Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 6. Misdrijven tegen het vermogenHoofdstuk 2. Misdrijven met betrekking tot de beschadiging en vernieling van goederenAfdeling 2. Vandalisme

Art. 518. Vandalisme met geweld of bedreiging niveau 3

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.

Vandalisme met geweld of bedreiging wordt als volgt bestraft:

1° vandalisme wordt bestraft met een straf van niveau 2;

2° vandalisme met ernstige schade tot gevolg wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 528 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 528 zeker · 85%
Vernieling of beschadiging van roerend goed met geweld of bedreiging wordt nu bestraft als vandalisme met geweld of bedreiging (art. 518, niveau 2-3) in plaats van de oude gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 jaar.

Elke vernieling, elke beschadiging van andermans roerende eigendommen, gepleegd met behulp van geweld of bedreiging, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.

Oud art. 531 waarschijnlijk · 65%
Het beginsel dat vernieling gepaard met geweld of bedreiging die letsel veroorzaakt een eigen strafregel krijgt, is terug te vinden in art. 518 (vandalisme met geweld of bedreiging), al is de precieze koppeling aan het letselniveau van het oude art. 400 niet identiek. Het oude artikel stelde "de straf onmiddellijk hoger" dan die van de twee vorige artikelen; art. 518 stelt niveau 2 voor vandalisme en niveau 3 voor vandalisme met ernstige schade tot gevolg.

Indien het geweld of de bedreiging met behulp waarvan de vernieling of de beschadiging wordt gepleegd, een ziekte of een lichamelijk letsel als bedoeld in artikel 400 ten gevolge heeft, worden de schuldigen gestraft met de straf onmiddellijk hoger dan die waarmee zij op grond van de twee vorige artikelen zouden worden gestraft.

Oud art. 525 waarschijnlijk · 55%
De vernieling van bouwwerken en machines in vereniging of bende en met behulp van gewelddaden of bedreigingen gaat op in het vandalisme met geweld of bedreiging van art. 518 (niveau 2, of niveau 3 bij ernstige schade). Het plegen door twee of meer personen is in art. 523 een verzwarende factor; de aparte straf voor hoofden en aanstokers, in het oude artikel opsluiting van tien tot vijftien jaar en geldboete, verdwijnt.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Wanneer de feiten, in de twee vorige artikelen omschreven, gepleegd worden in vereniging of in bende en met behulp van gewelddaden, feitelijkheden of bedreigingen, worden de schuldigen gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.

De hoofden en de aanstokers worden veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en tot geldboete van vijfhonderd euro tot vijfduizend euro.

Oud art. 529 waarschijnlijk · 50%
De vernieling van eetwaren, koopwaren of andere roerende goederen in vereniging of bende valt nu onder vandalisme met geweld of bedreiging (art. 518). Het oude artikel stelde opsluiting van vijf tot tien jaar, en van tien tot vijftien jaar voor hoofden en aanstokers; art. 518 stelt een straf van niveau 2, en van niveau 3 bij ernstige schade, zonder eigen regel voor hoofden en aanstokers.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien het feit gepleegd wordt in vereniging of in bende, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.

De hoofden en de aanstokers worden gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
2, 3 · gevangenisstraf van meer dan 3 jaar tot ten hoogste 5 jaar alle misdrijven van dit niveau
Aangehaald in
Art. 371
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-518

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 517Art. 519 →