Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 4. Misdrijven tegen de openbare veiligheidHoofdstuk 7. Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte

Art. 424. Rechtvaardigingsgrond

Er is geen misdrijf wanneer diegenen die zich op plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn begeven met hun gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodanig dat ze niet kunnen worden geïdentificeerd, dit doen op grond van arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 563bis zeker · 95%
Letterlijke overname van het verbod op gezichtsbedekking in de publieke ruimte, inclusief de uitzondering voor arbeidsreglementen en feestactiviteiten, nu vervat in art. 423 (misdrijf) en art. 424 (rechtvaardigingsgrond), straf van niveau 1.

Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van deze straffen alleen worden gestraft, zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.

Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-424

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 423Art. 425