Art. 340. Technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf niveau 3
Het technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf is het opzettelijk door een meerderjarige communiceren met een kennelijk of vermoedelijk minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand door middel van informatie- of communicatietechnologieën om het plegen van een misdrijf op dit slachtoffer te vergemakkelijken:
1° indien de dader zijn identiteit, leeftijd of hoedanigheid heeft verzwegen of hierover heeft gelogen;
2° indien de dader nadruk heeft gelegd op de in acht te nemen discretie over hun gesprekken;
3° indien de dader enig geschenk of voordeel heeft aangeboden of voorgespiegeld;
4° indien de dader een andere list heeft gebruikt.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 433bis/1 zeker · 90%Het technologisch lokken van minderjarigen om een misdrijf te vergemakkelijken is vrijwel woordelijk overgenomen en uitgebreid tot personen in een kwetsbare toestand (niveau 3).
Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar wordt gestraft de meerderjarige die door middel van informatie- en communicatietechnologieën communiceert met een kennelijk of vermoedelijk minderjarige om het plegen van een misdaad of een wanbedrijf jegens hem te vergemakkelijken :
1° indien hij zijn identiteit, leeftijd en hoedanigheid heeft verzwegen of hierover heeft gelogen;
2° indien hij de nadruk heeft gelegd op de in acht te nemen discretie over hun gesprekken;
3° indien hij enig geschenk of voordeel heeft aangeboden of voorgespiegeld;
4° indien hij enige andere list heeft aangewend.