Art. 53. Verbeurdverklaring
§ 1. Behoudens wanneer ze als hoofdstraf van niveau 1 wordt uitgesproken, is de verbeurdverklaring een bijkomende straf die de rechter moet uitspreken wanneer hij het misdrijf bewezen verklaart.
§ 2. De rechter spreekt de verbeurdverklaring uit:
1° van de zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken, indien zij eigendom zijn van de veroordeelde;
2° van de zaken die hebben gediend of waren bestemd tot het plegen van het misdrijf, indien zij eigendom zijn van de veroordeelde;
3° van de zaken die uit het misdrijf zijn ontstaan;
4° van de vermogensvoordelen die uit het misdrijf zijn verkregen, van de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en van de inkomsten uit de belegde voordelen.
Indien de verbeurd te verklaren zaken bedoeld in het eerste lid, 2° en 4°, niet in het vermogen van de veroordeelde kunnen worden teruggevonden, gaat de rechter, op schriftelijke vordering van het openbaar ministerie of ambtshalve, na de beklaagde of de beschuldigde hierover te hebben gehoord, over tot een raming van de geldwaarde ervan en spreekt de verbeurdverklaring uit van een daarmee overeenstemmend geldbedrag. Wanneer er meerdere daders zijn, zal enkel diegene die het verbeurd te verklaren goed heeft onttrokken aan de gerechtelijke autoriteiten worden veroordeeld tot betaling van het daarmee overeenstemmend bedrag. Indien die persoon niet kan worden bepaald, zal elk van de daders worden veroordeeld tot de betaling van een deel van dat bedrag, te bepalen door de rechtbank, die hierbij rekening houdt met het aandeel van elk van de veroordeelde daders in het misdrijf.
§ 3. De verbeurdverklaring van onroerende goederen die hebben gediend of bestemd zijn geweest voor het plegen van het misdrijf zal slechts worden bevolen in de door de wet bepaalde gevallen.
§ 4. De verbeurdverklaring van onroerende goederen kan enkel gebeuren op schriftelijke vordering van het openbaar ministerie. Wanneer zij niet wordt voorafgegaan door een strafrechtelijk beslag op het onroerende goed, wordt deze vordering kosteloos in de kantlijn van de laatst overgeschreven akte vermeld bij de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën. Het openbaar ministerie vordert de kosteloze doorhaling van de kantmelding, als daartoe grond bestaat.
§ 5. Voor het bepalen van het bedrag van de vermogensbestanddelen die ... uit het misdrijf zijn verkregen, kan de rechter zich inzonderheid baseren op alle elementen die hem op tegensprekelijke wijze worden voorgelegd, en die wijzen op een onevenwicht tussen enerzijds de tijdelijke of blijvende aangroei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde gedurende de incriminatieperiode die door het openbaar ministerie worden bewezen, en anderzijds de tijdelijke of blijvende aangroei van het vermogen en de bestedingen van de veroordeelde in diezelfde periode, waarvan die laatste geloofwaardig kan maken dat ze niet voortspruiten uit de misdrijven waarvoor hij werd veroordeeld.
§ 6. De rechter vermindert indien nodig de verbeurdverklaring van de goederen die hebben gediend tot of waren bestemd om het misdrijf te plegen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, of het bedrag van de vermogensvoordelen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, of de raming van de geldwaarde bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, teneinde de veroordeelde niet aan een onredelijk zware straf te onderwerpen.
§ 7. De verbeurdverklaring van de in paragrafen 1 en 2, eerste lid, bedoelde zaken wordt eveneens uitgesproken wanneer die zaken zich buiten het Belgische grondgebied bevinden.
De verbeurdverklaring van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde zaken, uitgesproken ten aanzien van publiekrechtelijke rechtspersonen, kan enkel betrekking hebben op goederen die vatbaar zijn voor burgerlijk beslag.
§ 8. Behoudens toepassing van artikel 67, worden de verbeurdverklaarde zaken aan de Schatkist toegekend.
§ 9. Iedere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, kan dit recht laten gelden binnen een termijn en volgens de nadere regels bepaald door de Koning.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 15, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 42 zeker · 90%Artikel 53, § 2, herneemt punt voor punt de voorwerpen van de bijzondere verbeurdverklaring: het voorwerp van het misdrijf, de instrumenten, de zaken die uit het misdrijf ontstaan en de vermogensvoordelen met hun vervangingswaarden. Nieuw is de uitdrukkelijke waardevervanging in geld wanneer de zaken niet meer in het vermogen van de veroordeelde zitten.
Bijzondere verbeurdverklaring wordt toegepast :
1° Op de zaken die het voorwerp van het misdrijf uitmaken, en op die welke gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, wanneer zij eigendom van de veroordeelde zijn;
2° Op de zaken die uit het misdrijf voortkomen.
(3° Op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen.)
Oud art. 43 waarschijnlijk · 75%Artikel 53, § 1, maakt van de verbeurdverklaring opnieuw een verplichte bijkomende straf die de rechter uitspreekt zodra het misdrijf bewezen is. Het onderscheid tussen misdaden en wanbedrijven enerzijds en overtredingen anderzijds vervalt, en de matigingsclausule wegens een onredelijk zware straf keert in het nieuwe wetboek terug bij specifieke verbeurdverklaringen zoals artikel 411.
Bij misdaad of wanbedrijf wordt bijzondere verbeurdverklaring (toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 1° en 2°) altijd uitgesproken. De verbeurdverklaring van zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdaad of het wanbedrijf wordt uitgesproken, behoudens wanneer dit tot gevolg zou hebben dat de veroordeelde aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen.
Bij overtreding wordt zij slechts uitgesproken in de gevallen bij de wet bepaald.
Oud art. 43bis waarschijnlijk · 70%De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen, de raming van de geldwaarde bij ontbrekende zaken en de matiging bij een onredelijk zware straf zitten nu in het algemene artikel over de verbeurdverklaring, terwijl de teruggave of toewijzing aan de burgerlijke partij naar het artikel over teruggave en schadevergoeding is verhuisd. De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen is bovendien verplicht geworden in plaats van afhankelijk van een schriftelijke vordering van het openbaar ministerie.
(Bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, kan door de rechter in elk geval worden uitgesproken, maar slechts voorzover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd.)
Indien de zaken bedoeld in het eerste lid en de zaken die gediend hebben of bestemd waren om het misdrijf te plegen niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag.
Ingeval de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zullen zij aan haar worden teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken zullen haar eveneens worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel.
Iedere andere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, zal dit recht kunnen laten gelden binnen een termijn en volgens modaliteiten bepaald door de Koning.
De bijzondere verbeurdverklaring van de onroerende goederen moet of kan, naargelang de rechtsgrond die dit bepaalt, door de rechter worden uitgesproken, maar slechts voor zover zij door het openbaar ministerie schriftelijk werd gevorderd.
De schriftelijke vordering van het openbaar ministerie strekkende tot de verbeurdverklaring van een onroerend goed, dat niet strafrechtelijk in beslag is genomen overeenkomstig de toepasselijke vormvoorschriften, wordt op straffe van onontvankelijkheid kosteloos ingeschreven op de kant van de laatst overgeschreven akte of het vonnis bedoeld in artikel 3.30, § 1, van het Burgerlijk Wetboek. Het openbaar ministerie voegt een bewijs van de kantmelding bij het strafdossier voor de sluiting van de debatten. Het openbaar ministerie vordert de kosteloze doorhaling van de kantmelding, als daartoe grond bestaat.
De rechter vermindert zo nodig het bedrag van de in artikel 42, 3°, bedoelde vermogensvoordelen of van de in het tweede lid bedoelde geldwaarde om de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.
Oud art. 123quinquies waarschijnlijk · 65%De verplichte verbeurdverklaring van de zaken die tot het plegen hebben gediend en van de door het misdrijf verkregen plannen, kaarten en geschriften valt nu onder de algemene regeling van artikel 53, waar de verbeurdverklaring een verplichte bijkomende straf is zodra de rechter het misdrijf bewezen verklaart. De mogelijkheid om de veroordeelden daarnaast uit hun rechten te ontzetten wordt in dit verband niet meer herhaald.
De verbeurdverklaring van de zaken die gediend hebben of bestemd waren om het misdrijf te plegen, wordt altijd uitgesproken, evenals de verbeurdverklaring van de plans, kaarten, geschriften, bescheiden, afschriften, opmetingen, fotografische opnamen, gezichten, reprodukties en alle andere door het misdrijf verkregen zaken.
(In de gevallen van de artikelen 119, 120, 120bis, 121bis, 122bis en 123quater, kunnen de tot gevangenisstraf veroordeelden verwezen worden tot levenslange of tijdelijke ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 31, eerste lid.) <B 31-12-1939, art. 2>
Oud art. 123ter waarschijnlijk · 60%De toewijzing aan de Schatkist van wat de spionageactiviteit heeft opgebracht gaat op in de verplichte verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen, met verbeurdverklaring van een overeenstemmend geldbedrag wanneer die niet meer in het vermogen worden teruggevonden; de bijzondere strafverzwaring bij feiten uit winstbejag keert niet terug.
(Indien de misdrijven, in de artikelen 115 tot 120quater, 120sexies tot 123bis omschreven, uit winstbejag zijn begaan, worden de (sommen, de goederen of de rechtstreekse of onrechtstreekse voordelen van welke aard ook, die de werkzaamheid van de schuldige heeft opgebracht,) tot eigendom van de Schatkist verklaard; (indien zij niet in beslag zijn genomen, wordt een met hun waarde overeenstemmend bedrag) tot eigendom van de Schatkist verklaard.)
(In hetzelfde geval worden de in de artikelen 119 en 120 bepaalde gevangenisstraffen vervangen door opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en tijdelijke hechtenis door tijdelijke opsluiting van gelijke duur.)
(Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, wordt (levenslange opsluiting) vervangen overeenkomstig artikel 80.)
Oud art. 503 waarschijnlijk · 50%De verplichte inbeslagname en verbeurdverklaring van de vervalste voedingsmiddelen valt nu onder de algemene verbeurdverklaring van artikel 53, par. 2; de praktische regels over monsterneming, vernietiging of denaturering en overdracht aan sociale instellingen zijn niet overgenomen.
De vervalste voedingsmiddelen die in het bezit van de schuldige worden gevonden, worden in beslag genomen en verbeurd verklaard.
Nochtans moeten die voedingsmiddelen, wanneer zij ingevolge de vervalsing voor de voeding ongeschikt zijn gemaakt en wegens hun aard of toestand niet kunnen worden bewaard, na monsterneming worden vernietigd of gedenatureerd door de bekeurende beambte, bijgestaan door een ambtenaar bedoeld in artikel 11 van de wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, welke personen gezamenlijk de processen-verbaal van de inbeslagneming en vernietiging of denaturering van die voedingsmiddelen ondertekenen. In ieder geval wordt de verbeurdverklaring bevolen.
De voedingsmiddelen die niettegenstaande hun vervalsing voor de voeding geschikt blijven, mogen worden overgemaakt aan een van een ondergeschikt bestuur afhangende inrichting voor maatschappelijk dienstbetoon, hetzij onmiddellijk na monsterneming zo het voedingsmiddelen betreft die niet voor bewaring vatbaar zijn, hetzij na rechterlijke beslissing waarbij de verbeurdverklaring wordt bevolen, zo deze voedingsmiddelen vatbaar zijn voor bewaring.