Art. 386/1. De vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit
Bij een veroordeling, als dader of deelnemer, tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel, voor een misdrijf als bedoeld in dit hoofdstuk, spreekt de rechter zich ambtshalve uit over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit van de belanghebbende, met inachtneming van de voorwaarden die vermeld zijn in artikel 23/2 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
De rechter kan, bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, beslissen de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit niet uit te spreken indien de gevolgen daarvan kennelijk onredelijk en onevenredig zouden zijn.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <Ingevoegd bij W 2026-03-16/08, art. 75, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 141quater zeker · 90%De bepaling is een vrijwel letterlijke overname van oud artikel 141quater over de ambtshalve uitspraak over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit na een veroordeling van ten minste vijf jaar zonder uitstel voor een terroristisch misdrijf. Enkel de terminologie is aangepast, met deelnemer in plaats van mededader of medeplichtige en met een verwijzing naar het hoofdstuk in plaats van de titel.
quater. Bij een veroordeling, als dader, mededader of medeplichtige, tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel, voor een misdrijf als bedoeld in deze titel, spreekt de rechter zich ambtshalve uit over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit van de belanghebbende, met inachtneming van de voorwaarden die vermeld zijn in artikel 23/2 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
De rechter kan, bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, beslissen de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit niet uit te spreken indien de gevolgen daarvan kennelijk onredelijk en onevenredig zouden zijn.