Art. 67. Teruggave en de schadevergoeding
De veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen wordt uitgesproken, onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen mocht verschuldigd zijn.
De betaling van een schadevergoeding aan de burgerlijke partij kan worden opgelegd aan diegene die bij rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf wordt veroordeeld of, in voorkomend geval, aan de burgerrechtelijk aansprakelijke partij.
Wanneer de wet de schadevergoeding niet regelt, bepaalt de rechter het bedrag ervan. Indien de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, worden zij aan haar teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken worden haar eveneens toegewezen indien de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omdat zij goederen of waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij. Evenzo bepaalt de rechter wanneer de verbeurdverklaring betrekking heeft op een geldsom die overeenstemt met die zaken, dat dit bedrag, waarvan de betaling moet worden verrekend met de aan de burgerlijke partij toegekende schadevergoeding, aan haar wordt toegekend.
Onverminderd de bepalingen inzake de verbeurdverklaring, beveelt de rechter ambtshalve de teruggave van de goederen die aan de eigenaar werden ontnomen of de toewijzing aan hem van de goederen of waarden die door de veroordeelde in de plaats van deze goederen werden gesteld. Daarnaast beoogt de teruggave de materiële gevolgen van het bewezen verklaarde misdrijf teniet te doen, met als doel het herstel van de feitelijke toestand zoals die bestond vóór het plegen van het bewezen verklaarde misdrijf.
Indien het slachtoffer zich nog geen burgerlijke partij had gesteld op het moment van de uitspraak van de verbeurdverklaring van een geldsom die overeenstemt met het goed dat zijn eigendom was, beschikt hij over een schuldvordering tegenover de Staat ten belope van het bedrag dat door de veroordeelde ter uitvoering van deze straf werd betaald en die zal worden verrekend met de later toegekende schadevergoeding.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 44 zeker · 95%Het eerste lid van artikel 67 herneemt de oude regel vrijwel woordelijk: de veroordeling tot de wettelijke straffen geldt onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen verschuldigd is. Inhoudelijk verandert er niets.
De veroordeling tot de bij de wet gestelde straffen wordt altijd uitgesproken, onverminderd de teruggave en de schadevergoeding die aan partijen mochten zijn verschuldigd.
Oud art. 45 zeker · 80%Artikel 67, derde lid, bepaalt nog steeds dat de rechter het bedrag van de schadevergoeding vaststelt wanneer de wet dat niet doet, maar het artikel is ruimer en regelt ook de teruggave en de toewijzing van verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij. Het verbod om de schadevergoeding aan enig werk toe te wijzen is niet overgenomen.
Wanneer de wet de schadevergoeding niet regelt, bepaalt het hof of de rechtbank het bedrag ervan, zonder nochtans te mogen beslissen, zelfs met toestemming van de benadeelde partij, dat zij aan enig werk zal worden toegewezen.
Oud art. 43bis waarschijnlijk · 70%De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen, de raming van de geldwaarde bij ontbrekende zaken en de matiging bij een onredelijk zware straf zitten nu in het algemene artikel over de verbeurdverklaring, terwijl de teruggave of toewijzing aan de burgerlijke partij naar het artikel over teruggave en schadevergoeding is verhuisd. De verbeurdverklaring van vermogensvoordelen is bovendien verplicht geworden in plaats van afhankelijk van een schriftelijke vordering van het openbaar ministerie.
(Bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de zaken bedoeld in artikel 42, 3°, kan door de rechter in elk geval worden uitgesproken, maar slechts voorzover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd.)
Indien de zaken bedoeld in het eerste lid en de zaken die gediend hebben of bestemd waren om het misdrijf te plegen niet kunnen worden gevonden in het vermogen van de veroordeelde, raamt de rechter de geldwaarde ervan en heeft de verbeurdverklaring betrekking op een daarmee overeenstemmend bedrag.
Ingeval de verbeurdverklaarde zaken aan de burgerlijke partij toebehoren, zullen zij aan haar worden teruggegeven. De verbeurdverklaarde zaken zullen haar eveneens worden toegewezen ingeval de rechter de verbeurdverklaring uitgesproken heeft omwille van het feit dat zij goederen en waarden vormen die door de veroordeelde in de plaats gesteld zijn van de zaken die toebehoren aan de burgerlijke partij of omdat zij het equivalent vormen van zulke zaken in de zin van het tweede lid van dit artikel.
Iedere andere derde die beweert recht te hebben op de verbeurdverklaarde zaak, zal dit recht kunnen laten gelden binnen een termijn en volgens modaliteiten bepaald door de Koning.
De bijzondere verbeurdverklaring van de onroerende goederen moet of kan, naargelang de rechtsgrond die dit bepaalt, door de rechter worden uitgesproken, maar slechts voor zover zij door het openbaar ministerie schriftelijk werd gevorderd.
De schriftelijke vordering van het openbaar ministerie strekkende tot de verbeurdverklaring van een onroerend goed, dat niet strafrechtelijk in beslag is genomen overeenkomstig de toepasselijke vormvoorschriften, wordt op straffe van onontvankelijkheid kosteloos ingeschreven op de kant van de laatst overgeschreven akte of het vonnis bedoeld in artikel 3.30, § 1, van het Burgerlijk Wetboek. Het openbaar ministerie voegt een bewijs van de kantmelding bij het strafdossier voor de sluiting van de debatten. Het openbaar ministerie vordert de kosteloze doorhaling van de kantmelding, als daartoe grond bestaat.
De rechter vermindert zo nodig het bedrag van de in artikel 42, 3°, bedoelde vermogensvoordelen of van de in het tweede lid bedoelde geldwaarde om de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.