Hoofdstuk 1. Strafwet
Art. 2. Toepassing van de strafwet in de tijd
Niemand kan worden bestraft voor een handelen of nalaten dat niet bij wet strafbaar was ten tijde van dat handelen of nalaten.
Evenmin kan een zwaardere hoofd- of bijkomende straf worden opgelegd dan die waarin ten tijde van het plegen van het misdrijf bij wet was voorzien.
In geval van wijziging van de strafwet na het plegen van het misdrijf gelden de voor de dader meest gunstige bepalingen.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 2 zeker · 90%Het legaliteitsbeginsel inzake straf en de regel van de gunstigste wet (lex mitior) keren nagenoeg woordelijk terug in artikel 2 van het nieuwe boek I.
Geen misdrijf kan worden gestraft met straffen die bij de wet niet waren gesteld voordat het misdrijf werd gepleegd.
Indien de straf, ten tijde van het vonnis bepaald, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, wordt de minst zware straf toegepast.