Art. 250. Aanzetting tot discriminatie of rassenhaat niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
De aanzetting tot discriminatie of rassenhaat is het aannemen van een van de volgende gedragingen in het openbaar:
1° aanzetten tot discriminatie jegens een persoon op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;
2° aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;
3° aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;
4° aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;
5° feiten overeenstemmend met een misdaad van genocide bedoeld in artikel 82, een misdaad tegen de mensheid bedoeld in artikel 83 of een oorlogsmisdaad bedoeld in artikelen 84 tot 88, en als dusdanig vastgesteld door een eindbeslissing van een internationaal gerecht, ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren, wetende of verondersteld zijnde te weten dat dit gedrag hetzij een persoon, hetzij een groep, een gemeenschap of leden ervan zou kunnen blootstellen aan discriminatie, haat of geweld wegens een van een or meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid, of godsdienst, in de zin van artikel 1, § 3, van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.