Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 6. Misdrijven tegen het vermogenHoofdstuk 2. Misdrijven met betrekking tot de beschadiging en vernieling van goederenAfdeling 2. Vandalisme

Art. 514. Definitie van vandalisme

Vandalisme is alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 534bis zeker · 80%
Het aanbrengen van graffiti zonder toestemming is uitdrukkelijk opgenomen in de algemene definitie van vandalisme (art. 514), in plaats van een apart delict te vormen.

§ 1. Met gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die zonder toestemming graffiti aanbrengt op roerende of onroerende goederen.

§ 2. Het maximum van de gevangenisstraf wordt gebracht op één jaar gevangenisstraf bij herhaling van een in de eerste paragraaf bedoeld misdrijf binnen vijf jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

Oud art. 534ter zeker · 80%
De aparte strafbaarstelling van het opzettelijk beschadigen van andermans onroerende eigendommen gaat op in de ruime nieuwe definitie van vandalisme, die elk opzettelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of bekladden van andermans goed omvat. De oude straf van een maand tot zes maanden gevangenis en geldboete van 26 tot 200 euro wordt vervangen door het strafniveau dat het nieuwe wetboek aan vandalisme koppelt.

Met gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die opzettelijk andermans onroerende eigendommen beschadigt.

Oud art. 545 waarschijnlijk · 60%
Het dempen van grachten, het afhakken of uitrukken van hagen, het vernielen van afsluitingen en het verplaatsen van grenspalen of hoekbomen gaat op in de omschrijving van vandalisme en wordt bestraft door het basisartikel daarvan.

Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die geheel of ten dele grachten dempt, levende of dode hagen afhakt of uitrukt, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielt; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatst of verwijdert.

Oud art. 559 waarschijnlijk · 55%
De restcategorie van lichte, opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerend goed (voorheen een overtreding met geldboete van 10-20 euro) is opgegaan in de algemene vandalismedefinitie van art. 514.

(Met geldboete van tien euro tot twintig euro worden gestraft :

1° Zij die, buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III, van dit wetboek, andermans roerende eigendommen opzettelijk beschadigen of vernielen;)

2° (...)

3° (...)

4° (...)

Oud art. 523 waarschijnlijk · 50%
De specifieke strafbaarstelling van het vernielen van een machine voor drijfkracht bestaat niet meer als apart delict; dit valt nu onder de algemene vandalismedefinitie van art. 514, zonder het specifieke machine-element.

Hij die een machine vernielt, die aan een ander toebehoort en bestemd is voor voortbrenging, omzetting of verdeling van drijfkracht of voor het verbruik ervan voor andere dan louter huishoudelijke doeleinden, wordt veroordeeld tot gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie jaar en tot geldboete van vijfhonderd euro.

Vernieling bestaat zodra de werking van de machine geheel of ten dele verhinderd is, onverschillig of het feit de aandrijvende dan wel de aangedreven toestellen betreft.

Oud art. 536 waarschijnlijk · 50%
De verwoesting van een bezaaide akker valt nu onder de specifieke bepaling vandalisme aan een goed met bijzonder belang, die een akker uitdrukkelijk vermeldt (art. 517, niveau 2-3); vernieling van landbouwgereedschap valt onder de algemene vandalismedefinitie (art. 514). Het strooien van zaad van schadelijk kruid is niet meer als apart element terug te vinden.

Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro wordt gestraft hij die kwaadwillig een bezaaide akker verwoest, zaad van dolik of van enig ander schadelijk kruid of gewas op een akker strooit, landbouwgereedschappen, omheiningen voor het vee of wachtershutten stukbreekt of onbruikbaar maakt.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 371
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-514

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 513Art. 515