Art. 515. Vandalisme niveau 1
Vandalisme wordt bestraft met een straf van niveau 1.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 545 waarschijnlijk · 60%Het dempen van grachten, het afhakken of uitrukken van hagen, het vernielen van afsluitingen en het verplaatsen van grenspalen of hoekbomen gaat op in de omschrijving van vandalisme en wordt bestraft door het basisartikel daarvan.
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die geheel of ten dele grachten dempt, levende of dode hagen afhakt of uitrukt, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, vernielt; grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, verplaatst of verwijdert.
Oud art. 563 waarschijnlijk · 60%Het opzettelijk beschadigen van stedelijke of landelijke afsluitingen gaat op in het vandalisme van artikel 515. De feitelijkheden en lichte gewelddaden zonder verwonding vallen onder de gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting, en de politiestraf van een tot zeven dagen verdwijnt.
(Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van die straffen alleen worden gestraft :)
1° (...)
(2° Zij die stedelijke of landelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, opzettelijk beschadigen;
3° Daders van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen;)
4° (...)
5° (...)
Oud art. 534 waarschijnlijk · 50%Het kwaadwillig wegnemen, doorsnijden of vernielen van de banden waarmee een vaartuig, wagon of voertuig is vastgelegd heeft geen eigen strafbaarstelling meer. De feiten vallen onder het algemene vandalisme, zoals omschreven in artikel 514.
Hij die de banden of de hindernissen waarmee een vaartuig, een wagon of een voertuig is vastgelegd, kwaadwillig wegneemt, doorsnijdt of vernielt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar.
Oud art. 538 waarschijnlijk · 50%Het vergiftigen van trekdieren, hoornvee, schapen, geiten of varkens is geen zelfstandig misdrijf meer. De bescherming van het dier zelf is naar de dierenwelzijnswetgeving verhuisd, terwijl het aantasten van andermans dier onder het algemene vandalisme valt.
Hij die paarden of andere trek- of lastdieren, hoornvee, schapen, geiten of varkens vergiftigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Oud art. 540 waarschijnlijk · 50%Het doden of zwaar verwonden van vee is niet als apart misdrijf overgenomen en de strafmaat die afhing van de plaats van de feiten verdwijnt. De gedraging valt nu onder de dierenwelzijnswetgeving en, als aantasting van andermans goed, onder het algemene vandalisme.
Zij die buiten noodzaak een van de in artikel 538 vermelde dieren doden of zwaar letsel toebrengen, worden gestraft met de volgende straffen :
Indien het misdrijf wordt gepleegd in gebouwen, besloten erven en aanhorigheden of op gronden waarvan de meester van het gedode of gewonde dier eigenaar, huurder, deelpachter of pachter is, is de straf gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro;
Indien het gepleegd wordt op plaatsen waarvan de schuldige zelf eigenaar, huurder, deelpachter of pachter is, is de straf gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro;
Indien het gepleegd wordt op enige andere plaats, wordt gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro opgelegd.
Oud art. 541 waarschijnlijk · 50%Ook het doden of zwaar verwonden van een ander huisdier of van een tam of gevangen gehouden dier heeft geen eigen bepaling meer. Die feiten worden opgevangen door de dierenwelzijnswetgeving en door het algemene vandalisme.
Hij die buiten noodzaak een ander huisdier dan de in artikel 538 vermelde doodt of zwaar letsel toebrengt, op een plaats waarvan degene aan wie het dier toebehoort, eigenaar, vruchtgebruiker, gebruiker, huurder, deelpachter of pachter is, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen.
Deze straffen worden opgelegd, indien die feiten kwaadwillig gepleegd worden op een tam of een gevangen gehouden dier op de plaatsen waar zij gehouden worden, ofwel op een huisdier op het ogenblik dat het gebruikt wordt tot de dienst waartoe het bestemd is en op een plaats waar zijn meester het recht heeft zich te bevinden.
Oud art. 546 waarschijnlijk · 50%Het bijzondere oogmerk om een bezitsaanmatiging op een erf te plegen is geen bestanddeel meer. De feiten vallen onder het gewone vandalisme, eventueel onder de zwaardere vorm met ernstige schade tot gevolg van artikel 516.
Wanneer de feiten, in het vorige artikel omschreven, gepleegd worden met het oogmerk om een bezitsaanmatiging op een erf te plegen, is de straf gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro.
Oud art. 539 te controleren · 45%Het werpen van stoffen in water met het oogmerk vis te vernielen verdwijnt als eigen misdrijf. Betreft het andermans visstand, dan geldt het algemene vandalisme; in openbaar water is de visserij- en milieuwetgeving van toepassing.
Hij die in een rivier, een vaart, een beek, een vijver, een visvijver of een viskom stoffen werpt die de vis kunnen vernielen, en met het oogmerk om die uitslag te bereiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.