Art. 513. Vernieling door ontploffing of overstroming
Vernieling door ontploffing of overstroming is het opzettelijk of het door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid veroorzaken van een ontploffing of een overstroming waardoor schade wordt veroorzaakt of een maatschappelijk gevaar ontstaat.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf als bedoeld in de artikelen 505 tot 511 indien het misdrijf opzettelijk wordt gepleegd.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf als bedoeld in het artikel 512 indien het misdrijf wordt gepleegd door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 520 waarschijnlijk · 75%De vernieling van gebouwen, bruggen, sluizen e.d. door ontploffing wordt nu algemeen geregeld in art. 513 (vernieling door ontploffing of overstroming), met verwijzing naar de strafmaat van de brandstichtingsartikelen.
Met de straffen bij de vorige artikelen bepaald, en naar de onderscheidingen aldaar gemaakt, worden gestraft zij die gebouwen, bruggen, dijken, straatwegen, spoorwegen, sluizen, magazijnen, werkplaatsen, loodsen, schepen, vaartuigen, rijtuigen, wagons, vliegtuigen of andere kunstwerken, bouwwerken of motorvoertuigen, door het veroorzaken van een ontploffing, vernielen of pogen te vernielen.
Oud art. 548 waarschijnlijk · 70%De verwijzingstechniek keert terug in het nieuwe artikel 513, dat de vernieling door ontploffing of overstroming laat bestraffen met de straffen van de artikelen 505 tot 511, inclusief de verzwaringen bij nacht en bij dood of integriteitsaantasting van de derde graad.
De bepaling van artikel 518 is toepasselijk op het feit in het vorige artikel omschreven.
Oud art. 549 waarschijnlijk · 65%Het kwaadwillig of bedrieglijk onder water zetten van andermans erf valt nu onder de vernieling door overstroming; de loutere geldboete van zesentwintig tot driehonderd euro wordt vervangen door de straffen van de artikelen 505 tot 511, die beginnen bij niveau 2.
Hij die kwaadwillig of bedrieglijk andermans erf onder water zet of er het water op schadelijke wijze op doet lopen, wordt veroordeeld tot geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.
Oud art. 547 waarschijnlijk · 60%Het opzettelijk onder water zetten van de werken van een mijn valt onder het nieuwe algemene misdrijf 'vernieling door ontploffing of overstroming' (art. 513), dat via verwijzing naar de artikelen 505-511 ook de verzwaring voorziet wanneer de dader moest vermoeden dat er personen aanwezig waren.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar worden gestraft zij die kwaadwillig of bedrieglijk de werken van een mijn geheel of ten dele onder water zetten.
Indien de schuldige op grond van de omstandigheden moest vermoeden dat een of meer personen zich op het ogenblik van de overstroming in de mijn bevonden, wordt hij veroordeeld tot opsluiting van vijftien jaar
Oud art. 522 waarschijnlijk · 50%Deze verwijzingsbepaling, die de verzwaring bij dodelijke afloop uitbreidde tot de vernieling van bouwwerken, is opgegaan in artikel 513, dat de regeling van de brandstichting overneemt voor de vernieling door ontploffing of overstroming. Daardoor geldt ook de gevolgverzwaring van artikel 509 voor die vernielingen.
De bepaling van artikel 518 is toepasselijk op het geval in het vorige artikel omschreven.
Oud art. 550 waarschijnlijk · 50%De verouderde regel over molens, fabrieken en vijvers waarvan de overlaten boven het door de overheid bepaalde peil worden verhoogd verdwijnt, maar het veroorzaken van een overstroming door een ernstig gebrek aan voorzorg wordt opgevangen door artikel 513, dat dan naar de straf van artikel 512 verwijst; de technische normering zelf zit in de water- en milieuregelgeving.
Met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de eigenaars, de pachters of alle andere personen die molens, fabrieken of vijvers in gebruik hebben en die andermans wegen of eigendommen onder water zetten door het verhogen van hun overlaten boven het peil dat door de bevoegde overheid is bepaald.
Indien uit die feiten enige beschadiging ontstaat, wordt, naast geldboete, gevangenisstraf van acht dagen tot een maand opgelegd.