Art. 532. Verzwaarde informaticasabotage niveau 3
Informaticasabotage wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer:
1° de dader handelt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden;
2° het misdrijf wordt gepleegd op een informatiesysteem van een kritieke entiteit bedoeld in artikel 3, 3°, van de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten;
3° de dader, ten gevolge van de informaticasabotage, schade berokkent aan gegevens in het desbetreffende informaticasysteem of in enig ander informaticasysteem;
4° de dader de correcte werking van het desbetreffende informaticasysteem of van enig ander informaticasysteem geheel of gedeeltelijk verhindert ten gevolge van de informaticasabotage.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2025-12-19/94, art. 84, 004; Inwerkingtreding : 08-04-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 550ter zeker · 85%Het oude art. 550ter regelde informaticasabotage in oplopende ernst (basisfeit, schade aan gegevens, belemmering van de werking, bezit van instrumenten); dit is nu opgesplitst in art. 531 (basisfeit, niveau 2), art. 532 (verzwaarde vormen: bedrieglijk opzet, kritieke entiteit, schade, belemmering, niveau 3) en art. 533 (bezit van instrument, niveau 2), met vergelijkbare structuur en strafniveaus.
§ 1. (Hij die, terwijl hij weet dat hij daartoe niet gerechtigd is, rechtstreeks of onrechtstreeks, gegevens in een informaticasysteem invoert, wijzigt, wist of met enig ander technologisch middel de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem verandert, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfentwintigduizend euro of met één van die straffen alleen.
Wanneer het in het eerste lid bedoelde misdrijf gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, bedraagt de gevangenisstraf zes maanden tot vijf jaar.)
Dezelfde straf wordt toegepast wanneer het in het eerste lid bedoelde misdrijf gepleegd wordt tegen een informatiesysteem van een kritieke entiteit zoals bedoeld in artikel 3, 3°, van de wet van 19 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten.
§ 2. Hij die, ten gevolge van het plegen van een misdrijf bedoeld in § 1, schade berokkent aan gegevens in dit of enig ander informaticasysteem, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfenzeventigduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 3. Hij die, ten gevolge van het plegen van een van de misdrijven bedoeld in § 1, de correcte werking van dit of enig ander informaticasysteem geheel of gedeeltelijk belemmert, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig f rank tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen.
§ 4. (Hij die onrechtmatig enig instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om de in §§ 1 tot 3 bedoelde misdrijven mogelijk te maken, bezit, produceert, verkoopt, verkrijgt met het oog op gebruik ervan, invoert, verspreidt of op enige andere manier ter beschikking stelt terwijl hij weet dat deze gegevens aangewend kunnen worden om schade te berokkenen aan gegevens of, geheel of gedeeltelijk, de correcte werking van een informaticasysteem te belemmeren, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met één van die straffen alleen.)
§ 5. De straffen bepaald in de §§ 1 tot 4 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 210bis, 259bis, 314bis, 504quater of 550bis.
(§ 6. Poging tot het plegen van het in § 1 bedoelde misdrijf wordt gestraft met dezelfde straffen.)