Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 2. Verschoningsgronden
Art. 35. Minderjarigheid
Indien de dader minderjarig is op het ogenblik van het aannemen van de strafbare gedraging, wordt de door de wet voorziene straf vervangen door een straf van het onmiddellijk lagere niveau. Indien het gaat om een misdrijf waarop in de wet een straf van niveau 1 is gesteld, spreekt de rechter deze straf uit of, wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf, kan hij deze bijkomende straf opleggen in plaats van deze hoofdstraf indien hij dit een gepaste straf acht.