Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 1. Misdrijven tegen het levenAfdeling 1. Doden met het oogmerk om te doden
Art. 101. Intrafamiliale doodslag niveau 8
De doodslag gepleegd op een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen wordt bestraft met een straf van niveau 8.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 395 waarschijnlijk · 70%Oudermoord bestaat niet langer als apart misdrijf, maar is opgegaan in de ruimere categorie 'intrafamiliale doodslag' (artikel 101), die doodslag op bloedverwanten in de rechte lijn en andere gezinsleden bestraft met niveau 8 in plaats van levenslange opsluiting.
Doodslag op de vader, de moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn wordt oudermoord genoemd en wordt gestraft met (levenslange opsluiting).