Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 2. Mensenhandel en mensensmokkel

Art. 261. Verzwarende factoren van mensenhandel en mensensmokkel

Bij de keuze van de straf of maatregel en de zwaarte ervan voor een in deze afdeling bedoeld misdrijf neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd:

1° door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer of door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de mogelijkheden die zijn functies hem verschaffen;

2° door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 433sexies waarschijnlijk · 70%
De verzwaringsgronden (gezag over het slachtoffer, openbare functie) blijven inhoudelijk dezelfde, maar de vaste, verhoogde strafmaat opsluiting 5-10 jaar wordt vervangen door een in aanmerking te nemen verzwarende factor bij de straftoemeting.

Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met geldboete van zevenhonderd vijftig euro tot vijfenzeventigduizend euro ingeval het werd gepleegd :

1° door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer of door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen;

2° door een openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die handelt naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening.

De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 54 (boek I)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-261

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 260Art. 262