Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 2. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandelingAfdeling 1. Foltering

Art. 112. Foltering niveau 4

Foltering is elke opzettelijke gedraging waarmee hevige pijn of ernstig en vreselijk lichamelijk of geestelijk lijden wordt veroorzaakt bij een persoon, onder meer om van hem of van derde inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te dwingen of om hem of derden te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren, dan wel om eender welke reden van discriminatoire aard.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 417/1 zeker · 85%
De drie definities (foltering, onmenselijke behandeling, onterende behandeling) staan niet meer in een apart definitieartikel maar zijn woordelijk verwerkt in de openingszin van elk van de drie afzonderlijke strafbaarstellingsartikelen 112, 120 en 128.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :

1° foltering : elke opzettelijke onmenselijke behandeling die hevige pijn of ernstig en vreselijk lichamelijk of geestelijk lijden veroorzaakt;

2° onmenselijke behandeling : elke behandeling waardoor een persoon opzettelijk ernstig geestelijk of lichamelijk leed wordt toegebracht, onder meer om van hem inlichtingen te verkrijgen of bekentenissen af te dwingen of om hem te straffen, of om druk op hem of op derden uit te oefenen, of hem of derden te intimideren;

3° onterende behandeling : elke behandeling die in de ogen van het slachtoffer of van derden een ernstige krenking of aantasting van de menselijke waardigheid uitmaakt.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
4 · gevangenisstraf van 5 tot 10 jaar alle misdrijven van dit niveau
Aangehaald in
Art. 79, Art. 670
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-112

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 111Art. 113