Art. 535. Deelneming aan de organisatie van een illegale loterij niveau 1
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.
Deelneming aan de organisatie van een illegale loterij is het opzettelijk deelnemen aan de organisatie van een illegale loterij.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2° de werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur;
3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 106, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 302 waarschijnlijk · 75%De strafbaarstelling van aanleggers en beheerders keert terug als opzettelijke deelneming aan de organisatie van een illegale loterij (art. 535). Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en geldboete; art. 535 stelt een straf van niveau 1. De bijzondere verbeurdverklaring van de inzetten en de vervangende geldboete voor ingelegde onroerende goederen zijn niet overgenomen.
De aanleggers, ondernemers, beheerders, aangestelden of agenten van niet wettelijk toegelaten loterijen worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van vijftig euro tot drieduizend euro.
De roerende goederen in de loterij ingelegd en die welke voor de dienst van de loterij gebruikt worden of bestemd zijn, worden verbeurd verklaard.
Wanneer een onroerend goed in de loterij is ingelegd, wordt de verbeurdverklaring niet uitgesproken; zij wordt vervangen door geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.