Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 3. Op natuurlijke personen toepasselijke straffen

Art. 36. Hoofdstraffen

De straf van niveau 8 bestaat uit levenslange gevangenisstraf of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan achttien jaar tot ten hoogste twintig jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 7, 6, 5, 4 of 3.

De straf van niveau 7 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan twintig jaar tot ten hoogste dertig jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan zestien jaar tot ten hoogste achttien jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 6, 5, 4 of 3.

De straf van niveau 6 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan vijftien jaar tot ten hoogste twintig jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan elf jaar tot ten hoogste zestien jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 5, 4, 3 of 2.

De straf van niveau 5 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan tien jaar tot ten hoogste vijftien jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan zes jaar tot ten hoogste elf jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 4, 3 of 2.

De straf van niveau 4 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar tot ten hoogste tien jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan vier jaar tot ten hoogste zes jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 3 of 2.

De straf van niveau 3 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan twee jaar tot ten hoogste vier jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 2 of 1.

De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:

1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;

2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;

3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;

4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;

5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;

6° de veroordeling bij schuldigverklaring.

Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.

De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:

1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;

2° de werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur;

3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;

4° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;

5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;

6° de veroordeling bij schuldigverklaring.

Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 9 waarschijnlijk · 55%
De termijnen 5-10, 10-15, 15-20 en 20-30 jaar corresponderen ruwweg met de niveaus 4 tot 7 van artikel 36, maar de oude schaal van 30 tot 40 jaar heeft in de getoonde niveauregeling geen exacte tegenhanger (enkel levenslang bij niveau 8).

Tijdelijke opsluiting wordt uitgesproken voor een termijn van :

1° vijf tot tien jaar;

2° tien tot vijftien jaar;

3° vijftien tot twintig jaar;

4° twintig tot dertig jaar.

5° dertig tot veertig jaar.

Oud art. 11 waarschijnlijk · 50%
De termijnen voor tijdelijke hechtenis komen inhoudelijk overeen met de duur-ranges van de niveaus in artikel 36, maar hechtenis als aparte strafsoort bestaat niet meer en de hoogste schaal (30-40 jaar) is niet exact terug te vinden.

Tijdelijke hechtenis wordt uitgesproken voor een termijn van :

1° vijf tot tien jaar;

2° tien tot vijftien jaar;

3° vijftien tot twintig jaar;

4° twintig tot dertig jaar.

5° dertig tot veertig jaar.

Oud art. 80 waarschijnlijk · 50%
De gedetailleerde omzettingstabel voor opsluiting bij verzachtende omstandigheden is niet letterlijk overgenomen, maar de functie ervan is opgegaan in het niveausysteem van art. 36, dat per strafniveau bepaalt naar welke lagere niveaus wordt omgezet.

Levenslange opsluiting wordt vervangen door tijdelijke opsluiting of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste veertig jaar.

Opsluiting van dertig jaar tot veertig jaar door opsluiting van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtendertig jaar.

Opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar door opsluiting van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste drie jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar.

Opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar door opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, respectievelijk gedurende vijf jaar tot tien jaar of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste vijftien jaar.

Opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar of door gevangenisstraf van ten minste zes maanden en van ten hoogste tien jaar.

Opsluiting van vijf jaar tot tien jaar door gevangenisstraf van ten minste één maand en van ten hoogste vijf jaar.

Oud art. 81 waarschijnlijk · 50%
De oude omzettingstabel van hechtenis bij verzachtende omstandigheden voor misdaden tegen de staatsveiligheid is vervangen door de algemene niveauverlaging bij verzachtende omstandigheden in art. 36.

Levenslange hechtenis, gesteld op misdaden tegen de uitwendige veiligheid van de Staat, wordt vervangen door tijdelijke hechtenis of door een gevangenisstraf van ten minste een jaar en van ten hoogste veertig jaar.

Hechtenis van dertig jaar tot veertig jaar door hechtenis van achtendertig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtendertig jaar.

Hechtenis van twintig jaar tot dertig jaar door hechtenis van achtentwintig jaar of voor een kortere termijn, of door gevangenisstraf van ten minste één jaar en van ten hoogste achtentwintig jaar.

Hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar door hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar of van vijf jaar tot tien jaar of door een gevangenisstraf van ten minste een jaar en van ten hoogste vijftien jaar.

Hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar door hechtenis van vijf jaar tot tien jaar of door een gevangenisstraf van ten minste zes maanden Hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar door hechtenis van vijf jaar tot tien jaar of door een gevangenisstraf van ten minste zes maanden. Hechtenis van vijf jaar tot tien jaar door gevangenisstraf van ten minste een maand. Hechtenis van vijf jaar tot tien jaar door gevangenisstraf van ten minste een maand en van ten hoogste vijf jaar.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 50, Art. 78
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-36

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 35Art. 37