Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 2. MisdrijfAfdeling 2. Strafbare poging

Art. 9. Strafbare poging

§ 1. De poging tot misdrijf is strafbaar wanneer het crimineel voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.

Wie terugtreedt wegens omstandigheden afhankelijk van zijn wil, is niet strafbaar. De vrijwillige terugtred werkt enkel door naar de deelnemer indien wat hem betreft aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan.

De poging is altijd strafbaar voor de opzettelijke misdrijven.

De strafbare poging wordt bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere strafniveau dan datgene gesteld op het voltooide misdrijf.

De strafbare poging van een misdrijf waarop in de wet op het voltooide misdrijf een straf van niveau 1 is gesteld, wordt bestraft met dezelfde straf of, wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf en de rechter oordeelt dat dit een gepaste straf is, met een bijkomende straf die wordt uitgesproken in plaats van de hoofdstraf.

§ 2. Wordt bestraft met een straf die twee niveaus lager is dan het niveau gesteld op het voltooid misdrijf, de persoon die op vasthoudende en zekere wijze voorstelt, aanbiedt of aanzet een misdrijf te plegen waarop in de wet een straf van niveau 5 of hoger is gesteld en hij die een dergelijk voorstel, aanbod of aanzetting heeft aanvaard, terwijl dit geen uitwerking heeft gehad wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 51 zeker · 85%
De definitie van strafbare poging (begin van uitvoering dat staakt of mislukt door omstandigheden onafhankelijk van de wil van de dader) is inhoudelijk overgenomen in art. 9 §1.

Strafbare poging bestaat, wanneer het voornemen om een misdaad of een wanbedrijf te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad of van dat wanbedrijf uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist.

Oud art. 441 waarschijnlijk · 75%
De specifieke strafbaarstelling van poging tot dit wanbedrijf is opgegaan in de algemene pogingsregeling, die poging bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere niveau.

Poging tot het in vorig artikel omschreven wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.

Oud art. 466 waarschijnlijk · 75%
De eigen, lagere strafmaat voor poging tot diefstal verdwijnt. De poging wordt voortaan volledig beheerst door de algemene regeling van de strafbare poging in artikel 9 van boek I.

Poging tot een van de diefstallen, in de vorige artikelen vermeld, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.

Oud art. 514 waarschijnlijk · 75%
De eigen strafmaat voor poging tot brandstichting is vervangen door de algemene regeling van de strafbare poging in boek I, die de straf van het onmiddellijk lagere niveau oplegt.

Wanneer op brandstichting gevangenisstraf gesteld is, wordt de poging tot brandstichting gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

Oud art. 52 waarschijnlijk · 70%
De regel dat poging met een lagere straf dan het voltooide misdrijf wordt bestraft, is behouden in art. 9 §1, nu uitgedrukt via het niveausysteem in plaats van vaste strafmaten voor levenslange misdaden.

Poging tot misdaad wordt gestraft met de straf die, overeenkomstig de artikelen 80 en 81, onmiddellijk lager is dan die gesteld op de misdaad zelf.

De pogingen tot misdaden die strafbaar zijn met levenslange opsluiting of levenslange hechtenis worden echter respectievelijk gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of met twintig jaar tot dertig jaar hechtenis.

Oud art. 53 waarschijnlijk · 50%
Het oude recht vereiste een uitdrukkelijke wetsbepaling om poging tot wanbedrijf strafbaar te maken; art. 9 §1 stelt nu dat poging voor alle opzettelijke misdrijven steeds strafbaar is, wat een inhoudelijke verruiming is ten opzichte van de oude regel.

De wet bepaalt in welke gevallen en met welke straffen poging tot wanbedrijf wordt gestraft.

Oud art. 135quinquies waarschijnlijk · 50%
Deze specifieke pogingsbepaling is opgegaan in de algemene regeling van de strafbare poging, die poging bij opzettelijke misdrijven steeds strafbaar stelt. De oude gelijkstelling met de straf van het voltooide misdrijf is daarbij niet behouden, want het nieuwe wetboek straft de poging in de regel een niveau lager.

De poging tot de wanbedrijven in artikel 135quater omschreven wordt gestraft met dezelfde straffen.

Oud art. 405 waarschijnlijk · 50%
De specifieke pogingsstrafbaarstelling voor het toedienen van schadelijke stoffen is niet langer als afzonderlijke bepaling nodig, nu de algemene pogingsregeling van artikel 9 (Boek I) poging op alle opzettelijke misdrijven bestraft met een lager strafniveau.

Poging om iemand stoffen als bedoeld in artikel 402 toe te dienen, zonder het oogmerk om te doden, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 17, Art. 371 (boek II), Art. 527 (boek II), Art. 531 (boek II)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-9

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 8Art. 10