Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 4. Misdrijven tegen de openbare veiligheidHoofdstuk 1. Terrorisme

Art. 371. Terroristisch misdrijf niveau 8

§ 1. Een terroristisch misdrijf is het plegen van een misdrijf bedoeld in de paragrafen 2 en 3 dat door zijn aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

§ 2. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in paragraaf 1, aangemerkt:

1° het opzettelijk doden bedoeld in titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 1;

2° de foltering bedoeld in titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1 en de onmenselijke behandeling bedoeld in titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 2;

3° de gewelddaden bedoeld in titel 3, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1 en de vrouwelijke genitale verminking bedoeld in titel 3, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2;

4° de misdrijven die een aanslag zijn op de individuele vrijheid bedoeld in titel 3, hoofdstuk 5;

5° de grootschalige vernieling of beschadiging bedoeld in de artikelen 514, 516, 517, 518, 526, 3°, 532 en 533, in artikel 2.4.5.6 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, en in artikel 114, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;

6° de informaticasabotage bedoeld in de artikelen 531 en 532;

7° het kapen van vliegtuigen bedoeld in artikel 30, § 1, 2°, van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart;

8° de misdrijven van piraterij en daarmee gelijkgestelde misdrijven bedoeld in artikel 4.5.2.2 en 4.5.2.3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek;

9° de misdrijven bedoeld in het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2000, en die strafbaar zijn gesteld door de artikelen 5 tot 7 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen;

10° de misdrijven bedoeld in de artikelen 505, 506, 507, 508, 509, 510, 511, 513, tweede lid, alsook in artikel 2.4.5.5 van het Belgisch Scheepvaartwetboek in de omstandigheden bedoeld in artikel 4.1.2.17, § 2, van het Belgisch Scheepvaartwetboek, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;

11° de misdrijven bedoeld in de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;

12° de misdrijven bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 10 juli 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, opgemaakt te Londen, Moskou en Washington op 10 april 1972;

13° de poging, in de zin van artikel 9, § 1, tot het plegen van een van de misdrijven bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 12°.

Behalve indien het misdrijf strafbaar is met een straf van niveau 8, worden de straffen voorzien voor de misdrijven opgesomd in het voorgaande lid, vervangen door een straf van het onmiddellijk hoger niveau .

§ 3. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 eveneens aangemerkt:

1° andere dan in paragraaf 2 bedoelde grootschalige vernieling of beschadiging, of het veroorzaken van een overstroming van een infrastructurele voorziening, een vervoerssysteem, een publiek of privaat eigendom, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;

2° het kapen van andere transportmiddelen dan die bedoeld in de bepalingen onder 7° en 8° van paragraaf 2;

3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van kernwapens, radiologische wapens of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, biologische, radiologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek in en het ontwikkelen van radiologische of chemische wapens;

4° het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;

5° het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, elektriciteit of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;

6° de bedreiging met het plegen van één van de strafbare feiten bedoeld in paragraaf 2 of in deze paragraaf.

De misdrijven bedoeld in het eerste lid worden als volgt bestraft:

a) het misdrijf bedoeld in de bepaling onder 6° wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer de dreiging betrekking heeft op een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 2 of 3; het wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer de dreiging betrekking heeft op een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of meer;

b) de misdrijven bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2° en 5° worden bestraft met een straf van niveau 5;

c) de misdrijven bedoeld in 3° en 4° worden bestraft met een straf van niveau 8.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 137 zeker · 90%
De algemene definitie van het terroristisch misdrijf (oogmerk van vrees, dwang of ontwrichting) en de gekoppelde lijst van onderliggende misdrijven zijn overgenomen in artikel 371, met verwijzing naar de nieuwe artikelnummering.

§ 1. Als terroristisch misdrijf wordt aangemerkt het misdrijf bepaald in de §§ 2 en 3 dat door zijn aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

§ 2. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in § 1, aangemerkt :

1° het opzettelijk doden of opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen bedoeld in de artikelen 393 tot 404, 405bis, 405ter voor zover er naar de bovengenoemde artikelen wordt verwezen, 409, § 1, eerste lid, en §§ 2 tot 5, 410 voorzover er naar de bovengenoemde artikelen wordt verwezen, 417/2 en 417/3;

2° de gijzelneming bedoeld in artikel 347bis;

3° de ontvoering bedoeld in de artikelen 428 tot 430 en 434 tot 437;

4° de grootschalige vernieling of beschadiging bedoeld in de artikelen 521, eerste en derde lid, 522, 523, 525, 526, 550bis, § 3, 3°, in artikel 2.4.5.6 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, en in artikel 114, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;

4°/1 de onrechtmatige verstoring van een informaticasysteem en de onrechtmatige verstoring van de gegevens in een informaticasysteem, zoals bepaald in artikel 550ter, §§ 1 tot 3;

5° het kapen van vliegtuigen bedoeld in artikel 30, § 1, 2°, van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart;

6° de misdrijven van piraterij en daarmee gelijkgestelde daden bedoeld in artikel 4.5.2.2 en 4.5.2.3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek;

7° de strafbare feiten bedoeld in het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2000, en die strafbaar zijn gesteld door de artikelen 5 tot 7 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen;

8° de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 510 tot 513, 516 tot 518, 520, 547 tot 549, en in artikel 2.4.5.5 van het Belgisch Scheepvaartwetboek in de omstandigheden bedoeld in artikel 4.1.2.17, § 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;

9° de strafbare feiten bedoeld in de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;

10° de strafbare feiten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 10 juli 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, opgemaakt te Londen, Moskou en Washington op 10 april 1972;

11° de poging, in de zin van de artikelen 51 tot 53, tot het plegen van de in deze paragraaf bedoelde wanbedrijven.

§ 3. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in § 1 eveneens aangemerkt :

1° andere dan in § 2 bedoelde grootschalige vernieling of beschadiging, of het veroorzaken van een overstroming van een infrastructurele voorziening, een vervoerssysteem, een publiek of privaat eigendom, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;

2° het kapen van andere transportmiddelen dan bedoeld in het 5° en 6° van § 2;

3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van kernwapens of radiologische of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, biologische, radiologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek in en het ontwikkelen van radiologische of chemische wapens;

4° het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;

5° het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, elektriciteit of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;

6° de bedreiging met het plegen van één van de strafbare feiten bedoeld in § 2 of in deze paragraaf.

Oud art. 138 waarschijnlijk · 50%
De omzettingstabel die commune straffen trapsgewijs verzwaarde wanneer het feit terroristisch was, verdwijnt: artikel 371 merkt de opgesomde feiten aan als terroristisch misdrijf en koppelt er rechtstreeks eigen strafniveaus aan, tot niveau 8 voor de zwaarste gevallen.

§ 1. De straffen voor de misdrijven opgesomd in artikel 137, § 2, worden als volgt vervangen, indien die misdrijven worden aangemerkt als terroristische misdrijven :

1° geldboete, door gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar;

2° gevangenisstraf van niet meer dan zes maanden, door gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar;

3° gevangenisstraf van niet meer dan een jaar, door gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar;

4° gevangenisstraf van niet meer dan drie jaar, door gevangenisstraf van niet meer dan vijf jaar;

5° gevangenisstraf van niet meer dan vijf jaar, door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;

6° opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, door opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;

7° opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;

8° opsluiting van tien jaar tot twintig jaar door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;

9° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar, door opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar;

10° opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar, door levenslange opsluiting.

In de in artikel 137, § 2, 11°, bedoelde gevallen wordt het maximum van de op het voltooide misdrijf gestelde straf met een jaar verminderd.

§ 2. De terroristische misdrijven bedoeld in artikel 137, § 3, worden gestraft met :

1° in het geval bedoeld in het 6°, gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar indien de bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met een correctionele straf en opsluiting van vijf tot tien jaar indien de bedreiging een misdrijf betreft strafbaar met een criminele straf;

2° opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar in de gevallen bedoeld in het 1°, 2° en 5°;

3° levenslange opsluiting in de gevallen bedoeld in het 3° en 4°.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
3, 4, 5, 8 · levenslange gevangenisstraf alle misdrijven van dit niveau
Verwijst naar
Art. 514, Art. 516, Art. 517, Art. 518, Art. 526, Art. 3 (boek I), Art. 2 (boek I), Art. 531, Art. 532, Art. 4 (boek I), Art. 505, Art. 506, Art. 507, Art. 508, Art. 509, Art. 510, Art. 511, Art. 513, Art. 9 (boek I)
Aangehaald in
Art. 46 (boek I), Art. 54 (boek I), Art. 372, Art. 376, Art. 378, Art. 380, Art. 382, Art. 383, Art. 384, Art. 385, Art. 386
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-371

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 370Art. 372