Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 6. Misdrijven tegen de persoonlijke rust en de morele integriteitAfdeling 4. Smaad

Art. 248

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.

Opmerking bij dit artikel: In de Nederlandse tekst op Justel ontbreekt het opschrift van dit artikel; de Franse tekst heeft wel een opschrift: Le facteur aggravant. De site voegt zelf geen opschrift toe.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter het feit dat het misdrijf werd gepleegd in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting van een hof of van een rechtbank in overweging.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 275 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 47, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 275 zeker · 85%
De smaad door daden, woorden, gebaren of bedreigingen keert terug in artikel 247, met een ruimere lijst van beschermde functiedragers. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en geldboete, met een eigen strafmaat voor smaad in de vergadering van een Kamer of op de terechtzitting; artikel 247 stelt een straf van niveau 1 en artikel 248 laat de rechter het plegen in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting in overweging nemen bij de keuze van de straf. De klachtvereiste voor smaad aan een parlementslid keert niet terug.

(Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro wordt gestraft hij die een lid van de Wetgevende Kamers in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn mandaat, een minister (, een lid van het Grondwettelijk Hof) of een (magistraat van de administratieve orde of een lid van de rechterlijke orde) of een officier van de openbare macht in actieve dienst, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening, smaadt door daden, woorden, gebaren of bedreigingen.)

Indien de smaad gepleegd wordt in de vergadering van een der Kamers of op de terechtzitting van een hof of een rechtbank, is de gevangenisstraf twee maanden tot twee jaar en de geldboete tweehonderd euro tot duizend euro.

Smaad tegen een lid van de Kamers gepleegd kan, behalve bij ontdekking op heterdaad, niet worden vervolgd dan op klacht van de gesmade persoon of op aangifte van de Kamer waarvan hij deel uitmaakt.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
Dit artikel stelt zelf geen strafniveau: het is bijvoorbeeld een definitie, een verzwarende factor, een bijkomende straf of een verschoningsgrond. Het strafniveau staat bij het misdrijf waarop het artikel slaat.
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-248

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 247Art. 249 →