Art. 253. Discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent of in zijn naam gepleegd door middel van een valse handtekening niveau 3
§ 1. De discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent is het plegen van een discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid, door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
§ 2. Indien de dader bewijst dat hij heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij hun als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was, worden de straffen enkel toegepast op de meerderen die het bevel hebben gegeven.
§ 3. Indien personen met een openbare functie ervan beticht worden een van voormelde daden van willekeur te hebben bevolen, toegelaten of vergemakkelijkt, en zij beweren dat hun handtekening bij verrassing is verkregen, zijn zij in voorkomend geval verplicht de daad van willekeur te doen ophouden en de schuldige aan te geven; anders worden zij zelf vervolgd.
§ 4. Indien een van voormelde daden van willekeur wordt gepleegd door middel van de valse handtekening van een persoon met een openbare functie, worden de daders van de valsheid en zij die er kwaadwillig of bedrieglijk gebruik van maken, bestraft met een straf van niveau 3.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 154 waarschijnlijk · 70%De strafbaarstelling van valsheid via de nagemaakte handtekening van een ambtenaar bij een daad van willekeur is nagenoeg woordelijk terug te vinden in artikel 253, § 4; de straf daalt sterk, van opsluiting tien tot vijftien jaar naar niveau 3.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien een van de daden van willekeur, in de artikelen 148 tot 151 vermeld, wordt gepleegd door middel van de valse handtekening van een openbaar ambtenaar, worden de daders van de valsheid en zij die er kwaadwillig of bedrieglijk gebruik van maken, gestraft met (opsluiting) van tien jaar tot vijftien jaar.
Oud art. 153 waarschijnlijk · 65%De verplichting voor een ambtenaar die van een verrassingshandtekening onder een daad van willekeur wordt beticht, om die daad te doen ophouden en de schuldige aan te geven, is nagenoeg woordelijk terug te vinden in artikel 253, § 3, al is dat artikel specifiek toegespitst op discriminatie.
Indien openbare officieren of ambtenaren ervan beticht worden een van de daden, in de artikelen 148 tot 151 vermeld, te hebben bevolen, toegelaten of vergemakkelijkt, en indien zij beweren dat hun handtekening bij verrassing is verkregen, zijn zij verplicht de daad in voorkomend geval te doen ophouden en de schuldige aan te geven; anders worden zij zelf vervolgd.