Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoon

Art. 95. Toepassingsgebied

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Als slachtoffer van de misdrijven uit deze titel kunnen worden beschouwd alle natuurlijke personen vanaf hun geboorte als levend wezen.

Natuurlijke personen kunnen slachtoffer zijn van alle misdrijven uit deze titel.

Rechtspersonen kunnen slachtoffer zijn van de volgende misdrijven bedoeld in deze titel:

1° bedreiging, bedoeld in hoofdstuk 6, afdeling 1;

2° laster en belediging, bedoeld in hoofdstuk 6, afdeling 3;

3° misdrijven betreffende het geheim van communicatie, privégegevens van een informaticasysteem en brieven bedoeld in hoofdstuk 9, afdeling 1;

4° schending van plaatsen die tot woning dienen bedoeld in hoofdstuk 9, afdeling 2;

5° schending van het beroepsgeheim bedoeld in hoofdstuk 9, afdeling 3.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 446 waarschijnlijk · 70%
Dat laster en eerroof ook tegen een gesteld lichaam kunnen worden gepleegd, is nu geregeld doordat artikel 95 rechtspersonen uitdrukkelijk als mogelijk slachtoffer van laster en belediging aanwijst.

Laster en eerroof jegens een gesteld lichaam worden op dezelfde wijze gestraft als laster en eerroof jegens individuele personen.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
Dit artikel stelt zelf geen strafniveau: het is bijvoorbeeld een definitie, een verzwarende factor, een bijkomende straf of een verschoningsgrond. Het strafniveau staat bij het misdrijf waarop het artikel slaat.
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-95

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 94Art. 96 →