondere persoon, namaakt, of van de nagemaakte zegels, stempels of merken gebruik maakt.
Poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
Enkel het namaken/gebruiken van het zegel, de stempel of het merk van een overheid, private inrichting of particulier wordt gedekt door art. 445; het namaken van vervoerbiljetten zelf is niet terug te vinden in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 55% - Art. 430. Overdracht van materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of van de veiligheidskenmerken niveau 2
oud art. 185bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar worden gestraft :
Zij die met bedrieglijk opzet zich aanschaffen of bezitten hetzij nagemaakte of vervalste muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen als bedoeld in artikel 180, voorlaatste lid, hetzij echte muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen, bestemd tot het vervaardigen van munten.
Zij die met bedrieglijk opzet zich aanschaffen of bezitten hetzij nagemaakte of vervalste stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen, uit hun aard bestemd tot het namaken of het vervalsen van biljetten aan toonder door de Staatskas uitgegeven of van bankbiljetten die wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte door of krachtens een wet is toegelaten of in euro zijn uitgedrukt, hetzij echte stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van die biljetten.
Zij die met bedrieglijk opzet veiligheidskenmerken die worden gebruikt om munten of biljetten tegen vervalsing te beveiligen, vervaardigen, ontvangen of in bezit hebben of zich dergelijke veiligheidskenmerken aanschaffen.
Het bezitten/aanschaffen van nagemaakt of echt materiaal voor het vervaardigen van munten en van veiligheidskenmerken wordt gedekt door art. 430; het overeenkomstige materiaal voor bankbiljetten en effecten wordt niet expliciet door de kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 439. Namaking, vervalsing of gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 3, Art. 445. Namaking of gebruik van het zegel, de stempel of het merk van enige overheid, van een private inrichting of van een particulier niveau 2
oud art. 186
Zij die zegels, stempels of merken die bestemd zijn voor een van de doeleinden in de artikelen 179 en 180 aangegeven en die toebehoren aan vreemde landen, namaken of vervalsen, of die van zulke nagemaakte of vervalste zegels, stempels of merken gebruik maken, worden gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
Met dezelfde straffen worden gestraft :
Zij die muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van vreemde munten, namaken of vervalsen.
Zij die stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen namaken of vervalsen welke dienen voor het vervaardigen van biljetten aan toonder door een vreemde Staat uitgegeven of van bankbiljetten die aldaar wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte is toegelaten door een wet van een vreemd land of door een bepaling die aldaar kracht van wet heeft.
Zij die het zegel, het stempel of het merk van enige vreemde overheid namaken of van de nagemaakte zegels, stempels of merken gebruik maken, worden gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en kunnen worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
De namaking, vervalsing en het gebruik van zegels, stempels, keurstempels en merken van vreemde staten vallen nu onder de uitbreidingsbepalingen van de artikelen 439 en 445, met niveau 3 respectievelijk niveau 2 tegenover de oude opsluiting van vijf tot tien jaar en gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar. Het namaken van stempels en matrijzen voor vreemde munten en biljetten hoort bij de namaking van materiaal, die hier niet als kandidaat voorkomt.waarschijnlijk · 60% - Art. 430. Overdracht van materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of van de veiligheidskenmerken niveau 2
oud art. 187bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar wordt gestraft :
Hij die met bedrieglijk opzet ontvangt of zich aanschaft hetzij nagemaakte of vervalste muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen als bedoeld in artikel 186, derde lid, hetzij echte muntstempels, -matrijzen of andere voorwerpen of middelen bestemd tot het vervaardigen van vreemde munten.
Hij die met bedrieglijk opzet ontvangt of zich aanschaft hetzij nagemaakte of vervalste stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen als bedoeld in artikel 186, vierde lid, hetzij echte stempels, matrijzen, clichés, platen of andere voorwerpen of middelen welke bestemd zijn tot het vervaardigen van biljetten aan toonder door een vreemde Staat uitgegeven of van bankbiljetten die aldaar wettelijk gangbaar zijn of waarvan de uitgifte is toegelaten door een wet van een vreemd land of door een bepaling die aldaar kracht van wet heeft.
Het met bedrieglijk opzet ontvangen of aanschaffen van nagemaakt of echt materiaal bestemd tot het vervaardigen van munten of veiligheidskenmerken wordt nu strafbaar gesteld onder art. 430 (niveau 2), dat dezelfde gedraging dekt zonder het oude onderscheid tussen binnen- en buitenlandse munt.waarschijnlijk · 75% - Art. 76. Gevolgen van de veroordelingen uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie
oud art. 192ter
§ 1. Hij die, na tot een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar te zijn veroordeeld door een rechtscollege van een lid-Staat van de Europese Unie wegens feiten bedoeld in de artikelen 160 tot 170, 173, 176 tot 178, 178quinquies tot 178nonies, 180 en 185 tot 187bis, één van deze feiten opnieuw pleegt, kan worden veroordeeld met opsluiting van tien tot vijftien jaar indien dit feit een misdaad is die strafbaar is met opsluiting van vijf tot tien jaar. Indien dit feit een misdaad is die strafbaar is met opsluiting van tien tot vijftien jaar, kan hij worden veroordeeld tot opsluiting van vijftien tot twintig jaar. Hij wordt veroordeeld tot een opsluiting van minstens zeventien jaar indien dit feit een misdaad is die strafbaar is met opsluiting van vijftien tot twintig jaar.
§ 2. Hij die, na tot een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar te zijn veroordeeld door een rechtscollege van een lid-Staat van de Europese Unie wegens feiten bedoeld in de artikelen 160 tot 170, 173, 176 tot 178, 178quinquies tot 178nonies, 180 en 185 tot 187bis, één van deze feiten opnieuw pleegt, kan worden veroordeeld tot het dubbele van het maximum van de straf, bij de wet op dit feit gesteld, indien dit feit een wanbedrijf is.
§ 3. Hij die, na tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar te zijn veroordeeld door een rechtscollege van een lid-Staat van de Europese Unie wegens feiten bedoeld in de artikelen 160 tot 170, 173, 176 tot 178, 178quinquies tot 178nonies, 180 en 185 tot 187bis, één van deze feiten opnieuw pleegt, kan worden veroordeeld tot het dubbele van het maximum van de straf, bij de wet op dit feit gesteld, indien dit feit een wanbedrijf is.
De specifieke recidiveregeling bij eerdere veroordelingen in een andere EU-lidstaat voor valsheidsmisdrijven is vervangen door de algemene regel dat buitenlandse EU-veroordelingen op dezelfde wijze in aanmerking worden genomen als Belgische veroordelingen, zonder de oude misdrijfspecifieke verzwaring.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 193
Valsheid in (geschriften, informatica of in telegrammen), met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft overeenkomstig de volgende artikelen.
De inleidende bepaling over valsheid in geschriften/informatica met bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden komt overeen met de algemene definitie in art. 451.waarschijnlijk · 70% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 194
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn bediening valsheid pleegt,
Hetzij door valse handtekeningen,
Hetzij door vervalsing van akten, geschriften of handtekeningen,
Hetzij door onderschuiving van personen,
Hetzij door geschriften, in openbare registers of andere openbare akten na het opmaken of het afsluiten ervan gesteld of ingevoegd,
Wordt gestraft met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar.
De valsheid in geschriften door een ambtenaar valt onder de algemene bepaling art. 451 (niveau 3, lichter dan de vroegere opsluiting van tien tot vijftien jaar), waarbij de hoedanigheid van openbaar ambtenaar nu als verzwarende factor geldt (art. 452) in plaats van een aparte zwaardere misdaad.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 195
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar wordt gestraft ieder openbaar officier of ambtenaar die bij het opmaken van akten van zijn ambt het wezen of de omstandigheden ervan vervalst,
Hetzij door andere overeenkomsten te schrijven dan die welke de partijen hebben opgegeven of gedicteerd,
Hetzij door als waar op te nemen, feiten die het niet zijn.
De afzonderlijke strafbaarstelling van de valsheid in authentieke akten door een openbaar officier gaat op in een eenvormige valsheid in geschriften van niveau 3, waarbij de openbare functie van de dader en het authentiek karakter van het stuk nog enkel verzwarende factoren zijn die de rechter in overweging neemt. De oude opsluiting van tien tot vijftien jaar verdwijnt dus.waarschijnlijk · 75% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 198
Hij die een reispas, (een document bedoeld in de wapenwet) of een arbeidsboekje namaakt of vervalst, of gebruik maakt van een reispas, (een document bedoeld in de wapenwet) of een arbeidsboekje, die nagemaakt of vervalst zijn, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
De afzonderlijke valsheid in reispassen, wapendocumenten en arbeidsboekjes verdwijnt en valt onder de algemene valsheid in geschriften en het gebruik van valse stukken. Waar de oude straf een gevangenisstraf van een maand tot een jaar was, geldt nu een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 60% - Art. 462. Aanmatiging van een naam niveau 1
oud art. 199
Hij die in een reispas, (een document bedoeld in de wapenwet) of een arbeidsboekje een verdichte naam aanneemt of als getuige meewerkt om die stukken op de verdichte naam te doen afgeven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Het aannemen van een verdichte naam in officiële documenten wordt ten dele gedekt door de aanmatiging van een naam (art. 462), maar het specifieke meewerken als getuige om die stukken op een valse naam te doen afgeven, is daarin niet uitdrukkelijk opgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 200
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar wordt gestraft hij die een reisorder valselijk opmaakt, namaakt of vervalst of van een valselijk opgemaakte, nagemaakte of vervalste reisorder gebruik maakt.
Het reisorder is een verouderd document en de valsheid daarin heeft geen eigen bepaling meer; zij valt onder de algemene valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers, bestraft met een straf van niveau 3 in plaats van een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 201
Hij die zich door een openbaar officier een reisorder op een verdichte naam of met aanwijzing van een valse hoedanigheid doet afgeven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar.
Zich door een openbaar officier een reisorder op een verdichte naam of met een valse hoedanigheid laten afgeven is voortaan valsheid in geschriften als bedoeld in artikel 451, dat alle oude bijzondere valsheden samenbrengt. Een eigen strafbaarstelling voor reisorders bestaat niet meer.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 638. Publieke omkoping niveau 3
oud art. 202
De openbare officier die een reispas, (een document bedoeld in de wapenwet), een arbeidsboekje, een reisorder afgeeft aan iemand die hij niet kent, zonder diens naam en hoedanigheid door twee hem bekende burgers te doen bevestigen, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
Indien de openbare officier, bij de afgifte van die stukken, wist dat de naam of de hoedanigheid verdicht was, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Hij wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar, indien hij zich daartoe heeft laten bewegen door giften of beloften.
In de twee laatste gevallen kan hij bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
De ambtenaar die wetens een reispas of een gelijkaardig stuk op een valse naam afgeeft pleegt voortaan valsheid in geschriften (artikel 451), en laat hij zich daartoe door giften of beloften bewegen, dan geldt de publieke omkoping van artikel 638. De formele plicht om de identiteit door twee bekende burgers te laten bevestigen heeft geen tegenhanger meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 203
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar wordt gestraft hij die, om zich zelf of een ander te bevrijden van een wettelijk verschuldigde dienst of van enige andere door de wet opgelegde verplichting, een getuigschrift van ziekte of gebrek valselijk opmaakt, hetzij onder de naam van een geneesheer, een heelkundige of een ander officier van gezondheid, hetzij onder welke naam ook, met valselijk toevoegen van een van die hoedanigheden.
Het valselijk opmaken van een ziektegetuigschrift onder de naam van een arts gaat op in de algemene valsheid in geschriften, die geen bijzonder oogmerk meer vereist dan bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. De straf gaat van acht dagen tot een jaar gevangenisstraf naar een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 204
Ieder geneesheer, heelkundige of ander officier van gezondheid die, om iemand te bevoordelen, valselijk het bestaan bevestigt van ziekten of gebreken waarvoor vrijstelling kan worden verleend van een wettelijk verschuldigde dienst of van enige andere door de wet opgelegde verplichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar.
Indien hij zich daartoe heeft laten bewegen door giften of beloften, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar; hij kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Het vals medisch getuigschrift afgegeven door een arts valt voortaan onder de algemene valsheid in geschriften van niveau 3; de bijzondere verzwaring wanneer de arts zich door giften of beloften liet bewegen, verdwijnt als aparte strafmaat.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 205
Hij die onder de naam van een openbaar officier of ambtenaar valselijk een getuigschrift opmaakt van goed gedrag, behoeftigheid of andere omstandigheden geschikt om de welwillendheid van het openbaar gezag of van bijzondere personen op te wekken voor de daarin aangewezen persoon, of hem indienststelling, krediet of hulpbetoon te verschaffen, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.
Indien het getuigschrift valselijk opgemaakt wordt onder de naam van een bijzondere persoon, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Het valselijk opmaken van een getuigschrift van goed gedrag of behoeftigheid onder de naam van een ambtenaar of van een particulier gaat op in de algemene valsheid in geschriften. Het onderscheid in strafmaat naargelang het getuigschrift onder de naam van een ambtenaar dan wel van een particulier werd opgemaakt, vervalt.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 206
Zij die onder de naam van een openbaar officier of ambtenaar valselijk getuigschriften van welke aard ook opmaken die openbare of private belangen kunnen schaden, worden gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en zij kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Indien het getuigschrift valselijk opgemaakt wordt onder de naam van een bijzondere persoon, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot een jaar.
Valse getuigschriften die openbare of private belangen kunnen schaden vallen onder de algemene valsheid in geschriften, waarbij het vereiste dat het stuk tot bewijs kan dienen in de plaats komt van de oude opsomming. De straf wordt een straf van niveau 3 in plaats van gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 207
Hij die een getuigschrift vervalst en hij die zich bedient van een vervalst getuigschrift, van een vals getuigschrift of van een getuigschrift dat in de omstandigheden, omschreven in de artikelen 203, 204, 205 en 206 valselijk is opgemaakt, worden gestraft met de straffen bij die artikelen gesteld en naar de onderscheidingen aldaar gemaakt.
De verwijzingsbepaling die het vervalsen en het gebruiken van getuigschriften met dezelfde straffen bedreigde, wordt overbodig: het gebruik van valse stukken is nu een zelfstandig misdrijf in dezelfde bepaling als de valsheid zelf en wordt met dezelfde straf van niveau 3 bestraft.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 208
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn bediening een vals getuigschrift afgeeft, een getuigschrift vervalst of van een vals of vervalst getuigschrift gebruik maakt, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
De verzwaarde strafbaarstelling voor de ambtenaar die in de uitoefening van zijn bediening een vals getuigschrift afgeeft, vervalst of gebruikt, gaat op in de algemene valsheid in geschriften; de openbare functie is nog enkel een verzwarende factor. De straf daalt van opsluiting van vijf tot tien jaar naar een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 209
Zij die als getuige meewerken om door een openbare overheid een vals getuigschrift te doen afgeven, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar.
Indien zij zich door giften of beloften hebben laten omkopen, worden zij gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en kunnen zij worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
De getuige die meewerkt aan de afgifte van een vals getuigschrift door een overheid is voortaan strafbaar als deelnemer aan de valsheid in geschriften van artikel 451, samen gelezen met artikel 19 over de strafbare deelneming. De verzwaring wanneer die getuigen zich lieten omkopen verdwijnt.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 210
Hij die bij de wet krachtens deze wet gelast is betreffende het herbergen van reizigers een register of kaarten te houden en deze personen wetens op valse namen inschrijft, of dit register of deze kaarten op enige andere wijze vervalst, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.
De bijzondere strafbaarstelling van het op valse namen inschrijven of vervalsen van het reizigersregister verdwijnt en gaat op in de algemene valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers. Het strafniveau stijgt daardoor sterk, van gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden naar een straf van niveau 3, en de registerplicht zelf hoort voortaan bij de bijzondere wetgeving.waarschijnlijk · 50% - Art. 488. Informaticabedrog niveau 3, Art. 531. Informaticasabotage niveau 2
oud art. 210bis
§ 1. Hij die valsheid pleegt, door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in te voeren in een informaticasysteem, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van dergelijke gegevens verandert, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 2. Hij die, terwijl hij weet dat aldus verkregen gegevens vals zijn, hiervan gebruik maakt, wordt gestraft alsof hij de dader van de valsheid was.
§ 3. Poging tot het plegen van het misdrijf, bedoeld in § 1, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 4. De straffen bepaald in de §§ 1 tot 3 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 259bis, 314bis, 504quater of in titel IXbis.
Informaticavalsheid met bedrieglijk oogmerk op vermogensvoordeel valt nu onder informaticabedrog (art. 488, niveau 3); onbevoegde datamanipulatie zonder winstoogmerk sluit eerder aan bij informaticasabotage (art. 531, niveau 2), maar het element 'verandering van juridische draagwijdte' als zodanig komt in geen van beide volledig terug.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 211
Ambtenaren, bedienden en aangestelden bij een telegraafdienst die in de uitoefening van hun bediening valsheid plegen door telegrammen valselijk op te maken of te vervalsen, worden gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar.
De specifieke strafbaarstelling van valsheid in telegrammen door telegraafpersoneel is opgegaan in de algemene valsheid in geschriften of op duurzame dragers (art. 451), met de verzwarende factor voor plegers met een openbare functie (art. 452); de straf daalt van 1-5 jaar naar niveau 3.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 212
Hij die van het vals telegram gebruik maakt, wordt gestraft alsof hij de dader van de valsheid was.
Het gebruik van een vals telegram is opgegaan in het algemene gebruik van valse stukken (art. 451, § 2, niveau 3), nu telegrammen niet langer apart worden geregeld.waarschijnlijk · 55% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 213
De toepassing van de straffen, gesteld tegen hen die gebruik maken van de munten, effecten, rente- of dividendbewijzen, biljetten, niet contante betaalinstrumenten, zegels, stempels, merken, telegrammen en geschriften welke nagemaakt, valselijk opgemaakt of vervalst zijn, heeft slechts plaats voor zover die personen van de valse zaak gebruik maken met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.
Het vereiste van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden bij het gebruik van valse zaken staat voor de munt, de zegels en de betaalinstrumenten in de gemeenschappelijke bepaling van artikel 426 en is voor de geschriften ingeschreven in artikel 451 zelf. Een overkoepelend artikel voor alle valsheidshoofdstukken bestaat niet meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 52. Geldboete
oud art. 214
In de gevallen, omschreven in de hoofdstukken I tot IV van deze titel en waarvoor geen geldboete in het bijzonder bepaald is, wordt een geldboete van zesentwintig euro tot tweeduizend euro uitgesproken.
De aanvullende geldboete voor valsheidsmisdrijven zonder eigen boete is overbodig geworden, omdat elk misdrijf nu een strafniveau draagt waaraan artikel 52 een vaste boetevork koppelt. Een suppletieve boetebepaling bij de valsheden bestaat dus niet meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 215
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Vals getuigenis in criminele zaken, hetzij ten nadele, hetzij ten voordele van de beschuldigde, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
Vals getuigenis in criminele zaken is samen met de bepalingen voor correctionele, politie- en burgerlijke zaken opgegaan in één uniform misdrijf 'valse getuigenis' (art. 647); de straf daalt sterk van opsluiting van 5 tot 10 jaar naar niveau 3, en het onderscheid naar rechtscollege verdwijnt.waarschijnlijk · 75% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 216
Indien de beschuldigde veroordeeld is tot hechtenis van meer dan tien jaar of tot tijdelijke opsluiting van meer dan tien jaar, wordt de valse getuige die te zijnen nadele getuigd heeft, gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Hij wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar indien de beschuldigde tot levenslange opsluiting veroordeeld is.
De trapsgewijze verzwaring naargelang de straf die de onschuldig veroordeelde beschuldigde opliep, verdwijnt: er is nog een enkele strafbaarstelling van valse getuigenis met een straf van niveau 3, in plaats van opsluiting tot dertig jaar.waarschijnlijk · 65% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 659. Verberging van bewijs niveau 2
oud art. 221bis
Hij die, belast met het woordelijk opnemen van een getuigenverhoor in burgerlijke zaken, een vraag, een verklaring, een aanmaning of een antwoord wetens en willens weglaat, de inhoud ervan wetens en willens wijzigt door toevoeging, weglating of verdraaiing van woorden of zinnen, de nota's of toestellen, die gediend hebben voor het opnemen van het gezegde, geheel of ten dele verandert, wegmaakt of doet verdwijnen, zulke nota's of toestellen gebruikt, de inhoud ervan reproduceert of ruchtbaar maakt voor doeleinden buiten verband met het getuigenverhoor, of het opgenomene wetens en willens onjuist overschrijft, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.
Hij wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro indien hij nalaat de nodige voorzorgen te nemen, om te voorkomen hetzij dat nota's of toestellen die gediend hebben voor het opnemen van het gezegde, verdwijnen of worden veranderd, hetzij dat zulke nota's en toestellen worden gebruikt, de inhoud ervan gereproduceerd of ruchtbaar gemaakt wordt voor doeleinden buiten verband met het getuigenverhoor.
De bijzondere strafbaarstelling van wie belast is met het woordelijk opnemen van een getuigenverhoor in burgerlijke zaken keert niet als afzonderlijk misdrijf terug. Het wetens en willens weglaten, wijzigen of onjuist overschrijven valt nu onder de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers, en het wegmaken of doen verdwijnen van de nota's of toestellen onder de verberging van bewijs.waarschijnlijk · 50% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 222
In de gevallen omschreven in de artikelen 217, 218, 219, 220, 221 en 221bis, eerste lid, kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten overeenkomstig artikel 33.
De bijzondere mogelijkheid om bij valse getuigenis en meineed de ontzetting van rechten uit te spreken is opgegaan in de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten van boek I. Het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling bevat geen eigen ontzettingsbepaling meer.waarschijnlijk · 70% - Art. 664. Verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd niveau 1
oud art. 223bis
Hij die, buiten het geval van artikel 221bis, de nota's of toestellen, die gediend hebben voor het opnemen van hetgeen tijdens een getuigenverhoor in burgerlijke zaken is gezegd, geheel of ten dele verandert, wegmaakt of doet verdwijnen, of zulke nota's of toestellen gebruikt, de inhoud ervan reproduceert of ruchtbaar maakt voor doeleinden buiten verband met het getuigenverhoor, wordt gestraft met de straffen in de artikelen 220 en 222 bepaald.
Het veranderen, wegmaken of oneigenlijk gebruiken van de nota's of toestellen van een getuigenverhoor in burgerlijke zaken is geen zelfstandig misdrijf meer. Het dichtst in de buurt komt de verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd, in het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling.waarschijnlijk · 50% - Art. 649. Verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring , Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 224
(Hij die schuldig is aan vals getuigenis, aan valse verklaringen of aan een van de feiten in de artikelen 221bis en 223bis omschreven en die geld, enige beloning of een belofte heeft aangenomen, wordt bovendien veroordeeld tot een geldboete van vijftig euro tot drieduizend euro.)
Dezelfde straf wordt toegepast op de verleider, onverminderd de andere straffen.
De bestraffing van de verleider tot valse getuigenis met dezelfde straf als de dader zelf is overgenomen in de verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring (art. 649); de bijkomende geldboete bij omkoping van de getuige zelf heeft geen duidelijke tegenhanger onder de kandidaten.waarschijnlijk · 55% - Art. 650. Strafuitsluitende verschoningsgronden
oud art. 225
De vorige bepalingen betreffende de valse verklaringen zijn niet toepasselijk op kinderen beneden zestien jaar, noch op personen die, uit hoofde van bloed- of aanverwantschap met de beschuldigden of de beklaagden, buiten ede gehoord worden, wanneer die verklaringen zijn afgelegd ten voordele van de beschuldigden of de beklaagden.
De uitsluiting van bloed- of aanverwanten die buiten ede ten voordele van de beklaagde verklaren, is nagenoeg letterlijk overgenomen in art. 650, 3°; de uitsluiting van kinderen jonger dan zestien jaar is daarin echter niet terug te vinden.waarschijnlijk · 60% - Art. 456. Aanmatiging van een openbare titel of graad niveau 1
oud art. 227bis
(§ 1. Met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro wordt gestraft hij die wederrechtelijk in het openbaar de titel of de graad aanneemt, als titularis of opvolger, van personen die deelnemen aan de uitoefening van openbare macht dan wel een burgerlijk of een militair openbaar ambt uitoefenen.)
§ 2. Met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de reserveofficieren, gepensioneerde officieren, officieren en reserveofficieren titularissen van een eregraad, die de titel van officier of die van hun graad in het openbaar voeren, zonder die, al naar het geval, te doen voorafgaan door de vermelding " reserve- ", " gepensioneerd ", " ere- ", " erereserve ".
Het wederrechtelijk aannemen van een titel of graad van een openbare functie (§1) komt overeen met art. 456; de bijzondere regel voor reserve- of gepensioneerde officieren die hun graad voeren zonder de vereiste toevoeging (§2) wordt door geen kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 458. Aanmatiging van de functie of de titel van erkend bemiddelaar niveau 1
oud art. 227quater
Wordt gestraft met geldboete van tweehonderd euro tot twintigduizend euro:
1° hij die zonder dat hij is opgenomen op de lijst van erkende bemiddelaars bedoeld in artikel 1727 en zonder van erkenning vrijgesteld te zijn, beroepsmatig bemiddelt in de zin van het Gerechtelijk Wetboek met uitzondering van hij die beroepsmatig bemiddelt in de zin van het Gerechtelijk Wetboek in het kader van geschillen tussen ondernemingen.
2° hij die, zonder daartoe gemachtigd te zijn, zich openbaar een beroepstitel van erkend bemiddelaar toeëigent evenals hij die een titel voert of die aan de beroepstitel die hij voert een vermelding toevoegt, welke tot verwarring kan leiden met die van erkend bemiddelaar.
Wordt gestraft met dezelfde straf, wie zijn medewerking verleent aan een derde of hem zijn naam leent, met het doel hem te onttrekken aan de straf waarmee het illegaal dragen van de titel van erkend bemiddelaar of het illegaal uitoefenen van het beroep van erkend bemiddelaar gestraft worden.
Onbevoegd bemiddelen en het onrechtmatig voeren van de titel van erkend bemiddelaar zijn overgenomen in art. 458; het lenen van zijn naam aan een derde om die te helpen ontsnappen aan de straf wordt niet expliciet vermeld in de nieuwe bepaling.waarschijnlijk · 65% - Art. 460. Aanmatiging van kleding of tekens van een orde niveau 1
oud art. 229
De Belg die in het openbaar het ereteken, het lint of andere onderscheidingstekens van een vreemde orde draagt, alvorens daartoe van de Koning verlof te hebben gekregen, wordt gestraft met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.
Het zonder recht dragen van het ereteken of lint van een orde wordt nu strafbaar gesteld als aanmatiging van kleding of tekens van een orde (art. 460), al vereist de nieuwe bepaling bedrieglijk opzet terwijl het oude artikel enkel het ontbreken van koninklijk verlof voor een vreemde orde bestrafte.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 232
Ieder ambtenaar, ieder openbaar officier die in zijn akten aan de daarin vermelde personen, in verstandhouding met hen, namen of adellijke titels geeft die hun niet toekomen, wordt gestraft met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
Het nieuwe hoofdstuk over aanmatiging bestraft enkel wie zelf een titel, functie of naam aanneemt, niet de ambtenaar die in zijn akten aan anderen namen of adellijke titels toekent. Die gedraging valt voortaan onder de valsheid in geschriften, waarbij de openbare functie van de dader als verzwarende factor kan spelen.waarschijnlijk · 55% - Art. 543. Samenspanning tegen de staatsordening niveau 3
oud art. 235
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Ingeval de burgerlijke overheden met de militaire korpsen of met hun hoofden een samenspanning smeden tegen de veiligheid van de Staat, worden de uitlokkers gestraft met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar); de anderen, met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar.
De bijzondere samenspanning van burgerlijke overheden met militaire korpsen tegen de veiligheid van de Staat verdwijnt en gaat op in de algemene samenspanning tegen de staatsordening met een straf van niveau 3. Dat is een forse verlaging tegenover de oude hechtenis van tien tot twintig jaar, en het onderscheid tussen uitlokkers en de overige deelnemers vervalt.waarschijnlijk · 50% - Art. 628. Verhinderen van de uitvoering van de geldende normen niveau 2
oud art. 236
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de ambtenaren die ten gevolge van een afspraak ontslag nemen met het oogmerk om de rechtsbedeling of de uitoefening van een wettelijke dienst te verhinderen of te schorsen.
Zij kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen.
Ambtenaren die na onderling overleg ontslag nemen om de rechtsbedeling of een wettelijke dienst te verhinderen, vallen nu onder het verhinderen van de uitvoering van de geldende normen (art. 628, niveau 2), dat opzettelijke verlamming van de openbare dienst door ambtenaren in onderling overleg bestraft.waarschijnlijk · 65% - Art. 635. Vernietigen of wegmaken van officiële akten, stukken of voorwerpen niveau 3
oud art. 242
Wanneer stukken of gerechtelijke procesakten, ofwel andere papieren, registers, geïnformatiseerde of magnetische dragers, akten of voorwerpen die in archieven, griffies of openbare bewaarplaatsen berusten, of die aan een openbaar bewaarder in die hoedanigheid zijn toevertrouwd, worden ontvreemd of vernietigd, wordt de nalatige bewaarder gestraft met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van 100 euro tot 10 000 euro of met één van die straffen.
Het oude artikel straft de bewaarder wegens loutere nalatigheid wanneer gerechtelijke stukken verdwijnen; art. 635 vereist daarentegen bedrieglijk opzet bij de vernietiging door de ambtenaar zelf, zodat enkel het opzettelijke gedeelte overeenkomt.waarschijnlijk · 50% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3, Art. 639. Bijkomende straf
oud art. 247
§ 1. Indien de omkoping het verrichten door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een rechtmatige maar niet aan betaling onderworpen handeling van zijn ambt tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf van zes maanden tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro of één van die straffen.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 25 000 euro of één van die straffen.
§ 2. Indien de omkoping het verrichten door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een onrechtmatige handeling naar aanleiding van de uitoefening van zijn ambt of het nalaten van een handeling die tot zijn ambtsplichten behoort tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 50 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval dat voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
Ingeval de omgekochte persoon de onrechtmatige handeling heeft verricht of nagelaten heeft een handeling te verrichten die tot zijn ambtsplichten behoort, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
§ 3. Indien de omkoping het plegen door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een misdaad of een wanbedrijf naar aanleiding van de uitoefening van zijn ambt tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
§ 4. Indien de omkoping het gebruik tot doel heeft door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van de echte of vermeende invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen, is de straf een gevangenisstraf van zes maanden tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 25 000 euro.
Indien de omgekochte persoon de invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte, effectief heeft aangewend, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
De vier doelcategorieën van de omkoping keren terug in art. 638 §2, maar de sterk gegradueerde strafmaten (6 maanden tot 5 jaar) zijn vervangen door één uniform niveau 3, met enkel nog gedifferentieerde geldboetemaxima in art. 639.waarschijnlijk · 70% - Art. 639. Bijkomende straf
oud art. 248
Wanneer de feiten bedoeld in de artikelen 246 en 247, §§ 1 tot 3, een politieambtenaar, een persoon met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie of een lid van het openbaar ministerie betreffen, worden de omkoper en de omgekochte gestraft met een straf waarvan het maximum wordt gebracht op het dubbele van de straf die in artikel 247 voor de feiten is bepaald.
De verzwaring voor politieambtenaren, magistraten en gezworenen keert terug als verhoogd geldboetemaximum in art. 639, maar niet meer als verdubbeling van de volledige straf zoals in het oude artikel.waarschijnlijk · 50% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3
oud art. 249
§ 1. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een arbiter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 50 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
§ 2. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechterassessor of een gezworene betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
§ 3. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
De afzonderlijke en oplopende strafmaten voor de omkoping van een arbiter, een rechterassessor, een gezworene of een rechter verdwijnen en gaan op in één misdrijf van publieke omkoping met een straf van niveau 3. Dat betekent een aanzienlijke verlaging tegenover de oude opsluiting van tien tot vijftien jaar voor de omgekochte rechter.waarschijnlijk · 55% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3, Art. 639. Bijkomende straf
oud art. 250
Indien de in de artikelen 246 tot 249 bepaalde omkoping een persoon betreft die een openbaar ambt uitoefent in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie, worden het minimum van de geldboetes verdrievoudigd en het maximum van de geldboetes vervijfvoudigd.
De gelijkstelling van buitenlandse en internationale ambtenaren en de verhoogde geldboete daarvoor zijn behouden in art. 638 §3 en art. 639, 4°.waarschijnlijk · 75% - Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten
oud art. 252
Zij die op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk worden gestraft, kunnen ook worden veroordeeld tot ontzetting van rechten, overeenkomstig artikel 33 en onverminderd de artikelen 31 en 32.
De oude bepaling maakte ontzetting van rechten mogelijk bovenop de straffen voor omkoping; dit is nu opgegaan in de algemene regel dat boek I (incl. ontzetting, art. 47) van rechtswege op boek II-misdrijven van toepassing is, zonder aparte machtigingsbepaling per hoofdstuk.waarschijnlijk · 50% - Art. 632. Gevolg geven aan een onwettige vordering of bevel niveau 2
oud art. 255
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien aan die vordering of dat bevel gevolg is gegeven, wordt de schuldige gestraft met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar.
Gevolg geven aan de onwettige vordering of het onwettig bevel blijft strafbaar, maar de straf daalt van hechtenis 5 tot 10 jaar naar niveau 2.waarschijnlijk · 75% - Art. 114. Foltering door een persoon met een openbare functie niveau 5, Art. 122. Onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie niveau 4, Art. 204. Verzwarende factoren
oud art. 257
Wanneer een openbaar officier of ambtenaar, een bestuurder, agent of aangestelde van de Regering of van de politie, een uitvoerder van rechterlijke bevelen of van vonnissen, een hoofdbevelhebber of ondergeschikt bevelhebber van de openbare macht, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening, zonder wettige reden tegen personen geweld gebruikt of doet gebruiken, wordt het minimum van de op die feiten gestelde straf verhoogd overeenkomstig artikel 266.
De algemene verhoging van het strafminimum voor de ambtenaar die zonder wettige reden geweld gebruikt, is vervangen door afzonderlijke misdrijven voor de foltering en de onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie, aangevuld met de verzwarende factoren bij de gewelddaden. Een algemene regel over ambtelijk geweld bestaat niet meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 342. Schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 344. Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 346. Onwettig bezit of onwettige terbeschikkingstelling van afluistermateriaal niveau 2
oud art. 259bis
§ 1. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot twintigduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft ieder openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die, naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft :
1° ofwel, opzettelijk, met behulp van enig toestel niet voor publiek toegankelijke communicatie, waaraan hij niet deelneemt, onderschept of doet onderscheppen, er kennis van neemt of doet van nemen, opneemt of doet opnemen, zonder de toestemming van alle deelnemers aan die communicatie;
2° ofwel, met het opzet een van de hierboven omschreven misdrijven te plegen, enig toestel opstelt of doet opstellen;
3° ofwel wetens de inhoud van niet voor publiek toegankelijke communicatie of gegevens van een informaticasysteem die onwettig onderschept of opgenomen zijn of waarvan onwettig kennis genomen is, onder zich houdt, aan een andere persoon onthult of verspreidt, of wetens enig gebruik maakt van een op die manier verkregen inlichting.
§ 2. Met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot dertigduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft ieder openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die, naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, gebruik maakt van een wettig gemaakte opname van niet voor publiek toegankelijke communicatie of gegevens van een informaticasysteem.
§ 2bis. Met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot twintigduizend euro of met één van die straffen alleen wordt gestraft ieder openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die, naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, onrechtmatig, een instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om het in § 1 bedoelde misdrijf mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt, verkrijgt met het oog op het gebruik ervan, invoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt.
§ 3. Poging tot het plegen van een der misdrijven bedoeld in §§ 1, 2 of 2bis wordt gestraft zoals het misdrijf zelf.
§ 4. De straffen gesteld in de §§ 1 tot 3 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak van een vonnis of een arrest houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten beoogd in artikel 314bis, §§ 1 tot 3, dat in kracht van gewijsde is gegaan.
§ 5. ...
Het specifieke ambtsmisdrijf van illegaal afluisteren door overheidsagenten is opgegaan in de algemene, voor iedereen geldende misdrijven inzake schending van het communicatiegeheim, bedrieglijk gebruik van opnamen en bezit van afluistermateriaal; de specifieke ambtshoedanigheid is geen bestanddeel meer.waarschijnlijk · 55% - Art. 455. Aanmatiging van openbare functies niveau 2
oud art. 262
Ieder openbaar ambtenaar die wettig ontslagen, afgezet, geschorst of van rechten ontzet is en die, nadat hij daarvan officieel kennis heeft gekregen, zijn bediening blijft uitoefenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Met dezelfde straffen wordt gestraft ieder bij verkiezing of tijdelijk aangesteld openbaar ambtenaar die zijn bediening blijft uitoefenen nadat zij wettelijk een einde heeft genomen.
Het blijven uitoefenen van een bediening na ontslag, afzetting, schorsing, ontzetting of na het wettelijk einde van het mandaat valt voortaan onder de aanmatiging van openbare functies in het hoofdstuk Aanmatiging van functies, titels of een naam. De afzonderlijke strafbaarstelling voor de onwettig verlengde uitoefening van het openbaar gezag verdwijnt daarin.waarschijnlijk · 70% - Art. 640. Inbreuk op de formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand niveau 1
oud art. 264
Met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de ambtenaar van de burgerlijke stand of de speciaal door hem gemachtigde beambte die een van de bepalingen van artikel 29, § 1, van het Burgerlijk Wetboek overtreden.
De specifieke overtreding van artikel 29 §1 van het Burgerlijk Wetboek valt onder de algemene bepaling van art. 640 over formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand.waarschijnlijk · 75% - Art. 28. Verzwarende factoren
oud art. 266
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Buiten het geval dat de wet de straffen wegens misdaden of wanbedrijven door openbare officieren of ambtenaren gepleegd in het bijzonder regelt, worden degenen onder hen die zich schuldig maken aan andere misdaden of aan andere wanbedrijven welke zij gelast waren te voorkomen, vast te stellen, te vervolgen of te straffen, veroordeeld tot de op deze misdaden of op deze wanbedrijven gestelde straffen, waarvan het minimum wordt verdubbeld indien het gevangenisstraf betreft, en met twee jaar verhoogd indien het (opsluiting of hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar of gedurende een kortere tijd) betreft.
Het nieuwe wetboek kent geen algemene regel meer die het strafminimum verdubbelt voor ambtenaren die misdrijven plegen welke zij moesten voorkomen, vaststellen of vervolgen. De openbare hoedanigheid van de dader werkt nu via de algemene verzwarende factoren van boek I en via de verzwarende factoren of afzonderlijke misdrijven per hoofdstuk.waarschijnlijk · 50% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 2, Art. 645. Collectieve weerspannigheid niveau 3, Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 274
In alle gevallen waarin gevangenisstraf wegens weerspannigheid wordt uitgesproken, kunnen de schuldigen bovendien worden veroordeeld tot geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
De hoofden van de weerspannigheid en zij die deze uitgelokt hebben, kunnen bovendien worden veroordeeld (...) tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
De facultatieve bijkomende geldboete bij weerspannigheid bestaat niet meer als aparte regel, want de geldboete zit vervat in de strafniveaus van de weerspannigheid en de collectieve weerspannigheid. De zwaardere behandeling van de hoofden en uitlokkers keert terug in de collectieve weerspannigheid, en de ontzetting van rechten is een algemene bijkomende straf van boek I geworden.waarschijnlijk · 60% - Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5, Art. 204. Verzwarende factoren
oud art. 278
(Met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die slagen toebrengt aan een lid van de Wetgevende Kamers in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn mandaat, aan een minister, (een lid van het Grondwettelijk Hof,) een magistraat of een officier van de openbare macht in actieve dienst, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening.)
Indien de slagen worden toegebracht in de vergadering van een der Kamers of op de terechtzitting van een hof of een rechtbank, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
De slagen aan parlementsleden, ministers, leden van het Grondwettelijk Hof, magistraten en officieren van de openbare macht zijn overgeheveld naar de gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie. De verzwaring wanneer de feiten in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting worden gepleegd, komt terug als verzwarende factor bij dat hoofdstuk.waarschijnlijk · 70% - Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 279
Indien de toegebrachte slagen bloedstorting, verwonding of ziekte veroorzaken, wordt de schuldige veroordeeld tot gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en tot geldboete van tweehonderd euro tot vijftienhonderd euro.
De verzwaring wegens bloedstorting, verwonding of ziekte gaat op in de gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie, waar de ernst van het letsel wordt uitgedrukt in de graden van integriteitsaantasting. Een afzonderlijk artikel voor letsel bij ambtsdragers bestaat niet meer.waarschijnlijk · 65% - Art. 197. Gewelddaden met de dood tot gevolg niveau 4, Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 279bis
Wanneer de slagen worden toegebracht zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van zeven jaar tot tien jaar.
Hij wordt gestraft met opsluiting van twaalf jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.
De bijzondere bescherming tegen dodelijke slagen aan ministers en parlementsleden is verdwenen; het feit gaat op in de algemene regeling van gewelddaden met de dood tot gevolg, al dan niet met voorbedachten rade.waarschijnlijk · 55% - Art. 102. Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 8, Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5, Art. 116. Foltering van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 6, Art. 124. Onmenselijke behandeling van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 280
Indien de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd op een ministerieel ambtenaar, een agent die drager is van het openbaar gezag of van de openbare macht of op enig ander persoon met een openbare hoedanigheid bekleed, in de uitvoering of in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie, zijn de straffen de volgende :
1° in de gevallen bedoeld in artikel 393, is de straf levenslange opsluiting;
1/1° in de gevallen bedoeld in artikel 398, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro;
2° in de gevallen bedoeld in artikel 398, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro;
3° in de gevallen bedoeld in artikel 399, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van vier maanden tot vier jaar en geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro;
4° in de gevallen bedoeld in artikel 399, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro;
5° in de gevallen bedoeld in artikel 400, eerste lid, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
6° in de gevallen bedoeld in artikel 400, tweede lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
7° in de gevallen bedoeld in artikel 401, eerste lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
8° in de gevallen bedoeld in artikel 401, tweede lid, is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
9° in de gevallen bedoeld in artikel 417/2, eerste lid, is de straf opsluiting van twintig tot dertig jaar;
10° in de gevallen bedoeld in artikel 417/3, eerste lid, is de straf opsluiting van vijftien tot twintig jaar.
De trapsgewijze strafverzwaringen voor doodslag, slagen, foltering en onmenselijke behandeling gepleegd op ambtsdragers zijn verdeeld over de misdrijven tegen de persoon, telkens in de variant gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie. De oude techniek van een lijst met per geval verhoogde straffen is daarmee verdwenen.waarschijnlijk · 70% - Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 282
De in de artikelen 275, 278 en 279 bepaalde straffen zijn toepasselijk in het geval dat gezworenen uit hoofde van hun bediening of getuigen uit hoofde van hun verklaringen worden gesmaad of geslagen.
De uitbreiding van de bescherming tot gezworenen en getuigen is opgenomen in de opsomming van beschermde personen in het nieuwe smaadartikel, dat een getuige en een jurylid uitdrukkelijk vermeldt en met niveau 1 wordt bestraft. Het luik over de slagen zit in de gewelddaden op een persoon met een maatschappelijke functie, dat niet bij de kandidaten staat.waarschijnlijk · 50% - Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 284
Hij die opzettelijk zegels verbreekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar, en indien het de bewaarder zelf is of de openbare ambtenaar die de verzegeling heeft gelast of verricht, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar.
Poging tot dit wanbedrijf wordt in het eerste geval van dit artikel gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar, en in het tweede geval met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar.
De opzettelijke zegelverbreking met verzwaring voor de bewaarder of gelastende ambtenaar komt sterk overeen met de verzwaarde zegelverbreking (art. 667); het basisdelict (gewone opzettelijke zegelverbreking, art. 666) zit echter niet in de kandidatenlijst voor dit artikel.waarschijnlijk · 55% - Art. 666. Zegelverbreking niveau 2, Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 286
Hij die opzettelijk zegels verbreekt, die gelegd zijn op zodanige papieren of zaken als in het vorige artikel bedoeld, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar, en indien het de bewaarder zelf is of de openbare ambtenaar die de verzegeling heeft gelast, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar.
Poging tot dit wanbedrijf wordt in het eerste geval van dit artikel gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar, en in het tweede geval met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar.
Opzettelijke zegelverbreking en de verzwaring wanneer de bewaarder of gelastende ambtenaar dader is, zijn terug te vinden in art. 666 en 667, 2°.waarschijnlijk · 65% - Art. 666. Zegelverbreking niveau 2, Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 288
In gevallen van de artikelen 284, 286 en 287 kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro.
De facultatieve bijkomende geldboete bij zegelverbreking bestaat niet meer als afzonderlijke regel. De geldboete zit vervat in de strafniveaus van de gewone en de verzwaarde zegelverbreking in het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling.waarschijnlijk · 60% - Art. 689. Belemmering van openbare werken niveau 1, Art. 690. Belemmering van openbare werken door geweld of bedreiging niveau 2
oud art. 291
In de gevallen, bij de twee vorige artikelen omschreven, kunnen de schuldigen bovendien worden veroordeeld tot geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
De facultatieve bijkomende geldboete van zesentwintig tot vijfhonderd euro is opgegaan in de strafniveaus van de nieuwe artikelen over de belemmering van openbare werken, met een hoger niveau wanneer de belemmering met geweld of bedreiging gebeurt.waarschijnlijk · 65% - Art. 483. Bedriegerij omtrent de huur van werk niveau 1, Art. 482. Bedriegerij omtrent het verkochte goed niveau 1
oud art. 297
Indien bedrog gepleegd wordt omtrent de aard, de hoedanigheid of de hoeveelheid van de werken of van de arbeid of van de geleverde zaken, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
Zij kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
De kern van bedrog omtrent hoeveelheid of hoedanigheid van werk en van verkochte of geleverde goederen is terug te vinden in de afzonderlijke misdrijven bedriegerij omtrent de huur van werk en bedriegerij omtrent het verkochte goed, zij het met een sterk verlaagd strafniveau (niveau 1 in plaats van 6 maanden tot 3 jaar).waarschijnlijk · 55% - Art. 535. Deelneming aan de organisatie van een illegale loterij niveau 1
oud art. 302
De aanleggers, ondernemers, beheerders, aangestelden of agenten van niet wettelijk toegelaten loterijen worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van vijftig euro tot drieduizend euro.
De roerende goederen in de loterij ingelegd en die welke voor de dienst van de loterij gebruikt worden of bestemd zijn, worden verbeurd verklaard.
Wanneer een onroerend goed in de loterij is ingelegd, wordt de verbeurdverklaring niet uitgesproken; zij wordt vervangen door geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
De strafbaarstelling van aanleggers en beheerders keert terug als opzettelijke deelneming aan de organisatie van een illegale loterij met een straf van niveau 1, in plaats van gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en geldboete. De bijzondere verbeurdverklaring van de inzetten en de vervangende geldboete voor ingelegde onroerende goederen zijn niet overgenomen.waarschijnlijk · 75% - Art. 368. Zonder voorafgaande toestemming een begraving of crematie verrichten niveau 1
oud art. 315
Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden of met geldboete van zesentwintig tot driehonderd euro worden gestraft :
Zij die, zonder voorafgaand verlof van de openbare ambtenaar, een begraving verrichten of doen verrichten;
Zij die op enigerlei wijze de wetten en verordeningen betreffende de begraafplaatsen en de vervroegde begravingen overtreden.
Het zonder toestemming verrichten van een begraving is overgenomen in art. 368; de ruimere overtreding van andere begraafplaats- en verordeningsregels wordt niet door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 70% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 325
De schuldigen die tot gevangenisstraf worden veroordeeld op grond van de artikelen 323(, 324 en 324ter), kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 (...).
De facultatieve ontzetting van rechten bij veroordeling wegens vereniging van misdadigers of criminele organisatie wordt niet meer in dat hoofdstuk zelf geregeld. Zij volgt uit de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten in boek I.waarschijnlijk · 60% - Art. 231. Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 2
oud art. 329
Hij die iemand door gebaren of zinnebeelden bedreigt met een aanslag op personen of eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro.
De specifieke vorm van bedreiging via gebaren of zinnebeelden is opgegaan in de algemene definitie van bedreiging 'met welk middel ook' in art. 231, die elk medium omvat.waarschijnlijk · 70% - Art. 232. Verzwaarde bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen
oud art. 330
Hij die, hetzij mondeling, hetzij bij een naamloos of ondertekend geschrift iemand onder een bevel of onder een voorwaarde bedreigt met een aanslag op personen of eigendommen, waarop gevangenisstraf van ten minste drie maanden gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro.
Deze afzonderlijke, lichtere variant van bedreiging onder bevel of voorwaarde is opgegaan in de algemene, naar strafniveau van de onderliggende aanslag gedifferentieerde regeling van art. 232.waarschijnlijk · 70% - Art. 236. Verzwarende factor
oud art. 330bis
In de in de artikelen 327 tot 330 bedoelde gevallen wordt het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen verdubbeld wanneer de persoon die met een aanslag wordt bedreigd of aan wie valse inlichtingen betreffende een aanslag worden gegeven een persoon is van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.
De verdubbeling van het strafminimum wanneer de bedreigde persoon zich in een kwetsbare toestand bevindt, is vervangen door de verzwarende factor die het hoofdstuk over de persoonlijke rust voorziet na de bedreigingen, het vals bericht en het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen. De rechter houdt daar binnen hetzelfde strafniveau rekening mee.waarschijnlijk · 65% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 331
In de gevallen van artikel 327 kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 (...).
De bijkomende ontzetting bij bedreiging onder bevel of voorwaarde is opgegaan in de algemene regeling van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten. De nieuwe bedreigingsartikelen bepalen enkel nog het strafniveau, zonder eigen ontzettingsbepaling.waarschijnlijk · 60% - Art. 685. Verzwaarde ontsnapping van gevangenen niveau 3
oud art. 333
De medeplichtige aan het in artikel 332 bedoelde misdrijf wordt gestraft met dezelfde straf als de dader of de mededader.
Zij die, bekleed met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, een ontsnapping bewerkstelligen of vergemakkelijken, worden gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar.
Het verzwaarde geval van een persoon met een openbare functie die de ontsnapping bewerkstelligt, is overgenomen in art. 685; de algemene medeplichtigheidsregel uit het eerste lid volgt uit de algemene deelnemingsbepalingen en wordt niet apart door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 70% - Art. 216. Verzwarende factor
oud art. 348
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die, al dan niet geneesheer, door enig middel opzettelijk vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarin niet heeft toegestemd, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar). Indien de gebruikte middelen hun uitwerking hebben gemist, vindt artikel 52 toepassing.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
Het tweede lid van artikel 348 keert letterlijk terug in artikel 216, dat bij de misdrijven van de artikelen 214 en 215 de aanwezigheid van een minderjarige als verzwarende factor aanmerkt. De strafbaarstelling zelf is verhuisd naar het zwangerschapsverlies zonder toestemming, waarvan enkel de variant met de dood tot gevolg (artikel 215, niveau 5) in de kandidatenlijst opduikt.waarschijnlijk · 60% - Art. 214. Zwangerschapsverlies zonder toestemming niveau 4, Art. 216. Verzwarende factor
oud art. 349
Wanneer de vruchtafdrijving wordt veroorzaakt door geweld, opzettelijk gepleegd, maar zonder het oogmerk om afdrijving te verwekken, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Wordt het geweld gepleegd met voorbedachten rade of met kennis van de toestand van de vrouw, dan is de gevangenisstraf zes maanden tot drie jaar en de geldboete vijftig euro tot vijfhonderd euro.
Het geweld dat een zwangerschapsverlies veroorzaakt zonder dat de dader dat beoogde, is ondergebracht bij het zwangerschapsverlies zonder toestemming in het hoofdstuk over de misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit. De zwaardere straf wanneer het geweld met voorbedachtheid of met kennis van de zwangerschap wordt gepleegd, keert terug als verzwarende factor.waarschijnlijk · 70% - Art. 216. Verzwarende factor
oud art. 352
Wanneer de middelen, gebruikt met het oogmerk om vruchtafdrijving te verwekken bij een vrouw die er niet in heeft toegestemd, de dood tot gevolg hebben, wordt hij die ze met dat oogmerk heeft aangewend of aangewezen, veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
De verzwarende factor 'gepleegd in het bijzijn van een minderjarige' voor de artikelen 214-215 (zwangerschapsverlies) komt overeen met het tweede lid van dit artikel, maar de kernstrafbaarstelling zelf (vruchtafdrijving met de dood tot gevolg, opsluiting 10-15 jaar) is niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 50% - Art. 676. Familieverlating niveau 1
oud art. 391bis
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen, onverminderd de toepassing van strengere straffen, indien daartoe grond bestaat, wordt gestraft hij die, na door een rechterlijke beslissing waartegen geen verzet of hoger beroep meer openstaat, te zijn veroordeeld om een uitkering tot onderhoud te betalen aan zijn echtgenoot, aan zijn bloedverwanten in de nederdalende of in de opgaande lijn, meer dan twee maanden vrijwillig in gebreke blijft de termijnen ervan te kwijten.
(Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, in de omstandigheden omschreven in het eerste lid, niet voldoet aan de verplichtingen bepaald in de artikelen 203bis, 206, 207, 301, 303, (...) 336 (en 353-14 van het Burgerlijk Wetboek) en in de artikelen 1288, 3° en 4°, (...) van het Gerechtelijk Wetboek.)
Dezelfde straffen zijn van toepassing op de echtgenoot die zich vrijwillig geheel of ten dele onttrekt aan de gevolgen van de machtiging door de rechter verleend krachtens (de artikelen 203ter, 221 en (301, § 11) van het Burgerlijk Wetboek en 1253ter/5 en 6, (...) van het Gerechtelijk Wetboek) wanneer tegen die machtiging geen verzet of hoger beroep meer openstaat.
Hetzelfde geldt voor de echtgenoot die, na te zijn veroordeeld, hetzij tot een van de verplichtingen op de niet-nakoming waarvan door de eerste twee leden van dit artikel straf is gesteld, hetzij ingevolge (de artikelen 203ter, 221 en (301, § 11) van het Burgerlijk Wetboek en 1253ter/5 en 6, (...) van het Gerechtelijk Wetboek) zich vrijwillig ervan onthoudt de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen en zijn echtgenoot of zijn kinderen aldus berooft van de voordelen waarop zij aanspraak konden maken.
Dezelfde straffen zijn van toepassing op elke bloedverwant in de rechte nederdalende lijn die veroordeeld is tot onderhoudsplicht, en die vrijwillig nalaat de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen en aldus een bloedverwant in de opgaande lijn berooft van de voordelen waarop deze aanspraak kon maken.
(Dezelfde straffen gelden voor eenieder die het toezicht op de gezinsbijslag of andere sociale uitkeringen vrijwillig belemmert, door na te laten de nodige documenten te bezorgen aan de instellingen belast met de vereffening van die uitkeringen, door valse of onvolledige aangiften te doen, of door de bestemming te wijzigen die de persoon of de overheid, aangewezen overeenkomstig artikel 29 van (de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade), eraan gegeven heeft.)
In geval van een tweede veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, gepleegd binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van de eerste, kunnen de straffen worden verdubbeld.
In geval van een veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, kan de rechter eveneens het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig uitspreken overeenkomstig de artikelen 38 tot 41 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Familieverlating (niet betalen van onderhoudsgeld, onttrekken aan rechterlijke machtiging, niet vervullen van sociale formaliteiten) is overgenomen in artikel 676; het onderdeel over belemmering van het toezicht op gezinsbijslag kon niet worden geverifieerd in de afgekapte kandidaattekst.waarschijnlijk · 75% - Art. 7. Moreel bestanddeel , Art. 193. Definitie van gewelddaden
oud art. 392
Opzettelijk worden genoemd het doden en het toebrengen van letsel met het oogmerk om een bepaald persoon of een persoon die zal worden aangetroffen of ontmoet, aan te randen, ook al was dit oogmerk afhankelijk van enige omstandigheid of van enige voorwaarde en zelfs al heeft de dader zich vergist omtrent de persoon die het slachtoffer van de aanranding is geworden.
De omschrijving van het opzet bij doden en verwonden gaat op in de algemene bepaling over het moreel bestanddeel in boek I, die ook de regel bevat dat een vergissing over de persoon van het slachtoffer het opzet niet uitsluit. Het luik over het toebrengen van letsel is verwerkt in de definitie van gewelddaden.waarschijnlijk · 60% - Art. 81. Adoptie
oud art. 392bis
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden met de woorden " vader ", " moeder ", " ouders " en " bloedverwant in opgaande lijn " ook de adoptanten en, in geval van adoptie en volle adoptie, ook de bloedverwanten in de opgaande lijn van de adoptanten bedoeld.
Voor de toepassing van hetzelfde hoofdstuk betekent het woord "journalist": de persoon die een activiteit uitoefent als bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
De gelijkstelling van adoptanten met ouders/bloedverwanten in opgaande lijn is terug te vinden in de algemene definitiebepaling van artikel 81 (Boek II); de definitie van 'journalist' uit het oude artikel wordt door geen van de kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 101. Intrafamiliale doodslag niveau 8
oud art. 395
Doodslag op de vader, de moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn wordt oudermoord genoemd en wordt gestraft met (levenslange opsluiting).
Oudermoord bestaat niet langer als apart misdrijf, maar is opgegaan in de ruimere categorie 'intrafamiliale doodslag' (artikel 101), die doodslag op bloedverwanten in de rechte lijn en andere gezinsleden bestraft met niveau 8 in plaats van levenslange opsluiting.waarschijnlijk · 70% - Art. 96. Doodslag niveau 7, Art. 97 niveau 8
oud art. 396
Doodslag gepleegd op een kind bij de geboorte of dadelijk daarna, wordt kindermoord genoemd.
Kindermoord wordt naar gelang van de omstandigheden gestraft als doodslag of als moord.
(Leden 3 en 4 opgeheven)
Kindermoord bestaat niet meer als apart misdrijf; het oude artikel bepaalde zelf al dat het naargelang de omstandigheden als doodslag of moord wordt bestraft, wat nu overeenkomt met de artikelen 96 en 97.waarschijnlijk · 65% - Art. 96. Doodslag niveau 7
oud art. 397
Vergiftiging wordt genoemd de doodslag gepleegd door middel van stoffen die min of meer snel de dood kunnen teweegbrengen, op welke wijze die stoffen ook aangewend of toegediend zijn. Zij wordt gestraft met (levenslange opsluiting).
Vergiftiging als afzonderlijke, met levenslange opsluiting bestrafte vorm van doodslag bestaat niet meer als apart misdrijf; het opzettelijk doden ongeacht het middel valt nu onder de algemene doodslagbepaling van artikel 96, bestraft met niveau 7 (lager dan de vroegere levenslange straf).waarschijnlijk · 70% - Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 398
Hij die opzettelijk verwondingen of slagen toebrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen.
Ingeval de schuldige heeft gehandeld met voorbedachte rade, wordt hij veroordeeld tot gevangenisstraf van een maand tot een jaar en tot geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro.
Het tweede lid over slagen met voorbedachte rade komt overeen met artikel 198, 1°, dat gewelddaden met voorbedachtheid zonder of met integriteitsaantasting van de eerste graad met niveau 2 bestraft in plaats van gevangenisstraf van een maand tot een jaar. De gewone opzettelijke slagen van het eerste lid hebben een eigen basisartikel over gewelddaden dat niet in de lijst zit.waarschijnlijk · 60% - Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 399
Indien de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro.
De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro, indien hij met voorbedachten rade heeft gehandeld.
Slagen met ziekte of arbeidsongeschiktheid tot gevolg zijn nu gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad; enkel de variant met voorbedachtheid is gedekt door artikel 198, 2° met een straf van niveau 3. Het basisartikel voor dezelfde gewelddaden zonder voorbedachtheid ontbreekt in de lijst.waarschijnlijk · 55% - Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 400
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De straf is gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en geldboete van tweehonderd euro tot vijfhonderd euro, indien de slagen of verwondingen, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolg hebben.
De straf is (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), ingeval de schuldige heeft gehandeld met voorbedachten rade.
De zware gevolgen van artikel 400 stemmen overeen met de integriteitsaantasting van de derde graad; enkel de voorbedachte variant is gedekt door artikel 198, 3° met een straf van niveau 4 in plaats van opsluiting van vijf tot tien jaar. De niet-voorbedachte variant heeft een eigen nieuw artikel dat niet in de lijst voorkomt.waarschijnlijk · 55% - Art. 197. Gewelddaden met de dood tot gevolg niveau 4, Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 401
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Wanneer de slagen of verwondingen opzettelijk worden toegebracht, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
Hij wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.
Gewelddaden met de dood tot gevolg zonder oogmerk om te doden (artikel 197) en de verzwaring bij voorbedachte rade (artikel 198) dekken de inhoud van dit artikel; de straf daalt van opsluiting 5-15 jaar naar niveau 4-5.waarschijnlijk · 70% - Art. 193. Definitie van gewelddaden , Art. 195. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg niveau 2
oud art. 402
Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die bij een ander een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid veroorzaakt door hem, opzettelijk maar zonder het oogmerk om te doden, stoffen toe te dienen die de dood kunnen teweegbrengen, of stoffen die, al zijn zij niet van die aard dat zij de dood teweegbrengen, toch de gezondheid zwaar kunnen schaden.
Het opzettelijk toedienen van stoffen die de dood of zware gezondheidsschade kunnen veroorzaken valt nu onder de ruime definitie van gewelddaden, die het op eender welke wijze toebrengen van letsel of gezondheidsschade viseert. Ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid komt overeen met de integriteitsaantasting van de tweede graad.waarschijnlijk · 60% - Art. 196. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 3
oud art. 403
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De straf is (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), wanneer die stoffen hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan ten gevolge hebben.
De verzwaarde variant met een ongeneeslijk lijkende ziekte, een arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden of het volledig verlies van het gebruik van een orgaan is opgegaan in de gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg. Het afzonderlijke misdrijf van de toediening van schadelijke stoffen bestaat niet meer.waarschijnlijk · 70% - Art. 197. Gewelddaden met de dood tot gevolg niveau 4
oud art. 404
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien de stoffen opzettelijk worden toegediend, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar.
Het toedienen van schadelijke stoffen zonder doodsoogmerk maar met de dood tot gevolg valt onder de brede definitie van gewelddaden (elke wijze van toebrengen van lichamelijk letsel); dit komt het dichtst overeen met artikel 197 (gewelddaden met de dood tot gevolg, niveau 4), al is de strafmaat sterk verlaagd tegenover de vroegere opsluiting van 15 tot 20 jaar.waarschijnlijk · 55% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 405
Poging om iemand stoffen als bedoeld in artikel 402 toe te dienen, zonder het oogmerk om te doden, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
De specifieke pogingsstrafbaarstelling voor het toedienen van schadelijke stoffen is niet langer als afzonderlijke bepaling nodig, nu de algemene pogingsregeling van artikel 9 (Boek I) poging op alle opzettelijke misdrijven bestraft met een lager strafniveau.waarschijnlijk · 50% - Art. 200. Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 405bis
In de hierna bedoelde gevallen, indien de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd op een minderjarige of op een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk is of de dader bekend is en die niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, zijn de straffen de volgende :
1° in de gevallen bedoeld in artikel 398, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro;
2° in de gevallen bedoeld in artikel 398, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro;
3° in de gevallen bedoeld in artikel 399, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van vier maanden tot vier jaar en geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro;
4° in de gevallen bedoeld in artikel 399, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro;
5° in de gevallen bedoeld in artikel 400, eerste lid, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
6° in de gevallen bedoeld in artikel 400, tweede lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
7° in de gevallen bedoeld in artikel 401, eerste lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
8° in de gevallen bedoeld in artikel 401, tweede lid, is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
9° in de gevallen bedoeld in artikel 402 is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
10° in de gevallen bedoeld in artikel 403 is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
11° in de gevallen bedoeld in artikel 404 is de straf opsluiting van zeventien jaar tot twintig jaar.
De vroegere verzwaring van straf wanneer slagen, verwondingen of vergiftiging gepleegd werden op een minderjarige of kwetsbare persoon is samengebracht in de gegradueerde regeling van artikel 200 (gewelddaden op een minderjarige of kwetsbare persoon, niveau 2 tot 5).waarschijnlijk · 60% - Art. 100. Doodslag gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 8, Art. 115. Foltering van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6, Art. 123. Onmenselijke behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5, Art. 200. Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 405ter
In de gevallen bepaald in de artikelen 398 tot 405bis, indien de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd op een minderjarige of op een persoon die kwetsbaar was ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte, dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, en die niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn, of in de zijlijn tot de vierde graad of door enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige of de kwetsbare persoon, of door een persoon die hen onder zijn bewaring heeft, of door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer, wordt het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.
De verzwaring wanneer de dader een ouder, voogd of samenwonende van het kwetsbare slachtoffer is, is niet langer een automatische verdubbeling van de minimumstraf maar is opgenomen als een in aanmerking te nemen factor bij de straftoemeting in de afzonderlijke misdrijven doodslag, foltering, onmenselijke behandeling en gewelddaden op minderjarigen/kwetsbare personen.waarschijnlijk · 55% - Art. 319. Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg niveau 3, Art. 320. Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 4
oud art. 407
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien het feit verwondingen als bedoeld in artikel 399 ten gevolge heeft, wordt de schuldige veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. Hij wordt veroordeeld tot opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar indien het verwondingen betreft als bedoeld in artikel 400.
De verzwaring wegens verwondingen bij kwaadwillige verkeersbelemmering heeft haar tegenhanger in de verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de tweede en van de derde graad tot gevolg, in het hoofdstuk over het in gevaar brengen van personen. De verwijzing naar de artikelen over slagen en verwondingen is vervangen door die twee zelfstandige misdrijven.waarschijnlijk · 70% - Art. 201. Intrafamiliale gewelddaden niveau 5
oud art. 410
Indien de schuldige, in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf pleegt tegen zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de rechte opgaande lijn of in de zijlijn tot de vierde graad, wordt de minimumstraf bedoeld in die artikelen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.
Hetzelfde geldt ingeval de schuldige de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenleeft of samengeleefd heeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft of gehad heeft. (Bovendien wordt de maximumstraf, in het geval bepaald in artikel 398, eerste lid, verhoogd tot gevangenisstraf van een jaar.)
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
De verdubbeling van de minimumstraf bij gewelddaden tegen ouders/bloedverwanten/echtgenoot is niet langer een aanhangsel bij de artikelen 398-405, maar is verwerkt in het zelfstandige, naar ernst gegradeerde misdrijf 'intrafamiliale gewelddaden' (artikel 201), dat ook de verzwaring bij aanwezigheid van een minderjarige bevat.waarschijnlijk · 55% - Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5, Art. 79. Algemene definities
oud art. 410bis
Indien in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf gepleegd wordt tegen een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een sociaal werker of een psycholoog van een openbare dienst, een VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- en ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder, in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie, zijn de straffen die welke bij het derde lid worden bepaald.
Indien de schuldige, die als leerling of student is ingeschreven in een onderwijsinstelling of er was ingeschreven tijdens de zes maanden die aan de feiten zijn voorafgegaan, of die vader, moeder of familielid van die leerling of student is, of enige andere persoon is die gezag heeft over die leerling of student of hem onder zijn bewaring heeft, de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen een lid van het personeel of van de directie van de onderwijsinstelling, tegen de personen die de opvang van leerlingen verzorgen in een medisch-pedagogisch Instituut dat door een gemeenschap wordt ingericht of gesubsidieerd, of tegen een externe actor die door de gemeenschapsoverheden belast is met het voorkomen en het oplossen van geweld op school, in de uitoefening van hun bediening zijn de straffen die welke bij het derde lid worden bepaald.
De straffen zijn de volgende :
1° in de in de artikelen 398, 399 en 405 bedoelde gevallen, wordt de in voornoemde artikelen bedoelde maximale gevangenisstraf verdubbeld met een maximum van vijf jaar;
2° in de in de artikelen 400, eerste lid, en 402 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
3° in de in de artikelen 400, tweede lid, 401, eerste lid, en 403 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
4° in de in artikel 401, tweede lid, bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
5° in de in artikel 404 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
De strafverhoging voor gewelddaden tegen chauffeurs, hulpverleners, zorgverleners en andere opgesomde beroepen is opgegaan in het misdrijf gewelddaden op een persoon met een maatschappelijke functie, met straffen van niveau 2 tot 5 naargelang het letsel, in plaats van de oude cascade van verdubbelde en verhoogde straffen. Of ook de schoolcontext met onderwijspersoneel volledig gedekt blijft, kan niet uit de beschikbare tekst van de definitie worden afgeleid.waarschijnlijk · 60% - Art. 204. Verzwarende factoren , Art. 111. Verzwarende factoren
oud art. 410ter
Indien de schuldige, in de in de artikelen 398 tot 405 bedoelde gevallen, de misdaad of het wanbedrijf pleegt tegen een scheidsrechter van een sportwedstrijd, wordt het minimum van de bij die artikelen bepaalde straf met de helft van die straf verhoogd in geval van gevangenisstraf en met één jaar verhoogd in geval van opsluiting.
De verzwaring wanneer het misdrijf wordt gepleegd tegen een scheidsrechter van een sportwedstrijd keert terug als verzwarende factor bij de gewelddaden en, voor de feiten met de dood tot gevolg, bij de misdrijven tegen het leven. De techniek van het optrekken van het strafminimum met de helft of met een jaar verdwijnt.waarschijnlijk · 60% - Art. 103. Uitgelokte doodslag , Art. 203. Uitgelokte gewelddaden
oud art. 414
Wanneer het verschonend feit bewezen is, wordt de straf verminderd :
- tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en tot geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro, indien het een misdaad betreft, waarop een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting gesteld is, ongeacht of deze al dan niet gecorrectionaliseerd is;
- tot gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en tot geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro, indien het enige andere al dan niet gecorrectionaliseerde misdaad betreft;
- tot gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en tot geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro, indien het een ander wanbedrijf betreft.
De schaal van strafverminderingen bij een bewezen verschonend feit is vervangen door de techniek van de vervanging van het strafniveau: de uitgelokte doodslag wordt bestraft met een straf van niveau 3 en bij uitgelokte gewelddaden zakt de straf telkens een of meer niveaus. De vaste gevangenisstraffen en geldboeten van artikel 414 verdwijnen daarmee.waarschijnlijk · 65% - Art. 14. Wettige verdediging
oud art. 417
Onder de gevallen van ogenblikkelijke noodzaak van de verdediging worden de twee volgende gevallen begrepen :
Wanneer de doodslag gepleegd wordt, wanneer de verwondingen of de slagen toegebracht worden bij het afweren, bij nacht, van de beklimming of de braak van de afsluitingen, muren of toegangen van een bewoond huis of appartement of de aanhorigheden ervan, behalve wanneer blijkt dat de dader niet kon geloven aan een aanranding van personen, hetzij als rechtstreeks doel van hem die poogt in te klimmen of in te breken, hetzij als gevolg van de weerstand welke diens voornemen mocht ontmoeten;
Wanneer het feit plaatsheeft bij het zich verdedigen tegen de daders van diefstal of plundering die met geweld tegen personen wordt gepleegd.
De twee wettelijke gevallen van noodweer, de nachtelijke inklimming en de verdediging tegen daders van gewelddadige diefstal, zijn opgegaan in één algemene rechtvaardigingsgrond van wettige verdediging met een uitdrukkelijke evenredigheidstoets. Het vermoeden ten voordele van de bewoner bestaat dus niet meer.waarschijnlijk · 55% - Art. 115. Foltering van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6, Art. 116. Foltering van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 6
oud art. 417/2
Hij die een persoon aan foltering onderwerpt, wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Het misdrijf bedoeld in het eerste lid wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar in de volgende gevallen :
1° als het is gepleegd :
a) hetzij door een openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die handelt naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening;
b) hetzij op een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid of ten gevolge van zijn precaire toestand duidelijk was of de dader bekend was;
c) hetzij op een minderjarige;
d) hetzij op een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting of binnen het veiligheidskorps, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- of ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder, in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;
2° of wanneer de handeling een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van een orgaan of van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt.
Het misdrijf bedoeld in het eerste lid wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar als :
1° als het is gepleegd op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door de vader, de moeder of door andere bloedverwanten in de opgaande lijn, door enig andere persoon die gezag over hem heeft of die hem onder zijn bewaring heeft, of door iedere meerderjarige persoon die occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenleeft;
2° of als het de dood heeft veroorzaakt, en gepleegd is zonder het oogmerk om te doden.
Het bevel van een meerdere of van een gezag kan het misdrijf bedoeld in het eerste lid niet verantwoorden.
(De noodtoestand kan het misdrijf bedoeld in het eerste lid niet verantwoorden.)
De gegradueerde folteringsmisdrijven wegens de kwetsbare toestand of minderjarigheid van het slachtoffer (artikel 115) en wegens de maatschappelijke functie van het slachtoffer (artikel 116) komen overeen met specifieke verzwaringen uit het oude artikel; de eenvoudige basisvorm van foltering zelf zit niet in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 55% - Art. 123. Onmenselijke behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5, Art. 124. Onmenselijke behandeling van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 417/3
Hij die een persoon aan een onmenselijke behandeling onderwerpt, wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
Het misdrijf bedoeld in het eerste lid wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar in de volgende gevallen :
1° als het is gepleegd :
a) hetzij door een openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die handelt naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening;
b) hetzij op een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid of precaire situatie duidelijk was of de dader bekend was;
c) hetzij op een minderjarige;
d) hetzij op een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting of binnen het veiligheidskorps, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- of ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder, in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;
2° of wanneer de handeling een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van een orgaan of van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt.
Het misdrijf bedoeld in het eerste lid wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar :
1° als het is gepleegd op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door de vader, de moeder of door andere bloedverwanten in de opgaande lijn, door enig andere persoon die gezag over hem heeft of die hem onder zijn bewaring heeft, of door iedere meerderjarige persoon die occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenleeft;
2° of als het de dood heeft veroorzaakt en gepleegd is zonder het oogmerk te doden.
Het bevel van een meerdere of van een gezag kan het misdrijf bedoeld in het eerste lid niet verantwoorden.
De gegradueerde vormen van onmenselijke behandeling wegens kwetsbaarheid of minderjarigheid van het slachtoffer (artikel 123) en wegens diens maatschappelijke functie (artikel 124) komen overeen met specifieke verzwaringen uit het oude artikel; de eenvoudige basisvorm zit niet in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 60% - Art. 128. Onterende behandeling niveau 2, Art. 129. Onterende behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 3
oud art. 417/4
Hij die een persoon aan een onterende behandeling onderwerpt, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van 50 EUR tot 300 EUR of met een van die straffen alleen.
Ingeval de onterende behandeling wordt gepleegd ten aanzien van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was, wordt de minimumstraf voorzien in het eerste lid verdubbeld.
De basisstraf voor onterende behandeling (art. 128, niveau 2) en de verzwaring bij een kwetsbaar slachtoffer (art. 129, niveau 3) dekken samen de inhoud van het oude artikel, dat beide elementen in één bepaling combineerde.waarschijnlijk · 75% - Art. 131. Verzwarende factoren
oud art. 417/4/1
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf van deze afdeling moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
De verzwarende factor dat het misdrijf in het bijzijn van een minderjarige werd gepleegd, keert terug in het slotartikel met de verzwarende factoren van het hoofdstuk over foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling. Dat artikel bundelt de factoren die de rechter bij de straftoemeting voor dat hele hoofdstuk in overweging moet nemen.waarschijnlijk · 65% - Art. 140. Niet-consensuele seksuele handelingen voorafgegaan door of gepaard gaand met foltering, opsluiting of zwaar geweld niveau 5
oud art. 417/13
Niet-consensuele seksuele handelingen voorafgegaan door of gepaard gaand met foltering, opsluiting of zwaar geweld
Niet-consensuele seksuele handelingen voorafgegaan door of gepaard gaand met foltering, opsluiting of met zwaar geweld met een lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid dat resulteert in een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk van meer dan vier maanden, dat een ongeneeslijk lijkende ziekte, het volledig verlies van een orgaan of een lichaamsfunctie, een zware verminking, dan wel een zwangerschapsafbreking tot gevolg heeft, worden als volgt bestraft:
- aantasting van de seksuele integriteit wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- verkrachting wordt bestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.
De oude opsomming van concrete ernstige letsels wordt vervangen door het algemene begrip 'integriteitsaantasting van de derde graad', dat dezelfde soort ernstig letsel beoogt te dekken; straf van opsluiting vijftien tot twintig jaar wordt niveau 5.waarschijnlijk · 75% - Art. 50. Verblijfs-, plaats- of contactverbod
oud art. 417/58
Verblijfs-, plaats- of contactverbod
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde, voor een termijn van een jaar tot ten hoogste twintig jaar, de ontzetting opleggen van het recht te wonen, te verblijven of zich op te houden in het door de rechter bepaalde gebied of contact te hebben met de personen die hij individueel aanwijst.
De oplegging van deze straf moet met bijzondere redenen worden omkleed en rekening houden met de ernst van de feiten en met de reclasseringsmogelijkheden voor de veroordeelde.
Het verblijfs-, plaats- of contactverbod gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de vrijheidsstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode van vervroegde invrijheidstelling.
Indien daartoe grond bestaat, kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling waarbij een verblijfs-, plaats- of contactverbod is opgelegd, te wijzigen teneinde de duur of de omvang van het verbod te beperken, de nadere regels of de voorwaarden ervan aan te passen, het op te schorten of het te beëindigen.
De bijzondere regeling voor dit hoofdstuk is opgegaan in de algemene straf van artikel 50, met dezelfde termijn van een jaar tot twintig jaar. Nieuw is dat de rechter ook het recidiverisico in de motivering mag betrekken en dat de verlenging van de termijn preciezer is omschreven.waarschijnlijk · 75% - Art. 686. Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod niveau 2
oud art. 417/60
Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod
Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod is het overtreden van een van de volgende straffen:
1° de sluiting van de inrichting, zoals bedoeld in artikel 417/57;
2° het verblijfs-, plaats- of contactverbod, zoals bedoeld in artikel 417/58;
3° specifieke verboden en ontzettingen, zoals bedoeld in artikel 417/59.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en met geldboete van duizend euro tot vijfduizend euro of met een van die straffen alleen.
De bijzondere strafbaarstelling is opgegaan in het algemene artikel 686 over niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod, dat ook verboden dekt die op grond van andere bepalingen van het wetboek zijn opgelegd. De gevangenisstraf van een tot drie jaar met geldboete van duizend tot vijfduizend euro wordt een straf van niveau 2 en het opzet is nu uitdrukkelijk bestanddeel.waarschijnlijk · 75% - Art. 61. Eendaadse samenloop , Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 417/61
De samenloop
De straffen bedoeld in de artikelen 417/57 tot 417/59 kunnen ook worden uitgesproken bij toepassing van de artikelen 62 of 65 wat een veroordeling met zich meebrengt op basis van misdrijven die samenlopen met deze bedoeld in dit hoofdstuk.
De bijzondere samenloopregel keert niet als apart artikel terug; de algemene bepalingen over eendaadse en meerdaadse samenloop bepalen nu dat de bijkomende straffen cumulatief worden opgelegd binnen de wettelijke grenzen, wat hetzelfde resultaat oplevert. De zekerheid blijft beperkt omdat geen enkele kandidaat de regel uitdrukkelijk herhaalt voor de straffen van dit hoofdstuk.waarschijnlijk · 50% - Art. 106. Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 2, Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 418
Schuldig aan onopzettelijk doden of aan onopzettelijk toebrengen van letsel is hij die het kwaad veroorzaakt door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen.
De algemene definitie van onopzettelijk doden en toebrengen van letsel door gebrek aan voorzorg is opgesplitst in aparte incriminaties voor doden (art. 106) en integriteitsaantasting (art. 217).waarschijnlijk · 70% - Art. 108. Verzwarende factor
oud art. 419
Hij die onopzettelijk iemands dood veroorzaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro.
(Wanneer de doding het gevolg is van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf drie maanden tot vijf jaar en de geldboete 50 euro tot 2000 euro.)
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
Enkel de verzwarende factor 'gepleegd in het bijzijn van een minderjarige' is als kandidaat opgenomen; de eigenlijke bestraffing van onopzettelijke doding (thans art. 106/107) maakte geen deel uit van de kandidatenlijst voor dit artikel.waarschijnlijk · 55% - Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 421
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die onopzettelijk bij een ander een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid veroorzaakt door hem stoffen toe te dienen, die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden.
Het onopzettelijk toedienen van schadelijke stoffen met ziekte of arbeidsongeschiktheid tot gevolg valt nu onder het op eender welke wijze veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. De straf wordt niveau 1 en er is voortaan een ernstig gebrek aan voorzorg vereist, waar de oude tekst elke onopzettelijke toediening trof.waarschijnlijk · 65% - Art. 106. Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 2, Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 422
Wanneer zich een treinongeval voordoet, dat de personen die zich in de trein bevinden, in gevaar kan brengen, wordt hij die onopzettelijk de oorzaak ervan is, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro of met een van die straffen alleen.
Indien het ongeval enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.
Indien het ongeval de dood van een persoon ten gevolge heeft, is de gevangenisstraf zes maanden tot vijf jaar en de geldboete honderd euro tot zeshonderd euro.
De bijzondere incriminatie van het onopzettelijk veroorzaken van een treinongeval verdwijnt en gaat op in de algemene onopzettelijke misdrijven: doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid (niveau 2) en het veroorzaken van een integriteitsaantasting op dezelfde grond (niveau 1). Het louter veroorzaken van een ongeval dat gevaar kan opleveren, zonder letsel, is niet langer als zodanig strafbaar.waarschijnlijk · 50% - Art. 331. Verzwarende factoren , Art. 338. Verzwarende factoren
oud art. 427
In de gevallen omschreven in de artikelen 423, 425 en 426, wordt de minimumstraf gesteld in die artikelen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting indien de schuldige de daden tegen zijn vader, moeder, adoptanten of andere bloedverwanten in de opgaande lijn heeft gepleegd.
Hetzelfde geldt indien de schuldige, de vader, de moeder of de adoptant is van het slachtoffer dan wel elke andere persoon die gezag over het slachtoffer heeft of de bewaring ervan heeft.
Daarenboven kan de in artikel 33 bepaalde straf worden toegepast.
De gemeenschappelijke verzwaringsregel voor familiale daders of slachtoffers is opgesplitst in twee afzonderlijke verzwarende-factorenartikelen: één voor verlating (art. 331) en één voor onthouding van voedsel/nalaten van onderhoud (art. 338).waarschijnlijk · 70% - Art. 223. Ontvoering niveau 4
oud art. 429
Met dezelfde straffen als de dader van de ontvoering wordt gestraft hij die een minderjarige of een kwetsbaar persoon als bedoeld in artikel 428, § 2, van wie hij weet dat hij is ontvoerd, bij zich houdt.
Het apart strafbaar stellen van het bewust bij zich houden van een ontvoerd slachtoffer is niet als zelfstandig misdrijf teruggevonden; de ruime definitie van ontvoering in art. 223 ('onttrekt of onttrokken houdt') dekt mogelijk deze gedraging, maar dit is onzeker.waarschijnlijk · 50% - Art. 679. Niet-afgeven van kinderen door ouders niveau 2, Art. 680. Verzwaard niet-afgeven van kinderen door ouders niveau 3, Art. 681. Niet-naleving van de regeling omtrent het omgangsrecht niveau 2, Art. 682. Verzwarende factor
oud art. 432
§ 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro, of met een van deze straffen alleen worden gestraft :
de vader of moeder die het minderjarige kind onttrekt of poogt te onttrekken aan de rechtsvervolging, tegen dit kind ingesteld uit kracht van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming of betreffende de jeugdbijstand, die het onttrekt of poogt te onttrekken aan de bewaring van de personen aan wie de bevoegde overheid het heeft toevertrouwd, die het niet afgeeft aan degenen die het recht hebben het op te eisen of die het, zelfs met zijn toestemming, ontvoert of doet ontvoeren.
Is de schuldige geheel of ten dele ontzet uit de ouderlijke macht, dan kan de gevangenisstraf tot drie jaar worden verhoogd.
§ 2. Indien de schuldige het minderjarige kind meer dan vijf dagen verborgen houdt voor degenen die het recht hebben het op te eisen of het minderjarige kind onrechtmatig buiten het grondgebied van het Koninkrijk vasthoudt, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro, of met een van deze straffen alleen.
Is de schuldige geheel of ten dele ontzet uit de ouderlijke macht, dan is de gevangenisstraf minstens drie jaar.
§ 3. Wanneer over de bewaring van het minderjarige kind mocht zijn beslist, hetzij gedurende het verloop of ten gevolge van een geding tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed, hetzij in andere bij de wet bepaalde omstandigheden, dan worden de straffen bepaald in de §§ 1 en 2 toegepast op de vader of de moeder die het minderjarige kind onttrekt of poogt te onttrekken aan de bewaring van hen aan wie het krachtens de beslissing is toevertrouwd, die het niet afgeeft aan degenen die het recht hebben het op te eisen of die het, zelfs met zijn toestemming, ontvoert of doet ontvoeren.
§ 4. Indien over de bewaring van het minderjarige kind een aan de rechtspleging door onderlinge toestemming voorafgaande minnelijke schikking is getroffen, worden de straffen bepaald in §§ 1 en 2 toegepast op de vader of de moeder die, vanaf de datum van de opmaak van de melding van echtscheiding of van de opmaak van de akte van echtscheiding, het minderjarige kind onttrekt of poogt te onttrekken aan de bewaring van hen aan wie het krachtens de beslissing of de minnelijke schikking is toevertrouwd, die het niet afgeeft aan hen die het recht hebben het op te eisen of die het, zelfs met zijn toestemming, ontvoert of doet ontvoeren.
De verschillende gedragingen van ouders (onttrekking aan rechtsvervolging of bewaring, niet-afgeven, ontvoering, niet-naleving van het omgangsrecht) en de verzwarende factor bij ontzetting uit het ouderlijk gezag zijn verspreid over vier afzonderlijke nieuwe artikelen.waarschijnlijk · 75% - Art. 297. Sluiting van de inrichting
oud art. 433quater/5
Sluiting van de inrichting
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen, ongeacht de hoedanigheid van natuurlijke- of rechtspersoon, van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, de sluiting van de inrichting bevelen waar de inbreuken werden gepleegd, voor een termijn van één maand tot drie jaar.
Wanneer de veroordeelde niet de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting slechts worden bevolen indien de ernst van de specifieke omstandigheden dit vereist, en dit voor een periode van ten hoogste twee jaar, na dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie, de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting.
De dagvaarding voor de rechtbank wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding heeft uitgebracht, overgeschreven in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar het goed zich bevindt.
De dagvaarding bevat de gegevens van het betrokken onroerend goed bedoeld in artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 en de identificatiegegevens van de eigenaar ervan zoals bepaald in de artikelen 139 en 140 van de Hypotheekwet.
Elke beslissing wordt op de kant van de overschrijving van het proces-verbaal van de dagvaarding vermeld overeenkomstig de procedure van artikel 84 van de Hypotheekwet. De griffier van het gerecht zendt de uittreksels en de verklaring dat geen hoger beroep werd ingesteld toe aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
De sluiting van de inrichting houdt het verbod in om hierin enige activiteit uit te oefenen die verband houdt met diegene die geleid heeft tot het plegen van het misdrijf. De sluiting gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde.
De misdrijven inzake misbruik van prostitutie zitten in het nieuwe hoofdstuk over schendingen van de persoonlijke waardigheid, waarvoor artikel 297 de sluiting van de inrichting regelt, voortaan ook definitief en na de eigenaar of uitbater te hebben gehoord. Het bijna woordelijk identieke artikel 188 blijft voorbehouden aan het hoofdstuk over de seksuele integriteit, wat de zekerheid beperkt.waarschijnlijk · 60% - Art. 686. Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod niveau 2
oud art. 433quater/7
Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod
Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod is het overtreden van een van de volgende straffen:
1° de sluiting van de inrichting, zoals bedoeld in artikel 433quater/5;
2° de specifieke verboden, zoals bedoeld in artikel 433quater/6.
Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en met geldboete van duizend euro tot vijfduizend euro of met een van die straffen alleen.
De bijzondere strafbaarstelling is opgegaan in het algemene artikel 686, dat ook de verboden dekt die op grond van andere bepalingen van het wetboek zijn opgelegd. De gevangenisstraf van een tot drie jaar met geldboete van duizend tot vijfduizend euro wordt een straf van niveau 2 en de overtreding moet nu opzettelijk zijn.waarschijnlijk · 75% - Art. 261. Verzwarende factoren van mensenhandel en mensensmokkel
oud art. 433sexies
Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zevenhonderd vijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro ingeval het werd gepleegd :
1° door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer of door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen;
2° door een openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die handelt naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
De verzwaringsgronden (gezag over het slachtoffer, openbare functie) blijven inhoudelijk dezelfde, maar de vaste, verhoogde strafmaat opsluiting 5-10 jaar wordt vervangen door een in aanmerking te nemen verzwarende factor bij de straftoemeting.waarschijnlijk · 70% - Art. 260. Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel niveau 5
oud art. 433octies
Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdvijftigduizend euro in de volgende gevallen :
1° ingeval het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt zonder het oogmerk te doden;
2° ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
De verzwarende omstandigheden dood zonder doodsoogmerk en deelname aan een criminele organisatie bij mensenhandel zijn ondergebracht in de algemene verzwaringsregeling van mensenhandel, al kan niet volledig worden geverifieerd of beide elementen identiek zijn overgenomen.waarschijnlijk · 60% - Art. 262. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433novies
§ 1. In de gevallen bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies worden de schuldigen bovendien veroordeeld tot ontzetting van de in artikel 31, eerste lid genoemde rechten.
§ 2. De rechtbanken kunnen de verboden bedoeld in de artikelen 417/58, 417/59, § 2, en 433quater/6 uitspreken ten aanzien van de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar.
§ 3. Artikel 417/62 is van toepassing op de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies.
§ 4. Zonder rekening te houden met de hoedanigheid van natuurlijke persoon of rechtspersoon van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, kan de rechtbank de tijdelijke of definitieve, gedeeltelijke of volledige sluiting bevelen van de onderneming waar de misdrijven bedoeld in de artikelen 433quinquies tot 433octies gepleegd zijn, in overeenstemming met de nadere regels bepaald in de artikelen 417/57 en 433quater/5.
§ 5. Artikelen 417/59, § 3, 417/60, 433quater/6, § 3 en 433quater/7 is van toepassing op de paragrafen 1, 2 en 4.
§ 6. De bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, wordt toegepast op degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan het in artikel 433quinquies bedoelde misdrijf, zelfs wanneer de zaken waarop zij betrekking heeft geen eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring schaadt. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.
§ 7. In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis van het Wetboek van strafvordering.
Artikel 262 komt overeen met het verbeurdverklaringsluik voor de mensenhandel-afdeling, maar de overige onderdelen van het oude artikel (ontzetting van rechten, specifieke beroepsverboden, sluiting van de inrichting) worden niet door de aangeboden kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 50% - Art. 280. Verzwaard illegaal wegnemen, transplanteren, gebruiken of beheren en ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen niveau 6, Art. 284. Verzwaard faciliteren of verspreiden van illegale praktijken en aanbieden of aanvaarden van een onterecht voordeel in het kader van de handel in menselijke organen niveau 5
oud art. 433novies/10
De straffen zullen worden vastgesteld als bepaald bij het tweede en derde lid:
1° ingeval het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt;
2° ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De misdrijven bedoeld in de artikelen 433novies/2 tot 433novies/5 worden gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdvijftigduizend euro.
De misdrijven bedoeld in de artikelen 433novies/6 en 433novies/8 worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
De verzwarende omstandigheden en de bijhorende strafmaten voor de handel in menselijke organen zijn verdeeld over de verzwaarde varianten van de nieuwe orgaanhandelmisdrijven, die onder meer de dood van het slachtoffer en de deelneming aan een criminele organisatie of vereniging als verzwaring hernemen. De oude verwijzende structuur met exacte strafmaten is daarbij vervangen door strafniveaus.waarschijnlijk · 60% - Art. 286. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433novies/11
§ 1. In de gevallen bedoeld in dit Hoofdstuk worden de schuldigen bovendien veroordeeld tot ontzetting van de in artikel 31, eerste lid, genoemde rechten.
§ 2. De rechtbanken kunnen de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in dit Hoofdstuk, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar verbieden een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met het plegen van een van de in dit Hoofdstuk strafbaar gestelde feiten.
§ 3. Zonder rekening te houden met de hoedanigheid van natuurlijke persoon of rechtspersoon van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, kan de rechtbank de tijdelijke of definitieve, gedeeltelijke of volledige sluiting bevelen van de inrichting waar de misdrijven bedoeld in dit Hoofdstuk gepleegd zijn, in overeenstemming met de nadere regels bepaald in de artikelen 417/57 en 433quater/5.
§ 4. Artikelen 417/59, § 3, 417/60, 433quater/6, § 3 en 433quater/7 is van toepassing op de paragrafen 1, 2 en 3.
§ 5. De bijzondere verbeurdverklaring bedoeld in artikel 42, 1°, wordt toegepast op degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan het in dit Hoofdstuk bedoelde misdrijf, zelfs wanneer de zaken waarop zij betrekking heeft geen eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring schaadt. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.
§ 6. In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis van het Wetboek van strafvordering.
Artikel 286 is de verbeurdverklaringsbepaling van de afdeling handel in menselijke organen, maar de overige onderdelen (ontzetting van rechten, beroepsverbod, sluiting van de inrichting) worden niet door de aangeboden kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 292. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433terdecies
In de gevallen bedoeld in de artikelen 433undecies en 433duodecies worden de schuldigen bovendien veroordeeld tot de ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31, eerste lid.
De bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, wordt toegepast op de schuldigen aan het misdrijf bedoeld in artikel 433decies, zelfs ingeval de zaken waarop zij betrekking heeft niet het eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk kan doen aan de rechten van de derden op de goederen die verbeurd zouden kunnen worden verklaard. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte bedoeld in dat artikel.
(Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.)
Artikel 292 is de verbeurdverklaringsbepaling van de huisjesmelkerij-afdeling, maar de ontzetting van rechten uit het oude artikel wordt niet door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 434
Met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro worden gestraft zij die iemand aanhouden of doen aanhouden, gevangen houden, zonder een bevel van het gestelde gezag en buiten de gevallen waarbij de wet de aanhouding of de gevangenhouding van bijzondere personen toelaat of voorschrijft.
De willekeurige aanhouding of gevangenhouding door bijzondere personen is opgegaan in het ruime basismisdrijf vrijheidsberoving, dat elke wederrechtelijke ontneming van de vrijheid van komen en gaan treft. De straf stijgt daarbij fors, van gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar naar een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 75% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 435
De gevangenisstraf is zes maanden tot drie jaar en de geldboete vijftig euro tot driehonderd euro, indien de wederrechtelijke en willekeurige vrijheidsberoving langer dan tien dagen duurt.
De vroegere strafverzwaring naar duur van de vrijheidsberoving (meer dan tien dagen) is niet behouden; de basisincriminatie vrijheidsberoving (niveau 3) geldt nu ongeacht de duur.waarschijnlijk · 50% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 436
Indien de wederrechtelijke en willekeurige vrijheidsberoving langer dan een maand duurt, wordt de schuldige veroordeeld tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en tot geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.
Ook hier verdwijnt de gegradueerde verzwaring naar duur (meer dan een maand); dit is opgegaan in de ongedifferentieerde bestraffing van vrijheidsberoving op niveau 3.waarschijnlijk · 50% - Art. 230. Verzwarende factoren
oud art. 437
(Zie NOTA 1 onder TITEL) (Opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) wordt uitgesproken, indien de aanhouding verricht wordt, hetzij op een vals bevel van het openbaar gezag, hetzij in de kledij of onder de naam van een van zijn agenten, of indien de aangehouden of gevangen gehouden persoon met de dood bedreigd wordt.
De verzwarende omstandigheden (vals bevel/kledij van een agent, bedreiging met de dood) worden in artikel 230 als in aanmerking te nemen factoren opgenomen, maar dit vervangt de vaste, veel zwaardere strafmaat (opsluiting 5 tot 10 jaar) door een discretionaire verzwaring binnen het lagere niveau van de basisvrijheidsberoving.waarschijnlijk · 50% - Art. 348. Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats niveau 2, Art. 349. Verzwaarde huisvredebreuk of verzwaarde schending van een bewoonde plaats niveau 3
oud art. 439
Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet toelaat in de woning van bijzondere personen tegen hun wil binnen te treden, in een door een ander bewoond huis, appartement, kamer of verblijf, of in de aanhorigheden ervan hetzij binnendringt met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, of door middel van braak, inklimming of valse sleutels, hetzij dit goed bezet, hetzij erin verblijft zonder toestemming van de bewoners.
De oude, specifiek op geweld/braak/valse sleutels gebaseerde huisvredebreuk is opgesplitst in een basisdelict (artikel 348, binnendringen zonder toestemming) en een verzwaarde variant bij geweld, bedreiging of wapenbezit (artikel 349).waarschijnlijk · 60% - Art. 230. Verzwarende factoren
oud art. 440
De gevangenisstraf is zes maanden tot vijf jaar en de geldboete honderd euro tot vijfhonderd euro, indien het feit gepleegd wordt, hetzij op een vals bevel van het openbaar gezag, hetzij in de kledij, hetzij onder de naam van een van haar agenten, hetzij met vereniging van de volgende drie omstandigheden :
Dat het feit wordt gepleegd bij nacht;
Dat het wordt gepleegd door twee of meer personen;
Dat de schuldigen of een van hen wapens bij zich hebben.
De schuldigen kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 (...).
De specifieke verzwaring bij vals bevel, nacht, meerdere personen en wapens is niet meer als aparte strafmaat behouden, maar geldt nu als rechterlijk in aanmerking te nemen verzwarende factor bij misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid.waarschijnlijk · 50% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 441
Poging tot het in vorig artikel omschreven wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.
De specifieke strafbaarstelling van poging tot dit wanbedrijf is opgegaan in de algemene pogingsregeling, die poging bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere niveau.waarschijnlijk · 75% - Art. 348. Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats niveau 2
oud art. 442
Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro wordt gestraft hij die, zonder toestemming van de eigenaar of van de huurder, in de bij artikel 439 aangewezen plaatsen binnendringt en daar bij nacht wordt aangetroffen.
Het nieuwe artikel 348 straft het binnentreden in of bezetten van een bewoonde plaats zonder toestemming van de bewoners op zich met een straf van niveau 2, zodat de bijzondere regel over wie daar bij nacht wordt aangetroffen overbodig is geworden. De nacht is geen bestanddeel meer, wel een verzwarende omstandigheid bij andere misdrijven.waarschijnlijk · 60% - Art. 237. Belaging niveau 2
oud art. 442bis
(ingevoegd bij ) Hij die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro of met een van die straffen alleen.
Ingeval de feiten bedoeld in het eerste lid worden gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was, wordt de minimumstraf voorzien in het eerste lid verdubbeld.
...
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
De basisdefinitie van belaging is overgenomen in artikel 237, maar de verdubbeling van het strafminimum bij een kwetsbaar slachtoffer en de aandachtsfactor 'in bijzijn van een minderjarige' worden niet door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 306. Misbruik van de zwakke toestand van personen niveau 2, Art. 307. Verzwaard misbruik van de zwakke toestand van personen niveau 3
oud art. 442quater
§ 1. Eenieder die, terwijl hij kennis had van iemands fysieke of psychische zwakheid die het oordeelsvermogen van de betrokkene ernstig verstoort, bedrieglijk misbruik heeft gemaakt van die zwakheid teneinde hem ertoe te brengen een handeling te verrichten dan wel zich van een handeling te onthouden waarbij zulks diens fysieke of geestelijke integriteit dan wel diens vermogen ernstig aantast, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van deze straffen alleen.
§ 2. De straffen zijn gevangenisstraf van een maand tot vier jaar en geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro of een van deze straffen alleen in de volgende gevallen :
1° indien de in § 1 bedoelde handeling of onthouding van een handeling voortvloeit uit een toestand van fysieke of psychische onderwerping door aanwending van zware of herhaalde druk of van specifieke technieken om het oordeelsvermogen te verstoren;
2° indien het in § 1 bedoelde misbruik ten aanzien van een minderjarige is gepleegd;
3° indien de in § 1 bedoelde handeling of onthouding van een handeling hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking tengevolge heeft;
4° indien het in § 1 bedoelde misbruik een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft.
§ 3. De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien de handeling van de persoon of zijn onthouding van een handeling zijn dood heeft veroorzaakt.
§ 4. Met toepassing van de §§ 1 en 2 kan de rechtbank de veroordeelde gedurende een termijn van vijf jaar tot tien jaar geheel of ten dele ontzetten van de uitoefening van de in artikel 31, eerste lid, opgesomde rechten.
§ 5. De rechtbank kan bevelen dat het vonnis of een samenvatting ervan op kosten van de veroordeelde in een of meer dagbladen dan wel op ongeacht welke andere wijze wordt bekendgemaakt.
Het basismisdrijf misbruik van de zwakke toestand (§1) en de verzwarende omstandigheden (§2, o.a. onderwerping, minderjarige, ernstig letsel, vereniging) komen overeen met de artikelen 306 en 307; de zwaarste verzwaring bij overlijden van het slachtoffer (§3, opsluiting 10 tot 15 jaar) wordt niet door deze kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 75% - Art. 316. Specifiek verbod
oud art. 442nonies
Verbod om een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen
De rechtbanken kunnen de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in dit hoofdstuk, voor een maximale duur van vijf jaar, verbieden een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met het plegen van de in dit hoofdstuk strafbaar gestelde feiten.
Artikel 316 herneemt bijna woordelijk het verbod om gedurende ten hoogste vijf jaar een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met de feiten van de afdeling, waaronder de conversiepraktijken lijken te zijn ondergebracht. Nieuw is dat artikel 48, derde en vierde lid, over de aanvang en de wijziging van het verbod van toepassing wordt verklaard.waarschijnlijk · 70% - Art. 240. Laster niveau 1
oud art. 443
Hij die in de hierna aangeduide gevallen aan een persoon kwaadwillig een bepaald feit ten laste legt, dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen, en waarvan het wettelijk bewijs niet wordt geleverd, is schuldig aan laster, wanneer de wet het bewijs van het ten laste gelegde feit toelaat, en aan eerroof, wanneer de wet dit bewijs niet toelaat.
(Wanneer het ten laste gelegde feit hierin bestaat dat gedurende vijandelijkheden is geheuld met de vijand, hetzij door hem te helpen door het verschaffen van soldaten, manschappen, geld, levensmiddelen, wapens, munitie of materialen, hetzij door hem het betreden van het grondgebied, het zich handhaven of het verblijven aldaar door enig middel mogelijk of gemakkelijk te maken, zonder daartoe gedwongen of gevorderd te zijn, is het bewijs daarvan altijd ontvankelijk en kan het door alle middelen geleverd worden.
Wordt een genoegzaam bewijs geleverd, dan geeft de tenlastelegging geen aanleiding tot enige strafvervolging.)
Het begrip laster is overgenomen in artikel 240, maar het onderscheiden begrip 'eerroof' (wanneer de wet het bewijs niet toelaat) en de bijzondere bewijsregel voor collaboratie met de vijand zijn niet als zodanig teruggevonden.waarschijnlijk · 55% - Art. 240. Laster niveau 1
oud art. 444
De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro, wanneer de tenlasteleggingen geschieden :
Hetzij in openbare bijeenkomsten of plaatsen;
Hetzij in tegenwoordigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken;
Hetzij om het even welke plaats, in tegenwoordigheid van de beledigde en voor getuigen;
Hetzij door geschriften, al dan niet gedrukt, door prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden;
Hetzij ten slotte door geschriften, die niet openbaar gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of meegedeeld worden.
De gedetailleerde opsomming van openbaarheidsvormen is samengebald in het enkele bestanddeel dat de tenlastelegging in het openbaar gebeurt, zoals het nieuwe lasterartikel het formuleert, met een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar. Voor de belediging geldt dezelfde voorwaarde in het artikel van dezelfde afdeling, dat niet bij de kandidaten staat.waarschijnlijk · 60% - Art. 95. Toepassingsgebied
oud art. 446
Laster en eerroof jegens een gesteld lichaam worden op dezelfde wijze gestraft als laster en eerroof jegens individuele personen.
Dat laster en eerroof ook tegen een gesteld lichaam kunnen worden gepleegd, is nu geregeld doordat artikel 95 rechtspersonen uitdrukkelijk als mogelijk slachtoffer van laster en belediging aanwijst.waarschijnlijk · 70% - Art. 241. Schorsing vervolging wegens laster
oud art. 447
Hij die van laster beticht wordt wegens tenlasteleggingen, gericht, hetzij tegen dragers of agenten van het gezag of tegen enig persoon met een openbare hoedanigheid bekleed, hetzij tegen enig gesteld lichaam, naar aanleiding van feiten in verband met hun bediening, wordt toegelaten om door alle gewone middelen het bewijs van de ten laste gelegde feiten te leveren, behoudens het tegenbewijs door dezelfde middelen.
Indien het een feit betreft dat tot het private leven behoort, mag de dader van de tenlastelegging geen ander bewijs tot zijn verdediging aanvoeren dan het bewijs dat volgt uit een vonnis of uit enige andere authentieke akte.
Indien het ten laste gelegde feit het voorwerp is van een strafvervolging of een aangifte waarover nog geen uitspraak is gedaan, wordt de vordering wegens laster geschorst tot het definitief vonnis of tot de eindbeslissing van de bevoegde overheid.
(Zo de strafvordering of de tuchtvordering met betrekking tot het ten laste gelegde feit vervallen is, wordt het betrokken dossier bij het dossier van het geding wegens laster gevoegd en wordt de vordering wegens laster hervat.
In geval van een beslissing van seponering of buitenvervolgingstelling betreffende de vordering met betrekking tot het ten laste gelegde feit, wordt de vordering wegens laster hervat, onverminderd een schorsing van deze vordering wanneer het onderzoek met betrekking tot het ten laste gelegde feit een nieuwe gerechtelijke ontwikkeling kent.)
De schorsingsregeling bij een lopende strafvervolging over het ten laste gelegde feit is overgenomen in artikel 241, maar de bijzondere bewijsregeling voor ambtenaren/openbare lichamen en de beperking voor privéfeiten uit het oude artikel worden niet gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 240. Laster niveau 1
oud art. 449
Indien er op het ogenblik van het misdrijf een wettelijk bewijs van de ten laste gelegde feiten bestaat en het blijkt dat de beklaagde de tenlastelegging heeft gedaan zonder enige reden van openbaar of van privaat belang en enkel met het oogmerk om te schaden, wordt hij, als schuldig aan kwaadwillige ruchtbaarmaking, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vierhonderd euro of met een van die straffen alleen.
De regel dat een overigens bewezen feit toch als laster geldt wanneer het te kwader trouw en zonder enig belang openbaar wordt gemaakt (kwaadwillige ruchtbaarmaking), is letterlijk overgenomen als uitzondering in de definitie van laster.waarschijnlijk · 70% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 457
De vermengde spijzen, dranken, voedingswaren of voedingsmiddelen worden in beslag genomen, verbeurd verklaard en onbruikbaar gemaakt.
(Lid 2 opgeheven)
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
De rechtbank beveelt dat het vonnis zal worden aangeplakt op de plaatsen die zij bepaalt, en in zijn geheel of bij uittreksel zal worden opgenomen in de bladen die zij aanwijst; een en ander op kosten van de veroordeelde.
De verplichte aanplakking en bekendmaking van het vonnis op kosten van de veroordeelde is opgegaan in de algemene bijkomende straf van artikel 58, die nu facultatief is; de verplichte verbeurdverklaring van de vermengde waren en de bijkomende ontzetting volgen uit de algemene artikelen 53 en 47.waarschijnlijk · 50% - Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458ter
§ 1. Er is geen misdrijf wanneer iemand die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen, deze meedeelt in het kader van een overleg dat wordt georganiseerd, hetzij bij of krachtens een wet, decreet of ordonnantie, hetzij bij een met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings.
Dit overleg kan uitsluitend worden georganiseerd, hetzij met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, hetzij ter voorkoming van de misdrijven bedoeld in Titel Iter van Boek II of van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie, zoals bepaald in artikel 324bis.
De in het eerste lid bedoelde wet, decreet of ordonnantie, of de met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings bepalen ten minste wie aan het overleg kan deelnemen, met welke finaliteit en volgens welke modaliteiten het overleg zal plaatsvinden.
§ 2. De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht wat betreft de tijdens het overleg meegedeelde geheimen. Eenieder die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458.
De geheimen die tijdens dit overleg worden meegedeeld, kunnen slechts aanleiding geven tot de strafrechtelijke vervolging van de misdrijven waarvoor het overleg werd georganiseerd.
Het casusoverleg is samen met het meldrecht ondergebracht in het ruimere artikel 353 over de afwijkingen van het beroepsgeheim. Van die kandidaat is enkel paragraaf 1 zichtbaar, zodat niet kan worden nagegaan of de geheimhoudingsplicht van de deelnemers en de beperking van het gebruik van de geheimen ongewijzigd zijn overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458quater
De artikelen 458bis en 458ter zijn niet van toepassing op de advocaat voor wat betreft het meedelen van vertrouwelijke informatie van zijn cliënt wanneer die zijn cliënt mogelijk aan strafvervolging blootstelt.
Het meldrecht en het casusoverleg van de oude artikelen 458bis en 458ter zijn samengebracht in artikel 353 over de afwijkingen van het beroepsgeheim, waarin ook de uitzondering voor de advocaat thuishoort. Enkel paragraaf 1 van dat artikel is zichtbaar, zodat de overname van die uitzondering niet met zekerheid kan worden bevestigd.waarschijnlijk · 60% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 463
Diefstallen, in dit hoofdstuk niet nader omschreven, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
(In het geval bedoeld bij artikel 461, tweede lid, bedraagt de gevangenisstraf echter niet meer dan drie jaren.)
Het minimum van de straf bedraagt drie maanden gevangenisstraf en vijftig euro geldboete wanneer de diefstal werd gepleegd ten nadele van een persoon van wie de bijzonder kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.
De verzwaring van diefstal wanneer het slachtoffer kwetsbaar is wegens leeftijd, zwangerschap, ziekte of gebrek is overgenomen in artikel 466, maar de basisincriminatie 'gewone' diefstal zelf zit niet in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 55% - Art. 474. Verzwarende factoren van diefstal en afpersing
oud art. 464
De gevangenisstraf is ten minste drie maanden, indien de dief een dienstbode of een loondienaar is, zelfs wanneer hij de diefstal gepleegd heeft ten nadele van andere personen dan die welke hij diende, maar die zich bevonden hetzij in het huis van de meester, hetzij in het huis waar hij hem vergezelde, of indien de dief een werkman, gezel of leerling is, die de diefstal heeft gepleegd in het huis, het werkhuis of het magazijn van zijn meester, of ook indien de dief een persoon is die gewoonlijk arbeid verricht in de woning waar hij gestolen heeft.
De verhoging van het strafminimum voor de dienstbode, werkman of huisgenoot die steelt bij zijn meester is vervangen door een verzwarende factor waarmee de rechter rekening houdt wanneer de diefstal ten nadele van de werkgever van de dader werd gepleegd. Het gaat dus niet langer om een dwingend strafminimum maar om een element van de straftoemeting.waarschijnlijk · 75% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 465
In de gevallen van de vorige artikelen kunnen de schuldigen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 (...).
De mogelijkheid om bij diefstal bovendien de ontzetting van rechten uit te spreken is opgegaan in de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten van boek I. Het hoofdstuk over de onrechtmatige toe-eigening van goederen bevat daarover geen eigen bepaling meer.waarschijnlijk · 65% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 466
Poging tot een van de diefstallen, in de vorige artikelen vermeld, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
De eigen, lagere strafmaat voor poging tot diefstal verdwijnt. De poging wordt voortaan volledig beheerst door de algemene regeling van de strafbare poging in artikel 9 van boek I.waarschijnlijk · 75% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 467
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Diefstal wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) :
Indien hij gepleegd wordt door middel van braak, inklimming of valse sleutels;
Indien hij gepleegd wordt door een openbaar ambtenaar door middel van zijn ambtsbediening;
Indien de schuldigen of een van hen de titel of de kentekens van een openbaar ambtenaar aannemen of een vals bevel van het openbaar gezag inroepen.
Sommige verzwarende omstandigheden (valse identiteit, kwetsbaar slachtoffer, nacht) keren terug in art. 466, maar braak/inklimming/valse sleutels en ambtsmisbruik als aparte verzwarende factoren voor diefstal zonder geweld zijn niet expliciet hernomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 467. Diefstal met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 469
Met diefstal gepleegd door middel van geweld of bedreiging wordt gelijkgesteld het geval waarin de dief op heterdaad betrapt wordt en geweld of bedreigingen gebruikt hetzij om in het bezit van de weggenomen voorwerpen te kunnen blijven, hetzij om zijn vlucht te verzekeren.
De gelijkstelling van geweld of bedreiging bij betrapping op heterdaad, om de buit te behouden of te vluchten, met diefstal door geweld wordt niet meer apart geregeld, maar valt onder de algemene definitie van diefstal met geweld of bedreiging.waarschijnlijk · 50% - Art. 464. Afpersing
oud art. 470
Met de straffen, bij het artikel 468 bedoeld, wordt gestraft alsof hij een diefstal met geweld of bedreiging had gepleegd, hij die opzettelijk met behulp van geweld of bedreiging hetzij een goed, hetzij een ongeoorloofd voordeel verkrijgt.
De omschrijving dat het opzettelijk met geweld of bedreiging verkrijgen van een goed of voordeel wordt gestraft als diefstal met geweld, komt overeen met de nieuwe definitie van afpersing in art. 464; het bijhorende strafartikel (art. 468) zit niet bij de kandidaten.waarschijnlijk · 65% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6, Art. 474. Verzwarende factoren van diefstal en afpersing
oud art. 471
(Zie NOTA 1 onder TITEL) In de gevallen van de artikelen 468, 469 en 470 is de straf de ops luiting van tien jaar tot vijftien jaar :
indien het misdrijf wordt gepleegd door middel van braak, inklimming of valse sleutels;
indien het misdrijf wordt gepleegd door een openbaar ambtenaar door middel van zijn ambtsbediening;
indien de schuldigen of een van hen de titel of de kentekens van een openbaar ambtenaar aannemen of een vals bevel van het openbaar gezag inroepen;
indien het misdrijf gepleegd wordt bij nacht;
indien het misdrijf gepleegd wordt door twee of meer personen;
indien de schuldige, om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een voertuig of enig ander al of niet met een motor aangedreven tuig;
indien het misdrijf gepleegd wordt ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was.
Nacht, meerdere daders, het inroepen van een vals bevel van het openbaar gezag en een kwetsbaar slachtoffer keren terug als wettelijke verzwaring in artikel 469, par. 1 met een straf van niveau 4 in plaats van opsluiting van tien tot vijftien jaar, terwijl de openbare functie en het gebruik van een voertuig nog slechts straftoemetingsfactoren zijn in artikel 474. Braak, inklimming en valse sleutels zijn als verzwaring verdwenen.waarschijnlijk · 65% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 472
(Zie NOTA 1 onder TITEL) In de gevallen van de artikelen 468, 469 en 470 is de straf de opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar :
indien het misdrijf wordt gepleegd onder twee van de in artikel 471 vermelde omstandigheden;
indien wapens of op wapens gelijkende voorwerpen worden gebruikt of getoond, of indien de schuldige doet geloven dat hij gewapend is;
indien de schuldige, om het misdrijf te plegen of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van weerloos makende of giftige stoffen;
indien de schuldige, om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een voertuig of enig ander al of niet met een motor aangedreven tuig, dat verkregen is door een misdaad of een wanbedrijf;
indien de schuldige, om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig voorzien van kentekens of toestellen waardoor verwarring kan ontstaan met een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig van de ordediensten.
De verzwaring wegens wapens of weerloosmakende stoffen is terug te vinden in art. 469 §2 (niveau 5); het gebruik van een gestolen voertuig of een voertuig met valse ordediensten-kentekens is niet als aparte grond hernomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 473
(Zie NOTA 1 onder TITEL) In de gevallen van de artikelen 468, 469, 470 en 471 is de straf (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar, indien het geweld of de bedreiging, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge heeft.
Dezelfde straf wordt toegepast, indien de boosdoeners de personen (hebben onderworpen aan de handelingen bedoeld in artikel 417/2, eerste lid.)
In de gevallen van artikel 472 wordt de straf op (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar) gebracht.
Geweld of bedreiging met zware letsels tot gevolg is nu de integriteitsaantasting van de derde graad met een straf van niveau 5 (artikel 469, par. 2) en de foltering levert niveau 6 op (artikel 469, par. 3), tegenover opsluiting van vijftien tot twintig jaar en twintig tot dertig jaar in het oude artikel.waarschijnlijk · 70% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 476
De straffen, bij de artikelen 473 tot 475 bepaald, worden zelfs dan toegepast wanneer de voltooiing van de diefstal of van de afpersing wordt verhinderd door omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de schuldigen.
Dat de zware straffen ook gelden wanneer de voltooiing van het misdrijf werd verhinderd, is terug te vinden in artikel 469, paragraaf 3, dat poging tot de zwaarste vormen van diefstal met geweld of afpersing gelijkstelt met het voltooide misdrijf.waarschijnlijk · 60% - Art. 471. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal zonder geweld of bedreiging niveau 4, Art. 473. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing van kernmateriaal niveau 6
oud art. 477bis
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De diefstal van kernmateriaal wordt gestraft met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar :
1° indien hij gepleegd wordt door middel van geweld of bedreiging;
2° indien hij gepleegd wordt door middel van braak, inklimming of valse sleutels;
3° indien hij gepleegd wordt door een openbaar ambtenaar door middel van zijn ambtsbediening;
4° indien de schuldigen of een van hen de titel of de kentekens van een openbaar ambtenaar hebben aangenomen of een vals bevel van het openbaar gezag hebben ingeroepen.
De oude bepaling verzwaart diefstal van kernmateriaal zowel bij geweld als bij braak/ambtsmisbruik/vals bevel onder één strafmaat; het nieuwe wetboek splitst dit in een verzwaring zonder geweld (art. 471) en met geweld (art. 473) met verschillende strafniveaus.waarschijnlijk · 50% - Art. 472. Diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en afpersing van kernmateriaal niveau 4
oud art. 477ter
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Afpersing van kernmateriaal door middel van geweld of bedreiging wordt gestraft met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar.
Afpersing van kernmateriaal door geweld of bedreiging is hernomen in art. 472, dat diefstal en afpersing van kernmateriaal met geweld samen bestraft met niveau 4.waarschijnlijk · 75% - Art. 472. Diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en afpersing van kernmateriaal niveau 4
oud art. 477quater
Met diefstal of afpersing van kernmateriaal, gepleegd door middel van geweld of bedreiging, wordt gelijkgesteld het geval waarin de dief of de afperser op heterdaad betrapt, geweld heeft gepleegd of bedreigingen heeft geuit, ofwel om het ontvreemde kernmateriaal in zijn bezit te houden, ofwel om zijn vlucht te dekken.
De gelijkstelling van geweld bij betrapping op heterdaad met diefstal van kernmateriaal door geweld is niet apart geregeld, maar valt onder de algemene definitie van diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging.waarschijnlijk · 50% - Art. 473. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing van kernmateriaal niveau 6, Art. 474. Verzwarende factoren van diefstal en afpersing
oud art. 477quinquies
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De diefstal of de afpersing van kernmateriaal gepleegd door middel van geweld of bedreiging, alsmede het feit bedoeld in artikel 477quater; worden gestraft met (opsluiting) van vijftien tot twintig jaar :
1° indien zij gepleegd worden door middel van braak, inklimming of valse sleutels;
2° indien zij gepleegd worden door een openbaar ambtenaar door middel van zijn ambtsbediening;
3° indien de schuldigen of een van hen de titel of de kentekens van een openbaar ambtenaar aannemen of een vals bevel van het openbaar gezag inroepen;
4° indien zij gepleegd worden bij nacht;
5° indien zij gepleegd worden door twee of meer personen;
6° indien de schuldige, om de afpersing te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig.
Diverse verzwarende omstandigheden (braak, ambtsmisbruik, vals bevel, nacht, meerdere daders, voertuig) zijn verspreid over de verzwaarde kernmateriaalbepaling van art. 473 en de algemene afwegingsfactoren van art. 474.waarschijnlijk · 50% - Art. 473. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing van kernmateriaal niveau 6
oud art. 477sexies
(Zie NOTA 1 onder TITEL) § 1. De diefstal of de afpersing van kernmateriaal met behulp van geweld of bedreiging alsmede het feit bedoeld in artikel 477quater, worden gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar) :
1° indien zij gepleegd worden onder twee van de omstandigheden vermeld in artikel 477quinquies;
2° indien wapens of op wapens gelijkende voorwerpen worden gebruikt of getoond, of indien de schuldige doet geloven dat hij gewapend is;
3° indien de schuldige, om het feit te plegen of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van weerloosmakende of giftige stoffen;
4° indien de schuldige, om het feit te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een gestolen voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven gestolen tuig;
5° indien de schuldige, om het feit te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren, gebruik maakt van een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig voorzien van kentekens of toestellen waardoor de verwarring kan ontstaan met een motorvoertuig of enig ander met een motor aangedreven tuig van de ordediensten.
§ 2. Dezelfde feiten worden gestraft met dezelfde straf :
1° indien het geweld of de bedreiging, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan of een zware verminking heeft veroorzaakt;
2° (indien de boosdoeners de personen aan de handelingen bedoeld in artikel 417/2, eerste lid, hebben onderworpen);
3° indien het geweld of de bedreiging gepleegd zonder het oogmerk te doden, toch de dood heeft veroorzaakt.
§ 3. De straf bepaald bij § 2 wordt zelfs dan toegepast wanneer de voltooiing van de diefstal of van de afpersing wordt verhinderd door omstandigheden, onafhankelijk van de wil van de schuldigen.
De zwaarste verzwaringen (wapens, weerloosmakende stoffen, foltering, dood zonder oogmerk om te doden) voor diefstal/afpersing van kernmateriaal met geweld komen overeen met art. 473 §2-§3, al dekt dat artikel niet elk afzonderlijk element (bv. gestolen voertuig, vals kenteken).waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 478
Diefstal bij nacht is de diefstal gepleegd meer dan een uur voor zonsopgang en meer dan een uur na zonsondergang.
De tijdsbepaling van de nacht, meer dan een uur voor zonsopgang en na zonsondergang, hoort thuis bij de algemene definities van de voorafgaande titel van boek II. De nacht zelf blijft een verzwarende factor, onder meer bij diefstal en afpersing (artikel 474) en bij brandstichting (artikel 510).waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 479
Als bewoond huis wordt beschouwd elk gebouw, appartement, verblijf, loods, elke zelfs verplaatsbare hut of elke andere gelegenheid die tot woning dient.
Het nieuwe wetboek gebruikt het begrip bewoond huis nog steeds, onder meer in artikel 519, zodat de omschrijving ervan bij de algemene definities van boek II is ondergebracht. Niet bewoonde ruimtes worden apart beschermd door artikel 350.waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 483
Onder geweld verstaat de wet daden van fysieke dwang gepleegd op personen.
Onder bedreiging verstaat de wet alle middelen van morele dwang door het verwekken van vrees voor een dreigend kwaad.
Geweld als fysieke dwang en bedreiging als morele dwang blijven bestanddeel van onder meer de artikelen 467, 518 en 690, zodat de omschrijving ervan is opgenomen bij de algemene definities van de voorafgaande titel van boek II.waarschijnlijk · 60% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 484
Braak bestaat in het openbreken, stukbreken, beschadigen, afbreken of wegnemen van om het even welke in- of uitwendige sluiting van enig huis, gebouw, bouwwerk of aanhorigheden, van een vaartuig, een wagon, een voertuig; in het openbreken van gesloten kasten of meubels, bestemd om ter plaatse te blijven en om de daarin besloten voorwerpen te beveiligen.
Braak verdwijnt als gedefinieerde verzwaring van diefstal; de verzwaarde diefstal zonder geweld werkt nu met het ruimere binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats, bestraft met een straf van niveau 3, waarin de oude gevallen van braak opgaan zonder dat de omschrijving behouden blijft.waarschijnlijk · 50% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 485
Met diefstal door middel van braak worden gelijkgesteld :
Het wegnemen van de meubels waarvan sprake in het vorige artikel;
De diefstal gepleegd met zegelverbreking.
De braak met haar gelijkstellingen verdwijnt als afzonderlijke verzwaring en gaat op in de verzwaarde diefstal, die werkt met het binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats. Het verbreken van zegels blijft daarnaast zelfstandig strafbaar als misdrijf tegen de rechtsbedeling (artikel 666).waarschijnlijk · 50% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 486
Inklimming wordt genoemd :
Het binnenkomen over muren, deuren, daken of om het even welke andere afsluiting, in huizen, gebouwen, binnenplaatsen, neerhoven, bouwwerken van welke aard ook, tuinen, parken, besloten erven;
Het binnenkomen door een ondergrondse opening die niet gemaakt is om tot toegang te dienen.
Inklimming verdwijnt als afzonderlijke verzwaring met eigen definitie; het binnenkomen over muren, daken of afsluitingen valt nu onder het binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats van de verzwaarde diefstal, met een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 50% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 487
Valse sleutels worden genoemd :
Alle haken, opstekers, lopers, nagebootste, nagemaakte of vervalste sleutels;
Sleutels die door de eigenaar, huurder, logementhouder, of kamerverhuurder niet bestemd zijn voor de sloten, hangsloten of voor welk sluitwerk ook, waartoe de schuldige ze gebruikt;
Verloren, zoekgeraakte of weggenomen sleutels die tot het plegen van de diefstal dienen.
Evenwel is het gebruik van valse sleutels alleen dan een verzwarende omstandigheid, wanneer zij dienen om voorwerpen te openen, waarvan de braak een verzwaring van straf ten gevolge zou hebben.
De wettelijke opsomming van valse sleutels vervalt, samen met de beperking dat de verzwaring enkel geldt bij voorwerpen waarvan braak de straf verzwaart. Het gebruik van dergelijke sleutels gaat op in het binnendringen dat de verzwaarde diefstal strafbaar stelt.waarschijnlijk · 50% - Art. 80. Bijzondere definities
oud art. 487bis
§ 1. Onder kernmateriaal wordt kernmateriaal verstaan dat wordt bedoeld in artikel 1, 8e streepje, van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
§ 2. Onder radioactief materiaal wordt verstaan : alle kernmateriaal of andere radioactieve stoffen met nucliden die spontaan worden gespleten, proces dat gepaard gaat met de emissie van een of meer soorten ioniserende straling, zoals alfa-, bèta-, gamma- en neutronenstraling, en die wegens de radiologische of splijtbare eigenschappen ervan de dood, ernstig lichamelijk letsel of aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu zouden kunnen veroorzaken.
§ 3. Onder nucleaire installatie wordt verstaan :
a) alle kernreactoren, daaronder begrepen een reactor aan boord van een vaartuig, van een voertuig, van een luchtvaartuig of van een ruimtevaartuig als energiebron die dient om voornoemd vaartuig, voertuig, luchtvaartuig of ruimtevaartuig voort te stuwen, of voor enig ander doeleinde;
b) alle apparatuur of vervoersinstrumenten om radioactief materiaal te vervaardigen, op te slaan, op te werken of te vervoeren.
§ 4. Onder instrument wordt verstaan :
a) alle nucleaire explosiemiddelen; of
b) alle instrumenten ter verspreiding van radioactief materiaal of alle instrumenten die straling uitzenden en die, wegens de radiologische eigenschappen ervan, de dood, ernstig lichamelijk letsel of aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu veroorzaken.
§ 5. Onder exploitant van een installatie waar nucleair materiaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen, wordt elke natuurlijke of rechtspersoon verstaan die verantwoordelijk is voor een dergelijke installatie.
§ 6. Onder persoon die extern is aan een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt, wordt de natuurlijke persoon verstaan die niet rechtstreeks of onrechtstreeks door een arbeidsovereenkomst, een stage- of opleidingsovereenkomst of een contract voor de uitvoering van werken of diensten verbonden is aan een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt.
De definities van kernmateriaal, radioactief materiaal, nucleaire installatie, instrument en exploitant zijn opgegaan in de bijzondere definities van de voorafgaande titel van boek II. Zij bedienen onder meer het hoofdstuk over de externe beveiliging van kernmateriaal (artikelen 412 tot 418) en de diefstal van kernmateriaal (artikelen 470 tot 473).waarschijnlijk · 60% - Art. 490. Eenvoudige bankbreuk niveau 1
oud art. 489bis
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in artikel 489 die :
1° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen;
2° verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;
3° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;
4° met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel XX.102 van het Wetboek van economisch recht gestelde termijn aangifte te doen van het faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel XX.103 van hetzelfde wetboek te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt.
Artikel 490 bundelt de gedragingen van eenvoudige bankbreuk uit verschillende oude artikelen en herneemt de aankopen beneden de koers, het verhullen van uitgaven of verliezen en het bevoordelen van een schuldeiser. De gevangenisstraf van een maand tot twee jaar met geldboete tot vijfhonderdduizend euro wordt een straf van niveau 1.waarschijnlijk · 75% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 490
Alle arresten of vonnissen van veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 489, 489bis en 489ter, bevelen dat de beslissing op kosten van de veroordeelde bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Het uittreksel bevat :
1° de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, alsmede het adres en het het ondernemingsnummer, van de veroordeelden en, in voorkomend geval, de handelsnaam of de benaming en de zetel van de faillietverklaarde ondernemingen waarvan zij in rechte of in feite bestuurder zijn;
2° de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;
3° de strafbare feiten die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen; wanneer, wegens eenheid van opzet, een enkele straf is uitgesproken uit hoofde van een van de voornoemde strafbare feiten en uit hoofde van andere strafbare feiten, vermelden de uittreksels alle strafbare feiten die met deze ene straf worden gestraft.
De verplichte bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van veroordelingen wegens bankbreuk is opgegaan in de algemene bijkomende straf van artikel 58, die de rechter facultatief kan opleggen; de gedetailleerde inhoud van het uittreksel is niet overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 504. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 492
De bepaling van artikel 462 is toepasselijk op het misdrijf in het vorige artikel omschreven.
De uitbreiding van de familiale strafuitsluiting tot misbruik van vertrouwen is opgegaan in de strafuitsluitende verschoningsgrond die het hoofdstuk over de onrechtmatige toe-eigening van goederen afsluit. Die grond dekt het volledige hoofdstuk en dus ook het misbruik van vertrouwen van artikel 475.waarschijnlijk · 55% - Art. 478. Woeker niveau 2
oud art. 494
Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van duizend euro tot tienduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die zich wegens een in enigerlei vorm aangegane geldlening voor zichzelf of voor een ander een interest of andere voordelen doet beloven, die de wettelijke interest overschrijden, indien hij er een gewoonte van maakt de zwakheden of de hartstochten van de lener te misbruiken.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die zich wegens een in enigerlei vorm aangegane geldlening voor zichzelf of voor een ander een interest of andere voordelen doet beloven, die klaarblijkelijk de normale interest en de dekking van het risico van die lening overschrijden, indien hij er een gewoonte van maakt de behoeften of de onwetendheid van de lener te misbruiken.
In de gevallen van dit artikel vermindert de rechter, op vordering van elke benadeelde partij, haar verplichtingen overeenkomstig artikel 1907ter van het Burgerlijk Wetboek.
Woeker is overgenomen in art. 478, maar de nieuwe bepaling vereist niet langer dat de dader er een 'gewoonte' van maakt de zwakheden of behoeften van de lener te misbruiken, waardoor het toepassingsgebied ruimer is dan onder het oude recht.waarschijnlijk · 78% - Art. 479. Oplichting niveau 3
oud art. 496
Hij die, met bedrieglijk opzet, beoogt een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander te verwerven, hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door listige kunstgrepen aan te wenden om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro.
Indien de in het eerste lid bedoelde feiten zijn gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro.
(Poging tot het wanbedrijf omschreven in het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweeduizend euro.)
(In de gevallen in de vorige leden omschreven kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.)
De kernbestanddelen van oplichting (valse hoedanigheid, listige kunstgrepen) zijn overgenomen in art. 479, maar de verzwarende omstandigheid voor kwetsbare slachtoffers en de specifieke, mildere pogingstraf uit het oude artikel keren niet terug in de aangeboden kandidaat.waarschijnlijk · 65% - Art. 481. Bedriegerij omtrent de waarde van de munt niveau 2
oud art. 497
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft :
(Zij die met bedrieglijk opzet aan een in België of in het buitenland wettelijk gangbare munt de schijn geven of pogen te geven van een munt van grotere waarde;
Zij die munten uitgeven of pogen uit te geven, waaraan de schijn is gegeven van munten van grotere waarde, of zodanige munten in het land invoeren of pogen in te voeren met het doel die in omloop te brengen.)
Zij die stukken metaal zonder enige muntslag uitgeven of pogen uit te geven voor muntstukken.
Het geven van een hogere schijnwaarde aan munten en het uitgeven of invoeren ervan is overgenomen in art. 481; de derde gedraging (het uitgeven van ongemunt metaal als muntstuk) wordt door deze kandidaat niet duidelijk gedekt.waarschijnlijk · 70% - Art. 485. Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen niveau 1
oud art. 501bis
Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van zesentwintig tot driehonderd euro of met één dezer straffen alleen, hij die, zonder het in artikel 500 vereiste bedrieglijk opzet, vervalste (voedingsmiddelen) heeft verkocht, gesloten of te koop gesteld.
Het oude onderscheid tussen verkoop met bedrieglijk opzet (art. 500, zwaarder gestraft) en verkoop zonder dat opzet (dit artikel, lichter gestraft) is verdwenen: art. 485 straft elke opzettelijke verkoop van vervalste voedingsmiddelen nu op hetzelfde, uniforme niveau.waarschijnlijk · 60% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 502
In de gevallen (van de artikelen 500 en 501) kan de rechtbank bevelen dat het vonnis zal worden aangeplakt op de plaatsen die zij bepaalt, en in zijn geheel of bij uittreksel zal worden opgenomen in de bladen die zij aanwijst; een en ander op kosten van de veroordeelde.
(Lid 2 opgeheven)
De facultatieve aanplakking of publicatie van het vonnis bij oplichting is vervangen door de algemene regeling van bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling.waarschijnlijk · 55% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 503
De vervalste voedingsmiddelen die in het bezit van de schuldige worden gevonden, worden in beslag genomen en verbeurd verklaard.
Nochtans moeten die voedingsmiddelen, wanneer zij ingevolge de vervalsing voor de voeding ongeschikt zijn gemaakt en wegens hun aard of toestand niet kunnen worden bewaard, na monsterneming worden vernietigd of gedenatureerd door de bekeurende beambte, bijgestaan door een ambtenaar bedoeld in artikel 11 van de wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, welke personen gezamenlijk de processen-verbaal van de inbeslagneming en vernietiging of denaturering van die voedingsmiddelen ondertekenen. In ieder geval wordt de verbeurdverklaring bevolen.
De voedingsmiddelen die niettegenstaande hun vervalsing voor de voeding geschikt blijven, mogen worden overgemaakt aan een van een ondergeschikt bestuur afhangende inrichting voor maatschappelijk dienstbetoon, hetzij onmiddellijk na monsterneming zo het voedingsmiddelen betreft die niet voor bewaring vatbaar zijn, hetzij na rechterlijke beslissing waarbij de verbeurdverklaring wordt bevolen, zo deze voedingsmiddelen vatbaar zijn voor bewaring.
De verplichte inbeslagname en verbeurdverklaring van de vervalste voedingsmiddelen valt nu onder de algemene verbeurdverklaring van artikel 53, par. 2; de praktische regels over monsterneming, vernietiging of denaturering en overdracht aan sociale instellingen zijn niet overgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 504. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 504
De bepaling van artikel 462 is toepasselijk op de misdrijven, in de artikelen 496, 498 en 499 omschreven.
Ook de uitbreiding van de familiale strafuitsluiting tot oplichting en verwante bedriegerijen is opgegaan in de strafuitsluitende verschoningsgrond aan het einde van het hoofdstuk over de onrechtmatige toe-eigening van goederen, die onder meer de artikelen 479, 498 en 499 bestrijkt.waarschijnlijk · 55% - Art. 487. Actieve en passieve private omkoping niveau 2
oud art. 504ter
§ 1. In geval van private omkoping is de straf een gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en een geldboete van 100 euro tot 100 000 euro of één van die straffen.
§ 2. Indien de vraag bedoeld in artikel 504bis, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 504bis, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 504bis, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 100 euro tot 50 000 euro of één van die straffen.
De strafmaat voor private omkoping is nu opgenomen in art. 487, § 3 zelf (straf van niveau 2); het onderscheid tussen het gewone geval en de zwaardere combinatie van vraag gevolgd door voorstel, dat het oude artikel nog kende, is niet behouden.waarschijnlijk · 55% - Art. 502. Witwassen niveau 3, Art. 504. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 505
1° zij die weggenomen, verduisterde of door misdaad of wanbedrijf verkregen goederen of een gedeelte ervan helen;
2° (zij die zaken bedoeld in artikel 42, 3°, kopen, ruilen of om niet ontvangen, bezitten, bewaren of beheren, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen, de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen;)
3° zij die de zaken, bedoeld in artikel 42, 3°, (omzetten of overdragen) met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon die betrokken is bij een misdrijf waaruit deze zaken voortkomen, te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden;
4° (zij die de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de in artikel 42, 3°, bedoelde zaken verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen.)
(De in het eerste lid, 3° en 4°, genoemde misdrijven bestaan, indien de dader ervan ook dader, mededader van of medeplichtige is aan het misdrijf waaruit de zaken genoemd in artikel 42, 3°, voortkomen. De in het eerste lid, 1° en 2°, genoemde misdrijven bestaan, ook indien de dader ervan eveneens de dader, mededader van of medeplichtige is aan het misdrijf waaruit de zaken genoemd in artikel 42, 3°, voortkomen, wanneer dit misdrijf in het buitenland is gepleegd en in België niet kan worden vervolgd.)
De onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, §§ 1 en 4 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, alsmede hun bestuurders, aangestelden en lasthebbers, blijven vrij van straf voor de in het eerste lid, 2° en 4° bedoelde misdrijven, voor zover zij zich, ten aanzien van de betrokken feiten gepleegd in het raam van andere fiscale fraude dan ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, hebben geconformeerd aan de wetgeving en reglementering inzake de bestrijding van fiscale fraude waaronder deze die voortvloeien uit de wet van 18 september 2017.
De zaken bedoeld (in het eerste lid, 1°) van dit artikel maken het voorwerp uit van (het misdrijf dat gedekt is door deze bepaling), in de zin van artikel 42, 1°, en zij worden verbeurdverklaard, ook indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat (deze straf) nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurd verklaring, schaadt.
(De in het eerste lid, 3° en 4°, bedoelde zaken zijn het voorwerp van de door deze bepalingen bedoelde misdrijven in de zin van artikel 42, 1°, en worden verbeurd verklaard ten aanzien van alle daders, mededaders of medeplichtigen van die misdrijven, ook al heeft de veroordeelde die zaken niet in eigendom. Die straf mag evenwel geen schade berokkenen aan de rechten die derden op de voor verbeurdverklaring vatbare goederen kunnen doen gelden. Zo die zaken niet in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen, gaat de rechter over tot een raming van de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend geldbedrag. In dat geval kan de rechter dat bedrag evenwel verminderen teneinde de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.
De in het eerste lid, 2°, bedoelde zaken zijn het voorwerp van het door deze bepaling bedoeld misdrijf in de zin van artikel 42, 1°, en worden verbeurd verklaard ten aanzien van alle daders, mededaders of medeplichtigen van die misdrijven, ook al heeft de veroordeelde die zaken niet in bezit. Daarbij mag die straf geen schade berokkenen aan de rechten die derden op de voor verbeurdverklaring vatbare goederen kunnen doen gelden. Zo die zaken niet in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden aangetroffen, gaat de rechter over tot een raming van de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een geldbedrag dat in verhouding staat tot de mate waarin de veroordeelde bij het misdrijf betrokken was.)
Poging tot een van de misdrijven bedoeld in 2°, 3° en 4° van dit artikel wordt bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro of met een van die straffen alleen.
De personen die krachtens deze bepalingen worden gestraft, kunnen bovendien veroordeeld worden tot ontzetting, overeenkomstig artikel 33.
De witwasgedragingen (kopen/bezitten, omzetten, verhullen van herkomst) en de vrijstelling voor meldingsplichtige entiteiten zijn overgenomen in de artikelen 502 en 504; het eerste onderdeel van dit artikel, de gewone heling, wordt elders geregeld (art. 501) maar is hier niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 60% - Art. 501. Heling niveau 3, Art. 503. Verzwaarde heling en verzwaard witwassen niveau 4
oud art. 505bis
Zij die weggenomen, verduisterde of door de misdaad of het wanbedrijf bedoeld in artikel 433 verkregen zaken of een gedeelte ervan helen, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 505, eerste lid, waarbij de minimumstraf in het geval van gevangenisstraf wordt verhoogd tot drie maanden en in het geval van geldboete tot duizend euro.
De heling van weggenomen of verduisterde zaken met een opgetrokken strafminimum gaat op in het algemene helingsartikel (niveau 3) en in de verzwaarde heling (niveau 4); het verhogen van het minimum tot drie maanden gevangenisstraf of duizend euro als techniek verdwijnt en de verzwaring geldt nu enkel in de limitatief opgesomde gevallen.waarschijnlijk · 60% - Art. 501. Heling niveau 3
oud art. 506
Ingeval de straf, toepasselijk op de daders van de misdaad, levenslange opsluiting of opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar is, worden (de in de artikelen 505 en 505bis bedoelde helers) veroordeeld tot opsluiting van vijf jaar tot tien jaar indien bevonden wordt dat zij ten tijde van de heling kennis droegen van de omstandigheden waaraan de wet levenslange opsluiting of opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar verbindt.
De vroegere gegradueerde verzwaring van heling naargelang de zwaarte van het onderliggende misdrijf is niet behouden; heling wordt nu ongedifferentieerd op niveau 3 bestraft.waarschijnlijk · 50% - Art. 500. Uitgifte van cheques zonder dekking niveau 1
oud art. 509
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro wordt gestraft hij die zich gelden, waarden of schuldbevrijdingen bedrieglijk aanschaft door middel van een effect, getrokken op een persoon die niet bestaat of van wie hij weet dat hij zijn schuldenaar niet is of op de vervaldag niet zijn zal, en die hem niet heeft gemachtigd op hem te trekken.
De vervolging zal echter niet plaatshebben of zal worden gestaakt, indien het effect betaald is of indien fonds bezorgd is op het ogenblik dat het bedrog ontdekt wordt, tenzij de betrokkene klacht heeft gedaan.
In dat geval wordt de schuldige veroordeeld tot gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en tot geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro of tot een van die straffen alleen.
Het bedrieglijk verkrijgen van gelden met een effect getrokken op een onbestaande of niet-gemachtigde betrokkene sluit inhoudelijk aan bij de uitgifte van titels zonder toereikende en beschikbare dekking; de gevangenisstraf van een maand tot twee jaar wordt een straf van niveau 1 en de regel dat de vervolging vervalt bij betaling of fondsvoorziening keert niet terug.waarschijnlijk · 55% - Art. 479. Oplichting niveau 3
oud art. 509ter
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft :
1° Hij die, na een factuur te hebben geëndosseerd, wetens het bedrag ervan int ten eigen bate;
2° Hij die, na het origineel of een duplicaat van een factuur te hebben geëndosseerd, zich wetens geld doet ter hand stellen of enig voordeel doet toekennen dank zij het endossement van een ander exemplaar (het origineel of een duplicaat) van dezelfde factuur;
3° Hij die zich geld doet afgeven of zich enig voordeel doet toekennen door wetens een factuur betreffende een wettelijk teniet gegane verbintenis te endosseren.
Het bedrieglijk endosseren of innen van facturen is niet als apart misdrijf overgenomen. Dergelijke feiten vallen voortaan onder de algemene oplichting, die het aanwenden van listige kunstgrepen om zich geld of een voordeel te doen afgeven strafbaar stelt.waarschijnlijk · 50% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 511
Met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft zij die in brand steken, hetzij de onroerende eigendommen in artikel 510 vermeld, hetzij schepen, vaartuigen en vliegtuigen, maar buiten de gevallen in dat artikel omschreven, hetzij wouden, bossen, schaarhout of vruchten te velde.
Indien de eigendommen echter uitsluitend toebehoren aan hen die ze hebben in brand gestoken, en de brand met kwaad of bedrieglijk opzet is gesticht, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
De algemene definitie van brandstichting in art. 505 dekt het opzettelijk in brand steken van deze goederen, maar het oude, op het type eigendom gebaseerde onderscheid met de zwaardere straf (opsluiting tien tot vijftien jaar) is verlaten ten voordele van een op de gevolgen gebaseerde structuur (art. 506-509), die hier niet als kandidaat is aangeboden.waarschijnlijk · 55% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 512
Met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro worden gestraft zij die opzettelijk de roerende goederen die aan een ander toebehoren in brand steken, met uitzondering van schepen, vaartuigen en vliegtuigen, en op voorwaarde dat de daad aan anderen ernstig nadeel kan berokkenen.
Indien de roerende goederen uitsluitend toebehoren aan hen die ze hebben in brand gestoken en de brand met kwaad of bedrieglijk opzet is gesticht, zijn de straffen zes maanden tot drie jaar gevangenisstraf en geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
Het opzettelijk in brand steken van roerende goederen valt onder de algemene definitie van art. 505, maar het oude onderscheid met een lagere straf voor brandstichting van eigen goederen met bedrieglijk opzet is niet behouden.waarschijnlijk · 55% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 514
Wanneer op brandstichting gevangenisstraf gesteld is, wordt de poging tot brandstichting gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
De eigen strafmaat voor poging tot brandstichting is vervangen door de algemene regeling van de strafbare poging in boek I, die de straf van het onmiddellijk lagere niveau oplegt.waarschijnlijk · 75% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 515
In de gevallen in de vorige artikelen omschreven, kan de schuldige die tot gevangenisstraf veroordeeld wordt, bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 (...).
De facultatieve ontzetting van rechten bij brandstichting is opgegaan in de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten van boek I. De nieuwe brandstichtingsartikelen 505 tot 512 bevatten geen eigen ontzettingsbepaling meer.waarschijnlijk · 65% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 517
Wanneer de brand overslaat van de zaak die de schuldige wilde verbranden, op een andere zaak waarvan de vernieling strafbaar is met een zwaardere straf, wordt deze uitgesproken, indien de twee zaken zodanig geplaatst waren dat de brand noodzakelijk van de ene op de andere moest overslaan.
Het beginsel dat overslaand vuur naar andermans goed wordt bestraft als brandstichting van dat goed, is uitdrukkelijk overgenomen in art. 505, tweede lid (gelijkstelling van overslaand vuur met brandstichting).waarschijnlijk · 75% - Art. 508. Brandstichting indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden niveau 5, Art. 509. Brandstichting met een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg
oud art. 518
Wanneer de brand verwondingen heeft veroorzaakt aan een of meer personen en de dader van het feit moest vermoeden dat zij zich in de in brand gestoken plaatsen bevonden op het ogenblik van de misdaad of van het wanbedrijf, wordt de schuldige veroordeeld alsof die verwondingen met voorbedachten rade waren toegebracht en wordt de door de wet hierop gestelde straf toegepast, indien deze zwaarder is dan de straf die wegens brandstichting op hem toepasselijk is.
In het tegenovergestelde geval wordt de laatstbedoelde straf tot twee jaar boven het maximum verhoogd, indien zij in opsluiting (van vijftien jaar tot twintig jaar of gedurende een kortere tijd) bestaat.
Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt de (levenslange opsluiting) toegepast.
De oude regeling combineerde het vermoeden van aanwezige personen, verwondingen en dodelijke afloop in één bepaling met verwijzing naar voorbedachte gewelddaden of levenslange opsluiting; dit is nu opgesplitst in art. 508 (vermoeden van aanwezigheid, niveau 5) en art. 509 (integriteitsaantasting derde graad of dood, verhoging met één niveau tot max. niveau 6).waarschijnlijk · 70% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 520
Met de straffen bij de vorige artikelen bepaald, en naar de onderscheidingen aldaar gemaakt, worden gestraft zij die gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, rijtuigen, wagons, vliegtuigen of andere kunstwerken, bouwwerken of motorvoertuigen, door het veroorzaken van een ontploffing, vernielen of pogen te vernielen.
De vernieling van gebouwen, bruggen, sluizen e.d. door ontploffing wordt nu algemeen geregeld in art. 513 (vernieling door ontploffing of overstroming), met verwijzing naar de strafmaat van de brandstichtingsartikelen.waarschijnlijk · 75% - Art. 516. Vandalisme met ernstige schade tot gevolg niveau 2
oud art. 521
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die buiten de gevallen in de artikelen 510 tot 520 genoemd, door welk middel ook, gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, vliegtuigen of andere kunstwerken of bouwwerken die aan een ander toebehoren, geheel of ten dele vernielt, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
Bij onbruikbaarmaking met het oogmerk om te schaden, is de straf vijftien dagen tot drie jaar gevangenis en geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.
De in het tweede lid bedoelde straf is toepasselijk in geval van gehele of gedeeltelijke vernieling of van onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen.
De aparte strafbaarstelling van vernieling van gebouwen, bruggen, spoorwegen en andere bouwwerken bestaat niet meer en valt onder het ruime begrip vandalisme, hier in de vorm met ernstige schade tot gevolg. De oude opsluiting van vijf tot tien jaar wordt daarmee een straf van niveau 2, wat een forse verlaging is.waarschijnlijk · 50% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming , Art. 509. Brandstichting met een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg
oud art. 522
De bepaling van artikel 518 is toepasselijk op het geval in het vorige artikel omschreven.
Deze verwijzingsbepaling, die de verzwaring bij dodelijke afloop uitbreidde tot de vernieling van bouwwerken, is opgegaan in artikel 513, dat de regeling van de brandstichting overneemt voor de vernieling door ontploffing of overstroming. Daardoor geldt ook de gevolgverzwaring van artikel 509 voor die vernielingen.waarschijnlijk · 50% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 523
Hij die een machine vernielt, die aan een ander toebehoort en bestemd is voor voortbrenging, omzetting of verdeling van drijfkracht of voor het verbruik ervan voor andere dan louter huishoudelijke doeleinden, wordt veroordeeld tot gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en tot geldboete van vijfhonderd euro.
Vernieling bestaat zodra de werking van de machine geheel of ten dele verhinderd is, onverschillig of het feit de aandrijvende dan wel de aangedreven toestellen betreft.
De specifieke strafbaarstelling van het vernielen van een machine voor drijfkracht bestaat niet meer als apart delict; dit valt nu onder de algemene vandalismedefinitie van art. 514, zonder het specifieke machine-element.waarschijnlijk · 50% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3, Art. 523. Verzwarende factoren
oud art. 525
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Wanneer de feiten, in de twee vorige artikelen omschreven, gepleegd worden in vereniging of in bende en met behulp van gewelddaden, feitelijkheden of bedreigingen, worden de schuldigen gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
De hoofden en de aanstokers worden veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en tot geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro.
De vernieling van bouwwerken en machines in vereniging of bende en met behulp van gewelddaden of bedreigingen gaat op in het vandalisme met geweld of bedreiging. Het plegen door meerdere personen is nog slechts een verzwarende factor en de zwaardere straf voor hoofden en aanstokers verdwijnt.waarschijnlijk · 55% - Art. 370. Grafschennis niveau 2
oud art. 526
Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die vernielt, neerhaalt, verminkt of beschadigt :
Grafsteden, gedenktekens of grafstenen;
Monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;
Monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst.
Voor de vernieling van grafstenen en gedenktekens bestaat een gedeeltelijke tegenhanger in grafschennis (art. 370); de vernieling van standbeelden, monumenten en kunstwerken in openbare gebouwen of kerken wordt door geen enkele kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 529
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien het feit gepleegd wordt in vereniging of in bende, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
De hoofden en de aanstokers worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
De vernieling van eetwaren, koopwaren of andere roerende goederen in vereniging of bende valt nu onder vandalisme met geweld of bedreiging, een straf van niveau 2 en van niveau 3 bij ernstige schade; de opsluiting van vijf tot tien jaar en van tien tot vijftien jaar voor hoofden en aanstokers is dus sterk verlaagd.waarschijnlijk · 50% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 531
Indien het geweld of de bedreiging met behulp waarvan de vernieling of de beschadiging wordt gepleegd, een ziekte of een lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 400 ten gevolge heeft, worden de schuldigen gestraft met de straf onmiddellijk hoger dan die waarmee zij op grond van de twee vorige artikelen zouden worden gestraft.
Het beginsel dat vernieling gepaard met geweld of bedreiging die letsel veroorzaakt zwaarder wordt bestraft, is terug te vinden in art. 518 (vandalisme met geweld of bedreiging), al is de precieze koppeling aan het letselniveau van het oude art. 400 niet identiek.waarschijnlijk · 65% - Art. 486. Bedrieglijke aantasting van handelsgoederen niveau 1
oud art. 533
Hij die koopwaren of stoffen dienende om verwerkt te worden, kwaadwillig of bedrieglijk vervalst of beschadigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
De gevangenisstraf is zes maanden tot drie jaar en de geldboete vijftig euro tot vijfhonderd euro, indien het misdrijf wordt gepleegd door iemand die in de fabriek, het werkhuis of het handelshuis werkzaam is.
Art. 486 (bedrieglijke aantasting van handelsgoederen) is de rechtstreekse opvolger van het kwaadwillig vervalsen of beschadigen van koopwaren, met straf van niveau 1, al ontbreekt de oude verzwaring voor werknemers van de fabriek.waarschijnlijk · 75% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 534
Hij die de banden of de hindernissen waarmee een vaartuig, een wagon of een voertuig is vastgelegd, kwaadwillig wegneemt, doorsnijdt of vernielt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar.
Het kwaadwillig wegnemen, doorsnijden of vernielen van de banden waarmee een vaartuig, wagon of voertuig is vastgelegd heeft geen eigen strafbaarstelling meer. De feiten vallen onder het algemene vandalisme, zoals omschreven in artikel 514.waarschijnlijk · 50% - Art. 517. Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang niveau 3
oud art. 535
Met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die vruchten te velde of natuurlijk opgekomen of gepoot plantsoen kwaadwillig afsnijdt of verwoest.
Het kwaadwillig afsnijden of verwoesten van veldvruchten en plantsoen gaat op in het vandalisme aan een goed met een bijzonder belang, dat een akker, een boomgaard en bomen uitdrukkelijk noemt; de gevangenisstraf van een maand tot drie jaar wordt een straf van niveau 2, of niveau 3 bij ernstige schade.waarschijnlijk · 60% - Art. 517. Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang niveau 3, Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 536
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro wordt gestraft hij die kwaadwillig een bezaaide akker verwoest, zaad van dolik of van enig ander schadelijk kruid of gewas op een akker strooit, landbouwgereedschappen, omheiningen voor het vee of wachtershutten stukbreekt of onbruikbaar maakt.
De verwoesting van een bezaaide akker valt nu onder de specifieke bepaling vandalisme aan een goed met bijzonder belang, die een akker uitdrukkelijk vermeldt (art. 517, niveau 2-3); vernieling van landbouwgereedschap valt onder de algemene vandalismedefinitie (art. 514). Het strooien van zaad van schadelijk kruid is niet meer als apart element terug te vinden.waarschijnlijk · 50% - Art. 517. Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang niveau 3
oud art. 537
Hij die kwaadwillig een of meer bomen omhakt of zodanig snijdt, verminkt of ontschorst dat zij vergaan, of een of meer enten vernielt, wordt gestraft :
Voor elke boom, met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro;
Voor elke ent, met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftig euro of met een van die straffen alleen.
In geen geval mag de gezamenlijke straf hoger zijn dan drie jaar wat de gevangenisstraf en vijfhonderd euro wat de geldboete betreft.
Het omhakken, verminken of ontschorsen van bomen en het vernielen van enten valt nu onder vandalisme aan een goed met een bijzonder belang, dat één of meer bomen, een bos en een boomgaard vermeldt; de tarifering per boom of ent met een plafond van drie jaar verdwijnt ten voordele van een straf van niveau 2, of niveau 3 bij ernstige schade.waarschijnlijk · 65% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 538
Hij die paarden of andere trek- of lastdieren, hoornvee, schapen, geiten of varkens vergiftigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Het vergiftigen van trekdieren, hoornvee, schapen, geiten of varkens is geen zelfstandig misdrijf meer. De bescherming van het dier zelf is naar de dierenwelzijnswetgeving verhuisd, terwijl het aantasten van andermans dier onder het algemene vandalisme valt.waarschijnlijk · 50% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 540
Zij die buiten noodzaak een van de in artikel 538 vermelde dieren doden of zwaar letsel toebrengen, worden gestraft met de volgende straffen :
Indien het misdrijf wordt gepleegd in gebouwen, besloten erven en aanhorigheden of op gronden waarvan de meester van het gedode of gewonde dier eigenaar, huurder, deelpachter of pachter is, is de straf gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro;
Indien het gepleegd wordt op plaatsen waarvan de schuldige zelf eigenaar, huurder, deelpachter of pachter is, is de straf gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro;
Indien het gepleegd wordt op enige andere plaats, wordt gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro opgelegd.
Het doden of zwaar verwonden van vee is niet als apart misdrijf overgenomen en de strafmaat die afhing van de plaats van de feiten verdwijnt. De gedraging valt nu onder de dierenwelzijnswetgeving en, als aantasting van andermans goed, onder het algemene vandalisme.waarschijnlijk · 50% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 541
Hij die buiten noodzaak een ander huisdier dan de in artikel 538 vermelde doodt of zwaar letsel toebrengt, op een plaats waarvan degene aan wie het dier toebehoort, eigenaar, vruchtgebruiker, gebruiker, huurder, deelpachter of pachter is, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen.
Deze straffen worden opgelegd, indien die feiten kwaadwillig gepleegd worden op een tam of een gevangen gehouden dier op de plaatsen waar zij gehouden worden, ofwel op een huisdier op het ogenblik dat het gebruikt wordt tot de dienst waartoe het bestemd is en op een plaats waar zijn meester het recht heeft zich te bevinden.
Ook het doden of zwaar verwonden van een ander huisdier of van een tam of gevangen gehouden dier heeft geen eigen bepaling meer. Die feiten worden opgevangen door de dierenwelzijnswetgeving en door het algemene vandalisme.waarschijnlijk · 50% - Art. 523. Verzwarende factoren
oud art. 543
Indien de feiten, in de afdelingen V en VI van dit hoofdstuk omschreven, gepleegd worden hetzij uit haat tegen een openbaar ambtenaar en uit hoofde van zijn bediening, hetzij bij nacht, wordt het minimum van de straf verhoogd overeenkomstig artikel 266.
De verzwaring wegens feiten bij nacht of uit haat tegen een openbaar ambtenaar is opgenomen in de opsomming van verzwarende factoren voor de afdeling beschadiging en vernieling. Het gaat niet langer om een bindende verhoging van het strafminimum maar om factoren die de rechter bij de strafbepaling in overweging neemt.waarschijnlijk · 55% - Art. 515. Vandalisme niveau 1, Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 545
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die geheel of ten dele grachten dempt, levende of dode hagen afhakt of uitrukt, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielt; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatst of verwijdert.
Het dempen van grachten, het afhakken of uitrukken van hagen, het vernielen van afsluitingen en het verplaatsen van grenspalen of hoekbomen gaat op in de omschrijving van vandalisme en wordt bestraft door het basisartikel daarvan.waarschijnlijk · 60% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 546
Wanneer de feiten, in het vorige artikel omschreven, gepleegd worden met het oogmerk om een bezitsaanmatiging op een erf te plegen, is de straf gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro.
Het bijzondere oogmerk om een bezitsaanmatiging op een erf te plegen is geen bestanddeel meer. De feiten vallen onder het gewone vandalisme, eventueel onder de zwaardere vorm met ernstige schade tot gevolg van artikel 516.waarschijnlijk · 50% - Art. 420. Verzwaarde binnendringing in een havengebied niveau 2
oud art. 546/3
De straffen bepaald in de artikelen 546/1 en 546/2 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten.
De automatische verdubbeling van de straf bij een nieuwe schending van havengebieden binnen vijf jaar is vervangen door de verzwaarde binnendringing, die onder meer geldt wanneer van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt, met een straf van niveau 2 in plaats van niveau 1; daarnaast blijft de algemene herhalingsregel van Boek I gelden.waarschijnlijk · 50% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 547
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft zij die kwaadwillig of bedrieglijk de werken van een mijn geheel of ten dele onder water zetten.
Indien de schuldige op grond van de omstandigheden moest vermoeden dat een of meer personen zich op het ogenblik van de overstroming in de mijn bevonden, wordt hij veroordeeld tot opsluiting van vijftien jaar
Het opzettelijk onder water zetten van de werken van een mijn valt onder het nieuwe algemene misdrijf 'vernieling door ontploffing of overstroming' (art. 513), dat via verwijzing naar de artikelen 505-511 ook de verzwaring voorziet wanneer de dader moest vermoeden dat er personen aanwezig waren.waarschijnlijk · 60% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 548
De bepaling van artikel 518 is toepasselijk op het feit in het vorige artikel omschreven.
De verwijzingstechniek keert terug in het nieuwe artikel 513, dat de vernieling door ontploffing of overstroming laat bestraffen met de straffen van de artikelen 505 tot 511, inclusief de verzwaringen bij nacht en bij dood of integriteitsaantasting van de derde graad.waarschijnlijk · 70% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 549
Hij die kwaadwillig of bedrieglijk andermans erf onder water zet of er het water op schadelijke wijze op doet lopen, wordt veroordeeld tot geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Het kwaadwillig of bedrieglijk onder water zetten van andermans erf valt nu onder de vernieling door overstroming; de loutere geldboete van zesentwintig tot driehonderd euro wordt vervangen door de straffen van de artikelen 505 tot 511, die beginnen bij niveau 2.waarschijnlijk · 65% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 550
Met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de eigenaars, de pachters of alle andere personen die molens, fabrieken of vijvers in gebruik hebben en die andermans wegen of eigendommen onder water zetten door het verhogen van hun overlaten boven het peil dat door de bevoegde overheid is bepaald.
Indien uit die feiten enige beschadiging ontstaat, wordt, naast geldboete, gevangenisstraf van acht dagen tot een maand opgelegd.
De verouderde regel over molens, fabrieken en vijvers waarvan de overlaten boven het door de overheid bepaalde peil worden verhoogd verdwijnt, maar het veroorzaken van een overstroming door een ernstig gebrek aan voorzorg wordt opgevangen door artikel 513, dat dan naar de straf van artikel 512 verwijst; de technische normering zelf zit in de water- en milieuregelgeving.waarschijnlijk · 50% - Art. 526. Verzwaarde interne of externe hacking niveau 3, Art. 528. Bezit of terbeschikkingstelling van een instrument dat hacking mogelijk moet maken niveau 2, Art. 533. Bezit of terbeschikkingstelling van een instrument dat informaticasabotage mogelijk moet maken niveau 2
oud art. 550bis
§ 1. Hij die, terwijl hij weet dat hij daar toe niet gerechtigd is, zich toegang verschaft tot een informaticasysteem of zich daarin handhaaft, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfentwintig duizend euro of met een van die straffen alleen.
Wanneer het misdrijf, bedoeld in het eerste lid, gepleegd wordt met bedrieglijk opzet, bedraagt de gevangenisstraf zes maanden tot drie jaar.
§ 2. Hij die, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, zijn toegangsbevoegdheid tot een informaticasysteem overschrijdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfentwintigduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 3. Hij die zich in een van de gevallen bedoeld in de §§ 1 en 2 bevindt en :
1° hetzij de gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van het informaticasysteem op enige manier overneemt;
2° hetzij enig gebruik maakt van een informaticasysteem van een derde of zich bedient van het informaticasysteem om toegang te verkrijgen tot een informaticasysteem van een derde;
3° hetzij enige schade, zelfs onopzettelijk, veroorzaakt aan het informaticasysteem of aan de gegevens die door middel van het informaticasysteem worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen of aan een informaticasysteem van een derde of aan de gegevens die door middel van het laatstgenoemde informaticasysteem worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen;
wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 4. Poging tot het plegen van een van de misdrijven, bedoeld in §§ 1 en 2, wordt gestraft met dezelfde straffen.
§ 5. (Hij die, onrechtmatig, enig instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om die in §§ 1 tot 4 bedoelde misdrijven mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt, verkrijgt met het oog op het gebruik ervan, invoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met één van die straffen alleen.)
§ 6. Hij die opdracht geeft of aanzet tot het plegen van een van de misdrijven, bedoeld in §§ 1 tot 5, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot tweehonderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 7 Hij die, terwijl hij weet dat gegevens bekomen zijn door het plegen van een van de misdrijven bedoeld in §§ 1 tot 3, deze gegevens onder zich houdt, aan een andere persoon onthult of verspreidt, of er enig gebruik van maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 8. De straffen bepaald in de §§ 1 tot 7 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 210bis, 259bis, 314bis, 504quater of 550ter.
De oude, brede computercriminaliteitsbepaling (ongeoorloofde toegang, gegevensdiefstal, sabotage en bezit van hackinginstrumenten) is in het nieuwe wetboek opgesplitst in afzonderlijke artikelen; de kandidaten verzwaarde hacking (526), bezit van hackinginstrumenten (528) en bezit van sabotage-instrumenten (533) dekken samen een belangrijk deel van de oude bepaling, al ontbreekt de kandidaat voor de basisvorm van ongeoorloofde toegang.waarschijnlijk · 60% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 559
(Met geldboete van tien euro tot twintig euro worden gestraft :
1° Zij die, buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III, van dit wetboek, andermans roerende eigendommen opzettelijk beschadigen of vernielen;)
2° (...)
3° (...)
4° (...)
De restcategorie van lichte, opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerend goed (voorheen een overtreding met geldboete van 10-20 euro) is opgegaan in de algemene vandalismedefinitie van art. 514.waarschijnlijk · 55% - Art. 60. Herhaling
oud art. 562
In geval van herhaling kan, naast geldboete, gevangenisstraf van ten hoogste vijf dagen worden uitgesproken wegens de overtredingen, in artikel 559 omschreven.
Ten aanzien van de overtredingen, in het vorige artikel omschreven, kan de rechter, in geval van herhaling, naast geldboete, gevangenisstraf van ten hoogste negen dagen uitspreken.17/37, art. 4, 048; Inwerkingtreding : 01-04-2005>
Met het verdwijnen van de overtredingen verliest deze bijzondere herhalingsregel haar voorwerp. De herhaling wordt voortaan volledig beheerst door de algemene regel van boek I, die werkt met een verhoging van het strafniveau in plaats van met een bijkomende gevangenisstraf van vijf of negen dagen.waarschijnlijk · 55% - Art. 515. Vandalisme niveau 1, Art. 194. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg niveau 1
oud art. 563
(Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :)
1° (...)
(2° Zij die stedelijke of landelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, opzettelijk beschadigen;
3° Daders van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen;)
4° (...)
5° (...)
Het opzettelijk beschadigen van stedelijke of landelijke afsluitingen gaat op in het vandalisme van artikel 515. De feitelijkheden en lichte gewelddaden zonder verwonding vallen onder de gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting, en de politiestraf van een tot zeven dagen verdwijnt.waarschijnlijk · 60% - Art. 60. Herhaling
oud art. 564
In geval van herhaling is de rechtbank bevoegd om, naast geldboete, gevangenisstraf van ten hoogste twaalf dagen uit te spreken.
Ook deze herhalingsregel voor overtredingen van de vierde klasse verliest haar voorwerp. De herhaling verloopt nu via de algemene regel van boek I, die het strafniveau verhoogt in plaats van een bijkomende gevangenisstraf van ten hoogste twaalf dagen toe te laten.waarschijnlijk · 55%
te controleren · 15
- Art. 61. Eendaadse samenloop , Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 63
(Zie NOTA 1 onder TITEL) De zwaarste straf is de langstdurende. Zijn de straffen van gelijke duur, dan wordt opsluiting beschouwd als een zwaardere straf dan hechtenis.
De rangorderegel dat de langstdurende straf de zwaarste is en dat opsluiting zwaarder weegt dan hechtenis wordt overbodig, omdat de samenloopbepalingen van de artikelen 61 en 62 rechtstreeks naar het zwaarste strafniveau verwijzen. Een afzonderlijke definitiebepaling blijft dus niet bestaan.te controleren · 45% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 78
Geen misdaad of wanbedrijf is verschoonbaar dan in de gevallen bij de wet bepaald.
De algemene regel dat enkel de wet verschoningsgronden kan bepalen keert niet terug als afzonderlijk artikel. Verschoningsgronden bestaan nog uitsluitend als uitdrukkelijke bepalingen bij welbepaalde misdrijven in boek II.te controleren · 60% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden , Art. 52. Geldboete
oud art. 84
Schuldigen wier criminele straf tot gevangenisstraf wordt verminderd, kunnen worden veroordeeld tot geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.
...
(Lid 3 opgeheven)
De facultatieve geldboete van zesentwintig tot duizend euro bij correctionalisering verdwijnt als aparte regel. Wie op grond van artikel 30 een straf van een lager niveau krijgt, valt gewoon onder de boetevork die artikel 52 aan dat niveau koppelt.te controleren · 45% - Art. 79. Algemene definities , Art. 80. Bijzondere definities
oud art. 105
Aanslag bestaat zodra er strafbare poging is.
De omschrijving dat de aanslag bestaat zodra er strafbare poging is, is als begripsbepaling verhuisd naar de definities van boek II, waar het begrip aanslag voor alle betrokken titels wordt vastgelegd. Een eigen artikel bij de misdrijven tegen de staatsordening bestaat niet meer.te controleren · 45% - Art. 195. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg niveau 2, Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 146
Indien de slagen bloedstorting, verwonding of ziekte veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro.
Slagen aan een bedienaar van de eredienst met bloedstorting, verwonding of ziekte tot gevolg vallen voortaan onder de algemene gewelddaden met integriteitsaantasting van artikel 195, eventueel verzwaard omdat het slachtoffer een maatschappelijke functie uitoefent (artikel 202). De bescherming van de eredienst als zodanig staat in de artikelen 354 en 355.te controleren · 45% - Art. 446. Namaking of gebruik van plakpostzegels of andere zegels niveau 2
oud art. 190
Met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro worden gestraft :
Zij die hetzij een postzegel of een andere lakzegel, hetzij een biljet voor personen- of goederenvervoer ontdoen van het merk waaruit blijkt dat die reeds tot gebruik hebben gediend;
Zij die gebruik maken van een zegel of een biljet die men van dat merk ontdaan heeft.
Het verwijderen van het afstempelingsmerk maakt van een reeds gebruikte plakpostzegel een vervalst zegel, zodat het hergebruik ervan onder artikel 446 valt. Voor vervoerbewijzen is er geen eigen bepaling meer.te controleren · 45% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 259
Ieder bevelhebber, ieder officier of onderofficier van de openbare macht die, na door de burgerlijke overheid wettelijk te zijn gevorderd, weigert de onder zijn bevel geplaatste macht te doen optreden, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden.
De weigering van een bevelhebber om na een wettige vordering van de burgerlijke overheid de onder zijn bevel geplaatste macht te doen optreden is niet overgenomen. De nieuwe ambtsmisdrijven bestraffen net het omgekeerde, het onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht, en de rechtsweigering blijft beperkt tot rechtsprekende functies.te controleren · 65% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 277
Smaad tegen gestelde lichamen gepleegd wordt op dezelfde wijze gestraft als smaad tegen de leden van die lichamen, naar de onderscheidingen in de twee vorige artikelen gemaakt.
Het nieuwe artikel over smaad beschermt enkel individuele functiedragers, zodat de smaad gericht tegen een gesteld lichaam als zodanig niet langer strafbaar is. Er is in het hele nieuwe wetboek geen bepaling meer die colleges of vergaderingen als zodanig tegen smaad beschermt.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 295
Indien de leveranties of de werken opzettelijk worden vertraagd zonder dat de dienst mislukt, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
Zij worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro, indien de vertraging het gevolg is van nalatigheid.
Het hele hoofdstuk over de misdaden en wanbedrijven van leveranciers verdwijnt, en daarmee ook het misdrijf van de leverancier die leveringen of werken opzettelijk of door nalatigheid vertraagt. Het nieuwe wetboek kent enkel nog de bedriegerij omtrent het verkochte goed of omtrent de huur van werk, die bedrieglijk opzet en listige kunstgrepen vereist en niet op loutere vertraging slaat.te controleren · 65% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 298
De openbare ambtenaren of de door de Regering aangestelde of bezoldigde agenten die aan dit bedrog deelnemen, worden gestraft met gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro.
Zij worden bovendien veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.
Met het wegvallen van het bedrog van de leveranciers verdwijnt ook de verzwaarde strafbaarheid van de ambtenaren die daaraan deelnemen. Hun betrokkenheid zou nu enkel nog via de algemene regels over strafbare deelneming kunnen worden beoordeeld, en de ontzetting van rechten is een algemene bijkomende straf van boek I geworden.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 311
Zij die door enig bedrieglijk middel de stijging of daling van de prijs van eetwaren of koopwaren of van openbare effecten en papieren bewerken, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van driehonderd euro tot tienduizend euro.
Het door bedrieglijke middelen bewerken van een stijging of daling van de prijs van eetwaren, koopwaren of openbare effecten is niet overgenomen. Marktmanipulatie wordt voortaan beheerst door het financieel en economisch recht, en het enige overblijvende economische misdrijf van die aard betreft de vrijheid van opbod en van inschrijving.te controleren · 65% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 312
Ieder bevelhebber van militaire gebieden, van provincies of van plaatsen en steden, ieder provinciegouverneur of arrondissementscommissaris die, binnen het gebied waar hij het recht heeft zijn gezag uit te oefenen, dergelijke handelingen pleegt of daaraan deelneemt, hetzij openlijk, hetzij door schijnhandelingen of door tussenpersonen, wordt gestraft met ontzetting van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid, onverminderd de straffen bij het vorige artikel bepaald.
Deze bijzondere ontzetting voor militaire bevelhebbers, gouverneurs en arrondissementscommissarissen valt weg samen met het onderliggende misdrijf van de prijsmanipulatie. De belangenneming in het nieuwe wetboek heeft een ander toepassingsgebied, namelijk het nemen van een belang in verrichtingen onder eigen toezicht.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 313
Zij die, door samenscholing en door geweld of bedreiging, de openbare orde op markten of in graanhallen storen met het oogmerk om plundering uit te lokken, of alleen maar om de verkopers te dwingen hun waren van de hand te doen tegen een lagere prijs dan die welke uit vrije mededinging zou ontstaan, worden gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
De hoofden of aanstokers worden gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar (...).
Het door samenscholing en geweld verstoren van de openbare orde op markten of in graanhallen om plundering uit te lokken of verkopers tot lagere prijzen te dwingen, is als afzonderlijk misdrijf afgeschaft. Die feiten worden voortaan opgevangen door de gewone misdrijven zoals afpersing, gewelddaden en vandalisme.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 412
De misdaden en wanbedrijven, in het vorige artikel genoemd, zijn eveneens verschoonbaar, indien zij gepleegd worden bij het afweren overdag van de beklimming of de braak van de afsluitingen, muren of toegangen van een bewoond huis of appartement of de aanhorigheden ervan, behalve wanneer blijkt dat de dader niet kon geloven aan een aanranding van personen, hetzij als rechtstreeks doel van hem die poogt in te klimmen of in te breken, hetzij als gevolg van de weerstand welke diens voornemen mocht ontmoeten.
Het wettelijk vermoeden van verschoonbaarheid bij het overdag afweren van beklimming of braak van een woning is niet overgenomen. De nieuwe artikelen 103 en 203 behouden enkel de uitlokking als strafverminderende grond en vereisen daarvoor ernstig en ogenblikkelijk geweld tegen de persoon.te controleren · 55% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 539
Hij die in een rivier, een vaart, een beek, een vijver, een visvijver of een viskom stoffen werpt die de vis kunnen vernielen, en met het oogmerk om die uitslag te bereiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Het werpen van stoffen in water met het oogmerk vis te vernielen verdwijnt als eigen misdrijf. Betreft het andermans visstand, dan geldt het algemene vandalisme; in openbaar water is de visserij- en milieuwetgeving van toepassing.te controleren · 45%
geen equivalent · 131
- geen nieuw artikel gevonden
oud art. 1
Het misdrijf, naar de wetten strafbaar met een criminele straf, is een misdaad.
Het misdrijf, naar de wetten strafbaar met een correctionele straf, is een wanbedrijf.
Het misdrijf, naar de wetten strafbaar met een politiestraf, is een overtreding.
De driedeling misdaad, wanbedrijf en overtreding wordt in het nieuwe Strafwetboek verlaten en vervangen door acht strafniveaus, zodat deze indelingsregel geen tegenhanger meer heeft. Geen van de kandidaten, ook artikel 5 over de bestanddelen van het misdrijf niet, bevat een classificatie naar straftype.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 13
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 14
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 15
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 16
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 17
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 20
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 21
(Opgeheven) (NOTA : Bevestigd door )
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 22
(Opgeheven) (NOTA : Bevestigd door )
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 23
(Opgeheven) (NOTA : Bevestigd door )
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 24
(Opgeheven) (NOTA : Bevestigd door )
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 26
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 27
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 29
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 30ter
(Oud artikel 30bis) (Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven (oud artikel 30bis) in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 34quinquies
Ingeval de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank niet wettelijk verplicht is, worden de procedures betreffende de misdrijven die als grondslag voor de herhaling gelden, bij het dossier der vervolging gevoegd en de gronden van de beslissing worden erin omschreven.
Indien de misdrijven die als grondslag voor de herhaling gelden vastgesteld zijn in een veroordeling uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie, wordt in alle gevallen een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing bij het dossier der vervolging gevoegd.
Het voorschrift om de stukken over de eerdere veroordelingen bij het vervolgingsdossier te voegen is een bewijsrechtelijke regel die thuishoort in het procesrecht en niet in het nieuwe wetboek terugkeert. Artikel 76 behoudt enkel de materiële gelijkstelling van veroordelingen uit een andere lidstaat van de Europese Unie.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 37decies
§ 1. De probatiecommissie kan de concrete invulling van de autonome probatiestraf geheel of ten dele opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van het openbaar ministerie, hetzij op verzoek van de veroordeelde. Ingeval een van de voorwaarden van de autonome probatiestraf buiten de wil van de veroordeelde niet kon worden verwezenlijkt tijdens de aanvankelijke probatietermijn, kan de probatiecommissie de probatietermijn eenmaal verlengen met maximaal een jaar zodat de veroordeelde aan de voorwaarde kan voldoen.
Indien de probatiecommissie van oordeel is een van de in het eerste lid bedoelde maatregelen te moeten nemen, roept de voorzitter de betrokkene bij aangetekende zending ... op meer dan tien dagen voor de datum die voor de behandeling van de zaak is gesteld. Het dossier van de commissie wordt gedurende tien dagen ter beschikking gesteld van de betrokkene en van zijn eventuele raadsman.
Indien de probatiecommissie van oordeel is dat de autonome probatiestraf ten uitvoer is gelegd, kan zij beslissen dat deze een einde neemt, zelfs als de door de rechter bepaalde termijn nog niet is verstreken.
De beslissing van de probatiecommissie die bedoeld wordt in het eerste of het derde lid is met redenen omkleed. Van deze beslissing wordt kennis gegeven aan de betrokkene en aan het openbaar ministerie. De kennisgeving geschiedt bij gewone brief aan het openbaar ministerie en aan de betrokkene bij aangetekende zending ..., binnen drie dagen, waarbij zaterdagen, zon- en feestdagen niet worden meegerekend.
§ 2. Het openbaar ministerie en de tot autonome probatiestraf veroordeelde persoon kunnen, het eerstgenoemde bij vordering en de tweede genoemde bij verzoekschrift, bij de rechtbank van eerste aanleg waarbij de probatiecommissie is ingesteld, beroep instellen tegen de beslissingen die de commissie krachtens § 1 of krachtens artikel 37novies, § 3, heeft genomen.
De vordering en het verzoek moeten schriftelijk ingediend worden en met redenen omkleed zijn. Het beroep moet worden ingesteld binnen tien dagen te rekenen van de kennisgeving van de beslissing van de commissie. Het heeft opschortende kracht tenzij de commissie anders beslist.
De voorzitter van de rechtbank die uitspraak moet doen, laat meer dan tien dagen tevoren, in een ter griffie gehouden bijzonder register, de plaats, de dag en het uur van verschijning optekenen. Ten minste tien dagen voor de verschijning geeft de griffier bij aangetekende zending ... daarvan bericht aan de tot autonome probatiestraf veroordeelde persoon. Gedurende die termijn wordt het dossier neergelegd ter griffie en ter beschikking gesteld van de veroordeelde en van zijn eventuele raadsman. De rechtbank houdt zitting en doet uitspraak in raadkamer
Indien de rechtbank het beroep inwilligt, kan zij de beslissing van de probatiecommissie wijzigen.
De beslissing die op dat beroep wordt gewezen, is niet vatbaar voor hoger beroep noch voor verzet.
De bevoegdheid van de probatiecommissie om de invulling van de probatiestraf aan te passen of te beëindigen en het beroep tegen haar beslissingen zijn strafuitvoeringsregels die niet zijn overgenomen. Artikel 44 regelt enkel de probatiestraf zelf, haar duur en de vervangende straf.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 47
(Opgeheven)
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 48
(Opgeheven)
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 57
De bepalingen betreffende de herhaling worden toegepast overeenkomstig de vorige artikelen, ingeval een vroegere veroordeling door een militaire rechtbank is uitgesproken wegens een feit dat door de gewone strafwetten misdaad of wanbedrijf wordt genoemd, en tot een straf die door deze wetten is gesteld.
Indien een bij de militaire wetten gestelde straf wegens dat feit is uitgesproken, nemen de hoven en rechtbanken, bij het beoordelen van de herhaling, alleen de laagste straf in aanmerking, die het bij het eerste vonnis gestrafte feit volgens de gewone strafwetten ten gevolge kon hebben.
De bijzondere herhalingsregel na een veroordeling door een militaire rechtbank is achterhaald sinds de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd en keert niet terug. Artikel 76 regelt alleen de gevolgen van veroordelingen uit andere EU-lidstaten.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 72
(Opgeheven)
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 73
(Opgeheven)
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 74
(Opgeheven)
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 75
(Opgeheven)
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 76
(Opgeheven)
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 77
(Opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven in het oude recht; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 87
Onbekwaamheden, door de rechter uitgesproken of door de wet aan sommige veroordelingen verbonden, houden op door kwijtschelding, die de Koning daarvan kan verlenen krachtens het recht van genade.
Het genaderecht van de Koning volgt rechtstreeks uit de Grondwet en wordt in het nieuwe wetboek niet herhaald; het hoofdstuk over tenietgaan en verjaring bevat enkel de dood van de veroordeelde en de verjaring van de straf. Artikel 75 gaat over verjaring van burgerrechtelijke veroordelingen en over vergiffenis door het slachtoffer.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 88
(Opgeheven)
Reeds opgeheven artikel, geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 89
(Opgeheven) (NOTA : Bevestid door )
Reeds opgeheven artikel, geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 90
(Opgeheven) (NOTA : Bevestigd door )
Reeds opgeheven artikel, geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 123septies
(Zie NOTA 1 onder TITEL) § 1. De veroordeelden die vervallen verklaard zijn met toepassing van artikel 123sexies, kunnen herstel aanvragen in de rechten genoemd onder 6° tot 9°, op voorwaarde :
1° Dat zij niet in hechtenis zijn ter uitvoering van hun straf, niet voortvluchtig zijn of zich niet versteken;
2° Dat zij de tegen hen uitgesproken geldboeten hebben voldaan en de teruggave, schadevergoedingen en kosten waartoe zij zijn veroordeeld, hebben gekweten; evenwel kan de rechtbank de veroordeelde van deze voorwaarde ontslaan indien hij bewijst dat hij in de onmogelijkheid verkeerde om zich van die verplichtingen te kwijten, hetzij wegens onvermogen, hetzij wegens een andere oorzaak die niet aan hem te wijten is;
3° Dat sinds de dag waarop de vervallenverklaring is ingegaan, een termijn verstreken is van twintig jaar zo de veroordeelde is vervallen verklaard voor het leven, van tien jaar zo hij is vervallen verklaard voor tien jaar tot twintig jaar ten gevolge van een veroordeling tot (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar of hechtenis van vijf jaar tot tien jaar of van tien jaar tot vijftien jaar), en van vijf jaar zo hij is vervallen verklaard voor vijf jaar tot tien jaar ten gevolge van een veroordeling tot een correctionele straf.
§ 2. De aanvraag wordt bij een ter post aangetekende brief gezonden aan de procureur des Konings van de woonplaats of de verblijfplaats van de betrokkene en, indien deze in België noch woonplaats noch bepaalde verblijfplaats heeft, aan de procureur des Konings van het arrondissement Brussel.
De procureur des Konings wint alle inlichtingen in die hij nodig oordeelt, en brengt de aanvraag voor de rechtbank van eerste aanleg.
De betrokkene verschijnt voor de rechtbank in raadkamer, hetzij in persoon, hetzij bij pleitbezorger of bij een advocaat, houder van de stukken, op eenvoudige oproeping die hem door de procureur des Konings bij een ter post aangetekende brief wordt toegezonden.
Die oproeping vermeldt voor welke kamer van de rechtbank de aanvraag wordt gebracht, alsmede dag en uur van verschijning. Tussen de kennisgeving en de verschijning moeten ten minste acht dagen verlopen. De afgifte van de ter post aangetekende brief geldt als kennisgeving.
Indien de betrokkene na de kennisgeving niet verschijnt, hetzij in persoon, hetzij bij pleitbezorger of bij een advocaat, houder van de stukken, kan de rechtbank, alvorens over de aanvraag uitspraak te doen, de zaak uitstellen om het openbaar ministerie gelegenheid te geven hem een nieuwe oproeping te zenden.
Het dossier van het openbaar ministerie wordt ten minste acht dagen voor de vastgestelde terechtzitting op de griffie van de rechtbank neergelegd. De rechtspleging wordt op de terechtzitting vervolgd zoals in correctionele zaken.
Het op de aanvraag gewezen vonnis is niet vatbaar voor hoger beroep.
Indien de aanvraag geheel of ten dele afgewezen wordt, kan zij niet worden hernieuwd voordat twee jaren zijn verstreken sedert de rechterlijke uitspraak.
Bij overlijden van de betrokkene kan elk beroep en elke aanvraag, in deze wet bepaald, worden voortgezet door zijn echtgenoot, zijn bloedverwanten in de opgaande en de nederdalende lijn, of zijn broeders en zusters.
Zij kunnen insgelijks voortgezet worden door een of meer rechtverkrijgenden onder algemene of bijzondere titel die van een geldelijk belang doen blijken.
§ 3. Herstel in de rechten waarvan de veroordeelden met toepassing van het vorige artikel vervallen verklaard waren, heeft slechts gevolg voor de toekomst.
De procedure van herstel in de rechten hoort bij de naoorlogse vervallenverklaring van artikel 123sexies, die niet terugkeert. Het nieuwe wetboek kent enkel de door de rechter uitgesproken ontzetting, waarvan de strafuitvoeringsrechtbank de duur later kan beperken, schorsen of beëindigen.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 123octies
Wanneer het vonnis of het arrest dat met toepassing van artikel 123sexies levenslange of tijdelijke vervallenverklaring van rechten ten gevolge heeft, in kracht van gewijsde is gegaan, doet het openbaar ministerie het bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendmaken, met vermelding van de uitgesproken of daaruit voortvloeiende vervallenverklaring. Het openbaar ministerie betekent het tevens bij uittreksel aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de laatste woonplaats met het oog op de inschrijving van deze vermelding in het bevolkingsregister. Deze vermelding moet in het bevolkingsregister van elke nieuwe woonplaats worden overgeschreven.
Het gaat om een bekendmakings- en inschrijvingsformaliteit bij de naoorlogse vervallenverklaring van rechten, een regeling die in het nieuwe wetboek volledig verdwijnt. Geen enkele kandidaat regelt de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad of de inschrijving in het bevolkingsregister van zulke vervallenverklaring.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 123decies
De vennootschappen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de veroordelingen tot schadevergoeding, geldboete, kosten, verbeurdverklaring, teruggave en geldelijke sancties van welke aard ook, die wegens overtreding van de bepalingen van dit hoofdstuk tegen hun organen of aangestelden zijn uitgesproken.
Dit geldt eveneens voor de leden van alle handelsverenigingen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, wanneer het misdrijf door een vennoot, zaakvoerder of aangestelde is gepleegd ter gelegenheid van een tot de werkzaamheid van de vereniging behorende verrichting. Evenwel is de burgerrechtelijk aansprakelijke vennoot persoonlijk niet verder gehouden dan tot de sommen of waarden die de verrichting hem opgebracht heeft.
Die vennootschappen en vennoten kunnen rechtstreeks voor de strafrechter gedagvaard worden door het openbaar ministerie of door de burgerlijke partij.
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van vennootschappen en vennoten voor de geldboeten, verbeurdverklaringen en kosten van hun organen of aangestelden keert niet terug. Artikel 66 kiest uitdrukkelijk voor de omgekeerde regel dat niemand burgerlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de vermogensstraf waartoe een ander wordt veroordeeld.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 135ter
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude Strafwetboek zelf; er is dus geen actuele tegenhanger nodig.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 149
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 150
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 158
Met geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro worden gestraft, en tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen kunnen worden veroordeeld, alle rechters, alle ambtenaren van het openbaar ministerie, alle officieren van de gerechtelijke politie, alle andere openbare officieren, die zonder de voorgeschreven machtigingen, hetzij een vonnis tegen een minister, een senator of een volksvertegenwoordiger, hetzij een beschikking of een bevel strekkende om hen te vervolgen of in beschuldiging te doen stellen, uitlokken, geven of ondertekenen, of die, zonder dezelfde machtigingen, de last of het bevel geven of ondertekenen om hetzij een minister, hetzij een senator of een volksvertegenwoordiger te vatten of aan te houden, behalve, wat de twee laatstgenoemden betreft, bij ontdekking op heterdaad.
De strafbaarstelling van magistraten en officieren die een minister of parlementslid vervolgen of aanhouden zonder de vereiste machtiging keert niet terug. Die bescherming volgt voortaan uitsluitend uit de Grondwet en het procesrecht.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 164
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 165
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 166
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 167
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 171
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Zij die zich schuldig maken aan bedrog bij de keuze van de monsters, bestemd om ter uitvoering van de muntwet het gehalte en het gewicht van gouden en zilveren munten te keuren, worden gestraft met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar.
Het bedrog bij de keuze van de monsters voor de wettelijke keuring van gouden en zilveren munten is een verouderde controlebepaling uit het muntwezen van 1867 die geen tegenhanger krijgt. Het nieuwe hoofdstuk beschermt enkel de munt zelf tegen namaking, vervalsing en het in omloop brengen.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 172
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Zij die dat bedrog plegen bij de keuze van de monsters van munten in ander metaal, worden gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).
Ook het bedrog bij de keuze van de monsters van munten in ander metaal verdwijnt zonder vervanging. De muntkeuring wordt niet langer strafrechtelijk beschermd in het wetboek.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 178ter
Hij die, wetens en willens, een geldteken, dat in België of in het buitenland wettig betaalmiddel is, aanwendt als drager van een boodschap van publicitaire of andere aard, of hij die, wetens en willens, het gebruik ervan als betaalmiddel bemoeilijkt door het te beschadigen, bekladden, overschrijven, of ongeschikt te maken, op welke wijze ook, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 26 tot 1 000 EUR of met één van die straffen alleen.
Het gebruiken van een wettig geldteken als reclamedrager en het beschadigen, bekladden of onbruikbaar maken ervan is niet overgenomen; artikel 432 viseert enkel het illegaal in omloop brengen van een geldteken, zodat de oude gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden wegvalt.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 238
(Rechters en assessoren in sociale zaken of handelszaken) die in een geschil waarbij een administratieve overheid betrokken is, vonnis wijzen ondanks het door die overheid wettelijk opgeworpen conflict en vóór de beslissing van het Hof van Cassatie, worden ieder met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro gestraft.
Ambtenaren van het openbaar ministerie die met het oog op dat vonnis vorderingen doen of conclusie nemen, worden gestraft met dezelfde straf.
De bepaling hangt vast aan het bevoegdheidsconflict dat een administratieve overheid kon opwerpen, een procedureel instituut dat het nieuwe wetboek niet overneemt. De aanmatiging van macht door magistraten in artikel 629 betreft enkel de wederrechtelijke inmenging in de wetgevende of uitvoerende macht en dekt het vonnis ondanks een opgeworpen conflict niet.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 244
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 251
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 253
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 261
Ieder openbaar ambtenaar die met de uitoefening van zijn bediening begint zonder de door de wet voorgeschreven eed te hebben afgelegd, wordt veroordeeld tot geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
De verplichting om vóór de ambtsaanvaarding de wettelijk voorgeschreven eed af te leggen, op straffe van geldboete, is een zuiver formele ambtsvoorwaarde die het nieuwe wetboek niet overneemt. De kandidaten over meineed en valse eed betreffen de eed in rechte of bij verzegeling, niet de ambtseed.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 268
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de bedienaren van een eredienst die in de uitoefening van hun bediening door woorden, in openbare vergadering gesproken, de Regering, een wet, een koninklijk besluit of enige andere handeling van het openbaar gezag rechtstreeks aanvallen.
Het misdrijf van de bedienaar van een eredienst die in een openbare vergadering de regering, een wet of een handeling van het openbaar gezag rechtstreeks aanvalt, is afgeschaft. De kandidaten beschermen de vrije uitoefening van de eredienst of bestraffen smaad aan personen, niet de kritiek op het gezag vanaf de kansel.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 270
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 283
Wanneer zegels, op bevel van het openbaar gezag gelegd, zijn verbroken, worden de bewaarders, wegens enkele nalatigheid, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Het nieuwe artikel 666 vereist opzettelijke zegelverbreking, zodat de zegelverbreking wegens enkele nalatigheid van de bewaarder wegvalt. De hoedanigheid van bewaarder blijft in artikel 667 wel een verzwarende omstandigheid, maar enkel bij het opzettelijke misdrijf.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 285
Indien de verbroken zegels waren gelegd op papieren of zaken van iemand die verdacht, beklaagd of beschuldigd was van een misdaad waarop levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar of hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar is gesteld, of van iemand die tot een van die straffen was veroordeeld, wordt de nalatige bewaarder gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar.)
Ook deze verzwaarde variant van de nalatige zegelverbreking verdwijnt, omdat het nieuwe wetboek enkel de opzettelijke zegelverbreking kent (niveau 2, verzwaard tot niveau 3 bij de bewaarder). De ernst van de misdaad waarvan de betrokkene werd verdacht of veroordeeld, speelt geen rol meer.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 292
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Personen die belast zijn met leveringen, met aannemingen of werken in regie voor rekening van het leger of van de marine en de hun opgedragen dienst opzettelijk doen mislukken, worden gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) en met geldboete van tweehonderd euro tot drieduizend euro.
Dezelfde straffen worden toegepast op de agenten van de leveranciers, indien deze agenten de dienst opzettelijk doen mislukken.
Geen van de kandidaten betreft het opzettelijk doen mislukken van leveringen of aannemingen voor leger of marine; dit specifieke leveranciersmisdrijf lijkt niet te zijn overgenomen in het nieuwe Strafwetboek.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 293
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Openbare ambtenaren of door de Regering aangestelde of bezoldigde agenten die de schuldigen aanzetten of helpen om de dienst te doen mislukken, worden veroordeeld tot opsluiting (van zeven jaar tot tien jaar) en met geldboete van driehonderd euro tot drieduizend euro.
Geen kandidaat regelt het aanzetten of helpen door ambtenaren om de legerdienst te doen mislukken; dit specifieke leveranciersmisdrijf ontbreekt bij de kandidaten.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 294
Wanneer het staken van de dienst het gevolg is van een nalatigheid van de leveranciers, hun agenten, de openbare ambtenaren of de door de Regering aangestelde of bezoldigde agenten, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot duizend euro.
Nalatig veroorzaakte staking van de dienst door leveranciers of ambtenaren wordt door geen van de kandidaten gedekt.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 296
In de verschillende gevallen, bij de artikelen 294 en 295, § 2, omschreven, mag de vervolging niet plaatshebben dan op aangifte van de minister die het aangaat.
Deze vervolgingsvoorwaarde, namelijk de voorafgaande aangifte door de bevoegde minister, is zuiver procedureel en hoort niet in het nieuwe wetboek thuis. Bovendien hebben de onderliggende artikelen 294 en 295 zelf geen tegenhanger.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 305
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 307
Zij die wel een vergunning hebben maar geen overeenkomstig de verordeningen ingericht register houden, waarin achter elkaar, zonder enig wit vak of enige tussenregel, zijn opgenomen de te leen gegeven sommen of zaken, de namen, de woonplaats en het beroep van de leners, de aard, de hoedanigheid, de waarde van de in pand gegeven zaken, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.
Het nieuwe artikel 538 bestraft enkel het houden van een pandhuis zonder voorafgaande toestemming met een straf van niveau 1. De verplichting voor de vergunde pandhuishouder om een sluitend register van leningen en panden bij te houden, is naar de bijzondere reglementering verhuisd.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 308
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro worden gestraft :
Zij die er een gewoonte van maken voor een ander en tegen beloning zaken naar de kantoren van de berg van barmhartigheid te brengen;
Zij die er een gewoonte van maken pandbewijzen van de berg van barmhartigheid te kopen;
Zij die de pandbewijzen van die instellingen, waaruit leningen op nieuwe koopwaren blijken, kopen of aan anderen overdragen.
Het beroepsmatig voor anderen belenen tegen beloning en het kopen of overdragen van pandbewijzen van de berg van barmhartigheid is niet langer strafbaar. Het nieuwe hoofdstuk over loterijen en pandhuizen beperkt zich tot de illegale loterij en de illegale exploitatie van een pandhuis.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 310
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 317
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 318
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 319
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 320
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 321
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 338
(Opgeheven)
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 342
(Opgeheven)
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 343
(Opgeheven)
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 344
(Opgeheven)
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 345
(Opgeheven)
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 346
(Opgeheven)
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 347
(Opgeheven)
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 353
(Opgeheven)
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 354
(opgeheven)
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 355
(opgeheven)
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 356
(opgeheven)
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 357
(opgeheven)
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 358
(opgeheven)
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 359
(opgeheven)
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; de aangeboden kandidaten (verjaring van burgerlijke veroordelingen en omzetting van strafmaat) hebben geen inhoudelijke band met dit hoofdstuk over de burgerlijke staat van kinderen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 360
(opgeheven)
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 360bis
(opgeheven)
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 364
(opgeheven)
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; de kandidaten betreffen algemene straftoemetingsregels zonder verband met het verhinderen of vernietigen van bewijs van de burgerlijke staat van kinderen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 365
(opgeheven)
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 366
(opgeheven)
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 367
(opgeheven)
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 368
(opgeheven)
Artikel was reeds in 2001 opgeheven (hoofdstuk IV volledig opgeheven); geen van de kandidaten heeft enig verband met de inhoud van dit hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 369
(opgeheven)
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 369bis
(opgeheven)
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 370
(opgeheven)
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 371
(opgeheven)
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 372bis
(Opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten (algemene straftoemeting) hebben geen band met het hoofdstuk over voyeurisme, verkrachting en seksuele beelden.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 380quater
(afgeschaft bij verandering van nummering)
Het oude artikel bevat geen strafbaarstelling meer, want het werd al opgeheven bij een eerdere hernummering. Er valt dus niets over te nemen in het nieuwe wetboek.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 380quinquies
(afgeschaft bij verandering van nummering)
Het oude artikel is louter een lege plaats die bij een hernummering is afgeschaft en bevat geen normatieve inhoud. Er valt dus niets over te nemen in het nieuwe wetboek.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 381bis
(afgeschaft bij verandering van nummering)
Het artikel bevat geen inhoud meer omdat het al in het oude wetboek bij hernummering werd opgeheven. Er valt dus niets te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 386bis
(afgeschaft bij verandering van nummering)
Lege bepaling die al in het oude wetboek bij hernummering werd opgeheven, zodat er geen strafbaarstelling is die naar het nieuwe wetboek kan worden overgezet.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 386ter
(afgeschaft bij verandering van nummering)
Ook deze bepaling is louter een lege plaats na hernummering in het oude wetboek en heeft geen inhoud die een tegenhanger kan hebben.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 390
(Opgeheven)
Artikel (dubbel huwelijk/bigamie) was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met deze strafbaarstelling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 391ter
Wanneer een persoon meer dan twee maanden in gebreke is gebleven te voldoen aan een van de verplichtingen op de niet-nakoming waarvan door artikel 391bis straf is gesteld, kan hij voor de vrederechter worden opgeroepen op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie. De oproeping geschiedt door middel van een aangetekende brief, door de griffier getekend en verzonden met een bericht van ontvangst.
De vrederechter neemt de verklaringen van de partijen af en maakt van een en ander een proces-verbaal op, dat hij aan de procureur des Konings doet toekomen.
Dit is een zuiver procedurele bepaling over de oproeping voor de vrederechter bij niet-betaling van onderhoudsgeld en geen strafbaarstelling; zulke regels horen thuis in het gerechtelijk recht, terwijl het nieuwe wetboek alleen de familieverlating zelf strafbaar stelt (artikel 676, niveau 1).geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 401bis
(opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten (verjaring en omzetting van strafmaat) hebben geen inhoudelijke band met deze afdeling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 413
(Opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten hebben geen inhoudelijke band met deze afdeling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 415
(opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten hebben geen inhoudelijke band met deze afdeling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 419bis
(Opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten hebben geen inhoudelijke band met dit hoofdstuk over onopzettelijk doden en onopzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 420bis
(Opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek en heeft dus geen inhoud om te mappen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 433quaterdecies
Naargelang van het geval kan de procureur des Konings of de onderzoeksrechter beslag leggen op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere in artikel 433decies bedoelde ruimte. Indien hij beslist tot inbeslagneming moet voormeld roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere in artikel 433decies bedoelde ruimte worden verzegeld, of met schriftelijk akkoord van de eigenaar of verhuurder, ter beschikking worden gesteld van het O.C.M.W. teneinde opgeknapt en tijdelijk verhuurd te worden. De beslissing tot inbeslagneming van, naargelang van het geval, de procureur des Konings of de onderzoeksrechter wordt betekend aan de eigenaar of de verhuurder. In geval van beslag op een onroerend goed moet de beslissing bovendien worden betekend uiterlijk binnen vierentwintig uur, alsmede ter overschrijving worden aangeboden op de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën. Als dagtekening van de overschrijving geldt de dag van de betekening van de beslissing tot inbeslagneming. Het beslag geldt tot op het tijdstip van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij hetzij de verbeurdverklaring werd bevolen, hetzij de opheffing van het beslag wordt uitgesproken. Opheffing van het beslag kan voordien te allen tijde worden verleend, al naar gelang van het geval, door de procureur des Konings of door de onderzoeksrechter nadat deze de procureur des Konings daarvan in kennis heeft gesteld. De beslagene kan de rechtsmiddelen waarin voorzien wordt in de artikelen 28sexies en 61quater van het Wetboek van strafvordering slechts instellen na verloop van een termijn van een jaar te rekenen van de datum van de inbeslagneming.
De beslagprocedure met verzegeling, overschrijving en terbeschikkingstelling aan het OCMW is een procedureel voorschrift dat thuishoort in het Wetboek van Strafvordering. Van de oude regeling keert in het nieuwe wetboek enkel de definitieve verbeurdverklaring van het pand terug, in artikel 292.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 433quinquiesdecies
In de in artikel 433decies van het Strafwetboek bedoelde gevallen kunnen slachtoffers op beslissing, naargelang het geval, van de bevoegde minister, van de bevoegde overheid of de door hen aangewezen ambtenaren, in overleg met de terzake bevoegde diensten, in voorkomend geval worden opgevangen of gehuisvest. Deze huisvestingskosten komen ten laste van de beklaagde. Wanneer de beklaagde wordt vrijgesproken, worden de kosten ten laste gelegd al naargelang het geval, van de Staat of van het bevoegde O.C.M.W.
Geen kandidaat regelt de opvang of de huisvesting van slachtoffers van huisjesmelkerij, noch het ten laste leggen van die kosten aan de beklaagde of aan de Staat bij vrijspraak. Het nieuwe wetboek beperkt zich tot de strafbaarstelling zelf in de artikelen 290 en 291 en laat de opvang aan andere regelgeving over.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 438
(Opgeheven)
Artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 450
De in dit hoofdstuk omschreven misdrijven tegen bijzondere personen gepleegd, de lasterlijke aangifte uitgezonderd, kunnen niet worden vervolgd dan op klacht van de persoon die beweert beledigd te zijn.
Indien de persoon overleden is zonder een klacht te hebben gedaan of zonder daarvan te hebben afgezien, of indien de laster of de eerroof tegen iemand is gericht na zijn overlijden, kan de vervolging niet geschieden dan op klacht van zijn echtgenoot, van zijn afstammelingen of (wettelijke) erfgenamen tot en met de derde graad.
De klachtvereiste voor de vervolging wegens aanranding van de eer, met de regeling voor overleden slachtoffers, komt in de volledige inhoudsopgave nergens terug. Het gaat om een ontvankelijkheidsvoorwaarde van de strafvordering, die in het Wetboek van strafvordering thuishoort.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 451
Niemand kan de rechtvaardigings- of verschoningsgrond aanvoeren dat de geschriften, drukwerken, prenten of zinnebeelden die het voorwerp van de vervolging uitmaken, slechts de reproduktie zijn van uitgaven die in België of in het buitenland verschenen zijn.
Het verbod om als rechtvaardiging of verschoning aan te voeren dat het geschrift slechts een reproductie is van een in binnen- of buitenland verschenen uitgave, is in geen enkel artikel van het nieuwe wetboek overgenomen. De regel is zonder vervanging afgeschaft.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 459
Met dezelfde straffen worden gestraft de bedienden of agenten van de berg van barmhartigheid die aan anderen dan aan de officieren van politie of aan de rechterlijke overheid de naam bekendmaken van hen die in deze instelling zaken hebben gezet of hebben doen zetten.
De regel over bedienden van de berg van barmhartigheid (pandjeshuis) die namen van klanten bekendmaken, is een verouderde instelling zonder moderne tegenhanger onder de kandidaten.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 462
Diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van zijn echtgenoot, door een weduwnaar of een weduwe wat zaken betreft die aan de overleden echtgenoot hebben toebehoord, door afstammelingen ten nadele van hun bloedverwanten in de opgaande lijn, door bloedverwanten in de opgaande lijn ten nadele van hun afstammelingen, of door aanverwanten in dezelfde graden, geven alleen aanleiding tot burgerrechtelijke vergoeding.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer deze diefstallen zijn gepleegd ten nadele van een persoon die kwetsbaar is ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid.
Ieder ander persoon die aan deze diefstallen deelneemt of die de gestolen voorwerpen of een gedeelte ervan heeft, wordt gestraft alsof het eerste lid niet bestond.
De strafuitsluiting voor diefstal tussen echtgenoten of naaste bloedverwanten (enkel burgerrechtelijke vergoeding) heeft geen tegenhanger onder de kandidaten, die uitsluitend geweldsmisdrijven binnen het gezin betreffen.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 480
Als aanhorigheden van een bewoond huis worden beschouwd de binnenplaatsen, neerhoven, tuinen en alle andere besloten erven, alsook de schuren, stallen en alle andere bouwwerken die zich daarin bevinden, onverschillig waarvoor zij gebruikt worden, zelfs wanneer zij een afzonderlijke ruimte vormen binnen de algemene omheining.
Het nieuwe wetboek gebruikt de term aanhorigheden nog in de artikelen 348 en 519, maar omschrijft ze nergens; de wettelijke opsomming van binnenplaatsen, neerhoven, tuinen en besloten erven is dus niet overgenomen.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 481
Verplaatsbare omheiningen, bestemd om vee in het open veld ingesloten te houden, op welke wijze ook gemaakt, worden als aanhorigheden van een bewoond huis beschouwd, wanneer zij staan op hetzelfde stuk grond als de verplaatsbare hutten of andere schuilplaatsen, bestemd voor de veehoeders.
Zeer specifieke en verouderde landbouwbepaling over verplaatsbare veeomheiningen als aanhorigheden; deze regeling is duidelijk achterhaald en niet overgenomen.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 482
Onder het woord wapens worden begrepen de voorwerpen, bedoeld in artikel 135 van dit wetboek.
De verwijzende definitie van wapens verdwijnt; het nieuwe wetboek spreekt in de strafbaarstellingen zelf van wapens of op wapens gelijkende voorwerpen, zoals in artikel 469, paragraaf 2, zonder dat begrip nog te definiëren.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 488
Hij die bedrieglijk sleutels namaakt of vervalst, wordt veroordeeld tot gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en tot geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
Indien de schuldige slotenmaker van beroep is, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot duizend euro.
Het bedrieglijk namaken of vervalsen van sleutels, met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en van twee tot vijf jaar voor slotenmakers, is niet overgenomen; de valsheidsmisdrijven van het nieuwe wetboek betreffen munt, effecten, zegels en betaalinstrumenten, niet sleutels.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 509quater
Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van tweehonderd euro tot vijftienhonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft de deskundige die, wetende dat een rechtstreekse betaling niet toegelaten is, deze toch aanvaardt van een partij in het geding.
Geen enkel artikel van het nieuwe wetboek treft de deskundige die een niet-toegelaten rechtstreekse betaling van een partij in het geding aanvaardt. De bepaling is afgeschaft en de regeling van het gerechtelijk deskundigenonderzoek in het Gerechtelijk Wetboek vangt dit op.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 524
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 542
Indien er in de gevallen van de vorige artikelen schending van afsluiting heeft plaatsgehad, wordt het minimum van de straf verhoogd overeenkomstig artikel 266.
De techniek van het verhogen van het strafminimum bij schending van afsluiting bestaat niet meer; het nieuwe wetboek werkt met verzwarende factoren die de rechter binnen hetzelfde strafniveau in overweging neemt en geen kandidaat bevat deze regel.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 544
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 551
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 552
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 553
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 554
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 555
(Opgeheven) <B 31-01-1946, art. 4>
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 556
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 557
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 558
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 560
(Opgeheven)
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 561
(Met geldboete van tien euro tot twintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot vijf dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :
1° Zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord;)
2° (...).
3° (...).
4° (...).
5° (...).
6° (...).
7° (...).
Het nieuwe wetboek kent geen overtredingen meer, zodat nachtgerucht of nachtrumoer als strafbaar feit verdwijnt en wordt opgevangen door gemeentelijke administratieve sancties; belaging (artikel 237) vereist het ernstig verstoren van de rust van een welbepaalde persoon en dekt dit niet.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 565
In de gevallen in deze titel omschreven, bestaat herhaling wanneer de overtreder wegens dezelfde overtreding reeds is veroordeeld binnen de twaalf voorafgaande maanden (...). <KB59 10-01-1935, art. 3>
Dit artikel betrof een algemene herhalingsregel voor overtredingen (vierde klasse), een titel die reeds in 2005 werd opgeheven; geen van de kandidaten regelt herhaling bij overtredingen, ze behandelen volledig andere, inhoudelijke misdrijven.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 566
Wanneer in de gevallen in deze titel omschreven, verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kan de geldboete tot beneden vijf euro verminderd worden, zonder dat zij ooit lager mag zijn dan een euro .
Dit artikel bevatte een technische regel over verminderde geldboetes bij verzachtende omstandigheden voor overtredingen, binnen een reeds in 2005 opgeheven titel; geen enkele kandidaat betreft deze strafmaatregel, ze gaan over andere, ongerelateerde misdrijven.geen equivalent · 95%
reeds opgeheven · 41
- al opgeheven vóór 2026
oud art. 61
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 281
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 281bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 281ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 336
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 337
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 350
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 351
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 371/1
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 371/2
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 371/3
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 372
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 373
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 374
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 375
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 376
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377quater
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 378
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 378bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 379
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 380
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 380bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 380ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 381
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382quater
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382quinquies
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 383
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 383bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 383bis/1
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 384
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 385
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 386
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 387
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 388
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 389
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven