Art. 79. Algemene definities
Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1° minderjarige: elke persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
2° persoon in een kwetsbare toestand: elke persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek duidelijk was of de dader bekend was;
3° partner: de persoon waarmee de dader of het slachtoffer is gehuwd of een duurzame affectieve en intieme lichamelijke relatie heeft, alsook de persoon waarmee de dader of het slachtoffer gehuwd is geweest of een duurzame affectieve en intieme lichamelijke relatie heeft gehad indien de strafbare feiten enigszins verband houden met dit ontbonden huwelijk of de beëindigde relatie;
4° persoon met een maatschappelijke functie:
- een parlementslid;
- een minister of staatssecretaris;
- een magistraat, een juridisch medewerker van een rechtscollege of het openbaar ministerie, een jurylid of een getuige;
- een provinciegouverneur, een lid van een deputatie, een arrondissementscommissaris, een burgemeester of schepen, een lid van de gemeente- of provincieraad;
- een lid van de politiediensten, zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, een personeelslid door de Federale Overheidsdienst Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten of enige andere persoon met een openbare functie;
- een lid van de brandweer, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst;
- een lid van het personeel of van de directie van een onderwijsinstelling, een persoon die de opvang van leerlingen verzorgt in een medisch-pedagogisch instituut dat door een gemeenschap wordt ingericht of gesubsidieerd, of een externe actor die door de gemeenschapsoverheden belast is met het voorkomen en het oplossen van geweld op school;
- een postbode;
- een chauffeur, begeleider, controleur of loketbediende van een uitbater van een netwerk van openbaar vervoer;
- een bedienaar van een eredienst of een voorganger in plechtigheden van een niet-confessionele levensbeschouwing;
- een journalist: een persoon die een activiteit uitoefent als bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
- een advocaat;
- een notaris;
- een gerechtsdeurwaarder;
- een VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- en ADG-bemiddelaar;
- een lid van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
5° persoon met een openbare functie:
a) een persoon die op basis van een wet, een besluit of een rechterlijke beslissing:
- de openbare orde moet handhaven;
- de naleving van bepaalde normen of beslissingen van een overheidsorgaan moet controleren;
- de naleving van bepaalde normen of beslissingen van een overheidsorgaan moet afdwingen;
b) een persoon die een openbare dienst of opdracht uitoefent waarbij zijn handelingen zijn bepaald en gereglementeerd door een wet, besluit of rechterlijke beslissing;
6° parlementslid: een lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, een senator, een lid van een parlement van een gemeenschap of een gewest of een lid van het Europees Parlement;
7° minister of staatssecretaris: een lid van de federale regering, van een regering van een gemeenschap of een gewest;
8° magistraat: een rechter in het Grondwettelijk Hof, een raadsheer of rechter in een hof of rechtbank van de rechterlijke orde, een lid van het openbaar ministerie, een plaatsvervangende of toegevoegde magistraat, een lid van de Raad van State of het auditoraat bij de Raad van State, een lid van het Rekenhof, een lid van een administratief rechtscollege of een lid van een internationaal rechtscollege waarbij België partij is;
9° juridisch medewerker van een rechtscollege of het openbaar ministerie: een magistraat in opleiding, een kandidaat magistraat, een parketjurist als bedoeld in artikel 162, paragraaf 2, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek of een griffier;
10° jurylid: een lid van de jury in het hof van assisen;
11° getuige: elke persoon die door een rechter wordt gehoord, zonder dat hij partij is in het betrokken geding of verdacht wordt van het plegen van het strafbaar feit;
12° scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd: elke persoon die is aangesteld om beslissingen te nemen in het kader van de bij de officiële sportfederaties aangegeven wedstrijden en iedere persoon die optreedt als seingever bij een sportwedstrijd op de openbare weg;
13° in het kader van de uitoefening van deze functie: situatie waarin de dader het misdrijf pleegt tijdens de uitoefening van deze functie of door gebruik te maken van deze functie;
14° naar aanleiding van de uitoefening van deze functie: situatie waarin de aanleiding voor het misdrijf ligt in een handeling die het slachtoffer heeft gesteld, stelt of zal stellen en die deel uitmaakt van de uitoefening van zijn functie;
15° integriteitsaantasting van de eerste graad: elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die niet resulteert in een integriteitsaantasting van de tweede graad, een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood;
16° integriteitsaantasting van de tweede graad: elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die resulteert in een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk van maximum vier maanden of een geneeslijk lijkende ziekte die niet meer dan vier maanden ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk heeft veroorzaakt;
17° integriteitsaantasting van de derde graad: elk lichamelijk letsel of schade aan de gezondheid die resulteert in een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijk werk van meer dan vier maanden, een ongeneeslijk lijkende ziekte, het volledig verlies van een orgaan of een lichaamsfunctie, een zware verminking, dan wel een zwangerschapsverlies.
18° zwangerschapsverlies: onder zwangerschapsverlies wordt begrepen het voortijdig een einde stellen aan een zwangerschap, tegen de wil van de zwangere persoon en ongeacht de daarvoor gebruikte middelen;
19° bedreiging: alle middelen van morele dwang waardoor vrees voor een dreigend kwaad wordt verwekt;
20° foltering: de gedraging omschreven in artikel 112;
21° voorbedachtheid: situatie waarbij de dader, in een voldoende stabiele gemoedstoestand en op een overwogen en geplande wijze, besluit tot het plegen van een misdrijf en er een voldoende tijdsverloop is tussen het besluit en de uitvoering ervan opdat de dader op zijn besluit zou kunnen terugkomen;
22° in het openbaar:
- hetzij in openbare bijeenkomsten of plaatsen;
- hetzij in aanwezigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken;
- hetzij om het even welke plaats, in aanwezigheid van de geviseerde persoon en voor een derde;
- hetzij door geschriften, al dan niet gedrukt, door prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden;
- hetzij door geschriften, prenten of zinnebeelden, die niet openbaar worden gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of meegedeeld worden;
23° wapen: ieder voorwerp dat ter hand wordt genomen om te doden, te verwonden of te slaan of daarmee te dreigen, alsook ieder verboden wapen zoals bedoeld in artikel 3 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;
24° nacht: de periode na negen uur ’s avonds en voor vijf uur ’s morgens;
25° wet: de wet, het decreet of de ordonnantie;
26° wetgevende vergadering: de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, een gewest- of gemeenschapsparlement, de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie of de Vergadering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
27° munt: de in België of in het buitenland wettelijk gangbare biljetten, de biljetten uitgedrukt in euro, de biljetten waarvan de uitgifte is toegelaten door of krachtens een wet of door een wet van een andere Staat of op grond van een bepaling die in die andere Staat kracht van wet heeft, alsook de in België of in het buitenland wettelijk gangbare muntstukken en de muntstukken uitgedrukt in euro;
28° radioactief materiaal: alle kernmateriaal of andere radioactieve stoffen met nucliden die spontaan worden gespleten, proces dat gepaard gaat met de emissie van een of meer soorten ioniserende straling, zoals alfa-, bèta-, gamma- en neutronenstraling, en die wegens de radiologische of splijtbare eigenschappen ervan de dood, ernstig lichamelijk letsel of aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu zouden kunnen veroorzaken;
29° kernmateriaal: plutonium, met uitzondering van plutonium waarvan de concentratie van de isotoop plutonium 238 hoger is dan 80 procent, uranium 233, uranium verrijkt in uranium 235 of 233, uranium dat het mengsel van isotopen bevat in de natuur aanwezig onder een andere vorm dan erts of ertsresidu, en iedere stof die één of meer van de hierboven genoemde isotopen bevat. Hierbij moet onder "uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233" worden begrepen: uranium dat hetzij uranium 235 hetzij uranium 233 bevat, dan wel deze beide isotopen in een zodanige hoeveelheid dat de verhouding tussen de som van beide isotopen en de isotoop 238 groter is dan de verhouding tussen de isotoop 235 en de isotoop 238 in natuurlijk uranium;
30° radioactief instrument:
a) alle nucleaire explosiemiddelen, of;
b) alle instrumenten ter verspreiding van radioactief materiaal of alle instrumenten die straling uitzenden en die, wegens de radiologische eigenschappen ervan, de dood, ernstig lichamelijk letsel of aanzienlijke schade aan goederen of aan het milieu veroorzaken;
31° nucleaire installatie:
a) alle kernreactoren, daaronder begrepen een reactor aan boord van een vaartuig, van een voertuig, van een luchtvaartuig of van een ruimtevaartuig als energiebron die dient om voornoemd vaartuig, voertuig, luchtvaartuig of ruimtevaartuig voort te stuwen, of voor enig ander doeleinde;
b) alle apparatuur of vervoersinstrumenten om radioactief materiaal te vervaardigen, op te slaan, op te werken of te vervoeren;
32° exploitant van een installatie waar nucleair materiaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen: elke natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor een installatie waar nucleair materiaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen;
33° persoon die extern is aan installatie waar nucleair materiaal wordt vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen: de natuurlijke persoon die niet rechtstreeks of onrechtstreeks door een arbeidsovereenkomst, een stage- of opleidingsovereenkomst of een contract voor de uitvoering van werken of diensten verbonden is aan een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 393bis zeker · 85%De doodslag op de opgesomde beroepsgroepen naar aanleiding van de uitoefening van hun functie wordt nu de doodslag op een persoon met een maatschappelijke functie, bestraft met een straf van niveau 8, wat overeenstemt met de oude levenslange opsluiting. De lange opsomming van beroepen is vervangen door het gedefinieerde begrip in de algemene definities.
Doodslag op een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting of binnen het veiligheidskorps, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, een VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- of ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder wordt gestraft met levenslange opsluiting indien gepleegd in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.
Oud art. 100ter waarschijnlijk · 75%De definitie van minderjarige als persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is verhuisd naar de algemene definities van boek II in artikel 79. Zij geldt daar op dezelfde wijze voor het hele boek II.
Wanneer in de bepalingen van boek II de term " minderjarige " wordt aangewend, wordt daaronder elke persoon verstaan die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt.
Oud art. 135 waarschijnlijk · 65%De omschrijving van het begrip wapens verdwijnt uit de bijzondere titel en staat nu bij de algemene definities van boek II in artikel 79, die voor het hele boek gelden.
Onder het woord wapens worden begrepen alle toestellen, werktuigen, gereedschappen of andere snijdende, stekende of kneuzende voorwerpen die men heeft ter hand genomen om te doden, te wonden of te slaan, zelfs indien men geen gebruik ervan gemaakt heeft.
Oud art. 410bis waarschijnlijk · 60%De strafverhoging voor gewelddaden tegen chauffeurs, hulpverleners, zorgverleners en andere opgesomde beroepen is opgegaan in het misdrijf gewelddaden op een persoon met een maatschappelijke functie, met straffen van niveau 2 tot 5 naargelang het letsel, in plaats van de oude cascade van verdubbelde en verhoogde straffen. Of ook de schoolcontext met onderwijspersoneel volledig gedekt blijft, kan niet uit de beschikbare tekst van de definitie worden afgeleid.
Indien in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf gepleegd wordt tegen een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een sociaal werker of een psycholoog van een openbare dienst, een VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- en ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder, in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie, zijn de straffen die welke bij het derde lid worden bepaald.
Indien de schuldige, die als leerling of student is ingeschreven in een onderwijsinstelling of er was ingeschreven tijdens de zes maanden die aan de feiten zijn voorafgegaan, of die vader, moeder of familielid van die leerling of student is, of enige andere persoon is die gezag heeft over die leerling of student of hem onder zijn bewaring heeft, de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen een lid van het personeel of van de directie van de onderwijsinstelling, tegen de personen die de opvang van leerlingen verzorgen in een medisch-pedagogisch Instituut dat door een gemeenschap wordt ingericht of gesubsidieerd, of tegen een externe actor die door de gemeenschapsoverheden belast is met het voorkomen en het oplossen van geweld op school, in de uitoefening van hun bediening zijn de straffen die welke bij het derde lid worden bepaald.
De straffen zijn de volgende :
1° in de in de artikelen 398, 399 en 405 bedoelde gevallen, wordt de in voornoemde artikelen bedoelde maximale gevangenisstraf verdubbeld met een maximum van vijf jaar;
2° in de in de artikelen 400, eerste lid, en 402 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
3° in de in de artikelen 400, tweede lid, 401, eerste lid, en 403 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
4° in de in artikel 401, tweede lid, bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
5° in de in artikel 404 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.
Oud art. 478 waarschijnlijk · 60%De tijdsbepaling van de nacht, meer dan een uur voor zonsopgang en na zonsondergang, hoort thuis bij de algemene definities van de voorafgaande titel van boek II. De nacht zelf blijft een verzwarende factor, onder meer bij diefstal en afpersing (artikel 474) en bij brandstichting (artikel 510).
Diefstal bij nacht is de diefstal gepleegd meer dan een uur voor zonsopgang en meer dan een uur na zonsondergang.
Oud art. 479 waarschijnlijk · 60%Het nieuwe wetboek gebruikt het begrip bewoond huis nog steeds, onder meer in artikel 519, zodat de omschrijving ervan bij de algemene definities van boek II is ondergebracht. Niet bewoonde ruimtes worden apart beschermd door artikel 350.
Als bewoond huis wordt beschouwd elk gebouw, appartement, verblijf, loods, elke zelfs verplaatsbare hut of elke andere gelegenheid die tot woning dient.
Oud art. 483 waarschijnlijk · 60%Geweld als fysieke dwang en bedreiging als morele dwang blijven bestanddeel van onder meer de artikelen 467, 518 en 690, zodat de omschrijving ervan is opgenomen bij de algemene definities van de voorafgaande titel van boek II.
Onder geweld verstaat de wet daden van fysieke dwang gepleegd op personen.
Onder bedreiging verstaat de wet alle middelen van morele dwang door het verwekken van vrees voor een dreigend kwaad.
Oud art. 105 te controleren · 45%De omschrijving dat de aanslag bestaat zodra er strafbare poging is, is als begripsbepaling verhuisd naar de definities van boek II, waar het begrip aanslag voor alle betrokken titels wordt vastgelegd. Een eigen artikel bij de misdrijven tegen de staatsordening bestaat niet meer.
Aanslag bestaat zodra er strafbare poging is.