Art. 164. Organisatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige in vereniging niveau 6
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Indien een in het tweede lid bedoeld misdrijf wordt gepleegd als daad van deelneming aan de hoofdbedrijvigheid of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft in deze vereniging of niet, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 6.
Het eerste lid is van toepassing op:
- het bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie bedoeld in de artikelen 152 en 153;
- het werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie bedoeld in de artikelen 154 en 155;
- het houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt bedoeld in de artikelen 156 en 157;
- het ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie bedoeld in de artikelen 158 en 159;
- de exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige bedoeld in de artikelen 160 en 161; en
- het verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige bedoeld in de artikelen 162 en 163.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 6 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan vijftien jaar tot ten hoogste twintig jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan elf jaar tot ten hoogste zestien jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 5, 4, 3 of 2.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 417/37 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 417/37 zeker · 93%Zelfde verzwaring wanneer de seksuele uitbuiting van minderjarigen als daad van deelneming aan een vereniging wordt gepleegd.
Organisatie van ontucht of prostitutie van een minderjarige in vereniging
Indien een in het tweede lid bepaald misdrijf wordt gepleegd als daad van deelneming aan de hoofdbedrijvigheid of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft in deze vereniging of niet, wordt dit misdrijf bestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro.
Het eerste lid is van toepassing op:
- het bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht of prostitutie zoals bedoeld in de artikelen 417/25 en 417/26;
- het werven van een minderjarige voor ontucht of prostitutie zoals bedoeld in de artikelen 417/27 en 417/28;
- het houden van een huis van ontucht of prostitutie waar een minderjarige ontucht of prostitutie pleegt zoals bedoeld in de artikelen 417/29 en 417/30;
- het ter beschikking stellen van een ruimte aan een minderjarige met het oog op ontucht of prostitutie zoals bedoeld in de artikelen 417/31 en 417/32;
- de exploitatie van de ontucht of prostitutie van een minderjarige zoals bedoeld in de artikelen 417/33 en 417/34; en
- het verkrijgen van de ontucht of de prostitutie van een minderjarige zoals bedoeld in de artikelen 417/35 en 417/36.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.