Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 9. Misdrijven tegen het privélevenAfdeling 3. Bescherming van het beroepsgeheim

Art. 353. Afwijkingen van het beroepsgeheim niveau 2

§ 1. Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 96 tot 101, 134 tot 149, 151 tot 165, 171 tot 174, 194 tot 202, 206 tot 211, 258, 310 tot 315, 328 tot 330, en 333 tot 337, gepleegd op een minderjarige, op een persoon in een kwetsbare toestand in de zin van artikel 79, 2°, of op een persoon in een kwetsbare toestand ten gevolge van partnergeweld of het gebruiken van geweld in naam van culturele drijfveren, gewoontes, religie, tradities of de zogenaamde "eer", kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 299, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings in de volgende gevallen:

- hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde persoon in een kwetsbare toestand en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen;

- hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of zoals hierboven bedoelde personen in een kwetsbare toestand het slachtoffer zouden worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen.

§ 2. Er is geen misdrijf wanneer iemand die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen, deze meedeelt in het kader van een overleg dat wordt georganiseerd, hetzij bij of krachtens een wet, hetzij bij een met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings.

Dit overleg kan uitsluitend worden georganiseerd, hetzij met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, hetzij ter voorkoming van de ... misdrijven bedoeld in titel 4, hoofdstuk 1, of van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie, bedoeld in artikel 406.

De in het eerste lid bedoelde wet of de met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings bepalen ten minste wie aan het overleg kan deelnemen, met welke finaliteit en volgens welke modaliteiten het overleg zal plaatsvinden.

De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht wat betreft de tijdens het overleg meegedeelde geheimen. Eenieder die dit geheim schendt, wordt gestraft met een straf van niveau 2. De geheimen die tijdens dit overleg worden meegedeeld, kunnen slechts aanleiding geven tot de strafrechtelijke vervolging van de misdrijven waarvoor het overleg werd georganiseerd.

§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de advocaat voor wat betreft het meedelen van vertrouwelijke informatie van zijn cliënt wanneer die zijn cliënt mogelijk aan strafvervolging blootstelt.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 65, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 458bis zeker · 80%
Paragraaf 1 van artikel 353 herneemt het spreekrecht van de geheimhouder met dezelfde twee gevallen van ernstig gevaar. De opsomming van misdrijven is aangepast aan de nieuwe nummering en de kwetsbare persoon wordt nu omschreven via de definitie in artikel 79, 2°.

Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 417/7 tot 417/22, 417/24 tot 417/38, 417/44 tot 417/47, 417/56, 433quater/1 en 433quater/4, 392 tot 394, 396 tot 405ter, 409, 423, 425, 426, 433quinquies en 442quinquies tot 442nonies, gepleegd op een minderjarige of op een persoon die kwetsbaar is ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, partnergeweld, gebruiken van geweld, gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer", een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 422bis, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings, hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde kwetsbare persoon en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen, hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of bedoelde kwetsbare personen het slachtoffer worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen.

Oud art. 458quater waarschijnlijk · 60%
Het meldrecht en het casusoverleg van de oude artikelen 458bis en 458ter zijn samengebracht in artikel 353 over de afwijkingen van het beroepsgeheim, waarin ook de uitzondering voor de advocaat thuishoort. Enkel paragraaf 1 van dat artikel is zichtbaar, zodat de overname van die uitzondering niet met zekerheid kan worden bevestigd.

De artikelen 458bis en 458ter zijn niet van toepassing op de advocaat voor wat betreft het meedelen van vertrouwelijke informatie van zijn cliënt wanneer die zijn cliënt mogelijk aan strafvervolging blootstelt.

Oud art. 458ter waarschijnlijk · 55%
Het casusoverleg is samen met het meldrecht ondergebracht in het ruimere artikel 353 over de afwijkingen van het beroepsgeheim. Van die kandidaat is enkel paragraaf 1 zichtbaar, zodat niet kan worden nagegaan of de geheimhoudingsplicht van de deelnemers en de beperking van het gebruik van de geheimen ongewijzigd zijn overgenomen.

§ 1. Er is geen misdrijf wanneer iemand die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen, deze meedeelt in het kader van een overleg dat wordt georganiseerd, hetzij bij of krachtens een wet, decreet of ordonnantie, hetzij bij een met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings.

Dit overleg kan uitsluitend worden georganiseerd, hetzij met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, hetzij ter voorkoming van de misdrijven bedoeld in Titel Iter van Boek II of van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie, zoals bepaald in artikel 324bis.

De in het eerste lid bedoelde wet, decreet of ordonnantie, of de met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings bepalen ten minste wie aan het overleg kan deelnemen, met welke finaliteit en volgens welke modaliteiten het overleg zal plaatsvinden.

§ 2. De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht wat betreft de tijdens het overleg meegedeelde geheimen. Eenieder die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458.

De geheimen die tijdens dit overleg worden meegedeeld, kunnen slechts aanleiding geven tot de strafrechtelijke vervolging van de misdrijven waarvoor het overleg werd georganiseerd.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
2 · gevangenisstraf tot 3 jaar alle misdrijven van dit niveau
Verwijst naar
Art. 96, Art. 101, Art. 134, Art. 149, Art. 151, Art. 165, Art. 171, Art. 174, Art. 194, Art. 202, Art. 206, Art. 211, Art. 258, Art. 310, Art. 315, Art. 328, Art. 330, Art. 79, Art. 2 (boek I), Art. 299, Art. 406
Aangehaald in
Art. 676
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-353

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 352Art. 354