Art. 286. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
In afwijking van artikel 53, § 2, 2°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van een van de in deze afdeling bedoelde misdrijven verbeurd verklaard, ook al zijn zij geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die zaken.
De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.
Indien deze roerende of onroerende goederen worden vervreemd tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rechterlijke beslissing, kan de rechter hun geldwaarde bepalen en de verbeurdverklaring uitspreken van een geldsom die hiermee overeenstemt overeenkomstig artikel 53, § 2, tweede lid.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 433novies/11 waarschijnlijk · 55%Artikel 286 is de verbeurdverklaringsbepaling van de afdeling handel in menselijke organen, maar de overige onderdelen (ontzetting van rechten, beroepsverbod, sluiting van de inrichting) worden niet door de aangeboden kandidaten gedekt.
§ 1. In de gevallen bedoeld in dit Hoofdstuk worden de schuldigen bovendien veroordeeld tot ontzetting van de in artikel 31, eerste lid, genoemde rechten.
§ 2. De rechtbanken kunnen de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in dit Hoofdstuk, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar verbieden een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met het plegen van een van de in dit Hoofdstuk strafbaar gestelde feiten.
§ 3. Zonder rekening te houden met de hoedanigheid van natuurlijke persoon of rechtspersoon van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, kan de rechtbank de tijdelijke of definitieve, gedeeltelijke of volledige sluiting bevelen van de inrichting waar de misdrijven bedoeld in dit Hoofdstuk gepleegd zijn, in overeenstemming met de nadere regels bepaald in de artikelen 417/57 en 433quater/5.
§ 4. Artikelen 417/59, § 3, 417/60, 433quater/6, § 3 en 433quater/7 is van toepassing op de paragrafen 1, 2 en 3.
§ 5. De bijzondere verbeurdverklaring bedoeld in artikel 42, 1°, wordt toegepast op degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan het in dit Hoofdstuk bedoelde misdrijf, zelfs wanneer de zaken waarop zij betrekking heeft geen eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp kunnen uitmaken van de verbeurdverklaring schaadt. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.
§ 6. In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis van het Wetboek van strafvordering.