Art. 50. Verblijfs-, plaats- of contactverbod
De rechter kan de veroordeelde, voor een termijn van een jaar tot ten hoogste twintig jaar, de ontzetting opleggen van het recht te wonen, te verblijven of zich op te houden in het door de rechter bepaalde gebied of contact te hebben met de personen die hij individueel aanwijst.
De oplegging van deze straf moet met bijzondere redenen worden omkleed en rekening houden met de ernst van de feiten, met de reclasseringsmogelijkheden voor de veroordeelde of het risico op recidive.
Het verblijfs-, plaats- of contactverbod gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf of de behandeling onder vrijheidsberoving wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke invrijheidsstelling, voorlopige invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en de invrijheidsstelling onder toezicht.
Indien daartoe grond bestaat, kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling waarbij een verblijfs-, plaats- of contactverbod is opgelegd, te wijzigen door de duur of de omvang van het verbod te beperken, de nadere regels of de voorwaarden ervan aan te passen, het op te schorten of het te beëindigen.
In afwijking van het vierde lid en tot een datum te bepalen door de Koning, en uiterlijk tot 30 juni 2029, beslist de strafuitvoeringsrechter of, in voorkomend geval de strafuitvoeringsbank over de wijziging van deze straf overeenkomstig de artikelen 26/2, 28, 29/1, 47, 48, 49/1 en 95/1 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, ingeval deze straf is opgelegd samen met een vrijheidsbenemende straf en, ingeval deze straf is opgelegd samen met een andere vrijheidsbeperkende straf, met een vermogensstraf of indien ze overeenkomstig artikel 36, tiende lid, van het Strafwetboek is opgelegd in plaats van de hoofdstraf, beslist de strafuitvoeringsrechter overeenkomstig artikel 19 van de wet houdende een tijdelijk kader inzake de uitvoering van de straffen.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
(2) <W 2026-03-30/02, art. 102, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 417/58 waarschijnlijk · 75%De bijzondere regeling voor dit hoofdstuk is opgegaan in de algemene straf van artikel 50, met dezelfde termijn van een jaar tot twintig jaar. Nieuw is dat de rechter ook het recidiverisico in de motivering mag betrekken en dat de verlenging van de termijn preciezer is omschreven.
Verblijfs-, plaats- of contactverbod
Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen de veroordeelde, voor een termijn van een jaar tot ten hoogste twintig jaar, de ontzetting opleggen van het recht te wonen, te verblijven of zich op te houden in het door de rechter bepaalde gebied of contact te hebben met de personen die hij individueel aanwijst.
De oplegging van deze straf moet met bijzondere redenen worden omkleed en rekening houden met de ernst van de feiten en met de reclasseringsmogelijkheden voor de veroordeelde.
Het verblijfs-, plaats- of contactverbod gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de duur van de periode waarin de vrijheidsstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode van vervroegde invrijheidstelling.
Indien daartoe grond bestaat, kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling waarbij een verblijfs-, plaats- of contactverbod is opgelegd, te wijzigen teneinde de duur of de omvang van het verbod te beperken, de nadere regels of de voorwaarden ervan aan te passen, het op te schorten of het te beëindigen.