Art. 96. Doodslag niveau 7
Doodslag is het doden van een ander persoon met het oogmerk om hem te doden.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 7.
De rechter kan geen straf onder elektronisch toezicht, probatiestraf of werkstraf uitspreken in geval van poging van doodslag.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 393 zeker · 90%De definitie van doodslag (doden met het oogmerk om te doden) is woordelijk overgenomen in artikel 96, met een straf van niveau 7 in plaats van opsluiting 20-30 jaar.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Doden met het oogmerk om te doden wordt doodslag genoemd. Het wordt gestraft met (opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar).
Oud art. 397 waarschijnlijk · 70%Vergiftiging als afzonderlijke, met levenslange opsluiting bestrafte vorm van doodslag bestaat niet meer als apart misdrijf; het opzettelijk doden ongeacht het middel valt nu onder de algemene doodslagbepaling van artikel 96, bestraft met niveau 7 (lager dan de vroegere levenslange straf).
Vergiftiging wordt genoemd de doodslag gepleegd door middel van stoffen die min of meer snel de dood kunnen teweegbrengen, op welke wijze die stoffen ook aangewend of toegediend zijn. Zij wordt gestraft met (levenslange opsluiting).
Oud art. 396 waarschijnlijk · 65%Kindermoord bestaat niet meer als apart misdrijf; het oude artikel bepaalde zelf al dat het naargelang de omstandigheden als doodslag of moord wordt bestraft, wat nu overeenkomt met de artikelen 96 en 97.
Doodslag gepleegd op een kind bij de geboorte of dadelijk daarna, wordt kindermoord genoemd.
Kindermoord wordt naar gelang van de omstandigheden gestraft als doodslag of als moord.
(Leden 3 en 4 opgeheven)