Art. 383. Voorbereiden van het plegen van een terroristisch misdrijf niveau 7
§ 1. Voorbereiden van het plegen van een terroristisch misdrijf is het opzettelijk voorbereiden van het plegen van een misdrijf bedoeld in artikel 371, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6°, en van de misdrijven bestraft met een straf van niveau 2.
Dit misdrijf wordt bestraft:
- met een straf van niveau 3 indien het voorbereide misdrijf bestraft wordt met een straf van niveau 3 of van niveau 4;
- met een straf van niveau 4 indien het voorbereide misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5 of van niveau 6;
- met een straf van niveau 5 indien het voorbereide misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 7 of van niveau 8.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "voorbereiden" onder meer verstaan:
1° het verzamelen van inlichtingen over locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen waardoor het mogelijk is een actie te plegen op die locaties of gedurende deze gebeurtenissen of evenementen of schade toe te brengen aan die personen, en het observeren van die locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen;
2° het voorhanden hebben, zoeken, aanschaffen, vervoeren of vervaardigen van voorwerpen of stoffen die van aard zijn dat zij een gevaar kunnen uitmaken voor een ander of aanzienlijke economische schade kunnen aanrichten;
3° het voorhanden hebben, zoeken, aanschaffen, vervoeren of vervaardigen van financiële of materiële middelen, valse of illegaal verkregen documenten, informaticadragers, communicatiemiddelen, transportmiddelen;
4° het voorhanden hebben, zoeken of aanschaffen van ruimten die een schuilplaats, vergaderplaats, ontmoetingsplaats of onderdak kunnen bieden;
5° het voorafgaandelijk opeisen van het plegen van een terroristisch misdrijf, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6°, om het even in welke vorm en via welk middel deze opeising plaatsvindt.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 140septies zeker · 95%De strafbaarstelling van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf, met dezelfde voorbeelden van voorbereidingshandelingen, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 383; de straf wordt gekoppeld aan niveaus in plaats van aan vaste strafmaten.
§ 1. Iedere persoon die het plegen van een terroristisch misdrijf bedoeld in artikel 137, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 137, § 3, 6°, voorbereidt, wordt gestraft met :
- gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar;
- gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
- gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
- opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, indien het voorbereide misdrijf wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar of de levenslange opsluiting.
De bijkomende straffen die gesteld zijn op het voorbereiden zijn dezelfde als die welke gesteld zijn op het voorbereide misdrijf.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder "voorbereiden" onder meer verstaan :
1° het verzamelen van inlichtingen over locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen waardoor het mogelijk is een actie te plegen op die locaties of gedurende deze gebeurtenissen of evenementen of schade toe te brengen aan die personen, en het observeren van die locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen;
2° het voorhanden hebben, het zoeken, het aanschaffen, het vervoeren of het vervaardigen van voorwerpen of stoffen die van aard zijn dat zij een gevaar kunnen uitmaken voor een ander of aanzienlijke economische schade kunnen aanrichten;
3° het voorhanden hebben, het zoeken, het aanschaffen, het vervoeren of het vervaardigen van financiële of materiële middelen, valse of illegaal verkregen documenten, informaticadragers, communicatiemiddelen, transportmiddelen;
4° het voorhanden hebben, het zoeken, het aanschaffen van ruimten die een schuilplaats, vergaderplaats, ontmoetingsplaats of onderdak kunnen bieden;
5° het voorafgaandelijk opeisen van het plegen van een terroristisch misdrijf, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 137, § 3, 6°, om het even in welke vorm en via welk middel deze opeising plaatsvindt.