Art. 385. Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen aan een terroristische persoon niveau 4
Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen aan een terroristische persoon is het, op enigerlei wijze, direct of indirect, opzettelijk verstrekken of inzamelen van gegevens of materiële middelen, daaronder begrepen financiële hulp, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt, door een andere persoon wanneer de persoon die de materiële middelen verstrekt of inzamelt weet dat die andere persoon een misdrijf als bedoeld in artikel 371 pleegt of zal plegen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of lager of niveau 5 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 5 of meer.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 141 zeker · 90%De financiering van terrorisme is gesplitst in het ter beschikking stellen van middelen met terroristisch oogmerk, het ter beschikking stellen aan een terroristische persoon en de verzwaarde vorm. De straf hangt nu af van het gelinkte misdrijf, namelijk niveau 3 of 4 en verzwaard niveau 4 of 5, in plaats van opsluiting van vijf tot tien respectievelijk tien tot vijftien jaar, en de verzwaring geldt voortaan ook wanneer een persoon in een kwetsbare toestand wordt ingeschakeld.
Wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro, iedere persoon die, op enigerlei wijze, direct of indirect, materiële middelen verstrekt of inzamelt, daaronder begrepen financiële hulp, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt,
1° om een misdrijf als bedoeld in de artikelen 137 en 140 tot 140septies te plegen of eraan bij te dragen;
of
2° door een andere persoon wanneer de persoon die de materiële middelen verstrekt of inzamelt weet dat die andere persoon een misdrijf als bedoeld in artikel 137 pleegt of zal plegen.
De straf is opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van vijfduizend euro tot tienduizend euro indien het verstrekken of het inzamelen van de materiële middelen plaatsvindt met het oogmerk dat ze geheel of gedeeltelijk gebruikt zouden worden door een minderjarige met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 137.