Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 4. Op rechtspersonen toepasselijke straffen

Art. 39. Bijkomende straffen

In de door de wet bepaalde gevallen en zonder afbreuk te doen aan de in de bijzondere wetten bepaalde straffen, zijn de op de misdrijven toepasselijke bijkomende straffen:

1° de geldboete;

2° de verbeurdverklaring;

3° de verruimde verbeurdverklaring;

4° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;

5° het verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen voor een periode van een jaar tot ten hoogste tien jaar;

6° de sluiting van de inrichting;

7° de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling.

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-39

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 38Art. 40