Art. 100. Doodslag gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 8
De doodslag gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau 8.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, dan wel een bloed- of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont of heeft samengewoond.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 405ter waarschijnlijk · 55%De verzwaring wanneer de dader een ouder, voogd of samenwonende van het kwetsbare slachtoffer is, is niet langer een automatische verdubbeling van de minimumstraf maar is opgenomen als een in aanmerking te nemen factor bij de straftoemeting in de afzonderlijke misdrijven doodslag, foltering, onmenselijke behandeling en gewelddaden op minderjarigen/kwetsbare personen.
In de gevallen bepaald in de artikelen 398 tot 405bis, indien de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd op een minderjarige of op een persoon die kwetsbaar was ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte, dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, en die niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn, of in de zijlijn tot de vierde graad of door enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige of de kwetsbare persoon, of door een persoon die hen onder zijn bewaring heeft, of door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer, wordt het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.