Art. 49. Verval van het recht tot sturen
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.
Opmerking bij dit artikel: Het zesde lid van dit artikel treedt niet in werking op 1 september 2026 maar op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 30 juni 2029. Bron: art. 38 van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I, zoals gewijzigd bij de wet van 30 maart 2026.
De rechter kan de dader veroordelen tot een verval van het recht tot sturen indien een motorrijtuig gediend heeft of bestemd was tot het plegen van het misdrijf of tot het verzekeren van de vlucht.
Het verval van het recht tot sturen bedraagt minstens zes maanden en ten hoogste vijf jaar.
De rechter kan het verval beperken tot de uitvoering buiten de beroepsactiviteit.
Het verval gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf of de behandeling onder vrijheidsberoving wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke invrijheidsstelling, voorlopige invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en de invrijheidsstelling onder toezicht.
Artikel 40, tweede lid tot vierde lid, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer is van toepassing.
Indien daartoe grond bestaat, kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling tot verval van het recht tot sturen te wijzigen door de duur van het verval te verminderen, het verval op te schorten of te beëindigen.
De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld met betrekking tot de uitvoering van de vervallenverklaringen van het recht tot sturen.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 13, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.