Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 2. Mensenhandel en mensensmokkel

Art. 260. Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel niveau 5

§ 1. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 4 indien:

1° het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;

2° het misdrijf is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken;

3° het misdrijf is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang, of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog;

4° het misdrijf is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welk voordeel om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer;

5° het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;

6° het misdrijf een integriteitsaantasting van de derde graad heeft veroorzaakt;

7° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;

8° het misdrijf werd gepleegd met een discriminerende drijfveer;

9° het misdrijf een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.

De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Indien de mensenhandel met als doel de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting werd gepleegd ten aanzien van een minderjarige, zijn de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 2, van toepassing.

§ 2. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 5 indien:

1° het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt, zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk te doden;

2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.

De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 433septies zeker · 85%
De uitgebreide lijst van verzwaringsgronden voor mensenhandel (minderjarige, misbruik kwetsbaarheid, dwang, levensgevaar, ernstig letsel, gewoonte, criminele organisatie) is grotendeels overgenomen in art. 260.

Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdduizend euro in de volgende gevallen :

1° ingeval het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige;

2° ingeval het is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken;

3° ingeval het is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang , of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog;

3bis° ingeval het is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welke voordelen om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer;

4° ingeval het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;

5° ingeval het misdrijf een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van een orgaan of van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt;

6° in geval van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;

7° ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.

De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Oud art. 433octies waarschijnlijk · 60%
De verzwarende omstandigheden dood zonder doodsoogmerk en deelname aan een criminele organisatie bij mensenhandel zijn ondergebracht in de algemene verzwaringsregeling van mensenhandel, al kan niet volledig worden geverifieerd of beide elementen identiek zijn overgenomen.

Het in artikel 433quinquies, § 1, bedoelde misdrijf wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar en met geldboete van duizend euro tot honderdvijftigduizend euro in de volgende gevallen :

1° ingeval het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt zonder het oogmerk te doden;

2° ingeval het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.

De boete wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
4, 5 · gevangenisstraf van 10 tot 15 jaar alle misdrijven van dit niveau
Verwijst naar
Art. 52 (boek I)
Aangehaald in
Art. 421
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-260

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 259Art. 261