Art. 423. Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte niveau 1
Het verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte is het zich opzettelijk, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 563bis zeker · 95%Letterlijke overname van het verbod op gezichtsbedekking in de publieke ruimte, inclusief de uitzondering voor arbeidsreglementen en feestactiviteiten, nu vervat in art. 423 (misdrijf) en art. 424 (rechtvaardigingsgrond), straf van niveau 1.
Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van deze straffen alleen worden gestraft, zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.
Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.