Art. 248
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter het feit dat het misdrijf werd gepleegd in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting van een hof of van een rechtbank in overweging.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 47, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 275 zeker · 85%De smaad door daden, woorden, gebaren of bedreigingen keert terug in artikel 247, met een ruimere lijst van beschermde functiedragers en een straf van niveau 1 in plaats van gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden. Het plegen in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting is geen zwaardere strafmaat meer maar een verzwarende factor (artikel 248), en de klachtvereiste voor smaad aan een parlementslid verdwijnt.
(Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro wordt gestraft hij die een lid van de Wetgevende Kamers in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn mandaat, een minister (, een lid van het Grondwettelijk Hof) of een (magistraat van de administratieve orde of een lid van de rechterlijke orde) of een officier van de openbare macht in actieve dienst, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening, smaadt door daden, woorden, gebaren of bedreigingen.)
Indien de smaad gepleegd wordt in de vergadering van een der Kamers of op de terechtzitting van een hof of een rechtbank, is de gevangenisstraf twee maanden tot twee jaar en de geldboete tweehonderd euro tot duizend euro.
Smaad tegen een lid van de Kamers gepleegd kan, behalve bij ontdekking op heterdaad, niet worden vervolgd dan op klacht van de gesmade persoon of op aangifte van de Kamer waarvan hij deel uitmaakt.