Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 8. Vermogensstraffen

Art. 54. Verruimde verbeurdverklaring

§ 1. De vermogensvoordelen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit de belegde voordelen die worden gevonden in het vermogen of in het bezit van een persoon, ook indien zij gelokaliseerd zijn buiten het Belgische grondgebied, kunnen op schriftelijke vordering van het openbaar ministerie verbeurdverklaard worden, of die persoon kan worden veroordeeld tot de betaling van een bedrag dat door de rechter wordt geraamd als zijnde overeenstemmend met de waarde van deze zaken indien de betrokkene schuldig werd bevonden:

1° ofwel aan een of meer misdrijven bedoeld:

a) in de artikelen 151 tot 168, 170 tot 174;

b) in de artikelen 258 tot 261, 290 en 291;

c) in de artikelen 342 tot 346;

d) in artikel 371, voor zover die misdrijven bestraft worden met een van de straffen van niveau 3 tot 8, en van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in de artikelen 373 tot 375, voor zover dit misdrijf van dien aard is dat het financieel gewin kan opleveren, in de artikelen 376 tot 382, voor zover deze misdrijven van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in artikel 383, voor zover dit misdrijf wordt bestraft met een van de straffen bedoeld in artikel 383, § 1, tweede en derde streepje, en van dien aard is dat het financieel gewin kan opleveren, en in de artikelen 384 tot 386, voor zover deze misdrijven van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren;

e) in de artikelen 407 tot 409;

f) in de artikelen 427, 439 en 441;

g) in artikel 487;

h) in de artikelen 501 en 502, met uitzondering van de zaken die gedekt zijn door artikel 53, § 2, eerste lid, 1° ;

i) in de artikelen 488, 524 tot 528 en 531 tot 533;

j) in artikel 638;

k) in artikel 2bis, § 1, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, voor zover de feiten betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, de verkoop of het te koop stellen van de in dat artikel bedoelde middelen en stoffen, of in artikel 2bis, § 4, b), of in § 5;

l) in artikel 2quater, eerste lid, 4°, van dezelfde wet;

2° ofwel aan strafbare feiten waarvan de ernst en de finaliteit de rechtbank toelaat te besluiten dat deze feiten werden gepleegd in het kader van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd.

§ 2. De verruimde verbeurdverklaring kan worden uitgesproken tegen de daders en deelnemers die werden veroordeeld wegens één of meerdere van de in dit artikel opgesomde misdrijven en onder de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden, wanneer de veroordeelde over een relevante periode verdere vermogensvoordelen heeft ontvangen terwijl er ernstige en concrete elementen zijn dat deze voordelen voortspruiten uit het misdrijf waarvoor hij werd veroordeeld of uit misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel voor zover zij voorkomen in dezelfde rubriek, bepaald in paragraaf 1, als het misdrijf waarvoor de betrokkene is veroordeeld en de veroordeelde het tegendeel niet geloofwaardig maakt.

§ 3. Als relevante periode wordt aanzien de periode van vijf jaar die aanvangt bij het plegen van het eerste misdrijf dat is bewezen in hoofde van de veroordeelde, en die eindigt op de datum van de uitspraak van het vonnis.

De ernstige en concrete elementen kunnen worden geput uit alle geloofwaardige elementen die op tegensprekelijke wijze aan de rechtbank zijn overgelegd.

Het openbaar ministerie levert het bewijs van het bestaan van een verrijking die niet gerechtvaardigd is door een geoorloofde oorzaak over de relevante periode.

Onder verrijking verstaat men de al dan niet tijdelijke vermeerdering van de middelen en de vermindering van de uitgaven die de veroordeelde heeft genoten en die niet gerechtvaardigd zijn door een geoorloofde oorzaak. De beklaagde of de beschuldigde kan de geoorloofde herkomst van die verrijking aannemelijk maken.

§ 4. De rechter vermindert, indien nodig, het bedrag van de vermogensvoordelen of de geldwaarde ervan teneinde de veroordeelde niet te onderwerpen aan een onredelijk zware straf.

§ 5. Iedere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, kan dit recht laten gelden binnen een termijn en volgens de nadere regels bepaald door de Koning. In dit verband kan hij de rechtmatige herkomst van de zaak aannemelijk maken.

§ 6. Behoudens toepassing van artikel 67, worden de verbeurdverklaarde zaken aan de Schatkist toegekend.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

(2) <W 2026-03-16/13, art. 26, 006; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 43quater zeker · 90%
Artikel 54 herneemt de verruimde verbeurdverklaring met dezelfde techniek van een limitatieve lijst van misdrijven, aangepast aan de nieuwe nummering. Nieuw is dat de vordering schriftelijk uitgaat van het openbaar ministerie en dat ook vermogensvoordelen buiten het Belgische grondgebied uitdrukkelijk worden geviseerd.

§ 1. Onverminderd artikel 43bis, derde en vierde lid, kunnen op vordering van de procureur des Konings de in paragraaf 2 bedoelde vermogensvoordelen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, en de inkomsten uit de belegde voordelen, die worden gevonden in het vermogen of in het bezit van een persoon worden verbeurdverklaard, of kan die persoon worden veroordeeld tot de betaling van een bedrag dat door de rechter wordt geraamd als zijnde overeenstemmend met de waarde van deze zaken indien de betrokkene schuldig werd bevonden :

1° ofwel aan een of meer misdrijven bedoeld :

a) in de artikelen 136sexies en 136septies, 1° ;

b) in artikel 137, voor zover deze misdrijven worden bestraft met een van de straffen bedoeld in artikel 138, § 1, 4° tot 10°, en van dien aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in artikel 140, voor zover deze misdaad of dit wanbedrijf van dien aard is dat het financieel gewin kan opleveren, in de artikelen 140bis tot 140sexies, voor zover deze misdrijven van die aard zijn dat zij financieel gewin kunnen opleveren, in artikel 140septies, voor zover dit misdrijf wordt bestraft met een van de straffen bedoeld in artikel 140septies, § 1, derde en vierde streepje, en van die aard is dat het financieel gewin kan opleveren, en in artikel 141;

c) in de artikelen 162, 163, 173, 180 en 186;

d) in de artikelen 246 tot 250;

e) in de artikelen 417/25 tot 417/36, 417/38, 433quater/1 en 433quater/4;

f) in de artikelen 433quinquies tot 433octies, 433undecies en 433duodecies;

g) in de artikelen 504bis en 504ter;

h) in artikel 505, met uitzondering van de zaken die gedekt zijn door artikel 42, 1° ;

i) in artikel 2bis, § 1, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, voor zover de feiten betrekking hebben op de invoer, de uitvoer, de vervaardiging, de verkoop of het te koop stellen van de in dat artikel bedoelde middelen en stoffen, of in artikel 2bis, § 3, b), of § 4, b);

j) in artikel 2quater, 4°, van dezelfde wet;

k) in de artikelen 77bis tot 77quinquies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

l) in artikel 10, § 1, 2°, van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productie-stimulerende werking;

2° ofwel aan de misdrijven bedoeld in artikel 324ter;

3° ofwel aan een of meer van de hieronder bedoelde misdrijven wanneer die zijn gepleegd in het kader van een criminele organisatie zoals gedefinieerd in artikel 324bis :

a) in de artikelen 468, 469, 470, 471 of 472;

b) in artikel 475;

c) in artikel 477 tot 477sexies of artikel 488bis;

d) in artikel 8 van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie;

e) in de artikelen 1 en 8 van het koninklijk besluit van 12 april 1974 betreffende sommige verrichtingen in verband met stoffen met hormonale, anti-hormonale, anabole, beta-adrenergische, anti-infectieuze, anti-parasitaire, en anti-inflammatoire werking, voor de misdrijven waarop overeenkomstig de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, straffen worden gesteld;

4° ofwel aan meerdere strafbare feiten die gezamenlijk worden vervolgd, en waarvan de ernst, de finaliteit en de onderlinge afstemming, de rechtbank toelaat zeker en noodzakelijk te besluiten dat deze feiten werden gepleegd in het kader van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd.

§ 2. De verbeurdverklaring zoals bedoeld in § 1 kan worden uitgesproken tegen de daders, mededaders en medeplichtigen die werden veroordeeld wegens één of meerdere van de in dit artikel opgesomde misdrijven en onder de in § 1 bepaalde voorwaarden, wanneer de veroordeelde over een relevante periode verdere vermogensvoordelen heeft ontvangen terwijl er ernstige en concrete aanwijzingen zijn dat deze voordelen voortspruiten, uit het misdrijf waarvoor hij werd veroordeeld, of uit misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel voor zover zij voorkomen in dezelfde rubriek, bepaald in paragraaf 1, als het misdrijf waarvoor de betrokkene is veroordeeld en de veroordeelde het tegendeel niet geloofwaardig maakt.

Dit tegendeel kan tevens geloofwaardig gemaakt worden door elke derde die beweert recht te hebben op deze voordelen.

§ 3. Als relevante periode in de zin van dit artikel wordt aanzien de periode van vijf jaar voorafgaand aan de inverdenkingstelling van de persoon tot de datum van de uitspraak.

De ernstige en concrete aanwijzingen bedoeld in § 2 kunnen worden geput uit alle geloofwaardige elementen die op regelmatige wijze aan de rechtbank worden overlegd, en die wijzen op een onevenwicht van enig belang tussen enerzijds de tijdelijke of blijvende aangroei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde in de relevante periode die door het openbaar ministerie wordt aangetoond, en anderzijds de tijdelijke of blijvende aangroei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde in deze periode, waarvan hij kan geloofwaardig maken dat ze niet voortspruiten uit de feiten waarvoor hij werd veroordeeld of uit misdrijven die, rechtstreeks of onrechtstreeks, aanleiding kunnen geven tot een economisch voordeel voor zover zij voorkomen in dezelfde rubriek, bepaald in § 1, als het misdrijf waarvoor de betrokkene is veroordeeld.

...

Wanneer de rechtbank de bijzondere verbeurdverklaring in de zin van dit artikel oplegt, kan zijn beslissen geen rekening te houden met een door haar te bepalen deel van de relevante periode of met door haar te bepalen inkomsten, goederen en waarden, indien zij zulks gepast acht om de veroordeelde niet te onderwerpen aan een onredelijk zware straf.

§ 4. Het vermogen dat ter beschikking staat van een criminele organisatie moet verbeurd verklaard worden, onder voorbehoud van de rechten van derden te goeder trouw.

Oud art. 43ter waarschijnlijk · 55%
De regel dat ook zaken buiten het Belgische grondgebied verbeurd kunnen worden verklaard staat nu uitdrukkelijk in het artikel over de verruimde verbeurdverklaring; voor de gewone verbeurdverklaring van artikel 53 blijkt uit de beschikbare tekst niet dat dezelfde regel werd overgenomen.

De bijzondere verbeurdverklaring die van toepassing is op de zaken bedoeld (in de artikelen 42, 43bis en 43quater), kan eveneens worden uitgesproken wanneer die zaken zich buiten het grondgebied van de Belgische Staat bevinden.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Verwijst naar
Art. 151 (boek II), Art. 168 (boek II), Art. 170 (boek II), Art. 174 (boek II), Art. 258 (boek II), Art. 261 (boek II), Art. 290 (boek II), Art. 291 (boek II), Art. 342 (boek II), Art. 346 (boek II), Art. 371 (boek II), Art. 373 (boek II), Art. 375 (boek II), Art. 376 (boek II), Art. 382 (boek II), Art. 383 (boek II), Art. 384 (boek II), Art. 386 (boek II), Art. 407 (boek II), Art. 409 (boek II), Art. 427 (boek II), Art. 439 (boek II), Art. 441 (boek II), Art. 487 (boek II), Art. 501 (boek II), Art. 502 (boek II), Art. 53, Art. 488 (boek II), Art. 524 (boek II), Art. 528 (boek II), Art. 531 (boek II), Art. 533 (boek II), Art. 638 (boek II), Art. 67
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-54

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 53Art. 55