Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 3. Misdrijven tegen de seksuele integriteit, het seksueel zelfbeschikkingsrecht en de goede zedenAfdeling 2. Seksuele uitbuiting van minderjarigenOnderafdeling 2. Seksuele uitbuiting van minderjarigen met het oog op prostitutie

Art. 165. Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige niveau 3

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige is het rechtstreeks, inbegrepen door middel van informatie- en communicatietechnologie, opzettelijk bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 417/38 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 417/38 zeker · 94%
Zelfde strafbaarstelling van het bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige; straf van drie tot vijf jaar wordt niveau 3.

Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige

Bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige is het rechtstreeks, inbegrepen door middel van informatie- en communicatietechnologie, bijwonen van ontucht of prostitutie van een minderjarige.

Dit misdrijf wordt bestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van vijfhonderd euro tot tienduizend euro.

De geldboete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
3 · gevangenisstraf van meer dan 3 jaar tot ten hoogste 5 jaar alle misdrijven van dit niveau
Aangehaald in
Art. 353
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-165

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 164Art. 166 →