Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 4. Misdrijven tegen de openbare veiligheidHoofdstuk 7. Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte

Art. 423. Verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte niveau 1

Het verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte is het zich opzettelijk, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 563bis zeker · 95%
Letterlijke overname van het verbod op gezichtsbedekking in de publieke ruimte, inclusief de uitzondering voor arbeidsreglementen en feestactiviteiten, nu vervat in art. 423 (misdrijf) en art. 424 (rechtvaardigingsgrond), straf van niveau 1.

Met geldboete van vijftien euro tot vijfentwintig euro en met gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen of met een van deze straffen alleen worden gestraft, zij die zich, behoudens andersluidende wetsbepalingen, in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn.

Het eerste lid geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
1 · geen gevangenisstraf alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-423

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 422Art. 424