Art. 102. Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie niveau 8
Doodslag gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie wordt bestraft met een straf van niveau 8 indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 393bis zeker · 85%De doodslag op de opgesomde beroepsgroepen naar aanleiding van de uitoefening van hun functie wordt nu de doodslag op een persoon met een maatschappelijke functie, bestraft met een straf van niveau 8, wat overeenstemt met de oude levenslange opsluiting. De lange opsomming van beroepen is vervangen door het gedefinieerde begrip in de algemene definities.
Doodslag op een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting of binnen het veiligheidskorps, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, een VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- of ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder wordt gestraft met levenslange opsluiting indien gepleegd in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.
Oud art. 280 waarschijnlijk · 70%De trapsgewijze strafverzwaringen voor doodslag, slagen, foltering en onmenselijke behandeling gepleegd op ambtsdragers zijn verdeeld over de misdrijven tegen de persoon, telkens in de variant gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie. De oude techniek van een lijst met per geval verhoogde straffen is daarmee verdwenen.
Indien de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd op een ministerieel ambtenaar, een agent die drager is van het openbaar gezag of van de openbare macht of op enig ander persoon met een openbare hoedanigheid bekleed, in de uitvoering of in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie, zijn de straffen de volgende :
1° in de gevallen bedoeld in artikel 393, is de straf levenslange opsluiting;
1/1° in de gevallen bedoeld in artikel 398, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro;
2° in de gevallen bedoeld in artikel 398, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro;
3° in de gevallen bedoeld in artikel 399, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van vier maanden tot vier jaar en geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro;
4° in de gevallen bedoeld in artikel 399, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro;
5° in de gevallen bedoeld in artikel 400, eerste lid, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;
6° in de gevallen bedoeld in artikel 400, tweede lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
7° in de gevallen bedoeld in artikel 401, eerste lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
8° in de gevallen bedoeld in artikel 401, tweede lid, is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
9° in de gevallen bedoeld in artikel 417/2, eerste lid, is de straf opsluiting van twintig tot dertig jaar;
10° in de gevallen bedoeld in artikel 417/3, eerste lid, is de straf opsluiting van vijftien tot twintig jaar.