Art. 291. Verzwaarde huisjesmelkerij niveau 3
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Huisjesmelkerij wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer:
1° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;
2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 3 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan twee jaar tot ten hoogste vier jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 2 of 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 433undecies (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
Oud Strafwetboek van 1867: art. 433duodecies (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 433undecies zeker · 90%De verzwaring van huisjesmelkerij wegens gewoonte of deelneming aan een vereniging is identiek overgenomen in artikel 291.
Het in artikel 433decies bedoelde misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro in de volgende gevallen :
1° ingeval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;
2° in geval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Oud art. 433duodecies zeker · 85%De verzwaring van huisjesmelkerij bij deelname aan een criminele organisatie is inhoudelijk overgenomen in artikel 291, met een strafniveau in plaats van de oude opsluitingsvork van vijf tot tien jaar.
Het in artikel 433decies bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdvijftigduizend euro ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.
De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.