Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 3. Op natuurlijke personen toepasselijke straffen

Art. 37. Bijkomende straffen

In de door de wet bepaalde gevallen en zonder afbreuk te doen aan de in de bijzondere wetten bepaalde straffen, zijn de op de misdrijven toepasselijke bijkomende straffen:

1° de verlengde opvolging;

2° de geldboete;

3° de verbeurdverklaring;

4° de verruimde verbeurdverklaring;

5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;

6° de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten;

7° het beroepsverbod;

8° de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling;

9° de sluiting van de inrichting;

10° het verval van het recht tot sturen;

11° het verblijfs-, plaats- of contactverbod.

Aangehaald in
Art. 40
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-37

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 36Art. 38