Art. 376. Aanzetten tot terrorisme en verheerlijken van terrorisme niveau 3
Aanzetten tot terrorisme is, onverminderd de toepassing van de artikelen 373, 374 en 375, het verspreiden of anderszins publiekelijk ter beschikking stellen van een boodschap met het oogmerk aan te zetten tot het plegen van één van de in de artikelen 371 en 382, bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 371, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, indien dergelijk gedrag, ongeacht of het al dan niet rechtstreeks aanstuurt op het plegen van deze misdrijven, het risico oplevert dat één of meer van deze misdrijven mogelijk worden gepleegd.
Verheerlijken van terrorisme is het in het openbaar, ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren van een van de in de artikelen 371 en 382 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 371, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, wanneer dit gedrag een ernstig en reëel gevaar oplevert dat een of meer van deze misdrijven mogelijk worden gepleegd en het gedrag met dat oogmerk werd gepleegd.
Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 3 wanneer zij betrekking hebben op een ... misdrijf strafbaar met een straf van niveau 2, 3 of 4 of niveau 4 wanneer zij betrekking hebben op een ... misdrijf strafbaar met een straf van niveau 5 of meer.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 68, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 140bis zeker · 85%Dezelfde strafbaarstelling van het verspreiden of publiekelijk ter beschikking stellen van een boodschap die aanzet tot terrorisme en die het risico oplevert dat zulke misdrijven worden gepleegd, nu samengevoegd met het verheerlijken van terrorisme. De straf gaat van opsluiting van vijf tot tien jaar naar een straf van niveau 3 of 4 naargelang de zwaarte van het beoogde misdrijf, en de bijzondere verzwaring voor boodschappen gericht op minderjarigen verdwijnt.
Onverminderd de toepassing van artikel 140 wordt iedere persoon die een boodschap verspreidt of anderszins publiekelijk ter beschikking stelt met het oogmerk ... aan te zetten tot het plegen van één van de in de artikelen 137 of 140sexies bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 137, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro , wanneer dergelijk gedrag, ongeacht of het al dan niet rechtstreeks aanstuurt op het plegen van terroristische misdrijven, het risico oplevert dat één of meer van deze misdrijven mogelijk wordt gepleegd.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien de verspreiding of de publiekelijke terbeschikkingstelling bedoeld in het eerste lid specifiek gericht is op minderjarigen.