Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 4. Op rechtspersonen toepasselijke straffen
Art. 39. Bijkomende straffen
In de door de wet bepaalde gevallen en zonder afbreuk te doen aan de in de bijzondere wetten bepaalde straffen, zijn de op de misdrijven toepasselijke bijkomende straffen:
1° de geldboete;
2° de verbeurdverklaring;
3° de verruimde verbeurdverklaring;
4° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
5° het verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen voor een periode van een jaar tot ten hoogste tien jaar;
6° de sluiting van de inrichting;
7° de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling.