Art. 38. Hoofdstraffen
De straf van niveau 8 bestaat uit een geldboete van meer dan 4.000.000 euro tot ten hoogste 5.760.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 7, 6, 5, 4 of 3.
De straf van niveau 7 bestaat uit een geldboete van meer dan 1.600.000 euro tot ten hoogste 4.000.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 6, 5, 4 of 3.
De straf van niveau 6 bestaat uit een geldboete van meer dan 1.200.000 euro tot ten hoogste 1.600.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 5, 4, 3 of 2.
De straf van niveau 5 bestaat uit een geldboete van meer dan 800.000 euro tot ten hoogste 1.200.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 4, 3 of 2.
De straf van niveau 4 bestaat uit een geldboete van meer dan 600.000 euro tot ten hoogste 800.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 3 of 2.
De straf van niveau 3 bestaat uit een geldboete van meer dan 360.000 euro tot ten hoogste 600.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 2 of 1.
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van meer dan 20.000 euro tot ten hoogste 360.000 euro;
2° de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, geraamd op een bedrag van meer dan 20.000 euro tot ten hoogste 360.000 euro;
3° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
4° de cumulatie van twee straffen van niveau 1;
5° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2° de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, geraamd op een bedrag van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4° het verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen voor een periode van een jaar tot ten hoogste tien jaar;
5° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
6° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
7° de sluiting van de inrichting;
8° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 41bis waarschijnlijk · 60%De omrekeningstabel die de geldboete voor rechtspersonen afleidde uit de vrijheidsstraf voor natuurlijke personen is vervangen door de eigen hoofdstraffen voor rechtspersonen in artikel 38, met bedragen die rechtstreeks uit het strafniveau volgen. Artikel 52 bevat de algemene regeling van de geldboete.
§ 1. De geldboeten toepasselijk op misdrijven gepleegd door rechtspersonen, zijn :
in criminele en correctionele zaken :
- wanneer de wet op het feit levenslange vrijheidsstraf stelt : geldboete van tweehonderdveertig duizend euro tot zevenhonderdtwintigduizend euro;
- wanneer de wet op het feit vrijheidsstraf en geldboete stelt, of een van de straffen alleen : geldboete van minimum vijfhonderd euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld; met als maximum tweeduizend euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de maximumvrijheidsstraf, doch niet lager dan het dubbele van de maximumgeldboete op het feit gesteld;
- wanneer de wet op het feit enkel geldboete stelt : geldboete met minimum en maximum als door de wet op het feit gesteld;
in politiezaken :
- geldboete van vijfentwintig euro tot tweehonderdvijftig euro.
§ 2. Voor het bepalen van de straf bedoeld in § 1 zijn de bepalingen van Boek I van toepassing.