Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 1. Misdrijven inzake de bestraffing van de discriminatie, de aanzetting tot haat en het negationisme

Art. 249. Definitie van discriminatie

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder discriminatie verstaan elke vorm van directe opzettelijke discriminatie, indirecte opzettelijke discriminatie, opdracht tot discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in het tweede lid, alsook de weigering om redelijke aanpassingen te treffen ten voordele van een persoon met een handicap.

De beschermde criteria zijn: zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, moederschap, gezinsverantwoordelijkheden, medische of sociale transitie, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele oriëntatie, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst of toestand, ongeacht of dit criterium daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.

Deze beschermde criteria kunnen werkelijke of vermeende, eigen of bij associatie toegekende beschermde criteria zijn, en kunnen alleenstaand zijn, of worden gecombineerd met een of meer van de beschermde criteria bedoeld in het tweede lid.

Aangehaald in
Art. 250, Art. 252, Art. 253, Art. 254, Art. 255
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-249

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 248Art. 250