Art. 55. Geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel
Wanneer het plegen van het misdrijf ertoe strekte rechtstreeks of onrechtstreeks een vermogensvoordeel te behalen en de rechter het bedrag van de door de wet voorziene geldboete als bijkomende straf onvoldoende acht om tot een gepaste bestraffing te komen, kan hij elk van de daders veroordelen tot betaling van een som die overeenstemt met maximum het drievoud van de waarde van het vermogensvoordeel dat de dader of de daders rechtstreeks of onrechtstreeks uit het misdrijf hebben behaald of hoopten te behalen in plaats van de bijkomende geldboete. Deze som wordt geïnd als een geldboete.
Deze straf kan als hoofdstraf van niveau 1 worden uitgesproken.
Indien hij een dergelijke straf oplegt, houdt de rechter bij het bepalen van het bedrag ervan rekening met de elementen die door de beklaagde of de beschuldigde worden ingeroepen met betrekking tot zijn financiële draagkracht en zijn sociale toestand.