Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 3. Op natuurlijke personen toepasselijke straffen
Art. 37. Bijkomende straffen
In de door de wet bepaalde gevallen en zonder afbreuk te doen aan de in de bijzondere wetten bepaalde straffen, zijn de op de misdrijven toepasselijke bijkomende straffen:
1° de verlengde opvolging;
2° de geldboete;
3° de verbeurdverklaring;
4° de verruimde verbeurdverklaring;
5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
6° de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten;
7° het beroepsverbod;
8° de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling;
9° de sluiting van de inrichting;
10° het verval van het recht tot sturen;
11° het verblijfs-, plaats- of contactverbod.