Art. 386. Verzwaard ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met terroristisch oogmerk of aan een terroristische persoon niveau 5
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.
Het ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met terroristisch oogmerk of aan een terroristisch persoon wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of lager, of niveau 5 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 5 of meer, indien het verstrekken of het inzamelen van de gegevens of materiële middelen plaatsvindt met het oogmerk dat ze geheel of gedeeltelijk gebruikt zouden worden door een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 371.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 4 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar tot ten hoogste tien jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan vier jaar tot ten hoogste zes jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 3 of 2.
De straf van niveau 5 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan tien jaar tot ten hoogste vijftien jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan zes jaar tot ten hoogste elf jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 4, 3 of 2.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 141 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 74, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 141 zeker · 90%De financiering van terrorisme is gesplitst in het ter beschikking stellen van middelen met terroristisch oogmerk (artikel 384), het ter beschikking stellen aan een terroristische persoon (artikel 385) en de vorm waarbij de middelen bestemd zijn voor een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand (artikel 386). Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar en van tien tot vijftien jaar bij bestemming voor een minderjarige; de nieuwe artikelen stellen niveau 3 of 4 (artikel 384), niveau 4 of 5 (artikel 385) en niveau 4 of 5 (artikel 386), naargelang het strafniveau van het gelinkte misdrijf. De persoon in een kwetsbare toestand is een toevoeging.
Wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro, iedere persoon die, op enigerlei wijze, direct of indirect, materiële middelen verstrekt of inzamelt, daaronder begrepen financiële hulp, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt,
1° om een misdrijf als bedoeld in de artikelen 137 en 140 tot 140septies te plegen of eraan bij te dragen;
of
2° door een andere persoon wanneer de persoon die de materiële middelen verstrekt of inzamelt weet dat die andere persoon een misdrijf als bedoeld in artikel 137 pleegt of zal plegen.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien het verstrekken of het inzamelen van de materiële middelen plaatsvindt met het oogmerk dat ze geheel of gedeeltelijk gebruikt zouden worden door een minderjarige met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 137.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.