Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 3. Misdrijven tegen de seksuele integriteit, het seksueel zelfbeschikkingsrecht en de goede zedenAfdeling 2. Seksuele uitbuiting van minderjarigenOnderafdeling 2. Seksuele uitbuiting van minderjarigen met het oog op prostitutie

Art. 169. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf

In afwijking van artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen.

De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.

Indien deze roerende of onroerende goederen worden vervreemd tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rechterlijke beslissing, kan de rechter hun geldwaarde bepalen en de verbeurdverklaring uitspreken van een geldsom die hiermee overeenstemt overeenkomstig artikel 53, § 2, tweede lid.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 417/42 zeker · 90%
Zelfde bijzondere verbeurdverklaringsregeling voor instrumenten van seksuele uitbuiting van minderjarigen, met aangepaste interne verwijzing naar de nieuwe algemene verbeurdverklaringsbepaling.

Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf

In afwijking van artikel 42, 1°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk doet aan de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen.

De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.

Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van de in het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Verwijst naar
Art. 53 (boek I)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-169

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 168Art. 170