Art. 638. Publieke omkoping niveau 3
§ 1. Publieke omkoping is het opzettelijk
1° door een persoon met een openbare functie rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook vragen, aannemen of ontvangen, of;
2° rechtstreeks of door tussenpersonen aan een persoon met een openbare functie een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde doen.
§ 2. Deze gedraging is strafbaar indien zij wordt gesteld met als doel een persoon met een openbare functie:
1° een rechtmatige maar niet aan betaling onderworpen handeling van zijn functie te laten verrichten;
2° de echte of vermeende invloed waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen te laten misbruiken;
3° een onrechtmatige handeling naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie of het nalaten van een handeling die tot zijn ambtsplichten behoort, te laten verrichten;
4° een misdrijf naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie te laten plegen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
§ 3. Voor de toepassing van deze bepaling wordt gelijkgesteld met een persoon met een openbare functie:
1° een persoon met een openbare functie in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie;
2° elke persoon die zich kandidaat heeft gesteld voor een dergelijke functie, die doet geloven een dergelijke functie te zullen uitoefenen of die, door gebruik te maken van valse hoedanigheden, doet geloven een dergelijke functie uit te oefenen;
3° een arbiter.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 246 zeker · 85%Actieve en passieve omkoping van een persoon met een openbare functie zijn in dezelfde bewoordingen samengebracht in één artikel.
§ 1. Passieve omkoping bestaat in het feit dat een persoon die een openbaar ambt uitoefent, rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook vraagt, aanneemt of ontvangt om een van de in artikel 247 bedoelde gedragingen aan te nemen.
§ 2. Actieve omkoping bestaat in het rechtstreeks of door tussenpersonen voorstellen aan een persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde om een van de in artikel 247 bedoelde gedragingen aan te nemen.
§ 3. Met een persoon die een openbaar ambt uitoefent in de zin van dit artikel wordt gelijkgesteld elke persoon die zich kandidaat heeft gesteld voor een dergelijk ambt, die doet geloven een dergelijk ambt te zullen uitoefenen of die, door gebruik te maken van valse hoedanigheden, doet geloven een dergelijk ambt uit te oefenen.
Oud art. 250 waarschijnlijk · 75%De gelijkstelling van buitenlandse en internationale ambtenaren en de verhoogde geldboete daarvoor zijn behouden in art. 638 §3 en art. 639, 4°.
Indien de in de artikelen 246 tot 249 bepaalde omkoping een persoon betreft die een openbaar ambt uitoefent in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie, worden het minimum van de geldboetes verdrievoudigd en het maximum van de geldboetes vervijfvoudigd.
Oud art. 247 waarschijnlijk · 70%De vier doelcategorieën van de omkoping keren terug in art. 638 §2, maar de sterk gegradueerde strafmaten (6 maanden tot 5 jaar) zijn vervangen door één uniform niveau 3, met enkel nog gedifferentieerde geldboetemaxima in art. 639.
§ 1. Indien de omkoping het verrichten door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een rechtmatige maar niet aan betaling onderworpen handeling van zijn ambt tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf van zes maanden tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro of één van die straffen.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 25 000 euro of één van die straffen.
§ 2. Indien de omkoping het verrichten door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een onrechtmatige handeling naar aanleiding van de uitoefening van zijn ambt of het nalaten van een handeling die tot zijn ambtsplichten behoort tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 50 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval dat voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
Ingeval de omgekochte persoon de onrechtmatige handeling heeft verricht of nagelaten heeft een handeling te verrichten die tot zijn ambtsplichten behoort, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
§ 3. Indien de omkoping het plegen door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van een misdaad of een wanbedrijf naar aanleiding van de uitoefening van zijn ambt tot doel heeft, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
§ 4. Indien de omkoping het gebruik tot doel heeft door de persoon die een openbaar ambt uitoefent, van de echte of vermeende invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen, is de straf een gevangenisstraf van zes maanden tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 25 000 euro.
Indien de omgekochte persoon de invloed waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikte, effectief heeft aangewend, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van 100 euro tot 75 000 euro.
Oud art. 249 waarschijnlijk · 55%De afzonderlijke en oplopende strafmaten voor de omkoping van een arbiter, een rechterassessor, een gezworene of een rechter verdwijnen en gaan op in één misdrijf van publieke omkoping met een straf van niveau 3. Dat betekent een aanzienlijke verlaging tegenover de oude opsluiting van tien tot vijftien jaar voor de omgekochte rechter.
§ 1. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een arbiter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf van een jaar tot vier jaar en een geldboete van 100 euro tot 50 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf een gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
§ 2. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechterassessor of een gezworene betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf een gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
§ 3. Indien de in artikel 246 bepaalde omkoping een rechter betreft en betrekking heeft op een handeling die behoort tot zijn rechtsprekend ambt, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
Indien, in het geval bepaald in het vorige lid, de vraag bedoeld in artikel 246, § 1, gevolgd wordt door een voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, evenals ingeval het voorstel bedoeld in artikel 246, § 2, aangenomen wordt, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en een geldboete van 500 euro tot 100 000 euro.
Oud art. 202 waarschijnlijk · 50%De ambtenaar die wetens een reispas of een gelijkaardig stuk op een valse naam afgeeft pleegt voortaan valsheid in geschriften (artikel 451), en laat hij zich daartoe door giften of beloften bewegen, dan geldt de publieke omkoping van artikel 638. De formele plicht om de identiteit door twee bekende burgers te laten bevestigen heeft geen tegenhanger meer.
De openbare officier die een reispas, (een document bedoeld in de wapenwet), een arbeidsboekje, een reisorder afgeeft aan iemand die hij niet kent, zonder diens naam en hoedanigheid door twee hem bekende burgers te doen bevestigen, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
Indien de openbare officier, bij de afgifte van die stukken, wist dat de naam of de hoedanigheid verdicht was, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Hij wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar, indien hij zich daartoe heeft laten bewegen door giften of beloften.
In de twee laatste gevallen kan hij bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.