Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 11. Straftoemeting

Art. 63. Toerekening van de hechtenis voor de einduitspraak

Wanneer de rechter een andere straf dan een gevangenisstraf uitspreekt, houdt hij bij de keuze van de straf en de bepaling van de strafmaat rekening met de hechtenis die vóór het definitief worden van de veroordeling is ondergaan of de duur van de voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 30 zeker · 85%
De toerekening van voorlopige hechtenis op de uit te voeren vrijheidsstraf is vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 41, § 3; artikel 63 vult dit aan voor het geval een andere straf dan een gevangenisstraf wordt uitgesproken.

Elke hechtenis, vóór het onherroepelijk worden van de veroordeling ondergaan ten gevolge van het misdrijf , met uitzondering van de veroordeling tot een eenvoudige schuldigverklaring, wordt toegerekend op de duur van de nog lopende vrijheidsstraffen.

(Iedere voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling als bedoeld in artikel 52quater van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade of in de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, wordt onder dezelfde voorwaarde toegerekend op de duur van de vrijheidsstraffen waartoe de persoon, verwezen overeenkomstig artikel 57bis van de voornoemde wet van 8 april 1965, is veroordeeld.)

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-63

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 62Art. 64