Van het Strafwetboek van 1867 naar dat van 2026
Twee hulpmiddelen om oud en nieuw naast elkaar te leggen: de wettelijke omzettingstabel voor straffen, en een mapping artikel per artikel. Die mapping is deels een juridische beoordeling en wordt daarom met een zekerheidsgraad getoond. Alles onder de drempel staat als "te controleren".
Omzetting van oude straffen naar strafniveaus
Strafwetboek boek I, art. 78, § 1 (numac 2024002052). Omzetting van straffen uit bijzondere strafwetten naar de acht strafniveaus. Bepalend is het maximum van de hoofdstraf. Let op: 15 tot 20 jaar opsluiting wordt niveau 5 (niet 6) en 5 tot 10 jaar opsluiting wordt niveau 3 (niet 4); dat is een bewuste keuze van de wetgever.
| Maximum van de oude hoofdstraf | Wordt | |
|---|---|---|
| 1° | levenslange opsluiting of levenslange hechtenis | niveau 8 |
| 2° | opsluiting of hechtenis van meer dan 20 tot ten hoogste 30 jaar | niveau 7 |
| 3° | opsluiting of hechtenis van meer dan 15 tot ten hoogste 20 jaar | niveau 5 |
| 4° | opsluiting of hechtenis van meer dan 10 tot ten hoogste 15 jaar | niveau 4 |
| 5° | opsluiting of hechtenis van 5 tot ten hoogste 10 jaar | niveau 3 |
| 6° | gevangenisstraf van meer dan 3 tot ten hoogste 5 jaar | niveau 3 |
| 7° | gevangenisstraf van 1 tot ten hoogste 3 jaar | niveau 2 |
| 8° | gevangenisstraf van 8 dagen tot ten hoogste 12 maanden | niveau 1 |
| 9° | geldboete van meer dan 25 euro | niveau 1 |
| slot | gevangenisstraf van ten hoogste 7 dagen of geldboete van ten hoogste 25 euro | de strafbaarstelling wordt als opgeheven beschouwd |
Geldboeten: Een geldboete als hoofdstraf: het bedrag uit de bijzondere wet wordt vermenigvuldigd met 10 (art. 78, § 1). Een geldboete als bijkomende straf naast een hoofdstraf: vermenigvuldigd met 8 (art. 78, § 2). In beide gevallen niet voor feiten van vóór 1 september 2026: daar gelden de opdeciemen van het moment van de feiten.
- "misdaden"misdrijven waarop een straf van niveau 4, 5, 6, 7 of 8 is gesteld
- "wanbedrijven"misdrijven waarop een straf van niveau 1, 2 of 3 is gesteld
- "strafdrempel gevangenisstraf van minimum een jaar"gevangenisstraf van niveau 2 (art. 36)
Mapping artikel per artikel
TF-IDF- en structuurkandidaten, beoordeeld door Claude in Claude Code; in ronde 5 kreeg de beoordelaar de volledige inhoudsopgave van het nieuwe wetboek, model claude-sonnet-5 (rondes 1-2), claude-opus-5 (rondes 3-5). Oude tekst volgens Justel, stand 10 maart 2026. Drempels: zeker vanaf 0.8, waarschijnlijk vanaf 0.5.
zeker · 371
- Art. 2. Toepassing van de strafwet in de tijd
oud art. 2
Het legaliteitsbeginsel inzake straf en de regel van de gunstigste wet (lex mitior) keren nagenoeg woordelijk terug in artikel 2 van het nieuwe boek I.zeker · 90% - Art. 3. Toepassing van de strafwet in de ruimte
oud art. 3
Het territorialiteitsbeginsel (misdrijf op Belgisch grondgebied gepleegd wordt naar Belgisch recht bestraft) is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 3, eerste lid.zeker · 95% - Art. 3. Toepassing van de strafwet in de ruimte
oud art. 4
De regel dat een buiten het Rijk gepleegd misdrijf in België niet wordt bestraft behoudens wettelijke uitzondering, is overgenomen in artikel 3, tweede lid.zeker · 95% - Art. 18. Verantwoordelijkheid van rechtspersonen
oud art. 5
De regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen (inclusief gelijkstelling met maatschappen en vennootschappen in oprichting) is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 18.zeker · 97% - Art. 41. Gevangenisstraf , Art. 63. Toerekening van de hechtenis voor de einduitspraak
oud art. 30
De toerekening van voorlopige hechtenis op de uit te voeren vrijheidsstraf is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 41, § 3; artikel 63 vult dit aan voor het geval een andere straf dan een gevangenisstraf wordt uitgesproken.zeker · 85% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 30bis
De regel dat veroordeelden tot een vrijheidsstraf hun straf ondergaan in door de Koning aangewezen inrichtingen, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 41, § 4.zeker · 90% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 31
Artikel 47 herneemt dezelfde lijst van ontzegde rechten, inclusief het kiesrecht als facultatieve bijkomende ontzetting. Het aanknopingspunt verschuift van levenslange opsluiting of opsluiting van tien jaar of meer naar een veroordeling tot een straf van niveau 8.zeker · 85% - Art. 71. Ontbinding van de rechtspersoon
oud art. 35
De ontbinding van een rechtspersoon die opzettelijk is opgericht of afgewend voor strafbare werkzaamheden, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 71.zeker · 95% - Art. 59. Sluiting van de inrichting
oud art. 37
Artikel 59 neemt de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting over als bijkomende straf in de bij wet bepaalde gevallen. Nieuw is dat de sluiting niet meer alleen voor rechtspersonen geldt, dat inrichtingen met een opdracht van openbare dienstverlening zijn uitgesloten en dat de sluiting ingaat vanaf het in kracht van gewijsde treden.zeker · 80% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 37bis
De bekendmaking of verspreiding van de veroordelende beslissing op kosten van de veroordeelde is overgenomen in artikel 58, dat dezelfde bijkomende straf regelt met concrete uitvoeringsmodaliteiten.zeker · 85% - Art. 43. Straf onder elektronisch toezicht
oud art. 37ter
Dezelfde autonome straf onder elektronisch toezicht, met dezelfde duur van minstens een maand en ten hoogste een jaar en met een vervangende gevangenisstraf van gelijke duur. Het toepassingsgebied is anders geformuleerd, namelijk wanneer de rechter een straf van niveau 2 gepast acht in plaats van feiten met ten hoogste een jaar gevangenis, en de instemming van de beklaagde wordt uitdrukkelijk vereist.zeker · 88% - Art. 45. Werkstraf
oud art. 37quinquies
De werkstraf als hoofdstraf keert terug in artikel 45, met dezelfde maximumduur van driehonderd uren, dezelfde instemmingsvereiste en een vervangende gevangenisstraf of geldboete. Het onderscheid politiestraf of correctionele straf wordt vervangen door de niveaus 1 en 2, en de lijst van uitgesloten feiten verdwijnt omdat het strafniveau die rol overneemt.zeker · 85% - Art. 44. Probatiestraf
oud art. 37octies
De autonome probatiestraf keert terug als probatiestraf in artikel 44, met dezelfde algemene en bijzondere voorwaarden, een duur van zes maanden tot twee jaar en een vervangende gevangenisstraf of geldboete. Het toepassingsgebied wordt nu bepaald door de strafniveaus 1 en 2 en de instemming van de beklaagde is uitdrukkelijk vereist.zeker · 85% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 42
Artikel 53, § 2, herneemt punt voor punt de voorwerpen van de bijzondere verbeurdverklaring: het voorwerp van het misdrijf, de instrumenten, de zaken die uit het misdrijf ontstaan en de vermogensvoordelen met hun vervangingswaarden. Nieuw is de uitdrukkelijke waardevervanging in geld wanneer de zaken niet meer in het vermogen van de veroordeelde zitten.zeker · 90% - Art. 54. Verruimde verbeurdverklaring
oud art. 43quater
Artikel 54 herneemt de verruimde verbeurdverklaring met dezelfde techniek van een limitatieve lijst van misdrijven, aangepast aan de nieuwe nummering. Nieuw is dat de vordering schriftelijk uitgaat van het openbaar ministerie en dat ook vermogensvoordelen buiten het Belgische grondgebied uitdrukkelijk worden geviseerd.zeker · 90% - Art. 67. Teruggave en de schadevergoeding
oud art. 44
Het eerste lid van artikel 67 herneemt de oude regel vrijwel woordelijk: de veroordeling tot de wettelijke straffen geldt onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen verschuldigd is. Inhoudelijk verandert er niets.zeker · 95% - Art. 67. Teruggave en de schadevergoeding
oud art. 45
Artikel 67, derde lid, bepaalt nog steeds dat de rechter het bedrag van de schadevergoeding vaststelt wanneer de wet dat niet doet, maar het artikel is ruimer en regelt ook de teruggave en de toewijzing van verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij. Het verbod om de schadevergoeding aan enig werk toe te wijzen is niet overgenomen.zeker · 80% - Art. 72. Onwaardigheid om te erven , Art. 150/1. Bijkomende straf
oud art. 46
De onwaardigheid om te erven bij bepaalde misdrijven tegen het latere slachtoffer is als algemeen principe overgenomen in art. 72, waarbij de concrete lijst van misdrijven nu bij wet elders wordt bepaald. Oud art. 46 regelde de onwaardigheid voor zowel seksuele misdrijven als levensdelicten; het seksuele luik keert terug in art. 150/1.zeker · 80% - Art. 69. Voorrangsregeling
oud art. 49
De voorrangsregeling bij ontoereikend vermogen van de veroordeelde (teruggave/schadevergoeding vóór geldboete en kosten) is nagenoeg letterlijk overgenomen in art. 69, uitgebreid met de geldstraf op basis van het wederrechtelijk verkregen voordeel.zeker · 85% - Art. 68. Hoofdelijkheid
oud art. 50
Vrijwel woordelijk overgenomen bepaling over de hoofdelijkheid van mededaders voor de gerechtskosten.zeker · 95% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 51
De definitie van strafbare poging (begin van uitvoering dat staakt of mislukt door omstandigheden onafhankelijk van de wil van de dader) is inhoudelijk overgenomen in art. 9 §1.zeker · 85% - Art. 25. Geestesstoornis , Art. 22. Onweerstaanbare dwang
oud art. 71
De twee schulduitsluitingsgronden zijn elk in een apart artikel ondergebracht met vrijwel identieke inhoud: geestesstoornis in art. 25 en onweerstaanbare dwang in art. 22.zeker · 90% - Art. 28. Verzwarende factoren
oud art. 78bis
Nagenoeg woordelijk overgenomen: de wet kan voorzien in verzwarende factoren die de rechter in overweging moet nemen bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan, "zonder dat hij een straf van een hoger niveau mag opleggen". Het oude artikel verwees op dat punt naar de maximumstraf op het misdrijf gesteld.zeker · 93% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 78ter
De discriminerende drijfveer als verzwarende factor is overgenomen, met een geactualiseerde en uitgebreide lijst van beschermde kenmerken, maar inhoudelijk dezelfde regel.zeker · 93% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden
oud art. 79
Het algemene beginsel dat verzachtende omstandigheden leiden tot vermindering of wijziging van de straf is behouden, nu ingebed in het strafniveausysteem.zeker · 82% - Art. 73. Dood van de veroordeelde
oud art. 86
Vrijwel woordelijk gelijk: straffen gaan teniet door de dood van de veroordeelde, en het verlies van rechtspersoonlijkheid van de veroordeelde rechtspersoon doet de straf niet vervallen.zeker · 95% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 91
Artikel 74 bundelt alle verjaringstermijnen en behoudt de termijn van twintig jaar voor de zwaarste straffen, nu uitgedrukt als straffen van niveau 7 en 8. De onverjaarbaarheid geldt nog steeds voor genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, en de termijn loopt voortaan vanaf het in kracht van gewijsde treden in plaats van vanaf de dagtekening van de uitspraak.zeker · 80% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 92
De getrapte verjaring van correctionele straffen is in artikel 74 omgezet naar strafniveaus: tien jaar voor straffen van niveau 4, 5 en 6 en vijf jaar voor straffen van niveau 1, 2 en 3. Nieuw is de regel dat de verjaringstermijn nooit korter is dan de duur van de opgelegde straf.zeker · 80% - Art. 75. Verjaring van burgerrechtelijke veroordelingen
oud art. 99
Nagenoeg woordelijk overgenomen: burgerrechtelijke veroordelingen verjaren volgens de regels van het burgerlijk recht, en de onwaardigheid om te erven verjaart niet.zeker · 93% - Art. 76. Gevolgen van de veroordelingen uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie
oud art. 99bis
Nagenoeg woordelijk overgenomen: veroordelingen van een andere EU-lidstaat worden op dezelfde voet in aanmerking genomen, met toevoeging dat elke gelijkwaardige straf meetelt.zeker · 90% - Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten
oud art. 100
De kernregel (subsidiaire toepassing van boek I op bijzondere wetten en boek II) is identiek overgenomen; de vroegere uitzondering voor hoofdstuk VII en artikel 85 vervalt omdat die bepalingen niet meer bestaan.zeker · 85% - Art. 551. Aanslag op het leven van de Koning of de vermoedelijke troonopvolger niveau 8, Art. 552. Aanslag op de persoon van de Koning niveau 6, Art. 553. Zware aanslag op de persoon van de Koning niveau 7
oud art. 101
De aanslag op het leven van de Koning komt overeen met art. 551 (niveau 8), de aanslag op zijn persoon zonder ernstig gevolg met art. 552 (niveau 6) en de aanslag met een integriteitsaantasting van de derde graad, de dood of een vrijheidsberoving tot gevolg met de zware aanslag van art. 553 (niveau 7). Het oude artikel stelde levenslange opsluiting, respectievelijk opsluiting van twintig tot dertig jaar.zeker · 80% - Art. 551. Aanslag op het leven van de Koning of de vermoedelijke troonopvolger niveau 8, Art. 554. Aanslag op de persoon van de vermoedelijke troonopvolger niveau 5, Art. 555. Zware aanslag op de persoon van de vermoedelijke troonopvolger niveau 6
oud art. 102
Analoge opbouw als art. 101 maar voor de vermoedelijke troonopvolger: aanslag op het leven -> art. 551, gewone aanslag op de persoon -> art. 554 (niveau 5), aanslag met ernstig gevolg -> zware aanslag art. 555 (niveau 6).zeker · 80% - Art. 542. Aanslag op de staatsordening niveau 7
oud art. 104
Vrijwel woordelijke overname: de aanslag met het oogmerk de grondwettelijke staatsordening of de volgorde van de troonopvolging te vernietigen of te wijzigen, of de wapens te doen opnemen tegen een wetgevende vergadering of het grondwettelijk gezag. Het oude artikel stelde hechtenis van twintig tot dertig jaar; het nieuwe artikel stelt een straf van niveau 7.zeker · 90% - Art. 558. Samenspanning tegen de monarchie niveau 4, Art. 559. Voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie niveau 5
oud art. 107
Zowel de loutere samenspanning (art. 558) als de samenspanning gevolgd door een voorbereidingsdaad (art. 559) tegen de vermoedelijke troonopvolger is terug te vinden. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar zonder en van tien tot vijftien jaar met voorbereidingsdaad; art. 558 stelt niveau 3 voor de samenspanning tegen de persoon van de troonopvolger en niveau 4 tegen zijn leven, art. 559 stelt niveau 4 respectievelijk niveau 5 voor de voorbereiding.zeker · 85% - Art. 543. Samenspanning tegen de staatsordening niveau 3, Art. 544. Voorbereiding van een aanslag op de staatsordening niveau 4
oud art. 109
De loutere samenspanning tegen de staatsordening (art. 543) en de samenspanning gevolgd door voorbereidingshandelingen (art. 544) dekken beide scenario's uit het oude artikel. Het oude artikel stelde hechtenis van vijf tot tien jaar, respectievelijk tien tot vijftien jaar; art. 543 stelt een straf van niveau 3 en art. 544 een straf van niveau 4.zeker · 85% - Art. 80. Bijzondere definities
oud art. 110
De definitie van samenspanning in art. 80 ('elk opzettelijk gezamenlijk genomen besluit... om een aanslag te plegen') zet de oude regel vrijwel woordelijk voort.zeker · 90% - Art. 564. Definities
oud art. 112/1
De definitie van 'staatsgeheim' is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 564, 3°.zeker · 95% - Art. 569. Opnemen van de wapens tegen België of een bondgenoot niveau 8
oud art. 113
Het opnemen van de wapens tegen België ten voordele van de vijand is overgenomen in art. 569, met dezelfde zware strafmaat (niveau 8), nu ook uitgebreid tot personen met een verblijfstitel in plaats van enkel Belgen.zeker · 85% - Art. 565. Oorlogsuitlokking niveau 7
oud art. 114
Oorlogsuitlokking via kuiperij met een vreemde mogendheid is overgenomen in art. 565. Het oude artikel stelde hechtenis van twintig tot dertig jaar, en levenslange hechtenis wanneer daadwerkelijk vijandelijkheden volgden; art. 565 stelt één straf van niveau 7, zonder afzonderlijke regel voor het geval dat vijandelijkheden volgen.zeker · 80% - Art. 570. Vergemakkelijken van de opmars van de vijand niveau 8, Art. 571. Verschaffen van mankracht of goederen aan de vijand niveau 8, Art. 574. Aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat niveau 6
oud art. 115
De verschillende gedragingen (opmars van de vijand vergemakkelijken, mankracht/goederen verschaffen, trouw aan de Staat doen wankelen) zijn elk in een apart artikel (570, 571, 574) overgenomen, met niveau 8/8/6 in plaats van de oude levenslange hechtenis.zeker · 80% - Art. 581. Reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim aan de vijand niveau 7
oud art. 116
Het overleveren of meedelen van staatsgeheimen aan de vijand is overgenomen in art. 581, dat ook de reproductie, de bekendmaking en de poging noemt. Het oude artikel stelde levenslange hechtenis; art. 581 stelt een straf van niveau 7.zeker · 85% - Art. 576. Reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep niveau 4, Art. 577. Reproductie, bekendmaking of overdracht van een staatsgeheim aan een vreemde Staat of een buitenlandse gewapende groep door bijzondere personen niveau 5
oud art. 118
De basisvorm (overdracht van staatsgeheim aan vreemde staat/gewapende groep) komt overeen met art. 576 (niveau 4), de verzwarende omstandigheid voor ambts- of mandaatdragers met art. 577 (niveau 5).zeker · 85% - Art. 582. Reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim niveau 4
oud art. 119
Vrijwel woordelijke overname in art. 582 (niveau 4) van het overleveren/reproduceren van een staatsgeheim met het oogmerk de essentiële belangen van België of een verbonden Staat te schaden.zeker · 90% - Art. 583. Reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat niveau 4
oud art. 119/1
De bestanddelen komen vrijwel woordelijk overeen: het overleveren of meedelen aan een onbevoegde en het reproduceren of bekendmaken zonder toelating van een staatsgeheim inzake de landsverdediging of de uitwendige veiligheid. De straf gaat van zes maanden tot vijf jaar gevangenis met geldboete naar een straf van niveau 4, en de poging is nu uitdrukkelijk strafbaar.zeker · 92% - Art. 584. Verzwaarde reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat niveau 5
oud art. 119/2
Nagenoeg woordelijke overname van de verzwarende variant in art. 584 (niveau 5).zeker · 95% - Art. 586. Onbevoegd ontvangen van een staatsgeheim niveau 3
oud art. 120
Artikel 586 herneemt het onbevoegd aanschaffen of ontvangen van een staatsgeheim, maar voegt een bijzonder opzet toe, namelijk het oogmerk afbreuk te doen aan de essentiële belangen van België of van een bondgenoot, en stelt de poging uitdrukkelijk strafbaar. De oude straf van drie tot vijf jaar gevangenis en drieduizend tot vijfduizend euro geldboete wordt een straf van niveau 3.zeker · 85% - Art. 588. Vergaren of overmaken van militaire inlichtingen niveau 3
oud art. 120bis
De drie gedragingen (toegang onder vermomming, verkenning/inlichtingen inwinnen, communicatiemiddelen organiseren) zijn samengebracht in het ene art. 588 (niveau 3).zeker · 90% - Art. 591. Opnames of opmetingen maken van militaire installaties, militaire domeinen of militaire communicatie of de verspreiding hiervan niveau 2, Art. 592. Betreden van een militaire installatie of een militair domein niveau 2
oud art. 120ter
Het maken en verspreiden van opnames/opmetingen van militaire installaties is overgenomen in art. 591, het betreden/beklimmen van militair domein in art. 592, beide bestraft met niveau 2.zeker · 85% - Art. 594. Foute omgang met een staatsgeheim niveau 2
oud art. 120quinquies
Vrijwel woordelijke overname van de schuldvariant (ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bij omgang met een staatsgeheim) in art. 594 (niveau 2).zeker · 90% - Art. 596. Verstrekken van foute essentiële informatie niveau 3
oud art. 120quinquies/1
Vrijwel woordelijke overname in art. 596 (niveau 3) van het met bedrieglijk opzet verstrekken van foute essentiële informatie aan de overheid.zeker · 92% - Art. 590. Hulp verschaffen aan daders van bepaalde misdrijven met betrekking tot een staatsgeheim niveau 1
oud art. 120septies
Het verschaffen van onderdak of hulp aan daders van staatsgeheim-misdrijven is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 590 (niveau 1).zeker · 88% - Art. 579. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 580. Strafverminderende verschoningsgrond
oud art. 120octies/1
Beide verschoningsgronden (strafuitsluitend bij melding vóór de overdracht, strafverminderend bij melding erna) zijn woordelijk overgenomen in art. 579 en 580.zeker · 95% - Art. 597. Aangifte aan de vijand niveau 3, Art. 598. Aangifte aan de vijand met langdurige vrijheidsberoving tot gevolg niveau 4, Art. 599. Aangifte aan de vijand met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 5, Art. 600. Aangifte aan de vijand met de dood tot gevolg niveau 6
oud art. 121bis
Alle vier verzwaringstrappen (basisvorm, langdurige vrijheidsberoving, ernstige integriteitsaantasting, dood) van aangifte aan de vijand zijn teruggevonden in art. 597 tot en met 600.zeker · 90% - Art. 607. Vernieling of brandstichting ter bevoordeling van de vijand niveau 8
oud art. 122
De verzwaring van brandstichting/vernieling ter bevoordeling van de vijand, inclusief de gelijkstelling van poging met voltooid misdrijf, is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 607.zeker · 92% - Art. 567. Blootstelling aan oorlogsdreiging niveau 4, Art. 568. Blootstelling aan oorlogsdreiging met vijandelijkheden tot gevolg niveau 5
oud art. 123
De basisvorm en de verzwaarde vorm (met daadwerkelijk gevolgde vijandelijkheden) van blootstelling aan oorlogsdreiging zijn overgenomen in art. 567 en 568.zeker · 90% - Art. 610. Samenspanning met het oog op een misdrijf dat de landsverdediging kan belemmeren niveau 2, Art. 611. Samenspanning met het oog op een misdrijf dat de landsverdediging kan belemmeren in oorlogstijd niveau 3
oud art. 123quater
Zowel de basisvorm als de oorlogstijdvariant van samenspanning met het oog op het belemmeren van de landsverdediging zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 610 en 611.zeker · 88% - Art. 393. Onwettige lichting van gewapende krijgsbenden niveau 3
oud art. 126
Het onwettig lichten van gewapende krijgsbenden, ronselen van krijgslieden of leveren van wapens/munitie is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 393 (niveau 3).zeker · 90% - Art. 398. Onwettige militaire bevelvoering niveau 4
oud art. 127
Bijna woordelijke overname in art. 398 van het onwettig bevel nemen over legerkorps, schip, vesting, post, haven of stad en het niet ontbinden van troepen. Het oude artikel stelde hechtenis van vijf tot tien jaar; art. 398 stelt een straf van niveau 4.zeker · 95% - Art. 401. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 134
De straffeloosheid voor gewone leden die zich bij de eerste waarschuwing terugtrekken of zonder verzet en wapens gevat worden, is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 401.zeker · 90% - Art. 546. Aanvaarding van buitenlandse steun aan ondermijning van de essentiële nationale belangen niveau 3
oud art. 135bis
De strafbaarstelling van buitenlandse inmenging in een democratisch beslissingsproces ten dienste van een vreemde staat of organisatie is nagenoeg letterlijk overgenomen in artikel 546. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie tot vijf jaar en geldboete van duizend tot twintigduizend euro; artikel 546 stelt een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 624. Werven van een minderjarige voor een vreemd leger niveau 3
oud art. 135quater
Het verkrijgen dat een minderjarige zonder toestemming van de ouders dienst neemt in een vreemd leger is nagenoeg identiek overgenomen in artikel 624, dat ook de poging uitdrukkelijk noemt. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar; artikel 624 stelt een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 82. Misdaad van genocide niveau 8
oud art. 136bis
De misdaad van genocide is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 82, met dezelfde vijf gedragingen; bestraft met niveau 8.zeker · 97% - Art. 83. Misdaad tegen de mensheid niveau 8
oud art. 136ter
De misdaad tegen de mensheid is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 83, met dezelfde opsomming van gedragingen; bestraft met niveau 8.zeker · 97% - Art. 90. Voorbereidende handelingen
oud art. 136sexies
De strafbaarstelling van voorbereidende handelingen (werktuigen, toestellen, bouwwerken) voor internationale misdaden is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 90.zeker · 90% - Art. 92. Strafbare deelneming en aansprakelijkheid van de meerdere
oud art. 136septies
Bevel, voorstel/aanbod, aanzetten, deelneming en verzuim om op te treden tegen internationale misdaden zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 92; de poging wordt afzonderlijk geregeld in het algemene artikel 91.zeker · 85% - Art. 93. Uitsluiting van de rechtvaardiging en verschoning
oud art. 136octies
De uitsluiting van rechtvaardigingsgronden en de regel dat een bevel van een meerdere niet ontslaat van verantwoordelijkheid, zijn vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 93.zeker · 90% - Art. 371. Terroristisch misdrijf niveau 8
oud art. 137
De algemene definitie van het terroristisch misdrijf (oogmerk van vrees, dwang of ontwrichting) en de gekoppelde lijst van onderliggende misdrijven zijn overgenomen in artikel 371, met verwijzing naar de nieuwe artikelnummering.zeker · 90% - Art. 372. Definitie van terroristische groep
oud art. 139
De definitie van de terroristische groep, met de uitsluiting van organisaties met een louter politiek, syndicaal, humanitair of levensbeschouwelijk doel, is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 372.zeker · 97% - Art. 373. Deelname aan een terroristische groep niveau 4, Art. 374. Deelname aan het nemen van een beslissing binnen een terroristische groep niveau 5, Art. 375. Verzwaarde deelname aan een terroristische groep niveau 6
oud art. 140
De drie gradaties (gewone deelname, deelname aan de besluitvorming, leidende rol in een terroristische groep) komen overeen met de nieuwe artikelen 373 tot 375; de straffen dalen van opsluiting vijf tot twintig jaar naar niveaus 4 tot 6.zeker · 85% - Art. 376. Aanzetten tot terrorisme en verheerlijken van terrorisme niveau 4
oud art. 140bis
Dezelfde strafbaarstelling van het verspreiden of publiekelijk ter beschikking stellen van een boodschap die aanzet tot terrorisme en die het risico oplevert dat zulke misdrijven worden gepleegd, nu samengevoegd met het verheerlijken van terrorisme. De straf gaat van opsluiting van vijf tot tien jaar naar een straf van niveau 3 of 4 naargelang de zwaarte van het beoogde misdrijf, en de bijzondere verzwaring voor boodschappen gericht op minderjarigen verdwijnt.zeker · 85% - Art. 378. Aanwerven met terroristisch oogmerk niveau 4, Art. 379. Aanwerven met terroristisch oogmerk gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 140ter
Het aanwerven van een persoon om een terroristisch misdrijf te plegen blijft strafbaar, met een straf van niveau 4, en de verzwaarde vorm wanneer de werving zich op minderjarigen richt staat in een apart artikel met niveau 5, nu uitgebreid tot personen in een kwetsbare toestand. De oude straffen waren opsluiting van vijf tot tien jaar en van tien tot vijftien jaar.zeker · 85% - Art. 380. Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf niveau 4, Art. 381. Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 140quater
Het onderrichten of opleiden met het oog op een terroristisch misdrijf en de afzonderlijke bepaling voor minderjarigen komen overeen met de artikelen 380 en 381. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar, en van tien tot vijftien jaar indien de opleiding op minderjarigen was gericht; artikel 380 stelt niveau 4 en artikel 381 niveau 5, dit laatste ook voor een persoon in een kwetsbare toestand.zeker · 85% - Art. 380. Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf niveau 4
oud art. 140quinquies
Het zelf onderrichtingen doen geven, een opleiding volgen of zelf kennis verwerven met terroristisch oogmerk is opgenomen in artikel 380, 2° en 3°.zeker · 80% - Art. 382. Binnenkomen of verlaten van het nationaal grondgebied met terroristisch oogmerk en het organiseren of op enige andere wijze faciliteren van reizen met terroristisch oogmerk niveau 4
oud art. 140sexies
Artikel 382 herneemt woordelijk het verlaten en het binnenkomen van het nationaal grondgebied met terroristisch oogmerk, met dezelfde uitzondering voor het misdrijf van artikel 371, § 3, 6°. De opsluiting van vijf tot tien jaar met geldboete wordt een straf van niveau 4 en het artikel voegt het organiseren of faciliteren van dergelijke reizen toe.zeker · 90% - Art. 383. Voorbereiden van het plegen van een terroristisch misdrijf niveau 5
oud art. 140septies
De strafbaarstelling van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf, met dezelfde voorbeelden van voorbereidingshandelingen, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 383; de straf wordt gekoppeld aan niveaus in plaats van aan vaste strafmaten.zeker · 95% - Art. 384. Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met terroristisch oogmerk niveau 4, Art. 385. Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen aan een terroristische persoon niveau 5, Art. 386. Verzwaard ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met terroristisch oogmerk of aan een terroristische persoon niveau 5
oud art. 141
De financiering van terrorisme is gesplitst in het ter beschikking stellen van middelen met terroristisch oogmerk (artikel 384), het ter beschikking stellen aan een terroristische persoon (artikel 385) en de vorm waarbij de middelen bestemd zijn voor een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand (artikel 386). Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar en van tien tot vijftien jaar bij bestemming voor een minderjarige; de nieuwe artikelen stellen niveau 3 of 4 (artikel 384), niveau 4 of 5 (artikel 385) en niveau 4 of 5 (artikel 386), naargelang het strafniveau van het gelinkte misdrijf. De persoon in een kwetsbare toestand is een toevoeging.zeker · 90% - Art. 387. Toepassingsgebied
oud art. 141bis
De uitsluiting van het toepassingsgebied voor handelingen van strijdkrachten in een gewapend conflict conform het internationaal humanitair recht, is vrijwel letterlijk overgenomen in artikel 387.zeker · 95% - Art. 388. Vrijwaringsclausule van de fundamentele rechten en vrijheden
oud art. 141ter
De vrijwaringsclausule voor fundamentele rechten en vrijheden (stakingsrecht, vergaderingsvrijheid, persvrijheid) is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 388.zeker · 97% - Art. 386/1. De vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit
oud art. 141quater
De bepaling is een vrijwel letterlijke overname van oud artikel 141quater over de ambtshalve uitspraak over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit na een veroordeling van ten minste vijf jaar zonder uitstel voor een terroristisch misdrijf. Enkel de terminologie is aangepast, met deelnemer in plaats van mededader of medeplichtige en met een verwijzing naar het hoofdstuk in plaats van de titel.zeker · 90% - Art. 354. Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst niveau 1, Art. 355. Verzwarende factor bij de aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst
oud art. 142
Het door geweld of bedreiging dwingen of verhinderen van de uitoefening van een eredienst is overgenomen in artikel 354, 1°; de verzwaring bij een kwetsbaar slachtoffer komt overeen met artikel 355.zeker · 85% - Art. 354. Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst niveau 1
oud art. 143
Het door stoornis of wanorde verhinderen, belemmeren of onderbreken van een eredienst is overgenomen in artikel 354, 2°.zeker · 85% - Art. 354. Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst niveau 1
oud art. 144
Het beschimpen van voorwerpen van een eredienst door daden, woorden, gebaren of bedreigingen is overgenomen in artikel 354, 3°.zeker · 85% - Art. 626. De willekeurige inbreuk op de grondrechten niveau 2
oud art. 151
De restcategorie van willekeurige daden die grondwettelijke vrijheden schenden, gepleegd door een ambtenaar, is overgenomen in het algemene artikel 626 over de willekeurige inbreuk op de grondrechten.zeker · 85% - Art. 625. Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 155
Het nalaten of weigeren door een bevoegde ambtenaar om een wederrechtelijke vrijheidsberoving te doen ophouden, is overgenomen in artikel 625.zeker · 85% - Art. 625. Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 156
Het nalaten of weigeren door een niet-bevoegde ambtenaar om een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen en aan te geven, is eveneens overgenomen in het algemene artikel 625.zeker · 85% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 160
Artikel 427 vervangt de aparte strafbaarstellingen per muntsoort door één omschrijving van namaking en vervalsing van de munt, ongeacht het metaal. De straf zakt van opsluiting van tien tot vijftien jaar naar een straf van niveau 4, en bedrieglijk opzet wordt uitdrukkelijk vereist.zeker · 80% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 162
De namaking van munten van een ander metaal en van euromunten valt samen met de andere muntnamaking onder artikel 427. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; artikel 427 stelt een straf van niveau 4. De facultatieve ontzetting uit rechten verloopt voortaan via de algemene regeling van artikel 47.zeker · 80% - Art. 431. Weer in omloop brengen van de valse munten of valse effecten die te goeder trouw ontvangen zijn niveau 1
oud art. 170
Het weer in omloop brengen van te goeder trouw ontvangen valse munten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt exact overeen met art. 431; de geldboete wordt vervangen door een straf van niveau 1.zeker · 90% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 170bis
De regel dat de bepalingen zonder onderscheid gelden voor reeds uitgegeven en nog niet uitgegeven munten is vrijwel woordelijk overgenomen in art. 426.zeker · 90% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4, Art. 425. Definities
oud art. 175
De namaking of vervalsing van aandelen, schuldbrieven en rente- of dividendbewijzen is opgegaan in de algemene namaking en vervalsing van effecten (niveau 4), waarbij artikel 425 de opsomming van de beschermde effecten overneemt. Het oude onderscheid tussen een Belgische uitgifte (tien tot vijftien jaar) en een buitenlandse uitgifte (vijf tot tien jaar) verdwijnt.zeker · 80% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 177bis
De bepaling dat de valsheidsregels zonder onderscheid gelden voor reeds uitgegeven en nog niet uitgegeven betaalmiddelen is vrijwel woordelijk overgenomen in de gemeenschappelijke bepaling van art. 426.zeker · 85% - Art. 431. Weer in omloop brengen van de valse munten of valse effecten die te goeder trouw ontvangen zijn niveau 1
oud art. 178
Het weer in omloop brengen van te goeder trouw ontvangen nagemaakte effecten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt overeen met art. 431, dat zowel munt als effecten omvat.zeker · 85% - Art. 432. Illegaal in omloop brengen van een geldteken niveau 1
oud art. 178bis
De onbevoegde uitgifte van een geldteken bestemd voor circulatie als betaalmiddel komt woordelijk overeen met art. 432.zeker · 95% - Art. 434. Namaking en vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
oud art. 178quinquies
De bestanddelen vallen samen: het namaken of vervalsen van een niet-contant betaalinstrument, nu met een uitdrukkelijke omschrijving en met vereist bedrieglijk opzet. Enkel de uitdrukkelijke gelijkstelling van de poging met het voltooide misdrijf is niet overgenomen en valt terug op de algemene pogingsregeling.zeker · 90% - Art. 435. Gebruik van valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
oud art. 178sexies
Artikel 435 straft het gebruiken of pogen te gebruiken van valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten met een straf van niveau 2; het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en geldboete tot vijftigduizend euro. Nieuw is dat bedrieglijk opzet uitdrukkelijk als bestanddeel wordt vermeld.zeker · 90% - Art. 436. Overdracht van onrechtmatig verkregen, valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten. niveau 2
oud art. 178septies
Artikel 436 herneemt het bezitten, voorhanden hebben, aanschaffen, in- en uitvoeren, vervoeren, verkopen of verspreiden van onrechtmatig verkregen, valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten met het oogmerk ze te gebruiken, met een straf van niveau 2. De eigen strafbepaling voor de poging uit het oude artikel verdwijnt, zodat de algemene pogingregel geldt.zeker · 85% - Art. 437. Hergebruik van nagemaakte, vervalste of beschadigde niet-contante betaalinstrumenten niveau 1
oud art. 178octies
Het opnieuw gebruiken van te goeder trouw ontvangen nagemaakte betaalinstrumenten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt exact overeen met art. 437 (hergebruik).zeker · 90% - Art. 438. Overdracht van materiaal bestemd tot het vervaardigen van niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
oud art. 178nonies
Het vervaardigen, aanschaffen, invoeren of verspreiden van instrumenten bestemd om de misdrijven van dit hoofdstuk mogelijk te maken komt woordelijk overeen met art. 438.zeker · 90% - Art. 439. Namaking, vervalsing of gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 3
oud art. 179
Namaking en gebruik van 's Lands zegel keren terug in artikel 439, dat daarnaast ook de rijksstempels en de keurstempels omvat. De opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt teruggebracht tot een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 441. Handel in papier of goud, zilver of platina, gemerkt met een nagemaakte of vervalste zegel of keurstempel niveau 3
oud art. 181
De handel in papier of edelmetaal gemerkt met een nagemaakt of vervalst zegel of keurstempel komt vrijwel woordelijk overeen met art. 441.zeker · 95% - Art. 443. Bedrieglijk aanbrengen van de door het waarborgkantoor geplaatste keurmerken niveau 2, Art. 444. Namaking van de door het waarborgkantoor geplaatste keurmerken of van de zegelafdruk niveau 2
oud art. 182
Het oude artikel is gesplitst in het bedrieglijk aanbrengen van keurmerken van het waarborgkantoor op andere voorwerpen (artikel 443) en het namaken van die keurmerken of van de zegelafdruk zonder nagemaakte keurstempel (artikel 444). De gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt in beide gevallen een straf van niveau 2.zeker · 95% - Art. 442. Gebruik van het papier, gemerkt met een nagemaakte of vervalste zegel niveau 1
oud art. 183
Dezelfde gedraging keert vrijwel woordelijk terug in artikel 442, waarbij het oude 'met zijn weten' is vervangen door bedrieglijk opzet. De gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden wordt een straf van niveau 1.zeker · 90% - Art. 440. Nadelig gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 1
oud art. 185
Het wederrechtelijk zich aanschaffen van echte zegels, stempels en keurstempels en het nadelig gebruiken ervan keert terug in artikel 440. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar; artikel 440 stelt een straf van niveau 1. De aparte strafbaarstelling van de poging verdwijnt en valt voortaan onder de algemene regeling van de strafbare poging.zeker · 85% - Art. 440. Nadelig gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 1
oud art. 187
Artikel 440, § 2 breidt het nadelig gebruik van echte zegels, stempels en keurstempels uitdrukkelijk uit tot die welke aan andere Staten toebehoren. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot twee jaar; artikel 440 stelt een straf van niveau 1. De afzonderlijke strafbaarstelling van de poging keert niet terug.zeker · 85% - Art. 446. Namaking of gebruik van plakpostzegels of andere zegels niveau 2, Art. 447. In omloop brengen van nagemaakte plakpostzegels of andere nagemaakte zegels niveau 1
oud art. 188
De namaking van postzegels (art. 446) en het te koop stellen/in omloop brengen van de nagemaakte zegels (art. 447) dekken samen het oude artikel.zeker · 80% - Art. 446. Namaking of gebruik van plakpostzegels of andere zegels niveau 2
oud art. 189
Art. 446 §2 regelt exact het gebruik van nagemaakte postzegels die de dader zich heeft verschaft.zeker · 85% - Art. 425. Definities
oud art. 190bis
De uitbreiding van het zegelbegrip tot documenten van bpost en frankeerwaarden is nu opgenomen in de definitiebepaling van art. 425.zeker · 85% - Art. 448. Plaatsen van een niet-authentieke naam van een fabrikant of van een niet-authentieke handelsnaam van een fabriek niveau 1, Art. 449. In omloop brengen van met een valse naam of een valse handelsnaam gemerkte goederen niveau 1
oud art. 191
Het plaatsen van een valse fabrikantsnaam (art. 448) en het in omloop brengen van aldus gemerkte goederen door handelaars (art. 449) dekken samen het oude artikel.zeker · 90% - Art. 450. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 192
De strafuitsluitende verschoningsgrond voor wie vóór uitgifte en vervolging de feiten en daders aan de overheid meldt, is overgenomen in art. 450.zeker · 85% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 192bis
De toepasselijkheid van de eurostraffen op munten/bankbiljetten die niet langer wettig betaalmiddel zijn wegens de invoering van de euro is woordelijk overgenomen in art. 426.zeker · 90% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 196
De valsheid in authentieke, openbare, handels-, bank- of private geschriften door particulieren komt overeen met de algemene bepaling art. 451.zeker · 85% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 197
Art. 451 §2 regelt exact het gebruik van valse stukken, bestraft als de valsheid zelf.zeker · 90% - Art. 453. Overdracht van een reis- of identiteitsdocument niveau 1, Art. 454. Niet-eerbiediging van een beslissing tot intrekking van een paspoort, een identiteitskaart of een als zodanig geldend document niveau 1
oud art. 199bis
Het gebruik of overdragen van reisdocumenten in strijd met opgelegde voorwaarden wordt nu apart strafbaar gesteld in art. 453, en het niet naleven van een intrekkingsbeslissing in art. 454; samen dekken zij de oude bepaling.zeker · 85% - Art. 648. Valse verklaring niveau 2
oud art. 217
De valse verklaring van wie enkel opgeroepen wordt om inlichtingen te geven is in het nieuwe wetboek een zelfstandig misdrijf geworden, artikel 648 Valse verklaring, dat meteen na de valse getuigenis van artikel 647 staat. Het oude artikel verwees naar de straffen van de valse getuigenis, met een graad verminderd; artikel 648 stelt een eigen straf van niveau 2 voor dezelfde gedraging.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 218
Vals getuigenis in correctionele zaken is opgegaan in het uniforme misdrijf valse getuigenis (art. 647), waarbij het onderscheid naar rechtscollege vervalt. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar; art. 647 stelt een straf van niveau 3.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 219
Vals getuigenis in politiezaken is opgegaan in het ene misdrijf valse getuigenis (art. 647); het onderscheid naar rechtscollege en de eigen strafmaat van drie maanden tot een jaar verdwijnen. Art. 647 stelt een straf van niveau 3.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 220
Vals getuigenis in burgerlijke zaken is opgegaan in het uniforme misdrijf valse getuigenis (art. 647, niveau 3), zonder nog onderscheid te maken met andere procedures.zeker · 80% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 221
De gelijkstelling van tolken en deskundigen met valse getuigen is nu rechtstreeks in de definitie van valse getuigenis (art. 647) opgenomen ('of optreden als tolk of deskundige'), zodat een aparte verwijzingsbepaling overbodig is.zeker · 80% - Art. 649. Verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring
oud art. 223
Verleiding van getuigen, deskundigen of tolken komt overeen met verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring (art. 649), bestraft met de straf van het uitgelokte misdrijf.zeker · 90% - Art. 651. Meineed niveau 2, Art. 652. Valse eed bij verzegeling of boedel-beschrijving niveau 2
oud art. 226
De valse eed in burgerlijke zaken is overgenomen in art. 651 (meineed, niveau 2) en de valse eed bij verzegeling of boedelbeschrijving is apart geregeld in art. 652 (niveau 2); samen dekken zij de oude bepaling. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en geldboete, met mogelijke ontzetting van rechten.zeker · 90% - Art. 455. Aanmatiging van openbare functies niveau 2
oud art. 227
Inmenging in burgerlijke of militaire openbare ambten is nu aanmatiging van openbare functies (art. 455, niveau 2), met toevoeging van het vereiste bedrieglijk opzet.zeker · 90% - Art. 457. Aanmatiging van de titel van advocaat niveau 1
oud art. 227ter
Het onbevoegd voeren van de titel van advocaat of ereadvocaat is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 457 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 459. Aanmatiging van de titel van gerechtsdeurwaarder niveau 1
oud art. 227quinquies
Het onbevoegd voeren van de titel van gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder is nagenoeg letterlijk overgenomen in art. 459 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 460. Aanmatiging van kleding of tekens van een orde niveau 1
oud art. 228
Het onrechtmatig dragen van kledij, uniform, ereteken of onderscheidingstekens van een orde is overgenomen in art. 460 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 461. Aanmatiging van adellijke titels niveau 1
oud art. 230
Het in het openbaar aannemen van een niet-toekomende adellijke titel is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 461 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 462. Aanmatiging van een naam niveau 1
oud art. 231
Het in het openbaar aannemen van een niet-toekomende naam is overgenomen in art. 462 (niveau 1).zeker · 90% - Art. 627. Beramen van maatregelen in strijd met de geldende normen niveau 2
oud art. 233
Het beramen door ambtenaren van met de wet strijdige maatregelen is overgenomen in art. 627, dat een straf van niveau 2 stelt; het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot zes maanden. Art. 627 vereist daarbij kwaad opzet of het oogmerk de openbare dienst te ontwrichten.zeker · 85% - Art. 628. Verhinderen van de uitvoering van de geldende normen niveau 2
oud art. 234
Het nieuwe artikel 628 stelt precies het beramen van maatregelen tegen de uitvoering van een wet of een uitvoeringsbesluit door personen met een openbare functie strafbaar, maar vereist kwaad opzet of het oogmerk de openbare dienst te ontwrichten. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar; artikel 628 stelt een straf van niveau 2. De variant van de beraming tussen burgerlijke overheden en militaire korpsen, met hechtenis tot vijftien jaar, keert niet terug.zeker · 85% - Art. 629. Aanmatiging van macht door magistraten of leden van de politiediensten niveau 2
oud art. 237
De inmenging van magistraten of leden van de gerechtelijke politie in de wetgevende of uitvoerende macht is overgenomen in art. 629 (niveau 2).zeker · 85% - Art. 630. Aanmatiging van macht door leden van de lokale uitvoerende macht of van bestuurslichamen niveau 2
oud art. 239
De inmenging van provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen, burgemeesters en bestuursleden in de wetgevende macht of hun aanmatiging van bevoegdheid tegenover hoven en rechtbanken is overgenomen in art. 630 (niveau 2).zeker · 85% - Art. 634. Verduistering door een persoon met een openbare functie niveau 3
oud art. 240
Verduistering door een openbaar ambtenaar van gelden of goederen die hem uit hoofde van zijn ambt zijn toevertrouwd, is overgenomen in art. 634. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar en geldboete; art. 634 stelt een straf van niveau 3.zeker · 85% - Art. 635. Vernietigen of wegmaken van officiële akten, stukken of voorwerpen niveau 3
oud art. 241
Zelfde misdrijf: het vernietigen of wegmaken van akten door de ambtenaar die er de bewaarder van is; het oude artikel sprak van kwaadwillig of bedrieglijk, art. 635 van bedrieglijk opzet. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar en geldboete; art. 635 stelt een straf van niveau 3.zeker · 85% - Art. 636. Knevelarij niveau 3
oud art. 243
Knevelarij is nagenoeg letterlijk overgenomen. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en geldboete, en opsluiting van vijf tot tien jaar bij geweld of bedreiging; het nieuwe artikel stelt één straf van niveau 3, zonder aparte bepaling voor geweld of bedreiging.zeker · 90% - Art. 637. Belangenneming niveau 3
oud art. 245
Belangenneming en de uitzondering voor wie zijn private belangen openlijk heeft bevorderd, zijn vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 637. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en geldboete; artikel 637 stelt een straf van niveau 3.zeker · 92% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3
oud art. 246
Actieve en passieve omkoping van een persoon met een openbare functie zijn in dezelfde bewoordingen samengebracht in één artikel.zeker · 85% - Art. 631. Onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht niveau 2
oud art. 254
Het onwettig vorderen of bevelen van optreden van de openbare macht tegen de uitvoering van wetten of rechterlijke beslissingen is nagenoeg identiek overgenomen in art. 631. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een tot vijf jaar; art. 631 stelt een straf van niveau 2.zeker · 90% - Art. 631. Onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht niveau 2, Art. 632. Gevolg geven aan een onwettige vordering of bevel niveau 2
oud art. 256
De regel dat het strafniveau van het veroorzaakte misdrijf wordt toegepast wanneer de onwettige vordering of het bevel de rechtstreekse oorzaak is van andere misdrijven, is letterlijk terug te vinden in § 2 van beide kandidaatartikelen; die bepalen dat in dat geval "dat zwaarder strafniveau" wordt toegepast. De omzetting van levenslange opsluiting in opsluiting van twintig tot dertig jaar uit het oude artikel keert niet terug.zeker · 85% - Art. 633. Rechtsweigering niveau 1
oud art. 258
Rechtsweigering door een rechter is nagenoeg woordelijk overgenomen, met de geldboete vervangen door een straf van niveau 1.zeker · 90% - Art. 643. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 260
De strafuitsluiting voor de ambtenaar die een niet-manifest onrechtmatig bevel van een meerdere uitvoert, is vrijwel woordelijk overgenomen.zeker · 88% - Art. 640. Inbreuk op de formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand niveau 1
oud art. 263
De overtreding door de ambtenaar van de burgerlijke stand van titel 2 boek I van het Burgerlijk Wetboek is vrijwel letterlijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 641. Voltrekking van een huwelijk zonder voorafgaande toestemming niveau 1
oud art. 265
De voltrekking van een huwelijk zonder zich van de vereiste toestemmingen te vergewissen is vrijwel woordelijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 642. Voltrekking van het religieuze huwelijk of van het niet-confessionele huwelijk vóór de voltrekking van het burgerlijk huwelijk niveau 1
oud art. 267
De inzegening van een religieus huwelijk vóór het burgerlijk huwelijk door een bedienaar van de eredienst is vrijwel letterlijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 3
oud art. 269
De omschrijving van weerspannigheid keert terug in artikel 644, waarbij de lange opsomming van beschermde ambtenaren is vervangen door de ruimere categorie persoon met een openbare functie, uitgebreid tot wie bijstand levert bij die functie. De strafmaat staat nu in hetzelfde artikel, met niveau 1 zonder wapens en niveau 2 met wapens.zeker · 90% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 3
oud art. 271
Artikel 644 neemt het onderscheid tussen gewapende en ongewapende weerspannigheid door één persoon over. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar met wapens en van acht dagen tot zes maanden zonder wapens; artikel 644 stelt niveau 2 respectievelijk niveau 1. Nieuw is de aparte straf wanneer de weerspannigheid een integriteitsaantasting van de tweede of derde graad tot gevolg heeft.zeker · 85% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 3
oud art. 271bis
De verzwaarde weerspannigheid door één persoon met lichamelijke gevolgen is opgenomen in het laatste lid van het basisartikel weerspannigheid: niveau 2 zonder wapens en niveau 3 met wapens. Het oude gevolgcriterium ziekte of ongeschiktheid tot werken is vervangen door een integriteitsaantasting van de tweede of de derde graad, tegenover de oude straffen van zes maanden tot drie jaar zonder wapen en drie tot vijf jaar met wapen.zeker · 85% - Art. 645. Collectieve weerspannigheid niveau 3
oud art. 272
De collectieve weerspannigheid keert terug in artikel 645, maar het viervoudige onderscheid naargelang voorafgaande afspraak en wapendracht verdwijnt. In de plaats komt één straf van niveau 3, tegenover de oude opsluiting van vijf tot tien jaar voor de gewapende samenspannende weerspannigen.zeker · 85% - Art. 645. Collectieve weerspannigheid niveau 3
oud art. 272bis
De collectieve weerspannigheid wordt bestraft met een straf van niveau 3 en het lichamelijke gevolg is uitdrukkelijk een verzwarende factor die de rechter in overweging neemt, net zoals in de oude bepaling. Het gevolgcriterium is wel geherformuleerd als een integriteitsaantasting van de tweede of de derde graad.zeker · 80% - Art. 646. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 273
De strafuitsluitingsgrond voor deelnemers zonder leidende functie die zich bij een eerste verzoek terugtrekken, is vrijwel woordelijk overgenomen.zeker · 92% - Art. 247. Smaad niveau 1, Art. 248
oud art. 275
De smaad door daden, woorden, gebaren of bedreigingen keert terug in artikel 247, met een ruimere lijst van beschermde functiedragers. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en geldboete, met een eigen strafmaat voor smaad in de vergadering van een Kamer of op de terechtzitting; artikel 247 stelt een straf van niveau 1 en artikel 248 laat de rechter het plegen in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting in overweging nemen bij de keuze van de straf. De klachtvereiste voor smaad aan een parlementslid keert niet terug.zeker · 85% - Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 276
Smaad tegen een ministerieel ambtenaar of drager van het openbaar gezag valt onder de algemene smaadbepaling voor personen met een openbare functie.zeker · 85% - Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 287
Zegelverbreking met geweld tegen personen is letterlijk als verzwarende omstandigheid opgenomen in art. 667, 1°.zeker · 80% - Art. 689. Belemmering van openbare werken niveau 1
oud art. 289
Verzet door feitelijkheden tegen door de overheid bevolen werken is nagenoeg letterlijk overgenomen.zeker · 85% - Art. 689. Belemmering van openbare werken niveau 1, Art. 690. Belemmering van openbare werken door geweld of bedreiging niveau 2
oud art. 290
Belemmering door samenscholing en geweld, feitelijkheden of bedreigingen is overgenomen, met een apart artikel voor de variant met geweld of bedreiging. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar, en van zes maanden tot drie jaar voor hoofden of aanstokers; het nieuwe wetboek stelt niveau 1 voor belemmering van openbare werken en niveau 2 voor belemmering door geweld of bedreiging, zonder aparte bepaling voor hoofden of aanstokers.zeker · 80% - Art. 671. Uitgeven of verspreiden van geschriften zonder vermelding van de oorsprong niveau 1
oud art. 299
Boek2-art-671 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafbaarstelling, met een vergelijkbaar laag strafniveau (niveau 1).zeker · 93% - Art. 672. Strafuitsluitende verschoningsgronden
oud art. 300
Boek2-art-672 bevat vrijwel dezelfde strafuitsluitingsgrond voor wie de drukker of de leverancier van het geschrift bekendmaakt.zeker · 93% - Art. 534. Definitie van illegale loterij
oud art. 301
Artikel 534 neemt de definitie letterlijk over, maar voegt als bestanddeel toe dat de verrichting niet door of krachtens de wet is toegelaten, zodat de definitie meteen de illegale loterij afbakent.zeker · 90% - Art. 536. Verspreiding van briefjes van een illegale loterij niveau 1, Art. 537. Reclame maken voor een illegale loterij niveau 1
oud art. 303
Het oude artikel is gesplitst in de verspreiding of verkoop van briefjes (artikel 536) en het maken van reclame (artikel 537), beide met een straf van niveau 1; het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en geldboete, of een van die straffen alleen. De verplichte inbeslagname en vernietiging van briefjes en aanplakbiljetten is niet overgenomen.zeker · 85% - Art. 672. Strafuitsluitende verschoningsgronden
oud art. 304
De vrijstelling van straf voor omroepers en aanplakkers die hun bron bekendmaken, is vrijwel woordelijk overgenomen in de strafuitsluitende verschoningsgrond van art. 672, al is deze nu gekoppeld aan drukpersmisdrijven in het algemeen in plaats van specifiek aan illegale loterijbriefjes.zeker · 80% - Art. 538. Illegale exploitatie van een pandhuis niveau 1
oud art. 306
Boek2-art-538 herneemt vrijwel woordelijk het misdrijf van het houden van een pandhuis zonder vergunning.zeker · 92% - Art. 539. Onthulling van fabricatie- geheimen niveau 2
oud art. 309
Art. 539 (onthulling van fabricatiegeheimen) beschrijft dezelfde kern van kwaadwillige of bedrieglijke onthulling van bedrijfsgeheimen aan derden, ondanks de lage tekstuele gelijkenis.zeker · 85% - Art. 541. Belemmering of verstoring van de vrijheid van opbod of van inschrijving niveau 2
oud art. 314
Art. 541 herneemt vrijwel woordelijk het misdrijf en de immuniteitsregeling voor wie eerst aangifte doet bij de Mededingingsautoriteit.zeker · 95% - Art. 342. Schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 344. Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 346. Onwettig bezit of onwettige terbeschikkingstelling van afluistermateriaal niveau 2
oud art. 314bis
De kern van het misdrijf (afluisteren, opnemen, verspreiden en bedrieglijk gebruik van niet-publieke communicatie, en het bezit van afluisterapparatuur) is overgenomen in de artikelen 342, 344 en 346. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot twee of drie jaar en geldboete; de drie nieuwe artikelen stellen telkens een straf van niveau 2.zeker · 80% - Art. 673. Belemmering van de samenstelling van de lijst van juryleden niveau 1
oud art. 316
Art. 673 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafbaarstelling met een vergelijkbaar strafniveau.zeker · 92% - Art. 674. Onttrekking aan het ambt van jurylid niveau 1
oud art. 316bis
Art. 674 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafbaarstelling.zeker · 92% - Art. 403. Definitie van vereniging van misdadigers
oud art. 322
Art. 403 herneemt vrijwel woordelijk de definitie, met de precisering 'meer dan twee personen'.zeker · 92% - Art. 405. Deelneming aan een vereniging van misdadigers als leidend persoon niveau 4
oud art. 323
Art. 405 bestraft leidende personen van een vereniging van misdadigers naar de ernst van de beoogde misdrijven, net als het oude artikel. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar, gevangenisstraf van twee tot vijf jaar of van zes maanden tot drie jaar, naargelang de vereniging misdaden of wanbedrijven beoogde; art. 405 stelt een straf van niveau 4 wanneer de beoogde misdrijven strafbaar zijn met ten minste niveau 5, en van niveau 3 wanneer zij strafbaar zijn met ten hoogste niveau 4.zeker · 85% - Art. 404. Deelneming aan een vereniging van misdadigers niveau 3
oud art. 324
Art. 404 dekt zowel het loutere lidmaatschap als het verschaffen van wapens, materiaal of onderdak aan de vereniging, net als het oude artikel. Het oude artikel kende drie strafschalen (zes maanden tot vijf jaar, twee maanden tot drie jaar, een maand tot twee jaar) naargelang het geval van het vorige artikel; art. 404 stelt niveau 3 wanneer de vereniging misdrijven beoogt die strafbaar zijn vanaf niveau 5, en niveau 2 wanneer zij misdrijven beoogt die strafbaar zijn tot en met niveau 4.zeker · 88% - Art. 406. Definitie van criminele organisatie
oud art. 324bis
Art. 406 herneemt vrijwel woordelijk de definitie van criminele organisatie, inclusief de uitzondering voor politieke, vakbonds-, levensbeschouwelijke of andere rechtmatige doelen.zeker · 90% - Art. 407. Deelneming aan een criminele organisatie niveau 3, Art. 408. Deelneming aan een criminele organisatie als beslissingsnemer niveau 4, Art. 409. Deelneming aan een criminele organisatie als leidend persoon niveau 5
oud art. 324ter
De vier paragrafen zijn opgesplitst in drie misdrijven: de gewone deelneming en de deelneming aan geoorloofde activiteiten worden samen bestraft met een straf van niveau 3, de deelneming aan de besluitvorming met niveau 4 en de leidende persoon met niveau 5. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een tot drie jaar voor de eerste twee gevallen, opsluiting van vijf tot tien jaar voor de besluitvorming en opsluiting van tien tot vijftien jaar voor de leidende persoon.zeker · 90% - Art. 410. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 326
Art. 410 herneemt vrijwel dezelfde strafuitsluitingsgrond voor wie het bestaan van de vereniging en haar leiders bekendmaakt vóór enige poging of vervolging.zeker · 90% - Art. 232. Verzwaarde bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 3, Art. 231. Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 2
oud art. 327
De bedreiging onder een bevel of voorwaarde komt overeen met art. 232, de gewone bedreiging met art. 231. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar respectievelijk van drie maanden tot twee jaar; art. 232 stelt niveau 3 of 2 en art. 231 niveau 2 of 1, naargelang het strafniveau van de aanslag waarmee wordt gedreigd.zeker · 88% - Art. 234. Het geven van een vals bericht niveau 2
oud art. 328
Art. 234 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 92% - Art. 235. Het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen niveau 2
oud art. 328bis
Art. 235 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 92% - Art. 233. Bedreiging met behulp van radioactief materiaal, kernmateriaal en biologische of chemische wapens niveau 3
oud art. 331bis
De drie gevallen van bedreiging met radioactief materiaal, met diefstal van kernmateriaal en met biologische of chemische wapens zijn vrijwel woordelijk overgenomen in art. 233. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; art. 233 stelt een straf van niveau 3.zeker · 92% - Art. 684. Ontsnapping van gevangenen niveau 2
oud art. 332
De basisvorm van ontsnapping is overgenomen in art. 684; de verzwaarde vorm met geweld of bedreiging (§2 van het oude artikel) wordt geregeld in een apart artikel dat niet tot de kandidaten van dit item behoort.zeker · 80% - Art. 685/1. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 334
Art. 685/1 herneemt vrijwel woordelijk dezelfde strafuitsluitingsgrond.zeker · 93% - Art. 685/2. Beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal niveau 2
oud art. 335
Art. 685/2 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 92% - Art. 687. Het overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij niveau 1
oud art. 337bis
Art. 687 herneemt vrijwel woordelijk hetzelfde misdrijf.zeker · 95% - Art. 657. Verberging van een vervolgde persoon niveau 2
oud art. 339
Art. 657 herneemt de algemene strafbaarstelling van het verbergen van een vervolgde of veroordeelde persoon, beperkt tot misdrijven van niveau 4 tot 8. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en geldboete; art. 657 stelt een straf van niveau 2.zeker · 85% - Art. 658. Lijkverberging niveau 2
oud art. 340
Art. 658 (lijkverberging) beschrijft dezelfde kern van het verbergen of wegmaken van het lijk van een misdrijfslachtoffer.zeker · 88% - Art. 660. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 341
Art. 660 herneemt dezelfde strafuitsluitingsgrond voor bloed- en aanverwanten van de verborgen persoon of van de dader.zeker · 90% - Art. 226. Gijzeling niveau 5, Art. 227. Verzwaarde gijzeling niveau 6, Art. 228. Gijzeling met de dood tot gevolg niveau 7, Art. 229. Strafverminderende verschoningsgrond
oud art. 347bis
De gijzeling zelf, de omstandigheden minderjarig of kwetsbaar slachtoffer en foltering, het gevolg van de dood en de grond van vrijwillige vrijlating binnen vijf dagen zijn overgenomen in de artikelen 226-229. Het oude artikel stelde opsluiting van twintig tot dertig jaar, levenslange opsluiting in bepaalde gevallen en opsluiting van vijftien tot twintig jaar bij vrijwillige vrijlating; de nieuwe artikelen stellen niveau 5, niveau 6, niveau 7 bij de dood tot gevolg en bij vrijwillige vrijlating "het onmiddellijk lagere niveau".zeker · 85% - Art. 358. Niet-aangifte van de geboorte van een kind niveau 1, Art. 359. Niet-kennisgeving van een bevalling niveau 1
oud art. 361
Het oude artikel bundelt niet-aangifte van geboorte en niet-kennisgeving van bevalling; deze zijn in het nieuwe wetboek opgesplitst in twee afzonderlijke artikelen die samen dezelfde inhoud dekken, telkens bestraft met niveau 1.zeker · 90% - Art. 360. Niet-kennisgeving van een vondeling niveau 1, Art. 361. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 362
De verplichting om een gevonden pasgeboren kind onmiddellijk aan te geven staat nu in artikel 360 met een straf van niveau 1, en de uitzondering voor wie het kind ten laste neemt en dat bij de gemeente verklaart, is verzelfstandigd als strafuitsluitende verschoningsgrond in artikel 361.zeker · 90% - Art. 362. Onderschuiving van een kind niveau 2, Art. 363. Obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind niveau 2
oud art. 363
Onderschuiving van een kind en obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat blijven strafbaar, maar de straf is sterk verminderd (van opsluiting 5-10 jaar/gevangenisstraf naar niveau 2); de bepaling over het geven van opdracht tot deze feiten is niet expliciet teruggevonden.zeker · 85% - Art. 366. Bigamie niveau 1
oud art. 391
Bigamie blijft in artikel 366 strafbaar met dezelfde bestanddelen (aangaan van een huwelijk vóór ontbinding van het vorige). Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; artikel 366 stelt een straf van niveau 1.zeker · 85% - Art. 364. Onwettige adoptie voor eigen rekening niveau 2
oud art. 391quater
Onwettige adoptie voor eigen rekening blijft strafbaar met dezelfde bestanddelen (art. 364). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot een jaar en/of geldboete, met mogelijke verdubbeling bij herhaling binnen drie jaar; art. 364 stelt een straf van niveau 2 en bevat geen eigen regel voor herhaling.zeker · 85% - Art. 365. Onwettige adoptie door tussenkomst van derden niveau 3
oud art. 391quinquies
Onwettige adoptie door tussenkomst van derden komt vrijwel woordelijk terug in artikel 365. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een tot vijf jaar en geldboete, of een van die straffen alleen; artikel 365 stelt een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 293. Gedwongen huwelijk niveau 3
oud art. 391sexies
De strafbaarstelling van het door geweld of bedreiging dwingen tot een huwelijk komt nagenoeg woordelijk terug in artikel 293 (niveau 3); de bijzondere verzwarende omstandigheid 'in het bijzijn van een minderjarige' uit het oude artikel is niet als afzonderlijke kandidaat voorgelegd.zeker · 85% - Art. 294. Gedwongen wettelijke samenwoning niveau 3, Art. 295. Verzwarende factor
oud art. 391septies
Gedwongen wettelijke samenwoning en de verzwarende factor bij aanwezigheid van een minderjarige komen overeen met de artikelen 294 en 295. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en geldboete, met een eigen strafmaat voor de poging; artikel 294 stelt een straf van niveau 3 en artikel 295 voegt het misdrijf gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand toe als factor.zeker · 85% - Art. 296. Nietigverklaring van het huwelijk of de wettelijke samenwoning
oud art. 391octies
De regeling over nietigverklaring van het huwelijk of de wettelijke samenwoning na veroordeling voor gedwongen huwelijk/samenwoning is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 296.zeker · 90% - Art. 96. Doodslag niveau 7
oud art. 393
De definitie van doodslag (doden met het oogmerk om te doden) is woordelijk overgenomen in artikel 96. Het oude artikel stelde opsluiting van twintig tot dertig jaar; artikel 96 stelt een straf van niveau 7 en sluit bij poging de straf onder elektronisch toezicht, de probatiestraf en de werkstraf uit.zeker · 90% - Art. 102. Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 8, Art. 79. Algemene definities
oud art. 393bis
De doodslag op de opgesomde beroepsgroepen naar aanleiding van de uitoefening van hun functie wordt nu de doodslag op een persoon met een maatschappelijke functie, bestraft met een straf van niveau 8, wat overeenstemt met de oude levenslange opsluiting. De lange opsomming van beroepen is vervangen door het gedefinieerde begrip in de algemene definities.zeker · 85% - Art. 97 niveau 8
oud art. 394
Moord (doodslag met voorbedachten rade) is woordelijk overgenomen in artikel 97. Het oude artikel stelde levenslange opsluiting; artikel 97 stelt een straf van niveau 8.zeker · 90% - Art. 108. Verzwarende factor
oud art. 397bis
De verzwarende omstandigheid dat het misdrijf tegen het leven in het bijzijn van een minderjarige werd gepleegd, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 108 voor de misdrijven bedoeld in de artikelen 106 tot 107/1.zeker · 90% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 405quater
De lange lijst van artikelspecifieke strafverzwaringen wegens een discriminerende drijfveer (racisme, haat wegens beschermd kenmerk) is vervangen door de algemene verzwarende factor van artikel 29, die voor alle misdrijven geldt in plaats van per artikel een aparte strafmaat te bepalen.zeker · 85% - Art. 317. Verkeersbelemmering niveau 1, Art. 318. Gevaarlijke verkeersbelemmering niveau 2
oud art. 406
Kwaadwillige verkeersbelemmering in haar gewone en gevaarlijke vorm is overgenomen in de artikelen 317 en 318. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar voor de gevaarlijke vorm en gevangenisstraf van acht dagen tot drie of twee maanden voor de andere vormen; artikel 317 stelt een straf van niveau 1 en artikel 318 een straf van niveau 2.zeker · 80% - Art. 321. Verkeersbelemmering met de dood tot gevolg niveau 5
oud art. 408
De kwaadwillige verkeersbelemmering met de dood tot gevolg wordt nu bestraft met een straf van niveau 5, waar het oude artikel opsluiting van twintig tot dertig jaar oplegde; het nieuwe artikel vereist uitdrukkelijk dat de dader niet handelde met het oogmerk te doden.zeker · 80% - Art. 206. Vrouwelijke genitale verminking niveau 3, Art. 207. Vrouwelijke genitale verminking gepleegd uit winstbejag niveau 4, Art. 209. Vrouwelijke genitale verminking met de dood tot gevolg niveau 5, Art. 210. Vrouwelijke genitale verminking gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6, Art. 211. Aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking niveau 2
oud art. 409
Vrouwelijke genitale verminking, inclusief de verzwaringen voor minderjarigen, winstoogmerk, aanzetten/reclame en het gevolg van de dood, is volledig terug te vinden in de artikelen 206-211, met een herstructurering van de straffen volgens het niveausysteem.zeker · 85% - Art. 103. Uitgelokte doodslag niveau 3, Art. 203. Uitgelokte gewelddaden niveau 2
oud art. 411
De verschoonbaarheid van doodslag en gewelddaden bij onmiddellijke uitlokking door zware gewelddaden is nagenoeg woordelijk overgenomen in de artikelen 103 (uitgelokte doodslag) en 203 (uitgelokte gewelddaden).zeker · 90% - Art. 14. Wettige verdediging
oud art. 416
De uitsluiting van misdrijf bij doodslag/verwondingen/slagen uit ogenblikkelijke noodzaak van wettige verdediging is nu algemeen geregeld in artikel 14 (wettige verdediging) van Boek I, dat voor alle misdrijven geldt.zeker · 90% - Art. 112. Foltering niveau 4, Art. 120. Onmenselijke behandeling niveau 3, Art. 128. Onterende behandeling niveau 2
oud art. 417/1
De drie definities (foltering, onmenselijke behandeling, onterende behandeling) staan niet meer in een apart definitieartikel maar zijn woordelijk verwerkt in de openingszin van elk van de drie afzonderlijke strafbaarstellingsartikelen 112, 120 en 128.zeker · 85% - Art. 132. Definitie van toestemming met betrekking tot het seksueel zelfbeschikkingsrecht
oud art. 417/5
Vrijwel woordelijk identieke definitie van toestemming inzake het seksueel zelfbeschikkingsrecht.zeker · 98% - Art. 133. Beperkingen aan de mogelijkheid tot toestemming door de minderjarige
oud art. 417/6
Vrijwel woordelijk identieke regeling van de beperkingen op de toestemmingsbekwaamheid van minderjarigen.zeker · 98% - Art. 134. Aantasting van de seksuele integriteit niveau 3
oud art. 417/7
Zelfde strafbaarstelling van aantasting van de seksuele integriteit; de straf van gevangenisstraf zes maanden tot vijf jaar wordt vervangen door een straf van niveau 3.zeker · 95% - Art. 135. Voyeurisme niveau 3
oud art. 417/8
Zelfde definitie en strafbaarstelling van voyeurisme, straf omgezet naar niveau 3.zeker · 95% - Art. 136. Niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud niveau 3
oud art. 417/9
Zelfde strafbaarstelling van niet-consensuele verspreiding van seksueel getinte inhoud, straf omgezet naar niveau 3.zeker · 95% - Art. 137. Niet-consensuele verspreiding, met kwaadwillig opzet of uit winstbejag, van seksueel getinte inhoud niveau 3
oud art. 417/10
Zelfde strafbaarstelling van niet-consensuele verspreiding met kwaadwillig opzet of winstbejag; de oude specifieke straf (één tot vijf jaar plus geldboete) wordt vervangen door niveau 3.zeker · 95% - Art. 138. Verkrachting niveau 4
oud art. 417/11
Zelfde definitie van verkrachting; de opsluitingsstraf van tien tot vijftien jaar wordt vervangen door de generieke straf van niveau 4.zeker · 90% - Art. 139. Niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg niveau 7
oud art. 417/12
Dezelfde regel voor niet-consensuele seksuele handelingen met de dood tot gevolg, zonder oogmerk om te doden, staat in art. 139. Het oude artikel stelde voor aantasting van de seksuele integriteit en voor verkrachting opsluiting van twintig tot dertig jaar; art. 139 stelt voor beide een straf van niveau 7.zeker · 92% - Art. 141. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd onder bedreiging van een wapen of op een wapen gelijkend voorwerp of na toediening van weerloosmakende of remmingsverlagende stoffen niveau 5
oud art. 417/14
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen onder bedreiging van een wapen of na toediening van weerloosmakende stoffen, straf nu niveau 5.zeker · 93% - Art. 142. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6
oud art. 417/15
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen ten nadele van een persoon in een kwetsbare toestand; de oude gedifferentieerde opsluitingsstraffen worden vervangen door niveaus 4 tot 6 naargelang het gronddelict.zeker · 85% - Art. 143. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige die geen volle zestien jaar oud is niveau 6
oud art. 417/16
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen ten nadele van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 88% - Art. 144. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar niveau 5
oud art. 417/17
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen ten nadele van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 88% - Art. 145. Incest niveau 6
oud art. 417/18
Zelfde incestregeling met dezelfde gedifferentieerde straffen naargelang het gronddelict, nu uitgedrukt in niveaus in plaats van opsluitingstermijnen.zeker · 88% - Art. 146. Niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen niveau 5
oud art. 417/19
Zelfde regeling van niet-consensuele intrafamiliale seksuele handelingen; de definitie van 'partner' is verhuisd naar de algemene definities van het wetboek.zeker · 85% - Art. 147. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer niveau 5
oud art. 417/20
Zelfde verzwaring wegens discriminerende drijfveer; de uitgebreide opsomming van beschermde kenmerken is vervangen door een verwijzing naar de algemene discriminatiedefinitie (art. 29).zeker · 85% - Art. 148. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten aanzien van het slachtoffer niveau 5
oud art. 417/21
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd door iemand in een gezags- of vertrouwenspositie.zeker · 88% - Art. 149. Niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met de hulp of in aanwezigheid van een of meer personen niveau 5
oud art. 417/22
Zelfde verzwaring voor niet-consensuele seksuele handelingen gepleegd met hulp van of in aanwezigheid van andere personen.zeker · 88% - Art. 150. Verzwarende factoren
oud art. 417/23
Dezelfde lijst van verzwarende factoren bij niet-consensuele seksuele handelingen, met dezelfde werking als factor bij de straftoemeting. De kring van verwanten is licht verruimd tot bloedverwanten in de rechte opgaande of neerdalende lijn.zeker · 93% - Art. 151. Benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden niveau 3
oud art. 417/24
Zelfde strafbaarstelling van grooming (benaderen van een minderjarige voor seksuele doeleinden); straf van drie tot vijf jaar gevangenisstraf wordt niveau 3.zeker · 95% - Art. 152. Bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie niveau 4
oud art. 417/25
Zelfde strafbaarstelling van het bewegen van een minderjarige tot ontucht of prostitutie; straf van opsluiting tien tot vijftien jaar wordt niveau 4.zeker · 93% - Art. 153. Bewegen van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar tot het plegen van ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/26
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 154. Werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie niveau 4, Art. 155. Werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/27
De omschrijving van het werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie is woordelijk overgenomen, met de vermenigvuldiging van de geldboete per slachtoffer. De uniforme opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt gedifferentieerd: een straf van niveau 4 voor minderjarigen en niveau 5 wanneer het slachtoffer geen volle zestien jaar is.zeker · 85% - Art. 155. Werven van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar voor ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/28
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 156. Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt niveau 4
oud art. 417/29
Zelfde strafbaarstelling van het houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt.zeker · 93% - Art. 157. Houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar ontucht of prostitutie pleegt niveau 5
oud art. 417/30
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 158. Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie niveau 4
oud art. 417/31
Zelfde strafbaarstelling van het ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie.zeker · 93% - Art. 159. Ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar met het oog op ontucht of prostitutie niveau 5
oud art. 417/32
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 160. Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige niveau 4
oud art. 417/33
Zelfde strafbaarstelling van de exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige.zeker · 93% - Art. 161. Exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar niveau 5
oud art. 417/34
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 162. Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige niveau 4
oud art. 417/35
Zelfde strafbaarstelling van het verkrijgen van de ontucht of prostitutie van een minderjarige door overhandiging, aanbod of belofte van een voordeel.zeker · 93% - Art. 163. Verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar niveau 5
oud art. 417/36
Zelfde verzwaarde variant voor een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar.zeker · 93% - Art. 164. Organisatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige in vereniging niveau 6
oud art. 417/37
Zelfde verzwaring wanneer de seksuele uitbuiting van minderjarigen als daad van deelneming aan een vereniging wordt gepleegd.zeker · 93% - Art. 165. Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige niveau 3
oud art. 417/38
Zelfde strafbaarstelling van het bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige; straf van drie tot vijf jaar wordt niveau 3.zeker · 94% - Art. 166. Reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige niveau 2
oud art. 417/39
Nagenoeg woordelijk identieke strafbaarstelling van reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige.zeker · 95% - Art. 167. Verzwaard reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige niveau 3
oud art. 417/40
Zelfde verzwaarde vorm van reclame maken wanneer dit de ontucht/prostitutie of de exploitatie ervan vergemakkelijkt.zeker · 94% - Art. 168. Aanzetten tot het plegen van ontucht of tot exploitatie van de prostitutie van een minderjarige in het openbaar of door enig reclamemiddel niveau 2
oud art. 417/41
Nagenoeg woordelijk identieke strafbaarstelling van het aanzetten tot ontucht of exploitatie van prostitutie van een minderjarige in het openbaar of via reclame.zeker · 95% - Art. 169. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 417/42
Zelfde bijzondere verbeurdverklaringsregeling voor instrumenten van seksuele uitbuiting van minderjarigen, met aangepaste interne verwijzing naar de nieuwe algemene verbeurdverklaringsbepaling.zeker · 90% - Art. 170. Definitie van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
oud art. 417/43
Woordelijk identieke definitie van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.zeker · 97% - Art. 171. Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen niveau 3
oud art. 417/44
Zelfde strafbaarstelling van het vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen; opsluiting vijf tot tien jaar wordt niveau 3.zeker · 94% - Art. 172. Vervaardigen of verspreiden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen in vereniging niveau 4
oud art. 417/45
Zelfde verzwaring wanneer het vervaardigen of verspreiden als daad van deelneming aan een vereniging gebeurt.zeker · 93% - Art. 173. Bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen niveau 3
oud art. 417/46
Zelfde strafbaarstelling van het bezitten en verwerven van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.zeker · 95% - Art. 174. Zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen niveau 2
oud art. 417/47
Zelfde strafbaarstelling van het zich toegang verschaffen tot beelden van seksueel misbruik van minderjarigen.zeker · 95% - Art. 175. Rechtvaardigingsgrond inzake het rechtens ontvangen, analyseren en overzenden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen
oud art. 417/48
Nagenoeg woordelijk identieke rechtvaardigingsgrond voor de erkende meldpuntorganisatie die beelden van seksueel misbruik van minderjarigen mag ontvangen, analyseren en doorsturen.zeker · 97% - Art. 176. Rechtvaardigingsgrond inzake het consensueel maken, bezitten en onderling delen van seksueel getinte inhoud
oud art. 417/49
Nagenoeg woordelijk identieke rechtvaardigingsgrond voor het consensueel maken, bezitten en onderling delen van seksueel getinte inhoud tussen minderjarigen boven de zestien jaar ('sexting').zeker · 96% - Art. 181. Verzwarende factoren
oud art. 417/50
De verzwarende factoren voor de afdeling seksuele uitbuiting van minderjarigen zijn vrijwel woordelijk overgenomen, inclusief de openbare functie, de vertrouwens- of gezagspositie, de leeftijd van het slachtoffer en de zogenaamde eermotieven. Het gaat in beide teksten om factoren die de rechter bij de strafbepaling in overweging neemt.zeker · 92% - Art. 182. Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard niveau 2
oud art. 417/51
De omschrijving is nagenoeg identiek (nu met 'opzettelijk' verduidelijkt); de straf gevangenisstraf 1 maand-2 jaar/geldboete 200-2000 euro wordt vervangen door een straf van niveau 2.zeker · 90% - Art. 183. Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 3
oud art. 417/52
Zelfde misdrijf (verzwaarde vorm tegenover minderjarige of kwetsbare persoon); de straf gevangenisstraf 1-5 jaar wordt vervangen door een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 184. Exhibitionisme niveau 1
oud art. 417/53
Exhibitionisme blijft ongewijzigd strafbaar (nu met uitdrukkelijk opzetvereiste); straf 8 dagen-1 jaar wordt niveau 1.zeker · 90% - Art. 185. Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 2
oud art. 417/54
Verzwaarde vorm van exhibitionisme tegenover minderjarige of kwetsbare persoon blijft behouden; straf 6 maanden-3 jaar wordt niveau 2.zeker · 88% - Art. 186. Verzwarende factoren
oud art. 417/55
Artikel 186 herneemt woordelijk dezelfde lijst verzwarende factoren voor deze afdeling. Alleen de aanhef verschilt: de rechter neemt de factoren voortaan in overweging in plaats van er in het bijzonder rekening mee te houden.zeker · 85% - Art. 187. Weigering tot verlening van technische medewerking aan de verwijdering van bepaalde seksueel getinte en extreem pornografische en gewelddadige beelden niveau 1
oud art. 417/56
Identieke gedraging (weigering technische medewerking aan verwijdering van beelden); geldboete 200-15.000 euro wordt vervangen door niveau 1.zeker · 90% - Art. 188. Sluiting van de inrichting
oud art. 417/57
Artikel 188 neemt de sluiting van de inrichting voor dit hoofdstuk vrijwel letterlijk over, inclusief de termijn van een maand tot drie jaar en de overschrijving van de dagvaarding. De algemene gevolgen van de sluiting staan voortaan in de algemene strafbepaling over de sluiting van de inrichting (artikel 59).zeker · 90% - Art. 190. Specifieke verboden en ontzettingen
oud art. 417/59
Artikel 190 herneemt de specifieke verboden en ontzettingen bijna letterlijk. De term kwetsbare personen werd vervangen door personen in een kwetsbare toestand en de ontzetting verwijst nu naar artikel 47, eerste lid, in plaats van artikel 31.zeker · 90% - Art. 191. Overzending van een rechterlijke beslissing , Art. 263/1. Overzending van een rechterlijke beslissing in geval van veroordeling wegens mensenhandel , Art. 271/1. Overzending van een rechterlijke beslissing
oud art. 417/62
De regeling over overzending van de rechterlijke beslissing aan werkgever of tuchtoverheid is woordelijk overgenomen. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 263/1 neemt de overzending van de beslissing over voor mensenhandel. De gemeenschappelijke slotbepaling is gesplitst; art. 271/1 neemt de overzending van de beslissing over voor misbruik van prostitutie.zeker · 92% - Art. 192. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer niveau 2, Art. 263/2. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer in geval van veroordeling wegens mensenhandel niveau 2
oud art. 417/63
Artikel 192 neemt het publicatieverbod met dezelfde uitzonderingen over. De gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar met geldboete van driehonderd tot drieduizend euro wordt een straf van niveau 2 en de overtreding moet nu opzettelijk zijn. Het verbod en de strafbaarstelling zijn samengebracht en verbreed in art. 263/2.zeker · 92% - Art. 32. Advies van een deskundige of dienst gespecialiseerd in de begeleiding of behandeling van seksuele of terroristische delinquenten
oud art. 417/64
Dezelfde regel is verhuisd naar Boek I en uitgebreid tot terroristische delinquenten; het inwinnen van het gemotiveerd advies is bovendien verplicht geworden, behalve wanneer het niet strikt noodzakelijk is, terwijl het vroeger louter facultatief was.zeker · 85% - Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 420
Onopzettelijke slagen of verwondingen door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg komen overeen met de integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg van art. 217 (niveau 1). De aparte strafmaat van het oude artikel voor letsel door een verkeersongeval is niet als afzonderlijke bepaling teruggevonden.zeker · 80% - Art. 299. Schuldig verzuim niveau 2
oud art. 422bis
Schuldig verzuim blijft strafbaar in vrijwel identieke bewoordingen (niveau 2); de specifieke strafverzwaring tot twee jaar bij een minderjarig of kwetsbaar slachtoffer is niet expliciet in deze kandidaat opgenomen.zeker · 80% - Art. 300. Niet-naleving van een bevel tot hulpverlening niveau 2
oud art. 422ter
Niet-naleving van een bevel tot hulpverlening is vrijwel woordelijk overgenomen (niveau 2).zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 422quater
De verdubbeling van het strafminimum wegens discriminerende drijfveer bij schuldig verzuim is opgegaan in de algemene verzwarende factor 'discriminerende drijfveer' die nu voor alle misdrijven geldt.zeker · 85% - Art. 328. Verlating van personen niveau 2, Art. 329. Verlating van personen met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 3, Art. 330. Verlating van personen met de dood tot gevolg niveau 4
oud art. 423
De basisincriminatie verlating en de verzwaarde vormen bij ernstige integriteitsaantasting en overlijden zijn opgesplitst over drie artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 85% - Art. 332. In behoeftige toestand achterlaten van personen niveau 1
oud art. 424
Het in behoeftige toestand achterlaten van een onderhoudsplichtige persoon is vrijwel woordelijk overgenomen (niveau 1); de recidiveregeling is niet expliciet teruggevonden.zeker · 85% - Art. 333. Onthouding van voedsel of verzorging niveau 2, Art. 334. Onthouding van voedsel of verzorging met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 3, Art. 335. Onthouding van voedsel of verzorging met de dood tot gevolg niveau 4
oud art. 425
De basisincriminatie onthouding van voedsel of verzorging en de verzwaarde vormen bij ernstig letsel en overlijden zijn opgesplitst over drie artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 85% - Art. 336. Nalaten van onderhoud niveau 1, Art. 337. Nalaten van onderhoud met de dood tot gevolg niveau 2
oud art. 426
De nalatigheidsvariant (nalaten van onderhoud) en de verzwaarde vorm met de dood tot gevolg komen overeen met art. 336 en 337.zeker · 85% - Art. 223. Ontvoering niveau 4, Art. 224. Ontvoering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 5, Art. 225. Ontvoering met de dood tot gevolg niveau 6
oud art. 428
De basisincriminatie ontvoering en de verzwaarde vormen bij ernstig letsel en overlijden zijn opgesplitst over drie artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 80% - Art. 229. Strafverminderende verschoningsgrond
oud art. 430
De strafverminderende verschoningsgrond bij vrijwillige teruggave binnen vijf dagen is inhoudelijk overgenomen. Het oude artikel stelde in dat geval een vaste straf, gevangenisstraf van twee tot vijf jaar en geldboete; het nieuwe artikel bestraft de dader met "een straf van het onmiddellijk lagere niveau" en sluit dit uit bij een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg.zeker · 85% - Art. 677. Niet-afgeven van kinderen niveau 2, Art. 678. Verzwaard niet-afgeven van kinderen niveau 3
oud art. 431
De basisincriminatie niet-afgeven van kinderen en de verzwaarde vorm bij verborgen houden langer dan vijf dagen of onttrekking aan het grondgebied zijn opgesplitst over twee artikelen die samen het oude artikel dekken.zeker · 80% - Art. 339. Gebruik van personen met het oog op het plegen van een misdrijf , Art. 341. Verzwarende factoren
oud art. 433
Het gebruik van een minderjarige of kwetsbare persoon om een misdrijf te plegen en de bijkomende verzwarende factoren (leeftijd onder 16 jaar, misbruik kwetsbare positie, ouderlijk gezag, gewoonte) zijn opgesplitst over twee artikelen.zeker · 80% - Art. 356. Schending van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarigen niveau 2
oud art. 433bis
De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van minderjarigen in jeugdrechtprocedures is vrijwel woordelijk overgenomen, nu ondergebracht bij de misdrijven tegen het privéleven (niveau 2).zeker · 88% - Art. 340. Technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf niveau 3
oud art. 433bis/1
Het technologisch lokken van minderjarigen om een misdrijf te vergemakkelijken is vrijwel woordelijk overgenomen en uitgebreid tot personen in een kwetsbare toestand (niveau 3).zeker · 90% - Art. 288. Uitbuiting van bedelarij niveau 2
oud art. 433ter
Uitbuiting van bedelarij (aanwerven, aanzetten, exploiteren) is inhoudelijk identiek overgenomen in artikel 288, dat een straf van niveau 2 stelt; het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en geldboete. De afzonderlijke strafmaat voor poging, gevangenisstraf van een maand tot twee jaar, is niet als zodanig teruggevonden; de toepassing van de geldboete per slachtoffer keert terug.zeker · 88% - Art. 289. Verzwaarde uitbuiting van bedelarij niveau 3
oud art. 433quater
De verzwaringsgronden voor uitbuiting van bedelarij (minderjarige, misbruik kwetsbaarheid, dwang) zijn woordelijk overgenomen (niveau 3).zeker · 90% - Art. 265. Het pooierschap niveau 3
oud art. 433quater/1
Het pooierschap is woordelijk overgenomen; de strafmaat opsluiting 1-5 jaar wordt vervangen door niveau 3.zeker · 92% - Art. 266. Reclame maken voor prostitutie niveau 1
oud art. 433quater/2
Reclame maken voor prostitutie is nagenoeg woordelijk overgenomen (niveau 1).zeker · 92% - Art. 267. Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren niveau 1
oud art. 433quater/3
Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren is nagenoeg woordelijk overgenomen (niveau 1).zeker · 92% - Art. 268. Verzwaard misbruik van prostitutie niveau 4
oud art. 433quater/4
Misbruik van prostitutie tegen een meerderjarige in een kwetsbare toestand blijft in artikel 268 inhoudelijk hetzelfde misdrijf, met nagenoeg dezelfde opsomming van kwetsbaarheidsgronden. Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar en geldboete van vijfhonderd tot vijftigduizend euro; artikel 268 stelt een straf van niveau 4. De regel dat de boete zo veel keer wordt toegepast als er slachtoffers zijn, keert terug.zeker · 80% - Art. 270. Specifieke verboden en ontzettingen
oud art. 433quater/6
Artikel 270 herneemt de ontzetting uit de rechten, nu die van artikel 47, eerste lid, en dezelfde lijst van inrichtingen die de veroordeelde gedurende een tot twintig jaar niet mag uitbaten. Nieuw is dat het verbod ook elke beroepsactiviteit of sociale activiteit verbonden aan het misdrijf kan omvatten en dat artikel 48, derde en vierde lid, de aanvang en de wijziging regelt.zeker · 85% - Art. 271. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433quater/8
Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf is woordelijk overgenomen binnen dezelfde afdeling misbruik van prostitutie.zeker · 85% - Art. 272. Multidisciplinaire evaluatie
oud art. 433quater/9
De multidisciplinaire evaluatie is nagenoeg woordelijk overgenomen, al vervalt de eenmalige evaluatie na twee jaar en blijft enkel de vierjaarlijkse evaluatie behouden.zeker · 90% - Art. 258. Mensenhandel niveau 3, Art. 264. Verschoningsgrond ten gunste van het slachtoffer van mensenhandel
oud art. 433quinquies
De definitie van mensenhandel en de verschoningsgrond voor het slachtoffer zijn overgenomen in twee afzonderlijke artikelen; de definitie is uitgebreid met illegale adoptie en gedwongen huwelijk als uitbuitingsdoelen.zeker · 85% - Art. 260. Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel niveau 5
oud art. 433septies
De uitgebreide lijst van verzwaringsgronden voor mensenhandel (minderjarige, misbruik kwetsbaarheid, dwang, levensgevaar, ernstig letsel, gewoonte, criminele organisatie) is grotendeels overgenomen in art. 260.zeker · 85% - Art. 192. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer niveau 2, Art. 263/2. Bescherming van de identiteit van het slachtoffer in geval van veroordeling wegens mensenhandel niveau 2
oud art. 433novies/1
Oud artikel 433novies/1 verbood al de publicatie en verspreiding van gegevens waaruit de identiteit van het slachtoffer van mensenhandel kan blijken en verwees voor de bestraffing naar artikel 417/63. Beide bepalingen worden nu samengebracht in één artikel met een eigen strafniveau, waarbij het verbod wordt verbreed van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting naar alle mensenhandelmisdrijven van de afdeling.zeker · 80% - Art. 276. Illegaal wegnemen van een menselijk orgaan niveau 4
oud art. 433novies/2
De bestanddelen (illegaal wegnemen van een orgaan zonder toestemming, tegen profijt, of door een onbevoegde) zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 276.zeker · 95% - Art. 277. Illegaal transplanteren of gebruiken van een menselijk orgaan niveau 4
oud art. 433novies/3
Het illegaal transplanteren of gebruiken van een onwettig weggenomen orgaan, of transplanteren zonder machtiging, is inhoudelijk overgenomen in artikel 277.zeker · 90% - Art. 278. Illegaal beheren van menselijke organen niveau 4
oud art. 433novies/4
Het voorbereiden, bewaren, vervoeren, invoeren of doorvoeren van een illegaal orgaan is nagenoeg identiek overgenomen in artikel 278.zeker · 90% - Art. 279. Ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen niveau 4
oud art. 433novies/5
Het benaderen of werven van een kandidaat orgaandonor of -ontvanger met winstoogmerk is woordelijk overgenomen in artikel 279.zeker · 90% - Art. 281. Faciliteren of verspreiden van illegale praktijken van handel in menselijke organen niveau 3
oud art. 433novies/6
Het faciliteren, bevorderen of reclame maken voor illegale orgaanhandel is overgenomen in artikel 281; de aparte, verzwaarde strafmaat voor poging uit het oude artikel is niet expliciet in de kandidaat teruggevonden.zeker · 80% - Art. 282. Aanvaarden van een illegale transplantatie van een menselijk orgaan niveau 3
oud art. 433novies/7
Het voor zichzelf aanvaarden van een illegaal verkregen orgaantransplantatie is inhoudelijk identiek overgenomen in artikel 282.zeker · 90% - Art. 283. Aanbieden of aanvaarden van een voordeel in het kader van de handel in menselijke organen niveau 3
oud art. 433novies/8
Artikel 283 herneemt zowel het beloven, aanbieden of overhandigen als het vragen, aanvaarden of ontvangen van een voordeel om een orgaan illegaal weg te nemen, te transplanteren of te gebruiken. De gevangenisstraf van een tot vijf jaar met geldboete tot vijftigduizend euro wordt een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 280. Verzwaard illegaal wegnemen, transplanteren, gebruiken of beheren en ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen niveau 6, Art. 284. Verzwaard faciliteren of verspreiden van illegale praktijken en aanbieden of aanvaarden van een onterecht voordeel in het kader van de handel in menselijke organen niveau 5
oud art. 433novies/9
De lijst van verzwarende omstandigheden is gesplitst over artikel 280 voor het illegaal wegnemen, transplanteren, gebruiken, beheren en ronselen en artikel 284 voor het faciliteren en het aanbieden of aanvaarden van een voordeel. De opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt niveau 5 en die van vijf tot tien jaar niveau 4, en er komt een verzwarende omstandigheid wegens discriminerende drijfveer bij.zeker · 85% - Art. 290. Huisjesmelkerij niveau 2
oud art. 433decies
Huisjesmelkerij (misbruik van kwetsbare toestand door verkoop, verhuur of terbeschikkingstelling van goederen met abnormaal profijt) is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 290. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en geldboete; artikel 290 stelt een straf van niveau 2, waarbij de geldboete als bijkomende straf zo veel keer kan worden toegepast als er slachtoffers zijn.zeker · 90% - Art. 291. Verzwaarde huisjesmelkerij niveau 3
oud art. 433undecies
De verzwaring van huisjesmelkerij wegens gewoonte of deelneming aan een vereniging is identiek overgenomen in artikel 291.zeker · 90% - Art. 291. Verzwaarde huisjesmelkerij niveau 3
oud art. 433duodecies
De verzwaring van huisjesmelkerij bij deelname aan een criminele organisatie is inhoudelijk overgenomen in artikel 291, met een strafniveau in plaats van de oude opsluitingsvork van vijf tot tien jaar.zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 438bis
De verdubbeling van straffen wegens discriminerende drijfveer bij misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid is opgegaan in de algemene verzwarende factor van artikel 29.zeker · 85% - Art. 350. Onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats niveau 1, Art. 351. Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting niveau 1
oud art. 442/1
De onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats zonder toestemming (§1) komt overeen met artikel 350, en de weigering om aan een ontruimings- of uithuiszettingsbevel te voldoen (§2) met artikel 351.zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 442ter
De verdubbeling van straffen wegens discriminerende drijfveer bij belaging is opgegaan in de algemene verzwarende factor van artikel 29.zeker · 85% - Art. 310. Conversiepraktijken
oud art. 442quinquies
De definitie van conversiepraktijken is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 310.zeker · 97% - Art. 311. Het uitvoeren van conversiepraktijken niveau 2, Art. 312. Verzwarende factoren
oud art. 442sexies
Het uitvoeren van conversiepraktijken en de verzwarende factoren (vertrouwenspositie, minderjarig of kwetsbaar slachtoffer) zijn overgenomen in de artikelen 311 en 312; artikel 311 stelt een straf van niveau 2, waar het oude artikel gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en geldboete stelde. De aparte strafbepaling voor de poging uit het oude artikel is niet teruggevonden.zeker · 80% - Art. 313. Het aanbieden van conversiepraktijken niveau 1
oud art. 442septies
Het aanbieden van conversiepraktijken is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 313.zeker · 90% - Art. 314. Het aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan, het aanzetten van personen om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het maken van reclame voor conversiepraktijken niveau 1, Art. 315. Het verzwaard aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan of om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het verzwaard maken van reclame voor conversiepraktijken niveau 2
oud art. 442octies
Het aanzetten tot of reclame maken voor conversiepraktijken is overgenomen in artikel 314, en de verzwaring wanneer dit tot effectieve uitvoering leidt in artikel 315.zeker · 90% - Art. 242. Lasterlijke aangifte niveau 1, Art. 243. Lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte niveau 1
oud art. 445
De schriftelijke lasterlijke aangifte bij de overheid komt overeen met artikel 242, en de schriftelijke lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte met artikel 243.zeker · 90% - Art. 244. Belediging niveau 1, Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 448
De belediging door daden, geschriften, prenten of zinnebeelden keert terug als de belediging van artikel 244, in het hoofdstuk over de persoonlijke rust en de morele integriteit. De belediging door woorden van een drager van het openbaar gezag is ondergebracht bij de smaad van artikel 247.zeker · 80% - Art. 246. Bijzondere grond van onschendbaarheid
oud art. 452
De onschendbaarheid van voor de rechtbank gesproken woorden of overgelegde geschriften is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 246.zeker · 95% - Art. 370. Grafschennis niveau 2
oud art. 453
Grafschennis is overgenomen in artikel 370, dat het misdrijf verder concreet omschrijft (vernielen, neerhalen of beschadigen van graven, gedenktekens of urnen).zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 453bis
De verdubbeling van straffen wegens discriminerende drijfveer bij aanranding van eer of goede naam is opgegaan in de algemene verzwarende factor van artikel 29.zeker · 85% - Art. 322. Aantasting van voedingsmiddelen niveau 3
oud art. 454
Het mengen van dodelijke of gezondheidsschadelijke stoffen in voedingsmiddelen of dranken bestemd voor verkoop is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 322.zeker · 92% - Art. 323. Verkoop van aangetaste voedingsmiddelen of van stoffen niveau 3
oud art. 455
Beide bestraffen het verkopen van voedingsmiddelen die gevaarlijke stoffen bevatten en het verschaffen van stoffen bestemd voor vervalsing; art. 323 herneemt dezelfde twee gedragingen onder een straf van niveau 3.zeker · 88% - Art. 324. Opslag van aangetaste voedingsmiddelen niveau 2
oud art. 456
Het in voorraad houden van gevaarlijke voedingsmiddelen met het oog op verkoop komt overeen met de opslag van aangetaste voedingsmiddelen van artikel 324. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en geldboete; artikel 324 stelt een straf van niveau 2.zeker · 85% - Art. 352. Schending van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458
Vrijwel woordelijk dezelfde omschrijving van schending van het beroepsgeheim; het strafniveau 2 vervangt de oude gevangenisstraf van een tot drie jaar.zeker · 95% - Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458bis
Paragraaf 1 van artikel 353 herneemt het spreekrecht van de geheimhouder met dezelfde twee gevallen van ernstig gevaar. De opsomming van misdrijven is aangepast aan de nieuwe nummering en de kwetsbare persoon wordt nu omschreven via de definitie in artikel 79, 2°.zeker · 80% - Art. 347. Schending van het briefgeheim niveau 1
oud art. 460
Het wegmaken of openen van een aan een postoperator toevertrouwde brief wordt vrijwel woordelijk hernomen in art. 347 als schending van het briefgeheim, niveau 1.zeker · 85% - Art. 347. Schending van het briefgeheim niveau 1
oud art. 460bis
Het wegmaken of openen van het afschrift van een exploot (gerechtsdeurwaardersbrief) is opgenomen als tweede gedraging in art. 347.zeker · 80% - Art. 668. Misbruik van het inzagerecht in een gerechtelijk dossier niveau 2
oud art. 460ter
Vrijwel identieke omschrijving van misbruik van via inzage van een strafdossier verkregen inlichtingen om het onderzoek te hinderen of het privéleven te schaden, nu bestraft met niveau 2.zeker · 90% - Art. 463. Diefstal
oud art. 461
De definitie van diefstal als bedrieglijk wegnemen, zelfs voor kortstondig gebruik, is nagenoeg woordelijk overgenomen.zeker · 90% - Art. 467. Diefstal met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 468
Diefstal door middel van geweld of bedreiging is rechtstreeks hernomen in art. 467. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; art. 467 stelt een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 474
De regel dat geweld of bedreiging zonder oogmerk om te doden toch de dood veroorzaakt, is woordelijk terug te vinden in art. 469 §3, 2°. Het oude artikel stelde opsluiting van twintig tot dertig jaar; art. 469 §3 stelt een straf van niveau 6.zeker · 85% - Art. 98. Doodslag gepleegd in het kader van een ander misdrijf niveau 8
oud art. 475
Doodslag om een ander misdrijf te vergemakkelijken of straffeloos te maken is nagenoeg woordelijk hernomen in art. 98, dat niet langer tot diefstal of afpersing beperkt is. Het oude artikel stelde levenslange opsluiting; art. 98 stelt een straf van niveau 8.zeker · 85% - Art. 470. Diefstal van kernmateriaal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 477
Diefstal van kernmateriaal zonder geweld of bedreiging is hernomen in art. 470. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; art. 470 stelt een straf van niveau 3.zeker · 80% - Art. 412. Behandeling zonder vergunning van kernmateriaal niveau 3, Art. 413. Verzwaarde behandeling zonder vergunning van kernmateriaal niveau 5, Art. 414. Sabotage van kernmateriaal of van nucleaire installaties niveau 5
oud art. 488bis
Het oude artikel is gesplitst in de behandeling zonder vergunning van kernmateriaal (artikel 412, niveau 3), de vormen met een integriteitsaantasting van de derde graad of vernieling tot gevolg (artikel 413, niveau 4) of met de dood tot gevolg (artikel 413, niveau 5) en de sabotage van kernmateriaal of nucleaire installaties (artikel 414, niveau 5). Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar, van tien tot vijftien jaar bij zwaar letsel of vernieling en van vijftien tot twintig jaar bij de dood en voor sabotage.zeker · 85% - Art. 415. Illegaal bezit van radioactief materiaal of van radioactieve instrumenten niveau 4, Art. 416. Sabotage van radioactief materiaal of van radioactieve instrumenten niveau 4
oud art. 488ter
De twee gedragingen zijn opgesplitst in het illegaal bezit (artikel 415) en de sabotage (artikel 416) van radioactief materiaal of radioactieve instrumenten, met dezelfde bestanddelen en dezelfde twee gevolgen. De opsluiting van tien tot vijftien jaar wordt in beide gevallen een straf van niveau 4.zeker · 88% - Art. 417. Gebruik van dwang met het oog op de overdracht van radioactief materiaal of radioactieve instrumenten of van nucleaire installaties niveau 3
oud art. 488quater
Vrijwel woordelijk dezelfde omschrijving van dwang tot overdracht van radioactief materiaal of nucleaire installaties door bedreiging of geweld, nu bestraft met niveau 3.zeker · 90% - Art. 418. Wederrechtelijke binnendringing in een nucleaire installatie niveau 2
oud art. 488quinquies
Het wederrechtelijk binnendringen in een nucleaire installatie door een externe persoon is vrijwel woordelijk hernomen in art. 418, niveau 2.zeker · 90% - Art. 490. Eenvoudige bankbreuk niveau 1
oud art. 489
De twee gedragingen van artikel 489 vormen nu de punten 1° en 2° van de ruimere eenvoudige bankbreuk van artikel 490, die ook de vroegere artikelen 489bis en 489ter opslorpt. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van honderd tot honderdduizend euro of een van die straffen alleen; artikel 490 stelt een straf van niveau 1.zeker · 85% - Art. 491. Bedrieglijke bankbreuk niveau 3
oud art. 489ter
Verduistering of verberging van activa en het doen verdwijnen van boekhoudkundige stukken door de gefailleerde vormen zowel oud als nieuw de kern van bedrieglijke bankbreuk. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en geldboete, met een eigen straf voor de poging; het nieuwe art. 491 stelt een straf van niveau 3 en bevat geen aparte pogingsregel.zeker · 90% - Art. 489. Staat van faillissement
oud art. 489quater
De regel dat de strafvordering wegens bankbreuk los staat van de burgerlijke procedure en dat de bewezen staat van faillissement niet meer kan worden betwist, is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 489, met vervanging van 'rechtbank van koophandel' door 'ondernemingsrechtbank'.zeker · 92% - Art. 492. Bedrieglijke aantasting van de activa of passiva van een gefailleerde persoon niveau 3
oud art. 489quinquies
Het wegnemen, verbergen of helen van activa door een derde in het belang van de gefailleerde onderneming en het indienen van overdreven schuldvorderingen is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 492.zeker · 90% - Art. 493. Ontrouw in het beheer van het faillissement niveau 3
oud art. 489sexies
Ontrouw van de curator in het beheer van het faillissement, met de verplichting tot teruggave en schadeloosstelling, is vrijwel woordelijk overgenomen in art. 493 (straf van niveau 3).zeker · 92% - Art. 496. Bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen niveau 2, Art. 497. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 490bis
Artikel 496 herneemt het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen, inclusief het vermoeden dat uit elke omstandigheid kan worden afgeleid; het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en geldboete, artikel 496 stelt een straf van niveau 2. De straffeloosheid van de derde die de hem overhandigde goederen teruggeeft, staat nu in artikel 497.zeker · 88% - Art. 494. Schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door een schuldenaar niveau 2
oud art. 490ter
Alle vier gedragingen van de schuldenaar die de procedure van gerechtelijke reorganisatie schendt, zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 494.zeker · 92% - Art. 495. Bedrieglijke schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door derden niveau 2
oud art. 490quater
De bedrieglijke schending van de reorganisatieprocedure door derden (fictief stemrecht, overdreven schuldvorderingen, bedongen voordelen) is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 495.zeker · 92% - Art. 475. Misbruik van vertrouwen niveau 3
oud art. 491
Misbruik van vertrouwen door verduistering of verspilling van een toevertrouwd roerend goed is ongewijzigd overgenomen in art. 475. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en geldboete, met mogelijke ontzetting van rechten; art. 475 stelt een straf van niveau 3.zeker · 90% - Art. 476. Misbruik van vennootschapsgoederen niveau 3
oud art. 492bis
Misbruik van vennootschapsgoederen door bestuurders is overgenomen in art. 476, dat de toepassing verruimt van vennootschappen en vzw's naar elke privaatrechtelijke rechtspersoon.zeker · 88% - Art. 477. Misbruik van andermans kwetsbare toestand om een nadelige akte te doen tekenen niveau 3
oud art. 493
Misbruik van de kwetsbare toestand van een minderjarige of andere kwetsbare persoon om hem een nadelige akte te doen tekenen is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 477.zeker · 85% - Art. 664. Verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd niveau 1
oud art. 495
De bedrieglijke verduistering van een in een rechtsgeding overgelegd stuk is woordelijk overgenomen in art. 664, met behoud van de bevoegdheid van de rechtbank waarbij het geschil aanhangig is.zeker · 90% - Art. 688. Niet-naleving van een beslissing tot overlegging van een stuk niveau 2
oud art. 495bis
Het bedrieglijk vernietigen, veranderen of verbergen van een stuk waarvan de overlegging bij vonnis is bevolen, is ongewijzigd overgenomen in art. 688.zeker · 90% - Art. 481. Bedriegerij omtrent de waarde van de munt niveau 2
oud art. 497bis
Het zich aanschaffen of ontvangen van munten waaraan de schijn van munten van grotere waarde is gegeven, is overgenomen in art. 481 (derde streepje). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en geldboete, met een eigen straf voor de poging; art. 481 stelt een straf van niveau 2 en herneemt de aparte pogingsregel niet.zeker · 85% - Art. 482. Bedriegerij omtrent het verkochte goed niveau 1
oud art. 498
Bedrog van de koper omtrent de identiteit of de aard/oorsprong van het verkochte goed is woordelijk overgenomen in art. 482.zeker · 90% - Art. 483. Bedriegerij omtrent de huur van werk niveau 1, Art. 482. Bedriegerij omtrent het verkochte goed niveau 1
oud art. 499
Bedrog omtrent de hoeveelheid van verkochte zaken is opgenomen in art. 482 (derde streepje), en bedrog omtrent de huur van werk is afzonderlijk overgenomen in art. 483.zeker · 88% - Art. 484. Vervalsing van voedingsmiddelen niveau 1, Art. 485. Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen niveau 1
oud art. 500
Het vervalsen van voor verkoop bestemde voedingsmiddelen en het verspreiden van het vervalsingsprocedé zijn overgenomen in art. 484, terwijl het verkopen van vervalste voedingsmiddelen wetens en willens overeenstemt met art. 485.zeker · 90% - Art. 485. Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen niveau 1
oud art. 501
Het bezit hebben van voor verkoop bestemde voedingsmiddelen met medeweten dat ze vervalst zijn, komt overeen met art. 485.zeker · 88% - Art. 487. Actieve en passieve private omkoping niveau 2
oud art. 504bis
De definities van actieve en passieve private omkoping zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 487.zeker · 95% - Art. 661. Het uitrusten van een voertuig met een verborgen ruimte niveau 1, Art. 662. Het bezit van een voertuig met een verborgen ruimte niveau 2, Art. 663. Verzwaard uitrusten van een voertuig met een verborgen ruimte niveau 3
oud art. 504ter/1
De drie paragrafen zijn opgesplitst in het uitrusten van een voertuig met een verborgen ruimte (artikel 661, niveau 1), het bezit ervan (artikel 662, niveau 2) en het uitrusten als beroep of gewoonte (artikel 663, niveau 3). De bepalingen verhuisden van het hoofdstuk bedrog naar de misdrijven tegen de rechtsbedeling.zeker · 90% - Art. 488. Informaticabedrog niveau 3
oud art. 504quater
Informaticabedrog is inhoudelijk ongewijzigd overgenomen in art. 488; de specifieke pogingstraf en de verdubbeling bij herhaling uit het oude artikel worden niet herhaald en vallen wellicht onder de algemene regels van het nieuwe wetboek.zeker · 85% - Art. 503. Verzwaarde heling en verzwaard witwassen niveau 4
oud art. 505ter
Artikel 503 herneemt de bepaling voor de meldingsplichtige entiteit die het misdrijf pleegt in het kader van haar beroepsactiviteiten en voor het plegen in het kader van een criminele organisatie. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie tot vijf jaar en geldboete van tienduizend tot tweehonderdduizend euro; artikel 503 stelt voor heling en witwassen in die gevallen een straf van niveau 4. Artikel 503 voegt daar het inzetten van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand en de herkomst uit een misdrijf van niveau 7 of 8 aan toe.zeker · 80% - Art. 665. Aantasting van goederen waarop een maatregel rust niveau 2
oud art. 507
Het vernietigen of wegmaken van in beslag genomen goederen door de beslagene, en van roerende goederen door de echtgenoot waarop een maatregel rust, is vrijwel woordelijk overgenomen in art. 665.zeker · 90% - Art. 683. Niet-naleving van de voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling niveau 2
oud art. 507bis
De niet-naleving van de voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling is woordelijk overgenomen in art. 683.zeker · 90% - Art. 498. Bedrieglijke verberging niveau 2
oud art. 508
Het bedrieglijk verbergen of afgeven van een gevonden roerende zaak en het zich toe-eigenen van een ontdekte schat zijn ongewijzigd overgenomen in art. 498.zeker · 88% - Art. 499. Afzetterij niveau 1
oud art. 508bis
Afzetterij van dranken, spijzen en logies wetend niet te kunnen betalen, is overgenomen in art. 499; de verdubbeling van de straf bij herhaling uit het oude artikel wordt niet herhaald.zeker · 88% - Art. 499. Afzetterij niveau 1
oud art. 508ter
Afzetterij van brandstof na het voertuig ermee te hebben laten voorzien, is overgenomen in art. 499, tweede lid.zeker · 88% - Art. 500. Uitgifte van cheques zonder dekking niveau 1
oud art. 509bis
De uitgifte van een postcheque of overschrijving zonder toereikende dekking, de overdracht ervan en het achteraf onbeschikbaar maken van de dekking, zijn nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 500.zeker · 88% - Art. 508. Brandstichting indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden niveau 5
oud art. 510
Brandstichting van gebouwen en andere opgesomde constructies terwijl de dader moest vermoeden dat er personen aanwezig waren, is inhoudelijk overgenomen in art. 508. Het oude artikel stelde opsluiting van vijftien tot twintig jaar; art. 508 stelt een straf van niveau 5.zeker · 90% - Art. 510. Brandstichting bij nacht
oud art. 513
Het beginsel dat brandstichting bij nacht een eigen strafregel krijgt, is behouden in art. 510. Het oude artikel verving elke opsluitings- of gevangenisstraf door een andere, vast omschreven straf; art. 510 bepaalt dat de straf uit de vorige artikelen "met één niveau verhoogd" wordt, met niveau 6 als bovengrens.zeker · 80% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 514bis
De vroegere bijzondere strafverzwaring voor brandstichting uit discriminatoire drijfveer is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I, die voortaan voor alle misdrijven geldt in plaats van per hoofdstuk apart geregeld te worden.zeker · 85% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 516
Art. 505, tweede lid stelt uitdrukkelijk dat het in brand steken van een zaak zodanig geplaatst dat de brand zal overslaan op het te vernielen goed, met brandstichting wordt gelijkgesteld; dit is een letterlijke overname van de oude regel.zeker · 95% - Art. 512. Veroorzaken van brand door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 519
De oude bepaling somde specifieke situaties van cuploze brandstichting op (ovens, schoorstenen, vuur op het veld); het nieuwe art. 512 vat dit algemeen samen als brand veroorzaakt door een ernstig gebrek aan voorzorg, met straf van niveau 1, vergelijkbaar met de oude gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden.zeker · 85% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 525bis
De bijzondere verzwaring wegens discriminatoire drijfveer voor de artikelen 521-525 is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I.zeker · 85% - Art. 522. Vernietiging van authentieke akten, overeenkomsten of overheidsdocumenten
oud art. 527
Art. 522 (vernietiging van authentieke akten, overeenkomsten of overheidsdocumenten) is een nagenoeg woordelijke overname, met verwijzing naar dezelfde strafmaatschaal als de diefstalbepalingen.zeker · 90% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 528
Vernieling of beschadiging van roerend goed met geweld of bedreiging wordt nu bestraft als vandalisme met geweld of bedreiging (art. 518, niveau 2-3) in plaats van de oude gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 jaar.zeker · 85% - Art. 519. Vandalisme met geweld of bedreiging aan of in een bewoond huis of de aanhorigheden ervan niveau 4
oud art. 530
Vandalisme met geweld of bedreiging aan of in een bewoond huis wordt nu rechtstreeks geregeld in art. 519. Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar, en van vijftien tot twintig jaar voor de hoofden en aanstokers; art. 519 stelt een straf van niveau 4.zeker · 85% - Art. 98. Doodslag gepleegd in het kader van een ander misdrijf niveau 8
oud art. 532
De specifieke figuur van doodslag om vernieling te vergemakkelijken of straffeloosheid te verzekeren is opgegaan in het algemene art. 98 (doodslag om een ander misdrijf te vergemakkelijken of de straffeloosheid ervan te verzekeren), bestraft met niveau 8, vergelijkbaar met de vroegere levenslange opsluiting.zeker · 80% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 532bis
De bijzondere verzwaring wegens discriminatoire drijfveer voor de artikelen 528-532 is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I.zeker · 85% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 534bis
Het aanbrengen van graffiti zonder toestemming is uitdrukkelijk opgenomen in de algemene definitie van vandalisme (art. 514), in plaats van een apart delict te vormen.zeker · 80% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 534ter
De aparte strafbaarstelling van het opzettelijk beschadigen van andermans onroerende eigendommen gaat op in de ruime nieuwe definitie van vandalisme, die elk opzettelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of bekladden van andermans goed omvat. De oude straf van een maand tot zes maanden gevangenis en geldboete van 26 tot 200 euro wordt vervangen door het strafniveau dat het nieuwe wetboek aan vandalisme koppelt.zeker · 80% - Art. 29. De discriminerende drijfveer
oud art. 534quater
De bijzondere verzwaring wegens discriminatoire drijfveer voor de artikelen 534bis-534ter is opgegaan in de algemene verzwarende omstandigheid van art. 29 boek I.zeker · 85% - Art. 419. Binnendringing in een havengebied niveau 1
oud art. 546/1
Letterlijke overname van het misdrijf binnendringen in een havengebied of havenfaciliteit; straf van niveau 1, vergelijkbaar met de oude gevangenisstraf en geldboete.zeker · 95% - Art. 420. Verzwaarde binnendringing in een havengebied niveau 2
oud art. 546/2
Art. 420 herhaalt woordelijk dezelfde verzwarende omstandigheden (gewoonte, nacht, meerdere personen, bedrieglijk opzet, geweld, kritieke entiteit) als het oude art. 546/2, nu bestraft met een straf van niveau 2.zeker · 95% - Art. 531. Informaticasabotage niveau 2, Art. 532. Verzwaarde informaticasabotage niveau 3, Art. 533. Bezit of terbeschikkingstelling van een instrument dat informaticasabotage mogelijk moet maken niveau 2
oud art. 550ter
Het oude art. 550ter regelde informaticasabotage in oplopende ernst (basisfeit, schade aan gegevens, belemmering van de werking, bezit van instrumenten); dit is nu opgesplitst in art. 531 (basisfeit, niveau 2), art. 532 (verzwaarde vormen: bedrieglijk opzet, kritieke entiteit, schade, belemmering, niveau 3) en art. 533 (bezit van instrument, niveau 2), met vergelijkbare structuur en strafniveaus.zeker · 85% - Art. 423. Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte niveau 1, Art. 424. Rechtvaardigingsgrond
oud art. 563bis
Letterlijke overname van het verbod op gezichtsbedekking in de publieke ruimte, inclusief de uitzondering voor arbeidsreglementen en feestactiviteiten, nu vervat in art. 423 (misdrijf) en art. 424 (rechtvaardigingsgrond), straf van niveau 1.zeker · 95%
waarschijnlijk · 326
- Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten
oud art. 6
Beide bepalingen regelen de verhouding tussen dit wetboek en bijzondere wetten, maar in omgekeerde richting: het oude artikel laat bijzondere wetten toepassen waar dit wetboek niets regelt, terwijl artikel 77 net de bepalingen van boek I laat gelden voor boek II en bijzondere wetten bij ontstentenis van andersluidende regels.waarschijnlijk · 50% - Art. 27. Doelstellingen van de straf
oud art. 7
De doelstellingen van de straf (§2) zijn vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 27, met daaraan toegevoegd dat de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is; de opsomming van strafsoorten (§1) en de voorrangsregel voor alternatieven bij kortere straffen (§3) zijn elders in het nieuwe niveausysteem (o.a. art. 36, 41-45) uitgewerkt en niet in deze kandidaat vervat.waarschijnlijk · 55% - Art. 40. De op bepaalde publiekrechtelijke rechtspersonen toepasselijke straf
oud art. 7bis
De regel dat bepaalde publiekrechtelijke rechtspersonen alleen bij schuldigverklaring kunnen worden veroordeeld, is overgenomen in artikel 40; de algemene lijst van straffen voor rechtspersonen (geldboete, verbeurdverklaring, ontbinding, activiteitsverbod, sluiting, bekendmaking) is elders verspreid (o.a. art. 39, 57, 59, 71) en niet in één kandidaat samengebracht.waarschijnlijk · 60% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 8
De oude tweedeling opsluiting/hechtenis is samengevoegd tot één gevangenisstraf (art. 41) die van zes maanden tot levenslang kan lopen.waarschijnlijk · 50% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 9
De termijnen 5-10, 10-15, 15-20 en 20-30 jaar corresponderen ruwweg met de niveaus 4 tot 7 van artikel 36, maar de oude schaal van 30 tot 40 jaar heeft in de getoonde niveauregeling geen exacte tegenhanger (enkel levenslang bij niveau 8).waarschijnlijk · 55% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 10
Ook "hechtenis" als aparte strafsoort is opgegaan in de eengemaakte gevangenisstraf van art. 41, die eveneens levenslang kan zijn.waarschijnlijk · 50% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 11
De termijnen voor tijdelijke hechtenis komen inhoudelijk overeen met de duur-ranges van de niveaus in artikel 36, maar hechtenis als aparte strafsoort bestaat niet meer en de hoogste schaal (30-40 jaar) is niet exact terug te vinden.waarschijnlijk · 50% - Art. 26. Minderjarigheid
oud art. 12
Het verbod op levenslange straffen voor wie op het ogenblik van de misdaad geen achttien jaar was, is opgegaan in de ruimere regel van artikel 26 dat minderjarigen onder de achttien jaar in beginsel niet strafrechtelijk verantwoordelijk zijn, zodat hen sowieso geen (levenslange) straf kan worden opgelegd.waarschijnlijk · 50% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 18
De verplichte aanplakking van het veroordelend arrest bij de zwaarste straffen verdwijnt en gaat op in de bijkomende straf van bekendmaking van de veroordeling, die de rechter voortaan enkel in de bij wet bepaalde gevallen kan opleggen, op kosten van de veroordeelde en via Staatsblad, dagbladen of het Centraal register.waarschijnlijk · 50% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 19
De afzetting van titels, graden, openbare ambten en bedieningen is opgenomen in de opsomming van artikel 47, eerste lid, 1°, als onderdeel van de ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten. De koppeling aan levenslange of tijdelijke opsluiting en aan het hof van assisen is vervangen door een koppeling aan het strafniveau, met verplichte levenslange ontzetting bij niveau 8.waarschijnlijk · 75% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 25
De dag/maand-definities keren terug in artikel 41, maar de gedetailleerde omzettingsschaal voor gecorrectionaliseerde misdaden (tot 28 of 38 jaar) is niet als zodanig behouden en is opgegaan in het algemene niveausysteem.waarschijnlijk · 50% - Art. 41. Gevangenisstraf
oud art. 28
De politiegevangenisstraf als aparte categorie verdwijnt; er blijft één gevangenisstraf over waarvan de duur in artikel 41 wordt geregeld. Voor de lichtste misdrijven bestaat daardoor geen vrijheidsstraf meer.waarschijnlijk · 60% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 32
De facultatieve gehele of gedeeltelijke ontzetting bij opsluiting van vijf tot minder dan tien jaar, tijdelijke hechtenis of gevangenisstraf van tien tot minder dan twintig jaar is opgegaan in de algemene regeling van artikel 47, dat de gehele of gedeeltelijke ontzetting kent en de duur ervan aan het strafniveau koppelt. De oude drempels in jaren opsluiting of hechtenis komen niet terug.waarschijnlijk · 60% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 33
De ontzetting voor vijf tot tien jaar bij correctionele straffen is opgegaan in de eenvormige regeling van artikel 47, waar de rechter gehele of gedeeltelijke ontzetting kan uitspreken. De afzonderlijke behandeling van gecorrectionaliseerde misdaden is niet behouden.waarschijnlijk · 55% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 33bis
De mogelijkheid om bij correctionele straffen de ontzetting uit te spreken voor vijf tot tien jaar is opgeslorpt door de algemene regeling van de ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten, waarin de rechter onder meer het kiesrecht kan ontnemen. De vaste termijn van vijf tot tien jaar keert als zodanig niet terug.waarschijnlijk · 50% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 34
De algemene regel over het ingaan van de ontzettingstermijn wordt voortaan per straf geregeld, voor de burgerlijke en politieke rechten in artikel 47. Vergelijkbare ingangsregels staan bij het beroepsverbod, het verval van het recht tot sturen en het verblijfsverbod (artikelen 48 tot 50).waarschijnlijk · 60% - Art. 46. Verlengde opvolging
oud art. 34bis
De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank als beveiligende bijkomende straf na afloop van de hoofdstraf voor daders die de integriteit van personen ernstig bedreigen, is opgegaan in de figuur van de verlengde opvolging (art. 46), met een deels gewijzigd toepassingsgebied.waarschijnlijk · 55% - Art. 46. Verlengde opvolging
oud art. 34ter
De limitatieve gevallen waarin terbeschikkingstelling verplicht moet worden uitgesproken (o.m. bij herhaling van misdaad), zijn vervangen door de verplichte gevallen van verlengde opvolging in artikel 46, al verwijzen de precieze artikelen niet meer naar dezelfde nummering.waarschijnlijk · 55% - Art. 46. Verlengde opvolging
oud art. 34quater
De facultatieve terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank van vijf tot vijftien jaar is vervangen door de verlengde opvolging als bijkomende straf, die de rechter kan opleggen bij een ernstige aantasting van leven of integriteit en moet opleggen bij herhaling van de zwaarste misdrijven. De gedetailleerde opsomming van veroordelingen uit het oude artikel keert terug als de lijst van misdrijven in artikel 46.waarschijnlijk · 75% - Art. 57. Verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen
oud art. 36
Het verbod voor een rechtspersoon om een activiteit van zijn maatschappelijk doel uit te oefenen, is overgenomen in artikel 57, zij het dat de nieuwe regeling een maximumtermijn van tien jaar oplegt waar het oude artikel ook een definitief verbod toeliet.waarschijnlijk · 70% - Art. 43. Straf onder elektronisch toezicht
oud art. 37quater
Artikel 43 neemt de straf onder elektronisch toezicht over, met inbegrip van de vervangende gevangenisstraf van dezelfde duur wanneer de straf niet wordt uitgevoerd en van de aanwijzingen van de rechter over de concrete invulling. De uitvoeringsprocedure met de bevoegde dienst voor elektronisch toezicht en de controle door het openbaar ministerie staan niet meer in het wetboek.waarschijnlijk · 55% - Art. 45. Werkstraf , Art. 31. Voorlichtingsrapport
oud art. 37sexies
De inhoudelijke regels over de kosteloze werkstraf tijdens de vrije tijd en over de toegelaten werkplaatsen zijn opgenomen in artikel 45, waarbij de lijst van instellingen ruimer is en het verbod om een reguliere arbeidsplaats in te nemen behouden blijft. Het beknopt voorlichtingsverslag staat nu in artikel 31, terwijl de halfjaarlijkse verslagen en de overlegstructuren niet zijn overgenomen.waarschijnlijk · 65% - Art. 45. Werkstraf
oud art. 37septies
De werkstraf zelf is samengebald in artikel 45, dat de duur, de instemming van de beklaagde en de aard van het werk regelt. De opvolging door de justitieassistent, het toezicht door de probatiecommissie en de regels over de territoriale bevoegdheid zijn niet in het wetboek gebleven.waarschijnlijk · 50% - Art. 44. Probatiestraf
oud art. 37novies
Artikel 44 bundelt de autonome probatiestraf en behoudt de begeleiding van de veroordeelde door de bevoegde dienst van de gemeenschappen. De regels over de territoriale bevoegdheid van de probatiecommissie, de overdracht van die bevoegdheid en de rapportageplicht zijn niet mee overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 44. Probatiestraf
oud art. 37undecies
Artikel 44 behoudt het gevolg van de niet-uitvoering, namelijk dat de door de rechter bepaalde vervangende gevangenisstraf of geldboete kan worden toegepast. De procedure voor de probatiecommissie met oproeping, dossierinzage en gemotiveerd verslag is niet in het wetboek overgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 52. Geldboete
oud art. 38
De minimum- en maximumbedragen van de geldboete en de inning ten bate van de Staat staan nu in artikel 52 over de geldboete zelf, met vaste vorken per strafniveau. De oude driedeling misdaad, wanbedrijf en overtreding verdwijnt daarbij.waarschijnlijk · 75% - Art. 52. Geldboete , Art. 16. Beginsel van de individuele verantwoordelijkheid
oud art. 39
Dat de geldboete tegen ieder van de veroordeelden persoonlijk wordt uitgesproken volgt nu uit het beginsel van de individuele verantwoordelijkheid van artikel 16 en uit de regeling van de geldboete in artikel 52. Een afzonderlijke bepaling daarover is niet behouden.waarschijnlijk · 50% - Art. 52. Geldboete
oud art. 40
De vervangende gevangenisstraf bij niet-betaling van de geldboete is mee opgenomen in artikel 52, dat de geldboete integraal regelt. De aparte maxima per soort misdrijf verdwijnen met de afschaffing van de driedeling.waarschijnlijk · 65% - Art. 52. Geldboete
oud art. 41
De regel dat betaling van de geldboete bevrijdt van de vervangende gevangenisstraf hoort bij die vervangende straf en gaat dus op in artikel 52. Artikel 69 regelt enkel de volgorde van kwijting bij ontoereikend vermogen.waarschijnlijk · 55% - Art. 38. Hoofdstraffen , Art. 52. Geldboete
oud art. 41bis
De omrekeningstabel die de geldboete voor rechtspersonen afleidde uit de vrijheidsstraf voor natuurlijke personen is vervangen door de eigen hoofdstraffen voor rechtspersonen in artikel 38, met bedragen die rechtstreeks uit het strafniveau volgen. Artikel 52 bevat de algemene regeling van de geldboete.waarschijnlijk · 60% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 43
Artikel 53, § 1, maakt van de verbeurdverklaring opnieuw een verplichte bijkomende straf die de rechter uitspreekt zodra het misdrijf bewezen is. Het onderscheid tussen misdaden en wanbedrijven enerzijds en overtredingen anderzijds vervalt, en de matigingsclausule wegens een onredelijk zware straf keert in het nieuwe wetboek terug bij specifieke verbeurdverklaringen zoals artikel 411.waarschijnlijk · 75% - Art. 53. Verbeurdverklaring , Art. 67. Teruggave en de schadevergoeding
oud art. 43bis
De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen, de raming van de geldwaarde bij ontbrekende zaken en de matiging bij een onredelijk zware straf zitten nu in het algemene artikel over de verbeurdverklaring, terwijl de teruggave of toewijzing aan de burgerlijke partij naar het artikel over teruggave en schadevergoeding is verhuisd. De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen is bovendien verplicht geworden in plaats van afhankelijk van een schriftelijke vordering van het openbaar ministerie.waarschijnlijk · 70% - Art. 54. Verruimde verbeurdverklaring
oud art. 43ter
De regel dat ook zaken buiten het Belgische grondgebied verbeurd kunnen worden verklaard staat nu uitdrukkelijk in het artikel over de verruimde verbeurdverklaring; voor de gewone verbeurdverklaring van artikel 53 blijkt uit de beschikbare tekst niet dat dezelfde regel werd overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 66. Burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de betaling van een vermogensstraf
oud art. 50bis
Het verbod om een derde burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de geldboete van een ander is overgenomen in art. 66, nu algemeen geformuleerd voor de vermogensstraf.waarschijnlijk · 75% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 52
De regel voor de bestraffing van de poging is behouden in art. 9, § 1: de strafbare poging wordt bestraft met "een straf van het onmiddellijk lagere strafniveau dan datgene gesteld op het voltooide misdrijf". De aparte regel van het oude artikel voor misdaden strafbaar met levenslange opsluiting of levenslange hechtenis (twintig tot dertig jaar) keert niet terug; het niveausysteem geldt voor alle misdrijven.waarschijnlijk · 70% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 53
Het oude recht vereiste een uitdrukkelijke wetsbepaling om poging tot wanbedrijf strafbaar te maken; art. 9 §1 stelt nu dat poging voor alle opzettelijke misdrijven steeds strafbaar is, wat een inhoudelijke verruiming is ten opzichte van de oude regel.waarschijnlijk · 50% - Art. 60. Herhaling
oud art. 54
De drie afzonderlijke opsluitingsvorken bij herhaling van een misdaad na een criminele straf keren niet als zodanig terug. Art. 60 bevat de algemene herhalingsregel: binnen vijf jaar na een vorige veroordeling kan een straf van niveau 1 tot 6 worden gebracht op het onmiddellijk hogere niveau; voor een misdrijf van niveau 7 na een eerdere straf van niveau 7 of 8 wordt de minimumstraf gebracht op tweeëntwintig jaar gevangenisstraf.waarschijnlijk · 75% - Art. 60. Herhaling
oud art. 55
Ook de herhalingsregel voor misdaden met hechtenis gaat op in de ene algemene herhalingsbepaling van art. 60; het onderscheid tussen opsluiting en hechtenis verdwijnt. Het oude artikel stelde per geval een duur van hechtenis vast; volgens art. 60 kan de straf "worden verhoogd naar een straf van het onmiddellijk hogere niveau" wanneer nog geen vijf jaar verstreken zijn sinds de vorige veroordeling.waarschijnlijk · 75% - Art. 60. Herhaling
oud art. 55bis
Het oude artikel gaf voor herhaling van misdaad na een correctionele veroordeling afzonderlijke straffen per categorie van opsluiting of hechtenis, en rekende de termijn van vijf jaar vanaf het ondergaan of de verjaring van de vorige straf. Art. 60 geeft één algemene regel: de rechter kan de straf brengen op een straf van het onmiddellijk hogere niveau, als nog geen vijf jaar verlopen zijn sinds de vorige veroordeling in kracht van gewijsde is getreden.waarschijnlijk · 70% - Art. 60. Herhaling
oud art. 56
Artikel 60 vervangt alle oude herhalingsvormen door één regeling: wie binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde getreden veroordeling een nieuw misdrijf van niveau 1 tot 6 pleegt, kan volgens de wettekst een straf van "het onmiddellijk hogere niveau" krijgen. De oude verdubbeling van het maximum en de plafonds voor werkstraf, probatiestraf en elektronisch toezicht komen niet terug.waarschijnlijk · 70% - Art. 76. Gevolgen van de veroordelingen uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie
oud art. 57bis
De verwijzing naar de meetelling van in een andere EU-lidstaat uitgesproken veroordelingen voor de herhaling correspondeert met art. 76, dat aan buitenlandse EU-veroordelingen dezelfde rechtsgevolgen toekent als Belgische veroordelingen.waarschijnlijk · 55% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 58
De cumulatie van straffen bij samenloop van overtredingen keert terug in de meerdaadse samenloop: enkel binnen strafniveau 1 mogen de hoofdstraffen nog cumulatief worden opgelegd, met als bovengrens het maximale cumulatieve straftotaal. De afzonderlijke maxima voor werkstraf, elektronisch toezicht en probatiestraf staan nu bij die straffen zelf.waarschijnlijk · 65% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 59
De samenloop van wanbedrijven en overtredingen valt onder de eenvormige regeling van de meerdaadse samenloop in artikel 62. Het oude artikel legde alle geldboeten, autonome probatiestraffen, werkstraffen, straffen onder elektronisch toezicht en correctionele gevangenisstraffen samen op binnen wettelijke grenzen; artikel 62, § 3 legt de hoofdstraf op "binnen het zwaarste strafniveau" en bepaalt dat zij kan worden "verhoogd naar een hoofdstraf van het onmiddellijk hoger niveau".waarschijnlijk · 70% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 60
Het oude artikel liet bij samenloop van wanbedrijven alle straffen samen opleggen tot het dubbele van het maximum van de zwaarste straf, met plafonds van twintig jaar gevangenisstraf, één jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf en twee jaar autonome probatiestraf. Artikel 62, § 3, legt de hoofdstraf op binnen het zwaarste strafniveau, met de mogelijkheid van een hoofdstraf van het onmiddellijk hoger niveau en begrensd door het maximale cumulatieve straftotaal bij niet-gelijktijdige berechting; de specifieke plafonds keren niet terug.waarschijnlijk · 75% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 62
De absorptieregel voor samenlopende misdaden staat nu in artikel 62, § 2: bij misdrijven van niveau 7 of 8 wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken en worden de andere hoofdstraffen opgeslorpt. Het oude artikel liet toe die straf tot vijf jaar boven het maximum te brengen; in de gevallen van paragraaf 3 zegt de nieuwe tekst dat de hoofdstraf "kan worden verhoogd naar een hoofdstraf van het onmiddellijk hoger niveau".waarschijnlijk · 75% - Art. 61. Eendaadse samenloop , Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 64
De regel dat verbeurdverklaringen bij samenloop altijd samen worden opgelegd, keert terug als de algemene cumulatieregel voor bijkomende straffen in de artikelen 61 en 62, waarbij de verbeurdverklaring een bijkomende straf is. Het onderscheid tussen misdaden, wanbedrijven en overtredingen valt weg en de cumulatie geldt binnen de grenzen bepaald door de wet.waarschijnlijk · 65% - Art. 61. Eendaadse samenloop
oud art. 65
De regel over voortgezette misdrijven met eenzelfde misdadig opzet, gelijktijdig berecht, is opgegaan in de eendaadse-samenloopregeling van art. 61 (één straf binnen het zwaarste niveau).waarschijnlijk · 50% - Art. 19. Strafbare deelneming
oud art. 66
De categorieën van daderschap (rechtstreekse uitvoering, onmisbare hulp, rechtstreekse uitlokking) zijn opgenomen in de eengemaakte notie van strafbare deelneming in art. 19, die daders en vroegere medeplichtigen niet langer principieel onderscheidt naar strafmaat.waarschijnlijk · 55% - Art. 19. Strafbare deelneming
oud art. 67
De vroegere afzonderlijke categorie van medeplichtigheid (instructies geven, middelen verschaffen, hulp bij voorbereiding) is opgegaan in de algemene notie van strafbare deelneming van art. 19.waarschijnlijk · 55% - Art. 404. Deelneming aan een vereniging van misdadigers niveau 3, Art. 402. Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende niveau 3, Art. 562. Onderdak verschaffen aan samenspanners of aanslagplegers niveau 2
oud art. 68
De algemene deelnemingsvorm van wie er een gewoonte van maakt boosdoeners onderdak te verschaffen, is vervangen door zelfstandige misdrijven per context: onderdak aan een vereniging van misdadigers, aan een oproerige gewapende bende en aan samenspanners of aanslagplegers. De dader wordt niet langer als medeplichtige gestraft maar met een eigen straf van niveau 2 of 3, en het vereiste van een gewoonte vervalt.waarschijnlijk · 50% - Art. 19. Strafbare deelneming
oud art. 69
Het onderscheid tussen daders en medeplichtigen verdwijnt: volgens artikel 19 kunnen alle deelnemers als daders worden gestraft, zodat de eigen strafschaal voor medeplichtigen (een aparte schaal bij misdaad, ten hoogste twee derden van de daderstraf bij wanbedrijf) vervalt. Een afzonderlijke strafschaal blijft enkel bestaan voor de poging.waarschijnlijk · 70% - Art. 12. Bevel van de overheid
oud art. 70
De oude, samengevoegde rechtvaardigingsgrond (feit door de wet voorgeschreven én door de overheid bevolen) is in het nieuwe wetboek gesplitst in afzonderlijke gronden; art. 12 (bevel van de overheid) dekt enkel het tweede onderdeel, terwijl het onderdeel 'door de wet voorgeschreven' (vermoedelijk art. 11, gebod of toelating bij de wet) niet in de kandidatenlijst voorkomt.waarschijnlijk · 60% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 80
De gedetailleerde omzettingstabel voor opsluiting bij verzachtende omstandigheden is niet letterlijk overgenomen. Art. 36 bepaalt per strafniveau door welke niveaus de straf bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt vervangen, bijvoorbeeld niveau 8 door een straf van niveau 7, 6, 5, 4 of 3.waarschijnlijk · 50% - Art. 36. Hoofdstraffen
oud art. 81
De oude omzettingstabel van hechtenis bij verzachtende omstandigheden voor misdaden tegen de staatsveiligheid is vervangen door de algemene niveauverlaging bij verzachtende omstandigheden in art. 36.waarschijnlijk · 50% - Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 82
De mogelijkheid om bij correctionalisering van samenlopende misdaden één straf uit te spreken volgt nu uit de regeling van de meerdaadse samenloop in artikel 62. De oude tweedeling tussen criminele en correctionele straffen valt weg.waarschijnlijk · 60% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden , Art. 52. Geldboete
oud art. 83
Het absolute minimum van zesentwintig euro voor de geldboete in criminele zaken verdwijnt; vermindering van de straf verloopt voortaan via de verzachtende omstandigheden van artikel 30. De geldende boetevork volgt dan uit artikel 52, dat de rechter ook toelaat een geldboete beneden het wettelijk minimum uit te spreken bij een precaire financiële situatie.waarschijnlijk · 50% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden
oud art. 85
Het mechanisme van verzachtende omstandigheden bestaat nog (art. 30), maar werkt nu via niveauverlaging in plaats van de vaste minimumgrenzen per strafsoort uit het oude artikel.waarschijnlijk · 50% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 93
De eenjarige verjaring van politiestraffen verdwijnt samen met de categorie politiestraffen zelf. De lichtste straffen, nu die van niveau 1, verjaren onder artikel 74 pas na vijf jaar, wat een aanzienlijke verlenging is.waarschijnlijk · 70% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 94
Artikel 74, derde lid, vervangt de afzonderlijke termijnen voor geldboeten en bijzondere verbeurdverklaringen door één regel: bijkomende straffen verjaren volgens de termijn die hoort bij het niveau van de hoofdstraf waarmee zij zijn uitgesproken. De bijzondere tienjarige termijn voor verbeurdverklaringen wegens wanbedrijven keert niet terug.waarschijnlijk · 75% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 95
De bijzondere regel voor de ontvluchte veroordeelde is opgegaan in de algemene stuitingsregel van artikel 74, waar elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf uitmaakt de verjaring stuit en een nieuwe termijn doet lopen. De aanrekening van de reeds ondergane straftijd op de verjaringstermijn lijkt niet te zijn overgenomen, al is de tekst van artikel 74 hier afgekapt.waarschijnlijk · 50% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 96
De stuiting door de aanhouding van de veroordeelde is vervangen door de ruimere formule van artikel 74, waar elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf is de verjaring stuit. De aanhouding blijft daaronder vallen, maar is niet langer het enige stuitingsfeit.waarschijnlijk · 70% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 97
De bijzondere schorsingsgronden voor de verjaring van de verbeurdverklaring zijn opgeslorpt door de algemene schorsingsregel van artikel 74, die geldt wanneer de wet dit bepaalt of wanneer een wettelijk beletsel de tenuitvoerlegging verhindert. De uitdrukkelijke opsomming van insolventieprocedure, genadeverzoek en aanzuiveringsregeling keert in de voorgelegde tekst niet terug.waarschijnlijk · 55% - Art. 74. Verjaring van de straf
oud art. 98
De gedetailleerde lijst van stuitingsgronden voor de verjaring van de verbeurdverklaring is vervangen door de algemene regel van artikel 74 dat elke daad die een begin van effectieve uitvoering van de straf is de verjaring stuit. De invorderingshandelingen van de fiscus en het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek worden niet langer afzonderlijk opgesomd.waarschijnlijk · 55% - Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten , Art. 78. Omzetting en bepaling van de strafmaat in bijzondere wetten die geen strafniveau bepalen
oud art. 100bis
De bijzondere regel over niet-militairen die deelnemen aan misdrijven uit het Militair Strafwetboek gaat op in artikel 77, dat boek I toepasselijk maakt op de bijzondere wetten, en in artikel 78, dat de straffen uit die wetten omzet naar strafniveaus. De eigen omzetting van de militaire gevangenisstraf en van de afzetting keert niet terug.waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 100ter
De definitie van minderjarige als persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is verhuisd naar de algemene definities van boek II in artikel 79. Zij geldt daar op dezelfde wijze voor het hele boek II.waarschijnlijk · 75% - Art. 556. Aanslag op de echtgenoot of echtgenote van de Koning of vermoedelijke troonopvolger of op waarnemers van de koninklijke functie niveau 4
oud art. 103
Art. 556 dekt de aanslag op de echtgenote van de Koning, de Regent en de ministers die de koninklijke macht uitoefenen, maar beschermt niet meer de bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en de Belgische broers van de Koning die het oude artikel ook noemde.waarschijnlijk · 50% - Art. 559. Voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie niveau 5
oud art. 106
Het scenario met een voorbereidingsdaad komt overeen met art. 559 (voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie); het scenario van loutere samenspanning zonder daad (destijds bestraft met dwangarbeid) is niet gedekt door een aangeboden kandidaat.waarschijnlijk · 55% - Art. 558. Samenspanning tegen de monarchie niveau 4
oud art. 108
Art. 558, 4°, dekt de samenspanning tegen de echtgenote, de Regent en de ministers, maar niet meer tegen de bloed- en aanverwanten en broers van de Koning die via de verwijzing naar art. 103 ook werden beschermd.waarschijnlijk · 50% - Art. 560. Voorstel tot samenspanning tegen de monarchie niveau 2
oud art. 111
Art. 560 dekt het niet-aanvaarde voorstel tot samenspanning tegen het leven of de persoon van de Koning of troonopvolger, maar niet meer het voorstel gericht tegen de ruimere kring van koninklijke familieleden, Regent en ministers uit art. 103.waarschijnlijk · 55% - Art. 559. Voorbereiding van een aanslag tegen de monarchie niveau 5
oud art. 112
De individuele voorbereiding van een aanslag (art. 559, 2°) dekt het besluit van de alleenhandelende dader voor Koning, troonopvolger en echtgenote, maar niet meer voor de ruimere kring van bloedverwanten en broers uit art. 103.waarschijnlijk · 55% - Art. 564. Definities
oud art. 117
De gelijkstelling van misdrijven tegen een bondgenoot met misdrijven tegen België is nu verwerkt in de bondgenootdefinitie van art. 564 en rechtstreeks in de tekst van de afzonderlijke delicten (bv. art. 569, 565), in plaats van als apart artikel te blijven bestaan.waarschijnlijk · 60% - Art. 573. Steun aan de politiek of doelstellingen van de vijand niveau 7, Art. 574. Aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat niveau 6, Art. 575. Propaganderen tegen het verzet niveau 6
oud art. 118bis
De verschillende gedragingen (steun aan de politiek/doelstellingen van de vijand, trouw aan de Staat doen wankelen, propaganda tegen het verzet) zijn elk apart terug te vinden in art. 573, 574 en 575, met niveau 6/7 in plaats van levenslange hechtenis.waarschijnlijk · 75% - Art. 570. Vergemakkelijken van de opmars van de vijand niveau 8, Art. 571. Verschaffen van mankracht of goederen aan de vijand niveau 8, Art. 574. Aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat niveau 6
oud art. 120quater
De algemene gelijkstelling van de poging met het voltooide misdrijf verdwijnt als aparte bepaling; het nieuwe wetboek schrijft de poging telkens in de delictsomschrijving zelf in, zoals bij het vergemakkelijken van de opmars van de vijand, het verschaffen van mankracht of goederen aan de vijand en het aan het wankelen brengen van de trouw aan de Staat. Waar die vermelding ontbreekt, geldt de gewone regel van artikel 9, dat de poging bestraft met "het onmiddellijk lagere strafniveau".waarschijnlijk · 60% - Art. 585. Reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim in oorlogstijd niveau 6, Art. 589. Vergaren of overmaken van militaire inlichtingen in oorlogstijd niveau 6, Art. 595. Foute omgang met een staatsgeheim in oorlogstijd niveau 3
oud art. 120sexies
De oude collectieve oorlogstijdverzwaring voor meerdere misdrijven tegelijk is in het nieuwe wetboek versnipperd in afzonderlijke 'in oorlogstijd'-varianten per basismisdrijf; slechts een deel daarvan (art. 585, 589, 595) staat in deze kandidatenlijst, andere relevante varianten (bv. voor de oude art. 118/120bis) ontbreken hier.waarschijnlijk · 50% - Art. 584. Verzwaarde reproductie, bekendmaking of overdracht aan onbevoegden van een staatsgeheim met betrekking tot de verdediging van het grondgebied of de uitwendige veiligheid van de Staat niveau 5, Art. 564. Definities
oud art. 120octies
De gelijkstelling van misdrijven tegen een bondgenoot-Staat met misdrijven tegen België is nu verwerkt in de bondgenootdefinitie (art. 564) en in specifieke verzwarende bepalingen zoals art. 584, in plaats van als algemene regel voor meerdere artikelen te bestaan.waarschijnlijk · 55% - Art. 601. Verbergen van daders van misdrijven tegen de landsverdediging niveau 2, Art. 603. Verbergen van vijandelijke agenten of soldaten niveau 5, Art. 604. Verbergen van vijandelijke agenten of soldaten bij staat van beleg niveau 6, Art. 605. Verbergen van onderdanen van de vijand niveau 3, Art. 606. Verbergen van onderdanen van de vijand bij staat van beleg niveau 4
oud art. 121
De verschillende gedragingen (verbergen van vijandelijke agenten/soldaten, van onderdanen van de vijand en van daders van misdrijven tegen de landsverdediging, telkens met verzwaring bij staat van beleg) zijn overgenomen; het verbergen van spionnen/verkenners, de oude zwaarste variant, is elders geregeld (art. 602) maar zit niet in deze kandidatenlijst.waarschijnlijk · 70% - Art. 588. Vergaren of overmaken van militaire inlichtingen niveau 3
oud art. 122bis
Het oprichten of bemannen van een buitenlandse militaire inlichtingendienst op Belgisch grondgebied gaat op in het ruimere misdrijf van het vergaren of overmaken van militaire inlichtingen van artikel 588, dat een straf van niveau 3 stelt; het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en geldboete. Artikel 589 betreft hetzelfde misdrijf wanneer het in oorlogstijd wordt gepleegd.waarschijnlijk · 65% - Art. 613. Aanzetten tot misdrijven tegen de landsverdediging
oud art. 123bis
Het aanbod of voorstel tot en de aanvaarding van een misdrijf tegen de landsverdediging is overgenomen in art. 613, dat alleen geldt voor misdrijven uit dat hoofdstuk met, in de woorden van de wet, "een straf van niveau 3 of hoger". Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en geldboete; art. 613 stelt "een straf van het tweede lagere strafniveau dan datgene gesteld op het voltooide misdrijf".waarschijnlijk · 70% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 123ter
De toewijzing aan de Schatkist van wat de spionageactiviteit heeft opgebracht gaat op in de verplichte verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen, met verbeurdverklaring van een overeenstemmend geldbedrag wanneer die niet meer in het vermogen worden teruggevonden; de bijzondere strafverzwaring bij feiten uit winstbejag keert niet terug.waarschijnlijk · 60% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 123quinquies
De verplichte verbeurdverklaring van de zaken die tot het plegen hebben gediend en van de door het misdrijf verkregen plannen, kaarten en geschriften valt nu onder de algemene regeling van artikel 53, waar de verbeurdverklaring een verplichte bijkomende straf is zodra de rechter het misdrijf bewezen verklaart. De mogelijkheid om de veroordeelden daarnaast uit hun rechten te ontzetten wordt in dit verband niet meer herhaald.waarschijnlijk · 65% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 123sexies
De van rechtswege intredende vervallenverklaring wegens in oorlogstijd gepleegde misdrijven verdwijnt; enkel de kern ervan, de ontzetting uit de burgerlijke en politieke rechten, blijft over in artikel 47, dat de rechter uitspreekt en dat bij een straf van niveau 8 levenslang geldt. De bijkomende verboden over de advocatuur, het onderwijs, de eredienst, de pers, verenigingen en vertoningen zijn niet overgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 686. Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod niveau 2
oud art. 123nonies
De naoorlogse vervallenverklaring van artikel 123sexies keert niet terug, maar het miskennen van een opgelegd verbod valt voortaan onder de algemene strafbaarstelling van de niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod in artikel 686.waarschijnlijk · 60% - Art. 389. Aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5, Art. 391. Voorbereiding van een aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5
oud art. 124
De aanslag zelf (burgers tegen elkaar wapenen met oogmerk burgeroorlog) komt overeen met art. 389, 1°, en de samenspanning gevolgd door een voorbereidingsdaad met art. 391; de loutere samenspanning zonder daad (de oude lichtste strafmaat) is hier niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 60% - Art. 389. Aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5, Art. 391. Voorbereiding van een aanslag op de burgerlijke vrede niveau 5
oud art. 125
De aanslag met het oogmerk verwoesting, massamoord of plundering komt overeen met art. 389, 2°, en de samenspanning gevolgd door een voorbereidingsdaad met art. 391; de loutere samenspanning zonder daad is hier niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 60% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5
oud art. 128
Het aan het hoofd stellen van een bende om openbare gelden of eigendommen te overweldigen of de openbare macht aan te vallen, is samen met het plunderingsdoel uit het oude artikel 129 opgenomen in het bredere artikel 399 (dit artikel onder 1°). Het oude artikel stelde hechtenis van vijftien tot twintig jaar; artikel 399 stelt een straf van niveau 5.waarschijnlijk · 60% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5
oud art. 129
Het plunderingsdoel van de gewapende bende is samengevoegd met het doel uit het oude artikel 128 tot één breder artikel 399, 2°. Het oude artikel stelde opsluiting van vijftien tot twintig jaar; artikel 399 stelt een straf van niveau 5.waarschijnlijk · 70% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5
oud art. 130
De uitbreiding van de straf naar leiders, lichters en inrichters van de bende is verwerkt in de definitie van artikel 399 zelf ('lichten, leiden of organiseren'), zodat een apart artikel niet meer nodig is.waarschijnlijk · 55% - Art. 399. Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende niveau 5, Art. 400. Deelneming aan een oproerige gewapende bende niveau 4
oud art. 131
Het oude begrip "oproerige bende" en de differentiatie tussen leiders en gewone leden is overgenomen in de nieuwe artikelen over de oproerige gewapende bende (leiding: art. 399, deelneming: art. 400).waarschijnlijk · 55% - Art. 400. Deelneming aan een oproerige gewapende bende niveau 4, Art. 401. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 132
De gedifferentieerde bestraffing van leiders versus gewone leden van een oproerige bende, en de strafuitsluiting voor wie zich tijdig terugtrekt, zijn terug te vinden in de artikelen 400-401.waarschijnlijk · 50% - Art. 402. Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende niveau 3
oud art. 133
Het bewust verschaffen van onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats aan de bende is overgenomen in artikel 402; de koppeling aan specifieke misdaadartikelen is losgelaten. Het oude artikel stelde opsluiting of hechtenis van vijf tot tien jaar naargelang het geval; artikel 402 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 70% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 135
De omschrijving van het begrip wapens verdwijnt uit de bijzondere titel en staat nu bij de algemene definities van boek II in artikel 79, die voor het hele boek gelden.waarschijnlijk · 65% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 135quinquies
Deze specifieke pogingsbepaling bij de wanbedrijven van artikel 135quater is opgegaan in de algemene regeling van artikel 9, die de poging bij opzettelijke misdrijven altijd strafbaar stelt. De oude gelijkstelling met de straf van het voltooide misdrijf is niet behouden: volgens artikel 9 wordt de poging bestraft met "het onmiddellijk lagere strafniveau" dan dat van het voltooide misdrijf.waarschijnlijk · 50% - Art. 563. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 612. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 392. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 136
De oude algemene verschoningsgrond voor wie vóór een aanslag en vóór vervolging samenspanningen en daders aangeeft, is in het nieuwe wetboek niet als één algemene bepaling behouden maar opgesplitst in afzonderlijke, hoofdstukgebonden verschoningsgronden (staatsordening, landsverdediging, burgerlijke vrede).waarschijnlijk · 50% - Art. 85. Oorlogsmisdaden van categorie 1 niveau 8, Art. 86. Oorlogsmisdaden van categorie 2 niveau 8, Art. 87. Oorlogsmisdaden van categorie 3 niveau 8, Art. 88. Oorlogsmisdaden van categorie 4 niveau 8
oud art. 136quater
De uitgebreide opsomming van oorlogsmisdaden uit het oude artikel is in het nieuwe Wetboek onderverdeeld in vier categorieën naar aard en ernst (art. 85-88), die samen dezelfde misdrijven dekken; alle bestraft met niveau 8.waarschijnlijk · 75% - Art. 82. Misdaad van genocide niveau 8, Art. 83. Misdaad tegen de mensheid niveau 8, Art. 85. Oorlogsmisdaden van categorie 1 niveau 8, Art. 86. Oorlogsmisdaden van categorie 2 niveau 8, Art. 87. Oorlogsmisdaden van categorie 3 niveau 8, Art. 88. Oorlogsmisdaden van categorie 4 niveau 8
oud art. 136quinquies
De afzonderlijke strafmaattabel verdwijnt omdat het nieuwe wetboek het strafniveau meteen in elke delictsomschrijving opneemt: genocide en misdaad tegen de mensheid worden bestraft met een straf van niveau 8 en de oorlogsmisdaden zijn in vier categorieën met een eigen strafniveau ondergebracht. De oude gradaties, van levenslange opsluiting tot opsluiting van tien tot vijftien jaar, zijn zo in die categorieën verwerkt.waarschijnlijk · 70% - Art. 371. Terroristisch misdrijf niveau 8
oud art. 138
De omzettingstabel die commune straffen trapsgewijs verzwaarde wanneer het feit terroristisch was, verdwijnt: artikel 371 merkt de opgesomde feiten aan als terroristisch misdrijf en koppelt er rechtstreeks eigen strafniveaus aan, tot niveau 8 voor de zwaarste gevallen.waarschijnlijk · 50% - Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 145
Het smaden van een bedienaar van de eredienst tijdens zijn bediening is opgenomen in het smaadartikel 247; het afzonderlijke verzwaarde misdrijf van het slaan van die bedienaar wordt door geen enkele kandidaat gedekt en valt wellicht onder algemene slagenbepalingen.waarschijnlijk · 55% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3, Art. 230. Verzwarende factoren
oud art. 147
De wederrechtelijke en willekeurige aanhouding of gevangenhouding door een persoon met een openbare functie valt nu onder de vrijheidsberoving van artikel 219, met de openbare hoedanigheid en de duur als verzwarende factoren volgens artikel 230. Artikel 625 straft enkel het verzuim om tegen zo'n vrijheidsberoving op te treden.waarschijnlijk · 55% - Art. 348. Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats niveau 2
oud art. 148
Het binnendringen in een woning door een ambtenaar buiten de wettelijke gevallen of zonder de voorgeschreven vormen valt onder de algemene huisvredebreuk van art. 348, die uitdrukkelijk diezelfde uitzonderingsclausule bevat. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en geldboete; art. 348 stelt een straf van niveau 2.waarschijnlijk · 75% - Art. 643. Strafuitsluitende verschoningsgrond , Art. 357. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 152
De exoneratie voor wie op een niet-manifest onwettig bevel van een meerdere heeft gehandeld, is per betrokken hoofdstuk overgenomen in artikel 643 (ambtsmisdrijven) en artikel 357 (misdrijven tegen het privéleven).waarschijnlijk · 75% - Art. 253. Discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent of in zijn naam gepleegd door middel van een valse handtekening niveau 3
oud art. 153
De verplichting voor een ambtenaar die van een verrassingshandtekening onder een daad van willekeur wordt beticht, om die daad te doen ophouden en de schuldige aan te geven, is nagenoeg woordelijk terug te vinden in artikel 253, § 3, al is dat artikel specifiek toegespitst op discriminatie.waarschijnlijk · 65% - Art. 253. Discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent of in zijn naam gepleegd door middel van een valse handtekening niveau 3
oud art. 154
De strafbaarstelling van valsheid via de nagemaakte handtekening van een ambtenaar bij een daad van willekeur is nagenoeg woordelijk terug te vinden in artikel 253, § 4. Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar; artikel 253, § 4 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 70% - Art. 625. Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 157
De gedetailleerde plichten van gevangenisbestuurders en bewaarders gaan op in een ruim omschreven ambtsmisdrijf: het opzettelijk nalaten of weigeren een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen, aan te geven of te beëindigen door een persoon met een openbare functie. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en geldboete; het nieuwe artikel stelt een straf van niveau 3. Het weigeren de registers te tonen kan daarnaast onder de subsidiaire willekeurbepaling vallen.waarschijnlijk · 50% - Art. 626. De willekeurige inbreuk op de grondrechten niveau 2
oud art. 159
Het vasthouden van personen buiten de door de overheid aangewezen plaatsen verdwijnt als afzonderlijk misdrijf en valt nog onder de restbepaling voor willekeurige inbreuken op de grondrechten van artikel 626. Gaat het om een echte wederrechtelijke opsluiting, dan is artikel 219 van toepassing.waarschijnlijk · 50% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 161
De schennis van gouden of zilveren munten valt nu onder de vervalsing van de munt in artikel 427, omschreven als het met bedrieglijk opzet aantasten van de munt om er wijzigingen in aan te brengen. De oude straf van opsluiting van vijf tot tien jaar wordt een straf van niveau 4.waarschijnlijk · 60% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 163
De verandering van munten is opgegaan in de vervalsing van de munt van artikel 427, die het aantasten van de munt om er wijzigingen in aan te brengen bestraft met een straf van niveau 4. Het onderscheid naar het metaal van de munt verdwijnt.waarschijnlijk · 70% - Art. 429. Overdracht van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 168
Het invoeren van nagemaakte munten met het oog op verspreiding wordt gedekt door de overdracht van valse munten of effecten (art. 429); het meewerken aan de uitgifte zelf van die munten, ook strafbaar onder het oude artikel, wordt normaal gedekt door het in omloop brengen van valse munten (art. 428), dat niet bij de kandidaten zit.waarschijnlijk · 55% - Art. 428. In omloop brengen van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 169
Het in omloop brengen van bewust verkregen valse munten wordt gedekt door art. 428; het tweede lid over invoeren, uitvoeren, vervoeren of aanschaffen met het oogmerk in omloop te brengen (overeenkomend met art. 429) staat niet in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 50% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 173
De lange opsomming van schuldbrieven, rentebewijzen, cheques en bankbiljetten wordt samengebald in de ruime strafbaarstelling van namaking en vervalsing van de munt en van de effecten in artikel 427, waarbij de effecten in het definitieartikel worden omschreven. Het oude artikel stelde opsluiting van vijftien tot twintig jaar; artikel 427 stelt een straf van niveau 4.waarschijnlijk · 75% - Art. 427. Namaking en vervalsing van de munt, van de effecten en van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of de effecten niveau 4
oud art. 174
Buitenlandse staatsschuldbrieven en de bijbehorende rentebewijzen vallen onder het ruime begrip effecten, zodat de namaking of vervalsing ervan onder dezelfde bepaling valt als die van Belgische effecten (art. 427). Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar; art. 427 stelt een straf van niveau 4.waarschijnlijk · 70% - Art. 428. In omloop brengen van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 176
Het in overleg deelnemen aan de uitgifte of de invoer van valse effecten gaat op in het misdrijf van het in omloop brengen van valse munten of effecten, aangevuld met de algemene deelnemingsregeling. De gelijkstelling met de straf van de vervalsers verdwijnt: het in omloop brengen krijgt een eigen straf van niveau 3.waarschijnlijk · 55% - Art. 428. In omloop brengen van valse munten of valse effecten niveau 3
oud art. 177
Het uitgeven van nagemaakte effecten valt onder het in omloop brengen van valse munten of effecten (art. 428, niveau 3); het afzonderlijk strafbaar gestelde invoeren, uitvoeren en vervoeren van nagemaakte biljetten wordt normaal gedekt door art. 429, dat hier niet bij de kandidaten zit.waarschijnlijk · 55% - Art. 425. Definities
oud art. 178quater
De omschrijving van het begrip niet-contant betaalinstrument is overgenomen in de definitiebepaling van het nieuwe hoofdstuk over bescherming van munt en betaalinstrumenten (art. 425), al toont het getoonde fragment de exacte definitie niet volledig.waarschijnlijk · 60% - Art. 439. Namaking, vervalsing of gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 3
oud art. 180
Enkel het onderdeel over het namaken, vervalsen en gebruiken van rijksstempels en keurstempels voor goud en zilver vindt een tegenhanger in artikel 439. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; artikel 439 stelt een straf van niveau 3. Het namaken van muntstempels, matrijzen, clichés en platen voor munten, effecten of biljetten hoort nu bij de namaking van het materiaal bestemd tot het vervaardigen van munt of effecten, dat niet bij de kandidaten staat.waarschijnlijk · 70% - Art. 445. Namaking of gebruik van het zegel, de stempel of het merk van enige overheid, van een private inrichting of van een particulier niveau 2
oud art. 184
Enkel het namaken/gebruiken van het zegel, de stempel of het merk van een overheid, private inrichting of particulier wordt gedekt door art. 445; het namaken van vervoerbiljetten zelf is niet terug te vinden in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 55% - Art. 430. Overdracht van materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of van de veiligheidskenmerken niveau 2
oud art. 185bis
Het bezitten/aanschaffen van nagemaakt of echt materiaal voor het vervaardigen van munten en van veiligheidskenmerken wordt gedekt door art. 430; het overeenkomstige materiaal voor bankbiljetten en effecten wordt niet expliciet door de kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 439. Namaking, vervalsing of gebruik van ’s Lands zegel, van de rijksstempels of van de keurstempels die dienen voor het merken van goud, zilver en platina niveau 3, Art. 445. Namaking of gebruik van het zegel, de stempel of het merk van enige overheid, van een private inrichting of van een particulier niveau 2
oud art. 186
De namaking, vervalsing en het gebruik van zegels, stempels, keurstempels en merken van vreemde staten vallen nu onder de uitbreidingsbepalingen van de artikelen 439 en 445, met niveau 3 respectievelijk niveau 2 tegenover de oude opsluiting van vijf tot tien jaar en gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar. Het namaken van stempels en matrijzen voor vreemde munten en biljetten hoort bij de namaking van materiaal, die hier niet als kandidaat voorkomt.waarschijnlijk · 60% - Art. 430. Overdracht van materiaal bestemd tot het vervaardigen van de munt of van de veiligheidskenmerken niveau 2
oud art. 187bis
Het met bedrieglijk opzet ontvangen of aanschaffen van nagemaakt of echt materiaal bestemd tot het vervaardigen van munten of veiligheidskenmerken wordt nu strafbaar gesteld onder art. 430 (niveau 2), dat dezelfde gedraging dekt zonder het oude onderscheid tussen binnen- en buitenlandse munt.waarschijnlijk · 75% - Art. 76. Gevolgen van de veroordelingen uitgesproken in een andere lidstaat van de Europese Unie
oud art. 192ter
De specifieke recidiveregeling bij eerdere veroordelingen in een andere EU-lidstaat voor valsheidsmisdrijven is vervangen door de algemene regel dat buitenlandse EU-veroordelingen op dezelfde wijze in aanmerking worden genomen als Belgische veroordelingen, zonder de oude misdrijfspecifieke verzwaring.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 193
De inleidende bepaling over valsheid in geschriften/informatica met bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden komt overeen met de algemene definitie in art. 451.waarschijnlijk · 70% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 194
De valsheid in geschriften door een ambtenaar valt onder de algemene bepaling van art. 451 (niveau 3); de hoedanigheid van persoon met een openbare functie is geen afzonderlijk misdrijf meer, maar een verzwarende factor die de rechter bij de keuze van de straf in overweging neemt (art. 452). Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 195
De afzonderlijke strafbaarstelling van de valsheid in authentieke akten door een openbaar officier gaat op in een eenvormige valsheid in geschriften van niveau 3, waarbij de openbare functie van de dader en het authentiek karakter van het stuk nog enkel verzwarende factoren zijn die de rechter in overweging neemt. De oude opsluiting van tien tot vijftien jaar verdwijnt dus.waarschijnlijk · 75% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 198
De afzonderlijke valsheid in reispassen, wapendocumenten en arbeidsboekjes verdwijnt en valt onder de algemene valsheid in geschriften en het gebruik van valse stukken. Waar de oude straf een gevangenisstraf van een maand tot een jaar was, geldt nu een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 60% - Art. 462. Aanmatiging van een naam niveau 1
oud art. 199
Het aannemen van een verdichte naam in officiële documenten wordt ten dele gedekt door de aanmatiging van een naam (art. 462), maar het specifieke meewerken als getuige om die stukken op een valse naam te doen afgeven, is daarin niet uitdrukkelijk opgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 200
Het reisorder is een verouderd document en de valsheid daarin heeft geen eigen bepaling meer; zij valt onder de algemene valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot twee jaar; het nieuwe artikel stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 201
Zich door een openbaar officier een reisorder op een verdichte naam of met een valse hoedanigheid laten afgeven is voortaan valsheid in geschriften als bedoeld in artikel 451, dat alle oude bijzondere valsheden samenbrengt. Een eigen strafbaarstelling voor reisorders bestaat niet meer.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 638. Publieke omkoping niveau 3
oud art. 202
De ambtenaar die wetens een reispas of een gelijkaardig stuk op een valse naam afgeeft pleegt voortaan valsheid in geschriften (artikel 451), en laat hij zich daartoe door giften of beloften bewegen, dan geldt de publieke omkoping van artikel 638. De formele plicht om de identiteit door twee bekende burgers te laten bevestigen heeft geen tegenhanger meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 203
Het valselijk opmaken van een ziektegetuigschrift onder de naam van een arts gaat op in de algemene valsheid in geschriften, die geen bijzonder oogmerk meer vereist dan bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. De straf gaat van acht dagen tot een jaar gevangenisstraf naar een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 204
Het vals medisch getuigschrift afgegeven door een arts valt voortaan onder de algemene valsheid in geschriften van niveau 3; de bijzondere verzwaring wanneer de arts zich door giften of beloften liet bewegen, verdwijnt als aparte strafmaat.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 205
Het valselijk opmaken van een getuigschrift van goed gedrag of behoeftigheid onder de naam van een ambtenaar of van een particulier gaat op in de algemene valsheid in geschriften. Het onderscheid in strafmaat naargelang het getuigschrift onder de naam van een ambtenaar dan wel van een particulier werd opgemaakt, vervalt.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 206
Valse getuigschriften die openbare of private belangen kunnen schaden vallen onder de algemene valsheid in geschriften van artikel 451, waarbij het vereiste dat het stuk tot bewijs kan dienen in de plaats komt van de oude opsomming. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar; artikel 451 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 207
De verwijzingsbepaling die het vervalsen en het gebruiken van getuigschriften met dezelfde straffen bedreigde, wordt overbodig: het gebruik van valse stukken is nu een zelfstandig misdrijf in dezelfde bepaling als de valsheid zelf en wordt met dezelfde straf van niveau 3 bestraft.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 208
De afzonderlijke strafbaarstelling voor de ambtenaar die in de uitoefening van zijn bediening een vals getuigschrift afgeeft, vervalst of gebruikt, gaat op in de algemene valsheid in geschriften en het gebruik van valse stukken van artikel 451; de openbare functie is geen afzonderlijk misdrijf meer, maar een verzwarende factor in artikel 452. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; artikel 451 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 60% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 209
De getuige die meewerkt aan de afgifte van een vals getuigschrift door een overheid is voortaan strafbaar als deelnemer aan de valsheid in geschriften van artikel 451, samen gelezen met artikel 19 over de strafbare deelneming. De verzwaring wanneer die getuigen zich lieten omkopen verdwijnt.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 210
De bijzondere strafbaarstelling van het op valse namen inschrijven of vervalsen van het reizigersregister keert niet terug en gaat op in de algemene valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers (art. 451). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden; art. 451 stelt een straf van niveau 3. De registerplicht zelf hoort voortaan bij de bijzondere wetgeving.waarschijnlijk · 50% - Art. 488. Informaticabedrog niveau 3, Art. 531. Informaticasabotage niveau 2
oud art. 210bis
Informaticavalsheid met bedrieglijk oogmerk op vermogensvoordeel valt nu onder informaticabedrog (art. 488, niveau 3); onbevoegde datamanipulatie zonder winstoogmerk sluit eerder aan bij informaticasabotage (art. 531, niveau 2), maar het element 'verandering van juridische draagwijdte' als zodanig komt in geen van beide volledig terug.waarschijnlijk · 50% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 211
De specifieke strafbaarstelling van valsheid in telegrammen door telegraafpersoneel is opgegaan in de algemene valsheid in geschriften of op duurzame dragers (art. 451), met de verzwarende factor voor plegers met een openbare functie (art. 452). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van een tot vijf jaar; art. 451 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3
oud art. 212
Het gebruik van een vals telegram is opgegaan in het algemene gebruik van valse stukken (art. 451, § 2, niveau 3), nu telegrammen niet langer apart worden geregeld.waarschijnlijk · 55% - Art. 426. Gemeenschappelijke bepaling
oud art. 213
Het vereiste van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden bij het gebruik van valse zaken staat voor de munt, de zegels en de betaalinstrumenten in de gemeenschappelijke bepaling van artikel 426 en is voor de geschriften ingeschreven in artikel 451 zelf. Een overkoepelend artikel voor alle valsheidshoofdstukken bestaat niet meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 52. Geldboete
oud art. 214
De aanvullende geldboete voor valsheidsmisdrijven zonder eigen boete is overbodig geworden, omdat elk misdrijf nu een strafniveau draagt waaraan artikel 52 een vaste boetevork koppelt. Een suppletieve boetebepaling bij de valsheden bestaat dus niet meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 215
Vals getuigenis in criminele zaken is samen met de bepalingen voor correctionele, politie- en burgerlijke zaken opgegaan in één misdrijf valse getuigenis (art. 647); het onderscheid naar rechtscollege verdwijnt. Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar; art. 647 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 75% - Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 216
De trapsgewijze afstemming op de straf die de onschuldig veroordeelde beschuldigde opliep, verdwijnt: er is nog een enkele strafbaarstelling van valse getuigenis in artikel 647. Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar en van twintig tot dertig jaar naargelang de veroordeling van de beschuldigde; artikel 647 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 65% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 659. Verberging van bewijs niveau 2
oud art. 221bis
De bijzondere strafbaarstelling van wie belast is met het woordelijk opnemen van een getuigenverhoor in burgerlijke zaken keert niet als afzonderlijk misdrijf terug. Het wetens en willens weglaten, wijzigen of onjuist overschrijven valt nu onder de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers, en het wegmaken of doen verdwijnen van de nota's of toestellen onder de verberging van bewijs.waarschijnlijk · 50% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 222
De bijzondere mogelijkheid om bij valse getuigenis en meineed de ontzetting van rechten uit te spreken is opgegaan in de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten van boek I. Het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling bevat geen eigen ontzettingsbepaling meer.waarschijnlijk · 70% - Art. 664. Verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd niveau 1
oud art. 223bis
Het veranderen, wegmaken of oneigenlijk gebruiken van de nota's of toestellen van een getuigenverhoor in burgerlijke zaken is geen zelfstandig misdrijf meer. Het dichtst in de buurt komt de verduistering van een stuk dat in een rechtsgeding werd overgelegd, in het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling.waarschijnlijk · 50% - Art. 649. Verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring , Art. 647. Valse getuigenis niveau 3
oud art. 224
De bestraffing van de verleider tot valse getuigenis met dezelfde straf als de dader zelf is overgenomen in de verleiding tot valse getuigenis of valse verklaring (art. 649); de bijkomende geldboete bij omkoping van de getuige zelf heeft geen duidelijke tegenhanger onder de kandidaten.waarschijnlijk · 55% - Art. 650. Strafuitsluitende verschoningsgronden
oud art. 225
De uitsluiting van bloed- of aanverwanten die buiten ede ten voordele van de beklaagde verklaren, is nagenoeg letterlijk overgenomen in art. 650, 3°; de uitsluiting van kinderen jonger dan zestien jaar is daarin echter niet terug te vinden.waarschijnlijk · 60% - Art. 456. Aanmatiging van een openbare titel of graad niveau 1
oud art. 227bis
Het wederrechtelijk aannemen van een titel of graad van een openbare functie (§1) komt overeen met art. 456; de bijzondere regel voor reserve- of gepensioneerde officieren die hun graad voeren zonder de vereiste toevoeging (§2) wordt door geen kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 458. Aanmatiging van de functie of de titel van erkend bemiddelaar niveau 1
oud art. 227quater
Onbevoegd bemiddelen en het onrechtmatig voeren van de titel van erkend bemiddelaar zijn overgenomen in art. 458; het lenen van zijn naam aan een derde om die te helpen ontsnappen aan de straf wordt niet expliciet vermeld in de nieuwe bepaling.waarschijnlijk · 65% - Art. 460. Aanmatiging van kleding of tekens van een orde niveau 1
oud art. 229
Het zonder recht dragen van het ereteken of lint van een orde wordt nu strafbaar gesteld als aanmatiging van kleding of tekens van een orde (art. 460), al vereist de nieuwe bepaling bedrieglijk opzet terwijl het oude artikel enkel het ontbreken van koninklijk verlof voor een vreemde orde bestrafte.waarschijnlijk · 55% - Art. 451. Valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken niveau 3, Art. 452. De verzwarende factoren bij de valsheid in geschriften of op andere duurzame dragers en het gebruik van valse stukken
oud art. 232
Het nieuwe hoofdstuk over aanmatiging bestraft enkel wie zelf een titel, functie of naam aanneemt, niet de ambtenaar die in zijn akten aan anderen namen of adellijke titels toekent. Die gedraging valt voortaan onder de valsheid in geschriften, waarbij de openbare functie van de dader als verzwarende factor kan spelen.waarschijnlijk · 55% - Art. 543. Samenspanning tegen de staatsordening niveau 3
oud art. 235
De bijzondere samenspanning van burgerlijke overheden met militaire korpsen tegen de veiligheid van de Staat verdwijnt en gaat op in de algemene samenspanning tegen de staatsordening met een straf van niveau 3. Dat is een forse verlaging tegenover de oude hechtenis van tien tot twintig jaar, en het onderscheid tussen uitlokkers en de overige deelnemers vervalt.waarschijnlijk · 50% - Art. 628. Verhinderen van de uitvoering van de geldende normen niveau 2
oud art. 236
Ambtenaren die na onderling overleg ontslag nemen om de rechtsbedeling of een wettelijke dienst te verhinderen, vallen nu onder het verhinderen van de uitvoering van de geldende normen (art. 628, niveau 2), dat opzettelijke verlamming van de openbare dienst door ambtenaren in onderling overleg bestraft.waarschijnlijk · 65% - Art. 635. Vernietigen of wegmaken van officiële akten, stukken of voorwerpen niveau 3
oud art. 242
Het oude artikel straft de bewaarder wegens loutere nalatigheid wanneer gerechtelijke stukken verdwijnen; art. 635 vereist daarentegen bedrieglijk opzet bij de vernietiging door de ambtenaar zelf, zodat enkel het opzettelijke gedeelte overeenkomt.waarschijnlijk · 50% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3, Art. 639. Bijkomende straf
oud art. 247
De vier doelcategorieën van de omkoping keren terug in art. 638 §2, maar de sterk gegradueerde strafmaten (6 maanden tot 5 jaar) zijn vervangen door één uniform niveau 3, met enkel nog gedifferentieerde geldboetemaxima in art. 639.waarschijnlijk · 70% - Art. 639. Bijkomende straf
oud art. 248
De bijzondere regel voor politieambtenaren, magistraten en gezworenen keert terug in art. 639 als een eigen maximumbedrag van de geldboete (200.000, 600.000 of 800.000 euro naargelang de feiten), niet meer als verdubbeling van het maximum van de volledige straf zoals in het oude artikel.waarschijnlijk · 50% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3
oud art. 249
De afzonderlijke en oplopende strafmaten voor de omkoping van een arbiter, een rechterassessor, een gezworene of een rechter verdwijnen en gaan op in één misdrijf van publieke omkoping met een straf van niveau 3. Dat betekent een aanzienlijke verlaging tegenover de oude opsluiting van tien tot vijftien jaar voor de omgekochte rechter.waarschijnlijk · 55% - Art. 638. Publieke omkoping niveau 3, Art. 639. Bijkomende straf
oud art. 250
De gelijkstelling van buitenlandse en internationale ambtenaren en de verhoogde geldboete daarvoor zijn behouden in art. 638 §3 en art. 639, 4°.waarschijnlijk · 75% - Art. 77. Toepassing van de bepalingen van dit boek op boek II en de bijzondere wetten
oud art. 252
De oude bepaling maakte ontzetting van rechten mogelijk bovenop de straffen voor omkoping; dit is nu opgegaan in de algemene regel dat boek I (incl. ontzetting, art. 47) van rechtswege op boek II-misdrijven van toepassing is, zonder aparte machtigingsbepaling per hoofdstuk.waarschijnlijk · 50% - Art. 632. Gevolg geven aan een onwettige vordering of bevel niveau 2
oud art. 255
Gevolg geven aan de onwettige vordering of het onwettig bevel blijft strafbaar in artikel 632. Het oude artikel stelde hechtenis van vijf tot tien jaar; artikel 632 stelt een straf van niveau 2.waarschijnlijk · 75% - Art. 114. Foltering door een persoon met een openbare functie niveau 5, Art. 122. Onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie niveau 4, Art. 204. Verzwarende factoren
oud art. 257
De algemene verhoging van het strafminimum voor de ambtenaar die zonder wettige reden geweld gebruikt, is vervangen door afzonderlijke misdrijven voor de foltering en de onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie, aangevuld met de verzwarende factoren bij de gewelddaden. Een algemene regel over ambtelijk geweld bestaat niet meer.waarschijnlijk · 50% - Art. 342. Schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 344. Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem niveau 2, Art. 346. Onwettig bezit of onwettige terbeschikkingstelling van afluistermateriaal niveau 2
oud art. 259bis
Het specifieke ambtsmisdrijf van illegaal afluisteren door overheidsagenten is opgegaan in de algemene, voor iedereen geldende misdrijven inzake schending van het communicatiegeheim, bedrieglijk gebruik van opnamen en bezit van afluistermateriaal; de specifieke ambtshoedanigheid is geen bestanddeel meer.waarschijnlijk · 55% - Art. 455. Aanmatiging van openbare functies niveau 2
oud art. 262
Het blijven uitoefenen van een bediening na ontslag, afzetting, schorsing, ontzetting of na het wettelijk einde van het mandaat valt voortaan onder de aanmatiging van openbare functies in het hoofdstuk Aanmatiging van functies, titels of een naam. De afzonderlijke strafbaarstelling voor de onwettig verlengde uitoefening van het openbaar gezag verdwijnt daarin.waarschijnlijk · 70% - Art. 640. Inbreuk op de formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand niveau 1
oud art. 264
De specifieke overtreding van artikel 29 §1 van het Burgerlijk Wetboek valt onder de algemene bepaling van art. 640 over formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand.waarschijnlijk · 75% - Art. 28. Verzwarende factoren
oud art. 266
Het nieuwe wetboek kent geen algemene regel meer die het strafminimum verdubbelt voor ambtenaren die misdrijven plegen welke zij moesten voorkomen, vaststellen of vervolgen. De openbare hoedanigheid van de dader werkt nu via de algemene verzwarende factoren van boek I en via de verzwarende factoren of afzonderlijke misdrijven per hoofdstuk.waarschijnlijk · 50% - Art. 644. Weerspannigheid niveau 3, Art. 645. Collectieve weerspannigheid niveau 3, Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 274
De facultatieve bijkomende geldboete bij weerspannigheid bestaat niet meer als aparte regel, want de geldboete zit vervat in de strafniveaus van de weerspannigheid (art. 644) en de collectieve weerspannigheid (art. 645). De aparte vermelding van de hoofden en uitlokkers keert niet letterlijk terug; de weerspannigheid door twee of meer personen die zich daartoe verenigen is in art. 645 een eigen misdrijf van niveau 3, en de ontzetting van rechten is een algemene bijkomende straf van boek I geworden (art. 47).waarschijnlijk · 60% - Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5, Art. 204. Verzwarende factoren
oud art. 278
De slagen aan parlementsleden, ministers, leden van het Grondwettelijk Hof, magistraten en officieren van de openbare macht zijn overgeheveld naar de gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie. De verzwaring wanneer de feiten in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting worden gepleegd, komt terug als verzwarende factor bij dat hoofdstuk.waarschijnlijk · 70% - Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 279
De verzwaring wegens bloedstorting, verwonding of ziekte gaat op in de gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie, waar de ernst van het letsel wordt uitgedrukt in de graden van integriteitsaantasting. Een afzonderlijk artikel voor letsel bij ambtsdragers bestaat niet meer.waarschijnlijk · 65% - Art. 197. Gewelddaden met de dood tot gevolg niveau 4, Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 279bis
De bijzondere bescherming tegen dodelijke slagen aan ministers en parlementsleden is verdwenen; het feit gaat op in de algemene regeling van gewelddaden met de dood tot gevolg, al dan niet met voorbedachten rade.waarschijnlijk · 55% - Art. 102. Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 8, Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5, Art. 116. Foltering van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 6, Art. 124. Onmenselijke behandeling van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 280
De trapsgewijze strafverzwaringen voor doodslag, slagen, foltering en onmenselijke behandeling gepleegd op ambtsdragers zijn verdeeld over de misdrijven tegen de persoon, telkens in de variant gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie. De oude techniek van een lijst met per geval verhoogde straffen is daarmee verdwenen.waarschijnlijk · 70% - Art. 247. Smaad niveau 1
oud art. 282
De uitbreiding van de bescherming tot gezworenen en getuigen is opgenomen in de opsomming van beschermde personen in het nieuwe smaadartikel, dat een getuige en een jurylid uitdrukkelijk vermeldt en met niveau 1 wordt bestraft. Het luik over de slagen zit in de gewelddaden op een persoon met een maatschappelijke functie, dat niet bij de kandidaten staat.waarschijnlijk · 50% - Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 284
De opzettelijke zegelverbreking met verzwaring voor de bewaarder of gelastende ambtenaar komt sterk overeen met de verzwaarde zegelverbreking (art. 667); het basisdelict (gewone opzettelijke zegelverbreking, art. 666) zit echter niet in de kandidatenlijst voor dit artikel.waarschijnlijk · 55% - Art. 666. Zegelverbreking niveau 2, Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 286
Opzettelijke zegelverbreking en de verzwaring wanneer de bewaarder of gelastende ambtenaar dader is, zijn terug te vinden in art. 666 en 667, 2°.waarschijnlijk · 65% - Art. 666. Zegelverbreking niveau 2, Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
oud art. 288
De facultatieve bijkomende geldboete bij zegelverbreking bestaat niet meer als afzonderlijke regel. De geldboete zit vervat in de strafniveaus van de gewone en de verzwaarde zegelverbreking in het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling.waarschijnlijk · 60% - Art. 689. Belemmering van openbare werken niveau 1, Art. 690. Belemmering van openbare werken door geweld of bedreiging niveau 2
oud art. 291
De facultatieve bijkomende geldboete van zesentwintig tot vijfhonderd euro is opgegaan in de strafniveaus van de nieuwe artikelen over de belemmering van openbare werken: artikel 689 stelt niveau 1 en artikel 690 stelt niveau 2 wanneer de belemmering met geweld of bedreiging gebeurt.waarschijnlijk · 65% - Art. 483. Bedriegerij omtrent de huur van werk niveau 1, Art. 482. Bedriegerij omtrent het verkochte goed niveau 1
oud art. 297
De kern van bedrog omtrent hoeveelheid of hoedanigheid van werk en van verkochte of geleverde goederen is terug te vinden in de afzonderlijke misdrijven bedriegerij omtrent de huur van werk (art. 483) en bedriegerij omtrent het verkochte goed (art. 482). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en geldboete van honderd tot tienduizend euro; beide nieuwe artikelen stellen een straf van niveau 1.waarschijnlijk · 55% - Art. 535. Deelneming aan de organisatie van een illegale loterij niveau 1
oud art. 302
De strafbaarstelling van aanleggers en beheerders keert terug als opzettelijke deelneming aan de organisatie van een illegale loterij (art. 535). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en geldboete; art. 535 stelt een straf van niveau 1. De bijzondere verbeurdverklaring van de inzetten en de vervangende geldboete voor ingelegde onroerende goederen zijn niet overgenomen.waarschijnlijk · 75% - Art. 368. Zonder voorafgaande toestemming een begraving of crematie verrichten niveau 1
oud art. 315
Het zonder toestemming verrichten van een begraving is overgenomen in art. 368; de ruimere overtreding van andere begraafplaats- en verordeningsregels wordt niet door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 70% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 325
De facultatieve ontzetting van rechten bij veroordeling wegens vereniging van misdadigers of criminele organisatie wordt niet meer in dat hoofdstuk zelf geregeld. Zij volgt uit de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten in boek I.waarschijnlijk · 60% - Art. 231. Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 2
oud art. 329
De specifieke vorm van bedreiging via gebaren of zinnebeelden is opgegaan in de algemene definitie van bedreiging 'met welk middel ook' in art. 231, die elk medium omvat.waarschijnlijk · 70% - Art. 232. Verzwaarde bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 3
oud art. 330
Deze afzonderlijke variant van bedreiging onder bevel of voorwaarde met een aanslag waarop gevangenisstraf van ten minste drie maanden staat, is opgegaan in de algemene regeling van art. 232, die het strafniveau laat afhangen van het strafniveau van de aanslag waarmee wordt gedreigd. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en geldboete; art. 232 stelt niveau 2 of niveau 3 naargelang op de aanslag niveau 2 of 3, dan wel niveau 4 tot 8 is gesteld.waarschijnlijk · 70% - Art. 236. Verzwarende factor
oud art. 330bis
De verdubbeling van het strafminimum wanneer de bedreigde persoon zich in een kwetsbare toestand bevindt, is vervangen door de verzwarende factor die het hoofdstuk over de persoonlijke rust voorziet na de bedreigingen, het vals bericht en het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen. De rechter houdt daar binnen hetzelfde strafniveau rekening mee.waarschijnlijk · 65% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 331
De bijkomende ontzetting bij bedreiging onder bevel of voorwaarde is opgegaan in de algemene regeling van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten. De nieuwe bedreigingsartikelen bepalen enkel nog het strafniveau, zonder eigen ontzettingsbepaling.waarschijnlijk · 60% - Art. 685. Verzwaarde ontsnapping van gevangenen niveau 3
oud art. 333
Het verzwaarde geval van een persoon met een openbare functie die de ontsnapping bewerkstelligt, is overgenomen in art. 685; de algemene medeplichtigheidsregel uit het eerste lid volgt uit de algemene deelnemingsbepalingen en wordt niet apart door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 70% - Art. 216. Verzwarende factor
oud art. 348
Het tweede lid van artikel 348 keert letterlijk terug in artikel 216, dat bij de misdrijven van de artikelen 214 en 215 de aanwezigheid van een minderjarige als verzwarende factor aanmerkt. De strafbaarstelling zelf is verhuisd naar het zwangerschapsverlies zonder toestemming, waarvan enkel de variant met de dood tot gevolg (artikel 215, niveau 5) in de kandidatenlijst opduikt.waarschijnlijk · 60% - Art. 214. Zwangerschapsverlies zonder toestemming niveau 4, Art. 216. Verzwarende factor
oud art. 349
Het geweld dat een zwangerschapsverlies veroorzaakt zonder dat de dader dat beoogde, is ondergebracht bij het zwangerschapsverlies zonder toestemming van artikel 214, dat een straf van niveau 4 stelt maar het oogmerk vereist om een zwangerschapsverlies te veroorzaken. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en van zes maanden tot drie jaar bij voorbedachten rade of kennis van de toestand van de vrouw; die aparte strafmaat keert niet als zodanig terug, en artikel 216 laat de rechter alleen rekening houden met het plegen in het bijzijn van een minderjarige.waarschijnlijk · 70% - Art. 216. Verzwarende factor
oud art. 352
De verzwarende factor 'gepleegd in het bijzijn van een minderjarige' voor de artikelen 214-215 (zwangerschapsverlies) komt overeen met het tweede lid van dit artikel, maar de kernstrafbaarstelling zelf (vruchtafdrijving met de dood tot gevolg, opsluiting 10-15 jaar) is niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 50% - Art. 676. Familieverlating niveau 1
oud art. 391bis
Familieverlating (niet betalen van onderhoudsgeld, onttrekken aan rechterlijke machtiging, niet vervullen van sociale formaliteiten) is overgenomen in artikel 676; het onderdeel over belemmering van het toezicht op gezinsbijslag kon niet worden geverifieerd in de afgekapte kandidaattekst.waarschijnlijk · 75% - Art. 7. Moreel bestanddeel , Art. 193. Definitie van gewelddaden
oud art. 392
De omschrijving van het opzet bij doden en verwonden gaat op in de algemene bepaling over het moreel bestanddeel in boek I, die ook de regel bevat dat een vergissing over de persoon van het slachtoffer het opzet niet uitsluit. Het luik over het toebrengen van letsel is verwerkt in de definitie van gewelddaden.waarschijnlijk · 60% - Art. 81. Adoptie
oud art. 392bis
De gelijkstelling van adoptanten met ouders/bloedverwanten in opgaande lijn is terug te vinden in de algemene definitiebepaling van artikel 81 (Boek II); de definitie van 'journalist' uit het oude artikel wordt door geen van de kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 101. Intrafamiliale doodslag niveau 8
oud art. 395
Oudermoord bestaat niet langer als apart misdrijf, maar is opgegaan in de ruimere categorie intrafamiliale doodslag (artikel 101), die doodslag op bloedverwanten in de rechte lijn en andere gezinsleden omvat. Het oude artikel stelde levenslange opsluiting; artikel 101 stelt een straf van niveau 8.waarschijnlijk · 70% - Art. 96. Doodslag niveau 7, Art. 97 niveau 8
oud art. 396
Kindermoord bestaat niet meer als apart misdrijf; het oude artikel bepaalde zelf al dat het naargelang de omstandigheden als doodslag of moord wordt bestraft, wat nu overeenkomt met de artikelen 96 en 97.waarschijnlijk · 65% - Art. 96. Doodslag niveau 7
oud art. 397
Vergiftiging bestaat niet meer als afzonderlijke vorm van doodslag; het opzettelijk doden, ongeacht het middel, valt onder de algemene doodslagbepaling van artikel 96. Het oude artikel stelde levenslange opsluiting; artikel 96 stelt een straf van niveau 7.waarschijnlijk · 70% - Art. 194. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg niveau 1, Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 398
Het eerste lid (opzettelijke slagen of verwondingen zonder verdere gevolgen) stemt overeen met artikel 194, gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting; het tweede lid, met voorbedachte rade, met artikel 198, 1°.waarschijnlijk · 70% - Art. 195. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg niveau 2, Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 399
Slagen of verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg zijn nu gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad (artikel 195); de variant met voorbedachte rade staat in artikel 198, 2°.waarschijnlijk · 70% - Art. 196. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 3, Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 400
De vier gevolgen van artikel 400 (een ongeneeslijk lijkende ziekte, een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, een zware verminking) staan alle in de definitie van integriteitsaantasting van de derde graad (artikel 79, 17°), die daarnaast ook het verlies van een lichaamsfunctie en zwangerschapsverlies noemt; dat is artikel 196, gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad, en met voorbedachte rade artikel 198, 3°.waarschijnlijk · 70% - Art. 197. Gewelddaden met de dood tot gevolg niveau 4, Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5
oud art. 401
Gewelddaden met de dood tot gevolg zonder oogmerk om te doden (artikel 197) en de variant met voorbedachtheid (artikel 198, 4°) dekken de inhoud van dit artikel.waarschijnlijk · 70% - Art. 193. Definitie van gewelddaden , Art. 195. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg niveau 2
oud art. 402
Het opzettelijk toedienen van stoffen die de dood of zware gezondheidsschade kunnen veroorzaken valt nu onder de ruime definitie van gewelddaden, die het op eender welke wijze toebrengen van letsel of gezondheidsschade viseert. Ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid komt overeen met de integriteitsaantasting van de tweede graad.waarschijnlijk · 60% - Art. 196. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 3
oud art. 403
De verzwaarde variant met een ongeneeslijk lijkende ziekte, een arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden of het volledig verlies van het gebruik van een orgaan is opgegaan in de gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg. Het afzonderlijke misdrijf van de toediening van schadelijke stoffen bestaat niet meer.waarschijnlijk · 70% - Art. 197. Gewelddaden met de dood tot gevolg niveau 4
oud art. 404
Het toedienen van schadelijke stoffen zonder doodsoogmerk maar met de dood tot gevolg valt onder de brede definitie van gewelddaden (elke wijze van toebrengen van lichamelijk letsel); dit komt het dichtst overeen met artikel 197 (gewelddaden met de dood tot gevolg). Het oude artikel stelde opsluiting van vijftien tot twintig jaar; artikel 197 stelt een straf van niveau 4.waarschijnlijk · 55% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 405
De specifieke strafbaarstelling van de poging om iemand schadelijke stoffen toe te dienen is niet langer als afzonderlijke bepaling nodig. De algemene pogingsregeling van artikel 9 (Boek I) maakt de poging strafbaar voor alle opzettelijke misdrijven en bestraft ze met het onmiddellijk lagere strafniveau dan dat van het voltooide misdrijf; het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en geldboete.waarschijnlijk · 50% - Art. 200. Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 405bis
De vroegere verzwaring van straf wanneer slagen, verwondingen of vergiftiging gepleegd werden op een minderjarige of kwetsbare persoon is samengebracht in de gegradueerde regeling van artikel 200 (gewelddaden op een minderjarige of kwetsbare persoon, niveau 2 tot 5).waarschijnlijk · 60% - Art. 100. Doodslag gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 8, Art. 115. Foltering van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6, Art. 123. Onmenselijke behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5, Art. 200. Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5
oud art. 405ter
De verzwaring wanneer de dader een ouder, voogd of samenwonende van het kwetsbare slachtoffer is, is niet langer een automatische verdubbeling van de minimumstraf maar is opgenomen als een in aanmerking te nemen factor bij de straftoemeting in de afzonderlijke misdrijven doodslag, foltering, onmenselijke behandeling en gewelddaden op minderjarigen/kwetsbare personen.waarschijnlijk · 55% - Art. 319. Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg niveau 3, Art. 320. Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg niveau 4
oud art. 407
De verzwaring wegens verwondingen bij kwaadwillige verkeersbelemmering heeft haar tegenhanger in de verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de tweede en van de derde graad tot gevolg, in het hoofdstuk over het in gevaar brengen van personen. De verwijzing naar de artikelen over slagen en verwondingen is vervangen door die twee zelfstandige misdrijven.waarschijnlijk · 70% - Art. 201. Intrafamiliale gewelddaden niveau 5
oud art. 410
De verdubbeling van de minimumstraf bij gewelddaden tegen ouders/bloedverwanten/echtgenoot is niet langer een aanhangsel bij de artikelen 398-405, maar is verwerkt in het zelfstandige, naar ernst gegradeerde misdrijf 'intrafamiliale gewelddaden' (artikel 201), dat ook de verzwaring bij aanwezigheid van een minderjarige bevat.waarschijnlijk · 55% - Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5, Art. 79. Algemene definities
oud art. 410bis
De strafverhoging voor gewelddaden tegen chauffeurs, hulpverleners, zorgverleners en andere opgesomde beroepen is opgegaan in het misdrijf gewelddaden op een persoon met een maatschappelijke functie, met straffen van niveau 2 tot 5 naargelang het letsel, in plaats van de oude cascade van verdubbelde en verhoogde straffen. Of ook de schoolcontext met onderwijspersoneel volledig gedekt blijft, kan niet uit de beschikbare tekst van de definitie worden afgeleid.waarschijnlijk · 60% - Art. 204. Verzwarende factoren , Art. 111. Verzwarende factoren
oud art. 410ter
De verzwaring wanneer het misdrijf wordt gepleegd tegen een scheidsrechter van een sportwedstrijd keert terug als verzwarende factor bij de gewelddaden en, voor de feiten met de dood tot gevolg, bij de misdrijven tegen het leven. De techniek van het optrekken van het strafminimum met de helft of met een jaar verdwijnt.waarschijnlijk · 60% - Art. 103. Uitgelokte doodslag niveau 3, Art. 203. Uitgelokte gewelddaden niveau 2
oud art. 414
De schaal van strafverminderingen bij een bewezen verschonend feit is vervangen door de techniek van de vervanging van het strafniveau: de uitgelokte doodslag wordt bestraft met een straf van niveau 3 en bij uitgelokte gewelddaden zakt de straf telkens een of meer niveaus. De vaste gevangenisstraffen en geldboeten van artikel 414 verdwijnen daarmee.waarschijnlijk · 65% - Art. 14. Wettige verdediging
oud art. 417
De twee wettelijke gevallen van noodweer, de nachtelijke inklimming en de verdediging tegen daders van gewelddadige diefstal, zijn opgegaan in één algemene rechtvaardigingsgrond van wettige verdediging met een uitdrukkelijke evenredigheidstoets. Het vermoeden ten voordele van de bewoner bestaat dus niet meer.waarschijnlijk · 55% - Art. 115. Foltering van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 6, Art. 116. Foltering van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 6
oud art. 417/2
De gegradueerde folteringsmisdrijven wegens de kwetsbare toestand of minderjarigheid van het slachtoffer (artikel 115) en wegens de maatschappelijke functie van het slachtoffer (artikel 116) komen overeen met specifieke verzwaringen uit het oude artikel; de eenvoudige basisvorm van foltering zelf zit niet in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 55% - Art. 123. Onmenselijke behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5, Art. 124. Onmenselijke behandeling van een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 417/3
De gegradueerde vormen van onmenselijke behandeling wegens kwetsbaarheid of minderjarigheid van het slachtoffer (artikel 123) en wegens diens maatschappelijke functie (artikel 124) komen overeen met specifieke verzwaringen uit het oude artikel; de eenvoudige basisvorm zit niet in de kandidatenlijst.waarschijnlijk · 60% - Art. 128. Onterende behandeling niveau 2, Art. 129. Onterende behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 3
oud art. 417/4
De basisstraf voor onterende behandeling (art. 128, niveau 2) en de verzwaring bij een kwetsbaar slachtoffer (art. 129, niveau 3) dekken samen de inhoud van het oude artikel, dat beide elementen in één bepaling combineerde.waarschijnlijk · 75% - Art. 131. Verzwarende factoren
oud art. 417/4/1
De verzwarende factor dat het misdrijf in het bijzijn van een minderjarige werd gepleegd, keert terug in het slotartikel met de verzwarende factoren van het hoofdstuk over foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling. Dat artikel bundelt de factoren die de rechter bij de straftoemeting voor dat hele hoofdstuk in overweging moet nemen.waarschijnlijk · 65% - Art. 140. Niet-consensuele seksuele handelingen voorafgegaan door of gepaard gaand met foltering, opsluiting of zwaar geweld niveau 5
oud art. 417/13
De oude opsomming van concrete ernstige letsels wordt vervangen door het algemene begrip 'integriteitsaantasting van de derde graad', dat dezelfde soort ernstig letsel beoogt te dekken; straf van opsluiting vijftien tot twintig jaar wordt niveau 5.waarschijnlijk · 75% - Art. 50. Verblijfs-, plaats- of contactverbod
oud art. 417/58
De bijzondere regeling voor dit hoofdstuk is opgegaan in de algemene straf van artikel 50, met dezelfde termijn van een jaar tot twintig jaar. Nieuw is dat de rechter ook het recidiverisico in de motivering mag betrekken en dat de verlenging van de termijn preciezer is omschreven.waarschijnlijk · 75% - Art. 686. Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod niveau 2
oud art. 417/60
De bijzondere strafbaarstelling is opgegaan in het algemene artikel 686 over niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod, dat ook verboden dekt die op grond van andere bepalingen van het wetboek zijn opgelegd. De gevangenisstraf van een tot drie jaar met geldboete van duizend tot vijfduizend euro wordt een straf van niveau 2 en het opzet is nu uitdrukkelijk bestanddeel.waarschijnlijk · 75% - Art. 61. Eendaadse samenloop , Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 417/61
De bijzondere samenloopregel keert niet als apart artikel terug; de algemene bepalingen over eendaadse en meerdaadse samenloop bepalen nu dat de bijkomende straffen cumulatief worden opgelegd binnen de wettelijke grenzen, wat hetzelfde resultaat oplevert. De zekerheid blijft beperkt omdat geen enkele kandidaat de regel uitdrukkelijk herhaalt voor de straffen van dit hoofdstuk.waarschijnlijk · 50% - Art. 106. Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 2, Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 418
De algemene definitie van onopzettelijk doden en toebrengen van letsel door gebrek aan voorzorg is opgesplitst in aparte incriminaties voor doden (art. 106) en integriteitsaantasting (art. 217).waarschijnlijk · 70% - Art. 108. Verzwarende factor
oud art. 419
Enkel de verzwarende factor 'gepleegd in het bijzijn van een minderjarige' is als kandidaat opgenomen; de eigenlijke bestraffing van onopzettelijke doding (thans art. 106/107) maakte geen deel uit van de kandidatenlijst voor dit artikel.waarschijnlijk · 55% - Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 421
Het onopzettelijk toedienen van schadelijke stoffen met ziekte of arbeidsongeschiktheid tot gevolg valt nu onder het op eender welke wijze veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. De straf wordt niveau 1 en er is voortaan een ernstig gebrek aan voorzorg vereist, waar de oude tekst elke onopzettelijke toediening trof.waarschijnlijk · 65% - Art. 106. Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 2, Art. 217. Veroorzaken van een integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 1
oud art. 422
De bijzondere incriminatie van het onopzettelijk veroorzaken van een treinongeval verdwijnt en gaat op in de algemene onopzettelijke misdrijven: doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid (niveau 2) en het veroorzaken van een integriteitsaantasting op dezelfde grond (niveau 1). Het louter veroorzaken van een ongeval dat gevaar kan opleveren, zonder letsel, is niet langer als zodanig strafbaar.waarschijnlijk · 50% - Art. 331. Verzwarende factoren , Art. 338. Verzwarende factoren
oud art. 427
De gemeenschappelijke verzwaringsregel voor familiale daders of slachtoffers is opgesplitst in twee afzonderlijke verzwarende-factorenartikelen: één voor verlating (art. 331) en één voor onthouding van voedsel/nalaten van onderhoud (art. 338).waarschijnlijk · 70% - Art. 223. Ontvoering niveau 4
oud art. 429
Het apart strafbaar stellen van het bewust bij zich houden van een ontvoerd slachtoffer is niet als zelfstandig misdrijf teruggevonden; de ruime definitie van ontvoering in art. 223 ('onttrekt of onttrokken houdt') dekt mogelijk deze gedraging, maar dit is onzeker.waarschijnlijk · 50% - Art. 679. Niet-afgeven van kinderen door ouders niveau 2, Art. 680. Verzwaard niet-afgeven van kinderen door ouders niveau 3, Art. 681. Niet-naleving van de regeling omtrent het omgangsrecht niveau 2, Art. 682. Verzwarende factor
oud art. 432
De verschillende gedragingen van ouders (onttrekking aan rechtsvervolging of bewaring, niet-afgeven, ontvoering, niet-naleving van het omgangsrecht) en de verzwarende factor bij ontzetting uit het ouderlijk gezag zijn verspreid over vier afzonderlijke nieuwe artikelen.waarschijnlijk · 75% - Art. 297. Sluiting van de inrichting
oud art. 433quater/5
De misdrijven inzake misbruik van prostitutie zitten in het nieuwe hoofdstuk over schendingen van de persoonlijke waardigheid, waarvoor artikel 297 de sluiting van de inrichting regelt, voortaan ook definitief en na de eigenaar of uitbater te hebben gehoord. Het bijna woordelijk identieke artikel 188 blijft voorbehouden aan het hoofdstuk over de seksuele integriteit, wat de zekerheid beperkt.waarschijnlijk · 60% - Art. 686. Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod niveau 2
oud art. 433quater/7
De bijzondere strafbaarstelling is opgegaan in het algemene artikel 686, dat ook de verboden dekt die op grond van andere bepalingen van het wetboek zijn opgelegd. De gevangenisstraf van een tot drie jaar met geldboete van duizend tot vijfduizend euro wordt een straf van niveau 2 en de overtreding moet nu opzettelijk zijn.waarschijnlijk · 75% - Art. 261. Verzwarende factoren van mensenhandel en mensensmokkel
oud art. 433sexies
De verzwaringsgronden (gezag over het slachtoffer, openbare functie) blijven inhoudelijk dezelfde, maar de vaste, verhoogde strafmaat opsluiting 5-10 jaar wordt vervangen door een in aanmerking te nemen verzwarende factor bij de straftoemeting.waarschijnlijk · 70% - Art. 260. Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel niveau 5
oud art. 433octies
De verzwarende omstandigheden dood zonder doodsoogmerk en deelname aan een criminele organisatie bij mensenhandel zijn ondergebracht in de algemene verzwaringsregeling van mensenhandel, al kan niet volledig worden geverifieerd of beide elementen identiek zijn overgenomen.waarschijnlijk · 60% - Art. 262. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433novies
Artikel 262 komt overeen met het verbeurdverklaringsluik voor de mensenhandel-afdeling, maar de overige onderdelen van het oude artikel (ontzetting van rechten, specifieke beroepsverboden, sluiting van de inrichting) worden niet door de aangeboden kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 50% - Art. 280. Verzwaard illegaal wegnemen, transplanteren, gebruiken of beheren en ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen niveau 6, Art. 284. Verzwaard faciliteren of verspreiden van illegale praktijken en aanbieden of aanvaarden van een onterecht voordeel in het kader van de handel in menselijke organen niveau 5
oud art. 433novies/10
De verzwarende omstandigheden en de bijhorende strafmaten voor de handel in menselijke organen zijn verdeeld over de verzwaarde varianten van de nieuwe orgaanhandelmisdrijven, die onder meer de dood van het slachtoffer en de deelneming aan een criminele organisatie of vereniging als verzwaring hernemen. De oude verwijzende structuur met exacte strafmaten is daarbij vervangen door strafniveaus.waarschijnlijk · 60% - Art. 286. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433novies/11
Artikel 286 is de verbeurdverklaringsbepaling van de afdeling handel in menselijke organen, maar de overige onderdelen (ontzetting van rechten, beroepsverbod, sluiting van de inrichting) worden niet door de aangeboden kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 292. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
oud art. 433terdecies
Artikel 292 is de verbeurdverklaringsbepaling van de huisjesmelkerij-afdeling, maar de ontzetting van rechten uit het oude artikel wordt niet door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 434
De willekeurige aanhouding of gevangenhouding door bijzondere personen is opgegaan in het ruime basismisdrijf vrijheidsberoving van artikel 219, dat elke wederrechtelijke ontneming van de vrijheid van komen en gaan treft. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en geldboete; artikel 219 stelt een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 75% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 435
De vroegere strafverzwaring naar duur van de vrijheidsberoving (meer dan tien dagen) is niet behouden; de basisincriminatie vrijheidsberoving (niveau 3) geldt nu ongeacht de duur.waarschijnlijk · 50% - Art. 219. Vrijheidsberoving niveau 3
oud art. 436
Ook hier verdwijnt de gegradueerde verzwaring naar duur (meer dan een maand); dit is opgegaan in de ongedifferentieerde bestraffing van vrijheidsberoving op niveau 3.waarschijnlijk · 50% - Art. 230. Verzwarende factoren
oud art. 437
De omstandigheden vals bevel of kledij van een agent van het openbaar gezag en bedreiging met de dood worden in artikel 230 opgenomen als factoren die de rechter bij de keuze van de straf en de zwaarte ervan in overweging neemt. Het oude artikel koppelde er een eigen straf aan, opsluiting van vijf tot tien jaar; artikel 230 bevat geen eigen strafmaat.waarschijnlijk · 50% - Art. 348. Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats niveau 2, Art. 349. Verzwaarde huisvredebreuk of verzwaarde schending van een bewoonde plaats niveau 3
oud art. 439
De oude, specifiek op geweld/braak/valse sleutels gebaseerde huisvredebreuk is opgesplitst in een basisdelict (artikel 348, binnendringen zonder toestemming) en een verzwaarde variant bij geweld, bedreiging of wapenbezit (artikel 349).waarschijnlijk · 60% - Art. 230. Verzwarende factoren
oud art. 440
De specifieke verzwaring bij vals bevel, nacht, meerdere personen en wapens is niet meer als aparte strafmaat behouden, maar geldt nu als rechterlijk in aanmerking te nemen verzwarende factor bij misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid.waarschijnlijk · 50% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 441
De specifieke strafbaarstelling van poging tot dit wanbedrijf is opgegaan in de algemene pogingsregeling van art. 9, die de poging bestraft met het onmiddellijk lagere strafniveau dan dat van het voltooide misdrijf; het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete.waarschijnlijk · 75% - Art. 348. Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats niveau 2
oud art. 442
Het nieuwe artikel 348 straft het binnentreden in of bezetten van een bewoonde plaats zonder toestemming van de bewoners op zich met een straf van niveau 2, zodat de bijzondere regel over wie daar bij nacht wordt aangetroffen overbodig is geworden. De nacht is geen bestanddeel meer, wel een verzwarende omstandigheid bij andere misdrijven.waarschijnlijk · 60% - Art. 237. Belaging niveau 2
oud art. 442bis
De basisdefinitie van belaging is overgenomen in artikel 237, maar de verdubbeling van het strafminimum bij een kwetsbaar slachtoffer en de aandachtsfactor 'in bijzijn van een minderjarige' worden niet door deze kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 60% - Art. 306. Misbruik van de zwakke toestand van personen niveau 2, Art. 307. Verzwaard misbruik van de zwakke toestand van personen niveau 3
oud art. 442quater
Het basismisdrijf misbruik van de zwakke toestand (§1) en de verzwarende omstandigheden (§2, o.a. onderwerping, minderjarige, ernstig letsel, vereniging) komen overeen met de artikelen 306 en 307; de zwaarste verzwaring bij overlijden van het slachtoffer (§3, opsluiting 10 tot 15 jaar) wordt niet door deze kandidaten gedekt.waarschijnlijk · 75% - Art. 316. Specifiek verbod
oud art. 442nonies
Artikel 316 herneemt bijna woordelijk het verbod om gedurende ten hoogste vijf jaar een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met de feiten van de afdeling, waaronder de conversiepraktijken lijken te zijn ondergebracht. Nieuw is dat artikel 48, derde en vierde lid, over de aanvang en de wijziging van het verbod van toepassing wordt verklaard.waarschijnlijk · 70% - Art. 240. Laster niveau 1
oud art. 443
Het begrip laster is overgenomen in artikel 240, maar het onderscheiden begrip 'eerroof' (wanneer de wet het bewijs niet toelaat) en de bijzondere bewijsregel voor collaboratie met de vijand zijn niet als zodanig teruggevonden.waarschijnlijk · 55% - Art. 240. Laster niveau 1
oud art. 444
De gedetailleerde opsomming van openbaarheidsvormen is samengebald in het enkele bestanddeel dat de tenlastelegging in het openbaar gebeurt, zoals het nieuwe lasterartikel (art. 240) het formuleert. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en geldboete; art. 240 stelt een straf van niveau 1. Voor de belediging geldt dezelfde voorwaarde in het artikel van dezelfde afdeling, dat niet bij de kandidaten staat.waarschijnlijk · 60% - Art. 95. Toepassingsgebied
oud art. 446
Dat laster en eerroof ook tegen een gesteld lichaam kunnen worden gepleegd, is nu geregeld doordat artikel 95 rechtspersonen uitdrukkelijk als mogelijk slachtoffer van laster en belediging aanwijst.waarschijnlijk · 70% - Art. 241. Schorsing vervolging wegens laster
oud art. 447
De schorsingsregeling bij een lopende strafvervolging over het ten laste gelegde feit is overgenomen in artikel 241, maar de bijzondere bewijsregeling voor ambtenaren/openbare lichamen en de beperking voor privéfeiten uit het oude artikel worden niet gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 240. Laster niveau 1
oud art. 449
De regel dat een overigens bewezen feit toch als laster geldt wanneer het te kwader trouw en zonder enig belang openbaar wordt gemaakt (kwaadwillige ruchtbaarmaking), is letterlijk overgenomen als uitzondering in de definitie van laster.waarschijnlijk · 70% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 457
De verplichte aanplakking en bekendmaking van het vonnis op kosten van de veroordeelde is opgegaan in de algemene bijkomende straf van artikel 58, die nu facultatief is; de verplichte verbeurdverklaring van de vermengde waren en de bijkomende ontzetting volgen uit de algemene artikelen 53 en 47.waarschijnlijk · 50% - Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458ter
Het casusoverleg is samen met het meldrecht ondergebracht in het ruimere artikel 353 over de afwijkingen van het beroepsgeheim. Van die kandidaat is enkel paragraaf 1 zichtbaar, zodat niet kan worden nagegaan of de geheimhoudingsplicht van de deelnemers en de beperking van het gebruik van de geheimen ongewijzigd zijn overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim niveau 2
oud art. 458quater
Het meldrecht en het casusoverleg van de oude artikelen 458bis en 458ter zijn samengebracht in artikel 353 over de afwijkingen van het beroepsgeheim, waarin ook de uitzondering voor de advocaat thuishoort. Enkel paragraaf 1 van dat artikel is zichtbaar, zodat de overname van die uitzondering niet met zekerheid kan worden bevestigd.waarschijnlijk · 60% - Art. 465. Diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 2, Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 463
De straf voor diefstal die in het hoofdstuk niet nader is omschreven (eerste lid) staat nu in artikel 465, diefstal zonder geweld of bedreiging. Het tweede lid (ten hoogste drie jaar gevangenisstraf bij kortstondig gebruik, artikel 461, tweede lid) heeft geen eigen tegenhanger: artikel 463 neemt het kortstondig wegnemen op in de definitie van diefstal en artikel 465 maakt daarvoor geen onderscheid. De bijzonder kwetsbare toestand van het slachtoffer (derde lid) is in artikel 466, 2°, een grond voor een straf van niveau 3; dat artikel noemt ook de minderjarige.waarschijnlijk · 65% - Art. 474. Verzwarende factoren van diefstal en afpersing
oud art. 464
De verhoging van het strafminimum voor de dienstbode, werkman of huisgenoot die steelt bij zijn meester is vervangen door een verzwarende factor waarmee de rechter rekening houdt wanneer de diefstal ten nadele van de werkgever van de dader werd gepleegd. Het gaat dus niet langer om een dwingend strafminimum maar om een element van de straftoemeting.waarschijnlijk · 75% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 465
De mogelijkheid om bij diefstal bovendien de ontzetting van rechten uit te spreken is opgegaan in de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten van boek I. Het hoofdstuk over de onrechtmatige toe-eigening van goederen bevat daarover geen eigen bepaling meer.waarschijnlijk · 65% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 466
De eigen strafbepaling voor poging tot diefstal (gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en geldboete) verdwijnt. De poging wordt voortaan volledig beheerst door de algemene regeling van de strafbare poging in artikel 9 van boek I, met "het onmiddellijk lagere strafniveau".waarschijnlijk · 75% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 467
Van de drie omstandigheden van dit artikel keert alleen de derde terug in artikel 466, 3° (valse identiteit of hoedanigheid, vals bevel van het openbaar gezag). Braak, inklimming en valse sleutels (eerste omstandigheid) en de diefstal door een openbaar ambtenaar door middel van zijn ambt (tweede omstandigheid) staan niet als zodanig in artikel 466; artikel 466, 1°, werkt met het binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats en artikel 474, 2°, noemt de persoon met een openbare functie als factor bij de straftoemeting.waarschijnlijk · 50% - Art. 467. Diefstal met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 469
De gelijkstelling van geweld of bedreiging bij betrapping op heterdaad, om de buit te behouden of te vluchten, met diefstal door geweld wordt niet meer apart geregeld, maar valt onder de algemene definitie van diefstal met geweld of bedreiging.waarschijnlijk · 50% - Art. 464. Afpersing
oud art. 470
De omschrijving dat het opzettelijk met geweld of bedreiging verkrijgen van een goed of voordeel wordt gestraft als diefstal met geweld, komt overeen met de nieuwe definitie van afpersing in art. 464; het bijhorende strafartikel (art. 468) zit niet bij de kandidaten.waarschijnlijk · 65% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6, Art. 474. Verzwarende factoren van diefstal en afpersing
oud art. 471
Nacht, meerdere daders, het inroepen van een vals bevel van het openbaar gezag en een kwetsbaar slachtoffer keren terug in de opsomming van artikel 469, par. 1, terwijl de openbare functie en het gebruik van een voertuig in artikel 474 factoren zijn bij de keuze van de straf. Het oude artikel stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar; artikel 469, par. 1 stelt een straf van niveau 4. Braak, inklimming en valse sleutels komen in die opsomming niet meer voor.waarschijnlijk · 65% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 472
De verzwaring wegens wapens of weerloosmakende stoffen is terug te vinden in art. 469 §2 (niveau 5); het gebruik van een gestolen voertuig of een voertuig met valse ordediensten-kentekens is niet als aparte grond hernomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 473
Geweld of bedreiging met zware letsels tot gevolg is nu de integriteitsaantasting van de derde graad met een straf van niveau 5 (artikel 469, par. 2) en de foltering levert niveau 6 op (artikel 469, par. 3), tegenover opsluiting van vijftien tot twintig jaar en twintig tot dertig jaar in het oude artikel.waarschijnlijk · 70% - Art. 469. Verzwaarde diefstal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing niveau 6
oud art. 476
Dat de zware straffen ook gelden wanneer de voltooiing van het misdrijf werd verhinderd, is terug te vinden in artikel 469, paragraaf 3, dat poging tot de zwaarste vormen van diefstal met geweld of afpersing gelijkstelt met het voltooide misdrijf.waarschijnlijk · 60% - Art. 471. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal zonder geweld of bedreiging niveau 4, Art. 473. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing van kernmateriaal niveau 6
oud art. 477bis
De oude bepaling verzwaart diefstal van kernmateriaal zowel bij geweld als bij braak/ambtsmisbruik/vals bevel onder één strafmaat; het nieuwe wetboek splitst dit in een verzwaring zonder geweld (art. 471) en met geweld (art. 473) met verschillende strafniveaus.waarschijnlijk · 50% - Art. 472. Diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en afpersing van kernmateriaal niveau 4
oud art. 477ter
Afpersing van kernmateriaal door geweld of bedreiging is hernomen in art. 472, dat diefstal en afpersing van kernmateriaal met geweld samen bestraft met niveau 4.waarschijnlijk · 75% - Art. 472. Diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en afpersing van kernmateriaal niveau 4
oud art. 477quater
De gelijkstelling van geweld bij betrapping op heterdaad met diefstal van kernmateriaal door geweld is niet apart geregeld, maar valt onder de algemene definitie van diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging.waarschijnlijk · 50% - Art. 473. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing van kernmateriaal niveau 6, Art. 474. Verzwarende factoren van diefstal en afpersing
oud art. 477quinquies
Diverse verzwarende omstandigheden (braak, ambtsmisbruik, vals bevel, nacht, meerdere daders, voertuig) zijn verspreid over de verzwaarde kernmateriaalbepaling van art. 473 en de algemene afwegingsfactoren van art. 474.waarschijnlijk · 50% - Art. 473. Verzwaarde diefstal van kernmateriaal met geweld of bedreiging en verzwaarde afpersing van kernmateriaal niveau 6
oud art. 477sexies
De zwaarste verzwaringen (wapens, weerloosmakende stoffen, foltering, dood zonder oogmerk om te doden) voor diefstal/afpersing van kernmateriaal met geweld komen overeen met art. 473 §2-§3, al dekt dat artikel niet elk afzonderlijk element (bv. gestolen voertuig, vals kenteken).waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 478
De tijdsbepaling van de nacht, meer dan een uur voor zonsopgang en na zonsondergang, hoort thuis bij de algemene definities van de voorafgaande titel van boek II. De nacht zelf blijft een verzwarende factor, onder meer bij diefstal en afpersing (artikel 474) en bij brandstichting (artikel 510).waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 479
Het nieuwe wetboek gebruikt het begrip bewoond huis nog steeds, onder meer in artikel 519, zodat de omschrijving ervan bij de algemene definities van boek II is ondergebracht. Niet bewoonde ruimtes worden apart beschermd door artikel 350.waarschijnlijk · 60% - Art. 79. Algemene definities
oud art. 483
Geweld als fysieke dwang en bedreiging als morele dwang blijven bestanddeel van onder meer de artikelen 467, 518 en 690, zodat de omschrijving ervan is opgenomen bij de algemene definities van de voorafgaande titel van boek II.waarschijnlijk · 60% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 484
Braak verdwijnt als gedefinieerde verzwaring van diefstal; de verzwaarde diefstal zonder geweld werkt nu met het ruimere binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats, bestraft met een straf van niveau 3, waarin de oude gevallen van braak opgaan zonder dat de omschrijving behouden blijft.waarschijnlijk · 50% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 485
De braak met haar gelijkstellingen verdwijnt als afzonderlijke verzwaring en gaat op in de verzwaarde diefstal, die werkt met het binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats. Het verbreken van zegels blijft daarnaast zelfstandig strafbaar als misdrijf tegen de rechtsbedeling (artikel 666).waarschijnlijk · 50% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 486
Inklimming verdwijnt als afzonderlijke verzwaring met eigen definitie; het binnenkomen over muren, daken of afsluitingen valt nu onder het binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats van de verzwaarde diefstal, met een straf van niveau 3.waarschijnlijk · 50% - Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 487
De wettelijke opsomming van valse sleutels vervalt, samen met de beperking dat de verzwaring enkel geldt bij voorwerpen waarvan braak de straf verzwaart. Het gebruik van dergelijke sleutels gaat op in het binnendringen dat de verzwaarde diefstal strafbaar stelt.waarschijnlijk · 50% - Art. 80. Bijzondere definities
oud art. 487bis
De definities van kernmateriaal, radioactief materiaal, nucleaire installatie, instrument en exploitant zijn opgegaan in de bijzondere definities van de voorafgaande titel van boek II. Zij bedienen onder meer het hoofdstuk over de externe beveiliging van kernmateriaal (artikelen 412 tot 418) en de diefstal van kernmateriaal (artikelen 470 tot 473).waarschijnlijk · 60% - Art. 490. Eenvoudige bankbreuk niveau 1
oud art. 489bis
Artikel 490 bundelt de gedragingen van eenvoudige bankbreuk uit verschillende oude artikelen en herneemt de aankopen beneden de koers, het verhullen van uitgaven of verliezen en het bevoordelen van een schuldeiser. De gevangenisstraf van een maand tot twee jaar met geldboete tot vijfhonderdduizend euro wordt een straf van niveau 1.waarschijnlijk · 75% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 490
De verplichte bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van veroordelingen wegens bankbreuk is opgegaan in de algemene bijkomende straf van artikel 58, die de rechter facultatief kan opleggen; de gedetailleerde inhoud van het uittreksel is niet overgenomen.waarschijnlijk · 55% - Art. 504. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 492
De uitbreiding van de familiale strafuitsluiting tot misbruik van vertrouwen is opgegaan in de strafuitsluitende verschoningsgrond die het hoofdstuk over de onrechtmatige toe-eigening van goederen afsluit. Die grond dekt het volledige hoofdstuk en dus ook het misbruik van vertrouwen van artikel 475.waarschijnlijk · 55% - Art. 478. Woeker niveau 2
oud art. 494
Woeker is overgenomen in art. 478, maar de nieuwe bepaling vereist niet langer dat de dader er een 'gewoonte' van maakt de zwakheden of behoeften van de lener te misbruiken, waardoor het toepassingsgebied ruimer is dan onder het oude recht.waarschijnlijk · 78% - Art. 479. Oplichting niveau 3
oud art. 496
De kernbestanddelen van oplichting (valse hoedanigheid, listige kunstgrepen) zijn overgenomen in art. 479, dat een straf van niveau 3 stelt; het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en geldboete. De bijzondere bepaling voor kwetsbare slachtoffers en de eigen strafmaat voor poging uit het oude artikel keren niet terug in de aangeboden kandidaat.waarschijnlijk · 65% - Art. 481. Bedriegerij omtrent de waarde van de munt niveau 2
oud art. 497
Het aan munten de schijn geven van een munt van grotere waarde en het uitgeven of invoeren ervan is overgenomen in art. 481; de derde gedraging (het uitgeven van ongemunt metaal als muntstuk) wordt door deze kandidaat niet duidelijk gedekt. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en geldboete; art. 481 stelt een straf van niveau 2.waarschijnlijk · 70% - Art. 485. Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen niveau 1
oud art. 501bis
Het oude onderscheid tussen verkoop met bedrieglijk opzet (art. 500) en verkoop zonder dat opzet (dit artikel, gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden) is verdwenen: art. 485 straft elke opzettelijke verkoop of het te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen met één straf van niveau 1.waarschijnlijk · 60% - Art. 58. Bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling
oud art. 502
De facultatieve aanplakking of publicatie van het vonnis bij oplichting is vervangen door de algemene regeling van bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling.waarschijnlijk · 55% - Art. 53. Verbeurdverklaring
oud art. 503
De verplichte inbeslagname en verbeurdverklaring van de vervalste voedingsmiddelen valt nu onder de algemene verbeurdverklaring van artikel 53, par. 2; de praktische regels over monsterneming, vernietiging of denaturering en overdracht aan sociale instellingen zijn niet overgenomen.waarschijnlijk · 50% - Art. 504. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 504
Ook de uitbreiding van de familiale strafuitsluiting tot oplichting en verwante bedriegerijen is opgegaan in de strafuitsluitende verschoningsgrond aan het einde van het hoofdstuk over de onrechtmatige toe-eigening van goederen, die onder meer de artikelen 479, 498 en 499 bestrijkt.waarschijnlijk · 55% - Art. 487. Actieve en passieve private omkoping niveau 2
oud art. 504ter
De strafmaat voor private omkoping is nu opgenomen in art. 487, § 3 zelf (straf van niveau 2). Het onderscheid dat het oude artikel maakte tussen het gewone geval en het geval waarin de vraag door een voorstel wordt gevolgd of het voorstel wordt aangenomen, elk met een eigen gevangenisstraf en geldboete, is niet behouden.waarschijnlijk · 55% - Art. 502. Witwassen niveau 3, Art. 504. Strafuitsluitende verschoningsgrond
oud art. 505
De witwasgedragingen (kopen/bezitten, omzetten, verhullen van herkomst) en de vrijstelling voor meldingsplichtige entiteiten zijn overgenomen in de artikelen 502 en 504; het eerste onderdeel van dit artikel, de gewone heling, wordt elders geregeld (art. 501) maar is hier niet als kandidaat aangeboden.waarschijnlijk · 60% - Art. 501. Heling niveau 3, Art. 503. Verzwaarde heling en verzwaard witwassen niveau 4
oud art. 505bis
De heling van weggenomen of verduisterde zaken met een opgetrokken strafminimum gaat op in het algemene helingsartikel (niveau 3) en in de verzwaarde heling (niveau 4); het verhogen van het minimum tot drie maanden gevangenisstraf of duizend euro als techniek verdwijnt en de verzwaring geldt nu enkel in de limitatief opgesomde gevallen.waarschijnlijk · 60% - Art. 501. Heling niveau 3
oud art. 506
De vroegere gegradueerde verzwaring van heling naargelang de zwaarte van het onderliggende misdrijf is niet behouden; heling wordt nu ongedifferentieerd op niveau 3 bestraft.waarschijnlijk · 50% - Art. 500. Uitgifte van cheques zonder dekking niveau 1
oud art. 509
Het bedrieglijk verkrijgen van gelden met een effect getrokken op een onbestaande of niet-gemachtigde betrokkene sluit inhoudelijk aan bij de uitgifte van titels zonder toereikende en beschikbare dekking; de gevangenisstraf van een maand tot twee jaar wordt een straf van niveau 1 en de regel dat de vervolging vervalt bij betaling of fondsvoorziening keert niet terug.waarschijnlijk · 55% - Art. 479. Oplichting niveau 3
oud art. 509ter
Het bedrieglijk endosseren of innen van facturen is niet als apart misdrijf overgenomen. Dergelijke feiten vallen voortaan onder de algemene oplichting, die het aanwenden van listige kunstgrepen om zich geld of een voordeel te doen afgeven strafbaar stelt.waarschijnlijk · 50% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 511
De algemene definitie van brandstichting in art. 505 dekt het opzettelijk in brand steken van deze goederen. Het oude artikel maakte onderscheid naar het type eigendom en stelde opsluiting van tien tot vijftien jaar, of gevangenisstraf van een tot vijf jaar en geldboete voor eigen goederen; het nieuwe wetboek werkt met een op de gevolgen gebaseerde structuur (art. 506-509), die hier niet als kandidaat is aangeboden, en art. 505 zelf stelt een straf van niveau 2.waarschijnlijk · 55% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 512
Het opzettelijk in brand steken van roerende goederen valt onder de algemene definitie van brandstichting in art. 505 (niveau 2). Het oude onderscheid met een aparte strafmaat (zes maanden tot drie jaar) voor het met kwaad of bedrieglijk opzet in brand steken van eigen goederen is niet behouden.waarschijnlijk · 55% - Art. 9. Strafbare poging
oud art. 514
De eigen strafmaat voor poging tot brandstichting, gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en geldboete, is vervangen door de algemene regeling van de strafbare poging van artikel 9 van boek I, die de poging bestraft met het onmiddellijk lagere strafniveau dan dat van het voltooide misdrijf.waarschijnlijk · 75% - Art. 47. Ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten
oud art. 515
De facultatieve ontzetting van rechten bij brandstichting is opgegaan in de algemene bijkomende straf van de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten van boek I. De nieuwe brandstichtingsartikelen 505 tot 512 bevatten geen eigen ontzettingsbepaling meer.waarschijnlijk · 65% - Art. 505. Brandstichting niveau 2
oud art. 517
Het beginsel dat overslaand vuur naar andermans goed wordt bestraft als brandstichting van dat goed, is uitdrukkelijk overgenomen in art. 505, tweede lid (gelijkstelling van overslaand vuur met brandstichting).waarschijnlijk · 75% - Art. 508. Brandstichting indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden niveau 5, Art. 509. Brandstichting met een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg
oud art. 518
De oude regeling combineerde het vermoeden van aanwezige personen, verwondingen en dodelijke afloop in één bepaling met verwijzing naar voorbedachte gewelddaden of levenslange opsluiting; dit is nu opgesplitst in art. 508 (vermoeden van aanwezigheid, niveau 5) en art. 509 (integriteitsaantasting derde graad of dood, verhoging met één niveau tot max. niveau 6).waarschijnlijk · 70% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 520
De vernieling van gebouwen, bruggen, sluizen e.d. door ontploffing wordt nu algemeen geregeld in art. 513 (vernieling door ontploffing of overstroming), met verwijzing naar de strafmaat van de brandstichtingsartikelen.waarschijnlijk · 75% - Art. 516. Vandalisme met ernstige schade tot gevolg niveau 2
oud art. 521
De aparte strafbaarstelling van vernieling van gebouwen, bruggen, spoorwegen en andere bouwwerken bestaat niet meer en valt onder het ruime begrip vandalisme, hier in de vorm met ernstige schade tot gevolg. De oude opsluiting van vijf tot tien jaar wordt daarmee een straf van niveau 2, wat een forse verlaging is.waarschijnlijk · 50% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming , Art. 509. Brandstichting met een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg
oud art. 522
Deze verwijzingsbepaling, die de verzwaring bij dodelijke afloop uitbreidde tot de vernieling van bouwwerken, is opgegaan in artikel 513, dat de regeling van de brandstichting overneemt voor de vernieling door ontploffing of overstroming. Daardoor geldt ook de gevolgverzwaring van artikel 509 voor die vernielingen.waarschijnlijk · 50% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 523
De specifieke strafbaarstelling van het vernielen van een machine voor drijfkracht bestaat niet meer als apart delict; dit valt nu onder de algemene vandalismedefinitie van art. 514, zonder het specifieke machine-element.waarschijnlijk · 50% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3, Art. 523. Verzwarende factoren
oud art. 525
De vernieling van bouwwerken en machines in vereniging of bende en met behulp van gewelddaden of bedreigingen gaat op in het vandalisme met geweld of bedreiging van art. 518 (niveau 2, of niveau 3 bij ernstige schade). Het plegen door twee of meer personen is in art. 523 een verzwarende factor; de aparte straf voor hoofden en aanstokers, in het oude artikel opsluiting van tien tot vijftien jaar en geldboete, verdwijnt.waarschijnlijk · 55% - Art. 370. Grafschennis niveau 2
oud art. 526
Voor de vernieling van grafstenen en gedenktekens bestaat een gedeeltelijke tegenhanger in grafschennis (art. 370); de vernieling van standbeelden, monumenten en kunstwerken in openbare gebouwen of kerken wordt door geen enkele kandidaat gedekt.waarschijnlijk · 55% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 529
De vernieling van eetwaren, koopwaren of andere roerende goederen in vereniging of bende valt nu onder vandalisme met geweld of bedreiging (art. 518). Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar, en van tien tot vijftien jaar voor hoofden en aanstokers; art. 518 stelt een straf van niveau 2, en van niveau 3 bij ernstige schade, zonder eigen regel voor hoofden en aanstokers.waarschijnlijk · 50% - Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3
oud art. 531
Het beginsel dat vernieling gepaard met geweld of bedreiging die letsel veroorzaakt een eigen strafregel krijgt, is terug te vinden in art. 518 (vandalisme met geweld of bedreiging), al is de precieze koppeling aan het letselniveau van het oude art. 400 niet identiek. Het oude artikel stelde "de straf onmiddellijk hoger" dan die van de twee vorige artikelen; art. 518 stelt niveau 2 voor vandalisme en niveau 3 voor vandalisme met ernstige schade tot gevolg.waarschijnlijk · 65% - Art. 486. Bedrieglijke aantasting van handelsgoederen niveau 1
oud art. 533
Art. 486 (bedrieglijke aantasting van handelsgoederen) is de rechtstreekse opvolger van het kwaadwillig vervalsen of beschadigen van koopwaren, met straf van niveau 1, al ontbreekt de oude verzwaring voor werknemers van de fabriek.waarschijnlijk · 75% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 534
Het kwaadwillig wegnemen, doorsnijden of vernielen van de banden waarmee een vaartuig, wagon of voertuig is vastgelegd heeft geen eigen strafbaarstelling meer. De feiten vallen onder het algemene vandalisme, zoals omschreven in artikel 514.waarschijnlijk · 50% - Art. 517. Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang niveau 3
oud art. 535
Het kwaadwillig afsnijden of verwoesten van veldvruchten en plantsoen gaat op in het vandalisme aan een goed met een bijzonder belang, dat een akker, een boomgaard en bomen uitdrukkelijk noemt; de gevangenisstraf van een maand tot drie jaar wordt een straf van niveau 2, of niveau 3 bij ernstige schade.waarschijnlijk · 60% - Art. 517. Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang niveau 3, Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 536
De verwoesting van een bezaaide akker valt nu onder de specifieke bepaling vandalisme aan een goed met bijzonder belang, die een akker uitdrukkelijk vermeldt (art. 517, niveau 2-3); vernieling van landbouwgereedschap valt onder de algemene vandalismedefinitie (art. 514). Het strooien van zaad van schadelijk kruid is niet meer als apart element terug te vinden.waarschijnlijk · 50% - Art. 517. Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang niveau 3
oud art. 537
Het omhakken, verminken of ontschorsen van bomen en het vernielen van enten valt nu onder vandalisme aan een goed met een bijzonder belang, dat één of meer bomen, een bos en een boomgaard vermeldt; de tarifering per boom of ent met een plafond van drie jaar verdwijnt ten voordele van een straf van niveau 2, of niveau 3 bij ernstige schade.waarschijnlijk · 65% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 538
Het vergiftigen van trekdieren, hoornvee, schapen, geiten of varkens is geen zelfstandig misdrijf meer. De bescherming van het dier zelf is naar de dierenwelzijnswetgeving verhuisd, terwijl het aantasten van andermans dier onder het algemene vandalisme valt.waarschijnlijk · 50% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 540
Het doden of zwaar verwonden van vee is niet als apart misdrijf overgenomen en de strafmaat die afhing van de plaats van de feiten verdwijnt. De gedraging valt nu onder de dierenwelzijnswetgeving en, als aantasting van andermans goed, onder het algemene vandalisme.waarschijnlijk · 50% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 541
Ook het doden of zwaar verwonden van een ander huisdier of van een tam of gevangen gehouden dier heeft geen eigen bepaling meer. Die feiten worden opgevangen door de dierenwelzijnswetgeving en door het algemene vandalisme.waarschijnlijk · 50% - Art. 523. Verzwarende factoren
oud art. 543
De verzwaring wegens feiten bij nacht of uit haat tegen een openbaar ambtenaar is opgenomen in de opsomming van verzwarende factoren voor de afdeling beschadiging en vernieling. Het gaat niet langer om een bindende verhoging van het strafminimum maar om factoren die de rechter bij de strafbepaling in overweging neemt.waarschijnlijk · 55% - Art. 515. Vandalisme niveau 1, Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 545
Het dempen van grachten, het afhakken of uitrukken van hagen, het vernielen van afsluitingen en het verplaatsen van grenspalen of hoekbomen gaat op in de omschrijving van vandalisme en wordt bestraft door het basisartikel daarvan.waarschijnlijk · 60% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 546
Het bijzondere oogmerk om een bezitsaanmatiging op een erf te plegen is geen bestanddeel meer. De feiten vallen onder het gewone vandalisme van artikel 515, dat een straf van niveau 1 stelt, of onder de vorm met ernstige schade tot gevolg van artikel 516; het oude artikel stelde gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete.waarschijnlijk · 50% - Art. 420. Verzwaarde binnendringing in een havengebied niveau 2
oud art. 546/3
De automatische verdubbeling van de straf bij een nieuwe schending van havengebieden binnen vijf jaar is vervangen door art. 420, dat een straf van niveau 2 stelt voor binnendringing in een havengebied onder meer wanneer van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt; daarnaast blijft de algemene herhalingsregel van Boek I gelden.waarschijnlijk · 50% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 547
Het opzettelijk onder water zetten van de werken van een mijn valt onder het nieuwe algemene misdrijf 'vernieling door ontploffing of overstroming' (art. 513), dat via verwijzing naar de artikelen 505-511 ook de verzwaring voorziet wanneer de dader moest vermoeden dat er personen aanwezig waren.waarschijnlijk · 60% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 548
De verwijzingstechniek keert terug in het nieuwe artikel 513, dat de vernieling door ontploffing of overstroming laat bestraffen met de straffen van de artikelen 505 tot 511, inclusief de verzwaringen bij nacht en bij dood of integriteitsaantasting van de derde graad.waarschijnlijk · 70% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 549
Het kwaadwillig of bedrieglijk onder water zetten van andermans erf valt nu onder de vernieling door overstroming; de loutere geldboete van zesentwintig tot driehonderd euro wordt vervangen door de straffen van de artikelen 505 tot 511, die beginnen bij niveau 2.waarschijnlijk · 65% - Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
oud art. 550
De verouderde regel over molens, fabrieken en vijvers waarvan de overlaten boven het door de overheid bepaalde peil worden gebracht, keert niet terug; het veroorzaken van een overstroming door een ernstig gebrek aan voorzorg wordt opgevangen door artikel 513, dat dan naar de straf van artikel 512 verwijst. De technische normering zelf zit in de water- en milieuregelgeving.waarschijnlijk · 50% - Art. 526. Verzwaarde interne of externe hacking niveau 3, Art. 528. Bezit of terbeschikkingstelling van een instrument dat hacking mogelijk moet maken niveau 2, Art. 533. Bezit of terbeschikkingstelling van een instrument dat informaticasabotage mogelijk moet maken niveau 2
oud art. 550bis
De oude, brede computercriminaliteitsbepaling (ongeoorloofde toegang, gegevensdiefstal, sabotage en bezit van hackinginstrumenten) is in het nieuwe wetboek opgesplitst in afzonderlijke artikelen; de kandidaten verzwaarde hacking (526), bezit van hackinginstrumenten (528) en bezit van sabotage-instrumenten (533) dekken samen een belangrijk deel van de oude bepaling, al ontbreekt de kandidaat voor de basisvorm van ongeoorloofde toegang.waarschijnlijk · 60% - Art. 514. Definitie van vandalisme
oud art. 559
De restcategorie van lichte, opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerend goed (voorheen een overtreding met geldboete van 10-20 euro) is opgegaan in de algemene vandalismedefinitie van art. 514.waarschijnlijk · 55% - Art. 60. Herhaling
oud art. 562
Met het verdwijnen van de overtredingen verliest deze bijzondere herhalingsregel haar voorwerp. De herhaling wordt voortaan volledig beheerst door de algemene regel van boek I, die werkt met een verhoging van het strafniveau in plaats van met een bijkomende gevangenisstraf van vijf of negen dagen.waarschijnlijk · 55% - Art. 515. Vandalisme niveau 1, Art. 194. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg niveau 1
oud art. 563
Het opzettelijk beschadigen van stedelijke of landelijke afsluitingen gaat op in het vandalisme van artikel 515. De feitelijkheden en lichte gewelddaden zonder verwonding vallen onder de gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting, en de politiestraf van een tot zeven dagen verdwijnt.waarschijnlijk · 60% - Art. 60. Herhaling
oud art. 564
Ook deze herhalingsregel voor overtredingen van de vierde klasse verliest haar voorwerp. De herhaling verloopt nu via de algemene regel van boek I, die het strafniveau verhoogt in plaats van een bijkomende gevangenisstraf van ten hoogste twaalf dagen toe te laten.waarschijnlijk · 55%
te controleren · 15
- Art. 61. Eendaadse samenloop , Art. 62. Meerdaadse samenloop
oud art. 63
Het oude artikel bepaalde welke straf als de zwaarste gold: de langstdurende, en bij gelijke duur opsluiting vóór hechtenis. De samenloopbepalingen van de artikelen 61 en 62 verwijzen rechtstreeks naar het zwaarste strafniveau, zodat een afzonderlijke definitiebepaling niet terugkeert.te controleren · 45% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 78
De algemene regel dat enkel de wet verschoningsgronden kan bepalen keert niet terug als afzonderlijk artikel. Verschoningsgronden bestaan nog uitsluitend als uitdrukkelijke bepalingen bij welbepaalde misdrijven in boek II.te controleren · 60% - Art. 30. Verzachtende omstandigheden , Art. 52. Geldboete
oud art. 84
De facultatieve geldboete van zesentwintig tot duizend euro bij correctionalisering keert niet terug als aparte regel. Wanneer de rechter op grond van artikel 30 de straf wegens verzachtende omstandigheden vermindert of wijzigt, geldt de boetevork die artikel 52 aan het opgelegde strafniveau koppelt.te controleren · 45% - Art. 79. Algemene definities , Art. 80. Bijzondere definities
oud art. 105
De omschrijving dat de aanslag bestaat zodra er strafbare poging is, is als begripsbepaling verhuisd naar de definities van boek II, waar het begrip aanslag voor alle betrokken titels wordt vastgelegd. Een eigen artikel bij de misdrijven tegen de staatsordening bestaat niet meer.te controleren · 45% - Art. 195. Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg niveau 2, Art. 202. Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 5
oud art. 146
Slagen aan een bedienaar van de eredienst met bloedstorting, verwonding of ziekte tot gevolg vallen voortaan onder de algemene gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad van artikel 195 (niveau 2); is het slachtoffer een persoon met een maatschappelijke functie en gebeurde het naar aanleiding van die functie, dan geldt artikel 202 (niveau 3). De bescherming van de eredienst als zodanig staat in de artikelen 354 en 355.te controleren · 45% - Art. 446. Namaking of gebruik van plakpostzegels of andere zegels niveau 2
oud art. 190
Het verwijderen van het afstempelingsmerk maakt van een reeds gebruikte plakpostzegel een vervalst zegel, zodat het hergebruik ervan onder artikel 446 valt. Voor vervoerbewijzen is er geen eigen bepaling meer.te controleren · 45% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 259
De weigering van een bevelhebber om na een wettige vordering van de burgerlijke overheid de onder zijn bevel geplaatste macht te doen optreden is niet overgenomen. De nieuwe ambtsmisdrijven bestraffen net het omgekeerde, het onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht, en de rechtsweigering blijft beperkt tot rechtsprekende functies.te controleren · 65% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 277
Het nieuwe artikel over smaad beschermt enkel individuele functiedragers, zodat de smaad gericht tegen een gesteld lichaam als zodanig niet langer strafbaar is. Er is in het hele nieuwe wetboek geen bepaling meer die colleges of vergaderingen als zodanig tegen smaad beschermt.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 295
Het hele hoofdstuk over de misdaden en wanbedrijven van leveranciers verdwijnt, en daarmee ook het misdrijf van de leverancier die leveringen of werken opzettelijk of door nalatigheid vertraagt. Het nieuwe wetboek kent enkel nog de bedriegerij omtrent het verkochte goed of omtrent de huur van werk, die bedrieglijk opzet en listige kunstgrepen vereist en niet op loutere vertraging slaat.te controleren · 65% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 298
Met het wegvallen van het bedrog van de leveranciers verdwijnt ook de verzwaarde strafbaarheid van de ambtenaren die daaraan deelnemen. Hun betrokkenheid zou nu enkel nog via de algemene regels over strafbare deelneming kunnen worden beoordeeld, en de ontzetting van rechten is een algemene bijkomende straf van boek I geworden.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 311
Het door bedrieglijke middelen beïnvloeden van de prijs van eetwaren, koopwaren of openbare effecten is niet overgenomen. Marktmanipulatie wordt voortaan beheerst door het financieel en economisch recht, en het enige overblijvende economische misdrijf van die aard betreft de vrijheid van opbod en van inschrijving.te controleren · 65% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 312
Deze bijzondere ontzetting voor militaire bevelhebbers, gouverneurs en arrondissementscommissarissen valt weg samen met het onderliggende misdrijf van de prijsmanipulatie. De belangenneming in het nieuwe wetboek heeft een ander toepassingsgebied, namelijk het nemen van een belang in verrichtingen onder eigen toezicht.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 313
Het door samenscholing en geweld verstoren van de openbare orde op markten of in graanhallen om plundering uit te lokken of verkopers te dwingen hun waren te verkopen onder de prijs van de vrije mededinging, is als afzonderlijk misdrijf afgeschaft. Die feiten worden voortaan opgevangen door de gewone misdrijven zoals afpersing, gewelddaden en vandalisme.te controleren · 60% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 412
Het wettelijk vermoeden van verschoonbaarheid bij het overdag afweren van beklimming of braak van een woning is niet overgenomen. De nieuwe artikelen 103 en 203 behouden enkel de uitlokking als strafverminderende grond en vereisen daarvoor ernstig en ogenblikkelijk geweld tegen de persoon.te controleren · 55% - Art. 515. Vandalisme niveau 1
oud art. 539
Het werpen van stoffen in water met het oogmerk vis te vernielen verdwijnt als eigen misdrijf. Betreft het andermans visstand, dan geldt het algemene vandalisme; in openbaar water is de visserij- en milieuwetgeving van toepassing.te controleren · 45%
geen equivalent · 131
- geen nieuw artikel gevonden
oud art. 1
De driedeling misdaad, wanbedrijf en overtreding wordt in het nieuwe Strafwetboek verlaten en vervangen door acht strafniveaus, zodat deze indelingsregel geen tegenhanger meer heeft. Geen van de kandidaten, ook artikel 5 over de bestanddelen van het misdrijf niet, bevat een classificatie naar straftype.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 13
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 14
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 15
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 16
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 17
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 20
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 21
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 22
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 23
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 24
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 26
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 27
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 29
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 30ter
Dit artikel was reeds opgeheven (oud artikel 30bis) in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 34quinquies
Het voorschrift om de stukken over de eerdere veroordelingen bij het vervolgingsdossier te voegen is een bewijsrechtelijke regel die thuishoort in het procesrecht en niet in het nieuwe wetboek terugkeert. Artikel 76 behoudt enkel de materiële gelijkstelling van veroordelingen uit een andere lidstaat van de Europese Unie.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 37decies
De bevoegdheid van de probatiecommissie om de invulling van de probatiestraf aan te passen of te beëindigen en het beroep tegen haar beslissingen zijn strafuitvoeringsregels die niet zijn overgenomen. Artikel 44 regelt enkel de probatiestraf zelf, haar duur en de vervangende straf.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 47
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 48
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 57
De bijzondere herhalingsregel na een veroordeling door een militaire rechtbank is achterhaald sinds de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd en keert niet terug. Artikel 76 regelt alleen de gevolgen van veroordelingen uit andere EU-lidstaten.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 72
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 73
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 74
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 75
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 76
Reeds opgeheven bepaling in het oude wetboek; er is geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 77
Artikel was reeds opgeheven in het oude recht; er is geen inhoud om te vergelijken met een nieuw artikel.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 87
Het genaderecht van de Koning volgt rechtstreeks uit de Grondwet en wordt in het nieuwe wetboek niet herhaald; het hoofdstuk over tenietgaan en verjaring bevat enkel de dood van de veroordeelde en de verjaring van de straf. Artikel 75 gaat over verjaring van burgerrechtelijke veroordelingen en over vergiffenis door het slachtoffer.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 88
Reeds opgeheven artikel, geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 89
Reeds opgeheven artikel, geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 90
Reeds opgeheven artikel, geen inhoud om te vergelijken.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 123septies
De procedure van herstel in de rechten hoort bij de naoorlogse vervallenverklaring van artikel 123sexies, die niet terugkeert. Het nieuwe wetboek kent enkel de door de rechter uitgesproken ontzetting, waarvan de strafuitvoeringsrechtbank de duur later kan beperken, schorsen of beëindigen.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 123octies
Het gaat om een bekendmakings- en inschrijvingsformaliteit bij de naoorlogse vervallenverklaring van rechten, een regeling die in het nieuwe wetboek volledig verdwijnt. Geen enkele kandidaat regelt de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad of de inschrijving in het bevolkingsregister van zulke vervallenverklaring.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 123decies
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van vennootschappen en vennoten voor de geldboeten, verbeurdverklaringen en kosten van hun organen of aangestelden keert niet terug. Artikel 66 kiest uitdrukkelijk voor de omgekeerde regel dat niemand burgerlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de vermogensstraf waartoe een ander wordt veroordeeld.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 135ter
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude Strafwetboek zelf; er is dus geen actuele tegenhanger nodig.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 149
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 150
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 158
De strafbaarstelling van magistraten en officieren die een minister of parlementslid vervolgen of aanhouden zonder de vereiste machtiging keert niet terug. Die bescherming volgt voortaan uitsluitend uit de Grondwet en het procesrecht.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 164
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 165
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 166
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 167
Dit artikel was reeds opgeheven vóór de invoering van het nieuwe wetboek en heeft dus geen tegenhanger nodig.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 171
Het bedrog bij de keuze van de monsters voor de wettelijke keuring van gouden en zilveren munten is een verouderde controlebepaling uit het muntwezen van 1867 die geen tegenhanger krijgt. Het nieuwe hoofdstuk beschermt enkel de munt zelf tegen namaking, vervalsing en het in omloop brengen.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 172
Ook het bedrog bij de keuze van de monsters van munten in ander metaal verdwijnt zonder vervanging. De muntkeuring wordt niet langer strafrechtelijk beschermd in het wetboek.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 178ter
Het gebruiken van een wettig geldteken als reclamedrager en het beschadigen, bekladden of onbruikbaar maken ervan is niet overgenomen; artikel 432 viseert enkel het illegaal in omloop brengen van een geldteken, zodat de oude gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden wegvalt.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 238
De bepaling hangt vast aan het bevoegdheidsconflict dat een administratieve overheid kon opwerpen, een procedureel instituut dat het nieuwe wetboek niet overneemt. De aanmatiging van macht door magistraten in artikel 629 betreft enkel de wederrechtelijke inmenging in de wetgevende of uitvoerende macht en dekt het vonnis ondanks een opgeworpen conflict niet.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 244
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 251
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 253
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 261
De verplichting om vóór de ambtsaanvaarding de wettelijk voorgeschreven eed af te leggen, op straffe van geldboete, is een zuiver formele ambtsvoorwaarde die het nieuwe wetboek niet overneemt. De kandidaten over meineed en valse eed betreffen de eed in rechte of bij verzegeling, niet de ambtseed.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 268
Het misdrijf van de bedienaar van een eredienst die in een openbare vergadering de regering, een wet of een handeling van het openbaar gezag rechtstreeks aanvalt, is afgeschaft. De kandidaten beschermen de vrije uitoefening van de eredienst of bestraffen smaad aan personen, niet de kritiek op het gezag vanaf de kansel.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 270
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 283
Het nieuwe artikel 666 vereist opzettelijke zegelverbreking, zodat de zegelverbreking wegens enkele nalatigheid van de bewaarder wegvalt. De hoedanigheid van bewaarder blijft in artikel 667 wel een verzwarende omstandigheid, maar enkel bij het opzettelijke misdrijf.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 285
Ook deze variant van de nalatige zegelverbreking, met een eigen straf van drie maanden tot een jaar, verdwijnt: het nieuwe wetboek kent enkel de opzettelijke zegelverbreking (niveau 2, niveau 3 voor de bewaarder). De ernst van de misdaad waarvan de betrokkene werd verdacht of veroordeeld, speelt geen rol meer.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 292
Geen van de kandidaten betreft het opzettelijk doen mislukken van leveringen of aannemingen voor leger of marine; dit specifieke leveranciersmisdrijf lijkt niet te zijn overgenomen in het nieuwe Strafwetboek.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 293
Geen kandidaat regelt het aanzetten of helpen door ambtenaren om de legerdienst te doen mislukken; dit specifieke leveranciersmisdrijf ontbreekt bij de kandidaten.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 294
Nalatig veroorzaakte staking van de dienst door leveranciers of ambtenaren wordt door geen van de kandidaten gedekt.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 296
Deze vervolgingsvoorwaarde, namelijk de voorafgaande aangifte door de bevoegde minister, is zuiver procedureel en hoort niet in het nieuwe wetboek thuis. Bovendien hebben de onderliggende artikelen 294 en 295 zelf geen tegenhanger.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 305
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 307
Het nieuwe artikel 538 bestraft enkel het houden van een pandhuis zonder voorafgaande toestemming met een straf van niveau 1. De verplichting voor de vergunde pandhuishouder om een sluitend register van leningen en panden bij te houden, is naar de bijzondere reglementering verhuisd.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 308
Het beroepsmatig voor anderen belenen tegen beloning en het kopen of overdragen van pandbewijzen van de berg van barmhartigheid is niet langer strafbaar. Het nieuwe hoofdstuk over loterijen en pandhuizen beperkt zich tot de illegale loterij en de illegale exploitatie van een pandhuis.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 310
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 317
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 318
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 319
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 320
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 321
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 338
Het oude artikel was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 342
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 343
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 344
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 345
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 346
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 347
Het oude artikel (uit het hoofdstuk over landlopers en bedelaars) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 353
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 354
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 355
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 356
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 357
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 358
Het oude artikel (uit het opgeheven hoofdstuk II van titel VII) was reeds zelf opgeheven en bevat geen strafbaarstelling meer om te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 359
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; de aangeboden kandidaten (verjaring van burgerlijke veroordelingen en omzetting van strafmaat) hebben geen inhoudelijke band met dit hoofdstuk over de burgerlijke staat van kinderen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 360
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 360bis
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 364
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; de kandidaten betreffen algemene straftoemetingsregels zonder verband met het verhinderen of vernietigen van bewijs van de burgerlijke staat van kinderen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 365
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 366
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 367
Artikel was reeds voor 2026 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enige inhoudelijke band met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 368
Artikel was reeds in 2001 opgeheven (hoofdstuk IV volledig opgeheven); geen van de kandidaten heeft enig verband met de inhoud van dit hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 369
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 369bis
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 370
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 371
Artikel was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met dit opgeheven hoofdstuk.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 372bis
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten (algemene straftoemeting) hebben geen band met het hoofdstuk over voyeurisme, verkrachting en seksuele beelden.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 380quater
Het oude artikel bevat geen strafbaarstelling meer, want het werd al opgeheven bij een eerdere hernummering. Er valt dus niets over te nemen in het nieuwe wetboek.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 380quinquies
Het oude artikel is louter een lege plaats die bij een hernummering is afgeschaft en bevat geen normatieve inhoud. Er valt dus niets over te nemen in het nieuwe wetboek.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 381bis
Het artikel bevat geen inhoud meer omdat het al in het oude wetboek bij hernummering werd opgeheven. Er valt dus niets te mappen.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 386bis
Lege bepaling die al in het oude wetboek bij hernummering werd opgeheven, zodat er geen strafbaarstelling is die naar het nieuwe wetboek kan worden overgezet.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 386ter
Ook deze bepaling is louter een lege plaats na hernummering in het oude wetboek en heeft geen inhoud die een tegenhanger kan hebben.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 390
Artikel (dubbel huwelijk/bigamie) was reeds in 2001 opgeheven; geen van de kandidaten heeft enig verband met deze strafbaarstelling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 391ter
Dit is een zuiver procedurele bepaling over de oproeping voor de vrederechter bij niet-betaling van onderhoudsgeld en geen strafbaarstelling; zulke regels horen thuis in het gerechtelijk recht, terwijl het nieuwe wetboek alleen de familieverlating zelf strafbaar stelt (artikel 676, niveau 1).geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 401bis
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten (verjaring en omzetting van strafmaat) hebben geen inhoudelijke band met deze afdeling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 413
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten hebben geen inhoudelijke band met deze afdeling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 415
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten hebben geen inhoudelijke band met deze afdeling.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 419bis
Artikel was reeds opgeheven; de kandidaten hebben geen inhoudelijke band met dit hoofdstuk over onopzettelijk doden en onopzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 420bis
Artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek en heeft dus geen inhoud om te mappen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 433quaterdecies
De beslagprocedure met verzegeling, overschrijving en terbeschikkingstelling aan het OCMW is een procedureel voorschrift dat thuishoort in het Wetboek van Strafvordering. Van de oude regeling keert in het nieuwe wetboek enkel de definitieve verbeurdverklaring van het pand terug, in artikel 292.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 433quinquiesdecies
Geen kandidaat regelt de opvang of de huisvesting van slachtoffers van huisjesmelkerij, noch het ten laste leggen van die kosten aan de beklaagde of aan de Staat bij vrijspraak. Het nieuwe wetboek beperkt zich tot de strafbaarstelling zelf in de artikelen 290 en 291 en laat de opvang aan andere regelgeving over.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 438
Artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 450
De klachtvereiste voor de vervolging wegens aanranding van de eer, met de regeling voor overleden slachtoffers, komt in de volledige inhoudsopgave nergens terug. Het gaat om een ontvankelijkheidsvoorwaarde van de strafvordering, die in het Wetboek van strafvordering thuishoort.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 451
Het verbod om als rechtvaardiging of verschoning aan te voeren dat het geschrift slechts een reproductie is van een in binnen- of buitenland verschenen uitgave, is in geen enkel artikel van het nieuwe wetboek overgenomen. De regel is zonder vervanging afgeschaft.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 459
De regel over bedienden van de berg van barmhartigheid (pandjeshuis) die namen van klanten bekendmaken, is een verouderde instelling zonder moderne tegenhanger onder de kandidaten.geen equivalent · 90% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 462
De strafuitsluiting voor diefstal tussen echtgenoten of naaste bloedverwanten (enkel burgerrechtelijke vergoeding) heeft geen tegenhanger onder de kandidaten, die uitsluitend geweldsmisdrijven binnen het gezin betreffen.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 480
Het nieuwe wetboek gebruikt de term aanhorigheden nog in de artikelen 348 en 519, maar omschrijft ze nergens; de wettelijke opsomming van binnenplaatsen, neerhoven, tuinen en besloten erven is dus niet overgenomen.geen equivalent · 75% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 481
Zeer specifieke en verouderde landbouwbepaling over verplaatsbare veeomheiningen als aanhorigheden; deze regeling is duidelijk achterhaald en niet overgenomen.geen equivalent · 85% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 482
De verwijzende definitie van wapens verdwijnt; het nieuwe wetboek spreekt in de strafbaarstellingen zelf van wapens of op wapens gelijkende voorwerpen, zoals in artikel 469, paragraaf 2, zonder dat begrip nog te definiëren.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 488
Het bedrieglijk namaken of vervalsen van sleutels, met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en van twee tot vijf jaar voor slotenmakers, is niet overgenomen; de valsheidsmisdrijven van het nieuwe wetboek betreffen munt, effecten, zegels en betaalinstrumenten, niet sleutels.geen equivalent · 80% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 509quater
Geen enkel artikel van het nieuwe wetboek treft de deskundige die een niet-toegelaten rechtstreekse betaling van een partij in het geding aanvaardt. De bepaling is afgeschaft en de regeling van het gerechtelijk deskundigenonderzoek in het Gerechtelijk Wetboek vangt dit op.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 524
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 542
De techniek van het verhogen van het strafminimum bij schending van afsluiting bestaat niet meer; het nieuwe wetboek werkt met verzwarende factoren die de rechter binnen hetzelfde strafniveau in overweging neemt en geen kandidaat bevat deze regel.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 544
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 551
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 552
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 553
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 554
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 555
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 556
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 557
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 558
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 560
Dit artikel was reeds opgeheven in het oude wetboek; er is geen inhoud om over te dragen.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 561
Het nieuwe wetboek kent geen overtredingen meer, zodat nachtgerucht of nachtrumoer als strafbaar feit verdwijnt en wordt opgevangen door gemeentelijke administratieve sancties; belaging (artikel 237) vereist het ernstig verstoren van de rust van een welbepaalde persoon en dekt dit niet.geen equivalent · 70% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 565
Dit artikel betrof een algemene herhalingsregel voor overtredingen (vierde klasse), een titel die reeds in 2005 werd opgeheven; geen van de kandidaten regelt herhaling bij overtredingen, ze behandelen volledig andere, inhoudelijke misdrijven.geen equivalent · 95% - geen nieuw artikel gevonden
oud art. 566
Dit artikel bevatte een technische regel over verminderde geldboetes bij verzachtende omstandigheden voor overtredingen, binnen een reeds in 2005 opgeheven titel; geen enkele kandidaat betreft deze strafmaatregel, ze gaan over andere, ongerelateerde misdrijven.geen equivalent · 95%
reeds opgeheven · 41
- al opgeheven vóór 2026
oud art. 61
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 281
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 281bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 281ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 336
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 337
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 350
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 351
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 371/1
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 371/2
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 371/3
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 372
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 373
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 374
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 375
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 376
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 377quater
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 378
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 378bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 379
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 380
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 380bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 380ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 381
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382ter
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382quater
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 382quinquies
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 383
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 383bis
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 383bis/1
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 384
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 385
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 386
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 387
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 388
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven - al opgeheven vóór 2026
oud art. 389
Al opgeheven vóór 2026.reeds opgeheven